07.13 - Inspraak Florabuurt 20211207 Ruimtelijk dichtheden
Tekst van het document
Aan commissieleden SLE/SOB
Capelle aan den IJssel, 7 december 2021
Geachte raadsleden, Naar aanleiding van de presentatie “2021_11_25 PRESENTATIE Gebiedsvisie Florabuurt.pdf”, die bijgevoegd is bij de stukken voor gecombineerde raadsvergadering van 7 december wil ik onderstaande gedetailleerde informatie met u delen naast mijn inspraak in de vergadering. Het betreft een aanvulling op uitwerking van pagina 5. De genoemde FSI is slechts één van ruimtelijke dichtheden die in de analyse moeten worden mee genomen. Het planbureau voor de leefomgeving onderkent naast de FSI ook GSI, L en OSR als essentieel. Bron: Ruimtelijke Dichtheden en Functiemenging in Nederland (RUDIFUN) “Een bepaalde dichtheid (hoog of laag) alleen is geen recept voor een “goede” ruimtelijke ordening, maar in veel gevallen wel een voorwaarde.” “Deze indexen bieden niet alleen houvast bij de getalsmatige ruimtelijke dichtheden maar ook, samen met hun afgeleiden L en OSR, op de fysiek morfologische eigenschappen van de leefomgeving. Op basis van deze indicatoren kan het type bebouwing, bijvoorbeeld torenflats, galerijflats, middelhoogbouw, rijwoning, bungalow op basis van getalsmatige kenmerken worden benaderd. Het type bebouwing wordt geregeld in verband gebracht met vastgoedwaarde of leefbaarheid. Errik Buursink (2010) en Jos Gadet (2015) leggen bijvoorbeeld een verband tussen modernistische stedenbouw en probleemwijken.
Met onder andere de OSR als indicator is er een empirische basis om deze en soortgelijke hypotheses te toetsen.” Uitleg van de indexen: FSI De FSI is de verhouding tussen de totale bruto vloeroppervlakte (BVO) van een gebouw en de bijbehorende terreinoppervlakte. De ondergrondse vloeroppervlakte en de vloeroppervlakte op bovenliggende verdiepingen worden dus ook meegenomen. Als een terrein helemaal wordt bebouwd met 1 bouwlaag is de FSI dus 1. Als een terrein voor de helft wordt bebouwd, maar met 2 bouwlagen is de FSI ook 1. GSI Parallel aan het berekenen van de FSI kan ook de GSI (Ground Space index) worden berekend. Deze geeft aan welk aandeel van een gebied bebouwd is. Het is de footprint van de bebouwing gedeeld door de terreinoppervlakte (figuur 2). De GSI is dus ook een dichtheidsindex en is onder meer een indicator bij het bepalen van de opnamecapaciteit van regenwater in de bodem. L In morfologisch stedenbouwkundig onderzoek wordt vaak het begrip L gehanteerd, dat staat voor het gemiddeld aantal bouwlagen. Deze wordt berekend door de vloeroppervlakte te delen door de gebouwfootprint of te wel de FSI te delen door de GSI. OSR We berekenen ook de Open Space Ratio (OSR). Dit is het onbebouwde terreinoppervlakte gedeeld door de BVO, wat gelijk is aan het aandeel onbebouwd terrein gedeeld door de FSI.
De OSR is een internationaal gebruikte indicator voor de “bebouwingsdruk” op de onbebouwde ruimte. De OSR is niet alleen een indicator van ruimtelijkheid in die zin dat het de mogelijk beklemmende druk van gebouwen op de onbebouwde ruimte uitdrukt, maar ook de druk van mensen die gebruik maken van die gebouwen op de onbebouwde ruimte.
Uitwerking:
Cirkel Huidig Toekomst
Middengebeid Huidig Toekomst
Flora Huidig Toekomst
FSI GSI
0,60 0,19
0,99 0,22
0,37 0,24
1,71 0,41
0,73 0,16
0,96 0,19
L
3,22
4,52
1,54
4,14
4,52
5,02
OSR
1,35
0,79
2,04
0,34
1,15
0,85
54.184
51.958
18.459
14.298
120.699
116.538
Buitenruimte
-4,3%
-29,1%
-3,6%
Conclusie: • Afhankelijk van het gekozen gebied veranderen de resultaten significant. • Ook in de Florabuurt als grotere geheel zijn de effecten op het middengebied significant. • Er verdwijnt meer buitenruimte als de Gemeente doet overkomen. • Er verdwijnt buitenruimte in de cirkel dit tegenstelling tot de cijfers van de Gemeente waar er zelf buitenruimte bij komt. • De inwoners zullen terecht een beklemmende druk voelen op hun leefomgeving.