07.02 - BBV Hoger beroep inzake raadgevend referendum Gebiedspaspoort 2.0 Rivium - 800506 800511
Tekst van het document
Collegevoorstel Openbaar Behandelaar: J. Alkema Afdeling / Unit: SO - Stadsontwikkeling Portefeuillehouder: M. Struijvenberg
Vergaderdatum: 24 mei 2022 Behandelwijze: Hamerstuk Documentnummer: 800511
ONDERWERP Hoger beroep inzake raadgevend referendum Gebiedspaspoort 2.0 Rivium
SAMENVATTING Op 28 september 2020 heeft de gemeenteraad, naar aanleiding van een inleidend verzoek voor het houden van een raadgevend referendum door drie inwoners (hierna: de indieners) over het concept raadsbesluit tot vaststelling van het Gebiedspaspoort 2.0 Rivium, besloten geen gelegenheid te bieden een definitief verzoek in te dienen. De grondslag hiervoor was gelegen in de twee weigeringsgronden die benoemd worden in artikel 2 lid i en j van de Referendumverordening Capelle aan den IJssel 2020 (hierna: de Verordening). De grondslag waarop de rechtbank het beroep ongegrond heeft verklaard, heeft echter ongewenste gevolgen voor de wijze van lezen en uitvoeren van de Verordening. Daarom is in overleg met onze advocaat en het raadslid de heer mr. P.M.D. Weijers een (pro forma) hoger beroepschrift ingediend om de rechten voor de gemeente veilig te stellen. Het college heeft besloten de gemeenteraad voor te stellen kennis te nemen van de uitspraak van de rechtbank d.d. 26 januari 2022, kennis te nemen van het pro forma ingediende beroepschrift d.d. 8 maart 2022 en de d.d. 11 april 2022 ingediende gronden bij het hoger beroep en het hoger beroep voort te zetten.
ADVIES OM TE BESLISSEN 1. De gemeenteraad voor te stellen: a. kennis te nemen van de uitspraak van de rechtbank inzake het niet bieden van de gelegenheid tot het indienen van een definitief verzoek tot het houden van een raadgevend referendum over Gebiedspaspoort 2.0 Rivium d.d. 26 januari 2022; b. kennis te nemen van het daartegen ingediende pro forma hoger beroepschrift d.d. 8 maart 2022 en de later ingediende gronden van dit hoger beroepschrift d.d. 11 april 2022; c. te besluiten om het ingediende hoger beroep voort te zetten; 2. Het conceptraadsvoorstel en -besluit inzake Hoger beroep raadgevend referendum Gebiedspaspoort 2.0 Rivium vast te stellen; 3. Het conceptraadsvoorstel en -besluit inzake Hoger beroep raadgevend referendum Gebiedspaspoort 2.0 Rivium ter besluitvorming voor te leggen aan de gemeenteraad.
BESLUIT:24 mei 2022
Het college besluit conform het voorstel.
1
INHOUD/STREKKING Op 28 september 2020 heeft de gemeenteraad naar aanleiding van een inleidend verzoek voor het houden van een raadgevend referendum over het concept raadsbesluit tot vaststelling van het Gebiedspaspoort 2.0 Rivium, besloten geen gelegenheid te bieden een definitief verzoek in te dienen. De grondslag hiervoor was gelegen in de twee weigeringsgronden die benoemd worden in artikel 2 lid i en j van de Verordening. De indieners van dit inleidend verzoek hebben besloten hiertegen een bezwaar en een verzoek om voorlopige voorziening in te dienen bij de rechtbank. Nadat hun bezwaar ongegrond verklaard was door de raad (onder aanpassing en aanvulling van de motivering) en het verzoek om voorlopige voorziening was afgewezen (ontbreken spoedeisend belang), hebben zij besloten hiertegen een beroep in te dienen bij de rechtbank. De rechtbank heeft op 26 februari 2022 besloten om ook het beroep ongegrond te verklaren. Dit maakt dat alsnog geen gelegenheid geboden hoeft te worden tot het definitief indienen van een verzoek tot een raadgevend referendum. De grondslag waarop de rechtbank het beroep ongegrond heeft verklaard, heeft echter ongewenste gevolgen voor de wijze van lezen en uitvoeren van de Verordening (hierover in het onderstaande meer).
