07.04 - Rapport I&O Online Community participatie Capelle definitief
Tekst van het document
Participatie in Capelle aan den IJssel Onderzoek naar burgerparticipatie in Capelle aan den IJssel op basis van een online community traject
www.ioresearch.nl
Colofon Uitgave I&O Research Piet Heinkade 55 1019 GM Amsterdam Rapportnummer 2021/170 Datum Juli 2021
Opdrachtgever Gemeente Capelle aan den IJssel Auteurs Amar Mathurin Gwendolyn van Straaten
Het overnemen uit deze publicatie is toegestaan, mits de bron duidelijk wordt vermeld.
2
1. Achtergrond, doelstelling en vraagstelling
www.ioresearch.nl
Aanleiding en doelstelling De gemeente wil haar participatie-aanpak verder versterken, mede met oog op de Wet versterking participatie op decentraal niveau en de toekomstige Omgevingswet. Hiervoor is de gemeente een leertraject gestart. In 2020 heeft de gemeente Capelle aan den IJssel meegedaan met een Quickscan Lokale Democratie van het ministerie van Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties Dit levert naast waardevolle inzichten ook aanknopingspunten voor verdiepende vragen op. Om dit voort te kunnen zetten en zo goed mogelijk aan te laten sluiten op de wensen en behoeften van inwoners, is er verdiepend onderzoek nodig. Het doel van het onderzoek is tweeledig: er is een inhoudelijk doel en een procesmatig doel. Inhoudelijk gezien is het doel inzicht krijgen in de perceptie en beleving van inwoners van Capelle aan den IJssel op het vlak van burgerparticipatie. Hierbij moet inzichtelijk gemaakt worden hoe inwoners beter betrokken kunnen worden bij het participatieproces en wat hun wensen en behoeften zijn. De volgende thema’s staan centraal: lokale democratie en participatie in het algemeen en participatie in het kader van de Omgevingswet. Daarnaast is het onderzoeksproces een doel op zichzelf. Het is ook een instrument dat de deelnemende inwoners de mogelijkheid biedt om hun ervaringen en visies gericht op participatie met elkaar en de gemeente te kunnen delen.
4
Vraagstelling De hoofdvraag van het onderzoek luidt als volgt: Hoe ervaren inwoners van Capelle aan den IJssel participatie en hoe kan burgerparticipatie verder aansluiten op hun wensen en behoeften? De volgende subvragen staan hierbij centraal: • Wanneer komt participatie aan bod? Welke voorbeelden hebben inwoners hierbij? • Vinden inwoners dat er goed naar hun mening geluisterd wordt? En dat hun meningen ook goed worden opgevolgd? • Hoe ervaren inwoners het participatieproces? Wat gaat goed wat kan beter? Een specifiek onderdeel hiervan is participatie met betrekking tot ruimtelijk beleid en ruimtelijke initiatieven. • In welke fase van de beleidscyclus kan burgerparticipatie het best plaatsvinden? En in welke vormen? En van welke situaties is dit afhankelijk? • Hoe duidelijk en transparant communiceert de gemeente? In hoeverre is duidelijk hoe de gemeente werkt op het gebied van burgerparticipatie? • Hoe kan de gemeente het best omgaan met maatschappelijke initiatieven? Hoe kan je een omgeving creëren waar deze initiatieven het best tot bloei komen?
5
Onderzoeksopzet & verantwoording METHODE
VELDWERKPERIODE
DOELGROEP
Online community, 50 respondenten, semi gestructureerd
Onderzoeksopzet Als onderzoekstool is gebruik gemaakt van een online community. Deze tool wordt gebruikt om op een kwalitatieve manier een grote groep, gedurende een afgestemde periode te ondervragen. I&O Research heeft gezamenlijk met de gemeente Capelle aan den IJssel nagedacht over vragen die leven rondom participatie. De vraagstukken zijn omgezet in verschillende opdrachten, vragenlijsten en discussiepunten.
10 t/m 31 mei
Gedurende twee weken hebben de respondenten opdrachten gemaakt, vragenlijsten ingevuld en met elkaar het gesprek gevoerd. Deze informatie is gebruikt als materiaal voor de analyse en conclusies in dit rapport.
Inwoners van Capelle aan den IJssel
Verantwoording De respondenten zijn via het burgerpanel van de gemeente Capelle aan den IJssel geworven, ook konden inwoners zich aanmelden via een open link. Hierdoor kreeg een zo groot mogelijke groep inwoners de mogelijkheid om zich aan te melden voor de community. De inwoners die zich hebben aangemeld voor de online community hebben over het algemeen affiniteit met participatie. Een deel van hen heeft ook ervaring met participatietrajecten. Deze groep inwoners kan dus niet 6 worden gezien als een dwarsdoorsnede van de Capelse samenleving.
Tijdlijn opdrachten online community Onderstaande tijdlijn geeft een overzicht van de opdrachten die in de online community zijn gehanteerd. De datum in de tijdlijn geeft de startdatum van de opdracht weer.
Ervaringen en belevingen participatie Aanmaken profiel, voorstelronde
14 mei
Ideeënbox participatie
Vragenlijst participatie
Ideeën betrekken brede doelgroep 19 mei
Presentatie beste participatie idee
Brief aan de gemeente
20 mei
21 mei
26 mei
31 mei
28 mei
7
Inhoud opdrachten online community Opdracht
Inhoud
Voorstelronde
Deelnemers en moderators stelden zich aan elkaar voor aan de hand van een aantal vragen.
Ervaringen en belevingen participatie
Deelnemers deelden hun ervaringen en behoeften met participatietrajecten.
Ideeënbox participatie
Deelnemers kregen hier de opdracht om ideeën uit te werken voor goede participatietrajecten of manieren om eigen initiatieven te ontplooien. Of goede ideeën om het participeren voor Capellenaren aantrekkelijk te maken.
Ideeën betrekken brede doelgroep
Deelnemers kregen hier de vraag om ideeën te bedenken hoe ervoor gezorgd kan worden dat bij participatie een zo breed mogelijke doelgroep hiervan op de hoogte is en kan deelnemen.
Brief aan de gemeente
Deelnemers schreven een brief aan de gemeente. In de brief gingen ze op de samenwerking tussen de gemeente: Hoe zien jullie participatie in een ideaal scenario voor jullie en wat is ervoor nodig om daar te komen?
