07.02 - bijlage 1. Concept leidende principes en afwegingskader Warmteprogramma
Tekst van het document
Bijlage 1 Leidende principes en afwegingskader Onderdeel van Warmteprogramma 2026
Concept December 2025 Pieter de Bruijn Afdeling Stadsontwikkeling Gemeente Capelle aan den IJssel
1
Evaluatie leidende principes (uitgangspunten) Transitievisie Warmte In de Transitievisie Warmte zijn zes uitgangspunten geformuleerd die richting gaven aan de keuze voor warmtesystemen en het bijbehorende proces. Inmiddels zijn we enkele jaren verder en is het speelveld veranderd. Nieuwe wetgeving, geopolitieke ontwikkelingen en voortschrijdend inzicht maken het noodzakelijk om de uitgangspunten te herijken. Hieronder evalueren we de bestaande uitgangspunten.
1. We gaan zo efficiënt mogelijk met energie om. Dit uitgangspunt blijft onverminderd relevant. In het Warmteprogramma concretiseren we dit verder, met extra aandacht voor minimale impact op het electriciteitsnet (netcongestie). Efficiëntie betekent niet alleen besparen op verbruik, maar ook het slim inzetten van zowel lokale en regionale bronnen. De combinatie van lokale en regionale warmtebronnen kan bijdragen aan robuuste en toekomstbestendige systemen, mits kosten en haalbaarheid in balans zijn.
2. Alternatieven voor aardgas moeten woonlastenneutraal zijn. Om de warmtetransitie te laten slagen, moet iedereen mee kunnen doen en moet het voor iedereen betaalbaar zijn. In het Klimaatakkoord van 2019 (afspraken tussen Rijk, gemeenten) is afgesproken dat de warmtetransitie woonlastenneutraal moet zijn op het moment van overstappen, Capelle heeft dit uitgangspunt vastgelegd in de transitievisie warmte van 2021. Woonlastenneutraliteit betekent dat de totale maandelijkse woonlasten van een huishouden (zoals huur, hypotheek, energiekosten) gelijk blijven na het verduurzamen van een woning of de overstap op een warmtenet. Dat wil zeggen dat de verlaging van de energierekening van een huishouden minimaal gelijk is aan de maandelijkse financieringskosten of huurverhoging op het moment dat de energiebesparende maatregelen worden genomen. De kabinetten Rutte III en Schoof hebben geconstateerd dat de garantie van woonlastenneutraliteit in de praktijk moeilijk houdbaar blijkt. Daarom heeft kabinet Schoof in de nieuwe wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) de term woonlastenneutraliteit veranderd in betaalbaarheid. Het ligt daarmee voor de hand dat Capelle ook overstapt op de landelijke term betaalbaarheid.
Het eerlijke verhaal achter de wijziging van woonlastenneutraliteit naar betaalbaarheid is dat de energietransitie geld kost omdat het bestaande systeem moet worden afgebroken en tegelijkertijd een nieuw systeem wordt gebouwd en dat dit betaald moet worden. In de Wgiw heeft de wetgever vastgelegd dat bewoners tenminste 8 jaar de tijd krijgen na aankondiging om zich voor te bereiden op een overstap, in die tijd werkt gemeente met partners aan de voorbereiding en het aanbod van duurzame verwarming in de wijk richting bewoners. Lastig daarbij is dat geopolitieke spanningen hebben geleid tot sterk fluctuerende energieprijzen. Daarnaast zijn warmtetransitieplannen complex en hebben ze een lange doorlooptijd, waardoor voorspellingen over woonlasten bij overstap onzeker zijn. In die 8 jaar kan er veel veranderen, belangrijk dus dat het voorstel aan bewoners robuust is.
