08.03 - Nota reserves en voorzieningen 2017
Tekst van het document
Nota Reserves, Voorzieningen, Risicomanagement en Weerstandsvermogen
2017
Inhoudsopgave.
1. Overzicht uitgangspunten in deze nota 2. Inleiding 3. Reserves en voorzieningen 3.1. Visie 3.2. Overeenkomsten en verschillen tussen reserves en voorzieningen 3.3. Reserves 3.3.1. Reserves als onderdeel van het eigen vermogen 3.3.2. Algemene reserves 3.3.3. Kaders voor het instellen van bestemmingsreserves 3.3.4. Kaders voor het opheffen van reserves 3.3.5. Kaders voor de hoogte van reserves 3.3.6. Rente toerekenen aan reserves 3.4. Voorzieningen 3.4.1. Functies van voorzieningen 3.4.2. Kaders voor het instellen van voorzieningen 3.4.3. Kaders voor het opheffen van voorzieningen 3.4.4. Kaders voor het bepalen van de hoogte 4. Risicomanagement en weerstandsvermogen 4.1. Visie 4.2. Risicomanagement 4.2.1. Functies van risicomanagement 4.2.2. Definitie van risico’s 4.2.3. Kaders voor het berekenen van risico’s 4.2.4. Kaders voor het rapporteren over risico’s 4.2.5. Kaders voor het beheersen van risico’s 4.3. Weerstandsvermogen 4.3.1. Functies van weerstandsvermogen 4.3.2. Definitie van weerstandsratio 4.3.3. Kaders voor het berekenen van de weerstandsratio 4.3.4. Kaders voor de gewenste hoogte van de weerstandsratio Bijlage: relevante wetsartikelen uit het BBV
2
1. Overzicht Uitgangspunten in deze nota Hieronder staan de uitgangspunten die in deze nota verder worden beargumenteerd. Deze uitgangspunten zullen vanaf de Voorjaarsnota 2017 van kracht zijn en worden geëffectueerd. Hoofdstuk 3 Reserves en Voorzieningen 1. Reserves en voorzieningen drukken een balanswaarde uit en zijn niet hetzelfde als spaarrekeningen. 2. Zowel algemene reserves als bestemmingsreserves zijn vanuit hun aard vrij besteedbaar, maar bestemmingsreserves zijn door de gemeenteraad voor een bepaalde bestemming ingesteld. 3. De algemene reserves worden ingedeeld in een deel met een minimum niveau en een deel dat vrij besteedbaar is. 4. Bestemmingsreserves worden alleen voor de vier doelstellingen uit deze nota ingesteld. 5. Reserves worden opgeheven als het doel vervalt of als het saldo “0” of gering is op 1/1 en 31/12 en er geen nieuwe mutaties zijn voorzien of er weinig verloop is. 6. De volgende reserves kunnen bij de Voorjaarsnota 2017 opgeheven worden: Egalisatiereserve Centrummarkt, Reserve Nieuwe Initiatieven Evenementenbeleid, Reserve Kunstaankopen, Reserve Milieu en Reserve Welzijnsfonds. Om de reeds voorziene bestedingen nog wel te realiseren, zal het saldo per 31/12/2016 van deze reserves worden toegevoegd aan de Reserve Eenmalige Uitgaven. 7. De hoogte van reserves wordt beoordeeld in de Begroting, Voorjaarsnota, Najaarsnota en Jaarrekening. 8.
We schrijven geen rente toe aan reserves. 9. Voorzieningen worden ingesteld voor de functies die in het BBV genoemd worden. 10. Voorzieningen worden ingesteld voor duidelijk omgeschreven doelen en worden opgeheven als dit doel bereikt is of als de wettelijke basis ervoor ophoudt. 11. De hoogte van de voorzieningen voor toekomstige verplichtingen of verliezen wordt jaarlijkse onderbouwd in de jaarrekening en beoordeeld in de Begroting, Voorjaarsnota en Najaarsnota. Hoofdstuk 4 Risicomanagement en Weerstandsvermogen 1. Voor het berekenen van risico’s maken we zo goed mogelijke inschattingen van de kans en de impact. Eenmalige risico’s vermenigvuldigen we met 1 en structurele risico’s met 5. 2. Het college informeert de gemeenteraad in de paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing van P&C-documenten over de risico’s die de gemeente loopt. 3. Voor vertrouwelijke risico’s geldt dat het college de raad vertrouwelijk informeert. 4. Tot de Beschikbare Weerstandscapaciteit rekenen wij: de algemene reserves, de bestemmingsreserves, de post onvoorzien en het (begrote) jaarresultaat. 5. Tot de Beschikbare Weerstandscapaciteit rekenen wij niet: eventuele stille reserves, onbenutte belastingcapaciteit en bezuinigingsmogelijkheden. 6. Tot de Benodigde Weerstandscapaciteit rekenen wij de risico’s, zoals berekend op de manier beschreven in deze nota. 7.
Wij berekenen de weerstandsratio voor de hele meerjarenbegrotingsperiode, behalve in de Jaarrekening. 8. Wij streven naar een weerstandsratio die ten minste “ruim voldoende” is (hoger dan 1,4). 9. Voor het nemen van financiële beslissingen kijken wij niet alleen naar de weerstandsratio, maar ook naar andere indicatoren van financiële gezondheid.
3
2. Inleiding Door deze nota vast te stellen, stelt de gemeenteraad het formele kader vast, waarbinnen het college en de ambtelijke organisatie om dienen te gaan met reserves, voorzieningen, risicomanagement en weerstandsvermogen. De nota is een aanvulling op de Financiële Verordening Capelle aan den IJssel 2016. Deze nota combineert zowel het onderdeel reserves & voorzieningen als het onderdeel risicomanagement & weerstandsvermogen. Beide onderdelen hebben een relatie met elkaar, omdat ze beiden gaan over hoe we omgaan met financiële onzekerheden. Deze nota vervangt de Nota Reserves, Voorzieningen, Risico’s en Weerstandsvermogen Capelle aan den IJssel 2013. De nota is in principe voor een periode van 4 jaar geschreven, gerekend vanaf het jaar van inwerkingtreding, maar blijft van kracht totdat deze geactualiseerd wordt met een nieuwe nota. Reserves en voorzieningen In dit onderdeel geven we kaders voor het instellen en opheffen van reserves en voorzieningen, en voor het bepalen van de juiste hoogte. Risicomanagement en Weerstandsvermogen In dit onderdeel geven we aan wat we onder risico’s verstaan, hoe we hierover rapporteren en wat we doen om deze te beheersen of minimaliseren. Ook geven we de kaders voor de berekening van het weerstandsvermogen en de weerstandsratio.
Gebruikte afkortingen: BBV: Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten. Leeswijzer: Waar in deze nota tekst in hoofdletters is weergegeven, betreft het een actuele weergave van de werkelijkheid.
