CConstaterende datCapelle aan den IJssel
Koppel je AI →
Document · PDF

08.05 - Bijlage 3.0 - Regels TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 21b Het Nieuwe Rivium

Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer 23 juni 2026, gemeente Capelle aan den IJsselBij agendapunt: Omgevingsplanwijziging Rivium, MER en monitoring MER, actualisatie parkeernormen 2025 en Beeldkwaliteitsplan Rivium32.940 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

TAM-omgev ingsplan Hoof dstuk 21b Het Nieuwe Rivium

55

19.10 Aanvraagvereisten omgevingsplanactiviteit bouwwerken en werk, niet zijnde een bouwwerk of werkzaamheid uitvoeren binnen een gebied met archeologische (verwachtings)waarde Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 14.3.1 sub a, 14.5.1 sub a, 15.3.1 sub a, 15.5.1 sub a, 16.3.1 sub a en 16.5.1 sub a, worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een rapport op basis van de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie en beoordelingsrichtlijn, waarin de archeologische waarde van de locatie, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van de archeologisch deskundige namens het college van burgemeester en wethouders, in voldoende mate is vastgesteld, dat is gebaseerd op: 1. een bureauonderzoek; 2. indien uit het bureauonderzoek blijkt dat nader onderzoek noodzakelijk is, dan wordt door het college van burgemeester en wethouders aangegeven in welke vorm dit onderzoek wordt uitgevoerd. Dit nader onderzoek kan bestaan uit een booronderzoek en/of een proefsleuvenonderzoek of proefputtenonderzoek en/of een opgraving; b. funderingstekeningen, waaronder een palenplan, waaruit de omvang en de diepte van de samenhangende bodemverstoringen blijken als gevolg van de bouwactiviteit; c.

als sprake is van een opgraving, ook als deze alleen bestaat uit een proefsleuvenonderzoek of een proefputtenonderzoek: een door de archeologisch deskundige, namens het college van burgemeester en wethouders, goedgekeurd programma van eisen voor de opgraving; d. als sprake is van een booronderzoek: een door het college van burgemeester en wethouders goedgekeurd plan van aanpak voor het booronderzoek; e. als sprake is van een archeologische (verwachtings)waarde onderwater: een vlakdekkende hoge resolutie sonaropname van de waterbodem en ultrahoge resolutie sonaropnamen van details. 19.11 Aanvraagvereisten hoogbouw In aanvulling op artikel 22.35 van dit omgevingsplan worden bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken voor een gebouw met een bouwhoogte van meer dan 15 meter in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een windhinderonderzoek dat tenminste bevat: 1. een windhinderonderzoek uitgevoerd met behulp van een Computational Fluid Dynamics-model (CFD-model) of een gelijkwaardige methode; 2. een beschrijving van de uitgangspunten van het windonderzoek; 3. een beschrijving van de onderzochte varianten; 4. een situatietekening van het onderzoeksgebied; 5. een beschrijving van het onderzoeksgebied, waaronder het maaiveld en het tweede maaiveld; 6.

een beoordeling van het windklimaat in de toegankelijke buitenruimte; 7. een beoordeling van het windklimaat op het maaiveld in de openbare ruimte; 8. een beoordeling van het windklimaat op het tweede maaiveld van het bouwvlak; 9. een toetsing aan de norm NEN 8100; 10. een toetsing aan paragraaf 7.2.3 van het Beeldkwaliteitsplan plus; 11. een beschrijving van maatregelen ter verbetering van het windklimaat indien de drempelwaarden worden overschreden; 12. een visualisatie van de resultaten van het windonderzoek. b. een bezonningsstudie dat tenminste bevat: 1. een beschrijving van de uitgangspunten van de bezonningsstudie; 2. een situatietekening van het onderzoeksgebied; 3. een beschrijving van het onderzoeksgebied, waaronder: het maaiveld van de openbare ruimte; opgetilde maaivelden; daken; (opgetilde) binnengebieden van bouwvlakken; 4. een analyse van de bezonning van de toegankelijke buitenruimte; 5. een beoordeling van het aantal zonuren in de toegankelijke buitenruimte; 6. een beoordeling van de bezonning op het maaiveld in de openbare ruimte; 7. een beoordeling van de bezonning op het tweede maaiveld van bouwvlakken; 8. een beoordeling van de bezonning van daken en binnengebieden;

TAM-omgev ingsplan Hoof dstuk 21b Het Nieuwe Rivium

56

9. een toetsing aan de drempelwaarden voor zonuren zoals opgenomen in paragraaf 7.2.1 van het Beeldkwaliteitsplan plus; 10. een toetsing aan de in het Beeldkwaliteitsplan plus opgenomen indicatie van zonnige gebieden en mogelijke specifieke sun spots op kritische plekken; 11. een visualisatie van de bezonningsresultaten; 12. een beschrijving van maatregelen ter verbetering van de bezonning indien de drempelwaarden worden overschreden. 19.12 Aanvraagvereisten voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit bouwwerken In aanvulling op artikel 22.35 van dit omgevingsplan worden bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken als bedoeld in artikel 20 in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een beschrijving van de stedenbouwkundige inpassing van het bouwplan, waarin wordt aangetoond dat geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan: 1. het samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; 2. de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving; b. een situatietekening, schaal 1:500, waarop in ieder geval is aangegeven: 1. de bestaande en nieuwe situatie; 2. de maatvoering van het bouwwerk; 3. hoogte van de begane grondvloer ten opzichte van NAP: 4. de afstanden van het gebouw / de gebouwen ten opzichte van de perceelgrenzen; 5. de omliggende bebouwing; c. een hoogte- en massastudie, bestaande uit: 1.

doorsneden, schaal 1:100 of 1:200, volledig voorzien van maatvoering; 2. gevelaanzichten; 3. een 3D-visualisatie of volumestudie waarmee de ruimtelijke effecten van de hoogteafwijking inzichtelijk worden gemaakt. d. een beschrijving van de gevolgen voor: 1. bezonning; 2. windhinder; 3. privacy; 4. uitzicht; e. een beschrijving van de gevolgen voor: 1. verkeersveiligheid; 2. ontsluiting; 3. parkeren; 4. langzaam verkeer; f. een beschrijving van de gevolgen voor: 1. sociale veiligheid; 2. zichtlijnen; 3. openbare ruimte; g. een beschrijving van de gevolgen voor: 1. omliggende percelen; 2. toekomstige ontwikkelmogelijkheden. 19.13 Aanvraagvereisten omgevingsplanactiviteit, voor zover het gaat om een geluidgevoelig gebouw Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.2.2 worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een akoestisch onderzoek naar het geluid op de gevels van het geluidgevoelig gebouw, waarin is opgenomen: 1. het geluid per relevante geluidbron, waaronder wegverkeer en industrielawaai, uitgedrukt in: Lden voor wegverkeer; dB(A), Lden en/of Lnight voor industrielawaai, afhankelijk van het type industrieterrein; 2. het gezamenlijke geluid op de gevels; 3. de gehanteerde rekenmethodiek, conform de geldende wettelijke rekenvoorschriften; 4.

de gehanteerde invoergegevens en uitgangspunten, waaronder verkeersintensiteiten, brongegevens en het gehanteerde peiljaar;

TAM-omgev ingsplan Hoof dstuk 21b Het Nieuwe Rivium

57

b. een overzicht van het geluid op alle gevels van het gebouw, bestaande uit: 1. een tabel met het berekende geluid per gevel en per geveldeel; 2. tekeningen waarop het geluid per gevel(deel) is weergegeven; 3. een aanduiding van de hoogst en laagst geluidbelaste gevel. c. een expliciete toetsing waaruit blijkt: 1. of wordt voldaan aan de standaardwaarden, bedoeld in artikel 22.2.2 sub a; 2. indien niet wordt voldaan aan de standaardwaarden: of wordt voldaan aan de grenswaarden, bedoeld in artikel 22.2.2 sub c; d. indien het geluid hoger is dan de standaardwaarden, bedoeld in artikel 22.2.2 sub a: 1. een aanduiding van de geluidluwe gevel of gevels; 2. een onderbouwing dat elke woning beschikt over: ten minste één geluidluwe gevel; ten minste één slaapkamer die is gesitueerd aan een geluidluwe gevel; 3. indien sprake is van een (gemeenschappelijke) buitenruimte: een beschrijving en situering van de geluidluwe buitenruimte, inclusief het bijbehorende geluid; 19.14 Aanvraagvereisten omgevingsplanactiviteit, voor zover het gaat om een overschrijding van waarden bij een geluidgevoelig gebouw Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.2.3 worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een onderbouwing van de toegepaste afwijkingsgrond; b. een berekening van het verschil in geluid tussen de hoogst en laagst geluidbelaste gevel; c.

een beschrijving van de getroffen bouwkundige maatregelen; d. situatietekeningen waarop deze maatregelen zijn weergegeven; e. een akoestische onderbouwing van het effect van deze maatregelen; f. indien sprake is van overschrijding van de grenswaarden, bedoeld in artikel 22.2.2 sub c: 1. een beschrijving van de toe te passen bouwkundige maatregelen, waaronder dove gevels; 2. situatietekeningen waarop de betreffende gevels of geveldelen zijn aangegeven; 3. een onderbouwing dat deze gevels of geveldelen voldoen aan de eisen voor niet-geluidgevoelige gevels; g. een berekening van het gezamenlijke geluid op de gevels, waarin is opgenomen: 1. de bijdrage per geluidbron; 2. het totale geluid per gevel. 19.15 Aanvraagvereisten omgevingsplanactiviteit binnen milieuzone - bodem 1 en milieuzone - bodem 2 Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld artikel 22.5.2 en artikel 22.6.2 worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een situatietekening waarop is aangegeven: 1. de begrenzing van het onderzoeksgebied; 2. de locatie van de voorgenomen werkzaamheden; b. een beschrijving van de voorgenomen werkzaamheden; c. een beschrijving van maatregelen conform het Raamsaneringsplan Rivium Zuid Capelle aan den IJssel.

