CConstaterende datCapelle Ad Ijssel
Koppel je AI →
Document · PDF

07.03 - Bijlage 1 - Beeldkwaliteitsplan IJsselpark

Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer 18 oktober 2022, gemeente Capelle Ad IjsselBij agendapunt: Beeldkwaliteitsplan IJsselpark3.900 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

BKP IJSSELPARK 01 december 2020

1.

Inleiding

Het beeldkwaliteitsplan (BKP) is essentieel voor de esthetische waarborging van het plangebied. In het beeldkwaliteit worden kaders gesteld waaraan ruimtelijk getoetst kan worden. Dit wordt gebruikt bij de realisatie van het plan, maar ook bij toekomstige veranderingen. dit document dient als leidraad te worden aangehouden. Doel van het BKP is tweeledig: De gemeente laat het vaststellen zodat er voor de toekomst een toetsingskader is waarbinnen nieuwe aanvragen moeten passen en het is nodig als gezamenlijk kader waarbinnen de planuitwerking wordt gedaan, zodat er uiteindelijk een omgevingsvergunning kan worden afgegeven. Het maken van dit BKP is tevens onderdeel van het participatieproces.

2

2.

De uitnodiging

Met het gebiedspaspoort s’Gravenweteringpark als leidraad heeft ontwikkelaar Bemog de tenderinzending voor deze gebeidsontwikkeling toegekend gekregen. Met het maken van dit beeldkwaliteitsdocument wordt gewaarborgd dat de ontwerpvisie en de gebiedsvisie in stand worden gehouden. Het BKP geeft inzicht in de thema’s die zijn voorgeschreven om een kwalitatief hoogwaardig plan te gaan realiseren. De thema’s die worden benoemd zijn: Klimaat; Groen; Wonen; Welzijn; Infrastructuur.

3

2.1 Stedenbouwkundige opzet De stedenbouwkundige opzet bestaat uit 3 deelgebieden. Deze deelgebieden zijn onder te verdelen in: 1. Wonen aan de Kanaalweg; 2. Dorps wonen; 3. Landschappelijk wonen. 1: Aan de Kanaalweg sluit de bebouwing aan in de huidige structuur en korrelgrootte* . De woningen staan iets terug van de huidige rooilijn om een Delftse stoep te kunnen realiseren. 2: De woningen verspringen in rooilijn om een speels karakter te geven. De centrale as verbind deze woningen en komt uit op het woonerf. De korrelgrootte van de woningen past bij een intieme sfeer en maakt de basis voor het woonerf. 3: In het landschappelijke deel zijn de woningen verspreid op de kavel geplaatst. Er is geen vaste rooilijn waardoor verspringing in gevelbeeld zichtbaar wordt. De woningen zijn vrijstaand of tweekaps. Dit versterkt het open en landschappelijke beeld van het slagenlandschap.

* schaal van bebouwing

1. WOONMILIEUS

3 2 1

4

2.2 Landschappelijk raamwerk Dorps wonen: Het dorps wonen wordt benadrukt door het feit dat de voorkanten van de woning naar het woonerf zijn gesitueerd. Woningen hebben een kleine voortuin (met haag) of Delftse stoep. Landschappelijk wonen: Het slagenlandschap is één van de uitgangspunten geweest voor het ontwerp. Dit betekent dat sloten en langwerpige ‘open’ kavels het karakter van de plek benadrukken. Het water is goed zichtbaar en oevers hebben een open karakter met her en der een boom/ struik. De kavels staan bijna letterlijk met de voeten in het water omdat het maaiveld nagenoeg aansluit bij het waterpeil. Openbaar gebied + buitenruimte: Het openbaar gebied geeft het gevoel alsof je een buitenplaats betreed. Een lange as met daaraan bomen gesitueerd in een speels ritme. De beplanting heeft een verzorgde uitstraling. Het gras onder de bomen oogt natuurlijk en past hij bij de landschappelijke uitstraling.

