CConstaterende datCapelle Ad Ijssel
Koppel je AI →
Document · PDF

07A.05 - Is - Wordt lijst

Gemeenteraad 13 februari 2023, gemeente Capelle Ad IjsselBij agendapunt: Actualisatie van de Algemene plaatselijke verordening Capelle aan den IJssel 2018 (APV)6.691 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bestaande tekst Artikel 1 Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning; b. bevoegd bestuursorgaan: het college of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, de burgemeester; c. bouwwerk: hetgeen in artikel 1 van de Bouwverordening daaronder wordt verstaan; d. college: het college van burgemeester en wethouders; e. gebouw: hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder c, van de Woningwet daaronder wordt verstaan; f. handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen; g. openbare plaats: plaats als bedoeld in artikel 1, eerste lid, juncto tweede lid, van de Wet openbare manifestaties; h. openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; i. rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens een zakelijk of persoonlijk recht; j.

voertuig: voertuigen als bedoeld in artikel 1, onder al, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 19990 (RVV 1990) met uitzondering van kleine wagens zoals: kruiwagens, kinderwagens en rolstoelen. k. weg: 1°. voor het openbaar verkeer openstaande wegen of paden met inbegrip van de daarin liggende bruggen en duikers en de tot die wegen of paden behorende bermen of zijkanten, alsmede de aan de wegen of paden liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen; 2°. voor het publiek - al dan niet met enige beperking - toegankelijke pleinen en open plaatsen, parken, plantsoenen, kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaatsen, zandbakken of speelweiden, bossen, en andere natuurterreinen, ijsvlakten en aanlegplaatsen voor vaartuigen; 3°. voor het publiek toegankelijke stoepen, trappen, portieken, gangen, passages, arcades en galerijen, die uitsluitend tot voor bewoning in gebruik zijnde ruimte toegang geven en niet afsluitbaar zijn; 4°. andere voor het publiek toegankelijke, al dan niet afsluitbare stoepen, trappen, portieken, gangen, passages, arcades, nissen en galerijen; de afsluitbare alleen gedurende de tijd dat zij

Nieuwe tekst Artikel 1:1 Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994; b bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; c. bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder d van de Bouwverordening; d. bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 1994; e. college: het college van burgemeester en wethouders; f. gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet; g. handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen; h. openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; i. openbare plaats: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties; j. parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; k. rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht; l.

voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens en kinderwagens, en rolstoelen; m. weg: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994.

niet door of vanwege degene die daartoe naar burgerlijk recht bevoegd is, zijn afgesloten. Hoofdstuk 2 Openbare orde

Hoofdstuk 2 Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu

Afdeling 1 Bestrijding van ongeregeldheden

Afdeling 1 Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden 1. Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen, te vechten of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden. 2. Degene die op een openbare plaats: a. aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; b. aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; of c. zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing; is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie of de door het college of de burgemeester aangewezen ambtenaren zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen. 3. Het is verboden zich te begeven naar of te bevinden op openbare plaatsen die door of vanwege het bevoegd bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet. 4. Het bepaalde in de voorgaande leden is niet van toepassing op betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties. 5. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het vierde lid gestelde verbod. 6.

Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden 1. Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen, te vechten of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden. 2. Het in het lid 4 bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de artikelen 118, 119, 137c, 137d, 137e, 147, 424 of 426bis van het Wetboek van Strafrecht. 3.Degene die op een openbare plaats: a. aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; b. aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; of c. zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie of de door het college of de burgemeester aangewezen ambtenaren zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen. 4. Het is verboden zich te begeven naar of te bevinden op wegen die door of vanwege het bevoegd bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet. 5. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het vijfde lid gestelde verbod. 6.

Het bepaalde in de voorgaande leden is niet van toepassing op betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 2:1a Straatintimidatie Het is verboden op een openbare plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw in groepsverband dan wel afzonderlijk, anderen uit te jouwen of met aanstootgevende taal, gebaren, geluiden of gedragingen lastig te vallen. Artikel 2:1b Betreden van afzettingen Het is verboden zich te begeven op terreinen, wegen of weggedeelten die door het bevoegde

Vervallen

Vervallen

bestuursorgaan zijn afgezet vanwege de openbare orde of veiligheid, de verkeersveiligheid of een ander algemeen belang. Afdeling 2 Betoging Afdeling 3 Verspreiden van gedrukte stukken