Omdat tegen een uitspraak van de rechtbank uiterlijk binnen 6 weken hoger beroep ingesteld moet worden bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling), is niet eerst bij uw raad geïnformeerd of u hoger beroep wilde instellen, maar is in overleg met onze advocaat en het raadslid de heer mr. P.M.D. Weijers (die namens uw raad zowel bij de bezwaar- als de beroepsprocedure betrokken was) op 8 maart 2022 reeds een (pro forma) hoger beroepschrift ingediend om de rechten voor de gemeente veilig te stellen. Dit hoger beroepschrift is op 11 april 2022 aangevuld met een motivering (de gronden). In het onderstaande wordt toegelicht waarom de uitspraak van de rechtbank onwenselijk is en wordt de gemeenteraad voorgesteld om het reeds ingestelde hoger beroep voort te zetten. De rechtbank heeft geoordeeld dat het begrip 'besluit' in de Verordening, gelezen moet worden als 'besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid van de Awb'. In artikel 1 van de Verordening wordt een conceptraadsbesluit gedefinieerd als: ‘een aan de raad voorgelegd besluit dat op de agenda van de raadsvergadering is opgenomen’. In deze bepaling ontbreekt een koppeling met artikel 1:3, eerste lid, van de Awb, waarin wordt gedefinieerd wat een besluit in de zin van de Awb is.
Ook overigens blijkt uit de Verordening niet dat met deze definitie bedoeld is om een conceptbesluit in de zin van de Verordening te beperken tot besluiten in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. Door in strijd met de Verordening te overwegen dat met een conceptbesluit in de zin van deze Verordening slechts een besluit in de zin van de Awb wordt bedoeld, wordt de kring van conceptbesluiten die onderwerp van een referendum kunnen zijn ten onrechte sterk beperkt door de rechtbank. Bij het vaststellen van de Verordening (die gebaseerd is op de VNG-Modelverordening) heeft uw raad een dergelijke beperking niet beoogd. Daarmee zou de uitspraak wanneer deze kracht van gewijsde zou verkrijgen (in het geval er geen hoger beroep zou zijn ingesteld), afbreuk doen aan het doel van de Verordening. Daarnaast kan deze uitspraak een rol spelen bij toekomstige discussies tussen partijen over eenzelfde soort geschil, namelijk de vraag of er wel of geen sprake is van een referendabel besluit.
Een ander risico of nadeel van de lezing van de rechtbank kan zijn, dat door ‘op formele gronden’ een eerder concept raadsbesluit niet referendabel te achten (want geen besluit in de zin van de Awb), de weigeringsgrond als genoemd in artikel 2 lid i (geen referendum tegen een concept raadsbesluit dat een vervolg is op een eerder besluit waarover een referendum mogelijk was) alleen al om die reden niet ingeroepen zou kunnen worden tegen een vervolg concept raadsbesluit (in dezelfde procedure), zonder dat er op dat punt dan nog een inhoudelijke afweging kan worden gemaakt of de i-grond al dan niet als afwijzingsgrond kan dienen. Daarmee wordt op voorhand een beperking in de afwijzingsgronden aangebracht en dat is niet wenselijk.
2
Om bovenstaande redenen wordt uw raad voorgesteld om het reeds ingestelde hoger beroep voort te zetten. Kanttekeningen/risico’s Indien de Afdeling tot het oordeel komt dat de uitspraak van de rechtbank geen stand kan houden, komt zij vervolgens toe aan een inhoudelijk oordeel over de oorspronkelijke afwijzingsgronden (artikel 2 lid i en j van de Verordening). Het is vervolgens mogelijk dat de Afdeling concludeert dat deze afwijzingsgronden niet ten grondslag gelegd hadden mogen worden aan het besluit. Zij zou dan kunnen concluderen dat er alsnog gelegenheid gegeven moet worden tot het indienen van een definitief verzoek voor het houden van een raadgevend referendum. Door de indieners is echter inmiddels zelf ook hoger beroep ingesteld. Om die reden is bovenomschreven ‘risico’ niet te voorkomen door alsnog te besluiten het hoger beroep niet voort te zetten. In dat geval loopt het door de indieners ingestelde hoger beroep gewoon door. Juist door zelf ook actief deel te nemen aan de hoger beroepsprocedure als partij die zelf hoger beroep heeft ingesteld (en niet alleen als verweerder) kan de raad zelf ook zijn standpunten eigenstandig bepleiten zonder dat hij daarbij afhankelijk is van het beroepschrift van de indieners.
Vervolgtraject Na de uitspraak van de Afdeling wordt het proces tot wijziging van de Referendumverordening Capelle aan den IJssel 2020 dat reeds is ingezet, hervat en wordt bezien of daarbij de uitspraak van de Afdeling aanleiding geeft om op dit punt ook een wijziging aan te brengen in de Verordening.
FINANCIEN N.v.t.
JURIDISCH ADVIES Dit voorstel is opgesteld door JZ.
ONDERNEMINGSRAAD N.v.t.
COMMMUNICATIE N.v.t.
BIJLAGEN 1 2 3 4
Conceptraadsvoorstel en -besluit; Uitspraak Rechtbank d.d. 26 januari 2022; Hoger beroepschrift d.d. 8 maart 2022; Nadere gronden van het hoger beroep d.d. 11 april 2022.
3