07A.03 - Algemene plaatselijke verordening Capelle aan den IJssel 2018
Tekst van het document
Onder een inzameling als bedoeld in het eerste lid wordt mede verstaan het aanvaarden van geld of goederen bij het aanbieden van diensten of goederen, waartoe ook worden gerekend geschreven of gedrukte stukken, als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd.
3.
Het verbod geldt niet voor een inzameling of werving die wordt gehouden: a. in besloten kring; b. door een instelling die is ingedeeld in het door het college vastgestelde collecte- en wervingsrooster, mits de inzameling of werving overeenkomstig dat collecte- en wervingsrooster en met inachtneming van de door het college gegeven voorschriften plaatsvindt; of c. door een andere, door het college aangewezen instelling.
Afdeling 3 Venten Artikel 5:15 Begripsbepaling 1.
In deze afdeling wordt onder venten verstaan: het in de uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten aan te bieden op een openbare en in de open lucht gelegen plaats of aan huis.
2.
Onder venten wordt niet verstaan: a.
het aan huis afleveren van goederen door of vanwege degene die dit doet ter exploitatie van zijn winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet;
b.
het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet of op snuffelmarkten als bedoeld in artikel 2:24, lid 2, onder d;
c.
het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op een standplaats als bedoeld in artikel 5:19.
Artikel 5:16 Ventverbod 1.
Het is verboden zonder vergunning van het college te venten.
2.
Het is verboden te venten op zondagen en maandag tot en met zaterdag tussen 21.00 en 09.00 uur.
3.
Onverminderd het bepaalde in het eerste lid is het verboden te venten op nader door het college aan te wijzen wegen, dagen of uren. Bij de aanwijzing van wegen, dagen of uren kan het college bepalen dat het verbod niet dan wel uitsluitend geldt voor het venten van producten of diensten die vallen in door hem aangewezen productcategorieën of categorieën van diensten.
4.
Geen vergunning is vereist voor het venten met door het college aangewezen goederen of diensten, wanneer dit uitsluitend op de weg plaats vindt en de venter daarvan minimaal twee weken van tevoren melding heeft gedaan bij het college en voldoet aan de hiervoor geldende algemene regels.
5.
Voor huis-aan-huis-venten wordt alleen aan natuurlijke personen vergunning verleend.
6.
Het college kan binnen zeven dagen na ontvangst van de melding besluiten het venten als bedoeld in het tweede lid te verbieden, indien daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt.
7.
Het verbod als bedoeld in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet.
Artikel 5:17 Vrijheid van meningsuiting 1.
Het verbod bedoeld in artikel 5:16, eerste lid is niet van toepassing op het venten met gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten en gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet.
2.
In afwijking van het bepaalde in het eerste lid is het venten van gedrukte en geschreven stukken waarin gedachten en gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste lid van de Grondwet verboden indien het venten plaatsvindt in overdekte winkelcentra of binnen een straal van 15 meter bij de ingang van deze winkelcentra, of op overige door het college aangewezen openbare plaatsen.
3.
Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in het tweede lid.
Afdeling 4 Standplaatsen Artikel 5:18 Begripsbepaling 1.
In deze afdeling wordt verstaan onder standplaats: het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel.
2.
Onder standplaats wordt niet verstaan: a. een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet; b. een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2:24.
Artikel 5:19 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden 1.
Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te hebben.
2.
Het college weigert de vergunning wegens strijd met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit.
3.
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd:
4.
a.
indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand;
b.
indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs te verwachten is dat door het verlenen van de vergunning voor een standplaats voor het verkopen van goederen een redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in gevaar komt.
Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Artikel 5:20 Toestemming rechthebbende Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is ingenomen.
Artikel 5:21 Aanhoudingsplicht Gereserveerd
Afdeling 5 Snuffelmarkten (Gereserveerd. Het begrip snuffelmarkt valt op grond van deze verordening onder het begrip evenement)
Afdeling 6 Openbaar water (Gereserveerd) Afdeling 7 Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in natuurgebieden (Gereserveerd)
Afdeling 8 Verbod vuur te stoken Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken 1.
Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.
2.
Het verbod geldt niet voor zover het betreft: a.
verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke;
b.
sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien geen afvalstoffen worden verbrand voor zover dat geen gevaar, overlast of hinder voor de omgeving oplevert;
c.
vuur voor koken, bakken en braden, voor zover dat geen gevaar, overlast of hinder voor de omgeving oplevert.
