CConstaterende datCapelle Ad Ijssel
Koppel je AI →
Document · PDF

07.03 - bijlage 2. Concept Evaluatie Capelse Transitievisie Warmte 2022

Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer 20 januari 2026, gemeente Capelle Ad IjsselBij agendapunt: Kaders Gemeentelijke energievisie en Warmteprogramma3.513 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 2 Evaluatie Capelse Transitievisie Warmte 2022 Onderdeel van Warmteprogramma 2026

Concept December 2025 Pieter de Bruijn Afdeling Stadsontwikkeling Gemeente Capelle aan den IJssel

1

Inhoudsopgave 1. Inleiding.............................................................................................................. 3 Ambitie en uitgangssituatie................................................................................. 3 2. Voortgangsanalyse acties................................................................................... 3 Extra gebiedsaanpak Bermweg........................................................................6 3. Resultaten ten opzichte van de ambities............................................................7 4. Belemmeringen en succesfactoren....................................................................8 Gemeentelijke organisatie................................................................................. 10 Samenwerking in de regio................................................................................. 10 Energiecrisis...................................................................................................... 11

2

1. Inleiding In maart 2022 heeft de gemeenteraad van Capelle aan den IJssel de Transitievisie Warmte (TVW) vastgesteld. Hierin staat hoe Capelle geleidelijk alle gebouwen van het aardgas wil afhalen uiterlijk in 2050, met een tussendoel om in 2030 45% van de gebouwen aardgasvrij te hebben. Dit beleidsdocument evalueert de uitvoering van de TVW over de periode 2022 t/m 2025, met nadruk op de actiepunten uit Hoofdstuk 6 van de TVW (de uitvoeringsagenda). We analyseren per actiepunt de voortgang richting de doelen en beoordelen of de resultaten aansluiten bij de ambities. Hierbij baseren we ons op de Monitor Duurzaamheid 2023 en 2024 van Capelle, aangevuld met informatie uit de TVW zelf, het Programma Duurzaamheid 2023–2026 en actuele data zoals van de Klimaatmonitor en het CBS.

Ambitie en uitgangssituatie Zoals afgesproken in het landelijk klimaatakkoord is ook de doelstelling van Capelle aan den IJssel om in 2050 in heel de gemeente aardgasvrij te verwarmen en koken. In het duurzaamheidsprogramma is een tussendoel van 45% aardgasvrij in 2030 opgenomen. Dit ligt in lijn met de landelijke klimaatdoelstellingen en het Klimaatakkoord. Eind 2024 telde Capelle ongeveer 31.894 woningen, waarvan ruwweg twee derde met een aardgasgestookte cvketel wordt verwarmd en een-derde via andere warmtebronnen zoals stadsverwarming of (hybride) warmtepompen. Deze situatie is deels te danken aan bestaande stadsverwarmingsnetten in wijken als Schollevaar, Fascinatio en de Hoofdweg. Ook zien we dat steeds meer Capellenaren individueel overstappen naar aardgasvrij. Nieuwe woningen worden sinds 2018 bovendien standaard zonder gasaansluiting opgeleverd. Toch is de opgave groot: om van ongeveer 33% aardgasvrije gebouwen in 2024 naar 45% in 2030 te groeien, moet de transitie de komende jaren versnellen. In de TVW is daarom een reeks acties en pilots opgenomen. In deze evaluatie kijken we of de uitvoering van die actiepunten op schema ligt en welke resultaten of knelpunten zichtbaar zijn.

In het vervolg van dit document bespreken we achtereenvolgens:  de voortgang op de belangrijkste actiepunten (hoofdstuk 6 TVW) en de mate waarin deze bijdragen aan de 45%-doelstelling (hoofdstuk 2)  de belemmeringen en succesfactoren die de uitvoering beïnvloed hebben (hoofdstuk 3)

2. Voortgangsanalyse acties In dit hoofdstuk analyseren we de voortgang van de voornaamste acties uit de TVW-uitvoeringsagenda (2022–2024). Het gaat onder meer om de gebiedsverkenningen, de pilot inductie koken en het stimuleren van hybride warmtepompen. We toetsen per actie of er vooruitgang is geboekt en in hoeverre de (tussen)resultaten aansluiten op de ambitie van 45% aardgasvrij in 2030.