De hoogwaardige verharding sluit aan bij de regelgeving vanuit de HIOR. De rijloper met het dorpse karakter wordt uitgevoerd in een klinkerverharding in verschillende legverbanden om functies te onderscheiden. In het landschappelijke deel wordt de rijloper gevormd passend bij de sfeer van het gebied. Denk bijvoorbeeld aan asfalt met een afstrooilaag. Langs deze weg zit een strook grastegels. Optisch gezien oogt het wegprofiel dus smaller, maar effectief heeft de weg een breedte van 5 meter. Vanuit de duurzaamheidsgedachte wordt het regenwater over het maaiveld afgevoerd. Het water zal afstromen naar openbare groenvakken of de omringende sloten. De overgang openbaar/privé heeft te allen tijde en groene uitstraling. Voortuinen zijn voorzien van hagen. Waar nodig wordt de haag onderbroken voor een inrit of pad richting de woning.

1. VERBINDING

BOS

NATUUR

ENTREE HART

NATUUR

BOS

5

2.3. Architectonisch raamwerk

Wonen aan de Kanaalweg: Het appartementgebouw langs de Kanaalweg is ruimtelijk gepositioneerd en werkt als visitekaartje voor het gebied. De architectuur laat een compositie van volumes zien met subtiele onderlinge hoogteverschillen om dat te benadrukken. De uitwerking is sculpturaal, materialen lopen door vanaf de gevel naar de lange dakvlakken. Door de vrije ruimte rondom, komt het gebouw los van zijn omgeving en opent vanaf de Kanaalweg ook de blik richting plangebied. Om zichtlijnen en vergroening te behouden zijn de parkeerplaatsen opgelost onder het gebouw, halfverdiept. De rijwoningen aan de Kanaalweg sluiten aan op de stedenbouwkundige morfologie van de Kanaalweg: eenvoudige langskappen die worden afgesloten of onderbroken door een dwarskap met hoogteaccent. Dit thema is doorgezet en tot een integrale partiture gemaakt, waarbij het hoogteaccent een referentie heeft naar de sculpturaliteit van het binnengebied. De vorm is daarnaast zodanig bepaald dat deze de hoek met entree richting binnenplein begeleiding geeft.

Dorps wonen: De bebouwing rond het plein bestaat uit geschakelde woningen die door hun landschappelijke inpassing een bijzondere kwaliteit krijgen. De eerste 3 blokken van elk drie woningen hebben elk een accent dat een verbinding zoekt met het landschappelijke achtergebied. Herkenbare entrees in voortuinen en goothoogtes zijn optisch laag gehouden voor een dorpse en landschappelijke herkenbaarheid. De woningen op de kop van het binnenplein hebben een dorpse voorzijde en liggen met de achterkant langs de waterrand. De doorlopende lage goothoogtes aan de achterzijde verbinden de blokken onderling en gaan een relatie aan met de vrijstaande woningen en tweekappers.

BEELDKWALITEIT & WOONSFEREN

Rijwoningen aan het plein

Vrijstaande woningen

Tweekappers

Appartementen

Rijwoning Kanaalweg

wonen aan het plein wonen in de zoom wonen langs de Kanaalweg

6

42

Landschappelijk wonen: De vrijstaande woningen bevinden zich middenin het slagenlandschap; ze zijn vrij gepositioneerd waarbij de kavels worden begrensd door de watergangen. Het landschap blijft dus zichtbaar en de woningen zijn te gast. De woningen hebben een alzijdige orientatie. Kenmerkend is de kapvorm: laag aangesneden vanaf de verdieping of iets daarboven, met een lang scherp dakvlak. Doordat gevel en dak dezelfde materialisatie bevatten, ontstaan in combinatie met een strakke detaillering, sculpturale volumes in het landschap. De woningen zijn te onderscheiden in twee types; de longhouse en de stolp. Bij het ene type refereren we naar de langsgevelboerderij, hetgeen resulteert in de archetype daken met grote puien. Het andere type is juist een moderne bewerking van de stolpboerderij met een alzijdig oplopend dakvlak met een lage goot.

De tweekappers hebben zowel qua uiterlijk als plattegrond een sterke relatie met de vrijstaande woningen. Ook de variatie in types is hier weer aangebracht op basis van dezelfde langgevel en stolp/sculpturale referentie. De langgevelvariant wordt in dit geval in één lijn gekoppeld, waardoor beide woningen visueel een geheel vormen. In de koppeling van de sculpturale variant is daarentegen juist een kleine sprong aangebracht, waardoor de volumes ten opzichte van elkaar loskomen en het schaalniveau beperkt blijft. Ook in de materialisatie worden in dit type beide woningen van elkaar onderscheiden.

