07.04 - Jaarrapportage 2025 GR GGD-RR def 2355740
Tekst van het document
Jaarrapportage 2025.
Gemeenschappelijke regeling GGD Rotterdam-Rijnmond
Jaarrapportage 2025 Gemeenschappelijke Regeling GGD Rotterdam-Rijnmond
GGD Rotterdam-Rijnmond Maart 2026
Voorwoord Beste bestuurders, collega’s en andere belangstellenden, In deze rapportage blikken we met u terug op de werkzaamheden van de GGD RotterdamRijnmond en de meest opvallende ontwikkelingen op het vlak van de publieke gezondheid in de regio gedurende 2025. Het jaar 2025 liet opnieuw zien hoe essentieel een sterke publieke gezondheidsstructuur is voor de regio. Zo begon het jaar met een mazelenuitbraak, iets wat vele jaren geleden voor het laatst gebeurde in onze regio. De lage vaccinatiegraad in delen van onze regio maakte snelle actie noodzakelijk. De GGD schaalde op, voerde bron- en contactonderzoek uit en werkte intensief samen met scholen, gemeenten, (zorg)partners en maatschappelijke organisaties. Tuberculosebestrijding vroeg eveneens om een aanzienlijke inzet. De trend van een lichte toename in het aantal patiënten met actieve tuberculose en van tuberculose infecties (nog zonder ziekteverschijnselen) zette ook in 2025 door en leidde tot een forse stijging in het aantal verrichtingen en cliëntcontacten binnen het regionale expertisecentrum voor tuberculosebestrijding. Deze ontwikkeling onderstreept het belang van structurele capaciteit om de kwaliteit en toegankelijkheid van tuberculosezorg te blijven waarborgen. Ook gezondheidsvraagstukken in relatie tot de leefomgeving kregen onverminderd aandacht in 2025.
De GGD informeerde inwoners over onder andere hittestress, risico’s van PFAS en andere leefomgevingsfactoren die de gezondheid beïnvloeden. Deze signalerende en adviserende taken vormen belangrijke bouwstenen in het werk van de GGD. De signaalfunctie kwam, net als voorgaande jaren, ook sterk naar voren in de dagelijkse praktijk van toezicht kinderopvang waarbij de casuïstiek vaak extra inzet vroeg in aanvulling op het reguliere inspectieproces. Verder intensiveerde het centrum seksuele gezondheid o.a. de dienstverlening aan jongeren zonder klachten via soa-zelftesten (Test & Go). Daarnaast heeft de GGD in 2025 verder gebouwd aan een goed voorbereide crisisorganisatie en een steeds sterker data-gedreven fundament ten behoeve van de bevordering, bescherming en bewaking van de publieke gezondheid in de regio Rotterdam-Rijnmond. Dr. Yvonne van Duijnhoven Directeur Publieke Gezondheid GGD Rotterdam-Rijnmond
Pagina 2 van 37
Inhoudsopgave Voorwoord ................................................................................................................................................................................ 2 Inleiding ....................................................................................................................................................................................4 Deel 1: Basistakenpakket ................................................................................................................................................ 5 1.
Infectieziektebestrijding (IZB) ......................................................................................................................... 5
2.
Tuberculosebestrijding .......................................................................................................................................... 9
3.
SOA en seksuele gezondheid ............................................................................................................................. 11
4.
Technische Hygiënezorg ......................................................................................................................................12
5.
Medische Milieukunde en Collectieve advisering gezonde leefomgeving .......................... 15
6.
Toezicht kinderopvang ........................................................................................................................................ 16
7.
Ondersteuning bestuur gemeenschappelijke regeling .................................................................... 19
8.
Informatieverstrekking en website ............................................................................................................. 20
9.
GGD Rampen Opvang Plan (GROP) en crisis ........................................................................................... 20
10.
Integrale gezondheidsmonitor Rijnmond ............................................................................................21
11.
Coördinatie Psychosociale hulp bij Ingrijpende gebeurtenissen (PSHi) ........................ 22
Deel 2: Overige taken en werkzaamheden buiten de regiobegroting ............................................... 24 1.
Aanvullende Seksuele Gezondheidszorg.................................................................................................. 24
2.
PrEP-zorg ...................................................................................................................................................................... 24
3.
Vaccinatieadviescentrum (VAC)/Reizigerszorg .................................................................................. 25
4.
Opvanglocaties voor asielzoekers en ontheemden ............................................................................ 25
5.
Vaccinatiecampagnes: COVID-19 ................................................................................................................. 26
6.
Gemeentelijke advisering gezonde leefomgeving.............................................................................. 27
7.
Preventie & Voorlichting ..................................................................................................................................... 28
8.
Toezicht Wmo ............................................................................................................................................................ 30
9.
Overzicht afname plusproducten ...................................................................................................................31
Bijlagen: kengetallen en prestatie-indicatoren .............................................................................................. 32
Pagina 3 van 37
Inleiding In deze rapportage doet de GGD Rotterdam-Rijnmond verslag van de werkzaamheden die in 2025 uitgevoerd zijn in het kader van het basistakenpakket zoals overeengekomen is in de meerjarenbegroting 2024 t/m 2027. De rapportage bestaat uit 2 delen. Het eerste deel richt zich op de basistaken. Daarbij staan de primaire uitvoeringstaken aan het begin, gevold door de ondersteunende taken. In het tweede deel van de verslaglegging wordt ingegaan op de overige taken en activiteiten die de GGD voor het voetlicht wil brengen. Als bijlagen zijn de cijfermatige overzichten toegevoegd. Daar waar geen geschikte prestatieindicatoren mogelijk zijn, worden kengetallen gepresenteerd. De aantallen en meldingen kunnen per jaar fluctueren. De GGD houdt deze fluctuatie in de gaten om zo alert te zijn op eventuele trends.
Pagina 4 van 37
Deel 1: Basistakenpakket 1. Infectieziektebestrijding (IZB) Meldingsplichtige infectieziekten Het eerste halfjaar van 2025 stond in het teken van de mazelenuitbraak, zowel landelijk als in Rotterdam-Rijnmond. De daling van de vaccinatiegraad, een trend van de afgelopen jaren die de GGD op de voet volgt, draagt bij aan een snellere verspreiding van mazelen. Vanwege de benodigde snelheid en omvang van het bron- en contactonderzoek (BCO) bij mazelen is de uitvoering complex en belastend voor de organisatie. Om zowel de uitbraak adequaat te bestrijden als de reguliere taken voort te zetten, is de organisatie opgeschaald. In 2025 werden, naast mazelen, ook verschillende andere infectieziekten vaker gemeld dan voorgaande jaren, waaronder legionella, invasieve groep-A-streptokokken, hepatitis A en bijzonder resistente micro-organismen (BRMO)1. Enkele van deze meldingen waren complexe uitbraken, waarvoor een multidisciplinaire aanpak en intensieve samenwerking met betrokken locaties noodzakelijk waren. Door het programma 'Versterking Infectieziektebestrijding en Pandemische Paraatheid’ (VIP), gefinancierd door een Specifieke Uitkering (SPUK) van de Rijksoverheid, heeft in de afgelopen jaren een belangrijke bijdrage geleverd aan de kwalitatieve ondersteuning van de infectieziektebestrijding en de organisatie van pandemische paraatheid binnen de GGD.
Ondanks deze versterking kreeg de GGD in de loop van 2025 te maken met een druk op de beschikbare capaciteit in sommige teams, en door de toename en de complexiteit van meldingen leidden dit in sommige periodes tot een extra hoge werkdruk. Individuele meldingen Individuele meldingen betreffen meldingen van personen met een infectieziekte waarvoor een wettelijke meldingsplicht geldt.2 In 2025 zijn in totaal 922 individuele meldingsplichtige infectieziekten geregistreerd. Dit is qua aantal vergelijkbaar met de jaren voor de COVID-19 pandemie. De verdeling van de gemelde infectieziekten is echter veranderd: het aantal kinkhoestgevallen bleef laag, terwijl andere infectieziekten juist vaker werden gemeld dan in voorgaande jaren. In figuur 1 is het totaal aantal gemelde infectieziekten per jaar te zien (lichtgroen) en het deel kinkhoest van het totaal (donkergroen).
