CConstaterende datCapelle Ad Ijssel
Koppel je AI →
Document · PDF

08.03 - Facetbestemmingsplan Buisleiding RoCa, Capelle aan den IJssel

Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer 28 maart 2023, gemeente Capelle Ad IjsselBij agendapunt: Facetbestemmingsplan Buisleiding RoCa (Capelle aan den IJssel)25.016 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

35/82

Tevens is in dit artikel, in het eerste lid, voorgeschreven dat een belemmeringenstrook ten behoeve van het onderhoud van de buisleiding, in het bestemmingsplan moet worden opgenomen. Deze belemmeringenstrook moet minimaal 5 meter aan weerzijden van een buisleiding, gemeten vanuit het hart van de buisleiding, bedragen. In het voorliggende bestemmingsplan is deze belemmeringenstrook dan ook aangehouden en deze strook vormt de breedte van het plangebied.

36/82

Hoofdstuk 6

Uitvoerbaarheid

Naast de planologische haalbaarheid van het project zoals getoetst in voorgaand hoofdstuk, zal ook de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het project moeten worden aangetoond.

6.1

Economische uitvoerbaarheid

De aanleg van de nieuwe leiding (horizontaal gestuurde boring) en de aansluitingen van de leiding worden aanbesteed. GTS heeft voor het project een raming opgesteld. GTS is zowel financieel als organisatorisch verantwoordelijk voor het project en ook het beheer van de leiding. De kosten van het gehele project komen volledig voor rekening van GTS. GTS is in staat om de werkzaamheden geheel uit eigen middelen te financieren. De economische uitvoerbaarheid is daarmee afdoende gewaarborgd. Voor wat betreft eventuele planschade die derden kunnen ondervinden als gevolg van de aanleg en aanwezigheid van de nieuwe leiding zal GTS een standaardovereenkomst met de gemeente afsluiten. Daarnaast heeft GTS met de zakelijk gerechtigden in de algemene voorwaarden een schadevergoedingsregeling opgenomen.

6.2

Grondexploitatie

In het besluit ruimtelijke ordening (Bro) zijn regels opgenomen over de grondexploitatie. Deze regels verplichten tot kostenverhaal door de gemeente als een bouwplan zoals aangegeven in artikel 6.2.1 Bro wordt mogelijk gemaakt. De aanleg van een leiding worden echter niet als dergelijke bouwplannen aangemerkt. Op grond van het Bro behoeft daarom geen anterieure overeenkomst of exploitatieplan te worden opgesteld.

6.3

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Vooroverleg Op grond van artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het concept ontwerpbestemmingsplan voor vooroverleg toegezonden aan diverse overleginstanties. De vooroverlegreactie van de veiligheidsregio is verwerkt in dit bestemmingsplan. De reactie van het Hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard heeft niet tot aanpassingen van het bestemmingsplan geleid. Ontwerpbestemmingsplan Het ontwerpbestemmingsplan met de daarbij behorende stukken heeft gedurende een periode van 6 weken ter inzage gelegen. Gedurende deze periode was het voor eenieder mogelijk om mondeling of schriftelijk een zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan te geven. In deze periode is één zienswijze ontvangen, zie bijlage 16. Hieronder is de samenvatting en beantwoording van de zienswijze van TenneT opgenomen.

37/82

1. Wij verzoeken u om onze hoogspanningsverbinding op te nemen in het bestemmingsplan en deze te borgen door toevoeging van de dubbelbestemming "Leiding‐Hoogspanning". Op deze manier wordt de ondergrondse hoogspanningsverbinding planologisch beschermd tegen eventuele bodemingrepen die kunnen leiden tot schade en de leveringszekerheid daardoor in gevaar brengen. De aanleg en het gebruik van de aardgasleiding wordt mogelijk gemaakt via een partiële herziening van het geldende bestemmingsplan Hoofdweg (hierna basisplan). Het gaat om een facetherziening waarbij het basisplan en de geldende bestemmingen van toepassing blijven en waarbij uitsluitend de dubbelbestemming Leiding‐Gas wordt toegevoegd aan het plan. Het toevoegen van de dubbelbestemming ''Leiding – Hoogspanning'' met de bijbehorende correcte regels en de complete en correcte verbeelding zal t.z.t. worden meegenomen bij het wijzigen van het omgevingsplan. Daarvoor werkt de gemeente Capelle aan den IJssel aan een zogenaamd casco voor het omgevingsplan. Hiervoor nodigt de gemeente TenneT uit om met ons mee te denken over de opbouw, de regels en de verbeelding van het nieuwe op te stellen omgevingsplan. 2. Wij verzoeken u de regels over te nemen zoals weergegeven in bijlage 1 (ondergronds).

Met het toevoegen van deze regels wordt gewaarborgd dat het hoogspanningsnet voldoende wordt beschermd tegen omgevingsaspecten die van invloed kunnen zijn op een betrouwbare levering van energie. Zie beantwoording onder 1. 3. Op de verbeelding van het voorliggende plan ontbreekt het tracé van onze aanwezige ondergrondse 150kV hoogspanningsverbinding Krimpen aan den IJssel‐Ommoord. De bijbehorende belemmerde strook is 5.00 meter gerekend vanaf de buitenste kabels. Zie beantwoording onder 1. 4. Bij toekomstige plannen of beleidsdocumenten die keuzes omvatten die relevant zijn voor het landelijke hoogspanningsnet, zouden wij het prettig vinden om deel te nemen aan het vooroverleg. Op deze manier worden wij vroegtijdig bij plannen betrokken wat maakt dat wij ook tijdig kunnen beoordelen of de veiligheid en leveringszekerheid van onze hoogspanningsverbindingen in het geding komen en of de plannen (technisch) uitvoerbaar zijn. De plannen of documenten kunnen gestuurd worden naar ruimtelijkeplannen@tennet.eu. Hierbij tevens het verzoek om dit e‐mailadres binnen uw gemeente op te nemen. De gemeente Capelle aan den IJssel zal u in het vervolg beter en actief betrekken bij het vooroverleg van plannen in het kader van de Wro en Wabo (straks Omgevingswet). 5.

TenneT heeft, in samenwerking met Netbeheer Nederland, de staalkaart "Elektriciteit en gas in het Omgevingsplan" inclusief bijbehorende voorbeeldregels opgesteld. De staalkaart betreft een handreiking om gemeentelijke ambities in samenhang met ambities op het gebied van energievoorzieningen bij elkaar te brengen in het Omgevingsplan. De Staalkaart is een 'levend' document en zal worden aangepast naar de kennis en ervaring die TenneT en gemeenten gaan opdoen met de Omgevingswet. TenneT nodigt uit om gebruik te maken van de Staalkaart bij het opstellen van een Omgevingsplan en vervolgens samen met u mee te denken in

38/82

het op duurzame wijze opnemen van het hoogspanningsnet in Omgevingsplannen. De gemeente Capelle aan den IJssel nodigt TenneT uit om mee te denken bij het vervaardigen van het casco en het handboek in het kader van het op te stellen bestemmingsplan verbrede reikwijdte Rivium dat op korte termijn zal worden opgestart. Ambtshalve wijziging In de verbeelding van de ontwerpversie van het bestemmingsplan is abusievelijk een verkeerde gradenbocht opgenomen. De ligging van de leiding is hierop aangepast. In onderstaande figuur is de wijziging weergegeven. In rood is de ligging van de gastransportleiding bij de ontwerpversie weergegeven en in blauw is de definitieve ligging weergegeven.

Figuur 6.1 Wijziging ter hoogte van de Capelseweg Vaststelling Vervolgens stelt de gemeenteraad het bestemmingsplan vast. Uiteindelijk is tegen het bestemmingsplan beroep mogelijk bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

39/82

40/82

BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING

Bijlage 1 Archeologisch onderzoek

projectnummer 19300039 19 februari 2019

MUG-projectnummer Opdrachtgever MUG-publicatie Bevoegd gezag

19300039 NV Nederlandse Gasunie J. van Leerdam 2019-12 Gemeente Cappelle aan den IJssel T: 140 10 E: gemeente@capelleaandenijssel.nl Gemeente Rotterdam BOOR Ceintuurbaan 213b 3051 KC Rotterdam T: 010 489 85 00 E: boor@rotterdam.nl

Beheer en plaats documentatie Onderzoekmeldingsnummer Tekst Afbeeldingen Redactie Status Uitgegeven door

Datum ISSN

Gemeente Zuidplas Postbus 100 2910 AC Nieuwerkerk aan den IJssel T: 0180 33 03 00 E: gemeente@zuidplas.nl MUG Ingenieursbureau b.v. 4670763100 G.J. de Roller MUG Ingenieursbureau b.v., tenzij anders aangegeven J.H.C.M. Maassen concept MUG Ingenieursbureau b.v. Postbus 136 9350 AC Leek T: 0594 55 24 20 E: info@mug.nl 19 februari 2019 1875-5313

projectnummer 19300039 19 februari 2019

INHOUDSOPGAVE Samenvatting

1

1

Inleiding

2

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 1.6.1 1.6.2 1.6.3

Aanleiding voor het onderzoek Ligging van het onderzoekstracé Ontwikkelingsplannen opdrachtgever Objectgegevens Doel van het onderzoek Gemeentelijk beleid Gemeente Rotterdam Gemeente Capelle aan den IJssel Gemeente Zuidplas