7

3.1 Toetsing landschappelijk raamwerk (openbare ruimte/ buitenruimte)

Watergangen • Watergangen zijn ingeplant, maar hebben een open karakter. Her en daar staat er een knotwilg of kleine heester in om het beeld aantrekkelijker te maken. • De sloten zijn altijd goed zichtbaar vanaf het openbare gebied. • De watergangen tussen de kavels (west/ oost) hebben een standaard maatvoering van 2,40 meter • De watergangen grenzend aan de kavels van de s ’Gravenweg hebben een minimale afmeting van 4 meter • Oevertaluds hebben een minimale breedte van 3 meter, tenzij niet anders mogelijk. Natuurzoom • Het gras oogt natuurlijk. • Toegepaste beplanting is zo veel mogelijk inheems en passend bij een dorpse dan wel landschappelijke sfeer. • Bomen en struiken zijn verzorgd en veilig. Dode, beschadigde of onveilige exemplaren worden verwijderd en herplant zal plaatsvinden. Infrastructuur en parkeren • Er wordt gebruik gemaakt van een hoogwaardige betonklinkerverharding voor de rijlopers in het dorpse gebied en bij de aansluiting op de Kanaalweg. Zoals beschreven in de HIOR. • De rijlopers in het landschappelijke deel zijn passend bij het landschapstype. Bijvoorbeeld: asfalt met een slijt/afstrooilaag. • Parkeren langs de centrale as en in het landschappelijke deel wordt uitgevoerd d.m.v. grasparkeertegels. • Parkeerplaatsen worden voorzien van een ‘P-tegel’ (HIOR). • Bij informele (wandel)routing wordt gekozen voor een gestabiliseerde halfverharding.

Dit is een gebonden halfverharding met veel stevigheid en is rolstoeltoegankelijk.

8

Spelen • In het gebied wordt voorzien in natuurlijk spelen. Dit houdt in dat er geen gebruik zal worden gemaakt van speeltoestellen. Wel zullen er speelaanleidingen zijn zoals zwerfkeien, boomstammen, hoogteverschillen en ondiepe waterpartijen. Afwatering • In het gebied wordt oppervlakkig afgevoerd. Dit houdt in dat al het regenwater wordt opgevangen in aanwezige groenvoorzieningen voor vertraagde afvoer of naar de omringende sloten. Kunstwerken • Bruggen worden uitgevoerd in hoogwaardig beton, passend bij de omgeving. • Waterlijn moet zichtbaar blijven. Verlichting • Er worden standaard armaturen uit het assoriment van de gemeente toegepast langs de hoofdwegen. Afvalinzameling • In het openbaar gebied zullen parkeervakken tijdelijk worden ingezet voor het positioneren van afvalbakken. • Bij het appartementencomplex wordt voorzien in ondergrondse containers conform standaard gemeente Capelle aan den IJssel.

Watergangen zijn ingeplant, maar hebben een open karakter. Her en daar staat er een knotwilg of kleine heester in om het beeld aantrekkelijker te maken.

Parkeren langs de centrale as en in het landschappelijke deel wordt uitgevoerd d.m.v. grasparkeertegels.

Het gras oogt natuurlijk.

In het gebied wordt voorzien in natuurlijk spelen. Dit houdt in dat er speelaanleidingen zijn zoals zwerfkeien, boomstammen, hoogteverschillen en ondiepe waterpartijen zijn.

Er wordt gebruik gemaakt van een hoogwaardige betonklinkerverharding voor de rijlopers in het dorpse gebied en bij de aansluiting op de Kanaalweg.

Voorbeeld van een brug in hoog sterkte beton die qua uitstraling en materiaal in de omgeving zou passen.

De rijlopers in het landschappelijke deel zijn passend bij het landschapstype. Bijvoorbeeld: asfalt met een slijtlaag.

In het openbaargebied zullen parkeervakken eens per week worden ingezet voor het positioneren van afvalbakken. Dit wordt aangeduid met een tegel.

9

3.2 Toetsing ‘Wonen aan de Kanaalweg’

Appartementen

Sfeer Door de prominente plek van de appartementen is het blok een visitekaartje naar de rest van het plan. Er is een duidelijke architectonische relatie met de stolpwoningen in het achtergebied in onder andere vormentaal en materialisatie. Het bouwblok staat niet direct aan de straat maar op een afstand waardoor het eigentijdse blok als een sculpturaal object in het landschap staat.