Figuur 1. Totaal gemelde infectieziekten (lichtgroen) en deel kinkhoest van totaal(donkergroen) per jaar vanaf 2018
Kinkhoestmeldingen zijn voor de COVID-19 pandemie altijd een groot deel van de meldingen geweest. Nadat tijdens de COVID-19 jaren kinkhoest bijna niet voorkwam, heeft de GGD in 2024 exceptioneel veel kinkhoestgevallen gemeld gekregen. In 2025 is het aantal kinkhoestgevallen juist weer laag. Dit kan komen doordat een grote groep in 2024 kinkhoest heeft doorgemaakt waardoor er minder circulatie van de bacterie was. 1
BRMO is een verzamelnaam voor bacteriën die ongevoelig zijn geworden voor veelgebruikte antibiotica. Dit wordt ook wel resistentie genoemd. 2 Deze meldingen worden meestal door een behandelaar of een laboratorium aan de GGD doorgegeven. Pagina 5 van 37
In het overzicht hieronder zijn een aantal infectieziekten weergegeven die ten opzichte van het gemiddelde van voorgaande jaren meer gemeld zijn in 2025. Het gemiddelde is berekend vanaf 2018 en is exclusief de COVID-19 jaren 2020-2021. Infectieziekte Mazelen CPE3 Invasieve HiB4 Hepatitis A Legionellose5 Invasieve pneumokokkenziekte Invasieve groep A-streptokokken
Totaal 2025
Meerjarig gemiddelde
184 122 6 29 60 100 73
1 54 3 17 38 67 52
Tabel 1. Aantal gemelde infectieziekten 2025 en gemiddelde van voorgaande vanaf 2018, exclusief de COVID-19 jaren 2020-2021.
Hieronder worden een aantal infectieziekten verder toegelicht. Mazelen Vanaf 22 februari 2025 zijn er 184 mazelengevallen gemeld in de GGD-regio RotterdamRijnmond. De meeste besmettingen (>85%) vonden hun oorsprong in de gemeente Rotterdam. Veel van deze besmettingen hadden een link met één basisschool in Rotterdam. Er zijn 28 patiënten (16,9%) opgenomen geweest in het ziekenhuis. Dit waren met name ongevaccineerde kinderen onder de 10 jaar. Ook in andere GGD-regio’s zoals Haaglanden, Amsterdam en Brabant-Zuidoost waren mazelenuitbraken. In totaal werden er landelijk 539 mazelenbesmettingen in 2025 gemeld. Hiervan was ongeveer 34% afkomstig uit de regio Rotterdam-Rijnmond. In de halfjaarrapportage van 2025 is hier uitgebreid verslag van gedaan. Hepatitis A Over heel 2025 waren er relatief veel hepatitis A-meldingen . In Nederland komt hepatitis A in het algemeen weinig voor. Een besmetting wordt vaak opgelopen in het buitenland. Dit was het geval voor 7 personen uit onze regio in 2025. Er zijn in 2025 in onze GGD-regio 2 hepatitis A-uitbraken geregistreerd waarbij maatregelen nodig waren. Een daarvan was een melding in november 2025 van een gezin met een hepatitis A-infectie, waaronder een tweejarig kind dat meerdere ochtenden per week naar een peuterspeelzaal ging.
Het virus kan zich op een peuterspeelzaal verspreiden doordat kinderen na toiletbezoek de handen niet goed wassen. Om verdere verspreiding van hepatitis A-virus tegen te gaan werd er een voorlichtingsbijeenkomst georganiseerd voor de ouders van de betreffende kinderen en medewerkers van de peuterspeelzaal. Ook werden alle kinderen uitgenodigd voor een vaccinatie. Er zijn 56 kinderen en 13 medewerkers gevaccineerd. STEC Het laatste half jaar van 2025 heeft de GGD meer meldingen dan normaal ontvangen van Shigatoxine-producerende Escherichia coli (STEC)6. Ook landelijk was deze ontwikkeling te zien. Van de 24 zieken die sinds juli 2025 gemeld zijn, zijn er 17 in het ziekenhuis opgenomen (geweest). Van de 24 gevallen hadden 6 personen recentelijk een reis naar het buitenland gemaakt waar zij deze bacterie mogelijk opgelopen hebben. Er wordt samengewerkt met de regionale laboratoria om een mogelijke gemeenschappelijke bron te achterhalen. Tot op heden
3
CPE staat voor Carbapenemase-producerende Pseudomonas aeruginosa. CPE zijn onderdeel van Bijzonder Resistente MicroOrganismen (BRMO). 4 Invasieve Haemophilus influenzae type B wordt veroorzaakt door een bacterie die bij de meeste mensen wel eens voorkomt in de keel of neus. Soms dringt de HiB bacterie de bloedbaan binnen, dit heet dan invasieve HiB. Het kan dan zorgen voor hersenvliesontsteking, een ernstige infectie die snel kan verlopen. 5 Legionellose is een infectie van de longen met de Legionella pneumophila-bacterie. Mensen kunnen hierbij ernstig ziek worden en zelfs overlijden. Een longontsteking door legionella wordt ook wel veteranenziekte genoemd. Legionella kan in water voorkomen. Via kleine waterdruppeltjes (nevel) kan iemand de bacterie inademen en besmet raken; het is niet mogelijk de bacterie van mens op mens over te brengen. 6 Dit is een bacterie die klachten veroorzaakt aan het maag-darmstelsel en in sommige gevallen kan leiden tot Hemolytisch Uremisch Syndroom (HUS), een ernstige nierziekte die bloedarmoede en nierfalen veroorzaakt. Pagina 6 van 37
is het voor geen van de gevallen gelukt een bron te vinden. Het aantal STEC-infectie meldingen voor heel het jaar 2025 (33) lag overigens niet hoger dan normaal. Meldingen van dierenbeten In 2025 waren er in de regio meer meldingen dan gewoonlijk van mensen die gebeten of gekrabd zijn door een dier waarbij er een risico op hondsdolheid (rabiës) is, zie figuur 2. Dit is ook een landelijke trend. In bijna alle gevallen gebeurt dit in het buitenland. De GGD geeft advies en bij een risico op hondsdolheid krijgt de patiënt vaccinaties hiertegen. Ter preventie zet de GGD in op voorlichting aan reizigers. Ook op de website en via social media wordt er bij de start van de vakantieperiodes extra aandacht besteed aan het informeren van de inwoners over hondsdolheid en de risico’s in bepaalde (vakantie)landen.
Figuur 2. Totaal aantal meldingen per jaar van rabiësrisico na een dierenbeet/-krab.
Uitbraakmeldingen Een uitbraak wordt gemeld wanneer twee of meer personen binnen eenzelfde groep of afdeling van een instelling dezelfde ziektesymptomen vertonen.7 Een uitzondering is scabiës (schurft): in dit geval moet een instelling al bij één geval een melding doen.
Figuur 3: Uitbraakmeldingen per jaar naar soort uitbraak, 2018-2025.8
In 2025 zijn er 375 uitbraken in instellingen geregistreerd. Dit aantal is vergelijkbaar met dat van de afgelopen jaren, met uitzondering van 2024. Opvallend is dat er relatief meer meldingen zijn gedaan van BRMO-uitbraken, dit naast de eerdergenoemde mazelenuitbraak en de hepatitis A-uitbraken. Deze meldingen betreffen voornamelijk uitbraken van meticilline-
7
Het gaat hierbij om meldingsplichtige infectieziekten op grond van artikel 26 van de Wet Publieke gezondheid (Wpg). De mazelenuitbraak is in dit overzicht gegroepeerd onder de categorie ‘Exanthemen’. De hepatitis A-uitbraken zijn in dit overzicht gegroepeerd onder de categorie ‘Anders’. Pagina 7 van 37 8
resistente Staphylococcus aureus (MRSA)9, Vancomycine-resistente Enterokok (VRE)10 en CPE11. Hieronder volgt een toelichting op de BRMO-uitbraken. Uitbraken BRMO BRMO staat voor Bijzonder Resistente Micro-Organismen en is een verzamelnaam voor meerdere bacteriegroepen waar onder andere ook MRSA onder valt. Infecties met BRMO zijn moeilijker te behandelen, omdat deze bacteriën ongevoelig zijn voor veelgebruikte antibiotica. Deze ongevoeligheid wordt antibioticaresistentie genoemd. Ook CPE valt als bacteriegroep onder de BRMO's. CPE wordt als grote bedreiging gezien. Dit komt, vooral doordat er nauwelijks behandelopties zijn voor kwetsbare patiënten die hierdoor ernstiger ziek worden en soms overlijden. In 2025 zijn 18 uitbraken van BRMO gemeld, waaronder acht MRSA- en vier CPE-uitbraken. Het merendeel werd gemeld door zorginstellingen, met name ziekenhuizen. Deze aantallen liggen hoger dan in voorgaande jaren. Ook verpleeghuizen melden diverse MRSA-uitbraken. De bestrijding vergde intensieve inzet van de GGD in nauwe samenwerking met de betrokken instellingen. De exacte oorzaak van deze stijging is niet bekend. Waarschijnlijk spelen de internationale toename van BRMO, meer reisbewegingen en een actief regionaal screeningbeleid door laboratoria een rol. Voor preventie binnen zorginstellingen blijft structurele aandacht voor (hand)hygiëne en overige hygiënemaatregelen essentieel.
