CConstaterende datCapelle Ad Ijssel
Koppel je AI →
Document · PDF

07.05 - Aanvulling gronden hoger beroep 801006 Zwartgemaakt

Commissie Bestuur, Veiligheid en Middelen 13 juni 2022, gemeente Capelle Ad IjsselBij agendapunt: Hoger beroep inzake raadgevend referendum Gebiedspaspoort 2.0 Rivium1.704 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

van Ardenne &: Crince Ie Roy

Postbus 30106 3001 DC Rotterdam

ADVOCATEN

WTC Beursplein 37 3011 AA Rotterdam

T+31 (0)107410650 F+31 (0)103100223 vanardenne-crinceleroy.nl

Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State Postbus 20019 2500 EA DEN HAAG

Tevens per telefax: 070 365 13 80

Rotterdam, 11 april 2022 Inzake: Gemeente Capelle/HB referendum Onze ref: 530594

Uw ref: 202201501/1/A2 Geachte heer/mevrouw,

Op 8 maart 2022 is namens de gemeenteraad van Capelle aan den Ussel ("Raad") hoger beroep ingesteld in bovenvermelde zaak. Conform uw verzoek van 14 maart 2022 doen wij u hierbij de hoger beroepsgronden toekomen. In deze aanvulling wordt eerst kort ingegaan op de relevante achtergrond. Dit wordt gevolgd door de hoger beroepsgronden waarbij ook het procesbelang van de Raad aan bod komt. Afgesloten wordt met een conclusie. Relevante achtergrond

De heren H s ("verzoekers") hebben op 20 september 2020 een verzoek om een raadgevend referendum ingediend inzake het (destijds) concept-raadsbesluit tot vaststelling van het Gebiedspaspoort 2.0 RIVIUM ("Gebiedspaspoort 2.0"). Dit Gebiedspaspoort vormt een ambitiedocument voor de transformatie van het Rivium van (thans) een kantoor- en bedrijvengebied naar een gebied waar ook wordt gewoond. Het Gebiedspaspoort 2.0 is een vervolg op het Gebiedspaspoort 1.0 waarin het voornemen tot deze transformatie is neergelegd. In dit ambitiedocument zijn de kaders voor de transformatie van het Rivium geschetst. In Gebiedspaspoort 2.0 is - binnen de kaders van Gebiedspaspoort 1.0 - nader uitgewerkt hoe de ontwikkeling van het Rivium plaats zou kunnen vinden.

Het Gebiedspaspoort 2.0 vormt de basis voor de verdere ruimtelijke besluitvorming die benodigd is voor de gewenste transformatie van het Rivium, waaronder te verlenen omgevingsvergunningen.

Van Ardenne & Crince Ie Roy Advocaten N.V. ("van Ardenne & Crince Ie Roy") is een naamloze vennootschap naar Nederlands recht. Opdrachten worden uitsluitend geacht te zijn aanvaard en uitgevoerd door van Ardenne & Crince Ie Roy. Op alle opdrachten zijn de algemene vooi-waarden van van Ardenne & Crince Ie Roy ("de voorwaarden") van toepassing,

met uitdrukkeiijke uitsluiting van a!ie andere aigemene voorwaarden. !n de voorwaarden is onder meer bepaaid dat iedere aansprakeii|kheici is beperkt i'of het bedrag dat onder de beroepsaansprakelijkheidsverzekering van van Ardenne & Crince Ie Roy wordt uitbetaald, dat Nederlands recht van toepassing is en dat de Rechtbank Rotterdam exclusief bevoegd is. De voorwaarden, die zijn gedeponeerd bii de Kamer van Koophandel te Rotterdam, zijn fe vinden op www.vanardenne-crinceteroy.nl/algemenevoorwaarden en worden OD verzoek toeaezonden. KvK Rotterdam nummer 62408623.

Procesverloop

Het conceptraadsbesluit voor het Gebiedspaspoort 2.0 lag voor vaststelling voor in de raadsvergadering van 28 september 2020. Op 20 september 2020 hebben appellanten een inleidend verzoek voor het houden van een raadgevend referendum over het Gebiedspaspoort 2.0 overhandigd aan de burgemeester. In de raadsvergadering van 28 september 2020 heeft de Raad besloten om verzoekers op grond van artikel 2, onder i en j, en gelet op artikel 8 van de Referendumverordening Capelte aan den Ussel 2020 ("Referendumverordening") geen gelegenheid te bieden voor het indienen van een definitief verzoek voor het houden van een raadgevend referendum.