19.16 Aanvraagvereisten omgevingsplanactiviteit tuinen op maaiveld binnen milieuzone bodem 1 en milieuzone - bodem 2 Bij een aanvraag omgevingsvergunning als bedoeld in de artikelen 22.5.3 en 22.6.3 worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een bodemonderzoek waaruit de kwaliteit van de bodem blijkt conform NEN 5740; b. een onderzoek naar de dikte en kwaliteit van de leeflaag. 19.17 Aanvraagvereisten gebruik geurgevoelige gebouwen binnen milieuzone - geur 2 Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.9.2 worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een rapportage van de toe te passen technische maatregelen waaruit blijkt dat zij geuroverlast beperken.

TAM-omgev ingsplan Hoof dstuk 21b Het Nieuwe Rivium

58

19.18 Aanvraagvereisten omgevingsplanactiviteit gevoelige bouwwerken binnen magneetvelden Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.13.2 worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: b. een onderzoek naar de magnetische veldsterkte als gevolg van schakel- en transformatorstations; c. het onderzoek bevat in ieder geval: 1. een beschrijving van de bron van de magnetische velden, waaronder: type installatie; vermogen; situering; 2. een situatietekening waarop is aangegeven: de locatie van de schakel- en transformatorstations; de omliggende functies wonen en kinderdagverblijven; 3. een berekening van de magnetische veldsterkte; 4. een weergave van de 0,4 microtesla-contour; 5. een beschrijving van de gehanteerde rekenmethodiek; d. indien van toepassing, een beschrijving van maatregelen om de magnetische veldsterkte te beperken. 19.19 Aanvraagvereisten kostenverhaalsbeschikking a. De initiatiefnemer doet bij burgemeester en wethouders een aanvraag voor een kostenverhaalsbeschikking als bedoeld in artikel 23. De aanvraag bevat: 1. naam aanvrager, huidig woonadres, emailadres en telefoonnummer; 2. (optioneel) gegevens tweede aanvrager; 3. datum start activiteit; 4. locatie van de activiteit - met zo nodig een verkavelingskaart - met aanduiding van de te realiseren bouwactiviteiten per subcategorie en de bijbehorende aantallen; 5.

overzicht van door de aanvrager gemaakte kosten, zoals voorzien in dit omgevingsplan of de omgevingsvergunning. b. Burgemeester en wethouders brengen op de berekende geldsom de kosten die de aanvrager heeft voldaan in mindering. c. Burgemeester en wethouders bepalen of en welke zekerheden worden gesteld voor de start van de activiteit als er niet is betaald op dat moment.

TAM-omgev ingsplan Hoof dstuk 21b Het Nieuwe Rivium

59

Artikel 20 Algemene omgevingsvergunning voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit voor het bouwen a. Het is verboden zonder omgevingsvergunning, in afwijking van de in dit hoofdstuk 21b opgenomen regels: 1. de voorgeschreven maximum hoogte te overschrijden met niet meer dan 10%, maar met niet meer dan 5 m; 2. de maximaal toegestane bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, te vergroten en toestaan dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, wordt vergroot: ten behoeve van kunstwerken, geen gebouw zijnde, tot niet meer dan 40 m; ten behoeve van waarschuwings- en/of communicatiemasten tot niet meer dan 50 m; ten behoeve van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde, tot niet meer dan 15 m. b. De omgevingsvergunning als bedoeld onder a wordt alleen verleend als wordt aangetoond dat er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan: 1. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; 2. een aanvaardbare woon- en leefsituatie; 3. de verkeersveiligheid; 4. de sociale veiligheid; 5. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en/of bouwwerken.

TAM-omgev ingsplan Hoof dstuk 21b Het Nieuwe Rivium

60

Artikel 21

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waarvoor omgevingsvergunning is verleend en waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

TAM-omgev ingsplan Hoof dstuk 21b Het Nieuwe Rivium

61

Artikel 22

Normstelling milieu en omgeving

22.1 Toepassingsbereik Dit artikel is van toepassing voor zover dat in artikel 6 tot en met 11 van dit deel van het omgevingsplan is bepaald. 22.2

Geluid

22.2.1 Toepassingsbereik De regels in dit lid gelden bij een omgevingsplanactiviteit voor het bouwen en gebruiken van een geluidgevoelig gebouw. 22.2.2 Waarden geluid bij wegen en industrieterreinen a. Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, zoals aangegeven in artikel 22.2.1, wordt de omgevingsvergunning verleend onder de voorwaarde dat het geluid van een weg of een industrieterrein op de gevels van de te bouwen en in gebruik te nemen geluidgevoelige gebouwen niet meer bedraagt dan de standaardwaarde, genoemd in de onderstaande tabel: Geluidbronsoort Provinciale wegen en Rijkswegen Gemeentewegen en waterschapswegen Industrieterreinen

Standaardwaarde 50 Lden 53 Lden 50 dB(A)

b. Als het geluid van een weg of een industrieterrein op gevels van de te bouwen en in gebruik te nemen geluidgevoelige gebouwen meer bedraagt dan de standaardwaarde, wordt de omgevingsvergunning alleen verleend onder de voorwaarde dat: 1. de betreffende woningen ieder minimaal 1 geluidluwe gevel hebben, en 2. indien de betreffende woningen over individuele buitenruimte(n) beschikken, de buitenruimte geluidluw is, en 3. de betreffende woningen ten minste 1 slaapkamer hebben die is gesitueerd aan een geluidluwe gevel. c. Het geluid van een weg of een industrieterrein op gevels van de te bouwen en in gebruik te nemen geluidgevoelige gebouwen mag niet meer bedragen dan de grenswaarde, genoemd in de onderstaande tabel: Geluidbronsoort Provinciale wegen en Rijkswegen Gemeentewegen en waterschapswegen Industrieterreinen met geluidproductieplafonds Industrieterreinen Wet geluidhinder zonder geluidproductieplafonds

Grenswaarde 60 Lden 70 Lden 55 Lden en 45 Lnight totaal 55 dB(A) per industrieterrein

22.2.3 Vergunningplicht a. Het is verboden zonder omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in artikel 22.2.2, sub b, onder 1; b. Het is verboden zonder omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in artikel 22.2.2, sub b, onder 2; c. Het is verboden zonder omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in artikel 22.2.2, sub c. 22.2.4 Beoordelingsregels a. Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.2.3 sub a wordt uitsluitend verleend indien: 1. het gecumuleerde geluid bij de minst geluidbelaste gevel ten minste 10 dB lager is dan het gecumuleerde geluid op de hoogst geluidbelaste gevel; of 2. een geluidluwe gevel wordt gecreëerd met een afgeschermde buitenruimte, bijvoorbeeld door

TAM-omgev ingsplan Hoof dstuk 21b Het Nieuwe Rivium

62

middel van een bouwkundige constructie zoals serres of afsluitbare balkons; of 3. een geluidluw geveldeel wordt gecreëerd als niet voldaan kan worden aan het bepaalde onder 1 en 2, in welk geval in aanvulling op het bepaalde in artikel 22.2.2, sub b onder 3, ten minste 1 slaapkamer aan dit geluidluwe geveldeel gesitueerd is. b. Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.2.3 sub b wordt uitsluitend verleend indien: 1. een bouwkundige constructie wordt getroffen om een geluidluwe buitenruimte te creëren, zoals volledig of gedeeltelijk afgeschermde balkons (loggia's); 2. een aan sub 1 akoestisch gelijkwaardige maatregel wordt getroffen indien voldaan wordt aan de voorwaarde dat met de gelijkwaardige maatregel ten minste hetzelfde resultaat wordt bereikt. Onder een gelijkwaardige maatregel wordt ook verstaan het realiseren van een gemeenschappelijke geluidluwe buitenruimte, als niet voorzien kan worden in een eigen geluidluwe buitenruimte. De oppervlakte van de gemeenschappelijke buitenruimte is 1 m2 per woning die van de gemeenschappelijke buitenruimte gebruik maakt met een minimum van 100 m2. c. Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.2.3 sub c wordt uitsluitend verleend indien voldaan wordt aan de voorwaarde dat een niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen gerealiseerd wordt bij die gevel(delen) waar de grenswaarde wordt overschreden.