Massa en vorm • Het appartementengebouw bestaat uit 3 geschakelde volumes met elk een andere hoogte en kleur zodat deze visueel los van elkaar komen. • De zijgevels van de volumes hebben een schuine gevel. Deze knikt vanaf de begane grond met een scherpe lijn (zonder goot) op maximaal 3,5 meter hoogte (vanaf de 1e verdiepingsvloer). Gevelontwerp • De balkons zijn onderdeel van het totale ontwerp en zorgen voor een overhoekse begeleiding. • De compositie van de raamopeningen is rustig en evenwichtig, en staat in verhouding tot de totale massa.

10

Materialisatie, kleur en detaillering • De verticale gevels en schuine gevels van het appartementenblok bestaan uit natuurleien. • De drie volumes hebben onderling afwijkende kleuren leien zodat de volumes visueel los van elkaar komen. • Detaillering is ambachtelijk, verfijnd en minimalistisch. Er dient sprake te zijn van een consistente toepassing van de specifieke detaillering horende bij de moderne en eigentijdse bouwstijl. Eventuele dakgoten zijn verholen. • Kleur van kozijnen, deuren e.d. zijn voor het gehele appartementengebouw gelijk en uitgevoerd in natuurlijke en lichte houttinten. • De balustrade van de balkons is voor het gehele appartementenblok gelijk en heeft een ‘messing-achtige’ kleur. • Neggeafwerkingen bij de gevelopeningen zijn uitgevoerd in een kleur die aansluit bij de kleur van de leien van het desbetreff ende volume.

Randen kavels + invulling kavels: Rijwoningen aan de Kanaalweg hebben een Delftse stoep van klinkerverharding.

Appartementengebouw

Terugliggende kozijnen met een afgewerkte negge in een onopvallende kleur die aansluit bij de kleur van het materiaal van het volume.

Drie geschakelde volumes. Visueel los van elkaar dmv hoogte- en kleurverschillen

Schuine zijgevels. Materialisatie identiek aan rechte gevels. Overhoekse balkons

11

3.2 Toetsing ‘Wonen aan de Kanaalweg’

Rijwoningen Sfeer De rijwoningen aan de Kanaalweg hebben een duidelijke relatie met de rijwoningen met het ‘dorps wonen’ maar zoeken ook aansluiting met de Kanaalweg zelf in de vorm van een hoge goothoogte met een metselwerkgevel. Subtiele verbijzonderingen zoals een plint en kaders rondom gevelopeningen in het metselwerk zorgen voor een extra gelaagdheid in de gevel. Bij de entree naar het plan heeft het blok een accent in de vorm van een overhoeks torentje. Deze beëindigd het blok en verwijst tevens naar de torentjes bij de andere rijwoningen. Aan de achterzijde zorgt een lage goothoogte voor aansluiting bij het landschappelijke karakter.

Massa en goothoogtes • De rijwoningen hebben een opbouw van twee lagen met een langskap. • Aan de straatzijde heeft het blok een hoge goothoogte van maximaal 6m. • Aan de achterzijde sluit het volume aan op de landschapelijke woningen met een maximale goothoogte van 3,5m. • De kopwoning ter plaatse van de gebiedsentree heeft een accent in de vorm van een ‘torentje’; 3 lagen met een plat dak.

12

Gevelontwerp • Het gevelontwerp van de rijwoningen heeft een duidelijke ritmiek en evenwichtige compositie. • De compositie van de raamopeningen en dakkapellen/dakramen is evenwichtig en in verhouding tot de totale massa. • Het accent op de kop is onderdeel van het totale blok en zorgt voor een overhoekse orientatie. Materialisatie, kleur en detaillering • Kleuren zijn natuurlijk en ingetogen. • De gevels van de rijwoningen aan de kanaalweg zijn uitgevoerd in metselwerk. Overeenkomstig met het metselwerk van de andere rijwoningen in het plan. • Het dak is uitgevoerd in een vlakke keramische dakpan in een antraciet/ donkere kleur. Overeenkomstig met de dakpannen van de andere rijwoningen in het plangebied. • Kleur van kozijnen, deuren e.d. zijn voor woningen met een vergelijkbaar gevelmateriaal in het plangebied hetzelfde en uitgevoerd in natuurlijke en lichte houttinten. • Detaillering is ambachtelijk, verfijnd en minimalistisch. Er dient sprake te zijn van een consistente toepassing van de specifieke detaillering horende bij de moderne en eigentijdse bouwstijl. • Het metselwerk bevat subtiele verbijzonderingen als kaders en plinten om de gevels een verfijning en gelaagdheid te geven.