Vragenlijst participatie
Deelnemers vulden een korte vragenlijst in gericht op de spelregels en kaders rondom participatie en maatschappelijke initiatieven (bottom-up participatie)
Presentatie beste participatie idee
Als afsluitende opdracht kregen de deelnemers de mogelijkheid om hun beste idee gericht op participatie uit te werken.
8
Leeswijzer Leeswijzer Het rapport is als volgt opgebouwd: • Hoofdstuk 2 beschrijft de definitie van participatie en hoe inwoners van Capelle participatie zien. • Hoofdstuk 3 gaat in op de eigen ervaringen van Capellenaren met participatie. • In hoofdstuk 4 komen de valkuilen en succesfactoren van participatie aan bod. • Hoofdstuk 5 bespreekt de plek die participatie kan innemen in de beleidscylcus en op welke treden van de participatieladder participatie plaatsvindt en plaats kan vinden. • Het rapport sluit af met conclusies en aanbevelingen.
9
2. Participatie volgens Capellenaren Dit hoofdstuk beschrijft hoe inwoners van Capelle participatie zien, wat voor vormen er volgens hen zijn en hoe deze zijn vormgegeven.
www.ioresearch.nl
Geen eenduidige definitie participatie Wanneer gevraagd wordt naar de definitie van participatie, krijg je al snel te maken met verschillende definities en beelden. Om de % respondenten (zeer) typerend Typering Factor voor natuur participatie-aanpak zo goed mogelijk aan te laten sluiten op de behoeften van Capellenaren is het van belang dat er een gedeelde definitie komt. Op deze manier wordt duidelijker wat de gemeente en Capellenaren van elkaar kunnen verwachten in participatietrajecten. Definitie participatie in Quickscan De Quickscan Lokale Democratie van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties houdt de volgende definitie van burgerparticipatie aan: Burgerparticipatie is een verzamelterm voor manieren waarop de gemeente inwoners de mogelijkheid biedt om de gemeentelijke besluitvorming te beïnvloeden. Verder wordt er gesproken over maatschappelijke initiatieven. Dit zijn initiatieven waarbij inwoners zelf samen dingen (willen) doen in hun buurt of voor de gemeenschap. Waar de Quickscan een scheidslijn tussen deze begrippen wordt getrokken, voegen Capellenaren deze vaak samen.
11
Volgens Capellenaren is participatie tweeledig Op zoek naar een gezamenlijke definitie..
Typering Factor Om te toetsen wat participatie voor Capellenaren inhoudt, is hen
% respondenten (zeer) typerend ‘Betrokkenheid, meedenken, meedoen, eigen voor natuur
gevraagd om woorden, gedachten en beelden met elkaar te delen, die voor hen het best participatie weergeven. Inwoners verschillen in opvattingen wat participatie is. Gedurende de loop van de community, waar ervaringen en opvattingen verder werden gedeeld, kreeg de definitie steeds meer vorm.
initiatief, terugkoppeling. Ik vind het belangrijk dat inwonerparticipatie twee kanten op werkt. Bewoners die niet alleen maar meedenken als gemeente om hun mening vraagt, maar ook uit eigen beweging meedenken of instanties benaderen om zo verandering/verbetering te bewerkstelligen’.
zowel vanuit de gemeente als vanuit Capellenaren zelf Capellenaren omschrijven participatie als een gezamenlijk proces van inwoners en de gemeente gericht op verbeteringen. Hiermee bedoelen ze onder anderen verbeteringen in de fysieke woonomgeving, ondersteuning van behoeftige inwoners en de dienstverlening van de gemeente. Het proces kan zowel door inwoners (bottom-up) of door de gemeente (top-down) worden aangestuurd. In dit proces is het mogelijk voor inwoners om hun mening te uiten, zelf zaken op de agenda te zetten en een bijdrage te leveren door zich dienstbaar op te stellen.
‘Meedenken en meedoen ligt bij iedereen die wil, omdat ze of een Capellenaar zijn of vanuit hun functie bij de gemeente Capelle. Ieder op zijn eigen niveau en (deels) tempo. Vanuit de gemeente verwacht ik daarin stroomlijning.’
12
Bij top-down participatie komt initiatief van de gemeente % respondenten (zeer) typerend voor natuur
Typering Factor projecten waar de gemeente Voornamelijk de voornaamste uitvoerder is
Hierbij worden thema’s veiligheid en ruimtelijk beleid genoemd. De gemeente is uiteindelijk verantwoordelijk voor de uitvoering. Desalniettemin kunnen deze thema’s door inwoners worden aangekaart of ze kunnen hun bezwaren en zorgen uiten. Ook kunnen inwoners hun ideeën en kennis delen met de gemeente. Gemeente informeert en maakt de spelregels Bij top-down participatie is het belangrijk dat inwoners goed geïnformeerd worden over de plannen en visie van de gemeente, maar ook wat er van inwoners verwacht wordt. De gemeente •
Informeert: een helder doel is hierbij cruciaal. Wat wil de gemeente bereiken en hoe kan dat gezamenlijk bereikt worden? Inwoners worden hierover geïnformeerd door de gemeente.
•
Maakt spelregels: de gemeente maakt duidelijk hoe de samenwerking eruit ziet en in welke fase deze zich bevindt. Bevindt de samenwerking zich bijvoorbeeld in de beleidsontwikkelingsfase, waar er ruimte is voor inspraak of bevindt deze zich al in de besluitvormingsfase? Ook maakt de gemeente duidelijk hoe inwoners hier een bijdrage aan kunnen leveren en wat hier uiteindelijk mee wordt gedaan.
13
Maatschappelijke initiatieven vooral sociaal karakter % respondenten (zeer) typerend Voornamelijk aspect geschikt voor bottom-up Typering Factor projecten met een sociaal voor natuur participatie
Deze projecten blazen inwoners zelf leven in. Het begint bij een behoefte of probleem dat ze zelf constateren en waar ze (vaak zonder inmenging van de gemeente) gevolg aan geven. •
Initiatieven die inwoners met elkaar verbinden: taal coaching, eenzaamheid, jongeren
•
Initiatieven met impact op de directe woonomgeving: signalen opvangen in de wijk en doorgeven aan de gemeente, leefbaarheid in de wijk
•
Initiatieven gericht op bewustwording: bijvoorbeeld het belang van groen, duurzaamheid, afval scheiden
‘Sinds 2011 zijn we gestart met een buurthuis nieuwe stijl (Wijkpunt Torenhof). Dit zelfstandig initiatief werd met argusogen bekeken door de gemeente. De manier van werken zonder overheidsbemoeienis was nieuw. Inmiddels is dit buurthuis een begrip in Capelle. Dankzij participatie.’