Vervallen Vervallen

Artikel 2:6 Beperking verspreiden van voorwerpen voor handelsreclamedoeleinden 1.Het is verboden gedrukte of geschreven stukken of afbeeldingen aan te bieden, aan te bevelen of bekend te maken, leden of donateurs te werven, producten of monsters uit te delen, personen staande te houden ten behoeve van het uitvoeren van een enquête of een onderzoek met het kennelijke doel handelsreclame te maken op door het college aangewezen openbare plaatsen. 2.Het college kan de werking van het verbod beperken tot bepaalde dagen of uren. 3.De verspreider is verplicht de gedrukte stukken of afbeeldingen direct op te ruimen of te laten opruimen, indien deze in de omgeving van de plaats van uitreiking op de weg of een andere voor het publiek toegankelijk plaats door het publiek worden weggeworpen of achterblijven. 4.Het verbod is niet van toepassing op het huisaan-huis verspreiden of het aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven stukken en afbeeldingen. 5.Het college kan vrijstelling of ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod. 6.Afspraken met evenementenorganisatoren kunnen het nodig maken beperkingen aan grootschalige reclame-uitingen op te leggen. 7.Het college zal de raad vooraf in kennis stellen van een besluit tot het in werking stellen van het in het eerste lid gestelde verbod.

Artikel 2:6 Verspreiden geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen 1. Het is verboden gedrukte of geschreven stukken of afbeeldingen aan te bieden, aan te bevelen of bekend te maken, leden of donateurs te werven, producten of monsters uit te delen, personen staande te houden ten behoeve van het uitvoeren van een enquête of een onderzoek met het kennelijke doel handelsreclame te maken op door het college aangewezen openbare plaatsen. 2. Het college kan de werking van het verbod beperken tot bepaalde dagen of uren. 3. De verspreider is verplicht de gedrukte stukken of afbeeldingen direct op te ruimen of te laten opruimen, indien deze in de omgeving van de plaats van uitreiking op de weg of een andere voor het publiek toegankelijk plaats door het publiek worden weggeworpen of achterblijven. 4. Het verbod is niet van toepassing op het huisaan-huis verspreiden of het aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven stukken en afbeeldingen. 5. Het college kan vrijstelling of ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod. 6. Afspraken met evenementenorganisatoren kunnen het nodig maken beperkingen aan grootschalige reclame-uitingen op te leggen. 7. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Afdeling 4 Vertoningen op openbare plaatsen Artikel 2:9 Straatartiest Afdeling 5 Bruikbaarheid ten aanzien van de weg Artikel 2:10 Het plaatsen van voorwerpen op een openbare plaats in strijd met de publieke functie ervan 1. Het is verboden zonder vergunning van het college de weg anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan. Afdeling 6 Veiligheid op de weg Artikel 2:14 Winkelwagentjes 1. Het is verboden zich met een winkelwagentje te bevinden buiten de door het college aangewezen weg of weggedeelten. 2. De rechthebbende op een bedrijf die winkelwagentjes ter beschikking stelt, mede ten behoeve van het vervoer van winkelwaren, is

Vervallen Artikel 2:9 Vertoningen op openbare plaatsten Afdeling 2 Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen Artikel 2:10 Voorwerpen op een openbare plaats 1. Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare plaats anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan. Vervallen Artikel 2:14 Winkelwagentjes 1. Een bedrijf dat winkelwagentjes ter beschikking stelt: a. voorziet deze van de naam van het bedrijf of een ander herkenningsteken, en b. is verplicht om binnen een uur na de sluiting van het bedrijf de winkelwagentjes te

verplicht ze te voorzien van de naam van het bedrijf of een ander herkenningsteken. 3. De rechthebbende op een bedrijf die winkelwagentjes ter beschikking stelt is verplicht achtergelaten winkelwagentjes terstond te verwijderen of te doen verwijderen binnen een door het college aangewezen weg of weggedeelte in de directe omgeving van de winkel.

