CConstaterende datCapelle Ad Ijssel
Koppel je AI →
Document · PDF

07.01 - Conceptraadsvoorstel en -besluit

Commissie Bestuur, Veiligheid en Middelen 13 juni 2022, gemeente Capelle Ad IjsselBij agendapunt: Hoger beroep inzake raadgevend referendum Gebiedspaspoort 2.0 Rivium1.881 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Zaaknr:800506

Raadsvoorstel Nummer raadsvoorstel

Portefeuillehouder college / burgemeester griffier / initiatiefnemer raad

800601 Initiatiefnemer raad Raadsvergadering

Programma / product / collegewerkplan

4 juli 2022

…………………………………….

ONDERWERP Hoger beroep inzake raadgevend referendum Gebiedspaspoort 2.0 Rivium GEVRAAGDE BESLISSING 1. Kennis te nemen van de uitspraak van de rechtbank inzake het niet bieden van de gelegenheid tot het indienen van een definitief verzoek tot het houden van een raadgevend referendum over Gebiedspaspoort 2.0 Rivium d.d. 26 januari 2022; 2. Kennis te nemen van het daartegen ingediende pro forma hoger beroepschrift d.d. 8 maart 2022 en de later ingediende gronden van dit hoger beroepschrift d.d. 11 april 2022; 3. Het ingediende hoger beroep voort te zetten. WETTELIJKE BASIS / AANLEIDING RAADSVOORSTEL Wettelijke basis Artikel 2 van de Referendumverordening Capelle aan den IJssel 2020 (hierna: de Verordening) bepaalt: concept raadsbesluiten kunnen onderwerp zijn van een referendum, met uitzondering van (een aantal specifiek benoemde) besluiten. Artikel 1 van de Verordening omschrijft concept raadsbesluit als: ‘een aan de raad voorgelegd besluit dat op de agenda van de raadsvergadering is opgenomen’ Aanleiding voorstel Op 28 september 2020 heeft de raad naar aanleiding van een inleidend verzoek voor het houden van een raadgevend referendum door drie inwoners (hierna: de indieners) over het concept raadsbesluit tot vaststelling van het Gebiedspaspoort 2.0 Rivium, besloten geen gelegenheid te bieden een definitief verzoek in te dienen.

De grondslag hiervoor was gelegen in de twee weigeringsgronden die benoemd worden in artikel 2 lid i en j van de Verordening. De indieners hebben besloten hiertegen een bezwaar en een verzoek om voorlopige voorziening in te dienen bij de rechtbank. Nadat hun bezwaar ongegrond verklaard was door de raad (onder aanpassing en aanvulling van de motivering) en het verzoek om voorlopige voorziening was afgewezen (ontbreken spoedeisend belang), hebben zij besloten hiertegen een beroep in te dienen bij de rechtbank. De rechtbank heeft op 26 februari 2022 besloten om ook het beroep ongegrond te verklaren. Dit maakt dat alsnog geen gelegenheid geboden hoeft te worden tot het definitief indienen van een verzoek tot een raadgevend referendum. De grondslag waarop de rechtbank het beroep ongegrond heeft verklaard, heeft echter ongewenste gevolgen voor de wijze van lezen en uitvoeren van de Verordening (hierover in het onderstaande meer). Omdat tegen een uitspraak van de rechtbank uiterlijk binnen 6 weken hoger beroep ingesteld

1

Zaaknr:800506

moet worden bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling), is niet eerst bij uw raad geïnformeerd of u hoger beroep wilde instellen, maar is in overleg met onze advocaat en raadslid de heer mr. P.M.D. Weijers (die namens uw raad zowel bij de bezwaar- als de beroepsprocedure betrokken was) op 8 maart 2022 reeds een (pro forma) hoger beroepschrift ingediend om de rechten voor de gemeente veilig te stellen. Dit hoger beroepschrift is op 11 april 2022 aangevuld met een motivering (de gronden). In het onderstaande wordt toegelicht waarom de uitspraak van de rechtbank onwenselijk is en wordt u voorgesteld om het reeds ingestelde hoger beroep voort te zetten. BEOOGD DOEL / EFFECT Een uitspraak te verkrijgen over het (principiële) punt of met het begrip conceptbesluit in de Verordening een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) wordt bedoeld om zo de bedoeling en de werking van de Verordening zeker te stellen en discussie over dit onderwerp in de toekomst te voorkomen. ONDERBOUWING VAN DE GEVRAAGDE BESLISSING Uw raad heeft op 28 september 2020 op inhoudelijke gronden besloten om geen gelegenheid te bieden tot het indienen van een definitief verzoek tot een raadgevend referendum. De inhoudelijke gronden betroffen:

i.