2 2 3 3 3 3 3 4 4

2

Het bureauonderzoek

5

2.1 2.2 2.2.1 2.2.2 2.2.3 2.2.4 2.2.5 2.3 2.3.1 2.3.2 2.3.3 2.3.4 2.3.5

De opzet van het onderzoek Deelgebied A. Capelle aan den IJssel Huidige situatie Aardwetenschappelijke situatie Bekende archeologische waarden Historische situatie en bouwhistorische waarden Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel deelgebied A Deelgebied B. Zuidplaspolder Huidige situatie Aardwetenschappelijke situatie Bekende archeologische waarden Historische situatie en bouwhistorische waarden Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel

5 5 5 7 8 9 11 11 11 11 14 15 17

3 3.1 3.1.1 3.1.2 3.2 3.2.1 3.2.2

Conclusie en advies Conclusie Deelgebied A. Capelle aan den IJssel Deelgebied B. Zuidplaspolder. Advies Deelgebied A. Capelle aan den IJssel Deelgebied B. Zuidplaspolder

18 18 18 18 18 18 18

Literatuur en bronnen

BIJLAGEN Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3

Plannen opdrachtgever Bestemmingsplannen Advies BOOR, gemeente Rotterdam

19

projectnummer 19300039 19 februari 2019 pagina 1 van 19

Samenvatting Deelgebied A. Capelle aan den IJssel MUG Ingenieursbureau b.v. adviseert om geen verder archeologisch onderzoek uit te voeren. Binnen de ontgravingsdiepte voor de nieuwe gasleiding van 1,5 m-mv worden geen archeologische resten verwacht. De bovengrond is al vergraven door aanwezige nutsvoorzieningen. Het bevoegd gezag, gemeente Capelle aan den IJssel, besluit hoe verder wordt omgegaan met het archeologisch erfgoed op basis van het bovenstaande advies. Deelgebied B. Zuidplaspolder MUG Ingenieursbureau b.v. adviseert om geen verder archeologisch onderzoek uit te voeren. Er heeft hier al een archeologisch onderzoek plaatsgevonden voor de aanleg van een gasleiding. Het gebied is toen vrijgegeven omdat de bodemingreep toen, net als nu, geen bedreiging voor het archeologisch erfgoed vormt. Het bevoegd gezag, gemeente Zuidplas, besluit hoe verder wordt omgegaan met het archeologisch erfgoed op basis van het bovenstaande advies. Indien toch archeologische waarden aanwezig blijken te zijn binnen de vrijgegeven gebieden, geldt de wettelijke meldingsplicht hiervan (artikel 5.10 van de Erfgoedwet) om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: “Degene die anders dan bij het verrichten van opgravingen een vondst doet waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een archeologische vondst betreft, meldt dit zo spoedig mogelijk bij Onze Minister”.

Deze aangifte dient te gebeuren bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (vondstmelding via ARCHIS). De melding dient ook bij de desbetreffende gemeente gedaan te worden (zie colofon voor contactgegevens).

projectnummer 19300039 19 februari 2019 pagina 2 van 19

1

Inleiding

1.1

Aanleiding voor het onderzoek Aanleiding tot het hier beschreven archeologische bureauonderzoek zijn de plannen van de NV Nederlandse Gasunie om een nieuwe gasleiding aan te leggen tussen het Schema Zuidelijke Dwarsweg (S-556) in de gemeente Zuidplas en GOS Uniper-ROCA (W-216) te Rotterdam. Het leidingtracé loopt langs de A20 en gaat ook door het grondgebied van de gemeente Capelle aan den IJssel. Door deze werkzaamheden worden mogelijk archeologische resten bedreigd. Conform het bestemmingsplan is het onderzoekstracé eerst onderzocht op de aanwezigheid van archeologische waarden. Het onderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen van de betrokken gemeenten en de eisen van de BRL 4000, protocollen 4002.1 Tabel 1.1 Overzicht inzet tijd en personeel Onderdeel onderzoek Opstellen bureauonderzoek Projectleiding

1.2

Naam G.J. de Roller J.H.C.M. Maassen

Actor status Senior KNA-archeoloog -

Actor nummer 28312774 -

Ligging van het onderzoekstracé Het onderzoekstracé loopt van GOS uniper ROCA (W216) aan de Capelseweg te Rotterdam, langs de zuidkant van de A20 om langs de Vierde Tocht, tussen de Derde Dwarsweg en den Middelweg, naar de Zuidelijke Dwarsweg te lopen. Het tracé loopt door groenstroken en weilanden en heeft een lengte van circa 9,5 km (zie afbeelding 1). De werkstrook van het leidingtracé heeft een breedte van 25 m. Omdat de exacte ligging van het tracé nog niet bekend is wordt een buffer van 50 m aan weerszijde van de werkstrook aangehouden als onderzoeksgebied. De maaiveldhoogte ligt tussen de 6 en 5 m-NAP.

Afbeelding 1. Uitsnede van de topografische kaart waarop het onderzoekstracé met een rode lijn is aangegeven (bron: Esri Nederland & Community Maps Contributors) 1 Inzage in de BRL4000 zie https://www.sikb.nl/archeologie/richtlijnen/brl-4000

projectnummer 19300039 19 februari 2019 pagina 3 van 19

1.3

Ontwikkelingsplannen opdrachtgever Binnen het tracé wordt een nieuwe gasleiding DN200 HTL aangelegd. Voor de werkzaamheden is een werkstrook van 25 m breedte noodzakelijk. De diepte van de ontgraving voor de gasleiding is circa 1,5 m-mv (zie bijlage 1).

1.4

Objectgegevens Tabel 1.2 Algemene gegevens van het onderzoekstracé Provincie Gemeente Plaats Toponiem Kaartblad Coördinaten Lengte onderzoekstracé

1.5

Zuid-Holland Cappele aan den IJssel, Rotterdam, Zuidplas Rotterdam, Nieuwerkerk aan den IJssel A20 37F, 38A 102663/446.467 NO 98.248/440.981 ZW 9,5 km

Doel van het onderzoek Het doel van dit bureauonderzoek is het opstellen van een specifiek archeologisch verwachtingsmodel voor het onderzoekstracé.

1.6

Gemeentelijk beleid De verplichting tot het uitvoeren van archeologisch onderzoek is vastgelegd in de diverse bestemmingsplannen 2 van de betreffende gemeenten. Hieronder staat dit per gemeente weergegeven. In bijlage 2 zijn de afbeeldingen van de diverse bestemmingsplannen en gemeentelijke beleidskaarten opgenomen.

1.6.1

Gemeente Rotterdam Hier is het bestemmingsplan Alexanderknoop van toepassing (zie bijlage 2). Het onderzoekstracé valt hier binnen een dubbelbestemming Waarde archeologie. De lengte van het onderzoekstracé binnen deze zone is circa 100 m. Gezien de breedte van de gehele werkstrook wordt de vrijstellingsgrens hier overschreden en is archeologisch onderzoek noodzakelijk. Op de archeologische waardenkaart van de gemeente heeft het onderzoekstracé een zeer hoge archeologische waarde. In de toelichting daarvan wordt geadviseerd contact op te nemen met BOOR, de archeologische afdeling van de gemeente Rotterdam (zie bijlage 2). Dit contact heeft plaatsgevinden met als gevolg dat door BOOR geen archeologisch onderzoek noodzakelijk wordt geacht. De reactie is opgenomen in bijlage 3. Indien binnen het tracé in de gemeente Rotterdam toch archeologische waarden aanwezig blijken te zijn, geldt de wettelijke meldingsplicht hiervan (artikel 5.10 van de Erfgoedwet) om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: “Degene die anders dan bij het verrichten van opgravingen een vondst doet waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een archeologische vondst betreft, meldt dit zo spoedig mogelijk bij Onze

2

Inzage beleid via http://www.ruimtelijkeplannen.nl/web-roo/roo/

projectnummer 19300039 19 februari 2019 pagina 4 van 19

Minister”. Deze aangifte dient te gebeuren bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (vondstmelding via ARCHIS). De melding dient ook bij de gemeente Rotterdam gedaan te worden (zie colofon voor contactgegevens).

1.6.2

Gemeente Capelle aan den IJssel In deze gemeente ligt het tracé binnen het bestemmingsplan Hoofdweg. Hiervoor geldt een dubbelbestemming Waarde archeologie. De lengte van het onderzoekstracé binnen deze zone is circa 1,8 km. Gezien de breedte van de gehele werkstrook wordt de vrijstellingsgrens hier overschreden en is archeologisch onderzoek noodzakelijk.