22.2.5 Waarden gezamenlijk geluid a. Het gezamenlijk geluid op een geluidgevoelig gebouw is niet hoger dan de waarde aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'geluidnorm in dB'. b. De waarde voor het gezamenlijk geluid, zoals aangegeven onder a, geldt uitsluitend daar waar de standaardwaarde wordt overschreden. c. Daar waar de betonmortelcentrale gevestigd aan de Schaardijk 509 te Rotterdam bepalend is voor het gezamenlijk geluid wordt ter berekening van het binnenniveau het standaardspectrum van industrielawaai niet toegepast. Het maatgevende spectrum kan lokaal enigszins variëren en is afkomstig van het zonemodel Stormpolder. 22.3

Geluid door windturbines

22.3.1 Toepassingsbereik a. De regels in dit lid zijn van toepassing op het geluid door het opwekken van elektriciteit met een windturbine met een rotordiameter van meer dan 2 m, bedoeld in artikel 3.11 van het Besluit activiteiten leefomgeving, op de gevels van een geluidgevoelig gebouw. b. Deze regels zijn niet van toepassing voor zover het gaat om een windpark met 3 of meer windturbines. 22.3.2 Waarden windturbines In afwijking van het bepaalde in artikel 22.76 van dit omgevingsplan is het geluid door het opwekken van elektriciteit met een windturbine op de gevels van een geluidgevoelig gebouw ten hoogste 49 Lden en 42 Lnight . 22.4

Geur door het exploiteren van zuiveringtechnische werken

22.4.1 Toepassingsbereik De regels in dit lid zijn van toepassing op het exploiteren van een zuiveringtechnisch werk, bedoeld in artikel 3.173 van het Besluit activiteiten leefomgeving. 22.4.2 Waarde zuiveringtechnisch werk Met het oog op het voorkomen of het beperken van geurhinder is in aanvulling op het bepaalde in artikel 22.122 van dit omgevingsplan de geur op een geurgevoelig object niet hoger dan 0,5 OUE/m3. 22.5

milieuzone - bodem 1

22.5.1 Toepassingsbereik De regels in dit lid gelden bij een omgevingsplanactiviteit.

TAM-omgev ingsplan Hoof dstuk 21b Het Nieuwe Rivium

63

22.5.2 Maatregelen voor milieuhygiënische bodemkwaliteit Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit of op een activiteit voor het uitvoeren van een werk, niet zijnde bouwwerk, of werkzaamheid uitvoeren, zoals aangegeven in artikel 22.5.1, wordt de omgevingsvergunning verleend onder de voorwaarde dat ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - bodem 1' voldaan wordt aan de bepalingen zoals opgenomen in paragraaf 7.2 van het Raamsaneringsplan Rivium Zuid Capelle aan den IJssel. 22.5.3 Vergunningplicht Ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - bodem 1' is het verboden zonder omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, niet zijnde een bouwwerk of werkzaamheid, tuinen op maaiveld aan te leggen. 22.5.4 Beoordelingsregel Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.5.3 wordt uitsluitend verleend indien middels een onderzoek naar de dikte en kwaliteit van de leeflaag is aangetoond dat de bovenste 0,50 m van de leeflaag voldoet aan de loodnorm voor gevoelig gebruik. 22.6

milieuzone - bodem 2

22.6.1 Toepassingsbereik De regels in dit lid gelden bij een omgevingsplanactiviteit. 22.6.2 Maatregelen voor milieuhygiënische bodemkwaliteit Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit of op een activiteit voor het uitvoeren van een werk, niet zijnde bouwwerk, of werkzaamheid uitvoeren, zoals aangegeven in artikel 22.6.1, wordt de omgevingsvergunning verleend onder de voorwaarde dat ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - bodem 2' voldaan wordt aan de bepalingen zoals opgenomen in paragraaf 7.3 van het Raamsaneringsplan Rivium Zuid Capelle aan den IJssel. 22.6.3 Vergunningplicht Ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - bodem 2' is het verboden zonder omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, niet zijnde een bouwwerk of werkzaamheid tuinen op maaiveld aan te leggen. 22.6.4 Beoordelingsregel Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.6.3 wordt uitsluitend verleend indien middels een onderzoek naar de dikte en kwaliteit van de leeflaag is aangetoond dat de bovenste 0,50 m van de leeflaag voldoet aan de loodnorm voor gevoelig gebruik. 22.7

milieuzone - bodemenergie

22.7.1 Toepassingsbereik De regels in dit lid zijn van toepassing op bodemenergiesystemen. 22.7.2 Gebruiksregels bodemenergiesystemen Er dient voldaan te worden aan de bepalingen zoals opgenomen in hoofdstuk 2 van het Rivium Capelle aan den IJssel Bodemenergieplan. 22.8

milieuzone - geur 1

22.8.1 Toepassingsbereik De regels in dit lid gelden bij een omgevingsplanactiviteit, voor zover het gaat om een geurgevoelig gebouw. 22.8.2 Verbod Ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - geur 1' mogen geen nieuwe geurgevoelige gebouwen worden gebruikt.

TAM-omgev ingsplan Hoof dstuk 21b Het Nieuwe Rivium

64

22.9

milieuzone - geur 2

22.9.1 Toepassingsbereik De regels in dit lid gelden bij een omgevingsplanactiviteit, voor zover het gaat om een geurgevoelig gebouw. 22.9.2 Vergunningplicht Het is verboden zonder omgevingsvergunning geurgevoelige gebouwen te gebruiken ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - geur 2'. 22.9.3 Beoordelingsregel Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.9.2 wordt uitsluitend verleend indien is aangetoond dat er redelijkerwijs voldoende technische maatregelen worden getroffen ter beperking van geuroverlast. 22.10

milieuzone - omgevingsveiligheid

22.10.1 Verbod Ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - omgevingsveiligheid' mogen geen zeer kwetsbare gebouwen en kwetsbare gebouwen en locaties worden gebruikt. 22.11

Windhinder

22.11.1 Toepassingsbereik De regels in dit lid gelden bij een omgevingsplanactiviteit. 22.11.2 Waarden windhinder Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit bouwwerk als bedoeld in artikel 22.11.1, dient bij een gebouw met een bouwhoogte hoger dan 15 m aangetoond te worden dat er sprake is van een acceptabel windklimaat zoals bepaald in paragraaf 7.2.3 van het Beeldkwaliteitsplan plus. 22.12

Bezonning

22.12.1 Toepassingsbereik De regels in dit lid gelden bij een omgevingsplanactiviteit. 22.12.2 Waarden bezonning Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit bouwwerk als bedoeld in artikel 22.12.1, dient aangetoond te worden dat er sprake is van een acceptabele bezonning zoals bepaald in paragraaf 7.2.1 van het Beeldkwaliteitsplan plus. 22.13

Magneetvelden

22.13.1 Toepassingsbereik De regels in dit lid gelden bij een omgevingsplanactiviteit. 22.13.2 Waarden magneetvelden Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit bouwwerk als bedoeld in artikel 22.13.1, dient aangetoond te worden dat het magneetveld als gevolg van schakel- en transformatorstations op de functies wonen en kinderdagverblijf niet meer bedraagt dan 0,4 microtesla jaargemiddeld. 22.14

Energieopslagsystemen

22.14.1 Toepassingsbereik De regels in dit lid gelden bij een omgevingsplanactiviteit.

TAM-omgev ingsplan Hoof dstuk 21b Het Nieuwe Rivium

65

22.14.2 Vergunningplicht Het is verboden zonder omgevingsvergunning een energieopslagsysteem of opslag van lithiumhoudende energiedragers, als bedoeld in de Richtlijn PGS 37-1 en PGS 37-2, te plaatsen of te bouwen en in gebruik te nemen. 22.14.3 Beoordelingsregel Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit bouwwerk als bedoeld in artikel 22.14.2 wordt alleen verleend als het energieopslagsysteem of de opslag van lithiumhoudende energiedragers als bedoeld in artikel 22.14.2: a. uit oogpunt van omgevingsveiligheid aanvaardbaar is, op grond van (en na toepassing van) de Rekenmethode omgevingsveiligheid lithiumhoudende energiedragers | RIVM; b. voldoet aan de eisen van Richtlijnen PGS 37-1 en PGS 37-2 of de rechtsopvolger(s) daarvan; c. uit oogpunt van geluidhinder aanvaardbaar is, blijkend uit een akoestisch onderzoek dan wel voldoende gedetailleerde akoestische informatie over het opslagsysteem dan wel energiedrager; en d. anderszins uit oogpunt van het bereiken of behouden van een goed woon- en leefklimaat aanvaardbaar is; e. voldoet aan de elders in dit plan opgenomen bouwregels. 22.15

Parkeren

22.15.1 Toepassingsbereik De regels in dit lid gelden bij een omgevingsplanactiviteit. 22.15.2 Instandhoudingsverplichting parkeerplaatsen Het aantal parkeerplaatsen voor auto's zoals in het omgevingsplan of in een omgevingsvergunning is bepaald, wordt in stand gehouden. 22.15.3 Beoordelingsregels parkeernormen voor vergunningplichtige activiteiten a. Voor activiteiten die het gebruik van gronden en bouwwerken of de omvang van het gebruik op gronden en van bouwwerken wijzigen en waarvoor op grond van dit deel van het omgevingsplan een verbod behoudens omgevingsvergunning geldt, wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid voor auto en fiets; b. Van voldoende parkeergelegenheid is sprake als wordt voldaan aan de op het moment van aanvraag vigerende beleidsregeling 'Parkeernormen Rivium'. 22.15.4 Beoordelingsregels laden en lossen voor vergunningplichtige activiteiten a. Voor activiteiten die het gebruik van gronden en bouwwerken of de omvang van het gebruik op gronden en van bouwwerken wijzigen en waarvoor op grond van dit deel van het omgevingsplan een verbod behoudens omgevingsvergunning geldt, wordt voorzien in voldoende ruimte voor het laden en lossen; b.

Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van artikel 22.15.4 onder a, indien de structuur van de omgeving daartoe aanleiding geeft en geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de bereikbaarheid en verkeersveiligheid.

TAM-omgev ingsplan Hoof dstuk 21b Het Nieuwe Rivium

66

Artikel 23

Kostenverhaal

23.1 Begripsbepaling In dit artikel wordt verstaan onder bouwactiviteit: bouwactiviteit als bedoeld in artikel 8.13 van het Omgevingsbesluit. 23.2

Algemene regels

23.2.1 Raming van de inbrengwaarde a. De raming van de inbrengwaarde van huidige bebouwde gronden wordt vastgesteld met overeenkomstige toepassing van artikel 8.17 lid 1 onder b Omgevingsbesluit. b. De inbrengwaarde in lid a wordt verhoogd met sloopkosten, saneringskosten en grondwerk als daar sprake van is. c. De inbrengwaarde in lid b en overige kosten zijn gebaseerd op marktconforme uitgangspunten. d. De inbrengwaarde van de huidige openbare ruimte wordt vastgesteld met overeenkomstige toepassing van artikel 8.17 lid 1 onder a Omgevingsbesluit. 23.2.2 Kostenverdeling ten dele profijt De kosten waarvan een kostenverhaalsgebied ten dele profijt heeft worden naar rato van het aantal m2 bruto-vloeroppervlakte toegerekend aan het kostenverhaalsgebied. 23.2.3 Verdeling van de kosten over de bouwactiviteiten a. De kosten van het openbaar gebied worden over de bouwactiviteiten verdeeld door de opbrengsten van de grond per activiteit te delen door de totale opbrengsten van de gronden in het kostenverhaalsgebied en te vermenigvuldigen met het totaal van de te verhalen kosten. b. Ten behoeve van het berekenen van de opbrengsten van de grond worden de in artikel 8.13 Omgevingsbesluit aangewezen categorieën activiteiten voor elk kostenverhaalsgebied onderverdeeld in subcategorieën. c. Per subcategorie geldt: 1. de standaardeenheid is woningaantal of woningequivalenten; 2.

de opbrengst van de grond per standaardeenheid is berekend met toepassing van de residuele methode daar waar het marktwoningen betreft met als minimum de grondprijs van de sociale huurwoningen; 3. voor de sociale huurwoningen worden de grondprijzen uit de regio gebruikt. d. De opbrengst van de grond per kostenverhaalsplichtige activiteit en de totale opbrengsten van de gronden in het kostenverhaalsgebied worden berekend door het aantal te realiseren standaardeenheden te vermenigvuldigen met de berekende opbrengst per standaardeenheid voor de subcategorie waarin de bouwactiviteiten vallen. e. Onder opbrengsten worden mede begrepen de waardevermeerdering van de te handhaven opstallen. f. De kostenverhaalsbijdrage wordt berekend tot een maximum van de waardevermeerderingstoets die optreedt of op zal treden als gevolg van de bouwactiviteit. 23.2.4 Raming plankosten Bij de raming van de kosten per kostenverhaalsgebied wordt in dit omgevingsplan voor de plankosten uitgegaan van het bedrag aan plankosten dat ten hoogste kan worden verhaald op grond van hoofdstuk 13.2.1a van de Omgevingsregeling. 23.2.5 Eindafrekening a. Binnen drie maanden na het uitvoeren van de in een kostenverhaalsgebied voorziene activiteiten, werken, werkzaamheden en maatregelen stellen burgemeester en wethouders bij beschikking een eindafrekening van het kostenverhaal in het kostenverhaalsgebied vast. b.

Bij de eindafrekening wordt de bij de kostenverhaalsbeschikking vastgestelde kostenverhaalsbijdrage opnieuw berekend op basis van de daadwerkelijke kosten van de voorziene werken, werkzaamheden en maatregelen en de daadwerkelijke verdeling van de opbrengsten over de activiteiten conform artikel 23.2.1, artikel 23.2.2 en artikel 23.2.3. c. De nieuw berekende kostenverhaalsbijdrage in lid b wordt contant gemaakt naar het tijdstip van het vaststellen van de beschikking.

TAM-omgev ingsplan Hoof dstuk 21b Het Nieuwe Rivium

67

d. Als uit de nieuw berekende kostenverhaalsbijdrage volgt dat de gemeente een gedeelte van de eerder betaalde kostenverhaalsbijdrage moet terugbetalen, wordt die geldsom vermeerderd met de rente tot het moment waarop de eindafrekening plaats vindt. e. De gemeente kan de in lid d berekende geldsom betalen aan een andere belanghebbende dan degene op wiens naam is betaald, als het volgende wordt overgelegd aan de gemeente: 1. een bewijs dat diegene recht heeft op de terugbetaling; 2. naam, adres, telefoonnummer en rekeningnummer van de andere belanghebbende. 23.2.6 Tussentijdse eindafrekening a. Degene die ten tijde van betaling van de kostenverhaalsbijdrage als bedoeld in artikel 19.19 houder was van de desbetreffende omgevingsvergunning, of diens rechtsopvolger kan burgemeester en wethouders als tenminste vijf jaar verstreken zijn na betaling van de kostenverhaalsbijdrage verzoeken om een eindafrekening als bedoeld in artikel 13.20, vierde lid van de Omgevingswet. b. Op eindafrekeningen op verzoek als bedoeld in het eerste lid wordt jaarlijks in mei door burgemeester en wethouders beslist, als de verzoeken ten minste 8 weken voor die datum schriftelijk zijn ontvangen. c. Bij een verzoek om eindafrekening worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: 1. een kopie van de kostenverhaalsbeschikking; 2.

als het verzoek wordt ingediend door een andere belanghebbende dan degene op wiens naam is betaald: een bewijs dat de verzoeker recht heeft op de terugbetaling; 3. naam, adres, telefoonnummer en rekeningnummer van verzoeker. d. Een eindafrekening op verzoek wordt vastgesteld met overeenkomstige toepassing van artikel 23.2.5. e. Na een tussentijdse eindafrekening kan geen aanspraak meer gemaakt kan worden op een nieuwe eindafrekening. 23.2.7 Indexering Bij het vaststellen van een kostenverhaalsbeschikking en de eindafrekening of de tussentijdse eindafrekening wordt het kostenplafond en de opbrengst per activiteit geïndexeerd conform het laatste vastgestelde plafond en opbrengst per categorie. 23.2.8 Discontering Bij het vaststellen van een kostenverhaalsbeschikking en de eindafrekening of de tussentijdse eindafrekening wordt de nieuw berekende bijdrage verdisconteerd met de gemiddelde discontovoet tussen de vaststelling van de beschikking en de datum van de eindafrekening of de tussentijdse eindafrekening. 23.2.9 Rente Als bij een eindafrekening of een tussentijdse eindafrekening terugbetaling plaatsvindt, wordt het terug te betalen bedrag zoals bepaald bij de eindafrekening of de tussentijdse eindafrekening verhoogd met een samengestelde gemiddelde rente tussen de vaststelling van de beschikking en de datum van de eindafrekening of de tussentijdse eindafrekening.