Afdeling 7 Evenementen Afdeling 8A Toezicht op openbare inrichtingen

verwijderen uit de directe omgeving van dat bedrijf; c. is verplicht de winkelwagentjes binnen 24 uur te verwijderen uit overige delen van Capelle aan den IJssel. 2. Onder directe omgeving van het bedrijf wordt verstaan een afstand van minder dan 100 meter vanaf de ingang van het bedrijf of indien het bedrijf gelegen is in een winkelcentrum op een afstand van minder dan 100 meter vanaf de ingang(en) van het winkelcentrum. 3. Het is verboden een winkelwagentje na gebruik onbeheerd op een openbare plaats achter te laten. 4. Het is verboden zich met een winkelwagentje op een openbare plaats te bevinden op een afstand van meer dan 100 meter vanaf de ingang van het bedrijf dat het winkelwagentje ter beschikking heeft gesteld of, indien het bedrijf gelegen is in een winkelcentrum, op een afstand van meer dan 100 meter vanaf de ingang(en) van het winkelcentrum, behalve voor het plaatsen van een winkelwagentje bij een door de rechthebbende aangewezen verzamelplaats die zich op meer dan 100 meter afstand van het bedrijf of winkelcentrum bevindt. 5. Het eerste lid, onder b en c is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer. Afdeling 3 Evenementen Afdeling 4A Toezicht op openbare inrichtingen

Artikel 2:27 Begripsbepalingen lid 1 onder a 1°. een inrichting als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Drank- en Horecawet, waarin het horecabedrijf wordt uitgeoefend, alsmede de daarbij horende terrassen; Artikel 2:28 lid 1 onder a a. zij hebben de leeftijd van achttien jaar bereikt of indien aan de inrichting een drank- en horecavergunning is verstrekt de leeftijd van eenentwintig jaar; Afdeling 8B Bijzondere bepalingen over horecabedrijven als bedoeld in de Drank- en Horecawet Artikel 2:34c lid 3 onder d: d. artikel 20, eerste of twee lid van de Drank- en Horecawet is overtreden.

Artikel 2:27 Begripsbepalingen lid 1 onder a 1°. een inrichting als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Alcoholwet, waarin het horecabedrijf wordt uitgeoefend, alsmede de daarbij horende terrassen; Artikel 2:28 lid 1 onder a a. zij hebben de leeftijd van achttien jaar bereikt of indien aan de inrichting een Alcoholwetvergunning is verstrekt de leeftijd van eenentwintig jaar; Afdeling 4B Bijzondere bepalingen over horecabedrijven als bedoeld in de Alcoholwet

Afdeling 9 Voor publiek openstaande gebouwen

Afdeling 5 Voor publiek openstaande gebouwen Afdeling 6 Toezicht op speelgelegenheden Afdeling 7 Maatregelen tegen overlast en baldadigheid Artikel 2:48 Openlijk drankgebruik 1. Het is voor personen die de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt verboden op een openbare plaats alcoholhoudende drank te

Afdeling 10 Toezicht op speelgelegenheden Afdeling 11 Maatregelen tegen overlast en baldadigheid Artikel 2:48 Openlijk drankgebruik 1. Het is voor personen die de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt verboden op een openbare plaats alcoholhoudende drank te

d. artikel 20, eerste of twee lid van de Alcoholwet is overtreden.

nuttigen indien dit gepaard gaat met gedragingen die de openbare orde verstoren, het woon- en leefklimaat aantasten of anderszins overlast veroorzaken. 2. Het is verboden op speelweiden en speelplaatsen, in overdekte winkelcentra en op overige door de burgemeester aangewezen openbare plaatsen, alcoholhoudende drank te nuttigen of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben. 3. Het bepaalde in het tweede lid geldt niet voor: a. een terras dat deel uit maakt van een inrichting, als bedoeld in artikel 1 van de Dranken Horecawet; b. de plaats, niet zijnde een inrichting, als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Drank- en Horecawet.

nuttigen indien dit gepaard gaat met gedragingen die de openbare orde verstoren, het woon- en leefklimaat aantasten of anderszins overlast veroorzaken. 2. Het is verboden op speelweiden en speelplaatsen, in overdekte winkelcentra en op overige door de burgemeester aangewezen openbare plaatsen, alcoholhoudende drank te nuttigen of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben. 3. Het bepaalde in het tweede lid geldt niet voor: a. een terras dat deel uit maakt van een inrichting, als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet; b. de plaats, niet zijnde een inrichting, als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Alcoholwet.