3.
Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.
4.
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna.
5.
Het verbod geldt niet voor zover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht of de Provinciale milieuverordening.
6.
Op de ontheffing bedoeld in het derde lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Afdeling 9 Verstrooiing van as Artikel 5:35 Begripsbepaling In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele asverstrooiing: het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een permanent daartoe bestemd terrein. Artikel 5:36 Verboden plaatsen voor incidentele asverstrooiing 1.
Incidentele verstrooiing is verboden: a.
op gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen;
b.
op verharde delen van de weg;
c.
op kinderspeelplaatsen, ligweiden en openbare sport- en spelterreinen;
d.
op of vanaf bruggen, sluiscomplexen, steigers en remmingwerken.
2.
Het college kan regels stellen, inhoudende een verbod as te verstrooien gedurende een daarbij aangegeven termijn op daarbij aangegeven andere plaatsen dan bedoeld in het eerste lid.
3.
Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorg draagt voor de asbus, op grond van bijzondere
omstandigheden ontheffing verlenen van de in het eerste lid, onder a tot en met d, gestelde verboden.
Artikel 5:37 Hinder of overlast Incidentele asverstrooiing is verboden indien daardoor hinder of overlast wordt veroorzaakt voor derden.
Hoofdstuk 6 Sanctie-, overgangs- en slotbepalingen Artikel 6:1 Sanctiebepaling 1. Overtreding van het bepaalde bij of krachtens de hieronder vermelde artikelen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak: Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden Artikel 2:6 Verspreiden geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen Artikel 2:9 Vertoningen op openbare plaatsten Artikel 2:10 Voorwerpen of stoffen op, in, aan of boven de weg Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg Artikel 2:12 Maken, veranderen van een uitweg Artikel 2:14 Winkelwagentjes Artikel 2:15 Hinderlijke beplanting of voorwerp Artikel 2:16 Openen straatkolken e.d.
Artikel 2:19 Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting Artikel 2:23a (Slaap)verblijf op de weg, in voertuigen en in kampeermiddelen Artikel 2:25 Evenementenvergunning Artikel 2:25a 0-evenementen Artikel 2:26 Openbare orde en veiligheid Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting Artikel 2:30 Sluiting van openbare inrichtingen Artikel 2:30a Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en beheerder Artikel 2:30b Terrassen Artikel 2:30c Beëindiging exploitatie Artikel 2:30d Wijziging beheer Artikel 2:30e Verboden gedragingen Artikel 2:31 Handel binnen openbare richtingen Artikel 2:34b Schenktijden paracommerciële rechtspersonen Artikel 2:34c Regulering paracommerciële rechtspersonen Artikel 2:34d Beperkingen voor horecabedrijven en slijtersbedrijven
Artikel 2:35 Sluiting overlastgevende voor het publiek openstaande gebouwen Artikel 2:39 Speelgelegenheden Artikel 2:40 Kansspelautomaten Artikel 2:41 Betreden gesloten woning of lokaal Artikel 2:42 Plakken en kladden Artikel 2:43 Vervoer plakgereedschap e.d. Artikel 2:44 Vervoer inbrekerswerktuigen Artikel 2:44a Vervoer geprepareerde voorwerpen Artikel 2:47 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen Artikel 2:48 Openlijk drankgebruik Artikel 2:48a Lachgasverbod Artikel 2:49 Verboden gedrag bij of in gebouwen Artikel 2:50 Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten Artikel 2:50a Steek- en andere voorwerpen Artikel 2:50b Glaswerk op speelplaatsen Artikel 2:52 Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein e.d. Artikel 2:57 Loslopende honden Artikel 2:58 Verontreiniging door honden Artikel 2:59 Gevaarlijke of hinderlijke honden Artikel 2:60 Houden of voeren van hinderlijke of schadelijke dieren Artikel 2:65 Bedelarij Artikel 2:72 Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk Artikel 2:73 Gebruik van consumentenvuurwerk Artikel 2:73a Verbod afschieten carbid Artikel 2:74 Drugshandel op straat Artikel 2:74a Openlijk drugsgebruik Artikel 2:74b Weggooien van spuiten e.d.