14
Gemeente faciliteert, signaleert en informeert Bij maatschappelijke initiatieven heeft gemeente faciliterende rol
Typering Factor De rol van de gemeente wordt bij maatschappelijke initiatieven vooral als faciliterend genoemd. Ook is het volgens Capellenaren belangrijk dat de gemeente weet welke initiatieven van de grond komen in de gemeente. Verder heeft de gemeente een informerende rol. Hierbij is het belangrijk dat de gemeente proactief inwoners informeert over mogelijkheden waar ze ondersteuning kunnen krijgen. De gemeente •
Faciliteert: initiatieven die vanuit inwoners zelf komen, wegwijs maken in gemeentelijke wegen
•
Signaleert: heeft oog voor bewonersinitiatieven en benadert hen proactief
•
Informeert: proactief inwoners informeren wat de mogelijkheden zijn om zelf een initiatief leven te geven
‘Top-down koppelen aan bottom-top denken, kleine initiatieven kunnen een bijdrage leveren aan het realiseren van grote plannen. Vernieuwend en behoudend kunnen elkaar helpen wanneer de doelen, het kader en de spelregels duidelijk zijn. Toen ik 20 was en de gemeente vroeg om bomen in de straat, kreeg ik het antwoord dat ik deze vraag pas kon indienen, wanneer ik 100 handtekeningen in de straat kon ophalen. Dat heb ik gedaan en nog geen jaar later stonden er bomen!’
15
3. Participatie in de praktijk Dit hoofdstuk gaat in op de ervaringen van inwoners van Capelle met participatie en wat hierbij volgens hen goed en minder goed ging.
www.ioresearch.nl
Capellenaren staan open voor participatie Capellenaren nemen regelmatig deel aan participatietrajecten
Factor
Typering
% respondenten (zeer) typerend voor natuur
De Capellenaren die deelnamen aan dit onderzoek hebben aardig wat ervaring met participatietrajecten. Deze trajecten gaan van invullen van vragenlijsten (via het burgerpanel) tot deelname aan een Wijk Overlegplatform (WOP), waar ze mee kunnen denken over onder andere ruimtelijke inrichting van de wijk. Inwoners tonen zich ook actief door het starten van eigen initiatieven. Zoals het opstarten van een buurthuis en taalcoaching. Het algemene beeld bij inwoners van participatie in Capelle: • Inwoners zien dat de gemeente hen wil betrekken om mee te doen/denken • Ook voelen inwoners voelen zich verantwoordelijk en gemotiveerd om deel te nemen aan deze trajecten • En eigen initiatieven te starten
‘Mijn deelname aan participatie in plannen van de gemeente hebben zich beperkt tot het invullen van enquêtes over de vervanging van de speeltoestellen in de speeltuin naast mijn huis en een tweetal keer invullen van de enquête over bereikbaarheid van Capelle voor fietsers, automobilisten etc. Zo zijn er mede naar aanleiding van die enquête wel duidelijkere borden gekomen voor de voetgangersoversteekplaatsen bij de Kruising Slotlaan.’
17
De ervaring met participatietrajecten is wisselend Aan de ene kant zijn er trajecten die positief zijn verlopen… Participatietrajecten waar Capellenaren positief over zijn, zijn voornamelijk hele concrete trajecten met een helder doel. Dit komt doordat inwoners van tevoren heel duidelijk te horen krijgen hoe de samenwerking eruit ziet en wat er uiteindelijk met de input wordt % respondenten (zeer) typerend gedaan. Dit zijn onder anderen projecten die al in de uitvoeringsfase zitten. Een mogelijke Typering Factor voor natuur verklaring hiervoor is dat er al naar een heel concreet doel is toegewerkt. De voorbereidingen zijn al getroffen en iedereen weet wat van hen verwacht wordt. De ‘ruis’ zit namelijk vaker aan de voorkant van de uitvoeringsfase.
…aan de andere kant zijn er ook trajecten die niet goed verlopen Er zijn ook trajecten waar het doel voor inwoners niet helemaal helder is. Hierdoor weten inwoners niet wat van hen verwacht wordt en ook niet wat er met hun input wordt gedaan. Dit heeft vaak te maken met onduidelijke communicatie over de definitie van participatie of het doel van het participatietraject: ‘Ik werd uitgenodigd om mee te praten over een traject, maar dat was uiteindelijk een presentatie en we konden alleen vragen stellen’. Doordat dit niet goed wordt gecommuniceerd, komen de verwachtingen van inwoners en de gemeente niet overeen. Dit wordt gezien als een bron van frustratie onder inwoners. … of die een moeizame opstart hebben Dit kunnen initiatieven zijn die inwoners zelf starten en waarvan de gemeente (nog) niet goed weet waar haar rol en verantwoordelijkheden liggen. De ervaring van inwoners is wel dat als een project eenmaal ‘geland’ is, ze wel ondersteuning en de ruimte krijgen van de gemeente. Een voorbeeld hiervan is de opstart van een zelfstandig buurthuis waarvan de organisatoren nu mee kunnen praten binnen verschillende overlegstructuren en met gemeentelijke afdelingen: ‘Mijn ervaring met de gemeente is dat er een lange adem nodig is om participatie ook praktisch in te vullen. Inmiddels spreken we mee in het Wop, bij de Bom, de alliantie en afdeling welzijn, groen en vastgoed.’
‘Ik zit bij het WOP ‘s-Gravenland. Twee jaar geleden werd ons gevraagd te bemiddelen bij het realiseren van groen en bankjes voor een 50plus appartement. Ik heb dat op me genomen en met de gemeente overlegd. Uiteindelijk zijn er twee bankjes geplaatst met ervoor en erachter een strook met bij- en vlindervriendelijke planten. Het onderhoud hiervan doen de bewoners. Het was een goede samenwerking met de gemeente’.
‘Er wordt wel een groots opgezet plan gepresenteerd, maar als bewoners dan concrete punten aangeven over de plaatsing van voetgangersoversteekplaatsen, kruisingen, onveilige verkeerssituaties wordt dat wel mooi genoteerd, maar wordt er in de uiteindelijke uitvoering niets mee gedaan’.
