CConstaterende datCapelle Ad Ijssel
Koppel je AI →
Document · PDF

07.01 - Raadsvoorstel en -besluit Belastingverordeningen 2022 - gewijzigd

Commissie Bestuur, Veiligheid en Middelen 29 november 2021, gemeente Capelle Ad IjsselBij agendapunt: Belastingverordeningen22.097 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Zaaknr:620669

Raadsvoorstel Nummer raadsvoorstel

Portefeuillehouder college / burgemeester griffier / initiatiefnemer raad

620673 Nico van Veen Raadsvergadering

Programma / product / collegewerkplan

13 december 2021

Programma 0: Bestuur en ondersteuning Programma 3; Economie Programma 6. Sociaal domein Programma 7: Volksgezondheid en milieu

ONDERWERP Voorstel tot het vaststellen van de Belastingverordeningen 2022. GEVRAAGDE BESLISSING 1. De verordening op de heffing en invordering van hondenbelasting 2021 met ingang van 1 januari 2022 in te trekken; 2. De diverse belastingverordeningen 2022 conform de conceptbesluiten vast te stellen. WETTELIJKE BASIS / AANLEIDING RAADSVOORSTEL Artikel 216 van de Gemeentewet bepaalt dat de gemeenteraad besluit tot invoeren, wijzigen of afschaffen van een gemeentelijke belasting door het vaststellen van een belastingverordening. BEOOGD DOEL / EFFECT Een tijdige en volledige belastingheffing. ONDERBOUWING VAN DE GEVRAAGDE BESLISSING Jaarlijks stelt uw raad de gemeentelijke belastingverordeningen en tarieven voor het komende jaar vast. De bevoegdheid hiertoe wordt ontleend aan de Gemeentewet. In de Gemeentewet is expliciet geregeld welke belastingen en retributies de gemeente mag heffen. Voorts is bepaald dat de hoogte van de gemeentelijke belastingen niet afhankelijk mag worden gesteld van het inkomen, de winst of het vermogen. Ook het bedrijven van inkomenspolitiek is niet toegestaan. Bij het heffen van gebruiksretributies mogen de geraamde baten niet uitgaan boven de geraamde lasten (opbrengstlimiet). Daarom zijn de tarieven voor retributies maximaal kostendekkend.

1

Zaaknr:620669

De belangrijkste belastingen en retributies die in onze gemeente tot woonlasten leiden zijn de onroerendezaakbelastingen voor de eigenaar, de afvalstoffenheffing, de rioolheffing voor eigenaren en gebruikers. Daarnaast worden er nog andere belastingen en retributies geheven zoals logiesbelasting, marktgeld en leges. Tarievenbeleid 2022 Samenhangend met de begroting 2022 en de najaarsnota 2021 worden jaarlijks de geactualiseerde belastingverordeningen voor het nieuwe belastingjaar vastgesteld. In het coalitieakkoord wordt er van uitgegaan dat voor Capellenaren geen lastenverzwaringen worden doorgevoerd. In het raadsbesluit van de begroting 2022 is voor de tarieven van afvalstoffenheffing hiervan afgeweken in verband met de extra maatregelen in het afvalactieplan. De overige gemeentelijke belastingtarieven zijn dit jaar met het inflatiepercentage gecorrigeerd. In de Begroting 2022 en de najaarsnota 2021 worden de begrote opbrengsten van de verschillende gemeentelijke belastingen en rechten voor het nieuwe belastingjaar aangegeven. Onderhavig raadsvoorstel is hiermee in overeenstemming. Gelet op het uitgangspunt dat er dit jaar een prijscompensatie van 1,4% is toegepast zijn de tarieven licht gestegen ten opzichte van de tarieven van 2021. Enkele leges zijn aangepast naar de door het rijk vastgestelde tarieven.

De hierna genoemde belastingverordeningen 2022 treft u bij dit voorstel aan en zijn gebaseerd op bovenstaande uitgangspunten die aanvullend nog nader worden toegelicht. Vast te stellen de volgende belastingverordeningen: Verordening onroerendezaakbelastingen 2022; Verordening afvalstoffenheffing 2022; Verordening rioolheffing 2022; Legesverordening 2022; Verordening marktgeld 2022; Verordening logiesbelasting 2022; Verordening kwijtscheldingsregeling gemeentelijke belastingen 2022. WET WAARDERING ONROERENDE ZAKEN (WOZ) In het kader van de uitvoering van de WOZ worden alle binnengemeentelijke objecten jaarlijks getaxeerd. Voor het tijdvak 2022 zijn de objecten naar het waardepeil 1 januari 2021 gewaardeerd. Deze hertaxatie vindt plaats op basis van een prijspeildatum die ligt één jaar voor aanvang van het WOZ-tijdvak. De waardeherziening 2022 is ook dit jaar door de unit Belastingen van de afdeling Financiën uitgevoerd. De WOZ-waardebeschikking wordt jaarlijks, op de gecombineerde aanslag gemeentelijke belastingen, aan de individuele belanghebbende bekend gemaakt. WOZ-waarde is vooral bekend dat hij gebruikt wordt voor de belastingheffing door gemeenten, waterschappen en de Belastingdienst. Verder speelt de WOZ-waarde een belangrijke rol in het puntensysteem (woningwaarderingsstelsel) voor huurwoningen.

Naast de belastingheffing en het woningwaarderingsstelsel wordt de WOZ-waarde ook voor steeds meer andere doeleinden gebruikt, bijvoorbeeld door het Centraal bureau voor de statistiek (CBS) en het Openbaar Ministerie (OM) maar ook door banken, verzekeraars en notarissen. De verzending van de aanslagen/beschikkingen staat gepland voor 31 januari 2022. herwaardering 2022 De waardeherziening brengt de prijsontwikkeling in beeld zoals deze zich in 2020 en tot begin 2021 heeft voltrokken. De prijzen van koopwoningen zijn in genoemde periode wederom gestegen, weer gemiddeld 8,7% meer dan het afgelopen jaar. De positieve waardeontwikkeling heeft uiteraard ook invloed gehad op de nu vast te stellen waarde. De waardeontwikkeling, negatief of positief, wordt altijd met een vertraging van een jaar zichtbaar in de WOZ-waarde. De verschuivingen als gevolg van de onderlinge waardeverhoudingen zijn dit jaar redelijk beperkt gebleven. In individuele gevallen kan dit beeld anders zijn. Ook tussen de onderlinge wijken

2

Zaaknr:620669

verschuiven de waardeverhoudingen. Dit is mede toe te schrijven aan de samenstelling van de binnen de wijken aanwezige marktsegmenten. Vrijwel zonder uitzondering kan geconcludeerd worden dat voor alle marktsegmenten geldt dat de waarde gestegen is. De WOZ-waarde voor 2022, met als waardepeildatum 1 januari 2021 is voor woningen op basis van de meest actuele cijfers gemiddeld met 8,7% gestegen. Voor het bedrijfsvastgoed is er sprake van een aanhoudende stijgende markt, gemiddeld is dat 2,5%. Recente publicatie van het NVM Business laat zien dat het landelijk leegstandspercentage ondanks de effecten van de coronacrisis kantoorpanden vergelijkbaar met het afgelopen jaar rond de 11% ligt. Het leegstandspercentage uitgedrukt in verhuurbare vierkante meters in Capelle aan den IJssel is verder gezakt, maar met een kleine 20% nog steeds ruim hoger dan het landelijke gemiddelde. Vooral onder invloed van deze hoge leegstand blijft het herstel in Capelle aan den IJssel van de kantorenmarkt nog steeds achter bij de landelijke ontwikkelingen. Bij andere specifieke grotere objecten is er sprake van een stabilisatie. Onder invloed van alle aspecten op de vastgoedmarkt is in de periode 1 januari 2020 tot 1 januari 2021 voor niet-woningen een gemiddelde waardestijging becijferd van 2,5%.