De GGD vervult hierin een coördinerende rol, onder meer via het Meldpunt Uitbraken Infectieziekten en BRMO (MUIZ), uitbraakonderzoek, advisering en scholing. Ook zet de GGD in op verbeterde samenwerking met regionale microbiologen, instellingen en laboratoria. iGAS Sinds april 2025 is binnen een verpleeghuis in de regio een cluster van invasieve groep Astreptokokken (iGAS)-infecties vastgesteld.12 Sinds januari 2025 zijn met tussenpozen vier bewoners ernstig ziek geworden door een iGASinfectie binnen een verpleeghuis. Drie van hen zijn overleden. Tegelijkertijd loopt binnen het verpleeghuis een MRSA-contactonderzoek. In verband met beide infectierisico's was een tijdelijke opnamestop ingelast op initiatief van het verpleeghuis. De GGD heeft de instelling ondersteund bij het bron- en contactonderzoek en adviseert en assisteert bij de aanpak van en het communiceren over de uitbraak. Een multidisciplinair team bestaande uit artsen, verpleegkundigen en deskundigen infectiepreventie stond hiervoor wekelijks in contact met de instelling en werkte intensief samen om de bron- en verspreidingsroutes te achterhalen en zo verdere verspreiding te voorkomen. Meldingen door zeeschepen Op basis van de International Health Regulations (IHR), geïmplementeerd in de Wpg, doen zeeschepen bij binnenkomst in de haven melding van infectieziekten via een Maritime Declaration of Health (MDoH).
In 2025 ontving de GGD 62 meldingen via een MDoH. Er zijn geen bijzonderheden of afwijkende meldingen geconstateerd Verdere taken en ontwikkelingen Monitoring & surveillance Een van de kerntaken binnen de infectieziektebestrijding is surveillance. De GGD verzamelt, analyseert en interpreteert consequent data over infectieziekten met als doel om gericht acties uit te voeren voor het tegengaan van verspreiding van infectieziekten. Hieronder worden 2 infectieziekten uitgelicht. 9
MRSA staat voor meticilline resistente Staphylococcus Aureus (onderdeel van BRMO). Infecties met BRMO zijn moeilijker te behandelen omdat zij ongevoelig zijn voor regulier gebruikte antibiotica. 10 Vancomycine-resistente Enterokok is een bacterie die valt onder de BRMO's. 11 CPE staat voor Carbapenemase Producerende Enterobacterales (onderdeel van BRMO). 12 Infecties met iGAS worden veroorzaakt door een bacterie. Deze streptokok kan als een onschuldige bacterie op de huid of keel voorkomen. Soms veroorzaakt deze bacteriële infecties zoals keelontsteking of roodvonk. In uitzonderlijke gevallen ontstaat een ernstig ziektebeeld met bloedvergiftiging, longontsteking of uitgebreide onderhuidse infecties, waaraan mensen kunnen overlijden. Pagina 8 van 37
Aviaire influenza Aviaire influenza, oftewel vogelgriep, is de laatste jaren veel aanwezig in Europa. Sinds de start van het vogelgriepseizoen in oktober 2025 wordt er weer een sterke stijging gezien van vogelgriep in Nederland. Verspreid over Nederland zijn er een groot aantal pluimveehouderijen geruimd na het aantonen van vogelgriep, ook in Zuid-Holland. Het risico voor de algemene bevolking wordt nog altijd als laag ingeschat, voor personen die voor hun werk in aanraking komen met besmette dieren wordt het risico op gemiddeld geschat. Voor nu zijn er geen aanvullende maatregelen voor de algemene bevolking aan de orde. Westnijlvirus In oktober 2025 is een infectie van het Westnijlvirus vastgesteld bij een paard in de regio Rotterdam-Rijnmond. Het paard vertoonde verschijnselen passend bij een infectie met het Westnijlvirus. Er is geen infectie bij mensen vastgesteld. Het Westnijlvirus komt voor bij vogels en wordt overgebracht door muggen. Muggen kunnen het ook doorgeven aan mensen en andere zoogdieren, zoals paarden. Een besmet paard kan het Westnijlvirus niet doorgeven aan mensen of andere dieren. Voor de verspreiding van het Westnijlvirus is altijd een besmette mug nodig. Het vaststellen van de besmetting van het paard is daarom geen directe reden tot zorg voor de volksgezondheid, zeker niet in verband met het einde van het muggenseizoen.
Deze besmetting laat wel zien dat het virus in Nederland circuleerde. De GGD doet, samen met partners, onderzoek naar muggen. Zo wordt er onderzoek gedaan naar (ondergrondse) waterbergingen en eventuele muggenrisico’s. Deze waterbergingen zijn juist vanwege klimaatverandering gebouwd om overtollig water in op te vangen. Adviezen aan inwoners en professionals De GGD beantwoordt ook vragen van inwoners en professionals over infectieziekten. In 2025 zijn er 1.150 vragen geregistreerd. Veruit de meeste vragen gingen over mazelen. Andere onderwerpen waar veel vragen over werden gesteld waren dierenbeten, schurft en hepatitis. Netwerk en samenwerking De GGD gaat regelmatig op netwerkbezoek bij (keten)partners. In 2025 hebben er 70 netwerkbezoeken plaatsgevonden bij onder andere COA-opvanglocaties, scholen, zorginstellingen en laboratoria. Een uitbraakoverleg kan een reden zijn voor een netwerkbezoek. Ook worden er bezoeken gedaan in het kader van netwerkversterking, zodat de GGD en ketenpartners elkaar sneller weten te vinden in het geval van (grootschalige) uitbraken of pandemieën. Ook blijft de GGD actief bouwen aan het netwerk rondom de Rotterdamse zeehaven en luchthaven via bijeenkomsten met de Port Health Authority Rotterdam (PHAR) en deelname aan het landelijke Points of Entry netwerk van het RIVM.
Op deze manier is de GGD goed voorbereid op infectieziektebestrijding in de havens.
2. Tuberculosebestrijding De 25 GGD’en in Nederland werken samen vanuit vier regionale expertisecentra (REC’s) bij het bestrijden van tuberculose (TBC), een infectieziekte veroorzaakt door de bacterie Mycobacterium tuberculosis. Voor GGD Rotterdam-Rijnmond vindt de uitvoering van TBCbestrijding plaats vanuit het REC-TBC Zuid-Holland (ZH); een samenwerkingsverband tussen de vier GGD’en binnen Zuid-Holland: GGD Rotterdam-Rijnmond, GGD Zuid-Holland Zuid, GGD Haaglanden en GGD Hollands-Midden. Het expertisecentrum biedt TBC-diensten voor een veilige, toegankelijke en kwalitatief goede TBC-zorg voor alle burgers binnen het samenwerkingsgebied.
Pagina 9 van 37
Behaalde resultaten Indicator Aantal (nieuwe) gediagnosticeerde TBC-patiënten13 Cliënten met een TBC-infectie (TBI)14 15 Aantallen verrichtingen: foto’s, Mantoux16-screeningen, BCGscreeningen, IGRA-screeningen17, incl. sociaal/ medische consulten Totaal aantal cliëntcontacten
2023
2024
2025
76
79
89
112 8.305
109 9.920
210 13.185
8.763
8.896
11.025
Tabel 2. Resultaten TBC 2025, incl. resultaten voorgaande twee jaren.