4
3. Reserves en voorzieningen 3.1.
Visie
De gemeente Capelle aan den IJssel streeft naar een structureel gezonde financiële positie, waarbij reserves zorgen voor voldoende vrij te besteden vermogen (eigen vermogen) en waarbij voorzieningen zijn ingesteld om aan onze verplichtingen te kunnen voldoen.
3.2.
Overeenkomsten en verschillen tussen reserves en voorzieningen
Reserves en voorzieningen zijn in de loop der jaren ingesteld en maken een deel uit van de balans. Ze vormen een tegenhanger van onze bezittingen. De reserves vormen samen met het jaarresultaat het eigen vermogen. De voorzieningen maken deel uit van het vreemd vermogen en zijn daarmee als het ware al gereserveerd voor toekomstige bestedingen. Het onderstaande overzicht geeft een eenvoudig model van een balans weer. Activa = bezittingen Vaste activa, voorraden, liquide middelen etc.
Passiva = schulden Eigen vermogen: reserves + jaarrekeningresultaat Vreemd vermogen: voorzieningen en schulden aan derden
Een reserve moet niet verward worden met een spaarrekening, omdat het niet om ‘hard geld’ gaat dat als cash beschikbaar is. Eerder geeft het de waardering van de bezittingen aan: hoeveel geld blijft in het denkbeeldige geval van faillissement over als restpost, wanneer de bezittingen zijn verkocht en de schulden zijn betaald? Het is goed mogelijk dat wanneer er geld van een reserve of voorziening onttrokken wordt, dat dit geld niet gelijk op de bank beschikbaar is, zodat er bij derden geleend moet worden. Een onttrekking leidt in dat geval parallel tot een toename van de schuld aan derden. Reserves kunnen echter wel gebruikt worden om de begroting sluitend te maken. Dit gebeurt door plussen en minnen in de reguliere exploitatie (de baten en lasten) te verrekenen met deze reserves. Wanneer we interen op onze reserves, neemt de waarde van het eigen vermogen af. Voorzieningen zijn ingesteld voor toekomstige verplichtingen, die redelijkerwijs te voorzien en te schatten zijn. Wanneer we ontrekken aan onze voorzieningen, neemt de waarde van het vreemd vermogen af. Er staat namelijk altijd een verplichting of gekwantificeerd risico tegenover. Het onderstaande overzicht geeft de verschillen tussen reserves en voorzieningen weer.
Onderdeel van Wijziging bestemming Aanwending vrij Instrument van Onttrekking / aanwending Rente toevoegen mogelijk Bevoegdheid om in te stellen en op te heffen
Reserve Eigen vermogen Mogelijk Ja Financieel beleid (raad) Resultaatbestemming (wordt begroot) Ja Gemeenteraad
Voorziening Vreemd vermogen Niet mogelijk Alleen voor betreffend doel Financieel beheer (college) Rechtstreeks ten laste van de voorziening (balansmutatie) Nee College
Uitgangspunt 1. Reserves en voorzieningen drukken een balanswaarde uit en zijn niet hetzelfde als spaarrekeningen.
5
3.3.
Reserves
3.3.1.
Reserves als onderdeel van het eigen vermogen
Het eigen vermogen van de gemeente bestaat uit reserves en uit het gerealiseerde resultaat van baten en lasten (art. 42 BBV). De reserves zijn verder op te delen in algemene reserves en bestemmingsreserves (art. 43 BBV). Wanneer er een positief jaarrekeningresultaat is, dan wordt deze aan de algemene reserve toegevoegd, tenzij de gemeenteraad een andere resultaatbestemming geeft. Een algemene reserve is een reserve waaraan geen bestemming is gegeven. Deze dient om risico’s in algemene zin op te vangen en heeft daarmee vooral een bufferfunctie in de begroting. Bestemmingsreserves daarentegen zijn reserves waaraan “de raad een bepaalde bestemming heeft gegeven” (art. 43 lid 2 BBV). Bestemmingsreserves zijn net als de algemene reserve vrij besteedbaar, maar zijn op basis van eerdere raadsbesluiten ingesteld voor een bepaald doel. Het BBV maakt geen verder onderscheid naar type bestemmingsreserves. PER 1-1-2017 HEEFT CAPELLE AAN DEN IJSSEL DE VOLGENDE RESERVES:
ALGEMENE RESERVES o ALGEMENE RESERVE MINIMUMNIVEAU 10 MILJOEN o ALGEMENE RESERVE VRIJ BESTEEDBAAR BESTEMMINGSRESERVES o RESERVE BEDRIJFSVOERING o RESERVE EENMALIGE UITGAVEN o RESERVE KUNSTAANKOPEN / KUNSTOPDRACHTEN o RESERVE SOCIAAL NOODFONDS o RESERVE HERSTRUCTURERING ACTIEF GRONDBELEID o RESERVE GROTE INVESTERINGEN (LOOPT IN 2017 AF) o EGALISATIERESERVE CENTRUMMARKT o RESERVE MILIEU o RESERVE W ELZIJNSFONDS o RESERVE NIEUWE INITIATIEVEN EVENEMENTENBELEID o RESERVE SOCIAAL DOMEIN o RESERVE OPENBARE RUIMTE o RESERVE REKENKAMER
Uitgangspunt 2. Zowel algemene reserves als bestemmingsreserves zijn vanuit hun aard vrij besteedbaar, maar bestemmingsreserves zijn door de gemeenteraad voor een bepaalde bestemming ingesteld. 3.3.2.
Kaders voor algemene reserves
In onze gemeente zijn er twee algemene reserves: de Algemene Reserve Minimumniveau en de Algemene Reserve Vrij Besteedbaar. De Algemene Reserve Minimumniveau heeft standaard een hoogte van 10 miljoen en is ingesteld als algemene buffer voor risico’s, waar alleen in geval van ‘nood’ aanspraak op gemaakt mag worden. Het minimum van 10 miljoen is bepaald door te rekenen met € 150,- per inwoner. De Algemene Reserve Vrij Besteedbaar is vrij besteedbaar. Er is geen structurele voeding van de reserve, maar een overschot op de jaarrekening wordt toegevoegd aan deze reserve en een tekort wordt eruit ontrokken, tenzij de raad anders besluit. Het bepalen van de juiste hoogte van beide algemene reserves, is een afweging die de gemeenteraad dient te maken. Er zijn geen algemene of landelijke normen of beleidsregels. Bij het beoordelen van de juiste hoogte, dient er ook gekeken te worden naar de overige bestemmingsreserves. Als er veel bestemmingsreserves zijn, waarmee risico’s op beleidsterreinen opgevangen kunnen worden, is er minder noodzaak om de Algemene Reserve op te hogen, dan wanneer er weinig bestemmingsreserves zijn.