Onroerendezaakbelastingen Bij de tariefbepaling voor 2022 is uitgegaan van een totaalopbrengst van € 12.240.000,-. Door de toepassing van de inflatiecorrectie is dit een lichte stijging ten opzichte van het belastingjaar 2021. Voor de periode 1 januari 2020 tot 1 januari 2021 is er een waardestijging van 8,7% voor de woningen en voor de niet-woningen een waardestijging van 2,5% becijferd. Tarieven 2022 De tarieven voor 2022 worden vastgesteld als een percentage van de WOZ-waarde. Rekening houdend met de hiervoor genoemde uitgangspunten resulteert dit in de volgende tarieven: proportioneel woningen eigenaar niet-woningen eigenaar niet-woningen gebruiker

voor waardeherziening A 0,0950 % 0,2894 % 0,2409 %

na waardeherziening B 0,0875 % 0,2848 % 0,2371 %

na indexering C 0,0887 0,2888 0,2404

% % %

Het tarief 2021 (prijspeil 01-01-2020) in kolom A dient als uitgangspunt voor de omrekening van het tarief na de waarde herziening. Op basis van de uitkomst van de waarde herziening is het tarief uit kolom A omgerekend naar het tarief in kolom B (prijspeil 01-01-2021). Uitgaande van het omgerekende tarief is er sprake van een ongewijzigde belastingopbrengst. Omdat er voor 2022 een inflatiecorrectie van 1,4% is toegepast is het tarief in kolom C het tarief zoals dat voor 2022 toegepast gaat worden. Afvalstoffenheffing De kosten van afvalinzameling en verwerking worden aan de gezinshuishoudens in rekening gebracht via een afvalstoffenheffing. In onze gemeente wordt bij de heffing uitgegaan van een tariefdifferentiatie, waarbij het tarief afhankelijk is gesteld van het aantal personen in een huishouden. De opbrengst van de afvalstoffenheffing behoort niet tot de algemene middelen, maar moet worden gebruikt om de kosten te dekken van afvalinzameling en verwerking. Uitgangspunt voor de vaststelling van de tarieven is 100% kostendekkendheid. Bij het bepalen van de tarieven is uitgegaan van het solidariteitsprincipe, waarbij rekening gehouden wordt met een bedrag aan te verlenen kwijtschelding. Daarnaast wordt binnen de opbrengst rekening gehouden met oninbare bedragen.

Tarieven 2022 Op basis van de huidige ramingen en toepassing van de inflatiecorrectie van 1,4% worden voor 2022 de onderstaande jaartarieven voorgesteld. Tegelijkertijd met deze lichte toename van de tarieven is er

3

Zaaknr:620669

sprake van een dalende voorziening. Naar huidig inzicht zal deze dalen van 1.315 eind 2022 naar 447 eind 2025. We kiezen er bewust voor eerst de beschikbare middelen in de “voorziening middelen derden” te benutten in combinatie met een gelijkmatige tariefstijging. Tarieven 2022 Jaartarief eenpersoonshuishouden Jaartarief tweepersoonshuishouden Jaartarief meer dan tweepersoonshuishouden

€ € €

233,71 273,37 306,12

Rioolheffing De rioolheffing is gebaseerd op artikel 228a van de Gemeentewet. Dit houdt in, dat sprake van een algemene belasting, waar geen directe individuele dienstverlening tegenover staat. De rioolheffing heeft wel het karakter van een bestemmingsheffing, waarmee de kosten die de gemeente noodzakelijk acht voor niet alleen een doelmatig werkende riolering maar ook overige maatregelen ten aanzien van het beheer van hemelwater en grondwater kunnen worden verhaald. Rioolheffingen kunnen zowel van de eigenaar (aansluitrecht) als van de gebruiker (afvoerrecht) van woningen en bedrijfspanden worden geheven. Wanneer er sprake is van grootverbruikers (meer dan 250 m³) wordt het tarief gekoppeld aan het waterverbruik. Voor wat betreft de rioolheffing eigenaar wordt er slechts één tarief voor het vastrecht toegepast. Woningen en bedrijven betalen tot 250 m³ waterverbruik een vast tarief, daarboven geldt een tarief dat afhankelijk is van het waterverbruik. Ook bij het bepalen van de tarieven van deze heffing is uitgegaan van het solidariteitsprincipe, waarbij rekening gehouden wordt met een bedrag aan te verlenen kwijtschelding bij het gebruikersdeel. Daarnaast wordt binnen de opbrengst eveneens rekening gehouden met oninbare bedragen. VGRP Het verbrede Gemeentelijk Rioleringsplan (VGRP) beschrijft het beleid ten aanzien van de rioleringsen grondwaterzorg.

Het VGRP is gebaseerd op de Wet milieubeheer en is in overleg met andere overheden tot stand gekomen. De looptijd van het huidige VGRP is van 2016-2020. In dit plan is de onderhouds- en exploitatieplanning vastgelegd. Het VGRP is afgelopen jaar, in samenwerking met het hoogheemraadschap, samengevoegd met het Waterplan tot een nieuw Beleidsplan Water en Riolering. In concept is het dit beleidsplan in een afrondende fase en kan het begin 2022 ter consultatie aan de raad worden voorgelegd. Voor 2022 wordt de indexering van 1,4% toegepast. Kosten van riolering Het VGRP geeft in beginsel aan wat op basis van de te verwachten kosten benodigd is aan inkomsten uit de rioolheffing om de lasten te kunnen dekken. Deze kosten en uitgaven worden gedurende de gehele Planning & Control cyclus gemonitord en eventueel herzien. Hierbij wordt uitgegaan van de kapitaallasten die voortvloeien uit de feitelijke investeringen. Op basis van het in de Najaarsnota 2021 opgenomen voorstel in programma 7 Tarief rioolheffing, vindt de eerder aangekondigde jaarlijkse verhoging van € 10,00 geen doorgang in 2022. Daarnaast vindt in 2022 een tariefsverlaging plaats van € 10,00 om te voorkomen dat de kostendekkendheid van de rioolheffing meer bedraagt dan de maximaal toegestane 100%. Het tarief komt daarmee uit op € 52,00 voor de gebruikers en op € 65,00 voor de eigenaren.