3

Gebiedsverkenningen aardgasvrij In de TVW zijn vier gebieden aangewezen voor een wijkgerichte verkenning naar aardgasvrij: Florabuurt & omgeving, ’s-Gravenweg West, Capelle XL en Rivium. Deze verkenningen vormen de eerste stap richting wijkuitvoeringsplannen. De uitvoering verloopt als volgt:

’s-Gravenweg West Deze verkenning startte eind 2022 en is in 2024 afgerond en vastgesteld. Een technisch-economische analyse liet zien dat een individuele warmteoplossing (allelectric warmtepomp) hier het meest logisch is; een collectieve warmteoptie is vanwege de verspreide bebouwing niet haalbaar. Positief is dat uit de doorrekening blijkt dat bewoners in de meeste gevallen woonlastenneutraal kunnen overstappen op een aardgasvrije oplossing, soms zelfs met lagere lasten. Wel vergt de aanschaf van een warmtepomp een flinke investering voor bewoners zelf. 4

In een enquête gaf een meerderheid van de bewoners aan zelfstandig aan de slag te willen met verduurzaming, zonder directe begeleiding van de gemeente. De gemeente heeft de uitkomsten gedeeld en faciliteert waar nodig, maar de regie ligt primair bij de woningeigenaren. In 2024 is besloten om een gezamenlijk uitvoeringsplan (UP) op te stellen voor zowel ’s-Gravenweg West als de Bermweg. Dit UP vormt de vervolgstap na de verkenningen en moet uitwerken hoe de warmtetransitie in deze buurten verder concreet wordt vormgegeven. De uitvoering is daarmee nog in voorbereiding.

Capelle XL (bedrijventerrein) Deze verkenning, eveneens eind 2022 gestart, is in 2024 opgeleverd. In delen van Capelle XL is al stadsverwarming aanwezig, maar uitbreiding daarvan stuit op beperkingen. De analyse wees uit dat voor de nog op aardgasgestookte bedrijfsgebouwen een individuele oplossing (warmtepomp) het meest voor de hand ligt; uitbreiding van het bestaande warmtenet is technisch niet mogelijk vanwege capaciteitsgebrek. Het advies is om eerst in te zetten op het isoleren van panden (label A) en daarna te kijken naar alternatieve warmteopties. De gebouweigenaren zullen hier primair zelf stappen in moeten zetten, met de gemeente in een stimulerende en faciliterende rol. Dit betekent dat het tempo van de transitie op Capelle XL afhankelijk is van de investeringsbereidheid van individuele bedrijven.

Florabuurt & omgeving Deze verkenning (samen met Rotterdam en woningcorporaties Woonstad Rotterdam en Havensteder) onderzoekt de uitbreiding van het stadsverwarmingsnet naar Capelle voor de buurten Florabuurt, Akker/Haagwinde, Bloemen- en Molenbuurt. Uit voorlopige bevindingen bleek een warmtenet technisch en ruimtelijk mogelijk, en in 2022 is een aanbesteding opgestart om inzicht te krijgen in de kosten van een aansluiting. Hierin was Eneco de enig geïnteresseerde partij en was het aansluiten op het bestaande Eneconet een mogelijkheid. Begin 2023 is die aanbesteding “on hold” gezet in afwachting van duidelijkheid over de net aangekondigde nieuwe Wet collectieve warmtevoorziening (Wcw). Deze wet betekent een ingrijpende wijziging in rollen en kaders voor warmtenetten, met name ten aanzien van een publiek meerderheid in de warmtebedrijven. Zolang de definitieve wetgeving en bijbehorende financieringsmogelijkheden onduidelijk zijn, achtte de gemeenten en woningcorporaties het verstandig geen onomkeerbare stappen te zetten. Eind 2024 was er nog geen uitsluitsel over de Wcw, waardoor de haalbaarheidsstudie Florabuurt nog niet kon worden afgerond. Penvoerder gemeente Rotterdam heeft in het voorjaar van 2025 de aanbesteding definitief stopgezet, vanwege een te geringe basis om met Eneco goede afspraken te maken.