18
4. Valkuilen en succesfactoren participatie Dit hoofdstuk beschrijft de valkuilen en factoren voor succesvolle burgerparticipatie, op basis van de uitkomsten uit de online community.
www.ioresearch.nl
Participatietrajecten kennen een aantal valkuilen [1/2] Inwoners zien door hun ervaringen met participatie een aantal valkuilen in participatietrajecten. Zo missen ze in sommige gevallen 1) oprechte betrokkenheid, 2) het gevoel dat er voldoende naar hen wordt geluisterd, 3) gebrek aan terugkoppeling, 4) niet het gevoel hebben serieus worden genomen, 5) ontbreken van een helder doel. 1) Er is in de huidige participatietrajecten niet altijd sprake van oprechte betrokkenheid bij zowel de gemeente als bij de inwoners. • Sommige inwoners komen vooral op participatietrajecten af om hun onvrede te kunnen uiten en niet om gezamenlijk met de gemeente tot constructieve oplossingen te komen. • De gemeente op haar beurt lijkt volgens hen ook niet altijd open te staan om een gesprek aan te gaan met inwoners. Dit kan komen doordat de gemeente te veel vasthoudt aan een formeel proces en zich hierdoor minder flexibel opstelt. Of dat ze haar inwoners pas op een bepaald punt in het beleidsproces betrekt dat een open gesprek niet meer mogelijk is. Dit hangt samen met onvoldoende communicatie over de rol van de inwoners in het proces en wederzijdse verwachtingen.
‘Mijn ervaring is dat de gemeente reageert vanuit de juridische benadering. Zo veel mogelijk de boot afhouden, zorgen bagatelliseren en via procedures reageren. Waarom worden wij niet als mensen benaderd? Het kan zoveel mooier zijn als je in gesprek kan gaan. Natuurlijk begrijp ik dat niet alle wensen en suggesties geaccepteerd kunnen worden, maar nu kan ik mijn verhaal ook aan mijn kamerplant vertellen en dan bereik ik net zoveel.’
2) Inwoners hebben het idee dat er in sommige trajecten, of op sommige momenten onvoldoende naar hen geluisterd wordt en ze onvoldoende serieus worden genomen. Dit ‘luisteren’ is volgens inwoners in een aantal participatietrajecten te veel ‘aanhoren’ en te weinig oprecht naar inwoners luisteren. Bijvoorbeeld wanneer inwoners met plannen, ideeën of bezwaren komen. Dit leidt ertoe dat inwoners het gevoel krijgen dat de gemeente niet voldoende open staat voor hun ideeën.
20
Participatietrajecten kennen een aantal valkuilen [2/2] 3. Inwoners ervaren een gebrek aan terugkoppeling en opvolging over wat met hun inbreng is gedaan. Na een participatietraject hebben inwoners behoefte aan terugkoppeling over wat er met hun inbreng is gedaan. Dit ontbreekt vaak nog in trajecten. Deze onduidelijkheid heeft ook invloed op het gevoel dat de gemeente niet voldoende naar hun inbreng luistert en hier actief mee aan de slag is gegaan. 4. Volgens inwoners ziet de gemeente hen niet altijd als voldoende volwaardige en serieuze samenwerkingspartners. Inwoners krijgen het gevoel dat de gemeente niet altijd voldoende beeld heeft en zich bewust is van de kennis en expertise onder Capellenaren. En hen soms dus te veel als ‘leek’ behandelt. Dit leidt ertoe dat ze het idee hebben dat ze geen gelijkwaardige samenwerkingspartner in een traject zijn en hun ideeën en plannen niet even zwaar meewegen of voldoende serieus worden genomen. 5. Helderheid over het doel van het participatietraject en de rol van inwoners mist vaak nog. Voor inwoners zijn zaken vooraf niet altijd duidelijk wanneer ze door de gemeente bij een participatietraject worden betrokken: • Wat is het doel van de gemeente; • In welke fase van het proces inwoners worden betrokken; • Wat zijn de verantwoordelijkheden van de inwoners en de gemeente.
Hierdoor gaan inwoners en de gemeente met verschillende verwachtingen het traject in en leidt dit tot onvrede en/of teleurstelling. Inwoners verwachten vaak een actieve rol te kunnen innemen en met hun inbreng veranderingen teweeg te kunnen brengen. Wanneer ze hier naar hun idee niet voldoende de ruimte voor krijgen van de gemeente, leidt dit tot teleurstelling.
‘Ik heb al een aantal keren meegedaan met bewonersavonden over de herinrichting van Middelwatering. Er wordt wel een groots opgezet plan gepresenteerd, maar als bewoners dan concrete punten aangeven over bijvoorbeeld de plaatsing van voetgangersoversteekplaatsen, kruisingen, onveilige verkeerssituaties wordt dat wel mooi genoteerd, maar wordt er in de uiteindelijke uitvoering niets mee gedaan.’
‘De gemeente moet uiteindelijk zelf de beslissingen nemen, maar kan daarbij gebruik maken van kennis van burgers. Dit is goud als ambtenaren niet genoeg kennis hebben over een onderwerp waar besluiten over moeten worden genomen.’
21
Succesfactoren in participatie [1/2] Op basis van de valkuilen onderscheiden we vier factoren die van belang zijn voor een goed participatietraject: 1) Betrokkenheid, 2) luisteren, 3) opvolging en 4) een zoveel mogelijk gelijkwaardige % respondenten (zeer) typerend Typering Factor voor natuur samenwerking. 1) Betrokkenheid houdt in dat zowel inwoners als de gemeente echt de intentie hebben om gezamenlijk voor verbetering te zorgen. Hierbij is het zowel voor de gemeente als de inwoners van belang dat ze de volgende houding innemen: • •
Inwoners moeten in het traject ook in oplossingen denken, naast het leveren van kritiek. De gemeente moet open staan om echt het gesprek aan te gaan met inwoners. Ook moet de gemeente duidelijk maken wat ze van de inwoners verwacht in dit proces, namelijk welke rol de inwoners innemen, in welke fase(s) ze mee kunnen denken en wat hun verantwoordelijkheden zijn.
‘Bij participatie verwacht ik dat de gemeente Capelle en de betrokken Capellenaren serieus met elkaars meningen, visies en ideeën omgaan. Luisteren naar elkaars overwegingen en indien noodzakelijk gezamenlijk experts vragen over een bepaald onderwerp mee te denken. Waarbij de afwegingen die iedere betrokkene maakt en de uiteindelijke slotsom toch heel verschillend kunnen zijn. Respecteer dat verschil. Misschien dat participatie soms alleen maar leidt tot in een eerder stadium weten wat er gaat gebeuren en niet tot aanpassing of afstel van het idee/plan.’