‘Torentje’ op de hoek Goothoogte voorzijde max. 6m hoog

Goothoogte achterzijde max. 3.5m hoog

Verbijzondering in metselwerk

13

3.3 Toetsing ‘Dorps wonen’

Sfeer De blokken met rijwoningen in het midden van het plan creëren samen een eigentijds ensemble dat visueel een geheel vormt. Materialisatie, gevelontwerp en detaillering zijn voor al deze woningen dan ook van dezelfde aard. Aan de voorzijde van de blokken heerst een meer dorps karakter door de hogere knikhoogte in het grote pannendak, terwijl aan de achterzijde een duidelijke aansluiting plaats vindt met het landschappelijke karakter in de vorm van de lage goothoogtes uit het buitengebied. Ieder blok toont zich als een eenheid, en zijn individuele woningen niet nadrukkelijk af te lezen in het gevelontwerp.

Massa en vorm • De verschillende blokken van de rijwoningen hebben een coherente uitstraling en vormen samen een architectonisch ensemble. • De kopwoningen van de blokken met 3 woningen hebben richting de Kanaalweg een accent in de vorm van een ‘torentje’; 3 lagen met een plat dak. • De rijwoningen hebben een opbouw van twee lagen met een langskap. • De doorgang in het verlengde van de lijn richting het achtergebied heeft vanaf de tweede verdieping een schuine kap zodat een uitnodigend gebaar ontstaat. • De woningen hebben een lage goothoogte van maximaal 3,5m. • Aan de voorzijde en kopgevels wordt de dakgoot optisch verlaagd door het dakmateriaal door te laten lopen over de gevel. Gevelontwerp • De compositie van de raamopeningen en dakkapellen is evenwichtig en in verhouding met het totale volume. • De dakkapellen zorgen op zowel de eerste en tweede verdiepingen voor schaal en het opbreken van het dakvlak. • Zonnepalen zijn uit het zicht op de platte daken of onderdeel van de compositie in het dakvlak.

14

Blok van 3 rijwoningen

Raamopeningen in de dakpannen gevel hebben een kader in de kleur van de pannen

Optisch verlaagde goothoogte door dakpannen in de gevel

Verbijzondering in metselwerk

‘Torentje’ aan achterzijde van de kopwoning richting de Kanaalweg

Verbijzondering in metselwerk

15

3.3 Toetsing ‘Dorps wonen’

Materialisatie, kleur en detaillering • Kleuren zijn natuurlijk en ingetogen. • De gevels van de rijwoningen aan de kanaalweg zijn uitgevoerd in metselwerk. Overeenkomstig met het metselwerk van de andere rijwoningen in het plan. • Het dak is uitgevoerd in een vlakke keramische dakpan in een antraciet/ donkere kleur. Overeenkomstig met de dakpannen van de andere rijwoningen in het plan. • Overgang van een schuin naar verticaal vlak in het pannendak dient te worden uitgevoerd door middel van knikpannen. • Onderlinge aansluitingen van schuine dakvlakken worden uitgevoerd door middel van hoekkeperloketten. • Kleur van kozijnen, deuren e.d. zijn voor woningen met een vergelijkbaar gevelmateriaal in het plangebied hetzelfde en is uitgevoerd in natuurlijke en lichte houttinten. • Detaillering is ambachtelijk, verfijnd en minimalistisch. Er dient sprake te zijn van een consistente toepassing van de specifieke detaillering horende bij de moderne en eigentijdse bouwstijl. • Het metselwerk bevat subtiele verbijzonderingen als kaders en plinten om de gevels een verfijning en gelaagdheid te geven.

16

Randen kavels + invulling kavels: • De voortuinen van de woningen zijn voorzien van een haag van maximaal 120cm hoog (tenzij Delftse stoep van toepassing is). • De hagen conform beplantingsplan. • Voortuinen hebben een groen karakter. (tenzij Delftse stoep van toepassing is) • Beplanting in de voortuin is zo veel mogelijk inheems en passend bij het dorpse karakter. • Waar kavels grenzen aan de sloot, dient de oever een open karakter te behouden met her en der een knotwilg of kleine heester en mag er geen extra bebouwing worden toegepast. • Oevers worden ingeplant met zo veel mogelijk inheemse plantensoorten. • Waar kavels aan elkaar grenzen mag er een hoogwaardige groene erfafscheiding worden toegepast die niet hoger mag zijn dan 200cm. • Waar kavels een vlonder hebben in de achter/zij tuin, geldt een instandhoudingsverplichting.