23.2.10 Substitutie Bij herziening van het programma van de subcategorieën van een (deel van een) bouwblok, mogen tot de start van de bouw wijzigingen worden doorgevoerd met minimaal de geraamde kostenverhaalsbijdrage van het blok en de kostenverhaalsbijdrage per subcategorie. 23.3

kostenverhaalsgebied - Rivium Transformatie

23.3.1 Tijdvak Voor het in dit lid genoemde kostenverhaalsgebied is geen tijdvak vastgesteld. 23.3.2 Inbrengwaarde van de openbare ruimte De inbrengwaarde van de openbare ruimte is de NCW van de inbrengwaarde, conform de volgende tabel:

TAM-omgev ingsplan Hoof dstuk 21b Het Nieuwe Rivium

68

23.3.3 Kosten die ten dele worden toegerekend De kosten die ten dele worden toegerekend aan verschillende kostenverhaalsgebieden zijn totaal geraamd op € 34.494.334 NCW. De kosten worden toegerekend op basis van de onderstaande tabel:

23.3.4 Overige kosten Het totaal van de overige kosten bedraagt € 29.772.085 voor kostenverhaalsgebied Rivium Transformatie:

23.3.5 Opbrengsten De grondopbrengsten voor de verschillende bouwactiviteiten in het kostenverhaalsgebied Rivium Transformatie zijn op NCW als volgt:

TAM-omgev ingsplan Hoof dstuk 21b Het Nieuwe Rivium

69

23.3.6 Maximum totaal kostenverhaal Het maximum van de globaal te verhalen kosten als geheel is als volgt:

23.3.7 Maximum kostenverhaal per bouwactiviteit Op prijspeil 1-1-2025 is de NCW van het kostenplafond per bouwactiviteit als volgt:

23.4

kostenverhaalsgebied - Quadrant

23.4.1 Kostenverhaalsgebieden De artikelen in deze paragraaf zijn van toepassing op het kostenverhaalsgebied Quadrant ter plaatse van de aanduiding 'kostenverhaalsgebied - Quadrant'. 23.4.2 Tijdvak Voor het in dit lid genoemde kostenverhaalsgebied is geen tijdvak vastgesteld. 23.4.3 Inbrengwaarde van de openbare ruimte De inbrengwaarde van de openbare ruimte is de NCW van de inbrengwaarde, conform de volgende tabel:

TAM-omgev ingsplan Hoof dstuk 21b Het Nieuwe Rivium

70

23.4.4 Kosten die ten dele worden toegerekend De kosten die ten dele worden toegerekend aan verschillende kostenverhaalsgebieden zijn totaal geraamd op € 34.494.334 NCW. De kosten worden toegerekend op basis van de onderstaande tabel:

23.4.5 Overige kosten Het totaal van de overige kosten bedraagt € 2.518.794 voor kostenverhaalsgebied Quadrant:

23.4.6 Opbrengsten Voor kostenverhaalsgebied Quadrant zijn alleen grondopbrengsten voorzien uit een waardestijging van de kantoren van € 1.992.864. 23.4.7 Maximum totaal kostenverhaal Het maximum van de globaal te verhalen kosten als geheel is als volgt:

23.4.8 Maximum kostenverhaal per bouwactiviteit Op prijspeil 1-1-2025 is de NCW van het kostenplafond per bouwactiviteit als volgt:

TAM-omgev ingsplan Hoof dstuk 21b Het Nieuwe Rivium

71

TAM-omgev ingsplan Hoof dstuk 21b Het Nieuwe Rivium

72

Hoofdstuk 4

Artikel 24

Overgangsregels

Overgangsrecht planologisch gebruik

a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van dit deel van het omgevingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met dit deel van het omgevingsplan strijdige gebruik, bedoeld in sub a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dit deel van het omgevingsplan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in sub a, na het tijdstip van inwerkingtreding van dit deel van het omgevingsplan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Sub a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

TAM-omgev ingsplan Hoof dstuk 21b Het Nieuwe Rivium

73

TAM-omgev ingsplan Hoof dstuk 21b Het Nieuwe Rivium

74

Bijlagen bij regels

TAM-omgev ingsplan Hoof dstuk 21b Het Nieuwe Rivium

75

TAM-omgev ingsplan Hoof dstuk 21b Het Nieuwe Rivium

76

Bijlage 1 Staat van bedrijfsactiviteiten

TAM-omgev ingsplan Hoof dstuk 21b Het Nieuwe Rivium

77

BIJLAGE 1

Staat van bedrijfsactiviteiten

Staat van bedrijfsactiviteiten

Gebruikte afkortingen: o.v. opgesteld vermogen p.c. productie capaciteit p.o. productie oppervlakte t/d ton per dag t/j ton per jaar t.o. terreinoppervlakte t/u ton per uur v.c. verwerkingscapaciteit SBI-2008 10, 11 101, 102 101, 102 101 101 101 101 101, 102

nr 0 1 3 4 5 6 7

OMSCHRIJVING

108 102 102 102 102 102 102 1031 1031 1031 1032, 1039 1032, 1039 1032, 1039 1032, 1039 1032, 1039 1032, 1039 104101 104101 104101 104102 104102 104102 1042 1042 1042 1051

8 0 2 3 4 5 6 0 1 2 0 1 2 3 4 5 0 1 2 0 1 2 0 1 2 0

cat VERVAARDIGING VAN VOEDINGSMIDDELEN EN DRANKEN Slachterijen en overige vleesverwerking: - slachterijen en pluimveeslachterijen - bewerkingsinrichting van darmen en vleesafval - vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. > 1000 m² - vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. <= 1000 m² - vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. <= 200 m² - loonslachterijen - vervaardiging van snacks en vervaardiging van kant-en-klaar-maaltijden met p.o. < 2.000 m² Visverwerkingsbedrijven: - conserveren - roken - verwerken anderszins: p.o.> 1000 m² - verwerken anderszins: p.o. <= 1000 m² - verwerken anderszins: p.o. <= 300 m² Aardappelprodukten fabrieken: - vervaardiging van aardappelproducten - vervaardiging van snacks met p.o. < 2.000 m² Groente- en fruitconservenfabrieken: - jam - groente algemeen - met koolsoorten - met drogerijen - met uienconservering (zoutinleggerij) Vervaardiging van ruwe plantaardige en dierlijke oliën en vetten: - p.c. < 250.000 t/j - p.c. >= 250.000 t/j Raffinage van plantaardige en dierlijke oliën en vetten: - p.c. < 250.000 t/j - p.c. >= 250.000 t/j Margarinefabrieken: - p.c. < 250.000 t/j - p.c. >= 250.000 t/j Zuivelprodukten fabrieken:

3.2 4.2 3.2 3.1 3.1 3.1 3.1 4.1 4.2 4.2 3.2 3.1 4.2 3.1 3.2 3.2 3.2 4.2 4.2 4.1 4.2 4.1 4.2 4.1 4.2

SBI-2008 1051 1051 1051 1052 1052 1061 1061 1061 1061 1062 1062 1062 1091 1091 1091 1091 1092 1071 1071 1071 1072 1081 10821

OMSCHRIJVING

0 0

10821

2

10821 10821 10821 10821 1073 1083 1083 108401 1089 1089 1089 1089 1089 1089 110101 110102 110102 110102 1102 t/m 1104 1105 1106 1107 12 120

3 4 5 6

nr 3 4 5 1 2 0 1 2 0 1 2 0 3 5 6 0 1 2

0 2

0 1 2

0 1 2

-

- melkprodukten fabrieken v.c. < 55.000 t/j - melkprodukten fabrieken v.c. >= 55.000 t/j - overige zuivelprodukten fabrieken Consumptie-ijsfabrieken: p.o. > 200 m² - consumptie-ijsfabrieken: p.o. <= 200 m² Meelfabrieken: - p.c. >= 500 t/u - p.c. < 500 t/u Grutterswarenfabrieken Zetmeelfabrieken: - p.c. < 10 t/u - p.c. >= 10 t/u Veevoerfabrieken: - drogerijen (gras, pulp, groenvoeder, veevoeder) cap. < 10 t/u water - mengvoeder, p.c. < 100 t/u - mengvoeder, p.c. >= 100 t/u Vervaardiging van voer voor huisdieren Broodfabrieken, brood- en banketbakkerijen: - v.c. < 7500 kg meel/week, bij gebruik van charge-ovens - v.c. >= 7500 kg meel/week Banket, biscuit- en koekfabrieken Suikerfabrieken: Verwerking cacaobonen en vervaardiging chocolade- en suikerwerk: - cacao- en chocoladefabrieken vervaardigen van chocoladewerken met p.o. < 2.000 m² - cacao- en chocoladefabrieken vervaardigen van chocoladewerken met p.o. <= 200 m² - Suikerwerkfabrieken met suiker branden - Suikerwerkfabrieken zonder suiker branden: p.o. > 200 m² - suikerwerkfabrieken zonder suiker branden: p.o.

<= 200 m² Deegwarenfabrieken Koffiebranderijen en theepakkerijen: - theepakkerijen Vervaardiging van azijn, specerijen en kruiden Vervaardiging van overige voedingsmiddelen Bakkerijgrondstoffenfabrieken Soep- en soeparomafabrieken: - zonder poederdrogen - met poederdrogen Bakmeel- en puddingpoederfabrieken Destilleerderijen en likeurstokerijen Vervaardiging van ethylalcohol door gisting: - p.c. < 5.000 t/j - p.c. >= 5.000 t/j Vervaardiging van wijn, cider e.d. Bierbrouwerijen Mouterijen Mineraalwater- en frisdrankfabrieken VERWERKING VAN TABAK Tabakverwerkende industrie

cat 3.2 4.2 4.2 3.2 2 4.2 4.1 4.1 4.1 4.2 4.2 4.1 4.2 4.1 2 3.2 3.2

3.2 2 4.2 3.2 2 3.1 3.2 4.1 4.1 4.1 3.2 4.2 4.1 4.2 4.1 4.2 2 4.2 4.2 3.2 4.1

SBI-2008 13 131 132 132 132 133 139 1393 139, 143 14 141 141 142, 151 15 151,152 151 152 16 16101 16102 16102 16102 1621 162 162 162902 17 1711 1712 1712 1712 1712 172 17212 17212 17212 58 581 1811 1812 18129 1814 1814 1813 1814 182 19 19202

