07.03 - Concept Gemeenschappelijke Regeling Beschermd Wonen
Tekst van het document
GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING
GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING BESCHERMD WONEN REGIO ROTTERDAM
A. Het raadsbesluit tot het verlenen van toestemming tot het treffen van de Gemeenschappelijke regeling beschermd wonen Regio Rotterdam.
De raad van de gemeente Capelle aan den IJssel gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van…. gelet op: -artikel 1, tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen; besluit: Toestemming te verlenen aan het college van burgemeester en wethouders om samen met de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Capelle aan den IJssel, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Ridderkerk en Rotterdam, De Gemeenschappelijke regeling beschermd wonen regio Rotterdam te treffen, waarvan de tekst en de toelichting zijn opgenomen als bijlagen bij dit besluit.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van …
B. Het collegebesluit, tekst zoals te publiceren:
GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING BESCHERMD WONEN REGIO ROTTERDAM
1
De deelnemers, De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Capelle aan den IJssel, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Ridderkerk en Rotterdam, ieder voor zover het zijn bevoegdheid betreft; gelet op: -de artikelen 1 en 8, vierde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen; -de artikelen 1.2.1, aanhef en onderdeel b en 2.6.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; -de besluiten van de gemeenteraden van de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Capelle aan den IJssel, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Ridderkerk en Rotterdam tot het verlenen van toestemming aan de colleges van burgemeester en wethouders van deze gemeenten tot het treffen van de Gemeenschappelijke regeling beschermd wonen regio Rotterdam; -het Regionaal Beleidsplan Maatschappelijke Opvang en Beschermd wonen periode 2022-2026;
overwegende dat, - op grond van artikel 1.2.1, aanhef en onderdeel b, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, gemeenten verantwoordelijk zijn voor beschermd wonen; - de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Capelle aan den IJssel, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Ridderkerk en Rotterdam sinds 2015 samenwerken waar het gaat om beschermd wonen, en de wens is uitgesproken deze samenwerking voort te zetten en te formaliseren via een lichte gemeenschappelijke regeling, waardoor wordt geborgd dat de regelgevende, beleidsmatige, financiële en uitvoeringstaken rondom beschermd wonen gezamenlijk en eenduidig worden opgepakt; - de gemeenteraden van Albrandswaard, Barendrecht, Capelle aan den IJssel, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Ridderkerk en Rotterdam een regionaal beleidsplan hebben vastgesteld waarin zij nastreven dat alle inwoners naar vermogen meedoen in de samenleving; - het hoofddoel van het regionale beleidsplan het, vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, bevorderen van het herstel en participatie van mensen met een psychische kwetsbaarheid in de eigen omgeving is en er vanwege de aard van de problematiek voor wordt gekozen om voor de doelgroep beschermd wonen gezamenlijk op te trekken in beleid en uitvoering; - voorzien is dat de financiering van beschermd wonen door de rijksoverheid via de
centrumgemeente Rotterdam zal wijzigen als gevolg van de doordecentralisatie beschermd wonen, waardoor transparante financiële afspraken ook voor de toekomst noodzakelijk zijn.
Besluiten tot het vaststellen van de Gemeenschappelijke regeling beschermd wonen regio Rotterdam. Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: -
-
2
aanbieders: zorgaanbieders die door de centrumgemeente zijn gecontracteerd voor het leveren van semi- en intramurale ondersteuning op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; actietafel: periodieke overleg tussen aanbieders en de centrumgemeente, dat er op is gericht om doorstroom naar een passende voorziening of huisvesting op casusniveau te bevorderen alsmede om verbeterpunten op ketenniveau te bewerkstelligen;
-
-
-
-
-
-
-
-
3
arrangementen: geheel van de te verstrekken resultaatgebieden ten behoeve van een client, afgestemd op zijn ondersteuningsbehoefte; beschermd wonen: beschermd wonen als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, waaronder in deze regeling wordt verstaan de intramurale en semimurale voorzieningen en ondersteuning; centrumgemeente: gemeente die voor zichzelf en namens de deelnemende gemeenten de taken uitvoert, zijnde de gemeente Rotterdam; colleges: colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten; contracten: overeenkomsten en bijbehorende addenda die zijn aangegaan door de centrumgemeente als opdrachtgever, met de aanbieders als opdrachtnemers voor intramurale en semimurale ondersteuning; contractmanagement: contractbeheer alsmede monitoring en sturing van de contracten.