2) Luisteren is volgens inwoners dat de gemeente moet laten merken dat ze de boodschap van inwoners serieus neemt. Dit kan de gemeente doen door het tonen van empathie en begrip voor de inbreng van inwoners. Door het tonen van empathie kan de gemeente ook een stukje menselijkheid aanbrengen in het formele dan wel juridische proces. Inwoners snappen dat niet alle zaken waar ze tegenaan lopen kunnen worden aangepakt door de gemeente, omdat die ook binnen bepaalde kaders moet opereren. Maar wanneer de gemeente begrip toont, door te luisteren naar en het open gesprek aangaan met inwoners, leidt dit ook tot een beter begrip bij inwoners voor de situatie. 22
Succesfactoren in participatie [2/2] 3) Opvolging en terugkoppeling wordt door inwoners als een zeer belangrijke % respondenten (zeer) typerend succesfactor met luisteren. Typering Factorgezien, dat samenhangt ‘Cruciaal zijn volgens mij een paar zaken voor voor natuur Dit is voor hen het bewijs dat de gemeente ook echt daadwerkelijk naar hen heeft geluisterd. Dit geldt juist ook voor de gevallen waarbij er niks met bepaalde input gedaan kan worden. Het is belangrijk dat de gemeente hier ook transparant over communiceert en haar keuzes duidelijk maakt. 4) Met een gelijkwaardige samenwerking bedoelen Capellenaren dat inwoners door de gemeente worden gezien als serieuze samenwerkingspartner of een gelijkwaardige rol en inspraak krijgen in een participatieproces. Dit kan de gemeente doen door tijdens een participatieproces beter na te gaan waar de kennis en de talenten liggen van deelnemende inwoners en hiervan gebruik te maken, door ze actief in het proces mee te laten denken of zaken te organiseren. Dit kan winst voor de gemeente zijn, door het verkrijgen van nieuwe inzichten en het uit handen kunnen geven van bijvoorbeeld onderdelen in de uitvoering. En draagt er bij inwoners aan bij dat ze zichzelf als een gelijkwaardige samenwerkingspartner zien.
een goede participatie: helderheid over het doel dat de gemeente nastreeft, eerlijkheid over de echte ruimte die er is voor inspraak, de stappen in het proces en wie uiteindelijk het laatste woord heeft. Tijdens het proces heldere communicatie en terugkoppeling zodat participanten zien wat er gedaan wordt met hun inbreng.’
23
5. Beleidscyclus en participatieladder Dit hoofdstuk laat zien in welke fases van de beleidscyclus inwoners graag betrokken willen worden en op wat voor manier.
www.ioresearch.nl
Participatie in de beleidscyclus De beleidscyclus bestaat uit vier fases: 1) beleidsontwikkeling, 2) besluitvorming, 3) uitvoering en 4) evaluatie. Inwoners kunnen in verschillende fases van de beleidscyclus participeren. Per fase verschillen de rol en de verantwoordelijkheden van de gemeente en de inwoners. In beleidsontwikkeling kan het bijvoorbeeld meer gaan om meedenken en gezamenlijk ontwikkelen van beleid. Bij uitvoering gaat het om actief mee doen in al gevormd beleid. Capellenaren zijn gevraagd in welke fases ze het liefst betrokken willen worden en op wat voor manier.
25
Gewenste fases beleidsontwikkeling en besluitvorming Sterke behoefte om betrokken te worden bij beleidsontwikkeling en besluitvorming Inwoners vinden dat de gemeente hen vooral in de eerste fases van de beleidscyclus, namelijk de beleidsontwikkeling en de besluitvorming kan betrekken. De reden waarom inwoners het liefst in deze fases betrokken willen worden is dat ze het idee hebben dat hoe eerder ze betrokken worden, hoe meer invloed ze kunnen uitoefenen en dat hun inbreng de meeste impact heeft. Later in het proces zijn besluiten al genomen. Een andere reden is dat ze de uitvoering meer als een verantwoordelijkheid voor de gemeente zien. Dit geldt ook voor het betrekken van inwoners bij besluitvorming. Inwoners zien dit als een ‘moeilijkere’ fase om nog inspraak te hebben op beleid en zien hier meer de rol voor de gemeente weggelegd. ‘In de fase besluitvorming en uitvoering is participatie ingewikkelder. Ik denk dat daar participatie wel goed kan door mensen die al vanaf de beleidsontwikkeling hebben geparticipeerd, maar in de basis zijn zij niet verantwoordelijk voor het te nemen besluit, dus leg ik die toch eerder neer bij de beleidsmakers en beslissers in de gemeente.’ Inwoners vinden het ook belangrijk dat ze in alle fases van het beleidsproces betrokken worden: ‘In alle fases kan een inbreng van de burger nuttig zijn.
Het voorkomt dat de gemeente voor verrassingen komt te staan.’
In welke fase kan de gemeente inwoners het best betrekken? Beleidsontwikkeling
81%
Besluitvorming
78%
Uitvoering
48%
Evaluatie
67%
0%
20%
40%
60%
80%
100%
‘Wanneer er niet al in de fase van beleidsontwikkeling meegedaan kan worden, krijg je nooit goede en echte participatie. Juist het meedenken en brainstormen in deze fase door bewoners is van belang. Zij weten het beste wat er leeft in de buurt of wijk en wat er nodig en wenselijk is.’ 26
Geef inwoners in elke fase ruimte om mee te denken De gemeente kan op verschillende manieren inwoners bij de fasen uit de beleidscyclus betrekken. Capellenaren hebben concrete ideeën hoe ze het beste per fase betrokken kunnen worden door de gemeente. In al deze ideeën komt de behoefte om mee te denken en de ruimte krijgen om een eigen visie te geven naar voren. Inwoners willen graag dat het participatietraject een gezamenlijk proces wordt, waarbij inwoners nauw betrokken worden bij de overwegingen van de gemeente en dat hun ideeën invloed hebben op uiteindelijke beslissingen. Beleidsontwikkeling Hier is het van belang dat inwoners hun visie kunnen geven op een idee van de gemeente en dat er in deze fase nog ruimte is voor andere plannen of aanpassing van het bestaande plan. ‘In de beleidsontwikkelingsfase kan dat via een (digitale) vragenlijst. De gemeente legt haar plan uit en toont een aantal opties. Bewoners kunnen voorkeur aangeven of een eigen idee voorstellen.’ Besluitvorming Inwoners zien de besluitvormingsfase minder als een fase om nog invloed uit te kunnen oefenen op beleid. Het is dan aan de gemeente, om mede op basis van input van inwoners, de besluiten te maken. Echter willen ze in deze fase wel betrokken worden, om zo onderdeel te blijven van het proces en op de hoogte te blijven van de keuzes. ‘In de besluitvormingsfase ook weer de bewoners betrekken.