Tegen het primaire besluit van 28 september 2020 hebben verzoekers op 2 oktober 2020 bezwaar gemaakt. Hangende bezwaar hebben verzoekers bij verzoekschrift van 9 oktober 2020 om een voorlopige voorziening verzocht bij de voorzieningenrechtervan de rechtbank Rotterdam. Bij uitspraak van 9 november 2020 heeft de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen vanwege het ontbreken van spoedeisend belang. Ook heeft de voorzieningenrechter overwogen dat het primaire besluit niet evident onrechtmatig was. Bij besluiten van 17 december 2020 zijn de bezwaren van verzoekers ongegrond verklaard onder aanpassing en aanvulling van de motivering. Tegen de besluiten van 17 december 2020 is door verzoekers beroep ingesteld bij de rechtbank Rotterdam. De rechtbank heeft het beroep op 16 december 2021 op zitting behandeld. Ter zitting heeft de rechtbank - voor partijen om een standpunt te vragen - aangegeven hoe zij de Referendumverordening juridisch duidt. Met name is de rechtbank ingegaan op de duiding van de weigeringsgronden ex artikel 2, onder i en j van de Referendumverordening en op de vraag wat volgens haar verstaan moet worden onder een conceptbesluit in de Referendumverordening. Na deze uiteenzetting is de zaak nog kort met partijen besproken waarbij met name is ingegaan op de consequenties van het standpunt van de rechtbank voor het voorliggende beroep.

Bij uitspraak van 26 januari 2022 heeft de rechtbank het beroep van verzoekers ongegrond verklaard. Relevante overweciingen aanqevallen uitspraak

De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak overwogen dat i) zoals door de raad ter zitting desgevraagd is bevestigd met een conceptraadsbesluit in de Referendumverordening een besluit wordt bedoeld in de zin van de Algemene wet bestuursrecht ('Awb'), ii) dat desgevraagd door de Raad ter zitting is aangegeven dat het Gebiedspaspoort 2.0 geen besluit of beleidsregel is, iii) dat dit ook reeds in het primaire en het bestreden besluit had moeten worden neergelegd. De rechtbank komt op grond van deze overwegingen tot een ongegrondverklaring van het beroep omdat het bezwaar in die redenering ook niet succesvol was geweest.

2

van Ardenne &: Crince Ie Roy ADVOCATEN

Hoger beroepsgronden De aangevallen uitspraak heeft een voor de Raad gunstige feitelijke uitkomst, in die zin dat aan verzoekers geen gelegenheid geboden hoeft te worden voor het indienen van een definitief verzoek voor het houden van een raadgevend referendum. Desalniettemin kan de Raad zich niet verenigingen met de overwegingen van de rechtbank die ten grondslag zijn gelegd aan de aangevallen uitspraak. Meer in het bijzonder kan de Raad zich niet verenigen met de overweging dat door de Raad ter zitting desgevraagd is bevestigd met een conceptraadsbesluit in de Referendumverordening een besluit wordt bedoeld in de zin van de Awb. Dit wordt als volgt toegelicht. Niet ter zittinq bevestiQd

De Raad wenst voorop te stellen dat ter zitting namens de Raad niet desgevraagd bevestigd dat met een conceptraadsbesluit in de Referendumverordening een besluit wordt bedoeld in de zin van de Awb. Zoals ook volgt uit de zittingsaantekeningen van 16 december 2021 heeft de rechtbank eerst uitgelegd hoe zij de Referendumverordening duidt. Daarbij heeft de rechtbank partijen uitgenodigd om haar tegen te spreken. Voor wat betreft de duiding van een conceptbesluit in de zin van de Referendumverordening volgt uit de zittingsaantekeningen het volgende: "R: Ik verduidelijk het even zodat u beiden weet waarover we precies spreken. Het concept besluit in de verordening, dat is een besluit in de zin van de Awb? Niet wat we in gewone taal een besluit noemen?