6
Uitgangspunten 3. De algemene reserves worden ingedeeld in een deel met een minimum niveau en een deel dat vrij besteedbaar is. 3.3.3.
Kaders voor het instellen van bestemmingsreserves
Voor het instellen van een reserve is er een besluit nodig van de gemeenteraad, in verband met het budgetrecht van de raad. Verder is het belangrijk dat er bij het instellen van de reserve een duidelijke omschrijving van het doel wordt gegeven. Om te voorkomen dat er onnodig middelen worden gereserveerd, waarvoor een andere bestemming mogelijk is, moet er een bewuste afweging en goede onderbouwing ten grondslag liggen aan het instellen van een reserve. Daarbij geldt dat bestemmingsreserves altijd opnieuw afweegbaar zijn. Om deze reden worden reserves alleen ingesteld voor: 1. Het egaliseren van schommelingen in exploitatiebudgetten, waarbij het doel is om grote vooren nadelen op te kunnen vangen binnen de reserve in plaats van in het totale gemeentelijke exploitatieresultaat. 2. Het realiseren van beleidsdoelstellingen die duidelijk afgebakend zijn en die in principe binnen een bepaalde periode, maar langer dan 1 jaar, kunnen worden gerealiseerd. Indien realisatie binnen de bepaalde periode uitblijft, vindt er opnieuw afweging door de raad plaats. 3. Het veiligstellen van subsidies van andere overheden of bijdragen van derden, waarbij de verplichting tot het doen van uitgaven zich later voordoet, maar waarbij er geen terugbetalingsverplichting geldt. 4. Het afwikkelen van eenmalige reserveringen en bestedingen.
DE BESTEMMINGSRESERVES PER 1-1-2017 KUNNEN ALS VOLGT INGEDEELD WORDEN. VOOR SOMMIGE RESERVES GELDT DAT ZE MEERDERE FUNCTIES HEBBEN. IN DAT GEVAL IS DE FUNCTIE GEKOZEN DIE HET BESTE HET DOEL VAN DE RESERVE BENADERT. FUNCTIE EGALISEREN BUDGETTEN
RESERVEREN VOOR BELEIDSDOELSTELLINGEN
VEILIGSTELLEN BIJDRAGEN DERDEN AFWIKKELEN EENMALIGE BESTEDINGEN
BESTEMMINGSRESERVES RESERVE BEDRIJFSVOERING RESERVE SOCIAAL DOMEIN EGALISATIERESERVE CENTRUMMARKT RESERVE OPENBARE RUIMTE RESERVE HERSTRUCTURERING ACTIEF GRONDBELEID RESERVE GROTE INVESTERINGEN RESERVE NIEUWE INITIATIEVEN EVENEMENTENBELEID RESERVE KUNSTAANKOPEN / KUNSTOPDRACHTEN RESERVE MILIEU RESERVE W ELZIJNSFONDS RESERVE REKENKAMER RESERVE SOCIAAL NOODFONDS RESERVE EENMALIGE UITGAVEN
Gevolgen van wijzigingsbesluit BBV voor het dekken van investeringen uit reserves Tot en met 2016 hanteerde het BBV verschillende regels voor investeringen met economisch nut en voor investeringen met maatschappelijk nut. In deze situatie moesten investeringen met economisch nut, zoals panden, geactiveerd worden op de balans. Hierdoor kon er jaarlijks over afgeschreven worden. Gemeenten waren echter vrij om bij investeringen met maatschappelijk nut, zoals wegen of bruggen, te kiezen of ze deze activeerden op de balans of ze deze met eenmalige middelen betaalden. In de praktijk leidde dit tot grote verschillen tussen gemeenten. Het BBV-wijzigingsbesluit van maart 2016 heft het onderscheid tussen beide soorten nut op. Voortaan moeten alle investeringen geactiveerd worden. Dit betekent dat investeringen niet meer met eenmalige middelen betaald mogen worden, maar dat er gezocht moet worden naar structurele 7
dekking van de kapitaallasten. Ook reserves mogen dus niet meer aangewend worden om een investering in één keer te dekken, zonder dat erover afgeschreven wordt. Overigens is het nog wel mogelijk om vanuit reserves eenmalige exploitatie-uitgaven te doen, omdat deze niet gekoppeld zijn aan onze activa die op de balans komen. Zogenaamde VAT-kosten (Voorbereiding, Administratie en Toezicht) zijn ook exploitatie-uitgaven. Technisch is het mogelijk om reserves te benutten voor de dekking van afschrijvingslasten. De Commissie BBV beveelt aan dat dit ‘bruto’ gebeurt, dat wil zeggen dat de afschrijvingslasten van een investering als last, en een evenredige onttrekking uit de reserve als baat, op hetzelfde product worden geboekt. Er zitten voor- en nadelen aan deze manier van werken. Een voordeel is dat de kapitaallasten van een eenmalige investering de meerjarenbegroting niet belasten. Een nadeel is dat op het moment dat de kapitaallasten afgelopen zijn, er in de begroting geen ruimte meer is voor vervanging van de investering, omdat de reserve al is uitgeput. Ook vertekent deze manier van verwerken in de begroting de werkelijke druk van de kapitaallasten op de exploitatiebegroting. Uitgangspunten 4. Bestemmingsreserves worden alleen voor de vier doelstellingen uit deze nota ingesteld. 3.3.4.
Kaders voor het opheffen van reserves
Voor het opheffen van een reserve is er een besluit nodig van de gemeenteraad, in verband met het budgetrecht van de raad. Wanneer het doel op basis waarvan een reserve is gevormd op enig moment vervalt, dan moet de reserve worden opgeheven. Vrijval van reserves komt automatisch ten goede aan de Algemene reserve, tenzij de raad anders heeft besloten. Reserves worden ook beëindigd wanneer het saldo “0” of gering is op 1/1 en een jaar later op 31/12, en waarbij geen meerjarige mutaties voorzien zijn of er weinig verloop is. In dat geval heeft de reserve namelijk praktisch gezien geen functie. Wanneer in de toekomst blijkt dat het opnieuw gewenst is om een reserve in te stellen, zal daar een nieuw raadsbesluit voor genomen moeten worden. Het is wettelijk niet mogelijk dat een reserve negatief loopt. We vinden het belangrijk om reserves periodiek te beoordelen met de vraag of de doelstellingen waarvoor de reserves zijn ingesteld, nog relevant zijn en zo ja, of de reserves daadwerkelijk bijdragen aan de doelen.