Het gebruikers en eigenaren tarief ligt in 2022 bij elkaar € 9,00 lager dan in 2021 wat niet overeenkomt met de vermelde tariefsverlaging van € 10,00. Dit wordt veroorzaakt door het toepassen van de inflatiecorrectie van 1,4%. Tarieven 2022 Rioolrecht eigenaar Rioolrecht gebruiker Totaal

€ € €

65,-52,-117,--

4

Zaaknr:620669

Leges Ingevolge artikel 229 van de Gemeentewet kunnen gemeenten rechten heffen voor het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten. Onder deze rechten zijn ook de leges te rangschikken. Ingevolge artikel 229b van de Gemeentewet worden de tarieven zodanig vastgesteld dat de geraamde baten van de rechten niet uitgaan boven de geraamde lasten ter zake (de opbrengstlimiet). Voorts is van belang dat voor de kostendekkendheid moet worden gekeken naar de totale kosten en totale opbrengsten. Hierbij geldt het beginsel van zogenaamde kruissubsidiëring. Dit houdt in dat de dekking per product verschillend mag zijn als de dekkingsgraad van alle producten binnen de verordening tezamen maar niet boven 100% uitkomt. De tarievenstructuur van de legesverordening is zoveel mogelijk op de door de VNG opgestelde modelverordening gebaseerd. De legesverordening bestaat uit een drietal titels, waarbij de eerste titel een algemeen deel is. De tweede titel handelt over de dienstverlening met betrekking tot de omgevingsvergunning en de derde over dienstverlening, vallend onder de Europese dienstenrichtlijn. Titel 1 De in Titel 1 opgenomen legesbedragen zijn gebaseerd op de producten zoals deze door de diverse afdeling aan burgers of bedrijven op aanvraag worden geleverd. Uitgaande van de geraamde lasten en baten is per hoofdstuk de kostendekkendheid bepaald.

De lasten die toegerekend zijn, betreffen vooral medewerkers van de afdeling publiekszaken. Ook afdrachten aan het Rijk voor bepaalde leges zijn meegenomen. In Titel 1 is sprake van een onderdekking. De kostendekkendheid voor Titel 1 is 36%. Titel 2 Bij de in Titel 2 opgenomen legesbedragen gaat het om dienstverlening vallend onder de fysieke leefomgeving. Voorbeelden zijn aanvragen van vergunningen voor bouw- of verbouwactiviteiten. De lasten die toegerekend zijn, betreffen vooral medewerkers van de afdeling stadsbeheer die zich bezig houden met leges n vergunningen. De kostendekkendheid voor Titel 2 is 96%. De verwachting was dat er in het jaar 2021 diverse grote aanvragen voor omgevingsvergunningen ingediend zouden worden. Voor het verwerken van de vergunningsaanvragen, het toezicht en de handhaving zijn er ook hogere lasten, zoals extra inhuur. Inmiddels is gebleken dat diverse projecten van 2021 verschuiven naar 2022 en verder, wat van invloed is op het moment van de te verwachten baten en daarmee samenhangende lasten. Daarom is in de Najaarsnota 2021 opgenomen dat de periode van de Voorziening omgevingsvergunningen betrekking heeft op de periode 2022-2025. Titel 3 De in Titel 3 opgenomen legesbedragen hebben betrekking op de overige vergunningen zoals horecavergunningen en vergunningen voor markten en evenementen.

Bij het bepalen van de kostendekkendheid is op dezelfde wijze te werk gegaan als in de overige Titels. De kostendekkendheid in Titel 3 kent een forse onderdekking, hoewel het in absolute zin om relatief geringe bedragen gaat. De kostendekkendheid voor Titel 3 is 4%. Kruissubsidiëring De opbrengstlimiet ingevolge artikel 229b van de Gemeentewet brengt met zich mee dat de tarieven van de leges zodanig worden vastgesteld dat de geraamde baten niet uitgaan boven de geraamde lasten ter zake. Verder is van belang dat voor de kostendekkendheid moet worden gekeken naar de totale lasten en totale opbrengsten. Hierbij geldt het beginsel van zogenaamde kruissubsidiëring. Dit houdt in dat de dekking per product verschillend mag zijn als de dekkingsgraad van alle producten binnen de verordening tezamen maar niet boven 100% uitkomt. Naast de kruissubsidiëring tussen titels, kan deze zich ook voor doen tussen hoofdstukken onderling. Voor 2022 is dat niet van toepassing: bij alle hoofdstukken is er sprake van onderdekking waardoor er van kruissubsidiëring geen sprake is.

5

Zaaknr:620669

Beoordeling kostendekkendheid Legesverordening 2022 Voor het beoordelen van de kostendekkendheid geldt dat op basis van de eventuele kruissubsidiëring het totaal van de opbrengsten en lasten van alle titels tezamen beoordeeld moet worden. Op basis hiervan toont onderstaand overzicht aan dat, uitgaande van de opbrengstramingen uit de begroting 2022 en de najaarsnota 2021, de kostendekkendheid van de totale verordening 59% bedraagt. Dit is af te leiden uit de totale geraamde opbrengst ad V 2.521 en de totale geraamde lasten ad N 4.277. Hiermee voldoet de legesheffing aan de wettelijke voorschriften van een maximale kostendekkendheid. Het verschil tussen de totale baten en lasten bedraagt 1.756. Hiermee is er sprake van een kostendekkendheid van 59%. In theorie kunnen de leges nog verhoogd worden tot aan het maximum van 100%. Overzicht kostendekkendheid Titel 1 Algemene dienstverlening Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn Totalen Overzicht kostendekkendheid Titel 1 Algemene dienstverlening Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn Totalen

Kosten

Opbrengst

2.166 1.807 304 4.277

782 1.727 12 2.521

2021 40 % 77 % 3% 65 %

Kostendekking 36 % 96 % 4% 59 %

2022 36 % 96 % 4% 59 %

Tarieven 2022 Voor 2022 stellen wij u voor de legestarieven trendmatig te verhogen. Voor diensten waarbij sprake is van wettelijk genormeerde tarieven wordt uitgegaan van het maximumtarief zoals dit door de Rijksoverheid is bepaald. In de bij dit raadsvoorstel gevoegde bijlage IV wordt meer gedetailleerd inzicht gegeven in de geraamde opbrengsten in relatie tot de becijferde kosten. Marktgeld De effecten van de coronacrisis op de weekmarkt zijn vooralsnog van beperkte aard gebleken. Daarom gaan we er vanuit dat de weekmarkt in 2022 gedurende het gehele jaar gehouden zal kunnen worden. Hieronder beschrijven wij de kostenopzet voor de weekmarkt in Capelle-Centrum. Voor de markt in Capelle Centrum geldt dat de lasten en baten voor 87% in evenwicht zijn. Tarieven 2022 Wij stellen u voor het dagtarief voor het innemen van een standplaats in Capelle-Centrum voor 2022 per vierkante meter op € 0,60 en het kwartaaltarief op € 7,00 per vierkante meter vast te stellen. Logiesbelasting Deze belasting heffen wij bij het overnachten van niet-ingezetenen van de gemeente in hotels, pensions en B&B’s. De opbrengst van de logiesbelasting is niet bedoeld om de kosten van toeristische voorzieningen te dekken, maar komt ten gunste van de algemene middelen van de gemeente. Deze belasting is in ruime mate gebaseerd op de profijtgedachte. Andere inkomsten zijn bij logiesbelasting niet van toepassing.