1.6.3

Gemeente Zuidplas In deze gemeente ligt het tracé binnen meerdere bestemmingplannen. Van west naar oost zijn dit: 1. Bestemmingplan Kleine Vink en omgeving. Hiervoor geldt geen dubbelbestemming waarde archeologie. 2. Bestemmingsplan BPNWK021der 2008. Hiervoor geldt geen dubbelbestemming waarde archeologie. 3. Bestemmingsplan Zuidplas West. Hier is voor het onderzoekstracé geen dubbelbestemming waarde archeologie opgenomen. 4. Bestemmingplan Restveen en Groene Waterparel. Hiervoor geldt voor het onderzoekstracé geen dubbelbestemming waarde archeologie. 5. Bestemmingsplan Buitengebied Oost. Hiervoor geldt voor het onderzoekstracé geen dubbelbestemming waarde archeologie. 6. Bestemmingsplannen Rode en Groene Waterparel. Hiervoor geldt een parapluplan archeologie waaruit blijkt dat het onderzoekstracé een dubbelbestemming `Waarde archeologie 3’ heeft. De lengte van het onderzoekstracé binnen bestemmingsplan Rode en Groene Waterparel is circa 1,6 km. Gezien de breedte van de werkstrook wordt de vrijstellingsgrens hier overschreden en is archeologisch onderzoek noodzakelijk. De archeologische beleidskaart van de gemeente is aangepast en verwerkt in het bestemmingsplan (mededeling archeologisch adviseur gemeente Zuidplas). Op grond van bovenstaande hoeft alleen archeologisch onderzoek plaats te vinden binnen de deeltracés A en B zoals op afbeelding 2 staat aangegeven.

Het onderzoeksgebied van het bureauonderzoek wordt hierna gevormd door deze twee deeltracés.

Afbeelding 2. Uitsnede van de topografische kaart waarop de onderzoektracés waarvoor archeologisch onderzoek nodig is met een rode kleur zijn aangegeven. Met groen is het tracé aangegeven waarvoor geen archeologisch onderzoek noodzakelijk is (bron: Esri Nederland).

projectnummer 19300039 19 februari 2019 pagina 5 van 19

2

Het bureauonderzoek

2.1

De opzet van het onderzoek Het onderzoek heeft betrekking op de deelgebieden waar archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Dit zijn de volgende twee gebieden: - gebied A. Het tracé binnen Rotterdam en Capelle aan den IJssel; - gebied B. Zuidplaspolder, Het tracé van de zuidelijke Dwarsweg naar de A20. Op basis van bestaande informatie over bekende archeologische, historische en aardkundige waarden, is de gespecificeerde, archeologische verwachting voor het onderzoekstracé opgesteld. Hierin is beschreven of er archeologische resten aanwezig kunnen zijn in het onderzoekstracé en wat de potentiële aard, datering en omvang hiervan is. Daarnaast is bekeken of en in welke mate de voorgenomen werkzaamheden in het onderzoekstracé een bedreiging vormen voor het verwachte bodemarchief. Indien er van bedreiging van het bodemarchief sprake is, is geadviseerd op welke wijze hiermee in het vervolgtraject van de plannen rekening kan worden gehouden. Voor inzage in de gehanteerde periode- en tijdsindeling wordt verwezen naar tabel 2.1. Tabel 2.1 Vereenvoudigde archeologische tijdsschaal (bron: Brandt et al. 1992) Periode Oude steentijd of paleolithicum Midden steentijd of mesolithicum Nieuwe steentijd of neolithicum Bronstijd IJzertijd Romeinse tijd Vroege middeleeuwen Late middeleeuwen Nieuwe tijd

2.2

Deelgebied A. Capelle aan den IJssel

2.2.1

Huidige situatie

Van 8800 voor Chr. 5300 voor Chr. 2000 voor Chr. 800 voor Chr. 12 voor Chr. 450 na Chr. 1050 na Chr. 1500 na Chr.

Tot 8800 voor Chr. 4900 voor Chr. 2000 voor Chr. 800 voor Chr. 12 voor Chr. 450 na Chr. 1050 na Chr. 1500 na Chr. heden

Binnen de gemeente Capelle aan den IJssel ligt het leidingtracé langs de zuidkant van de A20 in de groenstrook tussen sloot en woningen. Binnen het deel van de gemeente Rotterdam ligt ondergronds een schema van Gasunie en er loopt een gastransportleiding die in noordelijke richting afbuigt. Binnen de gemeente Capelle aan den IJssel ligt evenwijdig aan de A20 geen gasleiding maar wel diverse andere leidingen. Dit tracé deel is circa 1,8 km lang (zie afbeelding 3).

projectnummer 19300039 19 februari 2019 pagina 6 van 19

Afbeelding 3a. Foto met bestaande (donkerblauw en rood) en toekomstige gastransportleidingen (paars gestippeld) en het schema (oranje) (bron: www.velin.nl)

Afbeelding 3b. Kaart KLIC-oriëntatiemelding met de leidingen binnen de geplande werkstrook in Capelle aan den IJssel (bron: Klic)

projectnummer 19300039 19 februari 2019 pagina 7 van 19

2.2.2

Aardwetenschappelijke situatie De trefkans op archeologie wordt sterk bepaald door het type landschap. Er is altijd een relatie tussen de situering van archeologische vindplaatsen en de mogelijkheden die het landschap voor bewoning en gebruik bood, vaak samenhangend met specifieke landschapselementen. Deze relatie kan verschillen per archeologische periode en per complextype. Aan de hand van de geraadpleegde aardkundige gegevens kunnen uitspraken worden gedaan over de gebruiksmogelijkheden van het landschap door de mens in de verschillende archeologische perioden. Het onderzoekstracé is op de geomorfologische kaart niet gekarteerd omdat het binnen de bebouwde kom van Rotterdam en Capelle aan den IJssel ligt. Tijdens de laatste periode van het weichselien, de Jonge Dryas (12.850 - 11.650 jaar geleden), stroomden de Rijn en Maas als brede, vlechtende riviersystemen door het gebied. De afzettingen van deze vlechtende riviersystemen worden gerekend tot de Formatie van Kreftenheye. Vanuit de ‘s winters droog liggende, brede en ondiepe rivierbeddingen kon zand verstuiven, waardoor langs de rivieren rivierduinen werden gevormd. De hoger gelegen duinen vormden gedurende het mesolithicum gunstige bewoningsplaatsen in de natte delta. Op deze pleistocene afzettingen vormde zich na verloop van tijd veen waarop holocene rivierafzettingen liggen. Vanaf 2000 voor Chr.

worden deze rivierafzettingen overgroeid met veen (Weerts et al. 2000). Vanaf de middeleeuwen wordt dit veen ontgonnen en ontstaan grotere en kleinere plassen. Volgens Cohen et al. (2012) ligt het onderzoekstracé binnen het laagterras van de Rijn (zie afbeelding 4, nr 701). In het noorden en zuiden liggen stroomgordels.

Afbeelding 4. Uitsnede van de kaart van Cohen et.al. (2012) waarop het onderzoekstracé met een rode lijn is aangegeven. Lichtblauw: laagterras (nummer 701), groen: stroomgordels.

projectnummer 19300039 19 februari 2019 pagina 8 van 19

Op de bodemkaart is het onderzoekstracé voor het grootste deel gekarteerd en bestaat uit koopveengronden (zie afbeelding 5). Deze gronden hebben een kleiige bovengrond van minder dan 50 cm dikte (Koeslag 1970, Berendsen 2005). Hieruit blijkt dat niet al het veen tot op de holocene rivierafzettingen is verveend. Uit het Actueel Hoogtebestand Nederland blijkt dat het maaiveld op circa 5 m-NAP ligt.

Afbeelding 5. Uitsnede van de bodemkaart waarop het onderzoekstracé met een rode lijn is aangegeven. Paars; koopveengrond (bron: https://zoeken.cultureelerfgoed.nl).

2.2.3

Bekende archeologische waarden Uit de gegevens in Archis blijkt dat binnen het onderzoekstracé zelf nog geen archeologisch onderzoek heeft plaatsgevonden (zie afbeelding 6). In de omgeving van het tracé zijn verschillende archeologische onderzoeken uitgevoerd en zijn vondstmelding in Archis opgenomen.

Afbeelding 6. Uitsnede van de kaart uit Archis met onderzoeksmeldingen (gele vlakken) en vondstmeldingen (stippen) (bron: https://zoeken.cultureelerfgoed.nl/)

projectnummer 19300039 19 februari 2019 pagina 9 van 19

Onderzoeksmeldingen 2105468100 Van dit booronderzoek uit 2006 zijn geen gegevens in DansEasy aanwezig. 2206215100 Dit is een bureau-booronderzoek waarbij geen archeologische indicatoren zijn aangetroffen. Het onderzoeksgebied is vrijgegeven (Van de Meer & Schiltmans 2008) 2251705100 Tijdens het booronderzoek dat iets ten westen van de Uniper centrale heeft plaatsgevonden is op 14,8 m-NAP een rivierduin aangetroffen, afzettingen van Kreftenheye maar geen archeologische indicatoren. Het onderzoeksgebied is vrijgegeven (Engelse 2009). 2341267100 Bij het booronderzoek is een fossiele geul aangetroffen op een minimale diepte van 9,32 m-NAP. Deze ligt zo diep dat het onderzoeksgebied is vrijgegeven (Van de Meer et al. 2011). 2357232100 Van dit bureauonderzoek is geen literatuur in DansEasy beschikbaar. 2450909100 Dit is een bureau- en een booronderzoek voor een 150kv leidingtracé. Het tracé loopt door een 2419684100 begraven veenlandschap dat doorsneden is door crevasse en kreken waarvan de afzettingen gekenmerkt worden door sterk zandige tot sterk siltige klei. Ten noordwesten van de Uniper centrale is zo’n kreekafzetting aanwezig op 6,5 m-NAP. Hierin kunnen archeologisch resten aanwezig zijn uit het neolithicum (Nales 2014).