W ANNEER WE DE HUIDIGE RESERVES ANALYSEREN, CONSTATEREN WE DAT EEN AANTAL RESERVES OPGEHEVEN KAN WORDEN. DE REDEN HIERVOOR IS DAT DEZE RESERVES EEN GERINGE OMVANG HEBBEN EN DAT ER WEINIG VERLOOP IS IN VERMEERDERINGEN EN VERMINDERINGEN. OOK GELDT VOOR EEN AANTAL RESERVES DAT BELEIDSDOELSTELLINGEN OOK GEREALISEERD KUNNEN WORDEN VANUIT DE EXPLOITATIEBEGROTING. OM REEDS VOORZIENE BESTEDINGEN NOG WEL TE KUNNEN REALISEREN, STELLEN WIJ VOOR OM DEZE RESERVES WEL OP TE HEFFEN, MAAR OM HET SALDO VAN 31/12/2016 TOE TE VOEGEN AAN DE RESERVE EENMALIGE UITGAVEN.
HET BETREFT DE VOLGENDE RESERVES: EGALISATIERESERVE CENTRUMMARKT; RESERVE NIEUWE INITIATIEVEN EVENEMENTENBELEID; RESERVE KUNSTAANKOPEN; RESERVE MILIEU; RESERVE W ELZIJNSFONDS. DE RESERVE REKENKAMER ZOU IN AANMERKING KOMEN OM OP TE HEFFEN, ECHTER HEEFT DE GEMEENTERAAD AANGEGEVEN DEZE TE WILLEN BEHOUDEN.
8
Uitgangspunten 5. Reserves worden opgeheven als het doel vervalt of als het saldo “0” of gering is op 1/1 en 31/12 en er geen nieuwe mutaties zijn voorzien of weinig verloop is. 6. De volgende reserves kunnen bij de Voorjaarsnota 2017 opgeheven worden: Egalisatiereserve Centrummarkt, Reserve Nieuwe Initiatieven Evenementenbeleid, Reserve Kunstaankopen, Reserve Milieu en Reserve Welzijnsfonds. Om de reeds voorziene bestedingen nog wel te kunnen realiseren, zal het saldo per 31/12/2016 van deze reserves worden toegevoegd aan de Reserve Eenmalige Uitgaven. 3.3.5.
Kaders voor de hoogte van reserves
Er zijn geen algemene normen of beleidsregels voor de gewenste hoogte van reserves. De beoordeling van de juiste hoogte is afhankelijk van veel factoren, zoals: De bestuurlijke wens om tot een bepaald minimum of maximum te reserveren; De omvang van de aan de egalisatiereserve gekoppelde budgetten; De mate van fluctuatie en de risico’s die zich voordoen bij deze exploitatiebudgetten; Gemaakte afspraken. Door kaders te stellen voor een bodem van een reserve, voorkomen we dat een reserve ontoereikend is en dat deze snel uitgeput kan zijn. Door kaders te stellen voor een plafond van een reserve, voorkomen we dat een reserve meer dan toereikend is en dat er middelen worden gereserveerd die beter naar de algemene reserve gestort kunnen worden. Het beoordelen van de gewenste hoogte van reserves vindt plaats in de P&C-cyclus en wel in de Begroting, de Voorjaarsnota, de Najaarsnota en de Jaarrekening. Uitgangspunten 7. De hoogte van reserves wordt beoordeeld in de Begroting, Voorjaarsnota, Najaarsnota en Jaarrekening. 3.3.6.
Rente toerekenen aan reserves
Conform de Notitie Rentebeleid Capelle aan den IJssel 2016 schrijven we geen rente toe aan ons eigen vermogen. Uitgangspunt 8. We schrijven geen rente toe aan reserves.
3.4.
Voorzieningen
Voorzieningen zijn vermogensbestanddelen die binnen de BBV als vreemd vermogen worden aangemerkt en niet vrij te besteden zijn. Voorzieningen moeten dekkend zijn voor de achterliggende verplichtingen of risico's waarvoor ze zijn gevormd. Ze worden ingesteld op basis van een inschatting van de toekomstige voorzienbare uitgaven. 3.4.1.
Functies van voorzieningen
Het BBV, artikel 44, onderscheidt de volgende type voorzieningen: 1. Voorzieningen voor (risico’s voor) toekomstige verplichtingen of verliezen, die redelijkerwijs te schatten zijn (art. 44 lid 1a en 1b). 2. Voorzieningen voor toekomstige kosten, waarbij deze kosten hun oorsprong vinden in het afgelopen jaar of het jaar daarvoor en waarbij het doel is om de lasten gelijkmatig te verspreiden over de jaren (art. 44 lid 1c). 3. Voorzieningen voor toekomstige vervangingsinvesteringen, waarvoor een heffing wordt geheven (art. 44 lid 1d). 4. Voorzieningen om middelen van derden, die specifiek besteed moeten worden, te reserveren (art. 44 lid 2).
9
Voor jaarlijks terugkerende aan arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een vergelijkbaar volume mag geen voorziening worden gevormd (art. 44 lid 3). DE GEMEENTE HEEFT OP 1 JANUARI 2017 ZEVEN VOORZIENINGEN. DEZE VOORZIENINGEN KUNNEN ALS VOLGT INGEDEELD WORDEN: DOELSTELLING TOEKOMSTIGE VERPLICHTINGEN OF VERLIEZEN (ART. 44 LID 1A EN 1B)
TOEKOMSTIGE REEDS VASTGELEGDE KOSTEN (ART. 44 LID 1C) VERVANGINGSINVESTERINGEN WAARVOOR EEN HEFFING WORDT GEHEVEN (ART. 44 LID 1D) RESERVEREN MIDDELEN DERDEN (ART. 44 LID 2)
VOORZIENINGEN VOORZIENING NOG UIT TE VOEREN W ERKEN BOUWGRONDEXPLOITATIES VOORZIENING ALGEMENE PENSIOENWET POLITIEKE AMBTSDRAGERS (APPA) VOORZIENING VERLIESGEVENDE COMPLEXEN VOORZIENING DUBIEUZE DEBITEUREN VOORZIENING ONDERHOUD*
VOORZIENING RIOOLRECHTEN MIDDELEN DERDEN VOORZIENING AFVALSTOFFENHEFFING MIDDELEN DERDEN NVT
* Voorheen was de benaming “Voorziening onderhoud gemeentelijke gebouwen”. De naam doet suggereren dat het alleen om gebouwen gaat, echter is de voorziening bijvoorbeeld ook voor het onderhoud aan velden. Om deze reden is de naam van de voorziening aangepast naar “Voorziening onderhoud”.
Uitgangspunt 9. Voorzieningen worden ingesteld voor de functies die in het BBV genoemd worden. 3.4.2.
Kaders voor het instellen van voorzieningen
Het is wettelijk verplicht dat voorzieningen alleen ingesteld mogen worden voor duidelijk omschreven doelstellingen. Voor voorzieningen die ingesteld zijn voor toekomstige verplichtingen of verliezen, geldt dat er een duidelijke onderbouwing moet zijn welke toekomstige bestedingen of risico’s we verwachten. 3.4.3.
