CConstaterende datCapelle Ad Ijssel
Koppel je AI →
Document · PDF

08.05 - Bijlage 3.0 - Regels TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 21b Het Nieuwe Rivium

Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer 23 juni 2026, gemeente Capelle Ad IjsselBij agendapunt: Omgevingsplanwijziging Rivium, MER en monitoring MER, actualisatie parkeernormen 2025 en Beeldkwaliteitsplan Rivium32.940 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

1 alinea's met “opening”: 84

RAPPORT TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 21b Het Nieuwe Rivium Regels Klant:

Gemeente Capelle aan den IJssel

Referentie:

NL.IMRO.0502.TAMop21bRivium-4001

Status:

Vastgesteld

Datum:

4 juni 2026

Projectgerelateerd

HASKONING NEDERLAND B.V.

Koggelaan 21 8017 JN Zwolle Netherlands Mobility & Infrastructure Trade register number: 56515154 Telefoon: +31 88 348 65 00 E-mail: info@rhdhv.com Website: haskoning.com

Titel document: Ondertitel: Referentie: Uw kenmerk Status Datum: Projectnaam: Projectnummer: Auteur(s):

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 21b Het Nieuwe Rivium Regels NL.IMRO.0502.TAMop21bRivium-4001 -/Vastgesteld 4 juni 2026 Het Nieuwe Rivium BJ8234 F.B.

Opgesteld door:

F.B.

Gecontroleerd door:

M.B.

Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets uit dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd. Haskoning Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever. Let op: dit document bevat mogelijk persoonsgegevens van medewerkers van Haskoning Nederland B.V. Voordat publicatie plaatsvindt (of anderszins openbaarmaking), dient dit document te worden geanonimiseerd of dient toestemming te worden verkregen om dit document met persoonsgegevens te publiceren. Dit hoeft niet als wet- of regelgeving anonimiseren niet toestaat. Dit document kan zijn opgesteld met behulp van kunstmatige intelligentie (AI); alle door AI gegenereerde inhoud is beoordeeld en gevalideerd door onze experts. 12 december 2025

TAM-OP HET NIEUWE RIVIUM

NL.IMRO.0502.TAMop21bRivium-3001

ii

Inhoudsopgave

Regels

5

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

7

Artikel 1 Artikel 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5

7 8 9 16 17

Toepassingsbereik Toepassing begripsbepalingen Aanvullende begripsbepalingen Meet- en rekenbepalingen Algemeen gebruiksverbod

Hoofdstuk 2 Regels voor functies en activiteiten

19

Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16 Artikel 17 Artikel 18

19 23 25 27 35 37 39 41 43 45 47 49 51

Bedrijven Horeca Kantoren Ontwikkelveld Openbare ruimte Wonen Leiding - Riool Leiding - Water Waarde - Archeologie - 1 Waarde - Archeologie - 2 Waarde - Archeologie - 3 Waterstaat - Waterkering Waterstaat - Waterstaatkundige functie

Hoofdstuk 3 Algemene regels

53

Artikel 19 Aanvraagvereisten Artikel 20 Algemene omgevingsvergunning voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit voor het bouwen Artikel 21 Anti-dubbeltelregel Artikel 22 Normstelling milieu en omgeving Artikel 23 Kostenverhaal

53

Hoofdstuk 4 Overgangsregels

73

Artikel 24

73

Overgangsrecht planologisch gebruik

60 61 62 67

Bijlagen bij regels

75

Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3

77 91 95

Staat van bedrijfsactiviteiten Staat van bedrijfsactiviteiten - functiemenging Programma

TAM-omgevingsplan Hoof dstuk 21b Het Nieuwe Rivium

2

TAM-omgev ingsplan Hoof dstuk 21b Het Nieuwe Rivium

4

Regels Preambule Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van gebiedsontwikkeling op de locatie Het Rivium en is als een apart hoofdstuk (hoofdstuk 21b) opgenomen in het omgevingsplan van de gemeente Capelle aan den IJssel. Dit hoofdstuk is bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen. Doordat het plan via de landelijke voorziening TAM-IMRO beschikbaar wordt gesteld, is het niet zichtbaar als integraal onderdeel van het omgevingsplan van de gemeente Capelle aan den IJssel, maar wordt het getoond als een afzonderlijk plan. Deze scheiding is technisch van aard; juridisch maakt het plan onverkort deel uit van het omgevingsplan. In hoofdstuk 21b zijn regels opgenomen die de bestaande regels voor het gebied Rivium overschrijven, met uitzondering van de regels die zijn opgenomen in hoofdstuk 22 van het omgevingsplan van de gemeente Capelle aan den IJssel. Dit betekent dat de regels die momenteel gelden voor het Rivium niet langer van toepassing zijn en worden vervangen door de bepalingen uit dit hoofdstuk.

De regels opgenomen in hoofdstuk 22 van het omgevingsplan van de gemeente Capelle aan den IJssel blijven van overeenkomstige toepassing, voor zover deze in dit hoofdstuk niet worden overschreven. De in dit deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 21b van het omgevingsplan van de gemeente Capelle aan den IJssel. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen en in de verwijzingen naar artikelen in dit deel moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '21b' gelezen worden. Bijvoorbeeld: 'Artikel 1' van deze planregels is 'Artikel 21b, 1' van het omgevingsplan van de gemeente Capelle aan den IJssel. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '21b' gelezen worden. Bijvoorbeeld 'Bijlage 1' van deze planregels is 'Bijlage 21b, 1' van het omgevingsplan van de gemeente Capelle aan den IJssel.

TAM-omgev ingsplan Hoof dstuk 21b Het Nieuwe Rivium

5

TAM-omgev ingsplan Hoof dstuk 21b Het Nieuwe Rivium

6

Hoofdstuk 1

Artikel 1

Inleidende regels

Toepassingsbereik

a. De besluiten op grond van artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet zijn niet van toepassing voor zover het gaat over regels opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet op de locatie, bedoeld onder c. b. De regels in afdeling 22.2 van dit omgevingsplan (zoals deze luidden op 9 juli 2025), met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3 en afdeling 22.3 zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk. c. De regels in dit hoofdstuk (H21b) zijn van toepassing op de locatie Het Rivium in Capelle aan den IJssel, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0502.TAMop21bRivium-4001.

TAM-omgev ingsplan Hoof dstuk 21b Het Nieuwe Rivium

7

Artikel 2

Toepassing begripsbepalingen

Begripsbepalingen die zijn opgenomen in de bijlage bij de Omgevingswet, bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling zijn van toepassing op dit hoofdstuk tenzij in Artikel 3 daarvan is afgeweken.

TAM-omgev ingsplan Hoof dstuk 21b Het Nieuwe Rivium

8

Artikel 3

Aanvullende begripsbepalingen

Voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden in afwijking van of aanvullend op het bepaalde in Artikel 2 de volgende begripsbepalingen: 3.1 omgevingsplan: het omgevingsplan van de gemeente Capelle aan den IJssel zoals deze gold op 9 juli 2025; 3.2 aanduidingsvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 3.3 aaneengebouwde woning: een grondgebonden woning die deel uitmaakt van een bouwmassa bestaande uit drie of meer woningen; 3.4 aanvrager: degene die een verzoek doet voor een vergunning of beschikking; 3.5 activiteiten die in aanzienlijke mate geluid kunnen veroorzaken: activiteiten als bedoeld in artikel 5.78b, eerste lid, onder b en c, Besluit kwaliteit leefomgeving; 3.6 Beeldkwaliteitsplan plus: het Beeldkwaliteitsplan plus van de gemeente Capelle aan den IJssel zoals deze door de gemeenteraad is vastgesteld op het moment van indienen van de aanvraag om omgevingsvergunning; 3.7 beroep of bedrijf aan huis: een beroeps- of bedrijfsactiviteit, waarvan de activiteiten in hoofdzaak niet op een groot publiek gericht zijn en die op kleine schaal in een woning en/of de daarbij behorende bijgebouwen wordt uitgeoefend; 3.8 bestaand: activiteiten die legaal dan wel met omgevinsgvergunning aanwezig zijn op het tijdstip van het ontwerp van dit deel