Toelichting van de resultaten TB/TBI-cijfers Het aantal nieuwe TBC-patiënten en TBI-patiënten in 2025 is over het algemeen stabiel gebleven, met een licht stijgende trend die sinds de post-COVID-19 periode zichtbaar is. De stijging in het aantal TBI-meldingen is voornamelijk toe te schrijven aan twee grootschalige bron- en contactonderzoeken (BCO) die in 2025 zijn uitgevoerd. Verrichtingen en cliëntcontacten Het aantal verrichtingen en totale cliëntcontacten is aanzienlijk toegenomen, met respectievelijk 33% en 24% ten opzichte van 2024. Net als in 2024 zet hiermee de stijgende lijn zich voort. De groei wijst op een verdere intensivering van screening en preventieve inspanningen door de GGD en laat zien dat de toegankelijkheid van de TBC-zorg in de regio dan wel sterk onder druk heeft gestaan maar wel consistent is gebleven. BCG-vaccinatie De BCG-vaccinatie biedt bescherming tegen de ernstigste vormen van TBC, vooral bij jonge kinderen en mensen met een verhoogd risico, zoals migranten vanuit landen met veel tuberculose en reizigers. In 2025 zijn 2.069 kinderen (ouder dan 2 maanden) opgeroepen voor een BCG-vaccinatie omdat één van de ouders afkomstig is uit een land met een hoge tuberculoseprevalentie.
Ongeveer 50% van deze groep (1.041 kinderen) is gevaccineerd, wat in lijn ligt met het landelijke vaccinatiepercentage (ongeveer 45%) en een lichte toename laat zien ten opzichte van 2024. De stijgende instroom en schommelingen in vaccinatiegraad onderstrepen het belang van blijvende inzet om de vaccinatiebereidheid te vergroten. TBC-bijzonderheden voor de regio • De algehele cijfers passen bij een licht stijgende trend in de post-COVID-19 periode. Er is een merkbare toename in de activiteiten, zoals het aantal screeningen, cliëntcontacten, en de TBC- en TBI-gevallen. Deze toename is grotendeels te verklaren door de instroom van asielzoekers en migranten, in combinatie met de geleidelijke invoering van het nieuwe landelijke screeningsbeleid, dat zich specifiek richt op het opsporen van TBI in plaats van alleen de ziekte (TBC) zelf. Daarnaast is er een verdere verbetering van de laagdrempeligheid van de zorg gerealiseerd door de uitbreiding van het screeningsprogramma in combinatie met de uitbreiding van de artsenspreekuren, wat de toegankelijkheid voor deze groepen bevordert. De toename in activiteiten vereist echter additionele middelen en meer personeel dan gebruikelijk, wat extra druk legt op de reguliere
13 14
TBC-patiënten zijn patiënten die de ziekte tuberculose hebben. TBI-patiënten zijn patiënten die een infectie met de tuberculosebacterie hebben opgelopen maar nog niet de ziekte tuberculose
hebben. De kans dat de betreffende infectie zich ontwikkeld tot de ziekte tuberculose is ongeveer 10%. 15 Het aantal TBI-meldingen kan fluctueren, aangezien de registratie van TBI berust op de vrijwillige medewerking van patiënten en De registratie is dus afhankelijk van de bereidheid om deel te nemen aan het registratieproces. Hierdoor kan het werkelijke aantal TBI-gevallen hoger zijn dan geregistreerd. 16 De mantouxtest is een test die infectie met tuberkelbacteriën kan aantonen. 17
Interferon Gamma Release Assay is een bloedtest waarmee een besmetting met tuberculose kan worden vastgesteld. Pagina 10 van 37
• • • •
bestrijdingstaken en aandacht vraagt voor mogelijke overbelasting van de beschikbare capaciteit. Door verbreding van de regionale samenwerking binnen het REC-TBC ZH is de deskundigheid en kwaliteit van de algehele TBC-uitvoering verder geoptimaliseerd. De instroom van asielzoekers en migranten blijft een variabele factor die extra aandacht vereist voor een effectief en laagdrempelig TBC-screeningsaanbod, ook voor de komende periode. Kwetsbare groepen lopen een verhoogd risico bij een hoog aantal nieuwe gevallen van TBC, wat een voortdurend aanbod van preventieve maatregelen en laagdrempelige TBC-zorg noodzakelijk maakt. Enkele bron- en contactonderzoekacties in combinatie met intensievere TBCscreeningsactiviteiten (bij grotere groepen) vragen doorgaans meer middelen en personeel dan regulier, wat tot extra druk leidt op de andereTBC-taken en uitvoeringscapaciteit.
3. SOA en seksuele gezondheid Op grond van de Wpg zijn de GGD’en in opdracht van gemeenten verantwoordelijk voor de preventie van seksueel overdraagbare aandoeningen (soa zoals hiv, chlamydia en gonorroe) in de samenleving. De uitvoering hiervan ligt bij het Centrum Seksuele Gezondheid (CSGez) waarbij de taken zich richten op het voorkomen, opsporen en behandelen van soa in de regio en het bevorderen van seksueel gezond gedrag. Voorkomen, opsporen en behandelen van soa’s Mensen met een verhoogd risico op (een) soa kunnen in principe bij het CSGez een afspraak maken voor een soa-test.18 Een afspraak kan binnen twee weken worden ingepland, vindt plaats in één van de spreekkamers op de GGD en is voor de patiënt geheel gratis. De laagdrempelige en gratis toegang wordt bekostigd vanuit de regeling Aanvullende Seksuele Gezondheidszorg (ASG) met een Specifieke Uitkering (SPUK) vanuit het Rijk. Dit wordt verder toegelicht onder deel 2 ‘Overige werkzaamheden buiten de regiobegroting’. Test & Go In 2025 heeft het CSGez voor het tweede jaar Test & Go uitgevoerd. Test & Go is de uitgifte van soa-zelftestpakketten voor jongeren onder 25 jaar zonder klachten. De capaciteit voor consulten op het CSGez is vrijwel altijd volledig bezet waardoor er niet altijd genoeg plek is om voor iedereen een consult te boeken.
Test & Go maakt het mogelijk om sneller en anoniemer te testen, waarmee de toegankelijkheid van onze seksuele gezondheidszorg wordt verhoogd en de druk op consulten wordt verlaagd. Met Test & Go wil het CSGez niet alleen de toegankelijkheid vergroten, maar ook meer bewustwording creëren rondom seksuele gezondheid. De zelftest biedt jongeren een laagdrempelige en efficiënte manier om regelmatig controles te doen en eventuele soa’s vroegtijdig op te sporen. In 2025 zijn 1.223 zelftesten afgegeven. Dat zijn bijna 500 zelftesten meer dan in 2024 (760 zelftesten in 2024). Hiervoor zijn een aantal verklaringen te noemen zoals de toegenomen bekendheid van Test & Go en het veranderde chlamydiatestbeleid dat sinds 1 januari 2025 van kracht is. Chlamydia testbeleid en testen studentenverenigingen Nieuwe wetenschappelijke inzichten tonen aan dat chlamydia in de meeste gevallen vanzelf door het lichaam wordt opgeruimd zonder schadelijke gevolgen voor de gezondheid te veroorzaken en dat chlamydia zonder klachten slechts een verwaarloosbaar risico op verminderde vruchtbaarheid met zich meebrengt. Alle GGD’en hebben daarop het testbeleid voor chlamydia per 1 januari 2025 aangepast: de GGD test sinds 2025 niet meer standaard op 18
Dit zijn personen jonger dan 25 jaar, mannen of personen met een penis die seks hebben met mannen (MSM), personen afkomstig uit een land waar meer soa’s voorkomen, sekswerkers, personen die klachten hebben die wijzen op een soa en/of die een partnerwaarschuwing voor een soa hebben ontvangen en personen die te maken hebben gehad met seksueel geweld. Pagina 11 van 37
chlamydia bij mensen zonder klachten. Dat voorkomt overbehandeling en gaat antibioticaresistentie tegen. Mensen mét klachten worden nog wel getest. Onder studenten in de regio Rotterdam – Rijnmond ontstond verwarring en onrust in de zomer van 2024 naar aanleiding van nieuwsberichten met de aangekondigde verandering in het testbeleid voor chlamydia. Het CSGez heeft in het najaar van 2024 met verschillende studentenverenigingen gesprekken gevoerd om een samenwerking te realiseren gericht op een voorlichtings- en bewustwordingscampagne over het veranderde testbeleid voor chlamydia en de Test & Go pakketten. In 2025 heeft het CSGez bij vier studentenverenigingen voorlichtingsavonden georganiseerd. Op deze avonden konden studenten ook direct een Senseconsult krijgen en getest worden op soa. Het CSGez heeft via de studentenverenigingen 83 personen getest. Door2Door Wekelijks bezoeken twee verpleegkundigen van het CSGez het regionale informatie- en dienstcentrum voor sekswerkers Door2Door. In de eerste helft van het jaar lag het aantal preventiegesprekken waarbij ook soa-tests zijn afgenomen op Door2Door al op 120.