In deze fase is het belangrijk dat keuzes vanuit de gemeente worden onderbouwd. Als dit namelijk helder is, kan er gestart worden met de uitvoering en is de kans op bezwaren veel kleiner.’ Ook zien Capellenaren in deze fase een belangrijke rol weggelegd voor inwoners met bepaalde expertise, die kunnen fungeren als adviseurs aan de gemeente.
Uitvoering Net zoals in de besluitvorming, zien inwoners in de uitvoering ook meer een rol voor de gemeente weggelegd. Wel kan de gemeente volgens hen inwoners betrekken door ze concrete taken te laten uitvoeren of deze taken aan hen uit te besteden. Inwoners denken dat de bereidheid om mee te helpen in deze fase groot kan zijn, omdat het resultaat van de bijdrage het meest tastbaar is. ‘Betrekken bij uitvoering zou ook nog kunnen, afhankelijk wat voor beleidsproces het betreft. Bijvoorbeeld bij beleid over zelfonderhoud gemeentegroen betrekt men inwoners uiteraard ook bij de uitvoering.’ Evaluatie Inwoners zien een meerwaarde van het betrekken van inwoners in de evaluatie. Inwoners die aan het participatietraject hebben deelgenomen kunnen samen met de gemeente reflecteren op de resultaten van het proces en hoe participatie daarin is meegenomen en ook reflecteren op het participatieproces zelf. Het is van belang om hieruit lering te trekken voor volgende trajecten.
27
Benut alle treden van de participatieladder De participatieladder (Edelenbos & Monnikhof, 2001) is een hulpmiddel voor de gemeente om na te gaan wat de mate van burgerparticipatie is en op wat voor manier inwoners bij besluitvorming kunnen worden betrokken. Dit loopt van het informeren van inwoners tot het meebeslissen in beleid. Hoger op de ladder betekent niet per definitie een betere vorm van participatie. Inwoners is gevraagd wat volgens hen de ‘rol’ van de gemeente en van inwoners is, dus op welke trede inwoners en de gemeente volgens hen het beste kunnen staan in participatietrajecten. Om zo na te gaan wat voor hen de gewenste mate van participatie is en hoe intensief ze de rol van de gemeente hierin zien. Het hangt volgens een inwoner van het onderwerp af wat een geschikte vorm van participatie is. ‘Het is heel erg afhankelijk van de casus of je bewoners laat adviseren, coproduceren en meebeslissen. Het informeren en raadplegen ligt wat mij betreft heel erg bij de gemeente’. Inwoners die wel een algemeen beeld konden geven, kwamen met verschillende antwoorden, waarin de behoefte om mee te beslissen wel duidelijk naar voren kwamen: • ‘Informeren en adviseren in ieder geval door de gemeente.
Daarnaast raadplegen, adviseren en meebeslissen door de bewoners.’ • ‘Gemeente Capelle aan den IJssel: Informeren, raadplegen, coproduceren, meebeslissen Capellenaren: adviseren, coproduceren, meebeslissen.’ Inwoners willen graag betrokken worden in het beslisproces (laatste stap op de ladder), maar erkennen ook dat de gemeente de bevoegdheid heeft om de uiteindelijke beslissingen te maken: • ‘De gemeente moet uiteindelijk zelf de beslissingen nemen, maar kan daarbij gebruik maken van kennis van burgers.’ En dat inwoners niet altijd hun zin zullen krijgen in dit beslisproces: • ‘De gemeente faciliteert en neemt de uiteindelijke beslissing. Bewoners zijn een van de stakeholders in de plannen. Zij moeten dus vooraf geïnformeerd worden en maken deel uit van het beslisproces. Betekent niet dat bewoners altijd gelijk krijgen, want het gaat om het grotere geheel met natuurlijk ook een financieel plaatje.’ 28
De participatieladder in de beleidscyclus De mate van participatie, namelijk welke trede van de participatieladder wordt benut, kan afhangen van de fase in de beleidscyclus. Daarom is inwoners gevraagd wat volgens hen de ‘rol’ van de gemeente en wat is de rol van de inwoners in de verschillende fasen van de beleidscyclus. Sommige inwoners gaven aan dat alle rollen in elke fase even belangrijk zijn. Inwoners die wel een onderscheid maken tussen de verschillende fases in de beleidscyclus kennen de gemeente en inwoners wisselende rollen toe: • Planfase: een groep burgers die hieraan mee wil werken allereerst goed informeren en raadplegen. Daarna kan er overgegaan worden tot adviseren. Coproduceren: Wat wordt daaronder verstaan en welke spelregels zijn hiervoor nodig? Dit zal zich incidenteel voordoen.’ • ‘Beleidsontwikkeling: de gemeente informeert Capellenaren. Burgers geven feedback. Besluitvorming: burgers adviseren over lastige onderwerpen. Uitvoering: evaluatie. Burgers informeren de gemeente over hoe zij het traject en het eindresultaat ervaren.’ • ‘Beleidsontwikkeling: informeren, raadplegen, adviseren en coproduceren Besluitvorming: informeren Uitvoering: coproduceren en meebeslissen. Evaluatie: raadplegen en coproduceren.’ Op basis van deze informatie blijkt dat inwoners wisselend denken over het belang dat de verschillende treden van de participatieladder worden benut.
Het is dus waardevol om in participatietrajecten alle treden ook te verkennen, om zo meer de richting van intensievere samenwerking op te gaan.
29
6. Conclusies en aanbevelingen
www.ioresearch.nl
Conclusie en aanbeveling I Conclusie: er is spraakverwarring als het gaat over participatie respondenten (zeer) typerend De definitie discussie op. Komt het initiatief%vanuit de gemeente of Factor‘participatie’ levert veelTypering voor natuur vanuit inwoners? Is een vorm van participatie ook het invullen van een vragenlijst of het bijwonen van een presentatie? Dit zijn vragen die leven onder de Capellenaren. Hier hebben ze echter nog geen helder antwoord op. Als gevolg komen de verwachtingen van inwoners niet altijd overeen komen met de participatie in de praktijk.