Derhalve gaan we uit van, op basis van het voorgestelde tarief, een opbrengst van € 72.000,-. Tarief 2022 Het jaarlijks indexeren van het tarief logiesbelasting is gelet op de hoogte van het tarief weinig effectief, daarom wordt het tarief elke drie jaar met € 0,05 verhoogd. De laatste verhoging heeft in 2021 plaats gevonden zodat in 2024 de tarieven weer worden aangepast. Voorgesteld wordt om het tarief per overnachting voor 2022 op € 1,25 per persoon per overnachting vast te stellen.

6

Zaaknr:620669

Overzicht woonlasten Met ingang van 2020 is een benchmark ingevoerd die niet alleen de OZB maar ook de riool- en de afvalstoffenheffing van de verschillende gemeenten in Nederland met elkaar vergelijkt. De benchmark geeft een vergelijking van de gemeentelijke woonlasten en de gemeentelijke tariefontwikkeling per provincie, net als de landelijke en provinciale gemiddelden. Deze vergelijking maakt de onderlinge verschillen tussen gemeenten inzichtelijk. Het overzicht vergelijkt binnen de provincie de tariefswijzigingen per gemeente en het cumulatief bedrag van de drie heffingen per gemeente. Onderstaand treft u een tabel aan waarin de lastendruk op basis van de voorgestelde tarieven in vergelijking tot de tarieven over 2021 is weergegeven. In het woonlastenoverzicht zijn zowel de eigenaren en de gebruikerslasten meegenomen. Voor de berekening van de onroerendezaakbelastingen is voor het jaar 2021 uitgegaan van een woning met een gemiddelde WOZ-waarde van € 234.500,-. Voor 2022 wordt uitgegaan van een woning met een WOZ-waarde van € 254.000,- Verder is als uitgangspunt genomen een tweepersoonshuishouden. 2021 heffing OZB eigenarendeel afvalstoffenheffing rioolheffing: eigenarendeel gebruikersdeel totaal

€ € € € €

222,78 301,90 70,--56,--650,68

2022 € € € € €

225,30 306,12 65,--52,--648,42

-/- 0,3%

BIZ-bijdrage De ondernemers op CapelleXL hebben sinds 2012 een Bedrijfsinvesteringszone (BIZ). Dit is een wettelijk instrument waarmee de ondernemers gezamenlijk investeren in de kwaliteit en uitstraling van hun bedrijfsomgeving. Van deze eerste BIZ zijn vooral de fysieke resultaten, zoals de upgrading van het groen en de verbeterde parkeervoorzieningen, zichtbaar. In het eerste kwartaal van 2021 hebben de ondernemers op CapelleXL voor een vervolg van de BIZ gestemd. Hiermee is, met terugwerkende kracht, de 3e periode BIZ CapelleXL in gegaan op 01-01-2021 en dus dus geldig tot en met 31-122026. Dit is op basis van de per 1 januari 2015 in werking getreden (nieuwe) Wet op de Bedrijfsinvesteringzones. Deze wet biedt de mogelijkheid nieuwe BIZ-initiatieven te realiseren worden. Speerpunten voor de jaren 2016 t/m 2020 zijn onder meer beveiliging, gebiedsontwikkeling, gebiedspromotie en bereikbaarheid. De heffingsplichtigen zijn alle gebruikers van een pand gekarakteriseerd als niet-woning, vallend binnen het BIZ gebied. Voor de bepaling van de bijdrage van de ondernemers heeft het bestuur gekozen voor een bijdrage gerelateerd aan de WOZ waarde. De netto-opbrengst wordt in de vorm van een subsidie uitgekeerd. In het eerste kwartaal van 2017 hebben de ondernemers op Capelle West met een ruime meerderheid eveneens voor een Bedrijfsinvestering zone gestemd.

Deze BIZ wordt hierdoor voor de jaren 2017 t/m 2021 ingezet. Komend jaar wordt de stemming voor een 2e periode voorbereid. Geraamde opbrengst Voor de BIZ Capelle XL zijn ruim 370 objecten in de heffing betrokken en voor de BIZ Capelle West zijn dit een kleine 130 objecten. In totaal worden er ruim 500 aanslagbiljetten in rekening gebracht. Geraamde opbrengst € 301.000,-. Kwijtscheldingsbeleid Als een belastingplichtige ten gevolge van financiële omstandigheden niet in staat is een belastingaanslag te betalen, kan de gemeente in bepaalde situaties een belasting geheel of gedeeltelijk kwijtschelden. Hoofdregel hierbij is dat gemeenten het kwijtscheldingsbeleid van de rijksoverheid volgt zoals dat is geregeld in de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990. Op verzoek kan gehele of gedeeltelijke

7

Zaaknr:620669

kwijtschelding worden verleend. Conform wat in de belastingverordeningen is vastgesteld kan kwijtschelding worden verleend voor afvalstoffenheffing, rioolheffing gebruikersdeel. Deze heffingen worden jaarlijks gecombineerd op één aanslagbiljet. Kwijtscheldingsnorm Bij de uitvoering van het kwijtscheldingsbeleid zijn in onze gemeente de kosten voor levensonderhoud (kwijtscheldingsnorm) bepaald op 100% van de bijstandsnorm. Dit ongewijzigde beleid is ook voor 2022 formeel vastgelegd in de bij dit voorstel gevoegde Verordening kwijtscheldingsregeling gemeentelijke belastingen 2022. In de hiervoor genoemde regeling zijn, ter compensatie van de aangepaste bepalingen zoals deze door het Rijk in andere wetgeving is opgenomen, bepalingen opgenomen die van invloed zijn op het toe te passen normbedrag van AOW-gerechtigden en gezinnen met kinderopvang. Ook de kwijtschelding voor ondernemers is onverkort in de regeling opgenomen. Voor 2022 wordt verwacht dat aan ongeveer 2.500 huishoudens kwijtschelding van de aanslag gemeentelijke belastingen zal worden verleend. Dit is ongeveer 8% van het totale aantal huishoudens. Verwachting van het aantal toe te wijzen kwijtscheldingsverzoeken is in overeenstemming met de ervaringen van 2021. Met de afhandeling van de kwijtscheldingsverzoeken maken we mede gebruik van toetsing via het Inlichtingenbureau.

Ambtshalve kwijtschelding Naast kwijtschelding op verzoek wordt ook de zogenaamde ambtshalve (automatische) kwijtschelding toegepast. Met ingang van 1 september 2015 is door het Inlichtingenbureau (opgericht door het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de VNG) ”Kwijtschelding versie 2.0” geïntroduceerd. Hiermee is het mogelijk geworden het gehele jaar door op geautomatiseerde wijze inkomens te toetsen. Voor die cliënten die ons daar toestemming voor gegevens hebben kunnen we door deze uitbreiding, naast de reguliere verzoeken ook cliënten die op grond van de Participatiewet een uitkering ontvangen en mogelijk voor kwijtschelding in aanmerking komen, ambtshalve te toetsen. Hiermee wordt voor alle rechthebbenden de inkomens en/of vermogenstoets uniform toegepast. De beslissing over het verlenen van ambtshalve volledige kwijtschelding wordt gecombineerd met de aanslag gemeentelijke belastingen die in het begin van het kalenderjaar aan de belastingschuldige wordt bekend gemaakt. Voor 2022 zal het huidige kwijtscheldingsbeleid ongewijzigd worden toegepast.