Kaders voor het opheffen van voorzieningen
Voorzieningen kunnen opgeheven worden als het doel van de voorziening bereikt is of als de wettelijke basis ervoor ophoudt. In tegenstelling tot reserves, is het mogelijk dat voorzieningen enige tijd op het saldo van “0” staan. Wanneer het aannemelijk is dat binnen enkele jaren weer gebruik gemaakt wordt van de voorziening, dan hoeft de voorziening niet opgeheven te worden. Het is wettelijk niet mogelijk dat een voorziening negatief loopt. Uitgangspunt 10. Voorzieningen worden ingesteld voor duidelijk omgeschreven doelen en worden opgeheven als dit doel bereikt is of als de wettelijke basis ervoor ophoudt. 3.4.4.
Kaders voor het bepalen van de hoogte
Het bepalen van de noodzakelijke omvang van een voorziening is belangrijk vanwege het risico op onder- of overdekking. Als er sprake is van onderdekking, dan is de voorziening niet toereikend voor de verplichtingen die erbij horen en ontstaat er een risico voor de exploitatie. Als er sprake is van overdekking, dan worden er onnodig middelen in de voorziening vastgelegd, die ook anders besteed kunnen worden. Vanwege deze noodzaak is een goede onderbouwing van de hoogte noodzakelijk. Deze onderbouwing kan bestaan uit bijvoorbeeld een Meerjaren Onderhoudsplan, een jaarlijks actuariële berekening, een beheerplan of een risico-inschatting. Er zijn geen algemene kaders voor de hoogte van een voorziening. De onderbouwing van de hoogte wordt wel jaarlijks verantwoord in de jaarrekening en getoetst door de accountant. Ook in de Begroting, Voorjaarsnota, Najaarsnota beoordelen we de hoogte van de voorzieningen. 10
Voor twee voorzieningen geldt dat deze deel uitmaken van een gesloten systeem: de Voorziening Rioolrechten Middelen Derden en de Voorziening Afvalstoffenheffing Middelen Derden. De omvang van deze voorzieningen wordt beoordeeld bij de bepaling van de tarieven van heffingen. Uitgangspunt 11. De hoogte van de voorzieningen voor toekomstige verplichtingen of verliezen wordt jaarlijkse onderbouwd in de jaarrekening en beoordeeld in de Begroting, Voorjaarsnota en Najaarsnota.
11
4. Risicomanagement en Weerstandsvermogen 4.1.
Visie
We streven naar een structureel gezonde exploitatie en financiële positie, waarbij we de nadelige effecten van risico’s zo veel mogelijk voorkomen of beperken en waarbij er sprake is van een weerstandsvermogen dat past bij het risicoprofiel.
4.2.
Risicomanagement
4.2.1.
Functies van risicomanagement
Risicomanagement richt zich op het nemen van beslissingen om de nadelige effecten van risico’s te voorkomen of te beperken. Het geeft geen garantie dat gebeurtenissen met een negatief gevolg niet meer zullen optreden. Het geeft wel de zekerheid dat je er van tevoren alles aan hebt gedaan om deze te voorkomen of de effecten ervan te verminderen. Overigens zijn er ook positieve risico’s die zich voor kunnen doen: meevallers waar eerder nog geen rekening mee was gehouden. Risicomanagement kan zich richten op verschillende type risico’s, zoals financiële risico’s, beleidsrisico’s, juridische risico’s of imagorisico’s. We zullen in deze nota focussen op het managen van financiële risico’s. Risicomanagement heeft de volgende algemene functies: 1. Voor bestaand beleid: het zo goed mogelijk inzichtelijk maken van risico’s en het nemen van maatregelen om deze te voorkomen of om de effecten te minimaliseren. 2. Voor nieuw beleid: het zo goed mogelijk inzichtelijk maken van risico’s, zodat er een verantwoorde keuze gemaakt kan worden in het licht van die risico’s. 3. Voor de organisatie: het vergroten van het risicobewustzijn onder medewerkers, zodat zij risicoverantwoord handelen. Het nemen van risico’s is onvermijdelijk verbonden aan het nemen van beslissingen. Wie nooit risico wil lopen, bereikt ook nooit wat. Tegelijkertijd is het belangrijk om risico’s beheersbaar te houden.
Hiervoor kunnen de volgende soort maatregelen genomen worden: 1. Het vermijden van risico’s, bijvoorbeeld door geen risicovolle projecten te starten of bestaand beleid met veel risico’s af te stoten. 2. Het verminderen van risico’s, bijvoorbeeld door een voorziening te vormen. 3. Het overdragen of delen van risico’s, bijvoorbeeld door een verzekering af te sluiten of bij een gezamenlijk project vooraf afspraken te maken over risicodeling. 4. Het accepteren van risico’s, bijvoorbeeld wanneer er geen goede maatregelen beschikbaar zijn. 4.2.2.
Definitie van risico’s
Een risico definiëren we als volgt: De kans op het optreden van een gebeurtenis, die zowel positieve als negatieve gevolgen voor de gemeente kan hebben, waarvan de omvang nog onbekend is, maar van materiële betekenis kan zijn. Uit deze definitie volgt, dat risico’s die reeds afgedekt zijn door bijvoorbeeld een verzekering, niet meer als risico beschouwd worden. Dit is ook in lijn met artikel 11 uit het BBV, waar de “risico's waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie” worden genoemd. Risico’s zijn van materiële betekenis als ze financieel groter zijn dan € 250.000. Eenvoudig geformuleerd kunnen we een risico ook zo definiëren: Risico = kans * impact
12
4.2.3.
Kaders voor het berekenen van risico’s
Voor het berekenen van de benodigde weerstandscapaciteit (zie paragraaf 4.3.3.) drukken we alle risico’s uit in een bedrag dat gebaseerd is op een zo goed mogelijke inschatting van de kans en de impact. De kans dat een risico zich voordoet, drukken we uit in een percentage. Het bepalen van de kans is altijd een inschatting. Deze inschatting kan gebaseerd zijn op ervaringen uit het verleden of andere informatie, maar zal ook niet altijd goed te onderbouwen zijn. Om de inschatting van de kans te vergemakkelijken, werken we met drie hoofdcategorieën: 1. Hoge kans: 75% 2. Gemiddelde kans: 50% 3. Lage kans: 25% De impact van een risico is de maximale financiële consequentie als het risico zich voordoet. Ook dit is een inschatting, die in het ene geval makkelijker te maken is dan in het andere geval. Er zijn drie manieren om de impact te berekenen: 1. Als de impact redelijk goed in te schatten is: als vast waarde; 2. Als de impact moeilijker in te schatten is: met een bandbreedte, waarin we een onder- en bovengrens geven en we rekenen met het gemiddelde; 3. Als de impact (nog) niet in te schatten is: als pm. Fictief rekenvoorbeeld De gemeente ontvangt vanuit de Rijksoverheid middelen om een bepaald doel te realiseren. Er is landelijk veel discussie over de verdeling van deze middelen over de gemeenten en mogelijk gaat er een herverdeling plaatsvinden in het nadeel van onze gemeente.