Havensteder heeft woningen in Florabuurt al reeds aardgasvrij ready gemaakt en vanwege de planning en financiering lijkt een doorstart niet reëel. Het stoppen van deze gebiedsaanpak is een punt van zorg, omdat juist in deze buurt veel winst te boeken is en de Florabuurt uitermate geschikt voor een warmtenet.

Rivium Dit kantoren- en industriegebied ondergaat een transformatie naar een gemengde stadswijk met ongeveer 5.500 nieuwe woningen. Alle nieuwbouw 5

wordt aardgasvrij opgeleverd. De vraag is hoe zowel nieuwbouw als bestaande bouw in Rivium duurzaam verwarmd kunnen worden. De verkenning (2022–2024) inventariseerde meerdere bronnen: acquathermie, aansluiting op het bestaande stadswarmtenet (mits extra broncapaciteit beschikbaar komt) of bodemenergie (WKO). Een optie is om alleen WKO te gebruiken voor zowel nieuwbouw als bestaande bouw. De gemeente heeft hier vooralsnog een faciliterende rol: de initiatiefnemers (projectontwikkelaars) moeten zelf zorgen voor een duurzame warmtevoorziening voor de nieuwe wijk. Capelle wacht af welke oplossing zij aandragen en ondersteunt dit proces waar mogelijk. Wel bereidt de gemeente zich voor op de komst van de Wcw, die waarschijnlijk nieuwe eisen stelt aan de warmteleverancier (zoals meerderheid publiek eigendom) en de rol van de gemeente versterkt. In 2025 zal Capelle verkennen wat de Wcw concreet betekent voor het Rivium-project en of bijvoorbeeld participatie in een warmtebedrijf nodig is. Samengevat: in Rivium wordt vooruitgang geboekt (warmteopties in beeld, nieuwe woningen gasloos in aanbouw), maar de daadwerkelijke uitvoering hangt sterk af van marktinitiatieven en toekomstige wetgeving.

Extra gebiedsaanpak Bermweg Naast de vier oorspronkelijk gebieden is in het najaar van 2024 een vijfde verkenning gestart: de Bermweg en omgeving. Op basis van de inzichten uit de verkenning in ’s-Gravenweg West besloot de gemeenteraad in maart 2024 om ook deze aangrenzende wijk te onderzoeken. Net als in ’s-Gravenweg West gaat het om een buurt met verspreide bebouwing, waar vermoedelijk vooral individuele oplossingen nodig zijn, zoals hybride of all-electric warmtepompen. De verkenning in de Bermweg startte als zelfstandig traject, maar is later samengevoegd met ’s-Gravenweg West. De uitkomsten worden samen meegenomen in één uitvoeringsplan, waarin de verdere aanpak voor beide buurten wordt uitgewerkt. Vanaf de start is veel aandacht besteed aan bewonersparticipatie: er is een bewonersavond georganiseerd en een enquête uitgezet om de wensen en zorgen van bewoners mee te nemen in de analyse. De ervaringen uit de eerder uitgevoerde verkenning in ’s-Gravenweg West worden actief toegepast in de Bermweg.