In overleg met het Expertisecentrum Seksualiteit Sekswerk en Mensenhandel (ESSM) van Humanitas, dat Door2Door beheert, is besloten om in de tweede helft van 2025 een pilot te draaien waarin de aanwezigheidsfrequentie van de GGD op Door2Door op maandbasis met één extra middag is verhoogd om de druk op de spreekuren te verlagen en zo meer sekswerkers te kunnen ondersteunen. In 2025 zijn in totaal 199 gesprekken gevoerd. De pilot is door beide partijen als zeer succesvol beschouwd. De aanwezigheidsfrequentie van het CSGez op Door2Door zal daarom per 2026 verhoogd blijven. Bevorderen van seksueel gezond gedrag Bij voorlichtingsactiviteiten richt het CSGez zich op groepen met een verhoogd risico op soa. Daartoe hebben outreachactiviteiten plaatsgevonden op evenementen zoals Fitfestivals, Pride Rotterdam en de start van het academisch jaar in Rotterdam (de Eurekaweek). De informatiemarkten hebben in de zomerperiode plaatsgevonden. Bij deze evenementen zijn 2930 personen bereikt. Het CSGez heeft in 2025 de samenwerking met Queer Gym Rotterdam om trans- en genderdiverse personen te benaderen verder uitgebreid. Daarnaast heeft het CSGez het outreachproject Hefhouse voortgezet, dat in 2024 is gestart op jongerenhub Hefhouse op Rotterdam-Zuid.
Jongeren tot 25 jaar kunnen iedere woensdagmiddag in het Hefhouse zonder afspraak terecht bij de GGD voor een consult over soa en seksualiteit, een soa-test of een zwangerschapstest. In 2025 hebben 166 jongeren een consult gehad op het Hefhouse, waarvan 104 jongeren ook zijn getest op soa. Ten slotte wordt actief bijgedragen aan het bevorderen van seksuele gezondheid door het geven van gastlessen aan personen in een kwetsbare situatie. Het CSGez heeft in 2025 meer voorlichtingen in kleine groepen gegeven dan geraamd, mede door de samenwerking met studentenverenigingen, de continuering van Queer Gym en de inzet op chemseks19evenementen. In 2025 heeft de GGD in samenwerking met het Expertisecentrum Seksualiteit Sekswerk en Mensenhandel (ESSM) van Humanitas extra inzet gepleegd om de doelgroep die aan chemseks doet te bereiken. Dit was noodzakelijk doordat de organisatie HivPort hun chemseks-meetups moest opheffen vanwege bezuinigingen. De GGD heeft 17 voorlichtingen gegeven in kleine groepen.
4. Technische Hygiënezorg 19
Chemseks is seks onder invloed van drugs. Deze specifieke vorm van seks wordt vooral beoefend door mannen die seks hebben met mannen (MSM). Het betreft een vorm van seks die een hoog risico op verslaving heeft en tevens een verhoogd risico op soa- of hiv-infectie kent. Pagina 12 van 37
Technische Hygiënezorg (THZ) is onderdeel van de discipline Infectieziektebestrijding (IZB) en bestaat uit deskundigen infectiepreventie en medewerkers technische hygiënezorg. THZ richt zich op het geven van gevraagde en ongevraagde hygiëneadviezen aan particulieren, professionals, instellingen en bedrijven, met als doel het voorkomen van infectieziekten. Globaal kunnen de werkzaamheden daarbij onderverdeeld worden in twee categorieën: •
Basistaken, gefinancierd door de gemeenten. Voorbeelden hiervan zijn het geven van adviezen en het uitvoeren van hygiëne-inspecties bij seksinrichtingen (SI), evenementen, maatschappelijke opvanglocaties (MO), COA-opvanglocaties, opvang vluchtelingen uit Oekraïne (OvO) en het adviseren over legionellapreventie. Taken, die buiten de reguliere begroting worden gefinancierd. Voorbeelden hiervan zijn inspecties bij tattooshops en piercingstudio’s in het kader van een wettelijk verplichte vergunningaanvraag, op kosten van de eigenaar.
•
Het onderstaande overzicht geeft inzicht in het aantal voor 2025 geplande inspecties, en het aantal gegeven adviezen. Type activiteit
Planning 2025
Uitgevoerd
Adviezen aan burgers en professionals
280
95
Inspecties seksinrichtingen
33
32
Inspecties evenementen
13
8
Inspecties maatschappelijke opvang/verblijfsinrichtingen
29
27
Inspecties tattooshops en piercingstudio’s
n.v.t.
91
Vrijstelling evenementen
n.v.t.
18
Voorlichting
6
9
Inspecties COA-opvanglocaties:
21
21
Inspecties opvang Vluchtelingen uit Oekraïne (OvO): zie deel 2 .
13
12
Tabel 3. Stand van zaken inspecties en voorlichtingsactiviteiten THZ jaarrapportage 2025
Adviezen Via verschillende kanalen wordt de GGD benaderd voor adviezen door onder andere burgers, professionals, zorgverleners en COA-medewerkers. De meeste adviezen zijn gebaseerd op bestaande normen, maar een deel betreft maatwerkoplossingen. In 2025 zijn in totaal 95 adviezen gegeven, waarvan: • • • • •
35 over tattoo-, PMU- en piercingsalons (eisen); 10 over AZC’s en verblijfsinrichtingen; 10 over evenementen; 10 over vergunningverleningen m.b.t. seksinrichtingen; 35 overig (met name over legionella in water en MRSA).
Een groot aantal adviezen, bijvoorbeeld over uitbraken of over hygiënemaatregelen op maat, wordt niet afzonderlijk geregistreerd. Seksinrichtingen In Rotterdam zijn 30 seksinrichtingen gevestigd. Daarnaast zijn er twee seksinrichtingen in Schiedam en Vlaardingen20. Alle seksinrichtingen in Rotterdam en omgeving zijn in 2025 bezocht. Sinds 2025 organiseert de gemeente Rotterdam drie keer per jaar signaleringsoverleggen voor alle betrokken partijen bij seksinrichtingen, waaronder de politie, Door2Door 21 en de GGD. Deze samenwerking heeft geresulteerd in een grootschalige 20
Er stonden aanvankelijk 33 inspecties op de planning maar in de tussentijd is er één seksinrichting gesloten. Vandaar dat er 32 inspecties zijn uitgevoerd. 21 Door2Door is het informatie- en dienstencentrum voor sekswerkers die werken of wonen in regio Rotterdam. Door2Door biedt onder andere informatie over sekswerk en organiseert verschillende spreekuren. Zie voor meer informatie Hoofdstuk 4. Soa en Seksuele Gezondheid. Pagina 13 van 37
exploitantenbijeenkomst, waarbij de GGD onder andere een presentatie heeft verzorgd over inspecties en hygiënemaatregelen. Evenementen Jaarlijks worden 10 tot 15 evenementen bezocht om te beoordelen of wordt voldaan aan de landelijke hygiënerichtlijnen van het RIVM. In overleg met de Veiligheidsregio RotterdamRijnmond (VRR) en op basis van eerdere ervaringen wordt bepaald welke evenementen worden geselecteerd voor inspectiebezoek. In 2025 lag de nadruk op evenementen waar voedsel wordt verstrekt. Voor 2025 stonden in totaal 13 evenementen op de planning. Hiervan zijn 8 evenementen fysiek bezocht. Dit aantal ligt lager dan gepland vanwege onderbezetting en omdat enkele evenementen uiteindelijk niet zijn doorgegaan. Voor 7 evenementen zijn adviezen uitgebracht. Daarnaast stond 2025 in het teken van versterkte samenwerking met de Nederlandse Voedselen Warenautoriteit (NVWA).22 Helaas heeft de NVWA landelijk medio 2025 besloten de evenementen niet langer te bezoeken. Momenteel oriënteert de GGD zich op de wijze waarop in 2026 invulling zal worden gegeven aan het aspect voedselveiligheid. Maatschappelijke opvang Onder maatschappelijke opvang vallen de locaties zoals dak- en thuislozenopvang. De meeste van deze organisaties maken deel uit van grotere koepelorganisaties zoals het Leger des Heils (LdH), of het Centrum voor Dienstverlening (CVD).