‘Artikel 2. Referendabele besluiten Concept raadsbesluiten kunnen onderwerp zijn van een referendum, met uitzondering van besluiten: […] die naar het oordeel van de raad hun grondslag vinden in een eerder genomen besluit waarover een referendum is gehouden of kon worden gehouden; j. waarvan de totstandkoming, inwerkingtreding of uitvoering naar het oordeel van de raad niet kan worden uitgesteld vanwege enig daarmee gemoeid belang;’

De rechtbank oordeelde in haar uitspraak (voor zover van belang): ‘4.1. Ter zitting heeft verweerder desgevraagd bevestigd dat met een concept raadsbesluit in de Referendumverordening wordt bedoeld een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het Gebiedspaspoort 2.0 vermeldt onder meer; "Het Gebiedspaspoort 2.0 is een ambitiedocument en biedt op zichzelf nog onvoldoende grond voor de beoordeling van een aanvraag om vergunningverlening". Verweerder heeft op de zitting desgevraagd aangegeven dat het Gebiedspaspoort 2.0 geen besluit is, ook niet een besluit tot het vaststellen van een beleidsregel. Een en ander is door eisers niet betwist. 4.2. Nu tussen partijen vaststaat dat geen sprake is van een besluit in de zin van de Awb was de Referendumverordening niet van toepassing op het concept raadsbesluit tot vaststelling van het Gebiedspaspoort 2.0. Verweerder had deze redenering, zoals ter zitting door hem ook is erkend, ten grondslag moeten leggen aan het primaire besluit dan wel het bestreden besluit, nu dit een volledige heroverweging van het primaire besluit inhoudt. Het bezwaar was ook in die redenering niet succesvol geweest.

Dit betekent dat de rechtbank het beroep ongegrond zal verklaren.’ Ter zitting is namens uw raad niet desgevraagd bevestigd dat met een conceptbesluit in de zin van de Referendumverordening een besluit in de zin van de Awb wordt bedoeld. Het betreft hier een standpunt dat door de rechtbank eigenstandig is ingenomen en als zodanig bij aanvang van de

2

Zaaknr:800506

mondelinge behandeling door de rechtbank werd geponeerd. Dat dit het standpunt van de raad zou zijn, volgt ook niet uit de processtukken die namens de raad in de beroepsprocedure zijn ingediend, noch uit het proces verbaal van de zitting. Hoewel de aangevallen uitspraak een voor de raad gunstige uitkomst heeft, inhoudende dat er geen gelegenheid geboden hoeft te worden voor het indienen van een definitief verzoek voor het houden van een referendum, heeft de raad in het licht van de overwegingen van de rechtbank om tot haar oordeel te komen toch procesbelang bij dit hoger beroep. Dit wordt als volgt toegelicht. In artikel 1 van de Verordening wordt een conceptraadsbesluit gedefinieerd als: ‘een aan de raad voorgelegd besluit dat op de agenda van de raadsvergadering is opgenomen’. In deze bepaling ontbreekt een koppeling met artikel 1:3, eerste lid, van de Awb, waarin wordt gedefinieerd wat een besluit in de zin van de Awb is. Ook overigens blijkt uit de Verordening niet dat met deze definitie bedoeld is om een conceptbesluit in de zin van de Verordening te beperken tot besluiten in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb.

Door in strijd met de Verordening te overwegen dat met een conceptbesluit in de zin van deze Verordening slechts een besluit in de zin van de Awb wordt bedoeld, wordt de kring van conceptbesluiten die onderwerp van een referendum kunnen zijn ten onrechte sterk beperkt door de rechtbank. Bij het vaststellen van de Verordening (die gebaseerd is op de VNG-Modelverordening) heeft uw raad een dergelijke beperking niet beoogd. Daarmee zou de uitspraak wanneer deze kracht van gewijsde zou verkrijgen (in het geval er geen hoger beroep zou zijn ingesteld), afbreuk doen aan het doel van de Verordening. Daarnaast kan deze uitspraak een rol spelen bij toekomstige discussies tussen partijen over eenzelfde soort geschil, namelijk de vraag of er wel of geen sprake is van een referendabel besluit.