Aanbeveling: zorg dat er over hetzelfde wordt gesproken als het over participatie gaat Een eenduidige definitie van participatie kan helpen bij het managen van verwachtingen. Hieronder valt wat de gemeente verstaat onder participatie, als overkoepelende definitie. Geef ook aan welke vormen van participatie hieronder vallen en wat de kenmerken van deze vormen zijn, met name de rollen en verantwoordelijkheden van de gemeente en inwoners.
Participatie is volgens Capellenaren een gezamenlijk proces van inwoners en de gemeente gericht op verbeteringen. Onder anderen verbeteringen in de fysieke woonomgeving, ondersteuning van behoeftige inwoners en de dienstverlening van de gemeente. Het proces kan zowel door inwoners (bottom-up) of door de gemeente (top-down) worden aangestuurd. In dit proces is het mogelijk voor inwoners om hun mening te uiten, zelf zaken op de agenda te zetten en een bijdrage te leveren door zich dienstbaar op te stellen.
In het kader aan de rechterkant, is de definitie die Capellenaren geven aan participatie opgenomen. Ga als gemeente na wat jullie definitie van participatie is. Gebruik hierbij de aspecten die Capellenaren belangrijk vinden. Communiceer deze definitie op een heldere manier en geef daarbij ook aan welke vormen van participatie er zijn, met hun bijbehorende specifieke kenmerken. Sta hier bij elk traject bij stil om vanaf het begin duidelijkheid te scheppen. Een gedeelde definitie kan spraakverwarring deels wegnemen en ervoor zorgen dat de verwachtingen van beide zijden (inwoners en gemeente) helder zijn.
31
Conclusie en aanbeveling II Conclusie: hoe concreter het doel, hoe positiever de ervaringen met participatie Participatietrajecten waarbij van tevoren een helder doel richting Capellenaren is gecommuniceerd, zijn over het algemeen positief ervaren. Trajecten waarbij het doel niet helemaal helder was, liepen vaak uit op teleurstellingen en een mismatch in het verwachtingspatroon. Waar inwoners % respondenten (zeer) typerend Typeringbleek het een presentatieavond Factoruitgingen van een inspraakavond, bijvoorbeeld tenatuur zijn: ‘Ik heb voor meegedaan bij allerlei participatietrajecten maar dat bleek eigenlijk geen participatie te zijn maar een presentatie. Veel word meegenomen en komt nooit meer terug. De gemeente hoort het aan, doet er een plasje over en gaat weer verder in haar eigen bubbel.’ In de communicatie omtrent participatietrajecten en verwachtingsmanagement is nog veel winst te behalen. Dit staat los van de verschillende fasen in de participatiecyclus. De positief ervaren trajecten die als voorbeeld zijn aangehaald, waren voornamelijk al in de uitvoeringsfase. In deze fase is er al een heel concreet plan en doel uitgewerkt. Dit maakt het ook makkelijker communiceren. Dat wil niet zeggen dat dit de ideale fase is om inwoners erbij te betrekken, maar dat de andere fases om net zoveel duidelijkheid vragen.
Aanbeveling: stel per traject duidelijke participatie spelregels om de verwachtingen te managen Inwoners willen antwoord op de volgende vragen: waar staan we in het proces, wat kan en wat kan niet? Geef daarom duidelijk aan wat de status is. Zijn we bijvoorbeeld aan het brainstormen? Geven we een presentatie of willen we aanvoelen wat er leeft onder inwoners en wat de eerste ideeën zijn? Communiceer relevante zaken tijdig en duidelijk met de inwoners, zodat ze weten wat ze kunnen verwachten. Zorg daarbij altijd voor een gepaste opvolging. Zelfs als dit ‘slecht nieuws’ is. Op deze manier worden inwoners op de hoogte gehouden wat er met hun input gebeurt en weten ze dat het niet voor niets is geweest. Dit maakt het aantrekkelijker om ook een volgende keer aan te sluiten. 32
Conclusie en aanbeveling III Conclusie: Capellenaren missen in participatietrajecten vaak nog het gevoel dat er écht naar hen wordt geluisterd Capellenaren hebben in bepaalde trajecten het gevoel gehad dat ze niet helemaal serieus werden genomen. Gevoelsmatig hoort de gemeente hen wel aan, maar het idee heerst dat er daarna weinig gebeurt(zeer) met de input die ze leveren. ‘Luisteren’ % respondenten typerend Typering Factor voor natuur blijft voor hun gevoel hangen op het niveau van ‘aanhoren’, zonder dat er concrete acties uit voortvloeien. Ook als het voor de gemeente niet mogelijk is om iets met hun ideeën te doen, hebben ze behoefte aan terugkoppeling. Wat hier ook in meespeelt is dat voor inwoners niet altijd duidelijk is hoe lang processen binnen de gemeente kunnen duren. Wanneer men geparticipeerd heeft en niet op korte termijn ziet wat er met de inbreng is gedaan, kan dit bij sommige inwoners ervoor zorgen dat ze het idee krijgen dat er niks met hun input is gedaan. Ook leeft het gevoel dat formele processen leidend zijn, waardoor er niet altijd ruimte is voor de menselijke maat, in de vorm van begrip voor hun situatie en problemen. Dit is volgens Capellenaren wel een cruciaal onderdeel van luisteren naar inwoners.