(hoofdstuk 21b) dan wel mag worden uitgevoerd krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde en verleende omgevingsvergunning; 3.9 betaalbaarheidsgrens: het op het moment van indiening van de aanvraag om omgevingsvergunning geldende maximale aankoop- of verkrijgingsbedrag van een koopwoning dat door het Rijk jaarlijks wordt vastgesteld en bekend gemaakt in de ‘Nota Kamerbrief aanpassingen NHG, betaalbaarheidsgrens en ontwikkelingen NFBK’ of haar opvolger, als betaalbaarheidsgrens voor betaalbare koopwoningen of daarmee gelijkgestelde categorieën; 3.10 binnengebied: collectieve binnentuin; 3.11 boekwaarde: gemaakte kosten op het moment dat het kostenplafond wordt bepaald; 3.12 bouwlaag: een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder; 3.13 bouwblok: een aaneengesloten gebied dat als één geheel ontwikkeld wordt conform de in Bijlage 3 opgenomen kaart;

TAM-omgev ingsplan Hoof dstuk 21b Het Nieuwe Rivium

9

3.14 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde, zijn toegelaten; 3.15 bruto-vloeroppervlakte: het oppervlak gemeten op vloerniveau langs de buitenomtrek van de opgaande scheidingswanden, die de desbetreffende ruimte of groep van ruimtes omhullen. Ruimtes gebouwd onder maaiveld zijn hiervan uitgesloten; 3.16 bui 1:100 jaar: een korte hevige bui die gemiddeld eens in de 100 jaar voorkomt en waarbij 70 mm neerslag valt in 1 uur tijd; 3.17 calamiteitenverkeer: verkeer ten behoeve van hulpdiensten; 3.18 cultuur en ontspanning: voorzieningen gericht op cultuur en ontspanning, zoals atelier, bowlingbaan, binnenspeeltuin, museum, dansschool, muziekschool, sauna, welness, wijktheater.

Prostitutie, raamprostitutie, raamexploitatie en seksinrichting is daarvan uitgesloten; 3.19 dakopbouw: een constructie ter vergroting van een gebouw die zich boven de dakvoet bevindt, waarbij deze constructie deels boven de oorspronkelijke daknok uitkomt en de onderzijden van de constructie in één of beide dakvlakken is / zijn geplaatst; 3.20 dek: vloer in een bouwwerk welke het gebouw afscheid van de onderliggende kelder of halfverdiept gelegen bouwlaag; 3.21 detailhandel: het bedrijfsmatig aan particulieren te koop of te huur aanbieden van goederen, waaronder begrepen de uitstalling ter verkoop, verkopen en/of leveren van goederen aan personen, die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; horeca-activiteiten en darkstores worden hier niet onder begrepen; 3.22 duurzame energievoorziening: voorziening voor het winnen, leveren of opslaan van duurzame energie; 3.23 eindafrekening: afrekening van betaalde kostenverhaalsbijdragen als bedoeld in artikel 13.20 Omgevingswet; 3.24 footprint: de oppervlakte van een toren, gemeten aan de buitenste gebouwcontour, gemeten op de begane grond of op de hoogte waar de stedelijke laag overgaat in de toren; 3.25 functievlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde functie; 3.26 geluidluwe buitenruimte: buitenruimte gelegen aan een geluidluwe gevelzijde,

waarbij het geluid op de gevel waaraan de buitenruimte grenst niet meer dan 5 dB hoger is dan de standaardwaarde van iedere geluidbronsoort zoals aangegeven in de tabel behorende bij artikel 22.2.2 sub a;

TAM-omgev ingsplan Hoof dstuk 21b Het Nieuwe Rivium

10

3.27 geluidluwe gevel: een gevelzijde van een woning, waar het geluid per geluidbronsoort voldoet aan de standaardwaarde zoals aangegeven in de tabel behorende bij artikel 22.2.2 sub a; 3.28 geluidzone - industrie: geluidzone als gevolg van een geluidgezoneerd industrieterrein als bedoeld in de Wet geluidhinder; 3.29 gemeenschappelijke ruimte: deel van een woongebouw dat niet tot een privégedeelte behoort, maar door meerdere bewoners wordt gedeeld, zoals gezamenlijke woonkamers, tuinen, speel- en sportruimtes of een gemeenschappelijke keuken. Deze ruimte kan zich zowel binnen als buiten bevinden; 3.30 gestapelde woning: een woning in een gebouw dat twee of meer geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat al dan niet met daarbij behorende centrale hal met brievenbussen, trappenhuis, lift, bergingen, souterrain, parkeervoorzieningen en dergelijke; 3.31 GPR-norm: een richtlijn voor duurzaamheidsprestaties van gebouwen, gebaseerd op de GPR Gebouw-methodiek. Deze methodiek beoordeelt een gebouw op de thema’s energie, milieu, gezondheid, gebruikskwaliteit en toekomstwaarde, met een score tussen 1 en 10 per thema.

De GPR-norm wordt gebruikt als toetsingsinstrument voor duurzaam bouwen en kan als beleidsinstrument worden ingezet door gemeenten; 3.32 groen: levende begroeiing; 3.33 grootschalige detailhandel: grootschalige detailhandelsvestiging (groter dan 1.000 m² bruto-vloeroppervlakte), die vanwege zijn omvang niet in een woon- of centrumgebied thuishoort; 3.34 horeca: een bedrijf dat is gericht op het verstrekken van een nachtverblijf en/of het ter plaatse nuttigen van voedsel en dranken en/of het exploiteren van zaalaccommodatie. Tot de hieronder genoemde begrippen horeca 1 tot en met horeca 6 worden mede begrepen de niet genoemde, maar naar aard, omvang en uitstraling op het woon- en leefmilieu vergelijkbare horecasoorten; 3.35 horeca 1: vormen van horeca-activiteiten die qua exploitatievorm en openingstijden aansluiten bij winkelvoorzieningen en waarbij de activiteiten primair gericht zijn op het bedrijfsmatig verstrekken van etenswaren en/of dranken voor nuttiging al dan niet ter plaatse, zoals broodjeszaken, ijssalons, lunchrooms en koffietentjes; 3.36 horeca 2: vormen van horeca-activiteiten die primair gericht zijn op het bedrijfsmatig verstrekken van maaltijden voor consumptie ter plaatse zoals restaurants en bistro's; 3.37 horeca 3: vormen van horeca-activiteiten die primair gericht zijn op het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse bereide etenswaren voor nuttiging al

dan niet ter plaatse en daaraan ondergeschikt het verstrekken van dranken zoals cafetaria's, automatieken en afhaalhoreca; 3.38 horeca 4: vormen van horeca-activiteiten die primair zijn gericht op het bedrijfsmatig verstrekken van dranken ter plaatse, zoals cafés, bars;

TAM-omgev ingsplan Hoof dstuk 21b Het Nieuwe Rivium

11

3.39 horeca 5: vormen van horeca-activiteiten die primair zijn gericht op het bedrijfsmatig verstrekken van logies met eventueel de daarbij behorende voorzieningen zoals een restaurant en vergader- en congresfaciliteiten. Bijvoorbeeld hotels en pensions; 3.40 horeca 6: vormen van horeca-activiteiten die primair zijn gericht op het bedrijfsmatig gelegenheid bieden van dansen op elektrisch versterkte muziek alsmede op het ter plaatse nuttigen van dranken en kleine etenswaren zoals discotheken en partycentra; 3.41 huishouden: samenlevingsvorm van één of meer personen die in vast verband samenleven en waarbij sprake is van continuïteit in de samenstelling, waarbij het volgende geldt: a. een kenmerk van continuïteit in de samenstelling en een onderlinge verbondenheid is het voor onbepaalde tijd samenleven. b.