OMSCHRIJVING nr 0 1 2

-

-

0 1 2 0 1 0 1 2 3 0 1 2 -

A B

A

cat VERVAARDIGING VAN TEXTIEL Bewerken en spinnen van textielvezels Weven van textiel: - aantal weefgetouwen < 50 - aantal weefgetouwen >= 50 Textielveredelingsbedrijven Vervaardiging van textielwaren Tapijt-, kokos- en vloermattenfabrieken Vervaardiging van gebreide en gehaakte stoffen en artikelen VERVAARDIGING VAN KLEDING; BEREIDEN EN VERVEN VAN BONT Vervaardiging kleding van leer Vervaardiging van kleding en -toebehoren (excl. van leer) Bereiden en verven van bont; vervaardiging van artikelen van bont VERVAARDIGING VAN LEER EN LEDERWAREN (EXCL. KLEDING) Lederfabrieken Lederwarenfabrieken (excl. kleding en schoeisel) Schoenenfabrieken HOUTINDUSTRIE EN VERVAARDIGING ARTIKELEN VAN HOUT, RIET, KURK E.D. Houtzagerijen Houtconserveringsbedrijven: - met creosootolie - met zoutoplossingen Fineer- en plaatmaterialenfabrieken Timmerwerkfabrieken, vervaardiging overige artikelen van hout Timmerwerkfabrieken, vervaardiging overige artikelen van hout, p.o. < 200 m2 Kurkwaren-, riet- en vlechtwerkfabrieken VERVAARDIGING VAN PAPIER, KARTON EN PAPIER- EN KARTONWAREN Vervaardiging van pulp Papier- en kartonfabrieken: - p.c. < 3 t/u - p.c. 3 - 15 t/u - p.c. >= 15 t/u Papier- en kartonwarenfabrieken Golfkartonfabrieken: - p.c. < 3 t/u - p.c.

>= 3 t/u UITGEVERIJEN, DRUKKERIJEN EN REPRODUKTIE VAN OPGENOMEN MEDIA Uitgeverijen (kantoren) Drukkerijen van dagbladen Drukkerijen (vlak- en rotatie-diepdrukkerijen) Kleine drukkerijen en kopieerinrichtingen Grafische afwerking Binderijen Grafische reproduktie en zetten Overige grafische aktiviteiten Reproduktiebedrijven opgenomen media AARDOLIE-/STEENKOOLVERWERK. IND.; BEWERKING SPLIJT/KWEEKSTOFFEN Smeeroliën- en vettenfabrieken

3.2 3.2 4.2 3.1 3.1 4.1 3.1 3.1 2 3.1 4.2 3.1 3.1

3.2 4.1 3.1 3.2 3.2 3.1 2 4.1 3.1 4.1 4.2 3.2 3.2 4.1 1 3.2 3.2 2 1 2 2 2 1

3.2

SBI-2008 19202 19202 20 2011 2012 2012 2012 20141 20141 20141 20141 20141 20149 20149 202 203 2110 2110 2120 2120 2120 2041 2042 2052 2052 205902 205903 205903 2060 22 221101 221102 221102 221102 2219 222 222 222 222 23 231 231 231 231 231 232, 234 232, 234 232, 234 233

OMSCHRIJVING nr B C 0 0 1 A0 A1 B0 B1 B2 0 1 0 0 1 0 1 2

0 1 A B 0 1 2 0 1 2 3 0 1 2 3 0 1 2 A

Recyclingbedrijven voor afgewerkte olie Aardolieproduktenfabrieken n.e.g. VERVAARDIGING VAN CHEMISCHE PRODUKTEN Vervaardiging van industriële gassen: Kleur- en verfstoffenfabrieken Anorg. chemische grondstoffenfabrieken: - niet vallend onder "post-Seveso-richtlijn" Organ. chemische grondstoffenfabrieken: - niet vallend onder "post-Seveso-richtlijn" Methanolfabrieken: - p.c. < 100.000 t/j - p.c. >= 100.000 t/j Vetzuren en alkanolenfabrieken (niet synth.): - p.c. < 50.000 t/j Landbouwchemicaliënfabrieken: Verf, lak en vernisfabrieken Farmaceutische grondstoffenfabrieken: - p.c. < 1.000 t/j Farmaceutische produktenfabrieken: - formulering en afvullen geneesmiddelen - verbandmiddelenfabrieken Zeep-, was- en reinigingsmiddelenfabrieken Parfumerie- en cosmeticafabrieken Lijm- en plakmiddelenfabrieken: - zonder dierlijke grondstoffen Fotochemische produktenfabrieken Chemische kantoorbenodigdhedenfabrieken Overige chemische produktenfabrieken n.e.g. Kunstmatige synthetische garen- en vezelfabrieken VERVAARDIGING VAN PRODUKTEN VAN RUBBER EN KUNSTSTOF Rubberbandenfabrieken Loopvlakvernieuwingsbedrijven: - vloeropp. < 100 m2 - vloeropp.

>= 100 m2 Rubber-artikelenfabrieken Kunststofverwerkende bedrijven: - zonder fenolharsen - met fenolharsen - productie van verpakkingsmateriaal en assemblage van kunststofbouwmaterialen VERVAARDIGING VAN GLAS, AARDEWERK, CEMENT-, KALK- EN GIPSPRODUKTEN Glasfabrieken: - glas en glasprodukten, p.c. < 5.000 t/j - glas en glasprodukten, p.c. >= 5.000 t/j - glaswol en glasvezels, p.c.< 5.000 t/j Glasbewerkingsbedrijven Aardewerkfabrieken: - vermogen elektrische ovens totaal < 40 kW - vermogen elektrische ovens totaal >= 40 kW Baksteen en baksteenelementenfabrieken

cat 4.2 4.2

4.1 4.2 4.2 4.1 4.2 4.2 4.2 4.2 3.1 2 4.2 4.2 3.2 3.2 3.1 4.1 4.2 4.2 3.1 4.1 3.2 4.1 4.2 3.1

3.2 4.2 4.2 3.1 2 3.2 4.1

SBI-2008 233 2351 235201 235201 235202 235202 23611 23611 23611 23612 23612 23612 2362 2363, 2364 2363, 2364 2363, 2364 2365, 2369 2365, 2369 2365, 2369 237 237 237 237 2391 2399 2399 2399 2399 2399 2399 2399 2399 24 241 245 243 243 244 244 244 2451, 2452 2451, 2452 2453, 2454 2453, 2454 25, 31 251, 331 251, 331 251, 331 251, 331

OMSCHRIJVING nr B 0 0 1 0 1 0 1 2 0 1 2

Dakpannenfabrieken Cementfabrieken: Kalkfabrieken: - p.c. < 100.000 t/j Gipsfabrieken: - p.c. < 100.000 t/j Betonwarenfabrieken: - zonder persen, triltafels en bekistingtrille - met persen, triltafels of bekistingtrillers, p.c. < 100 t/d Kalkzandsteenfabrieken: - p.c. < 100.000 t/j - p.c. >= 100.000 t/j Mineraalgebonden bouwplatenfabrieken 0 Betonmortelcentrales: 1 - p.c. < 100 t/u 2 - p.c. >= 100 t/u 0 Vervaardiging van produkten van beton, (vezel)cement en gips: 1 - p.c. < 100 t/d 2 - p.c. >= 100 t/d 0 Natuursteenbewerkingsbedrijven: 1 - zonder breken, zeven en drogen: p.o. > 2.000 m² 2 - zonder breken, zeven en drogen: p.o. <= 2.000 m² 3 - met breken, zeven of drogen, v.c. < 100.000 t/j Slijp- en polijstmiddelen fabrieken A0 Bitumineuze materialenfabrieken: A1 - p.c. < 100 t/u B0 Isolatiematerialenfabrieken (excl. glaswol): B1 - steenwol, p.c. >= 5.000 t/j B2 - overige isolatiematerialen C Minerale produktenfabrieken n.e.g. D0 Asfaltcentrales: p.c.< 100 ton/uur D1 - asfaltcentrales, p.c. >= 100 ton/uur VERVAARDIGING VAN METALEN 0 Ruwijzer- en staalfabrieken: 0 IJzeren- en stalenbuizenfabrieken: 0 Draadtrekkerijen, koudbandwalserijen en profielzetterijen: 1 - p.o. < 2.000 m2 A0 Non-ferro-metaalfabrieken: A1 - p.c. < 1.000 t/j B0 Non-ferro-metaalwalserijen, -trekkerijen e.d.: 0 IJzer- en staalgieterijen/ -smelterijen: 1 - p.c.