Aanbeveling: zorg altijd voor een stukje menselijkheid in een formeel proces In elk participatietraject, ongeacht de vorm of in welke fase het traject zich bevindt, is het belangrijk dat inwoners zich écht gehoord voelen. Toon begrip voor de sentimenten die er onder inwoners leven. Ga vervolgens met een open houding het gesprek aan en neem vooral geen defensieve houding aan. Zorg hierbij voor concrete actiepunten. Schets van tevoren een helder doel en blijf inwoners ook aan dit doel herinneren. Op deze manier krijg je gerichtere input die bijdraagt om de doelstellingen te behalen. Wees ook duidelijk over het proces en neem inwoners hierin mee. Geef aan wat er met de input van inwoners gebeurt, maar laat ook weten wanneer er niets met de input kan gebeuren en waarom. Wees open over de termijnen van het proces en wanneer beleid wordt uitgevoerd. Informeer inwoners ook over de mogelijke knelpunten die ervoor zorgen dat een proces vertraging oploopt. Door hier als gemeente open over te communiceren, leidt dit tot duidelijkheid en begrip. 33
Conclusie en aanbeveling IV Conclusie: inwoners willen het liefst zo vroeg mogelijk in het beleidsproces betrokken worden en betrokken blijven Inwoners willen over het algemeen het liefst zo snel mogelijk in een% beleidsvormingsproces betrokken worden. Het respondenten (zeer) typerend Typering Factor voor natuural te veel vaststaat en bezwaren of sentiment heerst dat inbreng er dan nog toe doet. Het idee is dat in de besluitvorming ideeën van inwoners niet meer meegenomen kunnen worden. Hieruit valt op te maken dat inwoners de behoefte hebben aan het gezamenlijk vormgeven van beleid of plannen en in mindere mate alleen willen ondersteunen in de uitvoering. Dit sluit aan op een regelmatig benoemd punt in de online community, dat inwoners niet moeten worden benaderd door de gemeente als ‘gewoon’ inwoners, maar ook als professionals met relevante kennis. Wanneer inwoners in de beleidsontwikkeling betrokken worden, willen ze ook gedurende het hele proces betrokken blijven. Ze willen meekrijgen wat er met hun inbreng wordt gedaan en gedurende de besluitvorming en uitvoering, wanneer mogelijk, nog een adviserende rol hebben. Ook het betrekken van inwoners in de evaluatie is van belang, zodat inwoners gezamenlijk met de gemeente over het proces en de uitkomsten kunnen reflecteren en lessen kunnen trekken voor volgende trajecten.
Aanbeveling: inwoners betrekken bij beleidsontwikkeling vergt een proactieve houding: wees hiervan bewust Bij inwoners heerst de behoefte om zo snel mogelijk in een beleidsproces betrokken te worden. Houd rekening met deze behoefte. Maak bij een participatietraject de bewuste keuze of je inwoners direct bij de beleidsontwikkeling betrekt en wees je bewust dat dit ook een andere, meer proactieve houding van de gemeente vergt. De gemeente moet bij wijze met het beleidsplan ‘onder de arm’ de wijk instappen en deze voorleggen aan inwoners en netwerken in de wijk. Wanneer inwoners in een latere fase betrokken worden, wees dan duidelijk over hun rol en het belang van hun inbreng. Dit zorgt ervoor dat inwoners alsnog het belang van hun deelname ervaren en gemotiveerd zijn om deel te nemen. Ongeacht wanneer inwoners in het proces ‘stappen’, houd ze tot het eind van het beleidsproces (evaluatie) betrokken. Hierdoor maken ze alle stappen en keuzes in het proces mee en kunnen ze waardevolle inbreng in de evaluatie leveren. 34
Conclusie en aanbeveling V Conclusie: er is een aantal moeilijk bereikbare doelgroepen die zich niet snel bezig houden met participatie % respondenten (zeer) typerend Capellenaren valt het op dat er veel inwoners zijn die niet snel participeren. Ze vinden het echter wel belangrijk dat Typering Factor voor natuur ook hun stem wordt meegenomen, zonder dat het hen wordt opgedrongen. Groepen die vaak genoemd worden zijn jongeren en groeperingen die de Nederlandse taal minder goed beheersen.
Aanbeveling: ga na hoe je als gemeente deze doelgroepen toch kan bereiken Er zijn creatieve manieren genoemd om de geluiden van deze groepen toch op te halen. Een voorbeeld hiervan is een buurtambassadeur die dient als schakel tussen inwoners en de gemeente. Een buurtambassadeur die in deze community werd aangedragen is een inwoner van de wijk die goede contacten onderhoudt met de inwoners. Ook met de groepen die ondervertegenwoordigd zijn in participatietrajecten. Deze buurtambassadeur staat in nauw contact met de gemeente om de gemeente van informatie te voorzien. Binnen de gemeente bestaan verschillende functies die deze rol vervullen, waaronder gebiedsregisseurs en stadsmariniers. De gemeente kan verkennen in hoeverre deze functies kunnen worden uitgebreid of aangevuld met een initiatief als ‘buurtambassadeurs’. Voordat nagedacht wordt over initiatieven die gericht zijn op moeilijk bereikbare doelgroepen, moet er worden nagedacht over de mate van inspanning die dit kost. Het is namelijk ook belangrijk dat participatie wel vrijblijvend blijft en niet wordt ‘opgedrongen’. Het moet geen verplicht karakter krijgen. De focus moet dus liggen op inwoners die wel willen participeren of op een laagdrempelige manier inbreng willen leveren, maar dit vanwege bepaalde redenen minder of niet kunnen doen.
Zoek in initiatieven dus de juiste balans tussen participatie stimuleren en ‘verplichten’.
35
Conclusie en aanbeveling VI Conclusie: er is behoefte aan het stimuleren van bottom-up participatie Capellenaren kijken nu over het algemeen erg naar de gemeente als% het gaat om participatie. respondenten (zeer) typerend Typering Factor natuur en hoe Voor inwoners is het nog niet altijd duidelijk hoe ze zelf initiatieven kunnen voor opstarten de gemeente hen hierin kan steunen. Dit vinden ze echter wel een belangrijk onderdeel van participatie. Hier liggen voor de gemeente voldoende kansen om een positieve bijdrage te leveren. Aanbeveling: stimuleer bottom-up participatie Hoewel er trajecten vanuit inwoners tot stand komen, bestaat er wel een behoefte aan begeleiding. Het komt namelijk ook wel eens voor dat inwoners niet goed weten hoe ze een idee van de grond krijgen. Daar kan de gemeente een rol in spelen door te: •
Signaleren: heb oog voor bewonersinitiatieven die van de grond komen. Onderhoud contact met sleutelfiguren binnen de initiatieven om na te gaan waar de gemeente eventueel ondersteuning kan bieden.
•
Informeren: veel inwoners weten niet precies hoe de gemeente te werk gaat en hoe zij ondersteuning kan bieden aan inwoners als ze iets willen ondernemen. Voorzie Capellenaren van informatie over maatschappelijke initiatieven en waar de gemeente bij kan helpen.
•
Faciliteren: spreek waardering uit en bied ondersteuning aan waar nodig. Creëer door te signaleren en te informeren een klimaat waar (potentiële) initiatiefnemers energie van krijgen en zich gesteund voelen. 36
I&O Research Enschede
I&O Research Amsterdam
Zuiderval 70
Piet Heinkade 55
Postbus 563
1019 GM Amsterdam
7500 AN Enschede
T (020) 308 48 00
T (053) 200 52 00
E info@ioresearch.nl
E info@ioresearch.nl KvK-nummer 08198802