Intrekken Verordening op de heffing en invordering van hondenbelasting 2021 Gelet op de besluitvorming van uw raad over de Voorjaarsnota 2021, waarin u heeft besloten de hondenbelasting met ingang van 2022 af te schaffen (Wijzigingsvoorstel 0.20 Hondenbelasting) stellen wij uw raad voor de Verordening op de heffing en invordering van hondenbelasting 2021 met ingang van 1 januari 2022 in te trekken. FINANCIELE CONSEQUENTIES / WIJZE VAN DEKKING Kosten en baten zijn in de Begroting 2022 en de najaarsnota 2021 (inclusief wijziging opgenomen) COMMUNICATIE N.v.t.

8

Zaaknr:620669

VOORTRAJECT N.v.t. VERVOLGTRAJECT

RAADSCOMMISSIE Bestuur, Veiligheid en Middelen van 29 november 2021. BIJLAGE(N) WELKE TER KENNIS VAN DE RAAD WORDEN GEBRACHT N.v.t. NADERE INFORMATIE / TECHNISCHE VRAGEN BIJ J.F. van der Stelt, h.van.der.stelt@capelleaandenijssel.nl, telefoonnummer (010) 284 8516.

Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester,

A.L. Duijmaer van Twist

mr. P. Oskam

9

Zaaknr:620669

Raadsbesluit Verzameling 2022, nummer 620669 / b. De raad van de gemeente Capelle aan den IJssel; gelet op de artikelen 220 tot en met 220 h van de Gemeentewet; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders; gelet op de besluitvorming over de Voorjaarsnota 2021; BESLUIT: 1. de verordening op de heffing en invordering van hondenbelasting 2021 met ingang van 1 januari 2022 in te trekken; 2. vast te stellen de volgende verordeningen: Verordening op de heffing en invordering van onroerendezaakbelastingen. Artikel 1 1.

2.

3.

Onder de naam “onroerendezaakbelastingen” worden voor binnen de gemeente gelegen onroerende zaken twee directe belastingen geheven: a. een belasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot woning dient, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt, verder te noemen gebruikersbelasting; b. een belasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, verder te noemen: eigenarenbelasting. Bij de gebruikersbelasting wordt: a. gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven; degene die het deel in gebruik heeft gegeven is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie dat deel in gebruik is gegeven; b. het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die die onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld; degene die de onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie die zaak ter beschikking is gesteld.

Met betrekking tot de eigenarenbelasting wordt als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het kalenderjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen belanghebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.

Artikel 2 1. 2.

Belastbaar feit en belastingplicht

Belastingobject

Als onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken. Een onroerende zaak dient in hoofdzaak tot woning indien de waarde die op grond van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken is vastgesteld voor die onroerende zaak in hoofdzaak kan worden toegerekend aan delen van de onroerende zaak die dienen tot woning dan wel volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden.

10

Zaaknr:620669

Artikel 3 1. 2.

De heffingsmaatstaf is de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde voor het kalenderjaar bedoeld in artikel 1. Indien met betrekking tot een onroerende zaak geen waarde is vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken wordt de heffingsmaatstaf van die onroerende zaak bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid van de Wet waardering onroerende zaken.

Artikel 4 1.

Maatstaf van heffing

Vrijstellingen

In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij het bepalen van de heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, voor zover dit niet reeds is geschied bij de bepaling van de in dat artikel bedoelde waarde, de waarde van: a. ten behoeve van de land- of bosbouw bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond, daaronder mede begrepen de open grond, alsmede de ondergrond van glasopstanden, die bedrijfsmatig aangewend wordt voor de kweek of teelt van gewassen, zonder daarbij de ondergrond als voedingsbodem te gebruiken; b. glasopstanden, die bedrijfsmatig worden aangewend voor de kweek of teelt van gewassen, voor zover de ondergrond daarvan bestaat uit de in onderdeel a bedoelde grond; c. onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard, het een en ander met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning; d. één of meer onroerende zaken die deel uitmaken van een op de voet van de Natuurschoonwet 1928 aangegeven landgoed dat voldoet aan de in artikel 1, derde lid, onderdeel b, van die wet bedoelde voorwaarden met uitzondering van de daarop voorkomende gebouwde eigendommen; e.

natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen, heidevelden, zandverstuivingen, moerassen en plassen, die door rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid welke zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het behoud van natuurschoon ten doel stellen, beheerd worden; f. openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer per rail, het een en ander met inbegrip van kunstwerken; g. waterverdedigings- en waterbeheersingswerken die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning; h. werken die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en ander afvalwater en die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning; i. werktuigen die van een onroerende zaak kunnen worden afgescheiden zonder dat beschadiging van betekenis aan die werktuigen wordt toegebracht en die niet op zichzelf als gebouwde eigendommen zijn aan te merken; j.

straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanig gebouwde eigendommen niet zijnde gebouwen, welke zijn geplaatst ten gerieve of in het belang van het publiek, ten dienste van het verkeer of ter verfraaiing van de gemeente, zoals lichtmasten, verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten, fonteinen, banken, abri's, hekken en palen; k. plantsoenen, parken en waterpartijen, die bij de gemeente in beheer zijn of waarvan de gemeente het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, met uitzondering van delen zodanige onroerende zaken die dienen als woning; l. begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning.

11

Zaaknr:620669

2.

In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf van de gebruikersbelasting buiten aanmerking gelaten de waarde van gedeelten van de onroerende zaak die in hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan woondoeleinden.

Artikel 5 1.

2. 3.

Belastingtarieven

Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de heffingsmaatstaf. Het percentage bedraagt voor: a. de gebruikersbelasting 0,2404%. b. bij de eigenarenbelasting 1. voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen: 0,0887%; 2. voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen: 0,2888%. Indien de heffingsmaatstaf beneden € 5.000,- blijft, wordt geen belasting geheven. Voor belastingbedragen tot € 5,- vindt geen invordering plaats. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van de op één aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen onroerendezaakbelastingen of andere heffingen aangemerkt als één belastingaanslag.

Artikel 6

Wijze van heffing

De belastingen worden bij wege van aanslag geheven. Artikel 7 1.

2.

Termijnen van betaling

In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen als volgt worden betaald: a. uiterlijk op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld; b. in afwijking in zoverre van a. geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan meer is dan € 75,-, doch minder dan € 2.000,-, en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatisch betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elke van de volgende termijnen telkens een maand later; c. in afwijking van het a. en b. moeten de aanslagen die worden gedagtekend in enig jaar gelegen na het kalenderjaar waarop de aanslag betrekking heeft, worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen.

Artikel 8

Kwijtschelding

Bij de invordering van de in artikel 1, eerste lid, bedoelde belastingen wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 9

Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening onroerendezaakbelastingen 2022. Artikel 10 1.

