CConstaterende datCapelle Ad Ijssel
Koppel je AI →
Document · PDF

06.06 - mer beoordelingsbesluit 1K1 983323

Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer 31 januari 2023, gemeente Capelle Ad IjsselBij agendapunt: Ontwerpverklaring van geen bedenkingen Fascinatio Boulevard kavel 1K1904 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

M.e.r.-beoordelingsbesluit kavel 1K1 Op 31 mei 2022 hebben wij besloten dat geen milieueffectrapport (MER) hoeft te worden opgesteld voor de omgevingsvergunning voor het afwijken van het vigerende bestemmingsplan conform artikel 2.12, lid 1, sub a onder 3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) voor het realiseren van 71 appartementen op de hoek van de Fascinatio Boulevard met de Rivium Boulevard (kavel 1K-1). Als uitgangspunt geldt dat alleen een MER hoeft te worden opgesteld, indien het bevoegd gezag van oordeel is dat dit noodzakelijk is vanwege belangrijke nadelige gevolgen die de activiteit voor het milieu kan hebben. Deze m.e.r.-beoordeling is uitgevoerd conform paragraaf 7.6 van de Wet milieubeheer (Wm) en is gebaseerd op hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten, waaronder paragraaf 4.1 Milieueffectrapportage van de ruimtelijke onderbouwing van 12 november 2021 en de bijbehorende onderzoeken. Voorgenomen activiteit De voorgenomen activiteit betreft de bouw van 71 appartementen. Noodzakelijkheid m.e.r.-beoordelingsbesluit De voorgenomen activiteit valt onder: M.e.r.-categorie : D11.2 Activiteit : De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.

Drempelwaarde : In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer en een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat. Besluit m.e.r.-beoordeling Voor de aanvraag van een omgevingsvergunning waarbij van het bestemmingsplan wordt afgeweken is dit m.e.r.-beoordelingsbesluit noodzakelijk, volgens artikel 2, lid 5 onder b van het Besluit m.e.r., omdat de voorgenomen activiteit een stedelijke ontwikkeling is en een omvang heeft van 71 woningen. Het aantal woningen ligt ruim onder de drempelwaarde van 2.000 woningen. Bevoegd gezag Het college van burgemeester en wethouders is het bevoegd gezag in het kader van de Wet ruimtelijke ordening en daarmee bevoegd dit m.e.r.-beoordelingsbesluit te nemen. Besluit Er hoeft geen MER te worden opgesteld, omdat er geen belangrijke nadelige gevolgen zijn te verwachten voor het milieu.

705141/705831

Behorende bij kenmerk nummer: 705141/705831

pagina: 2 van 3

Stikstofemissie: met onderzoek is voldoende aangetoond dat de plannen geen negatieve effecten op beschermde natuur zullen veroorzaken. Het onderdeel stikstofdepositie vormt hiertoe geen belemmering en Wnb-vergunningplicht is niet aan de orde. Met de uitgevoerde AERIUSberekening is voldoende aangetoond dat het beoogde plan geen stikstofdepositie veroorzaakt die groter is dan 0,00 mol/ha/jaar. Negatieve effecten op daarvoor gevoelige Natura 2000-gebieden zijn uitgesloten. Luchtkwaliteit: De luchtkwaliteit ter plaatse vormt geen belemmering voor de te realiseren ontwikkeling. Uit het luchtkwaliteitsonderzoek blijkt dat er sprake is van een “niet in betekenende mate” bijdrage. De normen voor stikstofdioxide en fijnstof worden als gevolg van het plan, niet overschreden. Het thema ‘lucht’ leidt daarmee niet tot belemmeringen voor de ontwikkeling van het plan. Geluid: Op basis van de aanmeldnotitie blijkt dat het plan gelegen is binnen de geluidzone van de wegen Abram van Rijckevorselweg, Rivium Boulevard en Fascinatio Boulevard. De maximaal toelaatbare waarde wordt overschreden, maar door middel van het toepassen van maatregelen kan een hogere waarde Wet geluidhinder worden verleend. De nieuwe ontwikkeling heeft geen significante gevolgen voor de verkeersintensiteit en daarmee vormt de ontwikkeling van het plangebied geen belemmeringen op het aspect geluid.

Externe veiligheid: In de omgeving van het plangebied zijn enkele risicobronnen aanwezig. De rijksweg A16 is als onderdeel van het Basisnet een aangewezen route voor het transport van gevaarlijke stoffen. Over de Abram van Rijckevorselweg (N210) is ook sprake van transport van gevaarlijke stoffen, het gaat voor deze weg om een beperkt aantal transporten in de categorie GF3 (LPG). Uit onderzoek blijkt dat de plaatsgebonden 10-6-contour 0 meter bedraagt. Het groepsrisico bedraagt in de bestaande situatie (incl. het (geprojecteerde) kantorenprogramma ca. 1,20 x de oriëntatiewaarde. In de toekomstige situatie, met woningbouw in het plangebied, bedraagt het groepsrisico ca. 1,18 x de oriëntatiewaarde. De realisatie van het bouwplan leidt derhalve niet tot een verhoging van het groepsrisico, er is sprake van een (geringe) verlaging van het groepsrisico. De gebruikelijke maatregelen in verband met de bescherming en zelfredzaamheid worden getroffen. Het thema ‘externe veiligheid’ leidt daarmee niet tot belemmeringen voor de ontwikkeling van het plan. Beschermde soorten: Op de planlocatie zijn geen bomen en struiken aanwezig en er vinden geen sloopwerkzaamheden plaats. Op basis van de uitgevoerde Quickscan ten behoeve van het plan kan blijkt dat de planlocatie ongeschikt is als vaste rust- en verblijfplaats voor soorten die in de Wnb zijn opgenomen.

Geconcludeerd kan worden dat er in het kader van de Wet natuurbescherming geen negatieve effecten optreden ten aanzien van broedvogels met jaarrond beschermde nesten. Hiermee is er voldoende zicht op dat de beoogde ontwikkeling kan worden gerealiseerd. Bodem: Uit het uitgevoerde bodemonderzoek blijkt dat de bodemkwaliteit geschikt is voor het voorgenomen gebruik (wonen met tuin). De bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor de afwijking van het bestemmingsplan en het in werking laten treden van een omgevingsvergunning.

Behorende bij kenmerk nummer: 705141/705831

pagina: 3 van 3

Bezwaar en beroep Op grond van artikel 6:3 van de Algemene wet bestuursrecht is deze beoordeling een voorbereidingsbesluit, waarop geen bezwaar of beroep mogelijk is, tenzij aangetoond kan worden dat dit besluit belanghebbenden rechtstreeks treft. Derden kunnen bij het besluit in het kader van de Wet ruimtelijke ordening wel bezwaar maken tegen de m.e.r.-beoordeling.

Capelle aan den IJssel,……………………….. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester,

A.L. Duijmaer van Twist

mr. P. Oskam

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12343930/1