Artikel 2:49 Verboden gedrag bij of in gebouwen

1. Het is verboden hinder of overlast te veroorzaken, dan wel zich zonder redelijk doel op te houden: a. in of bij een portiek, nis, trap, poort of op een bordes; b. in, op of tegen een raamkozijn of een drempel van een gebouw; c. in of op een voor het publiek toegankelijk portaal, telefooncel, wachtlokaal voor een openbaar vervoermiddel, parkeergarage, rijwielstalling, winkelcentrum, abri of een andere soortgelijke, voor het publiek toegankelijke ruimte. 2. Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van een flatgebouw, appartementsgebouw of een soortgelijke meergezinswoning of van een gebouw dat voor publiek toegankelijk is, verboden zich zonder redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk gebruik bestemde ruimte van dat gebouw. Artikel 2:50a Steek- en andere voorwerpen 1. Het is verboden op door de burgemeester aangewezen openbare wegen of andere voor het publiek toegankelijke plaatsen steek- en andere voorwerpen, waarmee letsel kan worden toegebracht aan personen of daarmee kan worden gedreigd, zonder noodzaak bij zich te hebben. 2. Het verbod geldt niet met betrekking tot de in lid 1 genoemde steek- en andere voorwerpen die zodanig zijn ingepakt, dat zij niet voor onmiddellijk gebruik gereed zijn. 3. Dit artikel is niet van toepassing voor zover in het onderwerp daarvan wordt voorzien bij of krachtens de Wet wapens en munitie.

Artikel 2:50a Messen en andere voorwerpen als wapen 1.Het is verboden op de weg of in voor publiek toegankelijke gebouwen messen of andere voorwerpen die als wapen kunnen worden gebruikt, openlijk bij zich te hebben. 2.Het verbod geldt niet met betrekking tot voorwerpen die zodanig zijn ingepakt, dat zij niet voor dadelijk gebruik gereed zijn. 3.Dit artikel is niet van toepassing voor zover in het onderwerp daarvan wordt voorzien bij of krachtens de Wet wapens en munitie.

Artikel 2:60 Houden of voeren van hinderlijke of schadelijke dieren

Artikel 2:60 Houden of voeren van hinderlijke of schadelijke dieren

1. Het is verboden op door het college ter voorkoming of opheffing van overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren: a. aanwezig te hebben; b. aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het college in het aanwijzingsbesluit gestelde regels; c. aanwezig te hebben in een groter aantal dan in het aanwijzingsbesluit is aangegeven[; of d. te voeren]. 2. Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen binnen een krachtens het eerste lid aangewezen plaats ontheffing verlenen van een of meer verboden als bedoeld in het eerste lid.

1. Het is verboden op door het college ter voorkoming of beëindiging van overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren: a. aanwezig te hebben; b. aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het college in het aanwijzingsbesluit gestelde regels; c. aanwezig te hebben in een groter aantal dan in het aanwijzingsbesluit is aangegeven[; of d. te voeren]. 2. Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen binnen een krachtens het eerste lid aangewezen plaats ontheffing verlenen van een of meer verboden als bedoeld in het eerste lid.

Afdeling 12 Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen Afdeling 13 Vuurwerk en Carbid Artikel 2:72 ‘Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de verkoopdagen

Afdeling 8 Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen Afdeling 9 Consumentenvuurwerk en Carbid Artikel 2:72 Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk

Artikel 2:73 Gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling’

Artikel 2:73 Gebruik van consumentenvuurwerk

Afdeling 14 Drugsoverlast Afdeling 15 Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden, cameratoezicht, omgevingsverbod en woonoverlast Artikel 2:79 Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet 1. Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt of tegen betaling in gebruik geeft aan een persoon die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen is ingeschreven, draagt er zorg voor dat geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf. 2. Als de burgemeester een last onder dwangsom of onder bestuursdwang oplegt naar aanleiding van een schending van deze zorgplicht kan hij daarbij aanwijzingen geven over wat de overtreder dient te doen of na te laten om verdere schending te voorkomen. 3. De last kan in ieder geval worden opgelegd bij ernstige en herhaaldelijke: a. geluid- of geurhinder; b. hinder van dieren; c. hinder van personen die tijdelijk in een woning of op een erf aanwezig zijn; d. overlast door vervuiling of verwaarlozing van een woning of een erf;

Afdeling 10 Drugsoverlast Afdeling 11 Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester Artikel 2:79 Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet 1. Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt of tegen betaling in gebruik geeft, draagt er zorg voor dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt. 2. Als de burgemeester een last onder dwangsom of onder bestuursdwang oplegt naar aanleiding van een schending van deze zorgplicht kan hij daarbij aanwijzingen geven over wat de overtreder dient te doen of na te laten om verdere schending te voorkomen. 3. De last kan in ieder geval worden opgelegd bij ernstige en herhaaldelijke: a. geluid- of geurhinder; b. hinder van dieren; c. hinder van personen die tijdelijk in een woning of op een erf aanwezig zijn; d. overlast door vervuiling of verwaarlozing van een woning of een erf; e. intimidatie van een persoon vanuit een woning of een erf.

e. intimidatie van een persoon vanuit een woning of een erf.

