07.03 - Uitspraak rechtbank 801004 Zwartgemaakt
Tekst van het document
de Rechtspraak Rechtbank Rotterdam
H AANTEKENEN[]PER POST[ ] EMAIL
De heer
Rechtbank Rotterdam Bestuursrecht
Postbus 30106 3001 DC Rotterdam
bezoekadres
Wilhelminaplein 100/125 correspondentieadres Postbus 50951, 3007 BM Rotterdam datum
onderdeel contactpersoon
26 januari 2022 bestuur 2 mevr
t 088-36 26000 088-36 10566 www.rechtspraak.nl
f
doorkiesnummer
ons kenmerk
zaaknummer ROT 21 / 447 BESLU FE02
uw kenmerk
slechts één zaak in uw brief
bijlage(n) onderwerp
Bij beantwoording de datum en ons kenmerk vermelden. Wilt u
het beroep van
te Capelle aan den IJssel
behandelen.
Geachte heer,
Over het beroep met zaaknummer ROT 21/447 BESLU FE02 deel ik u het volgende mee. De rechtbank heeft uitspraak gedaan. Ik stuur u een kopie van de uitspraak. Indien in deze uitspraak wordt verwezen naar een uitspraak met een ECLI-nummer, is de tekst van de betreffende uitspraak onder dat nummer gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.
Tegen deze uitspraak staat voor een belanghebbende en het bestuursorgaan hoger beroep open. Dit dient te worden ingesteld binnen zes weken na de datum van verzending van deze uitspraak door een beroepschrift en een kopie van deze uitspraak te zenden aan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag. In uw beroepschrift moet u vermelden waarom u het niet eens bent met de uitspraak. U kunt ook digitaal hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Kijk op wwvv.raadva.nstate.nl voor meer informatie over het indienen van digitaal beroep. Als u naar aanleiding van deze brief vragen hebt, kunt u contact opnemen met de administratie van de rechtbank op het hierboven vermelde doorkiesnummer. Als u de rechtbank belt of schrijft, verzoek ik u het zaaknummer te vermelden. Hoogachtend,
de griffi
BE022
Uw persoonsgegevens en indien van toepassing die van uw cliënt worden, voor zover nodig, voor een goede procesvoering verwerkt in de registratiesystemen van de Rechtspraak.
«
uitspraak RECHTBANK ROTTERDAM Zittingsplaats Rotterdam ,'^^^^^^^^ .^ Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 21/447 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 januari 2022 in de zaak tussen eiser, eiser,
iser, allen uit Capelle aan den Ussel, tezamen genoemd: eisers, en
De Raad van de Gemeente Capelle aan den IJssel. verweerder (gemaclitigde: ).
Procesverloop
In het besluit van 28 september 2020 (pi-iinair besliiit) heeft verweerder het inleidend verzoek van eisers tot het houden van een raadgevend referendLim afgewezen. In het besluit van 17 december 2020 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eisers tegen het primaire besluit ongegrond verklaard. Eisers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder lieeft een verweerschrift ingediend. Eisers hebben aanvullende gronden ingediend. Verweerder heeft nadere stukken ingediend. De rechtbank heeft het beroep op 16 december 2021 op zitting behandeld. en zijn verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden. Tevens zijn mr. namens verweerder verschenen.
Ovenvegingen Inleiding
1.1. De gemeente Capelle aan den IJssel werkt aan de ontwikkeling van een nieuwe werk-woonwijk (Rivium), aan de rand van Capelle aan den Ussel. Op 12 maart 2018 is door verweerder het zogenaamde "gebiedspaspoort 1.0 Het Nieuwe Rivium" (Gebiedspaspoort
zaaknummer: ROT 21/447
2
1.0) vastgesteld. Hierna is een nader ambitiedocument ontwikkeld, het gebiedspaspoort 2.0
Rivium (Gebiedspaspoort 2.0).
l .2. Eisers hebben op 21 september 2020 een inleidend verzoek ingediend voor het houden van een raadgevend referendum over gebiedspaspoort 2.0 Rivium, ondersteund door 180 handtekeningen.
l .3. De referendumcommissie van Capelle aan den Ussel heeft naar aanleiding van het inleidend verzoek van eisers op 24 september 2020 een advies uitgebracht. De referendumcommissie heeft vastgesteld dat de uitzonderingsgronden genoemd in artikel, lid
a tot en met h, van de Referendumverordening Capelle aan den IJssel 2020
(Referendumverordening) niet aan de orde zijn.
Geadviseerd is dat de uitzondering genoemd in artikel 2, lid i,van de
Referendumverordening niet van toepassing is. De referendumcommissie geeft ten slotte aan dat er op dat moment geen indicatie is dat sprake is van een uitzonderingsgrond zoals
genoemd in artikel 2, lid j, van de Referendumverordening.