Overgang van schuin naar verticaal dakvlak uitgevoerd dmv een knikpan

Schuine kap tpv doorgang naar het ‘landschappelijk wonen’

Raamopeningen in de dakpannen gevel hebben een kader in de kleur van de pannen

Dakramen in het dakvlak doen mee met de compoistie van de gehele gevel.

Metselwerk plint

Goothoogte achterzijde max. 3.5m hoog Verbijzondering in metselwerk

Blok van 4 rijwoningen

17

3.4 Toetsing ‘Landschappelijk wonen’

Sfeer De ontwerpen van de woningen in het buitengebied zijn geïnspireerd op typologieën uit de omliggende omgeving en zijn een eigentijdse vertaling hiervan. Ze staan als sculpturale objecten met een landschappelijk karakter in het slagenlandschap. Deze sculpturaliteit wordt bewerkstelligd door de vorm, de uniforme materialisatie en strakke detaillering. Lage goothoogtes en een groot dakoppervlak dragen bij aan de landschappelijke uitstraling. Om de individualiteit en diversiteit van de objecten te benadrukken vindt er een afwisseling plaats van types, materiaal en kleur.

18

Massa en vorm • De woningen zijn onderdeel van een van de twee typologieën: de longhouse en de stolpboerderij. • De longhouse-typologie heeft een langskap met een lage goothoogte (knik) van maximaal 3,5m. • De stolp-typologie heeft een platdak met minimaal 2 schuine gevels en een lage goothoogte (knik) van maximaal 3,5m. De schuine gevels hebben een varierende helling van maximaal 80 graden. Waarbij minimaal 1 gevelvlak een helling heeft van maximaal 60 graden. • De volumes zijn eenduidig en helder van opbouw. Gevelontwerp • De compositie van de raamopeningen en dakkapellen is evenwichtig en in verhouding met het volume. • Geen overstekken of dakgoot tpv de overgang van het dakvlak met de gevel. Het volume behoudt zo zijn monolitische uitstraling. • Voor de longhouse-typologie zijn overstekken aan de kopgevels wel toegestaan.

Typologie ‘Stolp’ - Vrijstaand

Houten verbijzondering in de gevel

Dakkapellen hebben een vierkante verhouding en liggen vrij in het dakvlak.

Monolitische uitstraling; gevel en dak bestaan uit hetzelfde materiaal

Lage goothoogte Max 3.5m

Typologie ‘Stolp’ - Tweekapper

Twee geschakelde volumes welke varieren in hoogte en materiaal. Goten liggen in het dakvlake en zijn verholen

19

3.4 Toetsing ‘Landschappelijk wonen’

Materialisatie en detaillering • Kleuren zijn natuurlijk en ingetogen. • Gevel en dak hebben dezelfde hoogwaardige natuurlijke materialisatie. • Detaillering is ambachtelijk, verfijnd en minimalistisch. Er dient sprake te zijn van een consistente toepassing van de specifieke detaillering horende bij de moderne en eigentijdse bouwstijl. Eventuele dakgoten tpv de gootlijn/knik zijn verholen. • Accenten in de gevel met een afwijkend (natuurlijk) materiaal zijn mogelijk maar mogen niet overheersen. • Kleur van kozijnen, deuren e.d. zijn voor woningen in natuurleien met een vergelijkbaar gevelmateriaal in het plangebied hetzelfde en uitgevoerd in natuurlijke en lichte houttinten. De woningen in riet hebben daarentegen een zwarte kleurstelling voor de kozijnen, deuren en het houtwerk.