2. 3.

Inwerkingtreding

De “Verordening onroerendezaakbelastingen 2021” van 14 december 2020, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag volgende op die van bekendmaking. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2022. 12

Zaaknr:620669

Vastgesteld in de openbare vergadering van 13 december 2021, de griffier,

de voorzitter,

13

Zaaknr:620669

Verzameling 2022, nummer 620669 / c. BIJLAGE I Toelichting tarieven onroerendezaakbelastingen 2022 Berekening belastingcapaciteit: Gegevens 2021 (x 1.000) totale WOZ-waarde woningen 2021 totale WOZ-waarde niet-woningen 2021

7.584.241 1.001.735

Gegevens 2022 (x 1.000) totale WOZ-waarde woningen 2022 totale WOZ-waarde niet-woningen 2022

8.247.831 1.026.993

waarde-index woningen:

8.247.831 = 7.584.241

8.7

waarde-index niet-woningen:

1.026.993 = 1.001.735

2.5

proportioneel woningen eigenaar niet-woningen eigenaar niet-woningen gebruiker

voor waardeherziening A 0,0950 % 0,2894 % 0,2409 %

na waardeherziening B

na indexering C

0,0875 0,2848 0,2371

0,0887 0,2888 0,2404

% % %

% % %

Het tarief 2021 (prijspeil 01-01-2020) in kolom A dient als uitgangspunt voor de omrekening van het tarief na de waarde herziening. Op basis van de uitkomst van de waarde herziening is het tarief uit kolom A omgerekend naar het tarief in kolom B (prijspeil 01-01-2021). Uitgaande van het omgerekende tarief is er sprake van een ongewijzigde belastingopbrengst. Omdat er voor 2022 een inflatiecorrectie van 1,4% is toegepast is het tarief in kolom C het tarief zoals dat voor 2022 toegepast wordt. De vastgestelde waarde van de voor de OZB relevante onroerende zaken, per 1 januari 2022 naar het prijspeil van 1 januari 2021, is als volgt becijferd: Prijspeil 1 januari 2021 (x 1.000) totale waarde per 1 januari 2021 woningen bij: nieuwbouw 2021 - 154 woningen af: amovatie -

8.247.831 39.113 -

totale waarde per 1 januari 2022 woningen totale waarde per 1 januari 2021 niet-woningen bij: nieuwbouw 2021 - bedrijven e.a. af: amovatie - div. niet-woningen bedrijven

8.286.944 1.026.993 -

totale waarde per 1 januari 2022 niet woningen

1.026.933

totale geschatte waarde per 1 januari 2022

9.313.937

14

Zaaknr:620669

Toelichting tarieven onroerendezaakbelastingen 2022 De totale heffingsgrondslag per 1 januari 2022 voor de belasting wegens eigendom, bezit of beperkt recht bedraagt: (x 1.000) Eigenaren Woningen niet-woningen af: dubieuze debiteuren Belast

8.286.944 waarde x 0,0887% = 1.026.933 waarde x 0,2888% =

7.351 afgerond 2.966 afgerond 38 10.279

De totale heffingsgrondslag per 1 januari 2022 voor de belasting wegens het feitelijk gebruik voor roerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen: Gebruikers niet-woningen af: leegstand af: dubieuze debiteuren Belast

1.026.933 waarde x 0,2404% = 205.386 waarde x 0,2404% = =

2.469 afgerond 493 afgerond 14 1.962

De totale geraamde opbrengst 2022 bedraagt: (x 1.000) Eigenaren Woningen Niet-woningen

7.351 2.966 10.317

Gebruikers niet-woningen Netto opbrengst

1.976 1.976 12.293

15

Zaaknr:620669

Verzameling 2022, nummer 620669 / b II. De raad van de gemeente Capelle aan den IJssel; gelet op artikel 15.33 van de Wet milieubeheer; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders; BESLUIT: vast te stellen de volgende: Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing. Artikel 1

Definities

Waar in deze verordening wordt gesproken van "perceel" worden daarmee zowel gebouwen als afzonderlijk in gebruik zijnde gedeelten van gebouwen bedoeld, beide met hun gebouwde en ongebouwde aanhorigheden. Artikel 2

Belastbaar feit

1. Onder de naam afvalstoffenheffing wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer (Stb. 1994, 80). 2. De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik van een perceel ten aanzien waarvan krachtens artikel 10.21 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. Artikel 3 1. 2.

Belastingplicht

De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge artikel 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. Voor de toepassing van het eerste lid worden als gebruiker aangemerkt: a. degenen die naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit of beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van het perceel; b. ingeval een gedeelte van een perceel ten gebruike is afgestaan: degene die dat gedeelte ten gebruike heeft afgestaan; c. ingeval een perceel ter beschikking wordt gesteld voor volgtijdig gebruik: degene die het perceel voor volgtijdig gebruik ter beschikking heeft gesteld.

Artikel 4

Maatstaf van heffing en belastingtarief

De belasting wordt geheven naar de maatstaven en tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

16

Zaaknr:620669

Artikel 5

Belastingjaar

Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 6

Wijze van heffing

De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel 7 1. 2. 3.

4. 5.

Ontstaan van de belastingschuld en de heffing naar tijdsgelang

De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na aanvang belastingplicht nog volle kalendermaanden overblijven. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 5,-. Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en daar een ander perceel in gebruik neemt. Voor belastingbedragen tot € 5,- vindt geen invordering plaats. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van de op één aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen afvalstoffenheffing of andere heffingen aangemerkt als één belastingaanslag.

Artikel 8 1.

2.

Termijnen van betaling

In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen als volgt worden betaald: a. uiterlijk op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld; b. in afwijking in zoverre van a. geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan meer is dan € 75,-, doch minder dan € 2.000,-, en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatisch betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elke van de volgende termijnen telkens een maand later; c. in afwijking van het a. en b. moeten de aanslagen die worden gedagtekend in enig jaar gelegen na het kalenderjaar waarop de aanslag betrekking heeft, worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen.

Artikel 9

Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald onder als: Verordening afvalstoffenheffing 2022. Artikel 10 1. 2. 3.