< 4.000 t/j 0 Non-ferro-metaalgieterijen/ -smelterijen: 1 - p.c. < 4.000 t/j VERVAARD. EN REPARATIE VAN PRODUKTEN VAN METAAL (EXCL. MACH./TRANSPORTMIDD.) 0 Constructiewerkplaatsen 1 - gesloten gebouw 1a - gesloten gebouw, p.o. < 200 m2 2 - in open lucht, p.o. < 2.000 m2

cat 4.1

4.1 4.1 4.1 4.2 3.2 4.2 3.2 3.2 4.2 3.2 4.2 3.2 3.1 4.2 3.1 4.2 4.2 4.1 3.2 4.1 4.2

4.2 4.2

4.2 4.2

3.2 3.1 4.1

SBI-2008 251, 331 2529, 3311 2529, 3311 2521, 2530, 3311 255, 331 255, 331 255, 331 2561, 3311 2561, 3311 2561, 3311 2561, 3311 2561, 3311 2561, 3311 2561, 3311 2561, 3311 2561, 3311 2561, 3311 2561, 3311 2561, 3311 2561, 3311 2562, 3311 2562, 3311 259, 331 259, 331 259, 331 259, 331 27, 28, 33 27, 28, 33 27, 28, 33 27, 28, 33 28, 33 26, 28, 33 26, 28, 33

OMSCHRIJVING nr 3 0 1

- in open lucht, p.o. >= 2.000 m2 Tank- en reservoirbouwbedrijven: - p.o. < 2.000 m2

26, 27, 33 271, 331 271, 273 273 272 274 293

-

26, 33 261, 263, 264, 331 2612

-

Vervaardiging van verwarmingsketels, radiatoren en stoomketels Stamp-, pers-, dieptrek- en forceerbedrijven Smederijen, lasinrichtingen, bankwerkerijen e.d. Smederijen, lasinrichtingen, bankwerkerijen e.d., p.o. < 200 m2 Metaaloppervlaktebehandelingsbedrijven: - algemeen - stralen - metaalharden - lakspuiten en moffelen - scoperen (opspuiten van zink) - thermisch verzinken - thermisch vertinnen - mechanische oppervlaktebehandeling (slijpen, polijsten) - anodiseren, eloxeren - chemische oppervlaktebehandeling - emailleren - galvaniseren (vernikkelen, verchromen, verzinken, verkoperen ed) Overige metaalbewerkende industrie Overige metaalbewerkende industrie, inpandig, p.o. <200m2 Grofsmederijen, anker- en kettingfabrieken: - p.o. < 2.000 m2 Overige metaalwarenfabrieken n.e.g. Overige metaalwarenfabrieken n.e.g.; inpandig, p.o. <200 m2 VERVAARDIGING VAN MACHINES EN APPARATEN Machine- en apparatenfabrieken incl. reparatie: - p.o. < 2.000 m2 - p.o. >= 2.000 m2 - met proefdraaien verbrandingsmotoren >= 1 MW VERVAARDIGING VAN KANTOORMACHINES EN COMPUTERS Kantoormachines- en computerfabrieken incl. reparatie VERVAARDIGING VAN OVER. ELEKTR. MACHINES, APPARATEN EN BENODIGDH. Elektromotoren- en generatorenfabrieken incl.

reparatie Schakel- en installatiemateriaalfabrieken Elektrische draad- en kabelfabrieken Accumulatoren- en batterijenfabrieken Lampenfabrieken Elektrotechnische industrie n.e.g. VERVAARDIGING VAN AUDIO-, VIDEO-, TELECOM-APPARATEN EN BENODIGDH.

26, 32, 33 26, 32, 33

A

Vervaardiging van audio-, video- en telecom-apparatuur e.d. incl. reparatie Fabrieken voor gedrukte bedrading VERVAARDIGING VAN MEDISCHE EN OPTISCHE APPARATEN EN INSTRUMENTEN Fabrieken voor medische en optische apparaten en instrumenten e.d. incl. repara-

A B B1 0 1 10 11 12 2 3 4 5 6 7 8 9 1 2 A0 A1 B B 0 1 2 3 A

cat 4.2 4.2 4.1 4.1 3.2 3.1 3.2 4.1 3.2 3.2 3.2 3.2 3.2 3.2 3.2 3.2 3.2 3.2 3.2 3.1 4.1 3.2 3.1

3.2 4.1 4.2 2

4.1 4.1 4.1 3.2 4.2 2

3.1 3.1

2

SBI-2008 29 291 291 291 29201 29202 293

OMSCHRIJVING nr

0 1 2

30 301, 3315 301, 3315 301, 3315 301, 3315 302, 317 302, 317 302, 317 303, 3316 303, 3316 309 3099 31 310 9524 321 322 323 324 32991 32999 38 383202 383202 383202 383202

0 1 2 3 0 1 2 0 1

A0 A1 B C

35 35 35

A0 B0

35 35 35 35 35 35 35 35 35 35

B1 B2 C0 C1 C2 C3 C4 D0 D1 D3

1 2

cat tie VERVAARDIGING VAN AUTO'S, AANHANGWAGENS EN OPLEGGERS Autofabrieken en assemblagebedrijven - p.o. < 10.000 m2 - p.o. >= 10.000 m2 Carrosseriefabrieken Aanhangwagen- en opleggerfabrieken Auto-onderdelenfabrieken VERVAARDIGING VAN TRANSPORTMIDDELEN (EXCL. AUTO'S, AANHANGWAGENS) Scheepsbouw- en reparatiebedrijven: - houten schepen - kunststof schepen - metalen schepen < 25 m Wagonbouw- en spoorwegwerkplaatsen: - algemeen - met proefdraaien van verbrandingsmotoren >= 1 MW Vliegtuigbouw en -reparatiebedrijven: - zonder proefdraaien motoren Rijwiel- en motorrijwielfabrieken Transportmiddelenindustrie n.e.g. VERVAARDIGING VAN MEUBELS EN OVERIGE GOEDEREN N.E.G. Meubelfabrieken Meubelstoffeerderijen b.o. < 200 m2 Fabricage van munten, sieraden e.d. Muziekinstrumentenfabrieken Sportartikelenfabrieken Speelgoedartikelenfabrieken Sociale werkvoorziening Vervaardiging van overige goederen n.e.g. VOORBEREIDING TOT RECYCLING Puinbrekerijen en -malerijen: - v.c. < 100.000 t/j Rubberregeneratiebedrijven Afvalscheidingsinstallaties PRODUKTIE EN DISTRIB.

VAN STROOM, AARDGAS, STOOM EN WARM WATER Elektriciteitsproduktiebedrijven (electrisch vermogen >= 50 MWe) bio-energieinstallaties electrisch vermogen < 50 MWe: - covergisting, verbranding en vergassing van mest, slib, GFT en reststromen voedingsindustrie - vergisting, verbranding en vergassing van overige biomassa Elektriciteitsdistributiebedrijven, met transformatorvermogen: - < 10 MVA - 10 - 100 MVA - 100 - 200 MVA - 200 - 1000 MVA Gasdistributiebedrijven: - gascompressorstations vermogen < 100 MW - gas: reduceer-, compressor-, meet- en regelinst. Cat. A

4.1 4.2 4.1 4.1 3.2

3.1 3.2 4.1 3.2 4.2 4.1 3.2 3.2 3.2 1 2 2 3.1 3.1 2 3.1

4.2 4.2 4.2

3.2 3.2 2 3.1 3.2 4.2 4.2 1

SBI-2008 35 35 35 35 35 35 35 35 35 36 36 36 36 36 36 36 41, 42, 43 41, 42, 43 41, 42, 43 41, 42, 43 41, 42, 43 45, 47 451, 452, 454 451 45204 45204 45204 45205 453 46 461 4621 4621 4622 4623 4624 46217, 4631 4632, 4633 4634 4635 4636 4637 4638, 4639 464, 46733 46499 46499 46499 46499

OMSCHRIJVING nr D4 D5 E0 E1 E2 F0 F1 F2 F3 A0 A2 B0 B1 B2 B3 0 1 2 3 -

A B C

0 1

0 1 2 5

- gasdrukregel- en meetruimten (kasten en gebouwen), cat. B en C - gasontvang- en -verdeelstations, cat. D Warmtevoorzieningsinstallaties, gasgestookt: - stadsverwarming - blokverwarming windmolens: - wiekdiameter 20 m - wiekdiameter 30 m - wiekdiameter 50 m WINNING EN DITRIBUTIE VAN WATER Waterwinning-/ bereiding- bedrijven: - bereiding met chloorbleekloog e.d. en/of straling Waterdistributiebedrijven met pompvermogen: - < 1 MW - 1 - 15 MW - >= 15 MW BOUWNIJVERHEID Bouwbedrijven algemeen: b.o. > 2.000 m² - bouwbedrijven algemeen: b.o. <= 2.000 m² Aannemersbedrijven met werkplaats: b.o. > 1000 m² - aannemersbedrijven met werkplaats: b.o.< 1000 m² HANDEL/REPARATIE VAN AUTO'S, MOTORFIETSEN; BENZINESERVICESTATIONS Handel in auto's en motorfietsen, reparatie- en servicebedrijven Handel in vrachtauto's (incl.