4. De last kan een verbod inhouden om aanwezig te zijn in of bij de woning of op of bij het erf als bedoeld in artikel 151d, derde lid, van de Gemeentewet.

Afdeling 16 Omgevingsverbod Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen en dergelijke 1. Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, in de openlucht of buiten de weg de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben: a. onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan; b. bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan; c. kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of onderdelen daarvan, voor zover het plaatsen of aanwezig hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een commercieel doel; of d. mestopslag, gierkelders of andere verzamelplaatsen van vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen. 2. Het college kan bij de aanwijzing nadere regels stellen. 3. Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet of de provinciale omgevingsverordening. Artikel 5:2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d. 1.Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede verstaan: a.

het gebruiken van een voertuig voor het geven van lessen; b. het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van personen tegen betaling. 2.Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet gerekend b. voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het derde lid bedoelde persoon. 3.Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden: a. drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een cirkel met een straal van 100 meter met als middelpunt een van deze voertuigen; b. de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken.

Vervallen Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen en dergelijke 1. Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of beëindiging van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, in de openlucht of buiten de weg de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben: a. onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan; b. bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan; c. kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of onderdelen daarvan, voor zover het plaatsen of aanwezig hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een commercieel doel; of d. mestopslag, gierkelders of andere verzamelplaatsen van vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen. 2. Het college kan bij de aanwijzing nadere regels stellen. 3. Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet of de provinciale omgevingsverordening. Artikel 5:2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d. 1.Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede verstaan: a.

het gebruiken van een voertuig voor het geven van lessen; b. het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van personen tegen betaling. 2.Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet gerekend b. voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het derde lid bedoelde persoon. 3.Het is degene met een bedrijf of die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden: a. drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een cirkel met een straal van 100 meter met als middelpunt een van deze voertuigen; b. de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken.

4.Het college kan ontheffing van het verbod verlenen. 5.Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

4.Het college kan ontheffing van het verbod verlenen. 5.Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 5:5 Wrakken, wees(brom)fietsen 1. Het is verboden een voertuig dat rij technisch in onvoldoende staat van onderhoud e/of tevens in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert op de weg te parkeren. 2. Het verbod in lid 1 is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer. 3. Het is verboden een aanhangwagen die in onvoldoende staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert op de weg te parkeren. 4. Het is verboden een (brom)fiets die in onvoldoende staat van onderhoud en/of tevens in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert op de weg te parkeren. 5. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer. 6. Het college is bevoegd regels te stellen met betrekking tot de verwijdering en vernietiging van wrakken. 7. Geparkeerde (brom)fietsen mogen geen gevaar, schade of belemmering veroorzaken. 8. Het is verboden fietsen langer dan 14 dagen onafgebroken geparkeerd te laten staan in een door het college aangewezen gebied. Artikel 5:6 Recreatievoertuigen, aanhangwagens e.a., lid 1. Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt langer dan op drie achtereenvolgende dagen te plaatsen of te hebben.

Artikel 5:13 Overlast van fiets of bromfiets Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast, of ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan.

Artikel 5:5 Voertuigwrakken 1. Het is verboden een voertuig dat rij technisch in onvoldoende staat van onderhoud en in een kennelijke verwaarloosde toestand verkeert, op een openbare plaats te parkeren. 2. Het verbod in lid 1 is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer.

Artikel 5:6 Kampeermiddelen en andere voertuigen 1. Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt langer dan op drie achtereenvolgende dagen te plaatsen of te hebben op de weg.