Wijling knikt." Anders dan de rechtbank stelt is namens de raad dan ook niet desgevraagd bevestigd dat een conceptbesluit in de zin van de Referendumverordening een besluit in de zin van de Awb is.Een enkele knik - voor zover daarvan sprake is geweest - is geen desgevraagde bevestiging van een standpunt van de rechtbank. De rechtbank heeft dit - onjuiste - standpunt zelfstandig ingenomen. Overigens herkennen alle aanwezigen ter zitting zich ook niet in de door de rechtbank in de aangevallen uitspraak opgenomen bevestiging namens de Raad. Hoewel in de zittingsaantekeningen vraagtekens staan opgenomen, is het standpunt van de rechtbank gebracht als een mededeling. Dit volgt ook uit de zinsneden: "Ik denk dat het de transparantie dient als ik uitleg hoe ik tegen de Referendumverordening aankijk" en "Ik verduidelijk het nog even..". Als al sprake zou zijn van een knik, dan is deze dan ook niet bedoeld als bevestiging van het door de rechtbank ingenomen standpunt. Tot slot van dit punt wordt opgemerkt dat de bevestiging van het door de rechtbank ter zitting ingenomen standpunt ook niet volgt uit de processtukken die namens de Raad in de beroepsprocedure zijn ingediend. Standpunt onjuist

Meer inhoudelijk gezien stelt de Raad dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat met een conceptbesluit in de zin van de Referendumverordening een besluit in de zin van de Awb wordt bedoeld. In artikel l van de Referendumverordening wordt een conceptraadsbesluit namelijk gedefinieerd als: "een aan de raad voorgelegd besluit dat op de agenda van de raadsvergadering is opgenomen;". In deze bepaling ontbreekt een koppeling met artikel 1:3, eerste lid, van de Awb die ertoe zou leiden dat alleen appellabele raadsbesluiten onder de reikwijdte van de

van Ardenne Sc Crince Ie Roy ADVOCATEN

Referendumverordening vallen. Ook overigens blijkt uit de Referendumverordening niet dat bedoeld is om een conceptbesluit in de zin van de Referendumverordening te beperken tot besluiten in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. Procesbelana

Hoewel de aangevallen uitspraak een voor de Raad gunstige uitkomst heeft omdat geen gelegenheid geboden hoeft te worden voor het indienen van een definitief verzoek voor het houden van een referendum, heeft de Raad toch procesbelang bij dit hoger beroep. Dit wordt als volgt toegelicht. Door in strijd met de Referendumverordening te overwegen dat met een conceptbesluit in de zin van

de Referendumverordening slechts een besluit in de zin van de Awb wordt bedoeld, wordt de kring van conceptbesluiten die onderwerp van een referendum kunnen zijn ten onrechte beperkt door de rechtbank. Bij het vaststellen van de Referendumverordening heeft de Raad een dergelijke beperking echter niet beoogd. Daarmee doet de uitspraak wanneer deze kracht van gewijsde verkrijgt, afbreuk aan het doel van de Referendumverordening. Daarnaast kan deze uitspraak een rol spelen bij toekomstige discussies tussen partijen over eenzelfde soort geschil (wel of geen referendabel besluit). Gelet op het voorgaande heeft de Raad dan ook procesbelang bij deze hoger beroepsprocedure. Conclusie

Gelet op het voorgaande wordt geconcludeerd dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat met een conceptbesluit in de zin van de Referendumverordening een besluit wordt bedoeld in de zin van de Awb. De rechtbank heeft dan ook ten onrechte afgezien van een inhoudelijke beoordeling van het beroep. Indien het beroep wel inhoudelijk zou zijn beoordeeld, dan had deze beoordeling (ook) moeten leiden tot een ongegrondverklaring van het beroep omdat de Raad terecht toepassing heeft

gegeven aan de weigeringsgronden uit de Referendumverordening. Voor de nadere onderbouwing van dit standpunt wordt verwezen naar het namens de Raad gevoerde verweer in de beroepsprocedure. U wordt dan ook verzocht om het hoger beroep gegrond te verklaren, de aangevallen uitspraak te vernietigen en - indien u daar ruimte voor ziet - een inhoudelijke beoordeling te geven op grond van de in beroep tussen partijen gewisselde stukken. Met vriendelijke groet, van Ardenne & Crince Ie Roy Advocaten N.V.

O. Advocaten

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11563667/2