(bedrijfsmatige) kamerverhuur en door een instelling geplaatste personen vallen niet onder het begrip huishouden; 3.42 inbrengwaarde: de waarde van de gronden die tot ontwikkeling komen binnen het kostenverhaalsgebied; 3.43 industrieterrein: industrieterrein als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet; 3.44 internethandel: detailhandel in niet-dagelijkse artikelen zonder showroom, waarvan de handel via internet en andere media loopt en waarvan de levering van producten uitsluitend plaatsvindt via post of koeriersdiensten; 3.45 kamerverhuur: het (bedrijfsmatig) verhuren of het aanbieden van een onzelfstandige wooneenheid; 3.46 kleinschalige detailhandel: detailhandel, waarbij de bruto-vloeroppervlakte per detailhandelsvestiging niet meer bedraagt dan 250 m2, een supermarkt daarvan uitgesloten; 3.47 klimaatadaptieve voorziening: fysieke voorzieningen in de gebouwde omgeving, zoals groendaken, wadi's en waterdoorlatende verharding, die ontworpen zijn om de negatieve gevolgen van klimaatverandering, zoals hittestress, droogte en wateroverlast, op te vangen en te beperken; 3.48 kosten openbaar gebied: NCW van de kosten zoals benoemd in artikel 8.15 sub a van het Omgevingsbesluit; 3.49 kosten uitgeefbaar gebied: netto contante waarde van de gronden, conform artikel 8.17 Omgevingsbesluit van het

kostenverhaalsgebied waarop de bouwactiviteiten plaatsvinden; 3.50 kostenverhaalsbeschikking: beschikking als bedoeld in artikel 13.18 Omgevingswet; 3.51 kostenverhaalsbijdrage: op grond van een beschikking als bedoeld in artikel 13.18 Omgevingswet verschuldigde geldsom;

TAM-omgev ingsplan Hoof dstuk 21b Het Nieuwe Rivium

12

3.52 kostenverhaalsgebied: gebied waarin bouwactiviteiten een functionele samenhang hebben; 3.53 kunstobject: uiting van de beeldende kunsten in de vorm van een bouwwerk, geen gebouw of overkapping zijnde; 3.54 kunstwerk: bruggen, viaducten, tunnels, duikers, sluizen en soortgelijke technisch werken in spoorbouw, wegenbouw of waterbouw; 3.55 leeflaag: bovenste deel van de bodem waarin planten, dieren en micro-organismen leven; 3.56 maatschappelijke voorzieningen: educatieve, sociaal-medische, levensbeschouwelijke voorzieningen, welzijns- en gezondheidsvoorzieningen en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening, als ook ondergeschikte detailhandel en ondersteunende horeca ten dienste van deze voorzieningen, zoals een huisartsenpraktijk, een tandartsenpraktijk, een verpleeghuis en een praktijk voor fysiotherapie; 3.57 middeldure huurwoning: een huurwoning die voldoet aan het bepaalde in artikel 9.2.3 sub b; 3.58 natuurinclusieve voorziening: voorziening die bijdraagt aan natuurinclusiviteit, zoals groene gevels, vleermuiskasten en insectenhotels, niet zijnde een gebouw; 3.59 NCW: netto contante waarde: de huidige waarde van toekomstige bedragen, waarbij rekening gehouden wordt met indexering, rente en de tijdsperiode; 3.60 nutsvoorziening: voorzieningen voor onder andere gas, water, elektriciteit en datacommunicatiemiddelen; 3.61 onderbouw: elke constructie van enige

omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal die onder het straatpeil is gelegen; 3.62 ondergeschikte activiteit: een activiteit van zeer beperkte bedrijfsmatige en ruimtelijke omvang zodat de functie waaraan zij wordt toegevoegd, qua aard, omvang en verschijningsvorm, overwegend of nagenoeg geheel als hoofdfunctie herkenbaar blijft; 3.63 onzelfstandige wooneenheid: woonruimte zonder een eigen, afsluitbare, toegang welke niet door een huishouden kan worden bewoond zonder dat dit huishouden daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen zoals badkamer, toilet en keuken buiten de woonruimte; 3.64 opbrengsten: gemiddelde NCW van de grondopbrengst van één type bouwactiviteit binnen een kostenverhaalsgebied conform artikel 8.16 Omgevingsbesluit; 3.65 opgang: pad of trap dat omhoog leidt;

TAM-omgev ingsplan Hoof dstuk 21b Het Nieuwe Rivium

13

3.66 overbouwing: een met de gevel van een gebouw verbonden boven het aangrenzend terrein uitstekende (balkon)constructie; 3.67 overige zone - oppervlaktewater oppervlaktewaterwaterlichaam a als bedoeld in de waterschapsverordening van het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard; 3.68 passage: doorgang; 3.69 paviljoen: losstaand, autonoom bouwwerk of bijgebouw; 3.70 peil: a. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; c. indien in of op het water wordt gebouwd: de hoogte van het terrein ter plaatse van het meest nabijgelegen punt waar het water grenst aan het vaste land; d. voor gronden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - dek': de hoogte van de bovenkant van het daar aan te brengen dek. 3.71 pergola: een open constructie van latten of palen waarlangs planten kunnen groeien.

Een pergola mag niet steunen op of worden voorzien van schotten of wanden; 3.72 plankosten: plankosten als bedoeld in hoofdstuk 13.2.1a van de Omgevingsregeling; 3.73 productiegebonden detailhandel: detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie; 3.74 publieksgerichte dienstverlening: dienstverlening door een bedrijf of instelling dat in hoofdzaak baliewerkzaamheden verricht of andere diensten verleent, gericht op het publiek, zoals stomerijen, wasserettes, kappers, pedicures, makelaars, reis- en uitzendbureaus en dergelijke, met uitzondering van belhuizen; 3.75 Q-team: het kwaliteitsteam Rivium van de gemeente Capelle aan den IJssel dat de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen op de locatie zoals bedoeld in Artikel 1 onder c toetst op redelijke eisen van welstand en eisen aan natuurinclusief bouwen; 3.76 setback: ten opzichte van de voorgevel van de onderste bouwlaag terugliggende bouwlaag; 3.77 short stay: tijdelijke huisvesting (logies) voor een periode van minimaal 7 nachten en maximaal 6 maanden; 3.78 sociale huurwoning: een huurwoning die voldoet aan het bepaalde in artikel 9.2.3 sub a;

TAM-omgev ingsplan Hoof dstuk 21b Het Nieuwe Rivium

14

3.79 speelvoorziening: een in de openbare ruimte en buiten gelegen gelegenheid om te kunnen spelen; 3.80 sportactiviteiten: activiteiten gericht op het beoefenen van sport, met uitzondering van de paardensport; 3.81 stedelijke laag: de maximaal acht onderste bouwlagen van een gebouw, waarboven alleen gebouwd mag worden in een setback; 3.82 studentenwonen: het wonen in een woning door studenten overeenkomstig het bepaalde in artikel 9.2.3 sub c; 3.83 supermarkt: een vorm van detailhandel waar in overwegende mate levensmiddelen worden verkocht; 3.84 technische maatregel ter beperking van geuroverlast: een technische maatregel aan een gebouw ter beperking van geuroverlast, zoals een mechanische luchtinstallatie of balansventilatie met koolstoffilter; 3.85 toren: deel van een gebouw dat aanmerkelijk hoger dan breed en lang is, al dan niet met een ander bouwwerk verbonden en die zich boven dit bouwwerk en de omgevende bebouwing verheft; 3.86 vleermuisvriendelijke verlichting: verlichting met een gunstige Human-Bat Response Ratio groter dan 40, met een aangepaste lichtkleur en armaturen waardoor vleermuizen en overige nachtdieren niet verblind worden door lampen; 3.87 waterhuishoudkundig plan: plan waarin het watersysteem van een ontwikkeling is beschreven; 3.88 wonen: het bewonen van een woning of wooneenheid door niet meer dan één huishouden; 3.89 woningequivalent: 125 m²

bruto-vloeroppervlakte van een niet-wonen activiteit is gelijk aan één woning; 3.90 woning of zelfstandige wooneenheid: een gebouw of een zelfstandig gedeelte van een gebouw, dat blijkens zijn indeling en inrichting bestemd is voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden; 3.91 zelfstandige kantoren: gebouw of deel daarvan dat gebruikt wordt voor het bedrijfsmatig verrichten van administratieve werkzaamheden op financieel, ontwerptechnisch, juridisch, of ander daarmee gelijk te stellen gebied.