2461366100 In het bureauonderzoek is aanbevolen vervolgonderzoek uit te voeren omdat niet zeker is of de bodem al zodanig verstoord is dat er geen archeologische resten meer te verwachten zijn (Arcadis 2014). 2462005100 Naar aanleiding van dit booronderzoek is geen vervolgonderzoek aanbevolen (Timmers 2014). 2475671100 In dit bureauonderzoek worden resten uit late middeleeuwen tot en met nieuwe tijd direct onder het maaiveld verwacht. Er is een booronderzoek aanbevolen (Huizer 2016). 4038477100 Van dit booronderzoek zijn nog geen gegevens in DansEasy beschikbaar. 4036524100 Naar aanleiding van dit bureauonderzoek worden alleen in de diepe ondergrond archeologische resten verwacht. Het gebied is vrijgegeven (Visser 2017). Vondstnummers 2462362100 Hoort bij onderzoeksmelding 2462005100. Er is nieuwetijds bouwmateriaal gevonden. 2828094100 Dit is een vondst van nieuwetijds aardewerk die in 1983 is gedaan. Er is geen literatuur. 3245868100 Dit is een aardewerkvondst uit 1972 waarbij nieuwetijds aardewerk is gevonden. Hiervan is geen literatuur. 3245884100 Deze vondst dateert uit 1973. Er is kogelpotaardewerk gevonden. Hiervan is geen literatuur. Uit de verschillende archeologische onderzoeken blijkt dat archeologische resten zich op grote diepte, op de afzettingen van Kreftenheye bevinden of op de holocene stroomruggen.

Door de grootschalige verveningen zijn eventuele vondstlagen uit de middeleeuwen-nieuwe tijd niet meer aanwezig.

2.2.4

Historische situatie en bouwhistorische waarden Uit de historische kaart blijkt dat het onderzoekstracé in een droogmakerij ligt. Volgens de kaart uit 1850 ligt het net ten zuiden van het eiland. Langs de relatief smalle kaden tussen de meren is bebouwing aanwezig (zie afbeeldingen 7 en 8). Hierna wordt het meer ingepolderd en rond 1900 is er een verkaveling met lange smalle percelen. De boerderijen liggen langs de historische kaden (zie afbeelding 9). In de jaren ’60 van de vorige eeuw wordt de spoorlijn verlegd en deze loopt nu naar het noordelijke deel van Rotterdam. In de jaren ’70 van de vorige eeuw trekt de bebouwing vanuit de oude kernen de polder in. In het begin van de jaren ’80 van de vorige eeuw wordt de A20 aangelegd en vanaf de jaren ‘90 van de vorige eeuw wordt het gebied volgebouwd. Als gevolg van de vervening, drooglegging en ontginning en bebouwing is de bovengrond mogelijk zwaar aangetast door bodemingrepen.

projectnummer 19300039 19 februari 2019 pagina 10 van 19

Afbeelding 7. Uitsnede van de kaart uit 1850 waarop het onderzoekstracé met een rode lijn is aangegeven (bron: Esri Nederland)

Afbeelding 8. Uitsnede van de kaart uit 1875 waarop het onderzoekstracé met een rode lijn is aangegeven (bron: Esri Nederland)

projectnummer 19300039 19 februari 2019 pagina 11 van 19

Afbeelding 9. Uitsnede van de kaart uit 1900 waarop het onderzoekstracé met een rode lijn is aangegeven (bron: Esri Nederland)

2.2.5

Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel deelgebied A Uit het gespecificeerde verwachtingsmodel volgt dat het onderzoekstracé binnen een voormalige veenwinningsplas ligt die aan het eind van de 19e eeuw is drooggelegd. Vanaf de jaren ’60 van de vorige eeuw hebben grote ingrepen plaatsgevonden. De A20 is aangelegd en het gebied is volgebouwd. Door de groenstrook tussen de bebouwing en de A20 lopen diverse leidingen. Voor het aanbrengen van de leidingen hebben ook bodemingrepen plaatsgevonden. De bovengrond is naar verwachting niet meer intact. In de diepere ondergrond zijn mogelijk rivierduinen aanwezig, afzettingen van Kreftenheye. Hierop kunnen archeologische resten uit het mesolithicum aanwezig zijn. Deze afzettingen liggen nabij het onderzoekstracé op circa 9,5 m-NAP, 3-4 m-mv. Volgens de kaarten van Cohen et.al. (2012) liggen er geen oude stroomgordels binnen het onderzoekstracé. Ook archeologisch onderzoek nabij het onderzoekstracé heeft geen bodemlagen met archeologische resten aangetoond.

2.3

Deelgebied B. Zuidplaspolder

2.3.1

Huidige situatie Het onderzoekstracé van deelgebied B beslaat de zone tussen de A20 en de Tweede Dwarsweg. Het terrein is in gebruik als weiland. De nieuwe gastransportleiding komt naast een bestaande leiding te liggen.

2.3.2

Aardwetenschappelijke situatie De trefkans op archeologie wordt sterk bepaald door het type landschap. Er is altijd een relatie tussen de situering van archeologische vindplaatsen en de mogelijkheden die het landschap voor bewoning en gebruik bood, vaak samenhangend met specifieke landschapselementen. Deze relatie kan verschillen per archeologische periode en per complextype. Aan de hand van de geraadpleegde aardkundige gegevens kunnen uitspraken worden gedaan over de gebruiksmogelijkheden van het landschap door de mens in de verschillende archeologische perioden.

projectnummer 19300039 19 februari 2019 pagina 12 van 19

Tijdens de laatste periode van het weichselien, de Jonge Dryas (12.850 - 11.650 jaar geleden), stroomden de Rijn en Maas als brede, vlechtende riviersystemen door het gebied. De afzettingen van deze vlechtende riviersystemen worden gerekend tot de Formatie van Kreftenheye. Vanuit de ‘s winters droog liggende, brede en ondiepe rivierbeddingen kon zand verstuiven, waardoor langs de rivieren rivierduinen werden gevormd. De hoger gelegen duinen vormden gedurende het mesolithicum gunstige bewoningsplaatsen in de natte delta. Op deze pleistocene afzettingen vormde zich na verloop van tijd veen waarop holocene rivierafzettingen liggen. Vanaf 2000 voor Chr. worden deze rivierafzettingen overgroeid met veen (Weerts et al. 2000). Vanaf de middeleeuwen wordt dit veen ontgonnen en ontstaan grotere en kleinere plassen. Uit de geomorfologische kaart blijkt dat er binnen het onderzoekstracé sprake is van getij-inversieruggen en een vlakte van getijafzettingen (zie afbeelding 10).

Afbeelding 10. Uitsnede van de geomorfologische kaart waarop het onderzoekstracé met een rode lijn is aangegeven. Lichtgroen: getij inversierug, groen: vlakte van getijafzettingen (bron: zoeken.cultureelerfgoed.nl)

Uit de kaarten van Cohen et al. (2012) blijkt dat het onderzoeksgebied binnen twee stroomgordels ligt (zie afbeelding 11). Stroomgordel 53 is de Gouderak stroomgordel die dateert uit de periode 8020-7100 voor heden. Hierop zijn geen archeologische sporen aangetroffen. Hetzelfde geldt voor de Zuidplas stroomgordel uit 7100-6400 voor heden, stroomgordel 204. De donkergroene stroomgordel, nummer 657, is de Zuidplaspolder stroomgordel uit 10950-8150 voor heden.

projectnummer 19300039 19 februari 2019 pagina 13 van 19

Afbeelding 11. Uitsnede van de kaart van Cohen et.al. (2011) waarop het onderzoekstracé met een rode lijn is aangegeven. Lichtgroen: stroomgordel 53/204 en donkergroen stroomgordel 657 Volgens de bodemkaart zijn binnen het onderzoekstracé poldervaaggronden die overeenkomen met de getijinversieruggen (zie afbeelding 12). Dit zijn relatief jonge gronden waarin nog geen duidelijke bodem is ontwikkeld (Koeslag 1970, Berendsen 2005). Rond deze gronden liggen tochteerdgronden. Dit zijn laaggelegen kleigronden met een humeuze bovengrond. In het zuidoosten zijn ook moerige eerdgronden aanwezig. In deze gronden is het humusgehalte hoog doordat soms nog veraard veen aanwezig is.

Afbeelding 12. Uitsnede van de bodemkaart waarop het onderzoekstracé met een rode lijn is aangegeven. Licht groen: poldervaaggrond, groen: tochteerdgrond en blauwgrijs: moerige eerdgrond ( bron: zoeken.cultureelerfgoed.nl).

projectnummer 19300039 19 februari 2019 pagina 14 van 19

Op het Actueel Hoogtebestand Nederland zijn de getij-inversieruggen als hogere zones zichtbaar (zie afbeelding 13). De maaiveldhoogte binnen het tracé varieert van 6 tot 5 m-NAP.