Artikel 2:74c Coffeeshopverbod Artikel 2:77a Gebruik lasers Artikel 2:78 Omgevingsverbod Artikel 3:3 Vergunning Artikel 3:5 0-optie raamprostitutiebedrijven en maximering aantal seksinrichtingen Artikel 3:8 Eisen met betrekking tot de vergunning Artikel 3:9a. Sluiting van een seksinrichting Artikel 3:10 Melding gewijzigde omstandigheden Artikel 3:12 Sluitingstijden seksinrichtingen; aanwezigheid; toegang Artikel 3:13 Adverteren
Artikel 3:14 Leeftijd en verblijfstitel prostituees; verbod werken voor onvergund prostitutiebedrijf Artikel 3:15 Bedrijfsplan Artikel 3:17 Verdere verplichtingen van de exploitant en beheerder prostitutiebedrijf Artikel 3:18 Raamprostitutie Artikel 3:19 Straatprostitutie Artikel 4:3 Kennisgeving incidentele festiviteiten Artikel 4:4 Onversterkte muziek Artikel 4:5 Overige geluidhinder Artikel 4:7 Natuurlijke behoefte doen Artikel 4:8 Verontreiniging op openbare plaatsen Artikel 4:9 Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten gebouwen Artikel 4:9a Verbod oplaten ballonen Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz. Artikel 4:15 Vergunningplicht handelsreclame Artikel 4:18 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen Artikel 5:2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d. Artikel 5:3 Te koop aanbieden van voertuigen Artikel 5:3a Herstel- of onderhoudswerkzaamheden Artikel 5:4 Defecte voertuigen Artikel 5:5 Voertuigwrakken Artikel 5:6 Kampeermiddelen en andere voertuigen Artikel 5:7 Parkeren van reclamevoertuigen Artikel 5:8 Parkeren van grote voertuigen Artikel 5:9 Parkeren van uitzicht belemmerende voertuigen Artikel 5:11 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen Artikel 5:12 Overlast gevend parkeren van voertuigen Artikel 5:12a Hinder door motorvoertuigen en bromfietsen.
Artikel 5:13 Parkeren van fietsen, bromfietsen en bijzondere bromfietsen Artikel 5:14 Inzameling van geld of goederen of leden- of donateurwerving Artikel 5:16 Ventverbod Artikel 5:19 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden Artikel 5:20 Toestemming rechthebbende Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken Artikel 5:36 Verboden plaatsen voor incidentele asverstrooiing Artikel 5:37 Hinder of overlast 2.
In afwijking van het eerste lid is artikel 1a van de Wet op de economische delicten van toepassing op overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2:10, vijfde lid, 2:11, tweede lid, 2:12, eerste lid.
3.
In geval van overtreding van de krachtens artikel 3, derde lid, van de Wet veiligheidsregio’s gestelde regels kan het college een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste de geldboete, bedoeld in artikel 64, eerste lid, van de Wet veiligheidsregio’s.
Artikel 6:2 Toezicht en opsporing 1. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast: a. de door het college of de burgemeester aangewezen ambtenaren; b. ambtenaren van politie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a en onderdeel c, van de Politiewet 2012. 2. Het college dan wel de burgemeester kan daarnaast andere personen belasten met het toezicht. 3. Onverminderd het eerste en tweede lid zijn de ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 141, onder b, van het Wetboek van Strafvordering, eveneens belast met het toezicht op de naleving van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften.
Artikel 6:3 Binnentreden woningen Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften die strekken tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner.
Artikel 6:4 Intrekking oude verordening De Algemene plaatselijke verordening Capelle aan den IJssel 2013 wordt ingetrokken.
Artikel 6:5 Overgangsbepaling Besluiten, genomen krachtens de Algemene plaatselijke verordening Capelle aan den IJssel 2013 die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening. Artikel 6:6 Overgangsbepaling vergunningen en ontheffingen 1. Op een aanvraag om een vergunning of ontheffing krachtens de Algemene plaatselijke verordening Capelle aan den IJssel 2013, die is gedaan voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening, wordt, totdat de beslissing daarop onherroepelijk is geworden, beslist overeenkomstig het ten tijde van de indiening van de aanvraag geldende recht. 2.
Op een bezwaarschrift of beroep tegen een besluit, krachtens de Algemene Plaatselijke Verordening 2013 genomen voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening, wordt, totdat de beslissing daarop onherroepelijk is geworden, beslist overeenkomstig het ten tijde van het nemen van dat besluit geldende recht.
Artikel 6:7 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: APV Capelle aan den IJssel 2018.
Artikel 6:8 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de dag na de bekendmaking.