2
De wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) bevat geen expliciete definitie van "betaalbaarheid", maar blijft wel een belangrijk aandachtspunt om de kosten voor huishoudens en bedrijven beheersbaar te houden tijdens de overgang naar duurzame warmte. De Wgiw geeft gemeenten wel bevoegdheden om de wijkgerichte aanpak te sturen en waarborging te bieden. Het uitgangspunt in Capelle blijft dat de transitie betaalbaar moet zijn voor bewoners, maar de invulling moet realistischer: er moet onderscheid worden gemaakt tussen eenmalige investeringen en maandelijkse kosten. De gemeente streeft naar oplossingen waarbij voor iedereen een betaalbare route beschikbaar is, binnen redelijke maatschappelijke kosten. Hierbij hoort ook een afweging van maatschappelijke systeemkosten, zoals netverzwaring bij all-electric opties.
3. De gemeente stemt haar regierol in de warmtetransitie af op de betreffende situatie Inmiddels is de regierol van gemeenten verankerd in nieuwe wetgeving, namelijk in de Wgiw en de aanstaande WCW (Wet collectieve warmtevoorziening, inwerkingtreding beoogd 1 juli 2026). Toch zijn hier nog verschillende manieren van invulling mogelijk. In het Warmteprogramma werken we dit concreter uit: wanneer neemt de gemeente een actieve rol? Onder welke voorwaarden wordt gebruikgemaakt van aanwijsbevoegdheden? En hoe verandert de rol naarmate het proces vordert?
4. In gebieden waar een warmtenet voor de hand ligt, blijft ruimte voor individuele oplossingen. Dit uitgangspunt is inmiddels opgenomen in de geldende wetgeving en hoeft niet langer apart benoemd te worden. Wel blijft de gemeente verantwoordelijk voor het maken van beleidskeuzes: stimuleert zij bijvoorbeeld het gebruik van individuele warmtepompen binnen wijken waar een warmtenet wordt aangelegd? Deze afwegingen nemen we mee in het Warmteprogramma.
5. Initiatieven van Capellenaren die aan de slag willen met aardgasvrij krijgen ondersteuning. Dit uitgangspunt blijft onverminderd van kracht. De gemeente blijft bewoners en initiatiefnemers faciliteren die zelf aan de slag willen met aardgasvrije oplossingen. De ondersteuning kan variëren van informatie en advies tot inkoopactie, subsidie of procesbegeleiding.
6. De warmtetransitie pakken wij aan in samenwerking en afstemming met (regio)gemeenten. Samenwerking is belangrijker dan ooit. Capelle is verbonden aan het bestaande warmtenet van Rotterdam-Noord en Schiedam. Consequentie van de nieuwe wetgeving is een gezamenlijk warmtekavel. In het Warmteprogramma worden de implicaties van deze samenwerking verder uitgewerkt. Ook borgen wij de hernieuwde afspraken binnen de Regionale Energiestrategie (RES).
3
Leidende principes Warmteprogramma Voor het opstellen van de nieuwe leidende principes gebruiken we als kapstok de vijf benoemde publieke belangen vanuit de Rijksoverheid.
Betaalbaar en economische krachtig:
Wij zorgen ervoor dat de gekozen warmteoplossing betaalbaar is voor bewoners, met maandlasten die passen bij hun draagkracht. Samen met de Rijksoverheid willen we zo energiearmoede in Capelle aanpakken. Wij maken het voor iedere bewoner mogelijk om mee te doen aan de warmtetransitie. Wij bewaken de maatschappelijke kosten van de warmtetransitie en nemen deze mee in de totale afweging van warmtekeuzes in de gemeente. Wij gebruiken hiervoor de warmteladder van Provincie Zuid Holland. Wij werken met de standaard (van de Rijksoverheid) van verduurzaming voor gebouwen.
Betrouwbaar en veilig:
Wij kiezen alleen voor robuuste en toekomstbestendige
warmteoplossingen. Wij acteren actief op de gezondheids- en veiligheidsrisico’s van warmteoplossingen en nemen maatregelen om deze te beperken. Wij wegen de impact op het elektriciteitsnet als belangrijke factor mee. We werken nauw samen met de netbeheerder en verwerken de uitkomsten in gezamenlijke planningen en gebiedsaanpakken.