TAM-omgev ingsplan Hoof dstuk 21b Het Nieuwe Rivium

15

Artikel 4

Meet- en rekenbepalingen

Voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden in afwijking van of aanvullend op de meet- en rekenbepalingen uit artikel 22.24 van het omgevingsplan de volgende meet- en rekenbepalingen: 4.1 diagonaal van de footprint: de afstand tussen twee tegenover elkaar gelegen hoekpunten van de footprint van een toren, overeenkomstig volgende afbeelding, gemeten aan de buitenzijde van de buitengevels:

4.2 bouwhoogte op een gebouw: vanaf het hoogste punt van een gebouw tot aan het hoogste punt van een bouwwerk, geen gebouw zijnde; 4.3 hoogte van een windturbine: vanaf het peil tot aan de (wieken)as van de windturbine.

TAM-omgev ingsplan Hoof dstuk 21b Het Nieuwe Rivium

16

Artikel 5

Algemeen gebruiksverbod

Het is verboden om gronden of bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken anders dan overeenkomstig de aan de locatie toegedeelde functie dan wel toegestane gebruiksfuncties.

TAM-omgev ingsplan Hoof dstuk 21b Het Nieuwe Rivium

17

TAM-omgev ingsplan Hoof dstuk 21b Het Nieuwe Rivium

18

Hoofdstuk 2

Artikel 6

Regels voor functies en activiteiten

Bedrijven

6.1 Functieomschrijving Op de voor 'Bedrijven' aangewezen gronden zijn de volgende functies toegestaan: a. bedrijven in de categorieën 1 en 2 van de in Bijlage 1 opgenomen Staat van bedrijfsactiviteiten; b. een groothandel in meet- en regelapparaten, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf – groothandel in meet- en regelapparaten'; c. een groothandel in bouwmaterialen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf – groothandel in bouwmaterialen'; d. een groothandel in ijzerwaren, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf – groothandel in ijzerwaren'; e. zelfstandige kantoren; f. sportactiviteiten; g. aan bedrijven, zelfstandige kantoren en sportactiviteiten ondergeschikte detailhandel met inachtneming van het bepaalde in artikel 6.2.3; h. aan bedrijven, zelfstandige kantoren en sportactiviteiten ondergeschikte horeca behorend tot categorie 1 en 2; i. reclamemasten uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding reclamemast'; j. een windturbine uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'windturbine'; k. in afwijking van het bepaalde onder a, een (afval)waterzuiveringsinstallatie uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'waterzuiveringsinstallatie'; met de daarbij behorende: l.

(ontsluitings)wegen, straten en paden en entree en opstelruimte ten behoeve van calamiteitenverkeer; m. nutsvoorzieningen; n. bouwwerken; o. tuinen, erven en terreinen; p. erf-, terrein- en balkonafscheiding; q. parkeervoorzieningen; r. groenvoorzieningen; s. waterlopen en waterpartijen; t. duikers; u. speelvoorzieningen; v. straatmeubilair; w. kunstwerken; x. kunstobjecten; y. natuurinclusieve en klimaatadaptieve voorzieningen. 6.2

Specifieke functieregels voor gebruik

6.2.1 Algemeen De in artikel 6.1 bedoelde functies zijn toegestaan met inachtneming van het bepaalde in Artikel 22. 6.2.2 Sportactiviteiten In aanvulling op het bepaalde in artikel 6.1 gelden voor de uitoefening van een sportactiviteit als bedoeld in artikel 6.1 sub f de volgende regels: a. uitoefening van sportactiviteiten is uitsluitend toegestaan ten behoeve van een squash-, padel- en/of fitnesscentrum; b. in het plangebied mag maximaal één centrum gevestigd zijn met een maximaal oppervlak van 1.000 m2 bruto-vloeroppervlakte.

TAM-omgev ingsplan Hoof dstuk 21b Het Nieuwe Rivium

19

6.2.3 Detailhandel In aanvulling op het bepaalde in 6.1 geldt dat de uitoefening van detailhandel als bedoeld in artikel 6.1 sub g uitsluitend is toegestaan: a. ten behoeve van productiegebonden detailhandel tot een maximum bruto-vloeroppervlakte van 15% van de totale bruto-vloeroppervlakte met een maximale oppervlakte van 50 m2; b. ten behoeve van internethandel in niet-dagelijkse goederen alsmede een daarbij behorend afhaalloket, mits de bruto-vloeroppervlakte van het afhaalloket niet meer bedraagt dan 15% van de bruto-vloeroppervlakte van de internethandel met een maximale oppervlakte van 50 m2; c. ten behoeve van detailhandel in ijzerwaren en daarbijbehorende artikelen uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van detailhandel - 1'; d. ten behoeve van detailhandel in sanitair uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van detailhandel - 2'; e. ten behoeve van detailhandel in keramische producten uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van detailhandel - 3'. 6.2.4 Verbod De volgende activiteiten zijn niet toegestaan: a. exploiteren van een ippc-installatie (Richtlijn industriële emissies); b. activiteiten met externe veiligheidsrisico's Bijlage VII Bkl, met uitzondering van onderdeel A, niet zijnde LPG-tankstations en met uitzondering van het exploiteren van een windturbine ter plaatse van de aanduiding 'windturbine'; c.

activiteiten die op basis van artikel 5.78b Bkl in aanzienlijke mate geluid kunnen veroorzaken; d. opslag van goederen op onbebebouwde gronden. 6.3 Omgevingsvergunning voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit voor het specifiek gebruik 6.3.1 Algemeen Een omgevingsvergunning voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit voor het specifiek gebruik wordt alleen verleend met inachtneming van het bepaalde in Artikel 22. 6.3.2 Bedrijf in een naasthogere milieucategorie of die niet genoemd is in de Staat van bedrijfsactiviteiten a. Met uitzondering van het bepaalde in artikel artikel 6.1 b, c en d, is het verboden zonder omgevingsvergunning, in afwijking van het bepaalde in artikel 6.1 sub a bedrijven te exploiteren in bedrijfscategorie 3.1 of hoger. b. Het is verboden zonder omgevingsvergunning, in afwijking van het bepaalde in artikel 6.1 sub a, bedrijven te exploiteren die niet zijn genoemd in de Staat van bedrijfsactiviteiten. c. De omgevingsvergunning als bedoeld onder a en b wordt alleen verleend als wordt voldaan aan de volgende criteria: 1. het bedrijf bedoeld in sub a valt maximaal in bedrijfscategorie 3.1; 2. het betrokken bedrijf kan naar aard en invloed op de omgeving geacht worden te behoren tot de in artikel 6.1 sub a genoemde milieucategorieën. d. De volgende activiteiten zijn niet toegestaan: 1.

het exploiteren van een ippc-installatie (Richtlijn industriële emissies); 2. activiteiten met externe veiligheidsrisico's Bijlage VII Bkl, met uitzondering van onderdeel A, niet zijnde LPG-tankstations; 3. activiteiten die op basis van artikel 5.78b Bkl in aanzienlijke mate geluid kunnen veroorzaken; 4. grootschalige detailhandel. 6.3.3 Kinderopvang a. Het is verboden zonder omgevingsvergunning, in afwijking van het bepaalde in artikel 6.1, kinderopvang te exploiteren. b. De omgevingsvergunning als bedoeld onder a wordt alleen verleend als wordt voldaan aan de volgende criteria: 1. de oppervlakte bedraagt maximaal 250 m2 bruto-vloeroppervlakte; 2. er is aangetoond dat er voldoende behoefte bestaat aan kinderopvang; 3. er is een positief advies ontvangen van de veiligheidsregio. College van burgemeester en