Inwerkingtreding

De "Verordening afvalstoffenheffing 2021" van 14 december 2020, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich vóór die datum hebben voorgedaan. Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag volgende op die van bekendmaking. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2022. 17

Zaaknr:620669

Vastgesteld in de openbare vergadering van 13 december 2021, de griffier, de voorzitter,

Tarieventabel behorende bij de Verordening afvalstoffenheffing 2022 Tarieven 2022 1.1. De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar 1.2. De belasting als bedoeld in onderdeel 1.1 wordt: 1.2.1. indien het perceel wordt gebruikt door twee personen, vermeerderd met 1.2.2. indien het perceel wordt gebruikt door drie of meer personen, vermeerderd met

€

233,71

€ €

39,66 72,41

Vastgesteld in de openbare vergadering van 13 december 2021, de griffier, de voorzitter,

18

Zaaknr:620669

Verzameling 2022, nummer 620669 / c - II BIJLAGE II Toelichting tarieven afvalstoffenheffing 2022 Het aantal aansluitingen is verkregen door het geschatte aantal aansluitingen per 1 januari 2021 te vermeerderen met het aantal tot medio 2022 op te leveren woningen. het geschatte aantal aansluitingen per 1 januari 2021 tot medio 2022 op te leveren in 2021 te amoveren gemiddeld aantal huishoudens in 2022 af: Leegstand automatische kwijtschelding overige kwijtschelding

31.391 154 55 31.490 1.131 1.800 700 3.631 27.859

feitelijk aantal huishoudens Begroting 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Baten afvalstoffenheffing Kwijtscheldingen Totale netto baten

-8.016 650 -7.366

-8.056 653 -7.403

-8.056 653 -7.403

-8.056 653 -7.403

Lasten Baten nascheiding afval Indirecte baten (dividend Irado) Indirecte lasten (overhead + rentelasten aandelen Irado) Totale lasten

8.556 -837 -330 178

8.544 -767 -330 184

8.605 -767 -330 184

8.655 -767 -330 189

7.566

7.631

7.691

7.747

Mutatie voorziening middelen derden

200

227

288

344

1.437

1.210

921

577

Stand voorziening middelen derden per 31 december

Het Afvalactieplan brengt extra lasten met zich mee. Zie hiervoor het opgenomen voorstel in de Begroting 2021 waarin deze lasten staan gespecificeerd. In de periode 2021-2023 wordt jaarlijks voor V250 dekking gevonden uit de inzet van de Eneco middelen ter dekking van de extra hoge lasten N250 jaarlijks gedurende deze periode ten opzichte van de jaren vanaf 2024. Zowel de baat V 250 als deze last N250 zijn daarom niet meegenomen in de Voorziening afvalstoffenheffing middelen derden . Dit verklaart het verschil van N250 in lasten bij de hiervoor opgenomen tabel specificatie lasten taakveld ten opzichte van de lasten taakveld zoals opgenomen in de tabel Voorziening afvalstoffenheffing middelen derden.

19

Zaaknr:620669

Lasten taakveld (x € 1.000) Afschrijving Afvalbelasting Afvalinzameling en -verwerking Dotatie voorziening dubieuze debiteuren Energie Inkopen algemeen Nascheiding afval Perscontainer Rente Straatreiniging Lasten bedrijfsvoering: Personeel Stadsbeheer Personeel unit Belastingen Totaal lasten taakveld Kostendekkendheid Afvalstoffenheffing (x € 1.000) Lasten taakveld Baten nascheiding afval Indirecte baten (dividend Irado) Toe te rekenen lasten: Indirecte lasten (overhead + rentelasten aandelen Irado) Totale lasten Baten afvalstoffenheffing Kwijtscheldingen Totale baten (opbrengst heffingen)

585 572 5.571 50 5 592 657 60 28 297 272 117 8.806 8.806 837 330 7.639 178 7.816 -8.016 650 -7.366

Kostendekkendheid Tarieven Éénpersoonshuishouden Tweepersoonshuishouden Meerpersoonshuishouden

94,2% Tarief 2021

Tarief 2022

230,48 269,59 301,90

233,71 273,37 306,12

20

Zaaknr:620669

Verzameling 2022, nummer 620669 / b - III De raad van de gemeente Capelle aan den IJssel; gelet op het bepaalde in artikel 228a van de Gemeentewet; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders; BESLUIT: vast te stellen de volgende: Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing. Artikel 1

Definities

Deze verordening verstaat onder: - gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de gemeente; - verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het waterbedrijf betrekking heeft; - water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater, grondwater of oppervlaktewater. Artikel 2

Aard van de belasting

Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan: a. de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater; en b. de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Artikel 3

Belastbaar feit en belastingplicht

1. De belasting wordt geheven: a. van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een perceel dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering, verder te noemen: eigenarendeel; en b. van degene die een perceel van waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd al dan niet krachtens eigendom, bezit of beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt, verder te noemen: gebruikersdeel. 2. Voor het eigenarendeel wordt, als het perceel een onroerende zaak is, als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het belastingjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is. 3. Voor het gebruikersdeel wordt: a. gebruik van een perceel door de leden van een huishouden aangemerkt als gebruik door het door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aangewezen lid van dat huishouden; b. gebruik door degene aan wie een deel van een perceel in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door de persoon die dat deel in gebruik heeft gegeven; c.

het ter beschikking stellen van een perceel voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die dat perceel ter beschikking heeft gesteld.

21

Zaaknr:620669

Artikel 4 Voorwerp van de belasting 1. Voorwerp van de belasting is een perceel 2. Als perceel wordt aangemerkt: a. de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken; b. de roerende zaak, welke duurzaam aan een plaats gebonden is; c. een gedeelte van een in onderdeel b bedoelde roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt; d. een samenstel van twee of meer in onderdeel b bedoelde roerende zaken of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde persoon in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren; e. het binnen de gemeente gelegen deel van de in onderdeel b bedoelde roerende zaak, van een in onderdeel c bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel d bedoeld samenstel. Artikel 5 3. 4. 5.

6.

5.

Het eigenarendeel wordt geheven naar een vast bedrag per perceel. Het gebruikersdeel wordt geheven naar het aantal kubieke meters water dat vanuit het perceel wordt afgevoerd. Het aantal kubieke meters water wordt gesteld op het aantal kubieke meters leidingwater en grondwater en oppervlaktewater dat in de laatste aan het einde van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het perceel is toegevoerd of opgepompt. Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van twaalf maanden, wordt de hoeveelheid water door herleiding naar tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt een gedeelte van een kalendermaand voor een volle maand gerekend. Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die pompinstallatie zijn voorzien van een: a. watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden afgelezen, of b. bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan worden afgelezen. De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere wettelijke bepaling. De op de voet van het derde lid berekende hoeveelheid toegevoerd of opgepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet is afgevoerd.

Artikel 6 1. 2.

Maatstaf van heffing

Belastingtarieven

Het eigenarendeel bedraagt € 65,--. Het gebruikersdeel bedraagt bij een hoeveelheid water: a. van minder dan 250 kubieke meters, doch meer dan 25 kubieke meters € 52,--; b. indien het aantal kubieke meters afvalwater meer bedraagt dan 250 kubieke meters, wordt het onder a. bedoelde tarief, vermeerderd met € 52,-- per eenheid van 250 kubieke meters of gedeelte daarvan.

Artikel 7

Belastingjaar

Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 8

Wijze van heffing

De rechten worden bij wege van aanslag geheven.

22

Zaaknr:620669

Artikel 9

Ontstaan van de belastingschuld en de heffing naar tijdsgelang

1. De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of voor het gebruikersdeel, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2. Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor het gebruikersdeel in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde gebruikersdeel als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3. Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor het gebruikersdeel in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde gebruikersdeel als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 5,--. 4. Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in gebruik neemt. 5. Belastingbedragen van minder dan € 5,-- worden niet geheven. Artikel 10 1.

2.

Termijnen van betaling

In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen als volgt worden betaald: a. uiterlijk op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld; b. in afwijking in zoverre van a. geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan meer is dan € 75,--, doch minder dan € 2.000,--, en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatisch betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elke van de volgende termijnen telkens een maand later; c. in afwijking van het a. en b. moeten de aanslagen die worden gedagtekend in enig jaar gelegen na het kalenderjaar waarop de aanslag betrekking heeft, worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen.