Duurzaam:
Wij zetten in op energiebesparing door isolatie en andere maatregelen. We zorgen ervoor dat de warmteoplossingen in de buurten aansluiten bij het isolatieniveau dat technisch, financieel en sociaal haalbaar is voor de woningen. Een haalbare isolatiegraad is het isolatieniveau dat je redelijkerwijs kunt bereiken in een buurt of woning, zonder dat het technisch onmogelijk of financieel disproportioneel wordt. Op basis daarvan kies je een warmteoplossing die daarbij past. De haalbare isolatiegraad in onze gemeente is mede afhankelijk van de landelijke isolatiestandaarden, subsidies en regelingen. Zonder financiële ondersteuning vanuit het Rijk zijn veel energiebesparende maatregelen voor particuliere woningeigenaren en huurders moeilijk bereikbaar. Wij kiezen voor warmteoplossingen (bron en infrastructuur), die uiterlijk in 2050 volledig CO₂-neutraal zijn, en zetten waar nodig tussenstappen in die richting.
Ruimte en milieu:
Wij houden rekening met de ruimtelijke inpasbaarheid (boven- en onder de grond) bij de keuze van de warmteoplossingen. Wij minimaliseren de milieubelasting van warmteoplossingen, met aandacht voor emissies, materiaalgebruik en geluid.
4
Wij combineren de aanpak van warmteoplossingen met andere opgaven in de buurt waar mogelijk, zoals vervanging van kabels en leidingen, wateropgaven en klimaatadaptatie.
Rechtvaardig en participatief: Bewoners
De gemeente draagt met het warmteprogramma zorg voor een tijdig toekomstperspectief voor bewoners. Het warmteprogramma kijkt 10 jaar vooruit om de warmtetransitie, het aardgasvrij maken van gebouwen, in beeld te brengen en stapsgewijs te realiseren. Het programma beschrijft welke wijken en dorpskernen in de komende tien jaar van het aardgas afgaan en hoe dit zal gebeuren, als voorbereiding op het doel om de gebouwde omgeving in 2050 volledig CO2-vrij te maken. Het warmteprogramma wordt elke 5 jaar bijgewerkt. In wijken waar de gemeente aan de slag wil krijgen bewoners tenminste 8 jaar om zich voor te bereiden, dit is geregeld in de Wgiw. We geven Capellenaren de mogelijkheid voor eigen inbreng en initiatieven zolang deze (in de toekomst) passen binnen de doelstellingen en plannen van de gemeente in die buurt. Capellenaren mogen zelf kiezen voor een individuele warmteoplossing, zolang deze ten minste even duurzaam is als de collectieve of gemeentelijk voorgestelde oplossing. Daarmee blijft er ruimte voor maatwerk en eigen voorkeur, terwijl we samen zorgen dat de CO₂-uitstoot in Capelle daadwerkelijk vermindert.
Regio
De warmtetransitie pakken wij aan in samenwerking en afstemming met (regio)gemeenten om samen zorg te dragen voor een rechtvaardige warmteverdeling en een optimaal warmtebalans. We werken vanuit een gezamenlijk beeld op het toekomstig warmtesysteem. We stemmen onze warmteplannen af in de regio. We houden in onze plannen actief rekening met de impact op omliggende gemeenten. Organisatie
In Wgiw die per 1 juli 2026 ingaat heben gemeenten publieke regie gekregen over de warmtetransitie in de gebouwde omgeving. Publieke regie van de gemeente in de warmtetransitie betekent dat gemeente Capelle de centrale sturende rol heeft bij de overstap van aardgas naar duurzame warmte in de gebouwde omgeving. Gemeente Capelle geeft namens het algemeen belang richting, maakt keuzes en schept voorwaarden, zodat de transitie eerlijk, betaalbaar en haalbaar verloopt.