Pilot inductiekoken Florabuurt Een specifiek actiepunt in de TVW is het afronden van de pilot inductiekoken in de Florabuurt (portiekflats). Deze pilot, gestart in 2022, heeft als doel ongeveer 50 huishoudens te laten overstappen van koken op gas naar koken op inductie – en daarmee de gasaansluiting in huis te verwijderen. Dit is relevant omdat in deze flats koken de enige reden is dat er nog aardgas de woning in komt; verwarming gebeurt via een centrale ketel. Als het koken elektrisch wordt, zijn de woningen individueel aardgasvrij(ready). De voortgang van de pilot is echter vertraagd. Tijdens de uitvoering zijn knelpunten geconstateerd in het stroomnet binnen de gebouwen: de elektrische infrastructuur in de oude flats bleek niet toereikend om massaal op inductie over te stappen. In 2023 is in samenwerking met de netbeheerder en de betrokken VvE’s onderzocht hoe dit op te lossen is. Dit technische obstakel, een vorm van 6

interne netcongestie, zorgde ervoor dat de pilot eind 2024 nog niet volledig was afgerond. In 2025 is de pilot alsnog gestart. Deze willen we in 2026 afsluiten en daarna evalueren.

Stimuleren van hybride warmtepompen Een andere actie uit de TVW is het stimuleren van hybride warmtepompen als tussenstap naar aardgasvrij. Landelijk was gepland om per 2026 een verplichting in te voeren waarbij bij vervanging van een cv-ketel een (hybride) warmtepomp geplaatst moet worden. Capelle heeft hierop geanticipeerd en in 2023 voorbereidingen getroffen. In oktober 2023 is op verzoek van de gemeenteraad een brede publiekscampagne gestart: “Capelle aardgasvrij”. Onderdeel hiervan is een online wijktool via het Regionaal Energieloket, waarmee inwoners per postcode kunnen zien welk aardgasvrij alternatief in hun buurt wordt verwacht en welke stappen ze nu al kunnen zetten. De campagne kreeg een eigen webpagina en werd verder verspreid via buitenreclame, lokale media, folders, (sociale) media en bewonersbrieven. Deze communicatie-inspanningen zijn bedoeld om inwoners voor te bereiden op de warmtetransitie en specifiek op hybride warmtepompen als logische stap in sommige wijken. In 2023 en 2024 is vooral vooruitgang geboekt in termen van bewustwording en kennisdeling. Ook is de daadwerkelijke plaatsing van hybride warmtepompen op gang gekomen, mede dankzij nationale subsidies en de hoge gasprijzen in 2022 en 2023. Sinds 2019 zijn enkele honderden woningen in Capelle overgestapt op (hybride) warmtepompen.

Toch moeten we constateren dat de verwachte versnelling vanaf 2026 uitblijft. Eind 2024 besloot de Rijksoverheid de voorgenomen verplichting uit te stellen. Het wordt toch niet wettelijk verplicht om per 2026 bij ketelvervanging een warmtepomp te installeren. Bovendien is de subsidie op warmtepompen verlaagd. Deze ontwikkelingen temperen de groeiverwachting: waar Capelle eerder hoopte op een snelle opschaling van hybride warmtepompen na 2025, is nu de verwachting dat de adoptie minder hard zal stijgen dan gehoopt.

3. Resultaten ten opzichte van de ambities De balans tot eind 2024 geeft een gemengd beeld. Positief is dat sinds 2019 een gestage groei zichtbaar is in het aantal woningen dat van het aardgas is gehaald. In totaal zijn inmiddels ruim 684 bestaande woningen volledig aardgasvrij gemaakt, waarvan 230 alleen al in 2024. Ook het totale aardgasverbruik in Capelle is flink gedaald. In 2024 werd er ongeveer 25% minder gas verbruikt dan in 2019, wat neerkomt op een besparing van circa 8,4 miljoen kubieke meter. Deze afname komt deels doordat woningen zijn overgestapt op andere warmtebronnen, maar vooral ook door energiebesparende maatregelen onder bewoners. Denk aan gedragsveranderingen, woningisolatie en overstap op elektrisch koken. Dit zijn grotendeels structurele effecten. Toch blijft Capelle achter op het geplande traject richting 45% aardgasvrije gebouwen in 2030. In 2024 ligt het aandeel aardgasvrije gebouwen rond de 33%, wat betekent dat het tempo omhoog moet om de doelstelling te halen. De 7

verwachting is dat dit zonder aanvullende maatregelen of landelijke versnellers niet vanzelf gaat. Een belangrijke oorzaak is het uitblijven van nieuwe collectieve warmtesystemen, zoals warmtenetten, waardoor een deel van de geplande groei niet gerealiseerd wordt. Samenvattend: de voorbereidingen zijn goed op gang gekomen met gebiedsverkenningen, pilots en publiekscommunicatie, maar de daadwerkelijke opschaling in het aantal aardgasvrije gebouwen blijft een uitdaging. In de volgende hoofdstukken wordt ingegaan op de oorzaken hiervan en de lessen die hieruit getrokken kunnen worden voor de toekomst.