Artikel 5:13 Parkeren van fietsen, bromfietsen en bijzondere bromfietsen 1. Het is verboden een fiets, bromfiets of bijzondere bromfiets op een openbare plaats te parkeren als daardoor: a. de doorgang wordt gehinderd of belemmerd; b. de veiligheid of de doorstroming van of het uitzicht voor het verkeer wordt gehinderd; c. schade wordt of kan worden veroorzaakt;

d. voor een bewoner of gebruiker van het gebouw waartegen of waarvoor de fiets, bromfiets of bijzondere bromfiets staat geparkeerd de doorgang of het uitzicht wordt belemmerd. 2. Het is verboden om in door het college aangewezen gebieden: a. een fiets, bromfiets of bijzondere bromfiets buiten de daarvoor bestemde voorzieningen, plaatsen of ruimten te parkeren; b. een fiets, bromfiets of bijzondere bromfiets langer dan een door het college te bepalen periode te parkeren. Artikel 5:14 Inzameling van geld of goederen 1.Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een intekenlijst aan te bieden. 2.Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede verstaan: het bij het aanbieden van goederen, waartoe ook worden gerekend geschreven of gedrukte stukken, dan wel bij het aanbieden van diensten aanvaarden van geld of goederen, indien daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd. 3.Het verbod geldt niet voor een inzameling die in besloten kring gehouden wordt. 4.Het college kan onder door het college te stellen voorschriften vrijstelling verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod voor inzamelingen die gehouden worden door daarbij aangewezen instellingen.

5.Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Artikel 5:14 Inzameling van geld of goederen of leden- of donateurwerving 1. Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een intekenlijst aan te bieden, dan wel in het openbaar leden of donateurs te werven als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd. 2. Onder een inzameling als bedoeld in het eerste lid wordt mede verstaan het aanvaarden van geld of goederen bij het aanbieden van diensten of goederen, waartoe ook worden gerekend geschreven of gedrukte stukken, als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd. 3. Het verbod geldt niet voor een inzameling of werving die wordt gehouden: a.in besloten kring; b.door een instelling die is ingedeeld in het door het college vastgestelde collecte- en wervingsrooster, mits de inzameling of werving overeenkomstig dat collecte- en wervingsrooster en met inachtneming van de door het college gegeven voorschriften plaatsvindt; of c.door een andere, door het college aangewezen instelling.

Artikel 6:1 Sanctiebepaling 1. Overtreding van het bepaalde bij of krachtens de hieronder vermelde artikelen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak:

Artikel 6:1 Sanctiebepaling 1. Overtreding van het bepaalde bij of krachtens de hieronder vermelde artikelen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak:

Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden Artikel 2:1a Straatintimidatie Artikel 2:1b Betreden van afzettingen Artikel 2:6 Beperking verspreiden van voorwerpen voor handelsreclamedoeleinden Artikel 2:9 Straatartiest Artikel 2:10 Voorwerpen of stoffen op, in, aan of boven de weg Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg Artikel 2:12 Maken, veranderen van een uitweg Artikel 2:14 Winkelwagentjes Artikel 2:15 Hinderlijke beplanting of voorwerp Artikel 2:16 Openen straatkolken e.d. Artikel 2:19 Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting Artikel 2:23a (Slaap)verblijf op de weg, in voertuigen en in kampeermiddelen Artikel 2:25 Evenementenvergunning Artikel 2:25a 0-evenementen Artikel 2:26 Openbare orde en veiligheid Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting Artikel 2:30 Sluiting van openbare inrichtingen Artikel 2:30a Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en beheerder Artikel 2:30b Terrassen Artikel 2:30c Beëindiging exploitatie Artikel 2:30d Wijziging beheer Artikel 2:30e Verboden gedragingen Artikel 2:31 Handel binnen openbare inrichtingen Artikel 2:34b Schenktijden paracommerciële rechtspersonen Artikel 2:34c Regulering paracommerciële rechtspersonen Artikel 2:34d Beperkingen voor horecabedrijven en slijtersbedrijven Artikel 2:35

Sluiting overlastgevende voor het publiek openstaande gebouwen Artikel 2:39 Speelgelegenheden Artikel 2:40 Kansspelautomaten Artikel 2:41 Betreden gesloten woning of lokaal Artikel 2:42 Plakken en kladden Artikel 2:43 Vervoer plakgereedschap e.d. Artikel 2:44 Vervoer inbrekerswerktuigen Artikel 2:44a Vervoer geprepareerde voorwerpen Artikel 2:47 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen Artikel 2:48 Openlijk drankgebruik

Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden Artikel 2:6 Verspreiden geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen Artikel 2:9 Vertoningen op openbare plaatsten Artikel 2:10 Voorwerpen of stoffen op, in, aan of boven de weg Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg Artikel 2:12 Maken, veranderen van een uitweg Artikel 2:14 Winkelwagentjes Artikel 2:15 Hinderlijke beplanting of voorwerp Artikel 2:16 Openen straatkolken e.d. Artikel 2:19 Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting Artikel 2:23a (Slaap)verblijf op de weg, in voertuigen en in kampeermiddelen Artikel 2:25 Evenementenvergunning Artikel 2:25a 0-evenementen Artikel 2:26 Openbare orde en veiligheid Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting Artikel 2:30 Sluiting van openbare inrichtingen Artikel 2:30a Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en beheerder Artikel 2:30b Terrassen Artikel 2:30c Beëindiging exploitatie Artikel 2:30d Wijziging beheer Artikel 2:30e Verboden gedragingen Artikel 2:31 Handel binnen openbare richtingen Artikel 2:34b Schenktijden paracommerciële rechtspersonen Artikel 2:34c Regulering paracommerciële rechtspersonen Artikel 2:34d Beperkingen voor horecabedrijven en slijtersbedrijven Artikel 2:35 Sluiting overlastgevende voor het publiek openstaande

gebouwen Artikel 2:39 Speelgelegenheden Artikel 2:40 Kansspelautomaten Artikel 2:41 Betreden gesloten woning of lokaal Artikel 2:42 Plakken en kladden Artikel 2:43 Vervoer plakgereedschap e.d. Artikel 2:44 Vervoer inbrekerswerktuigen Artikel 2:44a Vervoer geprepareerde voorwerpen Artikel 2:47 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen Artikel 2:48 Openlijk drankgebruik Artikel 2:48a Lachgasverbod Artikel 2:49 Verboden gedrag bij of in gebouwen

Artikel 2:48a Lachgasverbod Artikel 2:49 Verboden gedrag bij of in gebouwen Artikel 2:50 Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten Artikel 2:50a Messen en andere voorwerpen als wapen Artikel 2:50b Glaswerk op speelplaatsen Artikel 2:52 Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein e.d. Artikel 2:57 Loslopende honden Artikel 2:58 Verontreiniging door honden Artikel 2:59 Gevaarlijke of hinderlijke honden Artikel 2:60 Houden of voeren van hinderlijke of schadelijke dieren Artikel 2:65 Bedelarij Artikel 2:72 Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de verkoopdagen Artikel 2:73 Gebruik van consumentenvuurwerk Artikel 2:73a Verbod afschieten carbid Artikel 2:74 Drugshandel op straat Artikel 2:74a Openlijk drugsgebruik Artikel 2:74b Weggooien van spuiten e.d. Artikel 2:74c Coffeeshopverbod Artikel 2:77a Gebruik lasers Artikel 2:78 Omgevingsverbod Artikel 3:3 Vergunning Artikel 3:5 0-optie raamprostitutiebedrijven en maximering aantal seksinrichtingen Artikel 3:8 Eisen met betrekking tot de vergunning Artikel 3:9a.

Sluiting van een seksinrichting Artikel 3:10 Melding gewijzigde omstandigheden Artikel 3:12 Sluitingstijden seksinrichtingen; aanwezigheid; toegang Artikel 3:13 Adverteren Artikel 3:14 Leeftijd en verblijfstitel prostituees; verbod werken voor onvergund prostitutiebedrijf Artikel 3:15 Bedrijfsplan Artikel 3:17 Verdere verplichtingen van de exploitant en beheerder prostitutiebedrijf Artikel 3:18 Raamprostitutie Artikel 3:19 Straatprostitutie Artikel 4:3 Kennisgeving incidentele festiviteiten Artikel 4:4 Onversterkte muziek Artikel 4:5 Overige geluidhinder Artikel 4:7 Natuurlijke behoefte doen Artikel 4:8 Verontreiniging op openbare plaatsen Artikel 4:9 Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten gebouwen Artikel 4:9a Verbod oplaten ballonen Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz.