Een ander risico of nadeel van de lezing van de rechtbank kan zijn, dat door ‘op formele gronden’ een eerder concept raadsbesluit niet referendabel te achten (want geen besluit in de zin van de Awb), de weigeringsgrond als genoemd in artikel 2 lid i (geen referendum tegen een concept raadsbesluit dat een vervolg is op een eerder besluit waarover een referendum mogelijk was) alleen al om die reden niet ingeroepen zou kunnen worden tegen een vervolg concept raadsbesluit (in dezelfde procedure), zonder dat er op dat punt dan nog een inhoudelijke afweging kan worden gemaakt of de i-grond al dan niet als afwijzingsgrond kan dienen. Daarmee wordt op voorhand een beperking in de afwijzingsgronden aangebracht en dat is niet wenselijk. Om bovenstaande redenen wordt uw raad voorgesteld om het reeds ingestelde hoger beroep voort te zetten. KANTTEKENINGEN/RISICO’S Indien de Afdeling tot het oordeel komt dat de uitspraak van de rechtbank geen stand kan houden, komt zij vervolgens toe aan een inhoudelijk oordeel over de oorspronkelijke afwijzingsgronden (artikel 2 lid i en j van de Verordening). Het is vervolgens mogelijk dat de Afdeling concludeert dat deze afwijzingsgronden niet ten grondslag gelegd hadden mogen worden aan het besluit.

Zij zou dan kunnen concluderen dat er alsnog gelegenheid gegeven moet worden tot het indienen van een definitief verzoek voor het houden van een raadgevend referendum. Door de indieners is echter inmiddels zelf ook hoger beroep ingesteld. Om die reden is bovenomschreven ‘risico’ niet te voorkomen door alsnog te besluiten het hoger beroep niet voort te zetten. In dat geval loopt het door de indieners ingestelde hoger beroep gewoon door. Juist door zelf ook actief deel te nemen aan de hoger beroepsprocedure als partij die zelf hoger beroep heeft ingesteld (en niet alleen als verweerder) kan de raad zelf ook zijn standpunten eigenstandig bepleiten zonder dat hij daarbij afhankelijk is van het beroepschrift van de indieners.

3

Zaaknr:800506

FINANCIELE CONSEQUENTIES / WIJZE VAN DEKKING N.v.t. REACTIES VAN DERDE / FORMELE INSPRAAK EN ZIENSWIJZEN / COMMUNICATIE De door ons opgestelde documenten die moesten worden opgesteld in het kader van de procedure en de communicatie richting uw raad zijn in nauw overleg met een vertegenwoordiging uit uw raad, de heer mr. P.M.D. Weijers, tot stand gekomen. VOORTRAJECT Zie aanleiding raadsvoorstel. VERVOLGTRAJECT Na de uitspraak van de Afdeling wordt het proces tot wijziging van de Referendumverordening Capelle aan den IJssel 2020 dat reeds is ingezet, hervat en wordt bezien of daarbij de uitspraak van de Afdeling aanleiding geeft om op dit punt ook een wijziging aan te brengen in de Verordening. RAADSCOMMISSIE Commissie Bestuur, Veiligheid en Middelen d.d. 13 juni 2022 BIJLAGE(N) WELKE TER KENNIS VAN DE RAAD WORDEN GEBRACHT 1. Uitspraak Rechtbank d.d. 26 januari 2022; 2. Hoger beroepschrift d.d. 8 maart 2022; 3. Nadere gronden van het hoger beroep d.d. 11 april 2022. NADERE INFORMATIE / TECHNISCHE VRAGEN BIJ Nadere informatie De heer mr. P.M.D. Weijers, raadslid E P.M.D.Weijers@capelleaandenijssel.nl Technische vragen De heer drs. F. Harteveld, secretaris referendumcommissie E f.harteveld@capelleaandenijssel.nl M 06 - 11 86 98 95

Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester,

A.L. Duijmaer van Twist

mr. P. Oskam

4

Zaaknr:800506

Raadsbesluit De raad van de gemeente Capelle aan den IJssel; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 24 mei 2022 BESLUIT: 1. kennis te nemen van de uitspraak van de rechtbank inzake het niet bieden van de gelegenheid tot het indienen van een definitief verzoek tot het houden van een raadgevend referendum over Gebiedspaspoort 2.0 Rivium d.d. 26 januari 2022; 2. kennis te nemen van het daartegen ingediende pro forma hoger beroepschrift d.d. 8 maart 2022 en de later ingediende gronden van dit hoger beroepschrift d.d. 11 april 2022; 3. het ingediende hoger beroep voort te zetten.

Vastgesteld in de openbare vergadering van 4 juli 2022 De griffier, de voorzitter,

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11563666/1