Concluderend heeft de referenclumcommissie vastgesteld dat het onderwerp liet Nieuw Riviiim-gezien cic refere.ncliimveroi-dcriiiig en de liifzoncleringsgroiKle.n vai-i artikel 2 vail de Referendumverordening, het onderwerp van een refereiidiim kan zijn. Het is aan de Raad
om de uiteindelijke afweging te maken en het besluit te nemen.
l .4. Op 28 september 2020 heeft verweerder besloten eisers niet de gelegenheid te bieden een definitief verzoek in te clieiien. Verweerder heeft daaraan ten grondslag gelegd
dat de uitzonderingsgronden genoemd in artikel 2, lid i en j, van de Referendiimverordening van toepassing zijn.
l .5. Eisers hebben op 2 oktober 2020 bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit. De bezwaarschriftencommissie van de gemeente Capelle aan den IJssel heeft een hoorzitting gehouden en een advies uitgebraclit aan vervveercler. De bezvvaarscj'iriftencommissie heeft in haar advies geoordeeld dat er geen grond is om de uitzonderingsgrond genoemd in artikel 2, lid i, van de Refei-encluniverordening toe te passen, wel voor toepassing van die van artikel 2, lid j, van de Referendumverordening. Plet advies is daarom om het bezwaar ongegrond te verklaren.
l .6. Verweerder heeft in het bestreden besluit van l 7 december 2020 de toepasselijkheid van beide uitzonderingsgronden gehandhaafd en het bezwaarschrift ongegrond verklaard. Standpunt eisers
2. Eisers stellen dat verweerder ten onrechte beide uitzonderingsgronden ten grondslag heeft gelegd aan de afwijzing van het inleidend verzoek tot het houden van een raadgevend referendum.
Wettelijk kader
3. Artikel 2 van de Referendumverordening Capelle aan den IJssel 2020 (Referendumverordening) luidt als volgt:
Concept raadsbesluiten kunnen onderwerp zijn van een referendum, met uitzondering van bes.l uiten:
zaaknummer: ROT 21/447
3
a. over individuele kwesties, zoals benoemingen, ontslagen, schorsingen, kwijtscheldingen en schenkingen;
b. over de hoogte van geldelijke voorzieningen voor ambtsdragers, gewezen ambtsdragers en hun nabestaanden;
c. betreffende de vaststelling, wijziging of intrekking van de arbeidsvoorwaardenregeling en daaruit voortvloeiende besluiten met betrekking tot de griffier en de .medewerkers van de griffie;
d. over de vaststelling van de gemeentelijke begroting en de rekening; e. over de vaststelling van gemeentelijke tarieven en belastingen; f. over het voor kennisgeving aannemen van notities en rapporten; g. in het kader van deze verordening;
h. ter uitvoering van een besluit van een hoger bestuursorgaan of de wetgever waaromtrent de raad geen beleidsvrijheid heeft; i. die naar het oordeel van de raad hun grondslag vinden in een eerder genomen besluit waarover een referendum is gehouden of kon worden gehouden;
j. waarvan de totstandkoming, inwerkingtreding of uitvoering naar het oordeel van de raad niet kan worden uitgesteld vanwege enig daarmee gemoeid belang. Beoordeling rechtbank
4. l. Ter zitting heeft verweerder desgevraagd bevestigd dat met een concept raadsbesluit in de Referenduniverorclening wordt bedoeld een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het Gebiedspaspoort 2.0 vermeldt onder meer; "Het Gebiedspaspoort 2.0 is een ambitieclocument en biedt op zichzelf nog onvoldoende grond voor de beoordeling van een aanvraag om vergunningverlening". Verweerder heeft op de zitting desgevraagd aangegeven dat het Gebiedspaspoort 2.0 geen besluit is, ook niet een besluit tot het vaststellen van een beleidsregel. Een en ander is door eisers niet betwist.
4.2. Nil tussen partijen vaststaat dat geen sprake is van een besluit in de zin van de Awb was de Referendumverorcleniiig niet van toepassing op het concept raadsbesluit tot vaststelling van het Gebiedspaspoort 2.0. Verweerder had deze redenering, zoals ter zitting door hem ook is erkend, ten grondslag moeten leggen aan het primaire besluit dan wel het bestreden besluit, nu dit een volledige heroverweging van het primaire besluit inhoudt. Het bezwaar was ook in die redenering niet succesvol geweest. Dit betekent dat de reclitbank het beroep ongegrond zal verklaren.
4.3. Verweerder heeft inhoudelijk het bezwaarschrift op andere gronden ongegrond verklaard. De rechtbank zal daarom bepalen dat verweerder het griffierecht aan eisers moet vergoeden.
4.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
zaaknummer: ROT 21/447
s
4
Beslissing De rechtbank:
verklaart het beroep ongegrond; bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 181; aan eisers vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.C.W. van der Feltz, rechter, in aanwezigheid van mr. M.L.F. de Leeuw, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 26 januari 2022.
De rechter en griffier zijn verhmcïerd de iiitspraak te ondertekenen. griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u liet niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.
VOOR COP1E CONFORM
D^riffTei?vah de Rechtbank Rotterdam Sector Bestuursrecht wnd.
^