Randen kavels+ invulling kavels: • De voortuinen van de woningen zijn voorzien van een haag van maximaal 120cm hoog. • Waar achtertuinen grenzen aan de openbare weg mag de haag worden verhoogd naar 160cm. • Hagen hebben een landschappelijk karakter. • Waar kavels grenzen aan de sloot, moet de oever een open karakter behouden en er mag geen extra bebouwing worden toegepast. • Oevers worden ingeplant met zo veel mogelijk inheemse planten soorten. • Waar kavels elkaar grenzen mag er een hoogwaardige groene erfafscheiding worden toegepast die niet hoger mag zijn dan 200cm. • Kavels die toegankelijk zijn via bruggen, hebben een instandhoudingsverplichting om de brug in stand te houden zoals bij oplevering. • De brug is van beton en is afgestemd op de omgeving. • Parkeren op eigen terrein mag alleen in de voortuin.

Hagen hebben een landelijk karakter

20

Typologie ‘Longhouse’ - Vrijstaand

Geen overstek of zichtbare dakgoot Goten liggen in het dakvlak en zijn verholen

Accenten in natuurlijk materiaal

Typologie ‘Longhouse’ - Tweekapper Eventuele zonnepanelen in het dakvlak zijn passend in de compositie van het gevelontwerp geplaatst.

Monolitische uitstraling; gevel en dak bestaan uit hetzelfde materiaal

Dak- en gevelmateriaal lopen door in een brede rand op de kopgevel 21

3.5 Toetsing architectuur: elementen

Dakkapellen, dakramen en kaders • De dakkapellen en dakramen zijn een belangrijk onderdeel van het plangebied. Het zijn de verbindende elementen tussen de verschillende typologiën en woningen. • Alle dakkapellen moeten daarom in het gehele plangebied hetzelfde worden uitgevoerd in zowel vorm (vierkant), materialisatie als detaillering. • Dakkapellen en dakramen staan vrij in het dakvlak. Ze zijn onderdeel van de gehele gevelcompositie en dienen zorgvuldig geplaatst te worden. De aantallen per dakvlak zijn gering zodat er genoeg vrij ‘lege ruimte’ over blijft. • Onderlinge afstand tussen dakkapellen en dakramen is minimaal 50cm. • Dakkapellen en dakramen hebben minimaal 50cm afstand tot de rand van het dakvlak. • De kleur van de dakkapellen zijn voor het gehele hoofdvolume gelijk en komen overeen met de kleuren van dakkapellen op andere woningen met hezelfde gevelmateriaal. De kleuren van de dakkapellen dienen zoveel mogelijk aan de sluiten bij de kleur van het gevelmateriaal. • De dakkapellen hebben rondom het kozijn een taps toe lopend kader in hetzelfde materiaal als de zijwangen. • Dakkapellen hebben geen boeiboord of overstek van het dakvlak. • Raamopeningen tpv verticaal geplaatste dakpannen hebben, net als de

22

dakkapellen, eenzelfde taps toe lopend kader rondom het kozijn in dezelfde kleur als de dakkapellen.

Dakkapellen hebben geen overstek of verticaal boeiboord.

Kozijnen in dakkapellen hebben rondom een taps toe lopend kader die scherp eindigt. Kleur van de dakkapellen sluiten aan bij het gevelmateriaal.

Dakkapellen en dakramen staan vrij in het dakvlak en hebbben voldoende afstand (minimaal 50cm) tot de rand van het dakvlak.

Dakkapellen hebben een vierkante verhouding

23

3.5 Toetsing architectuur: elementen

Bijgebouwen en uitbouwen • Bijgebouwen en uitbouwen aan het hoofdvolume zijn ondergeschikt maar sluiten aan qua detaillering en architectuurstijl. • Materialisatie van bijgebouwen en uitbouwen bij ‘landschappelijk wonen’ is gelijk aan materiaal van accenten in het hoofdvolume. Hierdoor blijft de helderheid van het hoofdvolume intact. • Uitbouwen en bijgebouwen tegen het hoofdvolume mogen niet hoger dan de goot/knik van het hoofdvolume. • Uitbouwen en bijgebouwen bij de rijwoningen (‘dorps wonen’ en ‘wonen aan de kanaalweg’) zijn uitgevoerd in dezelfde steen als de woning.

24

Materiaal uitbouw/garages bij vrijstaande en tweekappers is gelijk aan accentmateriaal van woning.

Voorbeeld bijgebouw: garage tpv stolp-typlogie

Dakrand van bijgebouw niet hoger dan goot/knik hoofdvolume.

Uitbouwen rijwoningen

Dakrand van bijgebouw niet hoger dan goot/knik hoofdvolume.

Uitbouwen in zelfde steen als hoofdvolume 25

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11922212/1