4. Belemmeringen en succesfactoren De uitvoering van de warmtetransitie in Capelle tussen 2022 en 2025 werd beïnvloed door diverse succesfactoren én knelpunten. Hieronder worden de belangrijkste punten benoemd, gegroepeerd per thema.

Participatie en draagvlak De rol van inwoners, VvE’s en andere lokale stakeholders is cruciaal gebleken. Een succesfactor is dat in sommige wijken bewoners gemotiveerd zijn om zelf stappen te zetten. Zo bleek in ’s-Gravenweg West dat veel bewoners bereid zijn om eigen investeringen te doen en liever op eigen initiatief verduurzamen. Dit bespaart de gemeente tijd en energie en vergroot het draagvlak. Ook de samenwerking met woningcorporatie Havensteder verloopt constructief – bijvoorbeeld in de Florabuurt, waar de corporatie actief onderdeel uitmaakt van de verkenning naar aardgasvrij. Tegelijkertijd zijn er ook aandachtspunten: bij ingrijpende projecten, zoals de aanleg van een warmtenet, is vroegtijdige bewonersbetrokkenheid essentieel om zorgen weg te nemen. In Capelle is dat onderkend via enquêtes en informatieavonden, maar het blijft een doorlopende opgave om de communicatie helder te houden en bewoners goed mee te nemen in het proces. Het is ook een risico om bewoners te vroeg te betrekken in een project, zonder zicht op het eindresultaat. Zo zijn bewoners in de Florabuurt e.o. gevraagd mee te denken in het traject richting een warmtenet, maar blijkt een warmtenet nu toch niet haalbaar te zijn. De communicatie heeft met het project enkele jaren stilgelegen. Dit heeft voor onnodige zorgen en onduidelijkheid gezorgd.

Continuïteit in de communicatie is essentieel om draagvlak te behouden. De start van de communicatiecampagne Aardgasvrij in 2023 is hierin een belangrijke stap geweest. Kortom, participatie werkt als succesfactor wanneer bewoners zich eigenaar voelen van de transitie, maar een gebrek aan goede informatie of inspraak kan een belemmering vormen.

Financiering en betaalbaarheid Een grote belemmering is het financiële vraagstuk. De transitie naar aardgasvrije alternatieven vergt hoge investeringen, zoals voor warmtepompen, isolatie en nieuwe infrastructuur. Capelle hanteert het principe van woonlastenneutraliteit: de overstap mag voor de gemiddelde inwoner niet leiden tot hogere lasten. In de praktijk blijkt het zonder aanvullende middelen echter lastig om dit uitgangspunt waar te maken. 8

Tot nu toe is er onvoldoende aanvullende financiering beschikbaar gesteld vanuit het Rijk om bijvoorbeeld grootschalige warmtenetprojecten betaalbaar te maken. Hierdoor worden projecten zoals het warmtenet in de Florabuurt uitgesteld in afwachting van subsidies of fondsen. Ook particuliere woningeigenaren aarzelen om te investeren wanneer de terugverdientijd onzeker is. Positief is dat er enkele financiële instrumenten zijn ingezet: de landelijke ISDEsubsidie en lokale regelingen zoals het Capels Isolatieprogramma en de Regeling Energiearmoede ondersteunen huishoudens bij isolatie en duurzame apparaten. Ook heeft de gemeente extra middelen ingezet voor advies en kleine bespaarmaatregelen, met name gericht op kwetsbare groepen. Desondanks blijft gebrekkige financiering een van de grootste remmende factoren. Succesfactoren liggen hier vooral in samenwerking: door samen op te trekken met de regio en woningcorporaties kan Capelle aanspraak maken op fondsen of kosten delen. Samenvattend: zonder voldoende middelen van het Rijk voor betaalbaarheid, én zonder juridische borging, stokt de uitvoering van de warmtetransitie.