Convenant Landelijke Toegankelijkheid: door de wethouders van de centrumgemeenten voor beschermd wonen gesloten landelijke convenant over de manier waarop zij samen verantwoordelijkheid nemen voor de landelijke toegang van beschermd wonen en zoals verwerkt in beleidsregels Landelijke toegang beschermd wonen; intramurale ondersteuning: ondersteuning die in een intramurale setting wordt geboden tussen zeven uur s’ochtends en elf uur s’avonds en gericht is op de resultaatgebieden sociaal persoonlijk functioneren en ondersteuning bij zelfzorg en gezondheid, in de directe nabijheid van de cliënt georganiseerd, zodat de beroepskracht altijd zicht heeft op de cliënt en zo nodig direct op hem kan reageren, en waarbij ook het verblijf (beschermd wonen) als maatwerkvoorziening verstrekt wordt en waarbij een passende vorm van nachtelijk toezicht wordt geboden tussen elf uur s‘avonds en zeven uur in de ochtend en waarbij zo nodig dagbesteding wordt verstrekt; leveringsopdracht: opdracht van opdrachtgever aan opdrachtnemer voor het leveren van ondersteuning, zoals aan de cliënt door de centrumgemeente verstrekt, door middel van een toewijzingsbericht; ondersteuning: maatwerkondersteuning als bedoeld in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; plaatsingscommissie: overleg tussen de aanbieders en de centrumgemeente, dat plaats vindt onder voorzitterschap van de centrumgemeente, waarin
zorg wordt gedragen voor matching van cliënten met passende aanbieders alsmede de prioritering van cliënten; (O)GGZ: openbare geestelijke gezondheidszorg; regeling: Gemeenschappelijke regeling beschermd wonen regio Rotterdam; semimurale ondersteuning: ondersteuning die wordt geboden in een semimurale voorziening tussen zeven uur s’ochtends en elf uur s’avonds en gericht is op de resultaatgebieden sociaal persoonlijk functioneren en ondersteuning bij zelfzorg en gezondheid, in nabijheid van de cliënt waarbij de cliënten geclusterd of gespikkeld in de wijk wonen, waarbij een passende vorm van nachtelijk toezicht wordt geboden tussen elf uur s’avonds en zeven uur s’ochtends, en waarbij zo nodig dagbesteding wordt verstrekt; spreidingsopgave: afspraak tussen de deelnemende gemeenten om de cliënten die beschermd wonen evenredig te verdelen over de gemeenten; verstrekking: het beslissen op de aanvraag en het nemen van het besluit ten aanzien van de beschikking op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, waarin de indicatie en het besluit zijn vervat van de maatwerkvoorziening beschermd wonen.
Artikel 2 Doel en toepassingsbereik 1. Deze regeling beoogt een doeltreffende en doelmatige samenwerking tussen de deelnemende gemeenten voor de uitvoering van de wettelijke taak van iedere gemeente om zorg te dragen voor beschermd wonen. 2. Deze regeling is van toepassing op de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Capelle aan den IJssel, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Ridderkerk en Rotterdam.
Artikel 3 Centrumgemeente De gemeente Rotterdam wordt aangewezen als centrumgemeente.
Artikel 4 Taken De centrumgemeente heeft de volgende taken: a. het vaststellen van rechten en plichten op een melding en aanvraag voor beschermd wonen en het uitvoeren van onderzoek namens het college van de gemeente waar de aanvraag is gedaan, dan wel waar de aanvrager woonachtig is, bedoeld in de artikelen 2.3.1 en 2.3.2 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; b. het beslissen op de aanvraag en het nemen van het besluit ten aanzien van de maatwerkvoorziening; c. het uitvoeren van de regie bij de cliënten die een verstrekking hebben gekregen, het doen van evaluaties en herindicatie-onderzoek en het verstrekken van besluiten over verlenging of wijziging van de indicatie; d. het behandelen van klachten en het beslissen op bezwaarschriften ten aanzien van beschermd wonen; e. het optreden als procesvertegenwoordiger in beroepszaken met betrekking tot beschermd wonen; f. het borgen van de eenduidige en uniforme wijze van de toegang tot en verstrekking van intramurale en semimurale ondersteuning, mede door de inzet van actietafels en de plaatsingscommissie; g. het borgen van de inzet van voldoende personele capaciteit ter uitvoering van deze regeling; h. het in het kader van deze regeling verwerken van persoonsgegevens overeenkomstig de Algemene verordening gegevensbescherming en hoofdstuk 5 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; i.