De kans dat dit optreedt, is groot, omdat de meeste politieke partijen voorstander zijn. We schatten de kans daarom op 75%. De financiële impact, als de herverdeling plaatsvindt, is waarschijnlijk tussen € 600.000 en € 800.000. We rekenen daarbij met een gemiddelde impact van (600.000+800.000 / 2 =) 700.000. Het risico is dan als volgt: 75% * 700.000 = € 525.000. Risico’s kunnen zich eenmalig of structureel voordoen. Een risico is eenmalig, wanneer de baten of lasten in één jaar wijzigen, als het risico zich voordoet. Een risico is structureel wanneer bij het zich voordoen van het risico, de baten of lasten meerjarig wijzigen. In het fictieve voorbeeld van de middelen van de Rijksoverheid, gaat het om minder middelen in alle jaren van de hele meerjarenbegroting. Een structureel risico vermenigvuldigen we met 5, omdat we in de P&C-cyclus zowel bezig zijn met het lopende jaar, als met de vier jaren van de meerjarenbegroting erna. Uitgangspunt 1. Voor het berekenen van risico’s maken we zo goed mogelijke inschattingen van de kans en de impact. Eenmalige risico’s vermenigvuldigen we met 1 en structurele risico’s met 5 4.2.4.
Kaders voor het rapporteren over risico’s
Het BBV schrijft in de artikelen 11 en 26 voor dat de gemeente in de begroting ende jaarrekening een inventarisatie geeft van de risico’s, en wel in de paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing. In onze gemeente vindt deze rapportage ook plaats in de Voor- en de Najaarsnota. Daarnaast is het mogelijk dat het college de gemeenteraad apart informeert, wanneer er zich nieuwe risico’s voordoen of er nieuwe informatie over bestaande risico’s beschikbaar is. Een aparte categorie risico’s betreft vertrouwelijke risico’s. Dit zijn risico’s waarbij het openbaar maken ervan de gemeente of anderen kan schaden. Zo zou het kwantificeren van een schadeclaim kunnen worden opgevat als het toegeven aan de aansprakelijkheid, zou het benoemen van een mogelijk verlies de lopende onderhandelingen kunnen schaden of zou het imago van personen of organisaties beschadigd kunnen worden. Voor vertrouwelijke risico’s geldt het uitgangspunt dat het college de raad vertrouwelijk informeert. 13
In de paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing vermelden we per risico de volgende informatie: Omschrijving risico: algemene toelichting wat het risico inhoudt Specifieke risico’s: benoemen onderdelen van het risico die specifieke aandacht vragen Bandbreedte financiële gevolgen: benoemen kanscategorie en impactcategorie Beheersingsmaatregelen: welke beheersingsmaatregelen zijn genomen of kunnen genomen worden? Verloop: op welke plekken is het risico nog meer benoemd? Verantwoordelijken: benoemen ambtelijk en bestuurlijk verantwoordelijken Communicatie: benoemen hoe en aan wie we communiceren over het risico Bewaking: benoemen hoe we het risico blijven monitoren en beperken Ondernomen en mogelijke acties: benoemen welke acties gedaan (kunnen) worden om met het risico om te gaan Uitgangspunt 2. Het college informeert de gemeenteraad in de paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing van P&C-documenten over de risico’s die de gemeente loopt. 3. Voor vertrouwelijke risico’s geldt dat het college de raad vertrouwelijk informeert. 4.2.5.
Kaders voor het beheersen van risico’s
Het beheersen van risico’s is in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van diegene die inhoudelijk bij het beleidsterrein van het betreffende risico betrokken is, bijvoorbeeld de inhoudelijke portefeuillehouder en het afdelingshoofd. Wij actualiseren de risico’s in de paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing, die onderdeel uitmaakt van de P&C-documenten Begroting, Voorjaarsnota, Najaarsnota en Jaarrekening.
4.3.
Weerstandsvermogen
4.3.1.
Functies van weerstandsvermogen
Het weerstandsvermogen geeft een indicatie van de mate waarin een gemeente in staat is om risico’s met de eigen middelen op te vangen. Het is een middel om de financiële gezondheid van gemeenten te beoordelen. Het is wettelijk verplicht om het weerstandsvermogen te bepalen in de paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing van de Begroting en de Jaarrekening (art. 11 en 26 BBV). 4.3.2.
Definitie van weerstandsratio
Het BBV geeft de volgende definitie van weerstandsvermogen: Artikel 11 lid 1 BBV Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen: a) de weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en mogelijkheden waarover de provincie onderscheidenlijk gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken; b) alle risico's waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. Op basis van deze definitie berekenen wij de weerstandsratio, die de relatie tussen beide onderdelen weergeeft. De weerstandsratio berekenen we als volgt:
Beschikbare Weerstandscapaciteit Weerstandsratio
= Benodigde Weerstandscapaciteit (= risico’s) 14
De Beschikbare Weerstandscapaciteit bestaat uit de “middelen en mogelijkheden waarover” we beschikken of kunnen beschikken “om niet begrote kosten te dekken.” Hiermee worden dus bedoeld alle middelen die niet ‘vast’ gezet zijn voor bestedingen. We maken hierbij het onderscheid tussen incidentele en structurele weerstandscapaciteit. Voorbeelden van incidentele weerstandscapaciteit zijn de algemene reserve, bestemmingsreserves, stille reserves en het jaarrekeningresultaat. Deze middelen kunnen eenmalig ingezet worden als risico’s zich voordoen. Voorbeelden van structurele weerstandscapaciteit zijn de post onvoorzien, onbenutte belastingcapaciteit en bezuinigingsmogelijkheden. Deze capaciteit is structureel, omdat het inzetten ervan een jaarlijks terugkerend voordeel op de begroting met zich meebrengt. Stille Reserves zijn activa, zoals panden, aandelen of gronden, die meer waard zijn dan voor wat ze gewaardeerd zijn op de balans en die niet nodig zijn voor de uitoefening van gemeentelijk beleid. Echter, omdat zowel de hoogte van deze posten, als de snelheid waarmee deze ‘verzilverd’ kunnen worden, onzeker zijn, nemen we deze niet mee voor de beschikbare weerstandscapaciteit. De post onvoorzien is een begrotingspost die is ingesteld om onvoorziene financiële gebeurtenissen te dekken. De hoogte ervan is bepaald op € 0,50 per inwoner en komt daarmee uit op € 33.000.