TAM-omgev ingsplan Hoof dstuk 21b Het Nieuwe Rivium

20

wethouders kan alleen gemotiveerd afwijken van dit advies. 6.4 Bouwregels In aanvulling op artikel 22.29 van dit omgevingsplan gelden de volgende regels. 6.4.1 Algemeen Op de in artikel 6.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de functies worden gebouwd, met dien verstande dat voldaan wordt aan het bepaalde in Artikel 22. 6.4.2 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. het bouwvlak mag uitsluitend worden overschreden met een luifel, waarbij voldaan moet worden aan de volgende regels: 1. de breedte van een luifel mag niet meer bedragen dan 50% van de gevel waaraan luifel wordt gebouwd, waarbij de breedte maximaal 3 m mag bedragen; 2. de bouwhoogte van een luifel mag niet meer bedragen dan de hoogte van de onderste bouwlaag van het hoofdgebouw; 3. de afstand tussen de buitenzijde van de luifel en de perceelsgrens mag horizontaal gemeten niet minder bedragen dan 2 m; c. de bouwhoogte van gebouwen binnen het bouwvlak mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte' is aangegeven; d. in afwijking van het bepaalde in sub c mag de bouwhoogte van niet-zelfstandige kantoren niet worden vergroot; e. de oppervlakte en de inhoud van niet-zelfstandige kantoren mag niet worden vergroot; f.

de hoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer dan 4 m bedragen; g. de afstand tussen gebouwen bedraagt minimaal 4 m tenzij gebouwen aaneen worden gebouwd. 6.4.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. reclamemasten zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - reclamemast'; b. de hoogte van erf- en perceelafscheidingen mag maximaal 3 m bedragen; c. de hoogte van reclame- en lichtmasten mag maximaal 30 m bedragen; d. ter plaatse van de aanduiding 'windturbine' mag één windturbine worden gebouwd, waarbij de hoogte niet meer dan 150 m mag bedragen; e. ter plaatse van de aanduiding 'waterzuiveringsinstallatie' is maximaal 1 schoorsteen toegestaan; f. de hoogte van schoorstenen als bedoeld onder e mag maximaal 40 m bedragen; g. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde, mag niet meer dan 5 m bedragen. 6.5 Omgevingsvergunning voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit voor het bouwen 6.5.1 Vergroten bruto-vloeroppervlakte a. Het is verboden zonder omgevingsvergunning, in afwijking van het bepaalde in artikel 6.4.2 sub e, de bestaande bruto-vloeroppervlakte van niet-zelfstandige kantoren te vergroten. b. De omgevingsvergunning als bedoeld onder a wordt alleen verleend als wordt voldaan aan de volgende criteria: 1.

de bruto-vloeroppervlakte wordt met niet meer dan 10% vergroot; 2. de initiatiefnemer heeft met een bedrijfsplan de noodzaak van de uitbreiding aangetoond. 6.5.2 Meer schoorstenen a. Het is verboden zonder omgevingsvergunning, in afwijking van het bepaalde in artikel 6.4.3 sub e en f, meerdere en hogere schoorstenen te bouwen. b. De omgevingsvergunning als bedoeld onder a wordt alleen verleend als wordt voldaan aan de volgende criteria: 1. de hoogte mag niet meer bedragen dan 150 m; 2. de initiatiefnemer heeft aangetoond dat de bouw nodig is ter vermindering van geurhinder.

TAM-omgev ingsplan Hoof dstuk 21b Het Nieuwe Rivium

21

6.6

Maatwerkvoorschriften

6.6.1 Inrichting van bedrijfspercelen met het oog op de bereikbaarheid voor de brandweer Het college van burgemeester en wethouders kan maatwerkvoorschriften stellen over de inrichting van bedrijfspercelen met het oog op de bereikbaarheid voor de brandweer. 6.6.2 Plaats, afmetingen, functies en gevelindeling van bebouwing en inrichting buitenruimte Het college van burgemeester en wethouders kan maatwerkvoorschriften stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, alsmede aan toegelaten functies, de vormgeving en de gevelindeling van de bebouwing en de inrichting van de buitenruimte, ten behoeve van: a. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; b. een aanvaardbare woon- en leefsituatie; c. de verkeersveiligheid; d. de situering van parkeerplaatsen; e. de situering van het laden en lossen op het perceel; f. de sociale veiligheid; g. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en/of bouwwerken. h. de situering van vluchtwegen ten opzichte van risicobronnen; i. ter bevordering van de brandveiligheid.

TAM-omgev ingsplan Hoof dstuk 21b Het Nieuwe Rivium

22

Artikel 7

Horeca

7.1 Functieomschrijving Op de voor 'Horeca' aangewezen gronden zijn de volgende functies toegestaan: a. horeca behorend tot categorie 1, 2, 3 en 5; b. het organiseren van congressen uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'congrescentrum'; met de daarbij behorende: c. (ontsluitings)wegen, straten en paden en entree en opstelruimte ten behoeve van calamiteitenverkeer; d. bouwwerken; e. tuinen, erven en terreinen; f. erf-, terrein- en balkonafscheiding; g. nutsvoorzieningen; h. parkeervoorzieningen; i. groenvoorzieningen; j. waterlopen en waterpartijen; k. duikers; l. straatmeubilair; m. kunstwerken; n. een brug voor langzaamverkeer ter plaatse van de aanduiding 'brug'; o. kunstobjecten; p. duurzame energievoorzieningen; q. natuurinclusieve en klimaatadaptieve voorzieningen. 7.2

Specifieke functieregels voor gebruik

7.2.1 Algemeen De in artikel 7.1 bedoelde functies zijn toegestaan met inachtneming van het bepaalde in Artikel 22. 7.3 Bouwregels In aanvulling op artikel 22.29 van dit omgevingsplan gelden de volgende regels. 7.3.1 Algemeen Op de in artikel 7.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de functies worden gebouwd, met dien verstande dat voldaan wordt aan het bepaalde in Artikel 22. 7.3.2 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. de bouwhoogte bedraagt maximaal de hoogte zoals aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)'; c. de hoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer dan 4 m bedragen; d. de minimale afstand van gebouwen tot de zijdelingse perceelgrens bedraagt 3 m tenzij gebouwen aaneen worden gebouwd; e. de afstand tussen gebouwen bedraagt minimaal 4 m tenzij gebouwen aaneen worden gebouwd; f. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - overbouwing' mag een overbouwing worden gebouwd ten dienste van de aangrenzende functie 'Ontwikkelveld', met dien verstande dat de vrije hoogte onder de overbouwing minimaal 2,5 m bedraagt. 7.3.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a.

de hoogte van erf- en perceelafscheidingen voor de voorgevel of het verlengde daarvan en tot 1 m achter de voorgevel of het verlengde daarvan mag maximaal 1 m bedragen; b. de hoogte van erf- en perceelafscheidingen vanaf 1 m achter de voorgevel of het verlengde daarvan mag maximaal 2 m bedragen;

TAM-omgev ingsplan Hoof dstuk 21b Het Nieuwe Rivium

23

c. de hoogte van lichtmasten mag maximaal 30 m bedragen; d. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde, mag niet meer dan 5 m bedragen. 7.4

Maatwerkvoorschriften

7.4.1 Inrichting van percelen met het oog op de bereikbaarheid voor de brandweer Het college van burgemeester en wethouders kan maatwerkvoorschriften stellen over de inrichting van percelen met het oog op de bereikbaarheid voor de brandweer. 7.4.2 Plaats, afmetingen, functies en gevelindeling van bebouwing en inrichting buitenruimte Het college van burgemeester en wethouders kan maatwerkvoorschriften stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, alsmede aan toegelaten functies, de vormgeving en de gevelindeling van de bebouwing en de inrichting van de buitenruimte, ten behoeve van: a. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; b. een aanvaardbare woon- en leefsituatie; c. de verkeersveiligheid; d. de situering van parkeerplaatsen; e. de situering van het laden en lossen op het perceel; f. de sociale veiligheid; g. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en/of bouwwerken. h. de situering van vluchtwegen ten opzichte van risicobronnen; i. ter bevordering van de brandveiligheid.