Artikel 11

Kwijtschelding

Bij de invordering van de in artikel 3, eerste lid, letter a., bedoelde heffing wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 12

Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening rioolheffing 2022.

23

Zaaknr:620669

Artikel 13 1. 2. 3.

Inwerkingtreding

De "Verordening rioolheffing 2021” van 14 december 2020, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich vóór die datum hebben voorgedaan. Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag volgende op die van bekendmaking. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2022.

Vastgesteld in de openbare vergadering van 13 december 2021, de griffier, de voorzitter,

24

Zaaknr:620669

Verzameling 2022, nummer 620669 / c - III BIJLAGE III Voorziening rioolrechten middelen derden Omschrijving

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Baten rioolheffing Kwijtscheldingen Totale netto baten

2022 -3.772 130 -3.642

2023 -3.802 130 -3.672

2024 -4.159 143 -4.016

2025 -4.451 153 -4.299

Lasten riolering Baten taakveld exclusief heffingen Indirecte lasten (overhead) Totale lasten

3.524 -279 514 3.759

3.704 -279 514 3.939

4.390 -279 514 4.625

4.600 -279 514 4.835

Mutatie voorziening middelen derden

117

268

609

537

Stand voorziening middelen derden per 31 december

2.467

2.237

1.551

1.014

Kostendekkendheid rioolheffing

96,9%

Kostendekkendheid Rioolheffing (x € 1.000) Lasten taakveld 7.2 riolering (specificatie zie tabel hieronder) Baten taakveld exclusief heffingen: • bijdrage onderhoud gemalen • huurbaten Netto lasten taakveld Toe te rekenen indirecte lasten: (overhead) • overhead Totale lasten Baten rioolheffing Kwijtscheldingen Opbrengst rioolheffing Kostendekkendheid Lasten taakveld (x € 1.000) Afschrijving Bedrijfs Verzekeringspremies Dotatie voorziening dubieuze debiteuren Energie Onderhoud subgemalen Overige goederen en diensten Rente Toerekening kosten panden Stadsbeheer van FD Kosten bedrijfsvoering: Personeel Stadsbeheer Personeel unit Belastingen Totaal lasten taakveld 7.2 riolering

3.524 -250 -29 3.246 514 3.759 -3.772 130 -3.642 96,9% 861 9 29 204 45 1.133 73 148 949 73 3.524

25

Zaaknr:620669

Toelichting Baten heffing Aantal aansluitingen het geschat aantal aansluitingen per 1 januari 2021 tot medio 2022 op te leveren in medio 2021 te amoveren woningen nieuwbouw niet-woningen totaal aantal eenheden (gebruik) af: Leegstand automatische kwijtschelding overige kwijtschelding

32.928 154 -360 0 32.722 1.981 1.800 700 -4.481 28.241

Aantal aansluitingen gebruikers

Het gemiddelde aantal aansluitingen bedraagt (32.928 + 28.241) : 2 = 30.720 Op basis van het in de Najaarsnota 2021 opgenomen voorstel in programma 7 Tarief rioolheffing, vindt de eerder aangekondigde jaarlijkse verhoging van € 10,00 geen doorgang in 2022. Daarnaast vindt in 2022 een tariefsverlaging plaats van € 10,00 om te voorkomen dat de kostendekkendheid van de rioolheffing meer bedraagt dan de maximaal toegestane 100%. Het tarief komt daarmee uit op € 52,00 voor de gebruikers en op € 65,00 voor de eigenaren. Het gebruikers en eigenaren tarief ligt in 2022 bij elkaar € 9,00 lager dan in 2021 wat niet overeenkomt met de vermelde tariefsverlaging van € 10,00. Dit wordt veroorzaakt door het toepassen van de inflatiecorrectie van 1,4%. Tarieven 2022 Eigenaren Gebruikers

€ €

65,-52,--

(2021 € 70,--, afgerond) (2021 € 56,--, afgerond)

26

Zaaknr:620669

Verzameling 2022, nummer 620669 / b – IV De raad van de gemeente Capelle aan den IJssel; gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel b van de Gemeentewet; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders; BESLUIT: vast te stellen de volgende: Verordening op de heffing en invordering van leges. Artikel 1

Definities

In deze verordening wordt verstaan onder:    

dag: de periode van 00.00 tot 24.00 uur, waarbij een gedeelte van een dag als een hele dag wordt aangemerkt; jaar: het tijdvak dat loopt van ne dag in een kalenderjaar tot en met de (n-1)e dag in de volgende kalenderjaar kalenderjaar: de periode van 1 januari tot en met 31 december maand: het tijdvak dat loopt van ne dag in een kalendermaand tot en met de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand, met dien verstande dat als de ne dag in een kalendermaand 30 of 31 januari is, de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand altijd de laatste dag van de maand februari is; week: een aaneengesloten periode van zeven dagen

Artikel 2

Belastbaar feit

1.

Onder de naam "leges" worden rechten geheven voor: a. het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten; b. het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van een Nederlandse identiteitskaart of een reisdocument; een en ander zoals genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel. 2. Hetgeen in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel is bepaald over een Nederlandse identiteitskaart voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is van overeenkomstige toepassing op een vervangende Nederlandse identiteitskaart voor personen met een uitreisverbod, ongeacht de leeftijd van de betrokken persoon. Artikel 3

Belastingplicht

Belastingplichtig is de aanvrager van de dienst of van de Nederlandse identiteitskaart of het reisdocument, dan wel degene ten behoeve van wie de dienst is verleend of de handelingen zijn verricht.

27

Zaaknr:620669

Artikel 4

Vrijstellingen

Leges worden niet geheven voor: a. diensten waarvan de kosten krachtens afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening (grondexploitatie) zijn of worden verhaald; b. diensten die ingevolge wettelijk voorschrift zijn vrijgesteld van rechtenheffing of kosteloos moeten worden verleend; c. het in behandeling nemen van een aanvraag als bedoeld in onderdeel [nummer] van de bij deze verordening behorende tarieventabel, indien deze aanvraag een vergunning betreft voor een instelling die zich blijkens haar statuten de uitoefening ten doel stelt van activiteiten van maatschappelijke, sociale of culturele aard, waarbij de activiteiten in hoofdzaak worden verricht door vrijwilligers en die voldoet aan door het college van burgemeester en wethouders te stellen voorwaarden d. bewijs van in leven zijn strekkende tot het ontvangen van pensioenen of lijfrenten of andere periodieke uitkeringen ten laste van een publiekrechtelijk lichaam of een bij de wet ingesteld pensioenfonds; e. stukken, opgaven en inlichtingen, onderzoeken en dergelijke die volgens wettelijke voorschriften kosteloos worden verstrekt of verricht; f. beschikkingen op verzoek- en bezwaarschriften inzake plaatselijke belastingen; g. beschikkingen of afschriften daarvan, houdende beslissing op een verzoek om subsidie uit de gemeentekas. Artikel 5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10852817/1