import en reparatie) Autoplaatwerkerijen Autobeklederijen Autospuitinrichtingen Autowasserijen Handel in auto- en motorfietsonderdelen en -accessoires GROOTHANDEL EN HANDELSBEMIDDELING Handelsbemiddeling (kantoren) Grth in akkerbouwprodukten en veevoeders Grth in akkerbouwprodukten en veevoeders met een verwerkingscapaciteit van 500 ton/uur of meer Grth in bloemen en planten Grth in levende dieren Grth in huiden, vellen en leder Grth in ruwe tabak, groenten, fruit en consumptie-aardappelen Grth in vlees, vleeswaren, zuivelprodukten, eieren, spijsoliën Grth in dranken Grth in tabaksprodukten Grth in suiker, chocolade en suikerwerk Grth in koffie, thee, cacao en specerijen Grth in overige voedings- en genotmiddelen Grth in overige consumentenartikelen Grth in vuurwerk en munitie: - consumentenvuurwerk, verpakt, opslag < 10 ton - consumentenvuurwerk, verpakt, opslag 10 tot 50 ton - munitie

cat 2 3.1 3.2 2 3.2 4.1 4.2

3.1 2 3.2 4.2 3.2 3.1 3.1 2

2 3.2 3.2 1 3.1 2 2 1 3.1 4.2 2 3.2 3.1 3.1 3.1 2 2 2 2 2 2 2 3.1 2

SBI-2008 46711 46711 46712 46712 46712 46713 46721 46721 46722, 46723 4673 4673 4673 46735 46735 46735 4674 4674 4674 46751 46752 4676 4677 4677 4677 4677 466 466 466 466, 469 47 4752 4778 4791 952 55 5629 49 491, 492 491, 492 491, 492 493 493 493 494 494 495 50, 51 50, 51 52 52102, 52109

OMSCHRIJVING nr 0 1 0 1 3 0 1 0 1 2 4 5 6 0 1 2

0 1 0 1 0 1 2 -

0 1 2

0 1 A A

cat Grth in vaste brandstoffen: - klein, lokaal verzorgingsgebied Grth in vloeibare en gasvormige brandstoffen: - vloeistoffen, o.c. < 100.000 m3 - tot vloeistof verdichte gassen Grth minerale olieprodukten (excl. brandstoffen) Grth in metaalertsen: - opslag opp. < 2.000 m2 Grth in metalen en -halffabrikaten Grth in hout en bouwmaterialen: - algemeen: b.o. > 2000 m² - algemeen: b.o. <= 2000 m² zand en grind: - algemeen: b.o. > 200 m² - algemeen: b.o. <= 200 m² Grth in ijzer- en metaalwaren en verwarmingsapparatuur: - algemeen: b.o. > 2.000 m² - algemeen: b.o. < = 2.000 m² Grth in chemische produkten Grth in kunstmeststoffen Grth in overige intermediaire goederen Autosloperijen: b.o. > 1000 m² - autosloperijen: b.o. <= 1000 m² Overige groothandel in afval en schroot: b.o. > 1000 m² - overige groothandel in afval en schroot: b.o. <= 1000 m² Grth in machines en apparaten: - machines voor de bouwnijverheid - overige Overige grth (bedrijfsmeubels, emballage, vakbenodigdheden e.d. DETAILHANDEL EN REPARATIE T.B.V. PARTICULIEREN Bouwmarkten, tuincentra, hypermarkten Detailhandel in vuurwerk tot 10 ton verpakt Postorderbedrijven Reparatie t.b.v. particulieren (excl.

auto's en motorfietsen) LOGIES-, MAALTIJDEN- EN DRANKENVERSTREKKING Kantines VERVOER OVER LAND Spoorwegen: - stations - rangeerterreinen, overslagstations (zonder rangeerheuvel) Bus-, tram- en metrostations en -remises Taxibedrijven Touringcarbedrijven Goederenwegvervoerbedrijven (zonder schoonmaken tanks): b.o. > 1000 m² - Goederenwegvervoerbedrijven (zonder schoonmaken tanks) b.o. <= 1000 m² Pomp- en compressorstations van pijpleidingen VERVOER OVER WATER / DOOR DE LUCHT Vervoersbedrijven (uitsluitend kantoren) DIENSTVERLENING T.B.V. HET VERVOER Distributiecentra, pak- en koelhuizen

3.1 4.1 4.2 3.2 4.2 3.2 3.1 2 3.2 2 3.1 2 3.2 2 2 3.2 3.1 3.2 3.1 3.2 3.1 2 2 1 3.1 1 1

3.2 4.2 3.2 2 3.2 3.2 3.1 2 1 3.1

SBI-2008 52109 5221 5221 5222 791 5229 53 531, 532 61 61 61 61 61 64, 65, 66 64, 65, 66 41, 68 41, 68 77 7711 7712, 7739 773 772 62 58, 63 72 721 722 63, 69tm71, 73, 74, 77, 78, 80tm82 812 74203 82991 82992 37, 38, 39 3700 3700 3700 3700 381 381 381 382 382 382 382 382 382 382

OMSCHRIJVING nr B 1 2

A B0 B1 B2 B3 A A -

B -

-

A0 A1 A2 B A B C A0 A2 A4 A5 A6 A7 B

Opslaggebouwen (verhuur opslagruimte) Autoparkeerterreinen, parkeergarages Stalling van vrachtwagens (met koelinstallaties) Overige dienstverlening t.b.v. vervoer (kantoren) Reisorganisaties Expediteurs, cargadoors (kantoren) POST EN TELECOMMUNICATIE Post- en koeriersdiensten Telecommunicatiebedrijven zendinstallaties: - LG en MG, zendervermogen < 100 kW (bij groter vermogen: onderzoek!) - FM en TV - GSM en UMTS-steunzenders (indien bouwvergunningplichtig) FINANCIELE INSTELLINGEN EN VERZEKERINGSWEZEN Banken, verzekeringsbedrijven, beurzen VERHUUR VAN EN HANDEL IN ONROEREND GOED Verhuur van en handel in onroerend goed VERHUUR VAN TRANSPORTMIDDELEN, MACHINES, ANDERE ROERENDE GOEDEREN Personenautoverhuurbedrijven Verhuurbedrijven voor transportmiddelen (excl. personenauto's) Verhuurbedrijven voor machines en werktuigen Verhuurbedrijven voor roerende goederen n.e.g. COMPUTERSERVICE- EN INFORMATIETECHNOLOGIE Datacentra SPEUR- EN ONTWIKKELINGSWERK Natuurwetenschappelijk speur- en ontwikkelingswerk Maatschappij- en geesteswetenschappelijk onderzoek

OVERIGE ZAKELIJKE DIENSTVERLENING Reinigingsbedrijven voor gebouwen Foto- en filmontwikkelcentrales Veilingen voor landbouw- en visserijprodukten Veilingen voor huisraad, kunst e.d. MILIEUDIENSTVERLENING RWZI's en gierverwerkingsinricht., met afdekking voorbezinktanks: - < 100.000 i.e. - 100.000 - 300.000 i.e. rioolgemalen Vuilophaal-, straatreinigingsbedrijven e.d. Gemeentewerven (afval-inzameldepots) Vuiloverslagstations Afvalverwerkingsbedrijven: - kabelbranderijen - pathogeen afvalverbranding (voor ziekenhuizen) - oplosmiddelterugwinning - afvalverbrandingsinrichtingen, thermisch vermogen > 75 MW - verwerking fotochemisch en galvano-afval Vuilstortplaatsen

cat 2 2 3.2 1 1 1 2 1 3.2 1 1 1 1

2 3.1 3.1 2 2 2 1

3.1 2 4.1 1

4.1 4.2 2 3.1 3.1 4.2 3.2 3.1 3.2 4.2 2 4.2

SBI-2008 382 382 382 382 382 59 9004 96 96011 96011 96012 96013 96013 9603 9603

OMSCHRIJVING nr C0 C1 C3 C4 C5 A B A B 0 1

cat Composteerbedrijven: - niet-belucht v.c. < 5.000 ton/jr - belucht v.c. < 20.000 ton/jr - belucht v.c. > 20.000 ton/jr - GFT in gesloten gebouw CULTUUR, SPORT EN RECREATIE Evenementenhallen OVERIGE DIENSTVERLENING Wasserijen en strijkinrichtingen Tapijtreinigingsbedrijven Chemische wasserijen en ververijen Wasverzendinrichtingen Wasserettes, wassalons Begrafenisondernemingen: - uitvaartcentra

4.2 3.2 4.1 4.1 2 3.1 3.1 2 2 1 1

TAM-omgev ingsplan Hoof dstuk 21b Het Nieuwe Rivium

90

Bijlage 2 Staat van bedrijfsactiviteiten functiemenging

TAM-omgev ingsplan Hoof dstuk 21b Het Nieuwe Rivium

91

Staat van Bedrijfsactiviteiten - functiemenging

Bijlage 2

OMSCHRIJVING CATEGORIE

15 151 151 1552 1581 1584 1584 1584 1593 t/m 1595 17 17 174, 175 176, 177 18 18 181 20 20 203, 204, 205 205 22 22 221 2222.6 2223 2223 2224 2225 223 26 26 2615 262, 263 262, 263 267 267 2681 28 28 281 284 2852 287 30 30 30 33 33 33 36 36 361 362 363 3663.1 45 45 45 51 51 511 52 52 527 60 60 6022 603 61, 62 61, 62 61, 62 63 63 6322, 6323 633 634 64 64 642 642 642 65, 66, 67

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17128426/1