TAM-omgev ingsplan Hoof dstuk 21b Het Nieuwe Rivium

24

Artikel 8

Kantoren

8.1 Functieomschrijving Op de voor 'Kantoren' aangewezen gronden zijn de volgende functies toegestaan: a. kantoren; b. detailhandel met inachtneming van het bepaalde in artikel 8.2.2; c. aan kantoren ondergeschikte horeca behorend tot categorie 1 en 2; met de daarbij behorende: d. (ontsluitings)wegen, straten en paden en entree en opstelruimte ten behoeve van calamiteitenverkeer; e. nutsvoorzieningen; f. bouwwerken; g. tuinen, erven en terreinen; h. erf-, terrein- en balkonafscheiding; i. parkeervoorzieningen; j. groenvoorzieningen; k. waterlopen en waterpartijen; l. duikers; m. straatmeubilair; n. kunstwerken; o. kunstobjecten; p. duurzame energievoorzieningen; q. natuurinclusieve en klimaatadaptieve voorzieningen. 8.2

Specifieke functieregels voor gebruik

8.2.1 Algemeen De in 8.1 bedoelde functies zijn toegestaan met inachtneming van het bepaalde in Artikel 22. 8.2.2 Detailhandel In aanvulling op het bepaalde in artikel 8.1 geldt dat de uitoefening van detailhandel als bedoeld in artikel 8.1 sub b uitsluitend is toegestaan ten behoeve van internethandel alsmede een daarbij behorend afhaalloket, mits de bruto-vloeroppervlakte van het afhaalloket niet meer bedraagt dan 15% van de bruto-vloeroppervlakte van de internethandel met een maximale oppervlakte van 50 m2. 8.2.3 Verbod In aanvulling op het bepaalde in artikel 8.1 geldt dat het opslaan van goederen buiten het bouwvlak niet is toegestaan. 8.3 Bouwregels In aanvulling op artikel 22.29 van dit omgevingsplan gelden de volgende regels. 8.3.1 Algemeen Op de in artikel 8.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de functies worden gebouwd, met dien verstande dat voldaan wordt aan het bepaalde in Artikel 22. 8.3.2 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. het bouwvlak mag uitsluitend worden overschreden met een luifel, waarbij voldaan moet worden aan de volgende regels: 1. de breedte van een luifel mag niet meer bedragen dan 50% van de gevel waaraan luifel wordt gebouwd, waarbij de breedte maximaal 3 m mag bedragen; 2.

de bouwhoogte van een luifel mag niet meer bedragen dan de hoogte van de onderste bouwlaag van het hoofdgebouw;

TAM-omgev ingsplan Hoof dstuk 21b Het Nieuwe Rivium

25

3. de afstand tussen de buitenzijde van de luifel en de perceelsgrens mag horizontaal gemeten niet minder bedragen dan 2 m; c. de bouwhoogte, oppervlakte en inhoud van hoofdgebouwen mag niet worden vergroot; d. de hoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer dan 4 m bedragen; e. de afstand tussen gebouwen bedraagt minimaal 4 m tenzij gebouwen aaneen worden gebouwd; f. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - overbouwing' mag een overbouwing worden gebouwd ten dienste van de aangrenzende functie 'Ontwikkelveld', met dien verstande dat de vrije hoogte onder de overbouwing minimaal 2,5 m bedraagt. 8.3.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. de hoogte van erf- en perceelafscheidingen mag maximaal 3 m bedragen; b. de hoogte van lichtmasten mag maximaal 30 m bedragen; c. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde, mag niet meer dan 5 m bedragen. 8.4 Omgevingsvergunning voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit voor het bouwen 8.4.1 Vergroten bruto-vloeroppervlakte a. Het is verboden zonder omgevingsvergunning, in afwijking van het bepaalde in artikel 8.3.2 sub c, de bestaande bruto-vloeroppervlakte van kantoren te vergroten. b. De omgevingsvergunning als bedoeld onder a wordt alleen verleend als wordt voldaan aan de volgende criteria: 1.

de bruto-vloeroppervlakte wordt met niet meer dan 10% vergroot; 2. de initiatiefnemer heeft met een bedrijfsplan de noodzaak van de uitbreiding aangetoond. 8.5

Maatwerkvoorschriften

8.5.1 Inrichting van bedrijfspercelen met het oog op de bereikbaarheid voor de brandweer Het college van burgemeester en wethouders kan maatwerkvoorschriften stellen over de inrichting van bedrijfspercelen met het oog op de bereikbaarheid voor de brandweer. 8.5.2 Plaats, afmetingen, functies en gevelindeling van bebouwing en inrichting buitenruimte Het college van burgemeester en wethouders kan maatwerkvoorschriften stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, alsmede aan toegelaten functies, de vormgeving en de gevelindeling van de bebouwing en de inrichting van de buitenruimte, ten behoeve van: a. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; b. een aanvaardbare woon- en leefsituatie; c. de verkeersveiligheid; d. de situering van parkeerplaatsen; e. de situering van het laden en lossen op het perceel; f. de sociale veiligheid; g. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en/of bouwwerken. h. de situering van vluchtwegen ten opzichte van risicobronnen; i. ter bevordering van de brandveiligheid.

TAM-omgev ingsplan Hoof dstuk 21b Het Nieuwe Rivium

26

Artikel 9

Ontwikkelveld

9.1 Functieomschrijving Op de voor 'Ontwikkelveld' aangewezen gronden zijn de volgende functies toegestaan: a. wonen, al dan niet in combinatie met ruimte voor de uitoefening van beroep of bedrijf aan huis, tot maximaal categorie A van de in Bijlage 2 opgenomen Staat van bedrijfsactiviteiten - functiemenging; b. studentenwonen; c. short stay uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - short stay'; d. gemeenschappelijke ruimten; e. bedrijven, in de categorieën A en B van de in Bijlage 2 opgenomen Staat van bedrijfsactiviteiten functiemenging; f. publieksgerichte dienstverlening; g. sportactiviteiten; h. voorzieningen voor cultuur en ontspanning; i. zelfstandige kantoren; j. kleinschalige detailhandel; k. 1 supermarkt uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'supermarkt'; l. horeca behorend tot categorie 1, 2, 3 en 4; m. ter plaatse van de aanduiding 'horeca tot en met categorie 3' is in afwijking van het bepaalde in sub l uitsluitend horeca behorend tot en met categorie 3 toegestaan; n. maatschappelijke voorzieningen, met uitzondering van onderwijs/ educatieve voorzieningen en met uitzondering van zeer kwetsbare gebouwen en locaties; o. onderwijsvoorzieningen uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'onderwijs'; p. parkeren op maaiveld uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer parkeren'; q.

parkeergarages ter plaatse van de aanduidingen 'parkeergarage - 1', 'parkeergarage - 2', 'parkeergarage - 3' en 'parkeergarage - 4'; r. in- en uitritten ten behoeve van een gebouwde parkeervoorziening uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - inrit'; s. opgangen ten behoeve van binnengebieden ter plaatse van de aanduidingen 'specifieke vorm van verkeer - opgang 1' en 'specifieke vorm van verkeer - opgang 2'; met de daarbij behorende: t. bouwwerken; u. (ontsluitings)wegen, straten en paden en entree en opstelruimte ten behoeve van calamiteitenverkeer; v. groenvoorzieningen en water; w. nutsvoorzieningen; x. (ondergrondse) voorzieningen voor het verzamelen van afval; y. daktuinen, (dak)terrassen en erven; z. erf-, terrein- en balkonafscheidingen; aa. voorzieningen en bouwwerken passend bij de functies als genoemd onder a t/m s; ab. straatmeubilair; ac. kunstobjecten; ad. speelvoorzieningen; ae. duurzame energievoorzieningen; af. natuurinclusieve en klimaatadaptieve voorzieningen. 9.2

Specifieke functieregels voor gebruik

9.2.1 Algemeen De in artikel 9.1 bedoelde functies zijn toegestaan: a. met inachtneming van het bepaalde in Artikel 22; b. met dien verstande dat de maximum bruto-vloeroppervlakte niet meer mag bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding maximum vloeroppervlakte; bvo (m2)', met dien verstande