Artikel 2:50 Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten Artikel 2:50a Steek- en andere voorwerpen Artikel 2:50b Glaswerk op speelplaatsen Artikel 2:52 Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein e.d. Artikel 2:57 Loslopende honden Artikel 2:58 Verontreiniging door honden Artikel 2:59 Gevaarlijke of hinderlijke honden Artikel 2:60 Houden of voeren van hinderlijke of schadelijke dieren Artikel 2:65 Bedelarij Artikel 2:72 Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk Artikel 2:73 Gebruik van consumentenvuurwerk Artikel 2:73a Verbod afschieten carbid Artikel 2:74 Drugshandel op straat Artikel 2:74a Openlijk drugsgebruik Artikel 2:74b Weggooien van spuiten e.d. Artikel 2:74c Coffeeshopverbod Artikel 2:77a Gebruik lasers Artikel 2:78 Omgevingsverbod Artikel 3:3 Vergunning Artikel 3:5 0-optie raamprostitutiebedrijven en maximering aantal seksinrichtingen Artikel 3:8 Eisen met betrekking tot de vergunning Artikel 3:9a.

Sluiting van een seksinrichting Artikel 3:10 Melding gewijzigde omstandigheden Artikel 3:12 Sluitingstijden seksinrichtingen; aanwezigheid; toegang Artikel 3:13 Adverteren Artikel 3:14 Leeftijd en verblijfstitel prostituees; verbod werken voor onvergund prostitutiebedrijf Artikel 3:15 Bedrijfsplan Artikel 3:17 Verdere verplichtingen van de exploitant en beheerder prostitutiebedrijf Artikel 3:18 Raamprostitutie Artikel 3:19 Straatprostitutie Artikel 4:3 Kennisgeving incidentele festiviteiten Artikel 4:4 Onversterkte muziek Artikel 4:5 Overige geluidhinder Artikel 4:7 Natuurlijke behoefte doen Artikel 4:8 Verontreiniging op openbare plaatsen Artikel 4:9 Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten gebouwen Artikel 4:9a Verbod oplaten ballonen Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz. Artikel 4:15 Vergunningplicht handelsreclame Artikel 4:18 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen

Artikel 4:15 Vergunningplicht handelsreclame Artikel 4:18 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen Artikel 5:2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d. Artikel 5:3 Te koop aanbieden van voertuigen Artikel 5:3a Herstel- of onderhoudswerkzaamheden Artikel 5:4 Defecte voertuigen Artikel 5:5 Wrakken, wees(brom)fietsen Artikel 5:6 Recreatievoertuigen, aanhangwagens e.a. Artikel 5:7 Parkeren van reclamevoertuigen Artikel 5:8 Parkeren van grote voertuigen Artikel 5:9 Parkeren van uitzicht belemmerende voertuigen Artikel 5:11 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen Artikel 5:12 Overlast gevend parkeren van voertuigen Artikel 5:12a Hinder door motorvoertuigen en bromfietsen Artikel 5:13 Overlast van fiets of bromfiets Artikel 5:14 Inzameling van geld of goederen Artikel 5:16 Ventverbod Artikel 5:19 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden Artikel 5:20 Toestemming rechthebbende Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken Artikel 5:36 Verboden plaatsen voor incidentele asverstrooiing Artikel 5:37 Hinder of overlast

-

Artikel 5:2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d. Artikel 5:3 Te koop aanbieden van voertuigen Artikel 5:3a Herstel- of onderhoudswerkzaamheden Artikel 5:4 Defecte voertuigen Artikel 5:5 Voertuigwrakken Artikel 5:6 Kampeermiddelen en andere voertuigen Artikel 5:7 Parkeren van reclamevoertuigen Artikel 5:8 Parkeren van grote voertuigen Artikel 5:9 Parkeren van uitzicht belemmerende voertuigen Artikel 5:11 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen Artikel 5:12 Overlast gevend parkeren van voertuigen Artikel 5:12a Hinder door motorvoertuigen en bromfietsen. Artikel 5:13 Parkeren van fietsen, bromfietsen en bijzondere bromfietsen Artikel 5:14 Inzameling van geld of goederen of leden- of donateurwerving Artikel 5:16 Ventverbod Artikel 5:19 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden Artikel 5:20 Toestemming rechthebbende Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken Artikel 5:36 Verboden plaatsen voor incidentele asverstrooiing Artikel 5:37 Hinder of overlast 2. In afwijking van het eerste lid is artikel 1a van de Wet op de economische delicten van toepassing op overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2:10, vijfde lid, 2:11, tweede lid, 2:12, eerste lid. 3.

In geval van overtreding van de krachtens artikel 3, derde lid, van de Wet veiligheidsregio’s gestelde regels kan het college een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste de geldboete, bedoeld in artikel 64, eerste lid, van de Wet veiligheidsregio’s.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12394585/1