het laten houden van toezicht op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 door toezicht houdende ambtenaren op de aanbieders van intramurale en semimurale ondersteuning; j. de inkoop van beschermd wonen; k. het contractmanagement en contractbeheer van de contracten met aanbieders, waaronder monitoring en sturing; l. het wijzigen en beëindigen van contracten en het verrichten van alle rechtshandelingen en feitelijke handelingen die in dit kader noodzakelijk zijn; m. het behandelen van klachten en bezwaren in contractuele of aanbestedingszaken en het daartoe optreden als vertegenwoordiger; n. het vragen van extern advies of inschakelen van externe procesvertegenwoordiging wanneer noodzakelijk; o. het onderhouden van ambtelijke contacten met externe partijen; p. het laten doen van onderzoek en monitoring ten aanzien van de voortgang van het regionale beleid, inclusief de spreidingsopgave; q. het jaarlijks rapporteren aan het bestuurlijk overleg over de prestaties van de aanbieders van beschermd wonen, klachten, bezwaar- en beroepsprocedures en relevante uitvoeringsvraagstukken; r. de uitvoering van overige taken die volgen uit deze regeling.
4
Artikel 5 Mandaat, volmacht, machtiging 1. De colleges verlenen mandaat, volmacht en machtiging aan het college van de centrumgemeente om de taken en bevoegdheden, genoemd in artikel 4, uit te oefenen. 2. Het college van de centrumgemeente is bevoegd de taken en bevoegdheden schriftelijk onder te mandateren, onder te volmachten en onder te machtigen aan personen binnen de eigen organisatie alsmede aan externe professionele rechtshulpverleners om als procesvertegenwoordiger op te treden. 3.Ter nadere uitvoering van deze regeling is het mogelijk dienstverleningsovereenkomsten aan te gaan. 4. Ieder college kan besluiten de taken, bedoeld in artikel 4, onderdeel a tot en met e, zelf uit te oefenen conform de doelstelling en de afspraken binnen deze regeling en derhalve het mandaat, de volmacht of de machtiging ter zake in te trekken. De intrekking kan uitsluitend per 1 januari geschieden. Het besluit tot intrekking wordt niet later dan drie maanden voor afloop van het lopende kalenderjaar kenbaar gemaakt aan de centrumgemeente. Na intrekking van het mandaat, de volmacht of machtiging blijven de leveringsopdrachten, vanwege de contractuele verplichtingen, via de centrumgemeente lopen. 5. Een college kan met betrekking tot een aanvraag voor beschermd wonen aan de centrumgemeente informatie aanleveren ten behoeve van het onderzoek en zijn zienswijze kenbaar maken.
Artikel 6 Bestuurlijk overleg 1. Ten minste viermaal per jaar vindt een bestuurlijk overleg plaats over de onderwerpen waar deze regeling op ziet. Aan dit overleg nemen de wethouders van de deelnemende gemeenten deel die het beschermd wonen in hun portefeuille hebben. Een wethouder kan zich laten vertegenwoordigen. 2. Het bestuurlijk overleg wijst een voorzitter uit zijn midden aan of kan het technisch voorzitterschap laten vervullen door de ambtelijk secretaris. 3. Instemmen en adviesvorming in het bestuurlijk overleg geschiedt bij consensus. Wanneer deze niet bereikt kan worden, is een instemming of advies geldig wanneer vijf van de zeven wethouders akkoord zijn. 4. Besluitvorming over regelgeving, beleid en financiën in het kader van deze regeling vindt plaats in de colleges en raden van de deelnemende gemeenten. Het bestuurlijk overleg bereidt de collegebesluiten voor door middel van een aan de colleges gericht advies.
Artikel 7 Ambtelijk overleg 1.Ten minste eenmaal per maand vindt een ambtelijk overleg plaats tussen ambtenaren van de deelnemende gemeenten over de onderwerpen waar deze regeling op ziet. 2. Het ambtelijk overleg bestaat uit door de afzonderlijke colleges afgevaardigde ambtenaren van de deelnemende gemeenten. 3. Het ambtelijk overleg heeft tot doel: a. het adviseren van de wethouders van het bestuurlijk overleg over de onderwerpen in deze regeling; b. het wederzijds informeren en geven van inlichtingen; c. het zoveel mogelijk op elkaar afstemmen van het lokale beleid.