TAM-omgev ingsplan Hoof dstuk 21b Het Nieuwe Rivium

27

dat ter plaatse van een 'relatie' op de plankaart, het maximum bruto-vloeroppervlakte voor alle verbonden aanduidingsvlakken gezamenlijk geldt. 9.2.2 Wonen a. Wonen is toegestaan op de begane grond en op de bouwlagen daarboven, met dien verstande dat in gebouwdelen grenzend aan de aanduiding 'specifieke vorm van groen - marktplein' wonen op de begane grond en de tweede bouwlaag niet is toegestaan tot 3 m achter de voorgevel gelegen aan de zijde van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - marktplein'; b. Het is verboden te wonen ter plaatse van de aanduiding 'wonen uitgesloten'; c. Het maximum aantal woningen, inclusief woningen ten behoeve van het studentenwonen, mag niet meer bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden', met dien verstande dat ter plaatse van een 'relatie' op de plankaart, het maximum aantal wooneenheden voor alle verbonden aanduidingsvlakken gezamenlijk geldt; d. Tevens gelden de volgende regels: 1. het is verboden een bestaande woning te veranderen in en/of te vergroten tot twee of meer woningen; 2. het is verboden meerdere woningen samen te voegen tot een kleiner aantal woningen; 3. bij herbouw van één of meerdere woning(en) is in de nieuwe situatie een gelijk aantal woningen toegestaan; 4. het is verboden een woning te gebruiken voor de huisvesting van meer dan één huishouden; 5.

kamerverhuur is niet toegestaan; 6. het is verboden een woning te gebruiken als onzelfstandige wooneenheid. 9.2.3 Woningtypen Voor het gebruik van woningen gelden de volgende regels: a. minimaal 10% van de woningen binnen de functie "Ontwikkelveld" dient te worden gerealiseerd als sociale huurwoningen, niet zijnde woningen ten behoeve van studentenwonen, overeenkomstig de verdeling in het in Bijlage 3 opgenomen Programma. Een sociale huurwoning is een huurwoning: 1. waarvan de aanvangshuurprijs ligt onder de op het moment van indiening van de aanvraag om omgevingsvergunning geldende maximale huurprijsgrens voor sociale huur, zoals vastgesteld in de relevante landelijke regelgeving inzake huurtoeslag of daarmee gelijkgestelde regelgeving; 2. die voldoet aan de op datzelfde moment geldende landelijke eisen inzake de manier van toewijzen aan woningzoekenden; 3. die minimaal 25 jaar in stand gehouden wordt als sociale huurwoning, gerekend vanaf de ingebruikname; 4. die, indien de sociale huurwoning wordt verhuurd door een toegelaten instelling als bedoeld in artikel 19 van de Woningwet, onderdeel uitmaakt van de DAEB-voorraad van de betreffende toegelaten instelling; b. minimaal 40% van de woningen binnen de functie "Ontwikkelveld" dient te worden gerealiseerd als middeldure huurwoningen overeenkomstig de verdeling in het in Bijlage 3 opgenomen Programma.

Een middeldure huurwoning is een huurwoning: 1. waarvan de aanvangshuurprijs ligt boven de op het moment van indiening van de aanvraag om omgevingsvergunning geldende maximale huurprijsgrens voor sociale huur en niet hoger is dan de op datzelfde moment geldende maximale middenhuurprijsgrens, zoals vastgesteld in de relevante landelijke regelgeving inzake huurprijzen woonruimte of daarmee gelijkgestelde regelgeving; 2. die minimaal 10 jaar in stand gehouden wordt als middeldure huurwoning, gerekend vanaf de ingebruikname; 3. die, indien de maximale huurprijs wordt bepaald op basis van een kwaliteitswaardering, voldoet aan de op het moment van indiening geldende regels voor de waardering van de kwaliteit en daarbij behorende maximaal toegestane huurprijs; 4. waarvoor in geval van nieuwbouw, indien en voor zover toegestaan volgens de op dat moment geldende landelijke regelgeving inzake middenhuur, een prijsopslag kan worden gehanteerd van maximaal het percentage dat in die regelgeving is vastgelegd voor nieuwbouw; c. er zijn maximaal 500 woningen ten behoeve van studentenwonen toegestaan, overeenkomstig de verdeling in het in Bijlage 3 opgenomen Programma. Een studentenwoning is een woning: 1. die wordt verhuurd op basis van een huurovereenkomst waarin is bepaald dat de woonruimte na beëindiging van de huurovereenkomst opnieuw aan een student zal worden verhuurd (campuscontract).

Onder een campuscontract wordt verstaan een huurovereenkomst die

TAM-omgev ingsplan Hoof dstuk 21b Het Nieuwe Rivium

28

voldoet aan de eisen die op het moment van indiening van de aanvraag om omgevingsvergunning voortvloeien uit de dan geldende wettelijke bepalingen inzake campuscontracten of daarmee gelijkgestelde regelgeving; 2. waarvan de huurprijs valt onder de op datzelfde moment landelijk geldende maximale sociale huurprijsgrens en andere voorwaarden van een sociale huurwoning; 3. die voldoet aan de op dat moment geldende voorwaarden voor het verkrijgen van huurtoeslag. 9.2.4 Short stay In aanvulling op het bepaalde in artikel 9.1 gelden de volgende regels: a. de functie short stay als bedoeld in artikel 9.1 sub c is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - short stay'; b. de gezamenlijke bruto-vloeroppervlakte van de functie short stay als bedoeld in artikel 9.1 sub c bedraagt maximaal 15.890 m2 binnen de functie 'Ontwikkelveld', overeenkomstig de verdeling in het in Bijlage 3 opgenomen Programma; c. short stay voldoet aan de volgende criteria: 1. er is de beschikking over op de doelgroep afgestemde gemeenschappelijke voorzieningen zoals een ontmoetings- en/of recreatieruimte; 2. het voldoet aan de minimale eisen voor logiesfuncties zoals opgenomen in Hoofdstuk 4 van het Besluit bouwwerken leefomgeving. 9.2.5 Beroep of bedrijf aan huis Een beroep of bedrijf aan huis mag uitsluitend worden uitgeoefend met inachtneming van de volgende regels: a.

de woonactiviteit in overwegende mate blijft gehandhaafd, waarbij maximaal 30% van het totale gebruiksoppervlakte van de hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken behorende bij de woning als beroep of bedrijf aan huis mag worden gebruikt, tot een maximum van 80 m2; b. de bewoner uitsluitend zelf het beroep of bedrijf aan huis uitoefent; c. bedoeld gebruik geen hinder mag opleveren en geen onevenredige afbreuk mag doen aan het woonmilieu en woonkarakter van de wijk of buurt; d. de parkeerbalans in de directe woonomgeving niet onevenredig nadelig wordt of kan worden beïnvloed; e. het gebruik geen onevenredige nadelige invloed heeft op de normale afwikkeling van het verkeer; f. geen milieubelastende activiteit plaatsvindt als genoemd in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving of voldoende vaststaat dat de vestiging van de activiteit geen overwegende bezwaren van milieuhygiënische aard zal oproepen, gelet op de ligging, bedrijfsvoering en omvang van het bedrijf ten opzichte van de nabij gelegen woonbebouwing; g. door de uitoefening van het beroep of bedrijf aan huis mag het uiterlijk aanzien van de woning niet zodanig veranderen, dat de woning het karakter van een woning geheel of gedeeltelijk verliest; h. detailhandel en horeca zijn niet toegestaan, uitgezonderd internethandel en ondergeschikte detailhandel.