Afbeelding 13. Uitsnede van het Actueel Hoogtebestand Nederland waarop het onderzoekstracé met een rode lijn is aangegeven (bron: /ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer/)

2.3.3

Bekende archeologische waarden De archeologische gegevens in Archis en de archeologische kaart van de OmgevingsDienst Midden Holland komen overeen.3 Uit de gegevens in Archis blijkt dat er al een archeologisch onderzoek is uitgevoerd binnen het nieuwe leidingtracé (zie afbeelding 14). Ook in de directe omgeving zijn diverse onderzoeksmeldingen in Archis opgenomen. Onderzoeksmeldingen: 2201777100 Dit betreft een bureau- en booronderzoek, binnen het huidige onderzoeksgebied. Uit het 2380844100 onderzoek blijkt dat er binnen het tracé een potentiële vindplaats ligt (catalogusnummer 20). Er is een laklaag aangetroffen die op 3 m-mv ligt (De Boer et al. 2012). 2390272100 Dit betreft een booronderzoek ten noorden van het onderzoekstracé waarbij het onderzoeksgebied is vrijgegeven omdat er alleen sprake is van heien. Binnen het onderzoeksgebied zijn wadvlakte afzettingen aanwezig waarin plaatselijk ook veen aanwezig is (De Kruif 2012). 2099945100 Bij het booronderzoek, iets ten zuiden van het onderzoekstracé zijn stroomgordel afzettingen op meer dan 3 m-mv aangetroffen. Het gebied is vrijgegeven (Van Klaveren 2005) 2470081100 Bureauonderzoek fietspad F340 Zevenhuizen. Hiervan is geen literatuur in DansEasy aanwezig. 2359160100 Dit betreft een bureau- en booronderzoek. Er is aanbevolen om geen verder onderzoek uit te voeren (Kerkhoven & De Wilde 2012).

4596738100 Van dit onderzoek uit 2018 zijn nog geen gegevens in Archis of DansEasy opgenomen.

3 https://atlas.odmh.nl/html5viewer/index.html?viewer=Atlas.Atlas&layerTheme=Archeologie

projectnummer 19300039 19 februari 2019 pagina 15 van 19

Afbeelding 14. Uitsnede van de kaart uit Archis met onderzoeksmeldingen. Hierop is het onderzoekstracé met een rode lijn aangegeven (bron: https://zoeken.cultureelerfgoed.nl).

2.3.4

Historische situatie en bouwhistorische waarden Het onderzoekstracé ligt binnen de Zuidplaspolder en binnen de venen van Moordrecht. Dit zijn oude veenontginningsplassen. In het midden van het tracé ligt een oude dijk, de kade tussen de twee plassen. Langs deze kade is bebouwing aanwezig (zie afbeelding 15). In 1816 heeft Koning Willem I de aanzet gegeven tot de inpoldering van deze plas.4 In 1850 is de polder aangelegd en voorzien van een blokverkaveling. Het tracé van de oude weg is nog als woeste grond aanwezig. De eerste boerderijen zijn ook in 1850 aanwezig.

4 https://nl.wikipedia.org

projectnummer 19300039 19 februari 2019 pagina 16 van 19

Afbeelding 15. Nieuwe kaart van Schieland en de Krimpenerwaard van Isaac Tirion uit de derde kwart van de 18e eeuw waarop het onderzoekstracé globaal met een rode lijn is aangegeven (bron: http://www.streekmuseumkrimpenerwaard.nl).

Binnen de blokken is sprake van lange smalle kavels (zie afbeelding 16). In het begin van de jaren ‘60 uit de vorige eeuw worden plaatselijk percelen samengevoegd. In de jaren ’70 van de vorige eeuw wordt de A20 aangelegd. Binnen het onderzoekstracé hebben na de aanleg van de polder geen noemenswaardige bodemingrepen plaatsgevonden.

Afbeelding 16. Uitsnede van de kaart uit 1850 waarop het onderzoekstracé met een rode lijn is aangegeven (bron: Esri Nederland)

projectnummer 19300039 19 februari 2019 pagina 17 van 19

2.3.5

Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel Uit het bureauonderzoek blijkt dat het onderzoekstracé in een droogmakerij uit het begin van de 19e eeuw ligt. Het meer van voor de droogmakerij is ontstaan door veenontginningen. Na de inpoldering hebben geen grootschalige bodemingepen plaatsgevonden. Het onderzoekstracé doorsnijdt een oude weg die twee veenwinplassen scheidde. Deze strook is nu herkenbaar door de wat bredere percelen. De bodem rond het onderzoekstracé bestaat uit klei afgezet in een waddenmilieu, plaatselijk kan op de klei nog wat veen aanwezig zijn. Binnen het onderzoekstracé heeft eerder een archeologisch onderzoek plaatsgevonden. Ook in de omgeving hebben verschillende archeologische onderzoeken plaatsgevonden. Uit deze archeologisch onderzoeken en het onderzoek van Cohen et al. (2012) blijkt dat in de diepere ondergrond afzettingen van de Gouderak- en Zuidplasstroomgordel aanwezig zijn. Deze afzettingen liggen op meer dan 3 m-mv en dateren uit de periode 8000-5000 voor Christus, de middensteentijd en het neolithicum.

projectnummer 19300039 19 februari 2019 pagina 18 van 19

3

Conclusie en advies

3.1

Conclusie

3.1.1

Deelgebied A. Capelle aan den IJssel Uit het bureauonderzoek het onderzoekstracé binnen een voormalige veenwinningsplas ligt die aan het eind van de 19e eeuw is drooggelegd. Vanaf de jaren ’60 van de vorige eeuw hebben grote ingrepen plaatsgevonden. De A20 is aangelegd en het gebied is volgebouwd. Door de groenstrook tussen de bebouwing en de A20 lopen diverse leidingen. Voor het aanbrengen van de leidingen hebben ook bodemingrepen plaatsgevonden. De bovengrond is naar verwachting niet meer intact. In de diepere ondergrond zijn mogelijk rivierduinen aanwezig, afzettingen van Kreftenheye. Hierop kunnen archeologische resten uit het mesolithicum aanwezig zijn. Deze afzettingen liggen nabij het onderzoekstracé op circa 9,5 m-NAP, 3-4 m-mv. Volgens de kaarten van Cohen et al. (2012) liggen er geen oude stroomgordels binnen het onderzoekstracé. Archeologisch onderzoek nabij het onderzoekstracé heeft in de bovengrond geen bodemlagen met archeologische resten aangetoond

3.1.2

Deelgebied B. Zuidplaspolder Binnen het onderzoekstracé heeft al een archeologisch onderzoek plaatsgevonden. Hierbij zijn op 3 m-mv afzettingen van de stroomgordel van Gouderak gevonden en in één boring een laklaag

3.2

Advies

3.2.1

Deelgebied A. Capelle aan den IJssel MUG Ingenieursbureau b.v. adviseert om geen verder archeologisch onderzoek uit te voeren. Binnen de ontgravingsdiepte voor de nieuwe gasleiding van 1,5 m-mv worden geen archeologische resten verwacht. De bovengrond is al vergraven door aanwezige nutsvoorzieningen. Het bevoegd gezag, gemeente Capelle aan den IJssel, besluit hoe verder wordt omgegaan met het archeologisch erfgoed op basis van het bovenstaande advies.

3.2.2

Deelgebied B. Zuidplaspolder MUG Ingenieursbureau b.v. adviseert om geen verder archeologisch onderzoek uit te voeren. Er heeft hier al een archeologisch onderzoek plaatsgevonden voor de aanleg van een gasleiding. Het gebied is toen vrijgegeven omdat de bodemingreep toen, net als nu, geen bedreiging voor het archeologisch erfgoed vormt. Het bevoegd gezag, gemeente Zuidplas, besluit hoe verder wordt omgegaan met het archeologisch erfgoed op basis van het bovenstaande advies. Het onderzoek is met zorg uitgevoerd. Indien toch archeologische waarden aanwezig blijken te zijn binnen de vrijgegeven gebieden, geldt de wettelijke meldingsplicht hiervan (artikel 5.10 van de Erfgoedwet) om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: “Degene die anders dan bij het verrichten van opgravingen een vondst doet waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een archeologische vondst betreft, meldt dit zo spoedig mogelijk bij Onze Minister”. Deze aangifte dient te gebeuren bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (vondstmelding via ARCHIS). De melding dient ook bij de gemeente Capelle aan de IJssel/Zuidplas gedaan te worden (zie colofon colofon voor contactgegevens).