Onder Onbenutte Belastingcapaciteit verstaan we het verschil tussen het huidige niveau van lokale lasten en het niveau waarop deze lokale lasten moeten zijn wil de gemeente in aanmerking komen voor staatssteun (art. 12-procedure). Dit verschil is de ruimte dat de gemeente dus nog kan stijgen om extra inkomsten te verwerven. Wij nemen deze Onbenutte Belastingcapaciteit niet mee voor de Beschikbare Weerstandscapaciteit, omdat wij eigenstandige afwegingen willen maken voor het bepalen van de hoogte van de belastingen. Ook bezuinigingsmogelijkheden nemen wij niet mee. Samenvattend nemen wij algemene reserves, bestemmingsreserves, het jaarrekeningresultaat en de post onvoorzien mee in de beschikbare weerstandscapaciteit. Deze zijn immers naar hun aard vrij besteedbaar. Stille reserves, onbenutte belastingcapaciteit en bezuinigingsmogelijkheden nemen wij niet mee. In onze gemeente gaat het om deze middelen: De algemene reserves De bestemmingsreserves De post onvoorzien Het (begrote) resultaat Voorzieningen behoren niet tot de Beschikbare Weerstandscapaciteit, omdat deze middelen ‘vast’ staan voor bepaalde doeleinden. Tot de Beschikbare Weerstandscapaciteit zouden we ook deze onderdelen kunnen rekenen: Stille Reserves en Onbenutte Belastingcapaciteit. De Benodigde Weerstandscapaciteit bestaat uit de berekening van de risico’s, zoals uiteengezet in de paragraaf hierboven.
Uitgangspunt 4. Tot de Beschikbare Weerstandscapaciteit rekenen wij: de algemene reserves, de bestemmingsreserves, de post onvoorzien en het (begrote) jaarresultaat. 5. Tot de Beschikbare Weerstandscapaciteit rekenen wij niet: eventuele stille reserves,onbenutte belastingcapaciteit en bezuinigingsmogelijkheden. 6. Tot de Benodigde Weerstandscapaciteit rekenen wij de risico’s, zoals berekend op de manier beschreven in deze nota. 4.3.3.
Kaders voor het berekenen van de weerstandsratio
De weerstandsratio berekenen wij meerjarig, zodat de ontwikkeling in de jaren zichtbaar wordt. De ratio berekenen we volgens het onderstaande schema.
15
Jaar t
A B A/B
Jaar t+1
Jaar t+2
Jaar t+3
Jaar t+4
Algemene Reserve Minimumniveau Algemene Reserve Vrij Besteedbaar Bestemmingsreserves Post onvoorzien (Begroot) resultaat Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit = risico’s Weerstandsratio
In de Begroting bereken wij de volgende jaren: t, t+1, t+2 en t+3. In de Begroting 2018 gaat het bijvoorbeeld om de jaren 2018 t/m 2021. In de Jaarrekening berekenen wij het jaar t. In de Jaarrekening 2017 bijvoorbeeld gaat het om het jaar 2017. Het geeft de actuele stand weer, ten tijde van het opstellen van de jaarrekening. In de Voor- en Najaarsnota berekenen wij de volgende jaren: t, t+1, t+2, t+3 en t+4. In de Voorjaarsnota 2017 bijvoorbeeld gaat het om het lopende jaar 2017, maar ook om de 4 nieuwe begrotingsjaren 2018 t/m 2021. Uitgangspunt 7. Wij berekenen de weerstandsratio voor de hele meerjarenbegrotingsperiode, behalve in de jaarrekening. 4.3.4.
Kaders voor de gewenste hoogte van de weerstandsratio
In het geval dat de weerstandsratio boven de 1,0 is, zijn wij in staat om met de vrij beschikbare middelen de risico’s op te vangen. Een ratio hoger dan 1.0 is in algemene zin een teken van financiële gezondheid en hiervoor geldt: hoe hoger, hoe gezonder. Wij geven de volgende duiding aan de hoogte van de weerstandsratio en streven ernaar om tenminste het niveau van 1,4 te bereiken. Weerstandsratio betekenis > 2,0 Uitstekend 1,4 - 2,0 Ruim voldoende 1,0 - 1,4 Voldoende 0,8 - 1,0 Matig 0,6 - 0,8 Onvoldoende < 0,6 Ruim onvoldoende Tegelijkertijd is het belangrijk om twee kanttekeningen bij de weerstandsratio te geven. In de eerste plaats behoudt de ratio altijd een bepaalde mate van onzekerheid, omdat deze voor een groot deel is gebaseerd op inschattingen van risico’s. In de tweede plaats is de weerstandsratio niet de enige indicatie voor de financiële gezondheid van de gemeente. Dit zijn bijvoorbeeld ook de andere financiële kengetallen uit de paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing, zoals de schuldquote of de structurele exploitatieruimte. Om deze redenen is het raadzaam dat bij het nemen van financiële beslissingen niet uitsluitend naar de ontwikkeling van de weerstandsratio wordt gekeken, maar ook naar andere indicatoren van financiële gezondheid. Uitgangspunt 8. Wij streven naar een weerstandsratio die ten minste “ruim voldoende” is (hoger dan 1,4). 9.
Voor het nemen van financiële beslissingen kijken wij niet alleen naar de weerstandsratio, maar ook naar andere indicatoren van financiële gezondheid.
16
BIJLAGE 1: relevantie wetsartikelen uit het BBV Artikel 11 1. Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen: a. de weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en mogelijkheden waarover de provincie onderscheidenlijk gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken; b. alle risico's waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. 2. De paragraaf betreffende het weerstandsvermogen en risicobeheersing bevat ten minste: a. b. c. d.
een inventarisatie van de weerstandscapaciteit; een inventarisatie van de risico's; het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico's; een kengetal voor de: 1a°. netto schuldquote; 1b°. netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; 2°. solvabiliteitsratio; 3°. grondexploitatie; 4°. structurele exploitatieruimte; en 5°. belastingcapaciteit. e. een beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie. 3. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de wijze waarop de kengetallen, genoemd in het tweede lid, onderdeel d, door provincies en gemeenten worden vastgesteld en in de begroting en het jaarverslag worden opgenomen. Artikel 26 Het jaarverslag bevat de paragrafen die ingevolge artikel 9 in de begroting zijn opgenomen. Ze bevatten de verantwoording van hetgeen in de overeenkomstige paragrafen in de begroting is opgenomen. Artikel 41 Onder de vaste passiva worden afzonderlijk opgenomen het eigen vermogen, de voorzieningen en de vaste schulden, met een rentetypische looptijd van één jaar of langer. Artikel 42 1. Het eigen vermogen bestaat uit de reserves en het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening. 2. Het in het eerste lid bedoelde resultaat wordt afzonderlijk opgenomen als onderdeel van het eigen vermogen. Artikel 43 1.