9.2.6 Voorzieningen ten behoeve van bedrijven, publieksgerichte dienstverlening, sportactiviteiten, voorzieningen voor cultuur en ontspanning en zelfstandige kantoren In aanvulling op het bepaalde in artikel 9.1 gelden de volgende regels: a. de functies als bedoeld in artikel 9.1 sub e, f, g, h en i zijn uitsluitend toegestaan op de onderste twee bouwlagen van gebouwen; b. de gezamenlijke bruto-vloeroppervlakte van de functies bedoeld in artikel 9.1 sub e, f, g, h en i bedraagt maximaal 26.000 m2 binnen de functie 'Ontwikkelveld'. 9.2.7 Detailhandel In aanvulling op het bepaalde in artikel 9.1 gelden de volgende regels: a. de functie kleinschalige detailhandel als bedoeld in artikel 9.1 sub j is uitsluitend toegestaan op de onderste twee bouwlagen van gebouwen; b. de gezamenlijke bruto-vloeroppervlakte van de functie kleinschalige detailhandel als bedoeld in artikel 9.1 sub j bedraagt maximaal 1.250 m2 binnen de functie 'Ontwikkelveld', overeenkomstig de verdeling in het in Bijlage 3 opgenomen Programma, met dien verstande dat de bruto-vloeroppervlakte per detailhandelsvestiging niet meer bedraagt dan 250 m2; c. de gezamenlijke bruto-vloeroppervlakte van de functie supermarkt als bedoeld in artikel 9.1 sub k bedraagt maximaal 2.000 m2.

TAM-omgev ingsplan Hoof dstuk 21b Het Nieuwe Rivium

29

9.2.8 Horeca a. de functie horeca behorend tot categorie 1, 2, 3 of 4 als bedoeld in artikel 9.1 sub l en m is uitsluitend toegestaan op de onderste twee bouwlagen van gebouwen; b. de gezamenlijke bruto-vloeroppervlakte van de functie horeca als bedoeld in artikel 9.1 sub l en m bedraagt maximaal 3.000 m2 binnen de functie 'Ontwikkelveld', overeenkomstig de verdeling in het in Bijlage 3 opgenomen Programma; c. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - binnengebied' zijn terrassen ten behoeve van de functie horeca niet toegestaan. 9.2.9 Maatschappelijk In aanvulling op het bepaalde in artikel 9.1 geldt dat de gezamenlijke bruto-vloeroppervlakte ten behoeve van de in artikel 9.1 sub n bedoelde functie maatschappelijke voorzieningen, maximaal 4.000 m2 bedraagt binnen de functie 'Ontwikkelveld'. 9.2.10 Onderwijs In aanvulling op het bepaalde in artikel 9.1 geldt dat de gezamenlijke bruto-vloeroppervlakte ten behoeve van de in artikel 9.1 sub o bedoelde functie onderwijs met bijbehorende voorzieningen, maximaal 2.600 m2 bedraagt. 9.2.11 Parkeren In aanvulling op het bepaalde in artikel 9.1 gelden de volgende regels: a. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - parkeren' zijn maximaal 11 parkeerplekken voor auto's toegestaan; b.

ter plaatse van de aanduiding 'parkeergarage - 1' is de functie parkeren als bedoeld in artikel 9.1 sub p uitsluitend toegestaan op de onderste bouwlaag van gebouwen; c. ter plaatse van de aanduiding 'parkeergarage - 2' is de functie parkeren als bedoeld in artikel 9.1 sub p uitsluitend toegestaan ondergronds en op de onderste twee bouwlagen van gebouwen. Het parkeren is niet zichtbaar vanaf het openbare gebied, met uitzondering van de locaties ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - inrit'; d. ter plaatse van de aanduiding 'parkeergarage - 3' is de functie parkeren als bedoeld in artikel 9.1 sub p toegestaan op alle bouwlagen met uitzondering van de begane grond. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - inrit' zijn in- en uitritten ten behoeve van het parkeren wel op de begane grond toegestaan; e. ter plaatse van de aanduiding 'parkeergarage - 4' is de functie parkeren als bedoeld in artikel 9.1 sub p uitsluitend toegestaan onder peil, waarbij het bepaalde in 3.70 onder d in acht moet worden genomen. 9.3 Omgevingsvergunning voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit voor het specifiek gebruik 9.3.1 Algemeen Een omgevingsvergunning voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit voor het specifiek gebruik wordt alleen verleend met inachtneming van het bepaalde in Artikel 22.

9.3.2 Bedrijf die niet genoemd is in de Staat van bedrijfsactiviteiten - functiemenging a. Het is verboden zonder omgevingsvergunning, in afwijking van het bepaalde in artikel 9.1 sub e, bedrijven te exploiteren die niet zijn genoemd in de in Bijlage 2 opgenomen Staat van bedrijfsactiviteiten - functiemenging; b. De omgevingsvergunning als bedoeld onder a wordt alleen verleend als wordt voldaan aan de volgende criteria: 1. het betrokken bedrijf kan naar aard en invloed op de omgeving geacht worden te behoren tot de in artikel 9.1 sub e genoemde milieucategorieën; 2. er ontstaat geen onevenredige hinder door parkeren en/of vervoersbewegingen. c. De volgende activiteiten zijn niet toegestaan: 1. het exploiteren van een ippc-installatie (Richtlijn industriële emissies); 2. activiteiten met externe veiligheidsrisico's Bijlage VII Bkl, met uitzondering van onderdeel A, niet zijnde LPG-tankstations; 3. activiteiten die op basis van artikel 5.78b Bkl in aanzienlijke mate geluid kunnen veroorzaken; 4. grootschalige detailhandel.

TAM-omgev ingsplan Hoof dstuk 21b Het Nieuwe Rivium

30

9.3.3 Uitwisselen aantal en type woningen a. Het is verboden zonder omgevingsvergunning, in afwijking van het bepaalde in artikel 9.2.2 sub c en 9.2.3 het aantal en de verschillende typen woningen te wijzigen. b. De omgevingsvergunning als bedoeld onder a wordt alleen verleend als wordt aangetoond dat voldaan wordt aan de volgende criteria: 1. het maximum aantal woningen binnen de functie 'Ontwikkelveld' bedraagt 5.000; 2. minimaal 10% van de woningen binnen de functie "Ontwikkelveld" wordt gerealiseerd als sociale huurwoningen, niet zijnde woningen ten behoeve van studentenwonen; 3. minimaal 40% van de woningen binnen de functie "Ontwikkelveld" wordt gerealiseerd als middeldure huurwoningen; 4. het maximum aantal woningen ten behoeve van studentenwonen binnen de functie 'Ontwikkelveld' bedraagt 500. 9.3.4 Wijzigen woningtypen a. Het is verboden zonder omgevingsvergunning een kleiner percentage woningen dan is bepaald in artikel 9.2.3 sub b, te gebruiken als middeldure huurwoning; b. De omgevingsvergunning als bedoeld onder a wordt alleen verleend als wordt voldaan aan het criterium dat het in mindering gebrachte percentage middeldure huurwoningen als koopwoningen wordt verkocht voor een bedrag kleiner of gelijk aan de betaalbaarheidsgrens. 9.3.5 Andere verdeling programma over bouwblokken a.

Het is verboden zonder omgevingsvergunning, in afwijking van het bepaalde in artikel 9.2.4 sub b, artikel 9.2.7 sub b en artikel 9.2.8 sub b een grotere oppervlakte aan functies te gebruiken dan is opgenomen in het Programma in Bijlage 3. b. De omgevingsvergunning als bedoeld onder a wordt alleen verleend als wordt voldaan aan het criterium dat de maximum bruto-vloeroppervlakte per functie binnen de functie 'Ontwikkelveld' gezamenlijk niet meer mag bedragen dan is opgenomen onder Totaal in het in Bijlage 3 opgenomen Programma. 9.3.6 Voorzieningen boven de onderste twee bouwlagen grenzend aan marktplein a. Het is verboden zonder omgevingsvergunning, in afwijking van het bepaalde in artikel 9.2.6 sub a, voorzieningen ten behoeve van bedrijven, publieksgerichte dienstverlening, sportactiviteiten en voorzieningen voor cultuur en ontspanning te realiseren op de 3e en 4e bouwlaag. b. De omgevingsvergunning als bedoeld onder a wordt alleen verleend als wordt voldaan aan de volgende criteria: 1. de voorzieningen zijn uitsluitend toegestaan in gebouwdelen grenzend aan de aanduiding 'specifieke vorm van groen - marktplein'; 2. de maximum bruto-vloeroppervlakte mag per functie gezamenlijk binnen de functie 'Ontwikkelveld' niet meer bedragen dan is opgenomen onder Totaal in het in Bijlage 3 opgenomen Programma; 3.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17128426/1