projectnummer 19300039 19 februari 2019 pagina 19 van 19

Literatuur en bronnen Geraadpleegde literatuur - Arcadis 2014.Archeologische bureauonderzoek wegontwerp Hoofdweg Gemeente Capelle aan den IJssel en Zuidplas. Capelle aan den IJssel (ARCADIS RAPPORT 28). - Berendsen, H.J.A., 2005. Landschappelijk Nederland. Assen. - Boer, G.H. de & J. Sprangers, W. Bosman. 2012. Rapportage Onderzoeken Archeologie Aardgastransportleiding Beverwijk-Wijngaarden (A-803). Gemeenten Beverwijk, Zaanstad, Velsen, Haarlemmerliede en Spaarnwoude, Haarlemmermeer, Kaag en Braassem, Rijnwoude, Zuidplas, Ouderkerk, Bergambacht, Nederlek, Nieuw-Lekkerland en Graafstroom. Weesp (RAAP-RAPPORT 2449). - Brandt, R.W. et al. (red), 1992. Archis, Archeologisch basisregister, versie 1.0. Amersfoort. - Carmiggelt, A. & M.C. van Trierum. 2008. Beleidsnota archeologie Rotterdam 2008-2011. BOOR Rotterdam. - Cohen, K.M. & E. Stouthamer, H.J. Pierik, A.H. Geurts (2012). Rhine-Meuse Delta Studies. Digital BAsemap for Delta Evolution and Palaeogeography. Utrecht. - Engelse R.F., 2009. Archeologisch onderzoek aan de Marten Meesweg 5 te Rotterdam (gemeente Rotterdam) Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek met verkende en karterende boringen. Capelle aan den IJssel (ArcheoMedia RAPPORT A09–057–I). - Klaveren, H.W. van. 2005. Inventariserend Veldonderzoek. Culster 1: Lage Bergsche Bosch, Cluster 4: Zuidplaspolder, Cluster 6: Tweemanspolder.

Zelhem (Synthegra Archeologie Rapport 174217). - Huizer, J., 2016. Hoofdweg Zuid 52 t/m 60, Nieuwerkerk aan den IJssel (gemeente Zuidplas) een bureauonderzoek. Amersfoort (ADC Rapport 8362). - Kerkhoven, A.A. & J. de Wilde. 2012. Archeologisch bureauonderzoek en Verkennend booronderzoek Knibbelweg 97, Zevenhuizen Gemeente Zuidplas (Zuid-Holland). Utrecht (Transect-rapport 63). - Koeslag, G.J. 1970. Bodem en Bemesting, Cursus Bodemkunde. Wageningen. - Kruif, S. de, 2012. Plangebied Zuidelijke Dwarsweg 17 in Zevenhuizen, gemeente Zuidplas; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en verkennend veldonderzoek. Weesp (RAAP NOTITIE 4374). - Meer, A. van de & D.E.A. Schiltmans. 2008. Capelle aan den IJssel Venkelbaan. Een bureauonderzoek en verkennend inventariserend veldonderzoek door middel van grondboringen. Rotterdam (BOORrapporten 440-449). - Meer, A. van der & D.E.A. Schiltmans. 2011. Rotterdam Zevenkampse Ring 883. Een bureauonderzoek en een verkennend inventariserend veldonderzoek door middel van grondboringen. Rotterdam (BOORrapporten 525). - Nales. T., 2014. Regio Rotterdam, MOK 150 kv. Gemeenten Rotterdam, Capelle aan den IJssel, Zuidplas en Krimpen aan den IJssel, Inventariserend Veldonderzoek, (IVO; verkennende fase). Utrecht (Transect-rapport 569). - Timmers, A., 2014.

Archeologisch onderzoek aan de Hoofdweg Zuid 42 te Nieuwerkerk aan den IJssel (gemeente Zuidplas). |Inventariserend veldonderzoek met verkennende boringen. Capelle aan den IJssel (Arnicon rapport A14-140-I). - Visser, C.A., 2017. Archeologisch vooronderzoek ten behoeve van de herontwikkeling van het Knooppunt Alexander, gemeente Rotterdam Ruimtelijk advies op basis van archeologisch bureauonderzoek. Amersfoort (Vestigia Rapportnummer: V1461). - Weerts, H.J.T. & P. Cleveringa, J.H.J. Ebbing, F.D. de Lang, W.E. Westerhoff. 2000. De lithostratigrafische indeling van Nederland – Formaties uit het Tertiair en Kwartair. Utrecht (TNO-rapport 00-95-A).

Geraadpleegde bronnen - Esri Nederland & Community Maps Contributors; - gegevens opdrachtgever; - http://www.ruimtelijkeplannen.nl/; - www.velin.nl; - http://ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer/; - https://zoeken.cultureelerfgoed.nl/; - https://atlas.odmh.nl/html5viewer/index.html?viewer=Atlas.Atlas&layerTheme=Archeologie; - http://www.streekmuseumkrimpenerwaard.nl; - https://nl.wikipedia.org.

19300039

Bijlage 1

Plannen opdrachtgever

Ó

102000

Ó

103000

Ó

104000

S-5938

Ó

W-365 S-2365

0 8 _ A -2 !f N ie u w b o u wH T L -a ta k sch e m a D N 2 0 0-ty p eK 1 ,o pa fta k k in gA -8 0 3 .

S-556

& §

Ó

Ó

Ó

Ó

w ar

id

el

ijk e

D

$ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $

Ó

Zu

Koo ila Ó

Betrokken gemeenten en waterschappen: - Gemeente: Capelle aan den IJssel, Rotterdam, Zuidplas - Waterschap: Schieland en de Krimpenerwaard

Ó F rie sla n d

´

Gouda

$ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $

sw

an

$ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $

0 8 _ A -1 M a k e nn ie u w ea fta k k in gD N 2 0 0o pH T LH -g a sle id in gA -8 0 3 , e rg e n sn a b ijsch e m aS -5 5 6(Z u id e lijk eD w a rsw e g ).

$ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $

eg lw de id

eg

lw

be

$ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $

eg

&§ § &

!

Lansingerland

105000

G ro n in g e n

!

D D D

Ó

M

Zevenhuizen

O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O

& §

ib

$ $ $ $ $ $ $ $ $ $

D re n th e

N o o rd -H o lla n d F le v o la n d

U tre ch t

O v e rijsse l

G e ld e rla n d

Z u id -H o lla n d

N o o rd -B ra b a n t Z e e la n d

Ó

Ó

Ó

L im b u rg

c To

S-5942

eg w

ht

& §

A-119 & § & §

# * ! C

& §

Ó

Ó

S-158

D D

S-5946 & §

Ó

To Ee ch rst $tw $ e $ $ $ e$ g $ $

W-435

rweg

Oud Verlaat

Nesselande

!

Ó

D

Nessepolder

Ó

!

Rotterdam !

Ó

Ó D

Ó

Ommoord

Ó

O O O O O O O O

Nieuwerkerk aan den Sc ha IJssel ap je sz Zuidplas IJssellaan ijd e Kortenoord Lage Weg Dorrestein Ó

Ó

O O O O O O O O O O O Kortland O O O O en O O O O O Kleinpolder O O O O O O O O O O O O O O O O O OÓ O O

!

Ó

Ó

0 8 _ A -8 P la a tse no d o risa tie sy ste e m inG O S W -2 1 6(U n ip e rR O C A ).

0 8 _ A -4 R e n o v e re nR T LG -g a s-G O SW -2 1 6(U n ip e rR O C A )n a a rH T LH -g a s-G O S -W -x x x (b e sta a n d :h e a d e rsD N 3 0 0 /D N 3 0 0&2 x U -stra a t6 ¨ /1 0 ¨&g a sm e te rG 1 6 0 0+h e a d e rs D N 3 0 0 /D N 3 0 0&2 x U -stra a t8 ¨ /1 0 ¨&g a sm e te rG 1 6 0 0 :so ftw a re m a tig e /k le in e a a n p a ssin g e n+v e rv a n g e n>2co m p o n e n te ng e lijkG N IPre n o v a tie ).

O

O

O

O

laa

g

b e sta a n d eR T L e id in go m sch a k e le nn a a rH -g a s

O

Gansdorp en Blaardorp Ó

D D D D D

B

100000

lÞ

E x p o rtsta tio n

# * 7 # *

M e e t-&re g e lsta tio n

& §

S -x x x x=R T L -sch e m a

& §

S -x x x=H T L -sch e m a

& §

N -x x x=G O S -G e m e e n te N -x x x=G O S -In d u strie

! C

m o d ifica tie p u n t

Polder De Nesse !

N ie u wm e e t-&re g e lsta tio n

W a te rsch a p p e n 2 0 1 7 N a tu ra2 0 0 0 -g e b ie d M o g e lijk eto e k o m stig eb e b o u w in g

G -g a so n g e o d o rise e rd

w o n e n

H -g a sR T L e id in g e n(inb e d rijf)

b e d rijv e n te rre in

H -g a sg e o d o rise e rd

A M Km o n u m e n te n(I= h o o g ,V = la a g )

H -g a so n g e o d o rise e rd

D D

N ie u wre d u ce e rsta tio n

G e m e e n te g re n ze n 2 0 1 6

G -g a sg e o d o rise e rd

T o e tsin g sa fsta n d1 3 0 0m e te r

Ó

Ó

D D

D

De op deze kaart weergegeven informatie is uitdrukkelijk ter informatie bedoeld en hier kunnen geen rechten aan ontleend worden. Exacte informatie dient via DDS/Eagle netviewer te worden verkregen. de weergegeven informatie is gebaseerd op de volgende bronnen: - Eagle data - status datum: 28-10-2018

D TITEL

GETEKEND DOOR

AFD

PAR.