In de balans worden de reserves onderscheiden naar: a. de algemene reserve; b. de bestemmingsreserves. 2. Een bestemmingsreserve is een reserve waaraan provinciale staten respectievelijk de raad een bepaalde bestemming heeft gegeven.
17
Artikel 44 1. Voorzieningen worden gevormd wegens: a. verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs te schatten; b. op de balansdatum bestaande risico's ter zake van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is te schatten; c. kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong mede vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren; d. de bijdragen aan toekomstige vervangingsinvesteringen, waarvoor een heffing wordt geheven als bedoeld in artikel 35, eerste lid, onder b. 2. Tot de voorzieningen worden ook gerekend van derden verkregen middelen die specifiek besteed moeten worden, met uitzondering van de voorschotbedragen, bedoeld in artikel 49, onderdeel b. 3. Voorzieningen worden niet gevormd voor jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume. Artikel 45 Rentetoevoegingen aan voorzieningen zijn niet toegestaan. Artikel 46 In de balans worden onder de vaste schulden afzonderlijk opgenomen: a. obligatieleningen; b. onderhandse leningen van: 1. binnenlandse pensioenfondsen en verzekeringsinstellingen; 2. binnenlandse banken en overige financiële instellingen; 3.
binnenlandse bedrijven; 4. openbare lichamen als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Wet financiering decentrale overheden; 5. overige binnenlandse sectoren; 6. buitenlandse instellingen, fondsen, banken, bedrijven en overige sectoren; c. door derden belegde gelden; d. waarborgsommen.
18
BIJLAGE 2: overzicht reserves en voorzieningen uit de Najaarsnota 2016
19
Stand begroting incl. 1e Begr.wijz. 2017
Mutaties Najaarsnota 2016
(bedragen x € 1.000,--)
Nr. Naam reserve/voorziening A: Algem ene reserves 1 Minimum niveau 10 miljoen 2 Vrij besteedbaar
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15
1 2 3 4 5 6 7
saldo begin 2016
saldo eind 2016
saldo eind 2017
saldo eind 2018
saldo eind 2019
saldo eind 2020
mutatie mutatie mutatie mutatie mutatie 2016 2017 2018 2019 2020
10.000 10.000 10.000 10.000 10.000 10.000 5.971 10.133 10.088 10.043 10.043 10.043
Subtotaal rubriek A:
15.971 20.133 20.088 20.043 20.043 20.043
B: Bestem m ingsreserves Egalisatiereserve bedrijfsvoering Eenmalige uitgaven Kunstaankopen/kunstopdrachten Participatiew et *) Reserve Capelle 2020 Sociaal Noodfonds Herstructurering Actief Grondbeleid Grote Investeringen Wet Maatschappelijke Ondersteuning *) Milieu Egalisatie Centrummarkt Reserve Welzijnsfonds Nieuw e initiatieven evenementenbeleid Jeugdhulp *) Sociaal Domein *)
582 223 218 309 7.501 2.405 628 0 52 52 52 52 6.445 0 0 0 251 251 251 251 260 260 260 260 17.659 12.831 11.206 10.497 5.312 5.957 7.909 4.294 2.000 0 0 0 211 180 87 0 27 28 29 30 540 32 7 7 32 32 12 12 2.000 0 0 0 0 9.885 9.087 6.676
16 Openbare Ruimte c.s. Subtotaal rubriek B:
Eindstand Najaarsnota 2016
+ is toename, - is afname
506 0 52 0 251 260 8.062 4.294 0 0 31 7 12 0 4.759
561 0 52 0 251 260 7.206 4.294 0 0 32 7 12 0 4.759
saldo saldo saldo saldo saldo eind eind eind eind eind 2016 2017 2018 2019 2020 10.000 10.000 10.000 10.000 10.000 10.133 10.088 10.043 10.043 10.043
0
0
0
1.160 -1.096
-64
0
0
665 -4.294
-665
-7
-228 -2.808
506 0 52 0 0 260 8.062 0 0 0 31 0 12 0 1.723
561 0 52 0 0 260 7.206 0 0 0 32 0 12 0 1.723
14.183 16.282 18.329 19.581 20.887 21.977 57.055 48.418 48.075 41.969 39.121 39.411
384 -139 -2.571 -4.708
88 24
44 44
51 51
16.666 18.574 19.914 21.264 22.405 45.847 40.796 34.714 31.910 32.251
Totaal Reserves (Rubriek A+B)
73.026 68.551 68.163 62.012 59.164 59.454
-2.571 -4.708
24
44
51
65.980 60.884 54.757 51.953 52.294
C: Voorzieningen Onderhoud gemeentelijke gebouw en **) Nog uit te voeren w erken bouw gr.expl. Diverse (verliesgevende) complexen Dubieuze debiteuren Alg.pensioenw et politieke ambtsdragers Rioolrechten middelen derden Afvalstoffenheffing middelen derden
9.001 0 0 5.992 2.230 2.389 3.545
135 0 0 6.358 2.610 958 1.049
1.623
239 -140 81 19
-60 10 26
-90 10
-90 8
-90 8
Totaal Voorzieningen (rubriek C)
23.157 22.223 18.197 13.862 12.536 11.110
1.822
-24
-80
-82
-82
24.045 19.995 15.580 14.172 12.664
TOTAAL GENERAAL (A+B+C)
96.183 90.774 86.360 75.874 71.700 70.564
-749 -4.732
-56
-38
-31
90.025 80.879 70.337 66.125 64.958
7.718 0 0 6.023 2.306 2.684 3.492
4.084 0 0 6.105 2.382 2.551 3.075
464 0 0 6.187 2.458 2.295 2.458
401 0 0 6.271 2.534 1.569 1.761
1 1
20.133 20.088 20.043 20.043 20.043
223 218 309 3.565 692 0 52 52 52 0 0 0 0 0 0 260 260 260 13.496 11.206 10.497 1.663 3.615 0 0 0 0 180 87 0 28 29 30 25 0 0 32 12 12 0 0 0 9.657 6.051 3.640
-251
Juiste Kan Dotatie hoogte vrijvallen gew enst (1) (2) (3)
7.718 0 0 6.262 2.166 2.765 3.511
4.084 0 0 6.344 2.182 2.642 3.120
464 0 0 6.426 2.168 2.396 2.503
401 0 0 6.510 2.154 1.678 1.806
135 0 0 6.597 2.140 1.075 1.094
1 1 1 1 2 1 1 1 1 1 1 2 1 1 1 3
1 1 1 1 3 1 1
*) De reserves Participatiew et, Wet maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp zijn bij de Voorjaarsnota 2016 samengevoegd in één reserve Sociaal Domein en w orden niet meer afzonderlijk toegelicht. **) In de Begroting 2017 is deze w ijziging al aangekondigd en in de tabel opgenomen. Technisch is dit in de Najaarsnota verw erkt.