5
Artikel 8 Secretaris en ambtenaren 1. De centrumgemeente voorziet in de aanstelling van een secretaris voor het ambtelijk en bestuurlijk overleg. 2. De werkzaamheden van de secretaris betreffen het voorbereiden van het ambtelijk en bestuurlijk overleg. 3. De secretaris verricht de werkzaamheden in afstemming met de deelnemers van het ambtelijk en bestuurlijk overleg. 4. De secretaris en de in het kader van deze regeling werkzame ambtenaren zijn werkzaam onder de verantwoordelijkheid van de betreffende deelnemende gemeente. Artikel 9 Beleidsplan en werkplan 1. In het bestuurlijk overleg wordt vierjaarlijks een regionaal beleidsplan voor beschermd wonen vastgesteld. 2. Aan de raden van de deelnemende gemeenten wordt, op voordracht van de colleges, het regionaal beleidsplan beschermd wonen ter besluitvorming voorgelegd. 3. De centrumgemeente draagt zorg voor een tweejaarlijks werkplan voor de taken, bedoeld in artikel 4. 4. Het werkplan wordt geagendeerd in het ambtelijk overleg en ter instemming voorgelegd aan het bestuurlijk overleg.
Artikel 10 Regelgeving 1. De Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, het Convenant landelijke toegankelijkheid, de Verordeningen maatschappelijke ondersteuning van de deelnemende gemeenten, daaruit voortvloeiende regelgeving en het regionale beleidsplan vormen de basis voor de uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 4. 2. De deelnemende gemeenten spannen zich in te komen tot gelijkluidende gemeentelijke regelgeving en beleid ten aanzien van beschermd wonen ten einde de taken, bedoeld in artikel 4, eenduidig te kunnen uitvoeren. Voorgenomen wijzigingen in de gemeentelijke regelgeving en beleid worden vooraf besproken en afgestemd in het ambtelijk en bestuurlijk overleg.
Artikel 11 Inkoop en overeenkomsten 1. De centrumgemeente is opdrachtgever voor de inkoop van de intra- en semimurale ondersteuning als bedoeld in deze regeling ten behoeve van de gemeenten die deelnemen aan deze gemeenschappelijke regeling. 2. Bij het contracteren van aanbieders zorgt de centrumgemeente ervoor dat aanbieders een leveringsplicht hebben in alle deelnemende gemeenten. De contractuele eisen en verplichtingen vormen tezamen met en in aanvulling op de toepasselijke wet- en regelgeving, het kader voor de leveringsopdrachten aan deze aanbieders. 3. Verlenging van de aangegane contracten door de centrumgemeente vindt niet eerder plaats dan nadat het voornemen daartoe is besproken in het bestuurlijk overleg.
6
4. Het tussentijds toetreden van aanbieders in aanvulling op de aangegane contracten is in een uitzonderlijk geval mogelijk wanneer daartoe noodzaak bestaat en het een specifieke, aanvullende en noodzakelijke beschermd wonen component betreft. Het bestuurlijk overleg kan daartoe voorstellen aandragen waarover door de centrumgemeente wordt besloten. Artikel 12 Inlichtingen 1. De deelnemende gemeenten informeren elkaar zowel via het ambtelijk dan wel het bestuurlijk overleg tijdig over ontwikkelingen of voorgenomen wijzigingen die mogelijk gevolgen kunnen hebben voor de uitvoering van deze regeling. 2. De centrumgemeente verschaft uit eigen beweging en op verzoek van een deelnemende gemeente inlichtingen over de uitoefening van de gemandateerde taken en bevoegdheden.
Artikel 13 Budget 1. De centrumgemeente stelt jaarlijks in overleg met de deelnemende gemeenten een voorstel voor het budget op voor de uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 4, en daarmee samenhangende taken. Het voorstel bevat daarnaast de dekking van de kosten, inclusief de bijdragen van de deelnemende gemeenten. Deze kosten bestaan uit de kosten voor de ondersteuning voor de cliënten beschermd wonen, kosten voor de overige taken en de uitvoeringskosten van deze regeling. 2. Het budgetvoorstel wordt besproken en vastgesteld in het bestuurlijk overleg. Dit geschiedt uiterlijk op 1 maart van het jaar voorafgaand aan het betreffende begrotingsjaar. 3. Na bespreking in het bestuurlijk overleg stellen de deelnemende gemeenten het budget en de bijdrage per gemeente vast ter dekking van de kosten. 4. Voor de dekking van het budget wordt 90% van de middelen die de deelnemende gemeenten vanuit het rijk uitgekeerd krijgen voor de uitvoering van de taken in deze regeling, gereserveerd voor het budget. 5. De deelnemende gemeenten maken de voor hen vastgestelde bijdrage ter dekking van het budget in periodieken over aan de centrumgemeente. 6. De deelnemende gemeenten dragen er zorg voor dat de vastgestelde gemeentelijke bijdrage aan deze regeling tijdig is vastgelegd in de eigen begroting.