GECONTR. DOOR

AFD

PAR.

VOOR AKKOORD

AFD

G.J. van Dorland C. Schuiling

$ $ $ $ $ $ $ $ 0

S. Stratingh

0.25

0.5

1 Kilometers

CATEGORIE VAKGEBIED TEK. SRT.

-

-

BEHEER & ONDERHOUD

NEE

102000

M e n g sta tio n

G -g a sR T L e id in g e n(inb e d rijf)

D D 101000

"

Overzichtskaart Masterplan Ombouw G=>H-gassysteem FS+PS-Groep 8: W-216

Hitland

99000

In je ctie sta tio n

G -g a so n g e o d o rise e rd

STATUS

98000

R e d u ce e rsta tio n

G -g a sg e o d o rise e rd

!

97000

N-074

G -g a sH T L e id in g e n(inb e d rijf)

W-166

O O O O O

N-074

H -g a so n g e o d o rise e rd

O

DD

O

7

N-074

H -g a sH T L e id in g e n(inb e d rijf)

D

& § & §

C o m p re sso rsta tio n

N-074

Ho fG -g a s(w isse le n d )

Ó

D D D D D D D

!

N ie u w eR T L e id in gm e tH -g a s

!

!

Schollevaar

B e sta a n d eR T L e id in go p w a a rd e re n

H G -g a sH T L e id in g e n(inb e d rijf)

Ó

's-Gravenweg

Ó

R T L e id in g e nt.b .v .G O S S E NO M B O U W

Krimpenerwaard

D

& §

Bestaande HTLeiding opwaarderen

$ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $

O O O O O O O O O O O O n O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O Polder Esse,

!

we

W-216

Ó

Bestaande HTLeiding omschakelen naar H-gas

Rijskade O O O

dse

m

& §

Ó

O

er

Ó

)"

Ó

Nieuwe HTLeiding met H-gas

!

!

$ $ $ $ $ $ $ Ó$ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $

HTLeidingen t.b.v. GOSSEN OMBOUW

!

Hitl an

Capelle aan den IJssel

L E G E N D A

!

Esse

0 8 _ A -5 V e rw ijd e re nR T Lin -&u itla a tsch e m aS -2 2 1 6(A S VR o tte rd a m R O C A ) b ijG O SW -2 1 6(U n ip e rR O C A ).

Ó

!

D D D D D

0 8 _ A -6 N ie u w b o u wH T Lin -&u itla a tsch e m a+v lo e isto fv a n g e r D N 2 0 0-ty p eG 2v o o rH T LH -g a sG O SW -2 1 6(U n ip e rR O C A )

Ó

!

!

S-2166

$ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $Ó $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $

S-2435

& &§ §

!

S-2216

PlaatsenodorisatiesysteeminGOSW -216(Uniper ROCA).

$ $ $ $ $ $

O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O Prins O O O O O O O O Polder O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O Alexander O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O O

!

0 8 _ A -7 D o o rk o p p e le nW -5 2 1 -0 4o pW -5 2 1 -0 4te rh o o g tev a nte v e rw ijd e re nsch e m aS -2 2 1 6(A S VR o tte rd a m R O C A ) t.b .v .G -g a sv o e d in gv a nR T LG -g a s-G O SW -1 6 6 (S te d in -R o tte rd a m A le x a n d e rsta d ).

08_A-8:

)"

Ó & §

Ó

DoorkoppelenW -521-04opW -521-04ter hoogtevanteverwijderenschem aS-2216(ASVRotterdam ROCA) t.b.v. G-gas voedingvanRTLG-gas-GOSW -166(Stedin-RotterdamAlexanderstad).

$ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $

On de rw eg

S-5968

Ó

Ó

08_A-7:

Onde

weg e s s e N

Zevenkamp

VerwijderenRTLin- &uitlaatschem aS-2216(ASVRotterdamROCA) bij GOSW -216(Uniper ROCA). NieuwbouwHTLin- &uitlaatschem a+vloeistofvanger DN200- typeG2voor HTLH-gas GOSW -216 (Uniper ROCA)

0 8 _ A -3 A a n le gH T LH -g a sle id in gD N 2 0 0-ca .9 ,5k m ,v a n a fn ie u w e a fta k k in go pA -8 0 3n a a ro m g e b o u w dH T LH -g a sG O S W -2 1 6(U n ip e rR O C A ).

$ $

!

Ó

08_A-5: 08_A-6:

Zuidplas

$ $ Ó $ $ Hoogheemraadschap van Schieland enÓ de Krimpenerwaard Ó $ $

Ó

D

!

Ó

Ne Tie sse ndw eg

Ó

RenoverenRTLG-gas-GOSW -216(Uniper ROCA) naar HTLH-gas-GOS-W -xxx(bestaand: headers DN300/DN300&2xU-straat 6¨/10¨&gasm eter G1600+headers DN300/DN300&2xU-straat 8¨/10¨& gasm eter G1600: softwarem atige/kleineaanpassingen+vervangen>2com ponentengelijkGNIP renovatie).

Æ Ç

D D

08_A-4:

eg

Groeneweg !

& §

Ó

w

D D D DD D S-5948 D

Ó

ht

g lwe

e

d Mid

!

Ó

NieuwbouwHTL-aftakschem aDN200- typeK1, opaftakkingA-803. AanlegHTLH-gasleidingDN200- ca. 9,5km , vanaf nieuweaftakkingopA-803naar om gebouwd HTLH-gas GOSW -216(Uniper ROCA).

e

S-5263

S-6065

08_A-2: 08_A-3:

& §

ud

Ó

M akennieuweaftakkingDN200opHTLH-gasleidingA-803, ergens nabij schem aS-556 (ZuidelijkeDwarsweg).

O

Ó

c To

$ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $

08_A-1:

# *

Ó

n

$ $ $ $ w$ $ $ $ j$ks$ $ $ $i $ $ $ $ $R $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $

aa

& §

M od nr / Om schrijving m odificatie

eg

rb

S-5943

NETW ERKM ODIFICATIES CONFORMSCOPINGM ATRIX

oo

!

$ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $

!

de

Eendragtspolder

!

Zuideinde

$ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $

er D

Pekland

d e zek a a rt

Sp

D D D D D D

2e

441000

Ó

101000

Kn

442000

Ó

100000

$ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $ $

eg tw

443000

99000

og

444000

Ó

D

ho

445000

D

er Bi

446000

98000 D

Æ Ç

447000

97000

103000

104000

105000

-

ALT OKG OPL

g © 2018 N.V. NEDERLANDSE GASUNIE OMSCHRIJVING WIJZIGING

cs PAR. SCHAAL sh s 1 : 12500

GETEKEND BIJ

WEnR

DATUM 1e UITGAVE

PROJECT NR. FORMAAT NUMMER

P.022831.01

SUBLOCATIE/GEB. CODE

N.V.T.

A1

DATUM WIJZIGING

15-Nov-2018

W -5 2 1 -0 4 -K T -0 0 0 -2

WIJZ.NR.

10

CSK-25-N, versie 7, 31-05-2013 Blad 58 van 62

BIJLAGEN

A

WERKSTROOK BIJ LEIDINGAANLEG

Figuur 1:

Werkstrook bij leidingaanleg

Tabel 2:

Afmetingen werkstrook (draagkrachtige bodems)

Nominale pijpdiameter

Minimumbodembreedte W van de sleuf

Breedte A (m)

Werkstrook

(DN)

(m)

d = 1,25 m d = 1,5 m

100

0,30

9

9

150

0,35

10

10

200

0,40

11

11

250

0,45

11

300

0,50

400

Breedte B (m)

Totale breedte (m) bij type 1,3 en 4

Totale breedte (m) bij type 2

d = 1,25 m

d = 1,5 m

d = 1,25 m d = 1,5 m

7

16

16

17

17

7

17

17

18

18

8

19

19

20

21

12

8

19

20

20

22

11

12

9

20

21

21

23

0,60

12

13

13

25

26

27

28

450

0,65

12

13

13

25

26

27

28

500

0,70

13

14

13

26

27

28

29

600

0,80

13

15

15

28

30

30

33

750

1,00

15

17

15

30

32

32

35

900

1,10

18

20

15

33

35

35

38

1 050

1,30

20

21

15

35

36

37

39

1 200

1,40

24

25

16

40

41

42

44

19300039

Bijlage 2

Bestemmingsplannen

19300039

Gemeente Rotterdam Bestemmingsplan Alexanderknoop

Uitsnede van het bestemmingsplan Alexanderknoop waarop de dubbelbestemming waarde archeologie met plustekens is aangegeven. Het onderzoekstracé is globaal met een rode lijn aangegeven (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

Uitsnede van de archeologische waarden en beleidskaart van de gemeente Rotterdam waarop het onderzoekstracé globaal met een rode lijn is aangegeven (bron: Carmiggelt en Van Trierum 2008)