Conform de afspraken wordt iedere locatie een keer per twee jaar bezocht door de GGD. Tijdens deze bezoeken wordt beoordeeld in hoeverre de locatie voldoet aan de landelijke hygiënerichtlijnen. Van elk bezoek wordt een rapport opgesteld met bijbehorende adviezen. In 2025 heeft de GGD in totaal 27 locaties bezocht: vijf locaties van LdH, tien van CVD en twaalf overige (zelfstandige) opvangorganisaties. COA-opvanglocaties en Oekraïne Vluchtelingen Opvang (OvO) Het aantal COA-opvanglocaties en OvO’s verandert in de loop van het jaar: sommige locaties sluiten maar er komen ook nieuwe bij. Hierdoor ontstaat een discrepantie tussen het aantal geplande en uitgevoerde inspecties. Door aandacht in de media heeft de MS Silja Europa in 2025 veel inzet gevraagd. Met het COA is afgesproken dat deze locatie afwijkt van de norm en deze 2 keer per jaar (in plaats van 1 keer per jaar) bezocht wordt. Op een vluchtelingenlocatie voor Oekraïense vluchtelingen heerst een bedwantsenuitbraak. De gemeente Rotterdam heeft de GGD bij de bestrijding van deze uitbraak betrokken. Voorlichting In 2025 heeft de GGD 9 voorlichtingen rondom hygiëne verzorgt. Dit betrof 3 voorlichtingssessies naar aanleiding van uitbraken van mazelen, hepatitis A en scabiës. Daarnaast zijn er 3 voorlichtingen op een opvanglocatie voor vluchtelingen gegeven.
De overige 3 voorlichtingen in 2025 gingen over respectievelijk legionella, bedwantsen en hygiënevoorlichting voor exploitanten van seksinrichtingen. Adviezen over legionella Legionellose, ook wel veteranenziekte genoemd, is een zeldzame ernstige longontsteking veroorzaakt door de legionellabacterie.23 Bij een legionellosemelding doet de GGD onderzoek om mogelijke legionellabronnen in beeld te brengen. De GGD geeft technische adviezen om groei van legionella in het water te verhinderen en daarmee nieuwe besmettingen te voorkomen. In de nazomer van 2025 bleken er meerdere patiënten aan elkaar gelinkt te zijn omdat zij in hetzelfde wooncomplex woonden. De hoofdtaak van de GGD is om de bron op te sporen om 22
De NVWA is toezichthouder op het gebied van voedselveiligheid tijdens evenementen. Deze bacterie zit in water en kan bij de juiste omstandigheden uitgroeien. Besmetting vindt plaats door inademen van kleine waterdruppeltjes (nevel) waar legionella in zit. Pagina 14 van 37 23
verdere besmettingen te voorkomen. In dit geval zijn ook de bewoners van het wooncomplex nadrukkelijk betrokken en op de hoogte gehouden, o.a. via een informatieavond. Tot op heden is er geen bron naar voren gekomen uit het onderzoek in het wooncomplex. In 2025 zijn er in totaal 60 meldingen van legionellose binnengekomen. Bij deze meldingen heeft THZ beoordeeld of bemonstering nodig is en daarnaast is er een risico-inschatting gemaakt voor het publiek rondom de mogelijke bronnen. Bij de GGD komen via de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT)24 ook meldingen van legionella in water (leidingwater, proceswater, zwemwater) binnen. Op deze manier kan de GGD goed in de gaten houden waar mensen eventueel risico lopen om besmet te raken. Ook kan de GGD deze gegevens gebruiken bij legionellosemeldingen. Scheepsinspecties De GGD inspecteert schepen in de Rotterdamse haven voor de uitgifte van Ship Sanitation Certificates (SCC).25De scheepsinspecties worden uitgevoerd in het kader van internationale regelgeving en worden bekostigd door rederijen zelf. Dit is dus geen basistaak maar wordt wel uitgevoerd door deskundigen op het terrein van hygiëne van de GGD. In 2025 zijn 1.628 schepen geïnspecteerd. Dit is conform de verwachte aantallen.
5. Medische Milieukunde en Collectieve advisering gezonde leefomgeving Medische Milieukunde (MMK) De GGD adviseert, soms proactief maar meestal op aanvraag (reactief), de gemeenten, de bewoners, milieudiensten en -afdelingen, de gezondheidszorg, ruimtelijke planners, stedenbouwers en anderen over kwesties in de leefomgeving die raken aan gezondheid. Veel aandacht gaat bij deze meldingen uit naar risicobeoordeling en -communicatie. In 2024 was een voorzichtige stijging te zien van het aantal meldingen, na jaren van daling. Deze stijging heeft zich doorgezet in 2025; 240 in 2023, 269 in 2024 en 326 meldingen in 2025. De stijging wordt veroorzaakt door meldingen binnen de gemeente Rotterdam. In de overige gemeenten zijn de aantallen vrij constant gebleven. Een duidelijke oorzaak is niet te geven. De onderwerpen van de meldingen zijn zeer divers. Verder zijn er 233 adviezen gegeven en daarmee ligt dit aantal wat hoger dan het geschatte aantal van 200. Ongeveer de helft van deze adviezen is in het belang van meerdere of alle gemeenten (categorie ‘overig') zoals bijvoorbeeld persvragen en adviezen over landelijke richtlijnen. Advisering over PFAS en loden waterleidingen worden hieronder uitgelicht. PFAS In de regio Rotterdam-Rijnmond wordt steeds vaker onderzoek naar PFAS in oppervlaktewater en bodem gedaan, o.a. door waterschappen, provincie en gemeenten.
Daardoor komen meer verontreinigde locaties aan het licht. De GGD is betrokken voor het beoordelen van de gezondheidsrisico’s. Er is meestal geen acuut gezondheidsrisico door PFAS, maar de GGD geeft wel gezondheidskundige duiding en waar van toepassing gebruiksadviezen. Daarnaast levert de GGD de gezondheidskundige input voor beleid rondom PFAS in bodem. In het afgelopen jaar was de GGD betrokken bij circa 20 locaties en afstemmingsprojecten rondom PFAS in de regio . Hiernaast denkt de GGD mee over de communicatie aan de betrokkenen. De GGD is ook rechtstreeks bereikbaar voor bewoners die vragen hebben over PFAS en gezondheid.
24
Prioritaire locaties (bijvoorbeeld ziekenhuizen, AZC’s, sauna’s etc.) melden normoverschrijding naar de ILT. De GGD ontvangt vervolgens een bericht van ILT om deze instellingen in de gaten te houden. Zie ook: Melden legionella | Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) 25 Het SCC is het bewijs dat het schip voldoet aan de eisen die de Wpg stelt aan de hygiëne aan boord. De GGD voert de inspecties uit volgens de kwaliteitscriteria van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). Pagina 15 van 37
Loden waterleidingen Rotterdam-Zuid In oudere woningen kunnen nog loden waterleidingen aanwezig zijn. Dit blijkt ook het geval te zijn in woningen in Rotterdam-Zuid. De GGD is betrokken voor advies over de aanpak en communicatie met de bewoners. Het advies is om loden leidingen te laten vervangen. Tot dat moment kunnen bewoners het beste water uit flessen drinken om zo blootstelling aan lood te vermijden. Bij ongeboren en jonge kinderen heeft lood effect op de ontwikkeling van de hersenen. Het is daarom belangrijk dat kinderen zo weinig mogelijk lood binnenkrijgen. Dat geldt ook voor zwangere vrouwen en voor vrouwen die zwanger willen worden. In 2025 is vanuit de expertises MMK en IZB, onder leiding van het Erasmus MC, een onderzoeksaanvraag ingediend op het gebied van gezond water, uitgevoerd door een toekomstige arts Maatschappij + Gezondheid, profiel MMK of profiel IZB (AIOTO). Deze aanvraag is gehonoreerd. Collectieve advisering gezonde leefomgeving In 2025 is de GGD actief geweest in drie gemeentegrens-overstijgende adviestrajecten. Er zijn 101 overleggen bijgewoond ten behoeve van de advisering en er zijn 3 kennisberichten uitgegaan waarin actuele thema’s rondom gezonde inrichting van de leefomgeving uitgewerkt zijn. De 2e editie van de jaarlijkse GGD kennisbijeenkomst gezonde leefomgeving voor gemeenten in de regio was een succes.