Technische haalbaarheid en infrastructuur De energietransitie raakt ook aan technische beperkingen. In Capelle zijn er duidelijke voorbeelden van technische belemmeringen aan zowel het elektriciteitsnet en het huidige warmtenet. Een van de belangrijkste knelpunten is de capaciteit van het elektriciteitsnet. Zo moest de pilot inductiekoken tijdelijk worden stilgelegd vanwege overbelasting van de interne elektrische netwerken van de betrokken flats. Dit benadrukt dat het stroomnet – zowel binnen gebouwen als in de wijk – verzwaard moet worden om massale elektrificatie, zoals warmtepompen en inductiekoken, mogelijk te maken. Ook op regionaal niveau speelt netcongestie een rol: de netbeheerder kampt met beperkte capaciteit, waardoor nieuwe aansluitingen of verzwaringen vertraging oplopen. Het is essentieel om in het Warmteprogramma op te trekken met Stedin om de planning van elektra-netverzwaringen af te stemmen op verwachte stijging van laadpalen, warmtepompen en elektrisch koken. En zodoende vroegtijdig te anticiperen op knelpunten. Daarnaast zijn er beperkingen binnen de warmte-infrastructuur. Zo heeft het bestaande stadswarmtenet beperkte beschikbare broncapaciteit, wat het uitbreiden van het netwerk bemoeilijkt. In Capelle XL werd dit concreet zichtbaar: hoewel leidingen aanwezig zijn, kon de capaciteit niet zomaar worden opgeschaald voor nieuwe bedrijven.

Naast de broncapaciteit is ook de bestaande infrastructuur beperkend voor veel aansluitingen, vanwege de dimensionering van de bestaande leidingen en het druk in het systeem voor nieuwe aansluitingen. Tegelijkertijd is technische haalbaarheid ook een succesfactor. De afgelopen jaren zijn technologische verbeteringen doorgevoerd, zoals stillere en efficiëntere warmtepompen en nieuwe isolatiematerialen. In veel gevallen zijn er dus al geschikte alternatieven voor aardgas beschikbaar. Ook de bereidheid tot innovatie onder partners is een pluspunt. De netbeheerder denkt actief mee over oplossingen, energieleveranciers investeren in verduurzaming van het warmtenet met als doel volledige duurzaamheid in 2035, en bedrijven zoeken zelfstandig naar alternatieven. Toch wegen de technische knelpunten in deze fase zwaar: zonder upgrades van de infrastructuur – zowel elektrisch als thermisch – komt de transitie onvoldoende op gang. 9

Wet- en regelgeving Het beleidskader vanuit het Rijk heeft een grote invloed gehad, zowel stimulerend als remmend. Aan de positieve kant biedt nationale wetgeving zoals de Gaswet (aardgasvrije nieuwbouw sinds 2018) een duidelijke lijn, en de voorgenomen hybride warmtepomp-verplichting per 2026 had kunnen versnellen. Maar in de praktijk hebben vertragingen en onzekerheden in regelgeving een remmend effect gehad. Het meest opvallend is de vertraging rond de Wet collectieve warmtevoorziening (Wcw). Deze nieuwe warmtewet, die pas in 2026–2027 wordt verwacht, is cruciaal voor het opzetten van warmtenetten (rollen van gemeente, tariefregulering, concessies). In afwachting van de Wcw durven energiebedrijven geen grote nieuwe warmtenetprojecten te starten, met name vanwege de aankondiging van een verplicht publieke meerderheid in warmtebedrijven. In Capelle is dat precies gebeurd bij de Florabuurt: de aanbesteding werd gepauzeerd totdat de Wcw duidelijkheid geeft. Dit uitstel heeft direct geleid tot vertraging in de transitie ter plaatse. Ook de landelijke besluiteloosheid over financiering (wie betaalt de onrendabele top) hangt hiermee samen. Een ander voorbeeld van impact van Rijksbeleid: de geplande verplichting voor hybride warmtepompen is eind 2024 uitgesteld of afgezwakt, waardoor een verwachte prikkel voor woningeigenaren wegviel.