5
Afwegingskader Het afwegingskader bestaat uit wegingsfactoren om de beste warmte-oplossing per (buurt)cluster te bepalen. Voorop staat dat we de leidende principes volgen van het warmteprogramma. We toetsen de warmteoplossingen allereerst aan:
Toekomstbestendigheid incl. leveringszekerheid: In hoeverre de warmtebron ook in de toekomst beschikbaar en betrouwbaar blijft, en of de techniek flexibel is bij nieuwe ontwikkelingen. Bewezen en betrouwbare techniek.
Criteria afwegingskader Als de warmte oplossingen hieraan voldoen toetsen we de warmteoplossing per buurtcluster aan onderstaande criteria. Op juridische en bestuurlijke complexiteit na, zijn de criteria alleen kwantitatief te duiden. Criterium
Toelichting
1
Nationale kosten
Totale maatschappelijke kosten van de warmteoptie zowel investeringskosten als onderhoudskosten.
2
Eindgebruikerskosten (eenmalig/maandelijks)
De kosten voor de eindgebruiker (corporatieve huurder, particuliere huurder of eigenaar-bewoner).
3
Verandering elektriciteitsvraag
De mate waarin de techniek het elektriciteitsverbruik beïnvloedt.
4
CO2 uitstoot
Hoeveelheid broeikasgasuitstoot door de warmteoplossing.
5
Ruimtebehoefte openbare ruimte (incl. Extra everzwaring)
De ruimte die een warmtetechniek nodig heeft in de publieke ruimte.
6
Ruimtebehoefte in huis
De ruimte die een warmtetechniek nodig heeft in het huis ten opzichte van de huidige situatie (CV-ketel).
7
Milieueffecten op de leefomgeving
Mogelijke hinder voor bewoners of omgeving, zoals geluid, trillingen, uitstoot of visueel.
8
Juridische en bestuurlijke complexiteit
Juridisch: De aanwezigheid van wetgeving, de duur van vergunningsprocedures en de complexiteit van benodigde overeenkomsten. Bestuurlijk: De mate waarin het aantal onderdelen in het warmtesysteem en de bijbehorende stakeholders zorgen voor complexiteit in de uitvoering van de warmteoplossing.
6
Weging en toepassing afwegingskader Vooralsnog is er geen weging gegeven aan de criteria om de beste oplossing per buurt te berekenen. De weging van de factoren volgt uit gesprekken met stakeholders en bewoners in het voorjaar van 2026. De definitieve weging en toepassing van het afwegingskader zal in het warmteprogramma worden vastgelegd.
Beschrijving van sociale impact: Naast kwantitatieve criteria is het ook goed om een aantal kwalitatieve criteria betreffende de sociale impact te benoemen. Deze verschillen per type warmteoplossing en niet zozeer per buurt. Het bureau de Warmtetransitiemakers zal dit als onderdeel van het WAT onderzoek aanleveren per type warmteoplossing. Dit vormen bespreekpunten voor de wijkuitvoeringsprojecten. Samen met bewoners en andere stakeholders kan er worden gekeken naar een passende inpassing. De kwalitatieve aspecten van de sociale impact bestaan onder andere uit:
Draagvlak: cruciaal voor het slagen van de warmtetransitie. Eindgebruikerskosten en ruimte impact in huis zijn bijvoorbeeld bepalende factoren die kunnen leiden tot hogere draagvlak. Dit is ook erg tijdsgebonden en ook afhankelijk van de laatste publiciteit. Wooncomfort: een aangenaam en constante binnenklimaat is belangrijk voor een fijn wooncomfort. Dit kan per type warmteoplossing al dan niet in de beleving van de bewoners wisselen. Eigenaarschap: warmteoplossingen zijn er op verschillende schaalniveaus, waarbij andere partijen eigenaar zijn. De ene bewoners wil graag zelf meer in controle zijn en de ander vindt een publiek aandeelhouderschap belangrijk. Dit zijn factoren om mee te nemen in buurtgesprekken. Koppelkansen: een straat die herhaaldelijk opengaat kan een frustratiepunt zijn voor bewoners. Tegelijkertijd kan een project in de buurt ook aanleiding zijn voor een opknapbuurt. Positief voor het draagvlak in de buurt.
7