De opkomst was goed, waarbij vanuit de meeste gemeenten medewerkers uit zowel het sociale als het fysieke domein aanwezig waren. Er was veel interesse en interactie tijdens de onderdelen van het programma en levendige gesprekken in de pauzes en na afloop bij het afsluitende onderdeel. Gezondheidseffecten van industrie komen steeds meer in het nieuws. Hierdoor nemen zorgen van omwonenden toe. De GGD ondersteunt en adviseert gemeenten bij deze bestaande situatie. Tegelijkertijd wordt landelijk gewerkt aan een betere bescherming van omwonenden binnen de Actieagenda Industrie en Omwonenden26 van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. De inzet van de GGD in 2025 is duidelijk gegroeid vanwege het beschikbaar komen van de onderzoeken en de conclusies en aanbevelingen. Afronding van deze actieagenda is voorzien in 2026. Daarnaast was er inzet op reeds bekende uitdagingen als de woningbouwopgave op korte afstand van verkeer, bestrijdingsmiddelen en veehouderijen, de energietransitie en klimaatadaptatie. Rotterdam The Hague Airport Rotterdam The Hague Airport (RTHA) heeft op 30 september 2025 de aanvraag voor een nieuw luchthavenbesluit ingediend. In de vergunning wordt vastgelegd waar de luchthaven ligt en welke grenzen gelden voor het gebruik ervan. De aanvraag van het nieuwe luchthavenbesluit zal door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat worden beoordeeld.
Het ministerie schrijft een concept luchthavenbesluit waarna de mogelijkheid komt tot het indienen van zienswijzen. De GGD volgt het proces en zo nodig wordt een advies uitgebracht. Samenwerking met de Provincie Zuid-Holland De samenwerking tussen de vier Zuid-Hollandse GGD’en en de Provincie Zuid-Holland verloopt goed. De werkagenda 2025 bevatte 10 thema’s waar gedurende het jaar aan gewerkt is. Zo had de GGD onder andere een rol bij het Festival Gezond Verstand (13 november 2025), werd de ’Handreiking maatschappelijke voorzieningen’ gepresenteerd, waar kennisbijeenkomsten aan gekoppeld werden en werd er samengewerkt op het gebied van ruimtelijke ordening.
6. Toezicht kinderopvang
26
Actieagenda Industrie en Omwonenden n.a.v. het OOV onderzoek over de bescherming van omwonenden van bedrijven tegen nadelige gezondheidseffecten door blootstelling aan industriële emissies. Het gaat om de situaties rondom Tata Steel (IJmuiden), Chemours (Dordrecht) en APN (Nijmegen). Pagina 16 van 37
De toezichthouders doen jaarlijks inspecties bij alle kinderdagverblijven, locaties buitenschoolse opvang, gastouderbureaus en bij 50% van de gastouders in de regio. Toezicht Kinderopvang voert verschillende typen onderzoeken uit en hanteert de nodige afkortingen. In de onderstaande tabellen is een overzicht van de belangrijkste afkortingen te vinden. Type onderzoeken
Type kinderopvang
JO
Jaarlijks onderzoek
BSO
Buitenschoolse opvang
NO
Nader onderzoek
KDV
Kinderdagverblijf
IO
Incidenteel onderzoek
GO
Gastouder
OVR
Onderzoek voor registratie
GOB
Gastouderbureau
ONR
Onderzoek na registratie
27
Tabel 4. Leeswijzer veel voorkomende afkortingen Toezicht Kinderopvang.
Op 31 december 2025 was 100% van de kinderopvangvoorzieningen bezocht die in het landelijk systeem 'Gemeenschappelijke Inspectieruimte’ (GIR) geregistreerd zijn. In bijlage 2, is bij het onderdeel ‘Aantal ingeplande onderzoeken en voortgangspercentage ’ bij iedere gemeente het voortgangspercentage ingevuld. De GGD heeft hiermee de productiviteitsdoelstellingen behaald. Verantwoording ten opzichte van de inkoop Vanaf 2024 wordt gerekend met een standaard 5% ‘verzekeringspremie’ boven op een reële inschatting van het totaal aantal benodigde inspecties. Dit is bedoeld om ruimte te bieden voor complexere onvoorziene situaties waar meer tijd voor nodig is. Eind 2024 bleek dat er, zowel bij de gemeenten als bij de GGD, behoefte was aan een aanscherping van het kader van de 5% verzekeringspremie en het (data-gedreven) inkoopproces voor 2026. Daartoe is een werkgroep ingericht met een vertegenwoordiging van gemeenten en de GGD. Het ambtelijk regio-overleg is periodiek geïnformeerd over de voortgang van de werkgroep en kaders voor de 5%-regeling zijn in het regio-overleg vastgesteld. In 2025 is een data gedreven inkoopadvies uitgebracht dat heeft bijgedragen aan een zo realistisch mogelijke inkoopafspraak28 tussen GGD en gemeente voorafgaand aan het inspectiejaar.
Tegelijkertijd kan dit advies onvoorziene omstandigheden niet volledig uitsluiten, waardoor het beschikbare budget in de uitvoering alsnog ontoereikend kan blijken. In het nieuwe vastgestelde kader is hier rekening mee gehouden en bepaald dat de 5% middelen inzetbaar zijn om deze onvoorspelbaarheid op te vangen. In 2025 is gebleken dat per type inspectie gemiddeld 11% meer tijd nodig is voor de uitvoering dan de landelijke norm die GGD GHOR Nederland stelt. Ook dit jaar vergen de incidentele onderzoeken (39%) en nadere onderzoeken (37%) meer tijd dan de regionaal vastgestelde normuren binnen de inkoopafspraken. Voor dit type onderzoeken is geen landelijke (advies) norm vastgesteld. Deze regionaal vastgestelde normuren zijn onderwerp van overleg in de hiervoor genoemde werkgroep. Voor de jaarlijkse onderzoeken is 8% meer tijd nodig dan de landelijk vastgestelde norm. Dit is een trend die ook andere GGD’en afgelopen jaren laten zien. Dit wordt bevestigd door een intern onderzoek van GGD GHOR NL waarin zij in 2025 onderzoek hebben gedaan naar de benodigde tijd voor toezicht en deze vergelijken met de aanbevolen tijd voor regulier toezicht. Vervolgstappen naar aanleiding van deze bevindingen moeten nog nader besproken worden. Algemeen
27
BSO
In het landelijk Register Kinderopvang (LRK). Hiermee wordt gestreefd naar een optimale afstemming van capaciteit en middelen. Pagina 17 van 37 28
KDV
Type Aantal onderzoek gepland Algemeen 2209 IO 103
% UCHEA29 100% 100%
Ratio30 1,11 1,39
Aantal % Ratio Aantal % Ratio gepland UCHEA gepland UCHEA 706 100% 1,06 903 100% 1,14 44 100% 1,21 49 100% 1,59
JO NO
1.574 216
100% 100%
1,08 1,37
485 64
100% 100%
1,03 1,24
656 131
100% 100%
1,10 1,39
ONR OVR
76 240
100% 100%
1,10 1,09
48 65
100% 100%
1,08 1,08
28 39
100% 100%
1,13 1,17
Type onderzoek Algemeen IO JO NO ONR OVR
Aantal gepland 586 9 424 20 133
GO % UCHEA 100% 100% 100% 100% 100%
Ratio 1,10 1,18 1,10 1,98 1,04
Aantal gepland 14 1 9 1 3
GOB % UCHEA
Ratio
100% 100% 100% 100% 100% 100%
1,02 1,00 1,10 0,89
Tabel 5. Aantal inspecties kinderopvang toezicht 2025.