Wel gaat de Wet gemeentelijke instrumenten warmte per 1 januari 2026 van kracht, waarbij de gemeente een aanwijsbevoegdheid krijgt en een buurt op termijn kan afsluiten van het bestaande aardgasnet. Kortom, onvoldoende of laattijdige wet- en regelgeving heeft als belemmering gewerkt. De hoop is gevestigd op spoedige invoering van de Wcw en aanvullende maatregelen, zodat de gemeente meer zekerheden heeft bij het uitvoeren van haar Warmteprogramma. Het is wel aan te bevelen om nu al de contouren te verkennen van een regionaal warmtebedrijf of publiek-private samenwerking, vooruitlopende op de invoering van de Wcw. Binnen de energieregio Rotterdam Den Haag wordt er ook gewerkt aan dergelijke onderzoeken. Daarnaast is het handig om aan te sluiten bij gemeente Rotterdam om zo schaalvoordelen te behalen en expertise te delen.

Gemeentelijke organisatie Organisatorische capaciteit binnen de gemeentelijke organisatie is eveneens relevant: het opstellen van verkenningen, begeleiden van bewoners en coördineren van projecten vergt menskracht en expertise. De uitvoering van de TVW heeft de afgelopen twee jaar geleerd dat er voldoende inzet en kennis moet zijn intern; dit is gelukkig deels geborgd via het Programma Duurzaamheid 2023– 2026 (waar de warmtetransitie één van de pijlers is). Toch blijft de uitvoeringscapaciteit een aandachtspunt als meerdere wijktrajecten parallel gaan lopen.

Samenwerking in de regio Samenwerking in de regio is een factor die zowel belemmerend als bevorderend kan werken. Regionale samenwerking is nodig om het Rijk te overtuigen van randvoorwaarden – zo heeft de energieregio Rotterdam-Den Haag eind 2024 10

gezamenlijk aandacht gevraagd van het kabinet om de warmtetransitie te versnellen. Een bedreiging is echter dat Capelle als middelgrote gemeente niet alle besluitvorming zelf in de hand heeft; men is afhankelijk van regionale en nationale partners. Vanwege deze reden is Capelle aan den IJssel actief binnen de regionale samenwerking. Binnen de energieregio is Capelle aangesloten bij een sub cluster van Vlaardingen, Schiedam, Rotterdam, Krimpen en ambtelijk ook Albrandswaard. Speerpunt hierin is samenwerken aan een optimaal warmtesysteem, waarin het bestaande Eneconet en Leiding over Noord een belangrijke rol in spelen. Capelle ligt aan het einde van de leiding, waardoor de energielevering van restwarmte uit de haven afhankelijk is van het gebruik in andere gemeenten. Samenwerking in de regio is daarmee cruciaal voor het slagen van de warmtetransitie in Capelle. Gemeente Rotterdam heeft veel ambtelijke capaciteit om zich te verdiepen in de warmtetransitie, aankomende wetgeving en benodigde slagkracht in gebiedsaanpakken. De Florabuurt-case toont dat samenwerken met buurgemeenten en corporaties kennis en schaalvoordelen oplevert. Echt waren wij hierin volgend op de penvoerder gemeente Rotterdam, waardoor minder sturing mogelijk was vanuit Capelle.

Energiecrisis Tenslotte speelt de energiecrisis (2022) een dubbele rol: hoge gasprijzen hebben bewoners aangezet tot besparen en versneld isoleren (positief effect), maar ze hebben ook geleid tot onzekerheid en terughoudendheid bij investeringen wegens fluctuerende terugverdientijden.

11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16469974/2