19300039

Gemeente Capelle aan den IJssel Bestemmingsplan Hoofdweg

Uitsnede van het bestemmingsplan Hoofdweg waarop het onderzoekstracé globaal met een rode lijn is aangegeven. De plustekens geven de dubbelbestemming waarde archeologie aan (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

Gemeente Zuidplas Bestemmingsplan Kleine Vink

Uitsnede van het bestemmingsplan Kleine Vink. Hierop is het onderzoekstracé globaal met een rode lijn aangegeven. Er geldt hier geen dubbelbestemming waarde archeologie (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

19300039

Bestemmingsplan BPNWK021der 2008

Uitsnede van het bestemmingsplan BPNWK021der 2008 waarop het onderzoekstracé globaal met een rode lijn is aangegeven. Het tracé ligt hier op de grens van twee bestemmingsplannen. Voor BPNWK021der 2008 geldt geen dubbelbestemming waarde archeologie (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl) Bestemmingsplan Zuidplas West (noord van BPNWK021der 2008)

Uitsnede van het bestemmingsplan Zuidplas West waarop het onderzoekstracé globaal met een rode lijn is aangegeven. Het tracé ligt hier op de grens van twee bestemmingsplannen. Voor Zuidplas West geldt geen dubbelbestemming waarde archeologie (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

19300039

Bestemmingsplan Zuidplas West

Uitsnede van het bestemmingplan Zuidplas West waarop het onderzoekstracé globaal met een rode lijn is aangegeven. Hier geldt geen dubbelbestemming waarde archeologie (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl) Bestemmingsplan Restveen en Groene waterparel

Uitsnede van het bestemmingsplan Restveen en Groene Waterparel waarop het onderzoekstracé globaal met een rode lijn is aangegeven. Hier geldt geen dubbelbestemming waarde archeologie (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

19300039

Bestemmingsplan Buitengebied Oost

Uitsnede van het bestemmingsplan Buitengebied Oost waarop het onderzoekstracé globaal met een rode lijn is aangegeven. Hier geldt geen dubbelbestemming waarde archeologie (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl) Bestemmingsplan Rode en Groene Waterparel en het parapluplan archeologie

Uitsnede van het bestemmingsplan Rode en Groene Waterparel en het parapluplan archeologie waarop het onderzoekstracé globaal met een rode lijn is aangegeven. Hier geldt een dubbelbestemming waarde archeologie 3. Het gebied met de dubbelbestemming is met plustekens aangegeven (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

19300039

Bijlage 3

Advies BOOR, gemeente Rotterdam

Onderwerp: A2019052, Rotterdam, Gasleiding Capelseweg Bezoek-/postadres: Archeologie Rotterdam (BOOR) Ceintuurbaan 213b 3051 KC Rotterdam Internet: www.rotterdam.nl/archeologie

Retouradres: Ceintuurbaan 213b, 3051 KC Rotterdam

MUG Ingenieursbureau Stadsontwikkeling t.a.v. de heer G.J. De Roller Zernikelaan 8 9351 VA LEEK

Van: Dhr. drs. B.A. Corver Telefoon: 010 – 489 44 71 E-mail: ba.corver@rotterdam.nl Ons kenmerk: AS19/01787- 19/0002612 Datum: 19 februari 2019

Geachte heer De Roller, De afdeling Archeologie van de gemeente Rotterdam (BOOR) heeft op uw verzoek de noodzaak van het uitvoeren van een archeologisch (voor)onderzoek in het kader van de voorgenomen grondwerkzaamheden ter plaatse van de Capelseweg (gasleiding), te Rotterdam beoordeeld. Beleidsbesluit De gemeente Rotterdam ziet naar aanleiding van de plannen geen reden tot archeologisch vooronderzoek (bureauonderzoek en/of inventariserend veldonderzoek) op de planlocatie. De locatie kan voor de voorgenomen ontwikkeling worden vrijgegeven zonder archeologische bemoeienis. Wel wordt benadrukt dat er altijd rekening gehouden dient te worden met zogenaamde toevalsvondsten. Hiervan dient men op basis van de Erfgoedwet 2016, art. 5.10 het bevoegd gezag (de gemeente Rotterdam, voor deze Archeologie Rotterdam) te informeren. Onderbouwing Op de Archeologische Waarden- en Beleidskaart Rotterdam (AWK 2005) wordt aan de locatie een zeer hoge archeologische verwachting toegekend. Conform het bestemmingsplan ‘Alexanderknoop’ geldt voor de locatie een bouwregeling en een omgevingsvergunning voor bouw- en graafwerkzaamheden die dieper reiken dan 1,0 meter beneden maaiveld en die tevens een oppervlakte beslaan van meer dan 200 vierkante meter.

De grondroerende werkzaamheden bestaan uit de aanleg van een gasleiding met, binnen de Rotterdamse gemeentegrenzen, een lengte van circa 100 m, een breedte van 25 m en een diepte van 1,5 m. Dit betreft een oppervlakte van 2500 m2. De exacte ligging is nog niet bekend en daarvoor is een bufferzone van 125 m in de breedterichting gereserveerd. De werkzaamheden overschrijden de toegestane marges van het bestemmingsplan, echter de ontgravingen betreffen enkel in verveend gebied. Daarnaast blijkt het plangebied op basis van naastgelegen onderzoek en oude maaiveldhoogtes ook opgehoogd te zijn. In verband hiermee acht de gemeente Rotterdam een archeologisch vooronderzoek op de planlocatie niet noodzakelijk.

Bij eventuele wijzigingen in het aanlegplan kan een archeologisch vooronderzoek alsnog nodig zijn en dient het opnieuw aan de afdeling Archeologie te worden voorgelegd. Met een vriendelijke groet, hoogachtend, DIRECTEUR STADSBEHEER OPENBARE WERKEN (voor deze)

drs. A. Carmiggelt Hoofd Archeologie Rotterdam (BOOR)

2

Bijlage 2 Historisch bodemonderzoek

Postbus 75, 4140 AB Leerdam Prins Mauritsstraat 17,

HISTORISCH BODEMONDERZOEK

4141 JC Leerdam T +31 88 99 04 800

Project “ombouw industrie van G naar H gas” ten behoeve van GROEP-8-W216-Uniper-ROCA-D14

1807850A00-R19-404 0.1 9 april 2019

www.rps.nl

N.V. Nederlandse Gasunie Contactpersoon

De heer J. van Leerdam

Adres

Postbus 19 9700 MA Groningen

RPS advies- en ingenieursbureau bv Projectleider F.J.E. van der Sterre Projectnummer Kenmerk

1807850A00 1807850A00-R19-404

Datum Versie

9 april 2019 concept

Handtekening

Handtekening

Akkoord F.J.E. van der Sterre

Akkoord B.O.J.P. van Dongen

(projectleider/controleur)

(auteur)

Opmerking: RPS is afhankelijk van informatieverstrekking van derden. RPS is dan ook niet aansprakelijk voor onjuiste dan wel onvolledige informatie en kan derhalve ook niet aansprakelijk gesteld worden voor schade als gevolg van het gebruik van dit rapport.

rps.nl 1807850A00-R19-404 | Datum 9 april 2019

Pagina 2 van 17

1. INLEIDING In opdracht van N.V. Nederlandse Gasunie heeft RPS advies- en ingenieursbureau bv (RPS) in de periode februari en maart 2019 een historisch bodemonderzoek (dossierstudie) uitgevoerd. Deze dossierstudie heeft betrekking op een 9,5 km lang tracé en maakt deel uit van het project “ombouw industrie van G naar H gas”. Als afbakening van het onderzoeksgebied wordt een breedte van 200 m aangehouden (100 m aan weerszijden). Tijdens het onderzoek is informatie verzameld over het voormalige en huidige gebruik van de locatie. Tevens is vastgesteld of er al bodemonderzoeken op de locatie zijn uitgevoerd. Op basis van deze gegevens wordt geconcludeerd of de locatie als verdacht moet worden beschouwd met betrekking tot bodemverontreiniging. Hierbij is als leidraad de NEN 5725 gehanteerd. Deze rapportage geeft geen uitsluitsel over de daadwerkelijke bodemkwaliteit en/of eventuele saneringsnoodzaak. Wel wordt aangegeven of er aanleiding bestaat voor de uitvoering van verder bodemonderzoek. LEESWIJZER De resultaten van het uitgevoerde dossieronderzoek zijn in het navolgende rapportageblad beknopt weergegeven. Eventuele relevante informatie verkregen uit het historisch onderzoek, zoals tekeningen, foto’s etc. zijn als bijlagen opgenomen. In deze rapportage zijn achtereenvolgens de volgende bijlagen opgenomen: 1 2 3 4

Regionale ligging onderzoekslocatie met tracé. Overzichtskaart met weergave relevante dossiers (ondergrond Bodemloket). Overzichtskaart met verdachte terreindelen. Overzichtskaart met weergave bodemkwaliteitskaarten.

rps.nl 1807850A00-R19-404 | Datum 9 april 2019

Pagina 3 van 17

RAPPORTAGEBLAD HISTORISCH ONDERZOEK LOCATIE: ROCA - NIEUWERKERK AAN DEN IJSSEL E.O.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12524570/1