Signaalfunctie Ouders, omwonenden, beroepskrachten en andere betrokkenen kunnen hun zorgen over de kwaliteit van kinderopvang melden bij gemeenten of GGD’en. Signalen geven inzicht in de mogelijke risico’s op een locatie en kunnen mogelijke problemen in een vroeg stadium identificeren en aanpakken. De GGD en gemeenten beoordelen de ontvangen signalen en bepalen of verder onderzoek of actie nodig is. Dit signaal gestuurd toezicht kan in afstemming met de gemeente leiden tot onaangekondigde inspecties (incidenteel onderzoek) of extra aandacht voor bepaalde aspecten tijdens een jaarlijks onderzoek. De GGD houdt een registratie bij van alle binnengekomen signalen van zorg. Ten opzichte van vorig jaar heeft de GGD te maken met een significante toename van het aantal signalen. In heel 2024 werden 101 signalen geregistreerd. In 2025 zijn 132 signalen binnengekomen, waarvan 12 zeer ernstig van aard en met een piek in april. De meeste meldingen hadden betrekking op kinderdagverblijven (jonge kinderen in de leeftijd van 0-4 jaar). De gemelde zorgen gaan met name over veiligheid & gezondheid, pedagogisch beleid/praktijk, meldcode kindermishandeling en beroepskracht-kindratio (BKR). Het is opvallend dat er vooral veel gemeld wordt over kinderdagverblijven die gevestigd zijn in Rotterdam.
Verder ontvangt de GGD via de Justitiële informatiedienst (Justis) van de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) signalen op basis van continue screening. Hiermee wordt gecontroleerd of iemand strafbare feiten heeft gepleegd die niet samengaan met werken in de kinderopvang. In 2024 ging dit om 20 signalen, in 2025 zijn dat er 12. Ook deze signalen vragen om opvolging door de toezichthouders. De toename van het aantal signalen legt een druk op de werkzaamheden van zowel toezichthouders, beleidsadviseur en teammanagers. De tijdsinvestering loopt bij meerdere casussen uit de pas ten opzichte van het reguliere inspectieproces. Zoals onder andere ook zichtbaar is bij de hoge ratio bij de IO's (zie tabel 5). 29
% UCHEA staat voor het percentage onderzoeken die in het inspectieproces opgepakt zijn (UCHEA = Uitvoering, Conceptrapport, Herstelaanbod, Eindrapport en Afgesloten). 30 De ratio is een weergave van de bestede tijd ten opzichte van de ingekochte tijd per type onderzoek. Een ratio van 1,00 wil zeggen dat de gemiddelde bestede tijd gelijk is aan de inkoop. Een ratio van bijvoorbeeld 1,06 betekent dat er 6% meer tijd is besteed dan ingekocht. Pagina 18 van 37
Figuur 4. Aantal meldingen in het kader van de signaalfunctie van Toezicht Kinderopvang 2025.
7. Ondersteuning bestuur gemeenschappelijke regeling Raadsinformatiesessies In februari heeft de GGD twee online raadsinformatiesessies georganiseerd. De sessies hadden tot doel om raadsleden en bestuurders een breed beeld te geven van de taken die de GGD voor de gemeenten in de regio uitvoert, aan de hand van verhalen en voorbeelden uit de praktijk. De sessies zijn positief ontvangen. Suïcidepreventie In een van de laatste bestuurlijke vergaderingen van 2025 is door het Algemeen Bestuur besloten om de nieuwe wettelijke taak suïcidepreventie voor de helft van het totale rijksbudget in een regionale aanpak te beleggen. Hiervoor gaat de GGD een coördinator aanstellen. De coördinator zal samen met de gemeenten een actieplan opstellen en daarnaast zal het organiseren van gatekeeperstrainingen met voorrang opgepakt worden. Verantwoordingscyclus De begroting voor 2026 is vastgesteld en het jaarverslag 2024 besproken en akkoord bevonden. Op verzoek van de gemeenten heeft de GGD een besparing weten te realiseren door de overheadcomponent te verlagen, iets dat mogelijk werd doordat de Rotterdamse overhead van ondersteunende diensten werd verlaagd. Hiermee is eenmalig en bij uitzondering afgeweken van de vierjarige begrotingsdiscipline.
Relatiebeheer In het kader van relatiebeheer en bespreken van de lokale ontwikkelingen op terrein van publieke gezondheid is er ook in 2025 twee keer een individuele afspraak geweest met elke wethouder. Ook zijn na tussentijdse wisselingen alle nieuwe wethouders bezocht voor een kennismakingsgesprek. De directeur publieke gezondheid van de GGD kan daarmee de adviserende taak van de GGD vormgeven en tegelijkertijd op de hoogte gebracht worden van de lokale aanpak en problemen in het kader van de volksgezondheid.
Pagina 19 van 37
8. Informatieverstrekking en website Informatieverstrekking richt zich op het delen van kennis over gezondheid, gezond gedrag en zorg en het vergroten van de kennis van inwoners en organisaties over deze thema’s. Hiervoor wordt gebruikgemaakt van social media, de website en voorlichting. Website Gedurende 2025 werden de volgende drie pagina’s van de GGD Rotterdam-Rijnmond website het meest bezocht: • • •
Afspraak soa-test Homepage Op Reis
Het aantal bezoekers aan de website liet een piek zien naar aanleiding van de mazelenuitbraak. Ook werd er meer informatie gezocht over TBC naar aanleiding van media-aandacht voor een bedrijf in de regio waar een medewerker open TBC bleek te hebben. De website wordt continu van de juiste en laatste informatie voorzien. Dit is uiteraard belangrijk voor de bezoekers van de website, maar ook omdat de website een belangrijke bron is voor AI waarmee door de GGD onder andere desinformatie wordt tegengegaan. Social media kanalen De GGD Rotterdam-Rijnmond is verder actief op Instagram, Facebook en LinkedIn. Het afgelopen jaar is het aantal volgers toegenomen. Om mensen te blijven voorzien van juiste informatie via de GGD, wordt komend jaar meer ingezet op informatieverspreiding via social media, met hierin ook altijd de verwijzing naar de website. Ook wordt waar nodig de verbinding en afstemming gezocht met onder andere de communicatie-afdelingen van de 13 gemeenten en andere (gezondheids)organisaties, zowel lokaal, regionaal als landelijk.
9. GGD Rampen Opvang Plan (GROP) en crisis Het GGD Rampen Opvang Plan (GROP) beschrijft de crisisorganisatie van de GGD: een structuur en werkwijze die is aangepast aan crisis- of rampsituaties. Het GROP-draaiboek maakt deel uit van het basis-takenpakket van de GGD en beschrijft hoe de interne crisisstructuur tot stand komt en welke operationele verantwoordelijkheden er zijn voor de crisisfunctionarissen tijdens een crisis. Alle functionarissen van de GGD die als crisisfunctionaris of als inhoudelijk specialist een rol vervullen in het beteugelen van een crisis, zijn de afgelopen jaren opgeleid en getraind via een basistraining, aanvullende deskundigheidsbevordering en simulatie-oefening. In 2025 is deze opgebouwde capaciteit ingezet bij 3 GROP-opschalingen31 en 1 situatie (een netwerkstoring in februari), waarbij de inzet van het GGD-crisisteam beperkt bleef tot het vaststellen van de risico's. Doorontwikkeling GROP De GGD is continu bezig met doorontwikkelen. Op basis van de aanbevelingen van de evaluaties die gehouden zijn ten aanzien van opschalingen in 2025, wordt het GGD-opschaling draaiboek (GROP-draaiboek) doorontwikkeld. Voor een aantal aanbevelingen uit de evaluatie is al een start gemaakt met de implementatie, de andere aanpassingen worden in de loop van 2026 afgerond.
31
In de halfjaarrapportage 2025 is uitgebreid verslag gedaan van deze opschalingen. De 3 opschalingen hadden betrekking op: 1) grootschalige TBC-uitbraak bij een bedrijf in de regio in februari; 2) mazelenuitbraak in de periode maart-mei; 3) grootschalig bronen contactonderzoek naar aanleiding van TBC-melding bij een bedrijf in de regio. Pagina 20 van 37