Artikel 14 Financiële verantwoording 1. De centrumgemeente stelt halfjaarlijks een financieel overzicht op ter verantwoording van de gemaakte kosten. Het financieel overzicht wordt in het bestuurlijk overleg besproken en uiterlijk op 1 april en op 1 oktober door het bestuurlijk overleg vastgesteld 2. Als de gemaakte kosten op jaarbasis lager zijn dan het vooraf vastgestelde budget, doet de centrumgemeente na afloop van elk kalenderjaar een voorstel voor de evenredige verrekening van het batig saldo. Als de kosten hoger zijn dan het vooraf vastgestelde budget, doet de centrumgemeente een voorstel voor de dekking van de aanvullende kosten. Kosten die niet gerelateerd zijn aan de uitvoering van de taken op grond van deze regeling worden niet verrekend. Kosten die niet in het bestuurlijk overleg zijn gemeld of niet zijn opgenomen in het budget komen ten laste van de betreffende gemeente. 3. Het budget van de regeling wordt beheerd door de financieel controller van de centrumgemeente. Deze draagt tevens zorg voor de halfjaarlijkse financiële overzichten en het controleprotocol.
7
4. De colleges stellen voorafgaand aan de inwerkingtreding van de regeling een gemeenschappelijk controleprotocol vast. 5. Elke afzonderlijke gemeente blijft gedurende de looptijd van de regeling verantwoordelijk voor de verantwoording van inkomsten en uitgaven beschermd wonen.
Artikel 15 Toetreding 1. Andere gemeenten kunnen tussentijds tot deze regeling toetreden wanneer alle colleges daarmee hebben ingestemd na verkregen toestemming van hun raden. 2. De deelnemende gemeenten bepalen in unanimiteit de rechten en verplichtingen die voor de toe te treden gemeente uit de regeling voortvloeien. 3. Als een gemeente tot de regeling wenst toe te treden, draagt deze gemeente de financiële gevolgen van deze toetreding.
Artikel 16 Wijziging 1. De colleges kunnen tussentijds aan de centrumgemeente voorstellen doen tot wijziging van deze regeling. 2. Na een positief advies van het bestuurlijk overleg over het wijzigingsvoorstel doet de centrumgemeente een daartoe strekkend voorstel aan de colleges. 3. Een wijziging van deze regeling komt tot stand wanneer alle colleges daartoe hebben besloten na verkregen toestemming van hun gemeenteraden.
Artikel 17 Uittreding 1. Een deelnemende gemeente kan tussentijds uittreden door een besluit van het college na verkregen toestemming van de raad. 2. Een deelnemende gemeente kan uitsluitend per 1 januari van een kalenderjaar uittreden. 3. Een deelnemende gemeente maakt het voornemen tot uittreding minimaal één jaar van tevoren per aangetekende brief kenbaar aan de centrumgemeente. 4. Als een deelnemende gemeente uittreedt, zal die gemeente tot het einde van de looptijd van het betreffende jaar de jaarlijkse vastgestelde gemeentelijke bijdrage, bedoeld in artikel 13, voldoen. Daarnaast betaalt de uittredende gemeente ook via een daartoe afgesproken verdeelsleutel van de opheffings- of liquidatiebijdrage de werkelijke kosten. Deze kosten worden vastgesteld in een opheffings- of liquidatieplan. 5. Onderdeel van het uittredingsbesluit is de wijze waarop de zorgcontinuïteit voor de cliënten wordt gewaarborgd door de uitgetreden gemeente. Artikel 18 Opheffing 1. Het samenwerkingsverband beschermd wonen wordt tussentijds opgeheven, wanneer de colleges van alle gemeenten dit besluiten na daartoe verkregen toestemming van hun raden. 2. Indien de regeling tussentijds wordt opgeheven of de samenwerking van rechtswege eindigt, regelt de centrumgemeente de financiële gevolgen van de opheffing of beëindiging in een opheffingsplan of een liquidatieplan. Artikel 19 Evalueren 1.
Elke vier jaar wordt een evaluatie van deze regeling opgesteld.
8
2. De evaluatie wordt geagendeerd in het ambtelijk en het bestuurlijk overleg.
Artikel 20 Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het gemeenteblad waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 21 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Gemeenschappelijk regeling beschermd wonen regio Rotterdam.
Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente…Capelle aan den IJssel in zijn vergadering d.d…. Burgemeester Secretaris
9