06.05 - Jaarverslag en Jaarrekening 2021 DCMR Milieudienst Rijnmond
Tekst van het document
Daarom hebben DCMR, de gemeente Rotterdam en de provincie afspraken gemaakt die ertoe moeten leiden dat Rotterdam de bevoegdheden over het grondwater behoudt. De bedrijven houden daarmee slechts één aanspreekpunt. In 2022 worden de afspraken bestuurlijk vastgesteld. Gemeenten en waterschappen hebben diverse subsidieregelingen voor particulieren en bedrijven om het ontkoppelen van hemelwater mogelijk te kunnen maken. Ondanks dat het ontkoppelen vanaf januari 2021 geen deel meer uitmaakt van het MJP, blijft aandacht hiervoor bestaan vanwege de klimaatontwikkelingen. 2.2.13 Omgevingsveiligheid Naast het geven van adviezen over omgevingsveiligheid bij vergunningverlening en toezicht is verder gewerkt aan de voorbereiding van omgevingsveiligheid onder de Omgevingswet.
Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2021
24 / 100
De landelijk berekende aandachtsgebieden voor externe veiligheid zijn in concept klaar, maar nog niet altijd realistisch. Er is meegewerkt aan een voorstel om de kwaliteit van de aandachtsgebieden te verbeteren. Zolang de aandachtsgebieden niet definitief zijn, is dit van invloed op de planning van andere projecten. Het werkproces voor het verwerken van veiligheidsdata is alvast aangepast aan de Omgevingswet en er is mee geoefend. Ook als voorbereiding op het register externe veiligheid (REV). Voor de technische aansluiting op het REV zijn de eerste testen succesvol uitgevoerd. Er is begonnen met het aanpassen van de DCMR EV-database met als doel automatische levering van data aan het REV vanaf juli 2022. Ook voor het werkproces ruimtelijke ordening zijn de wijzigingen vanwege de Omgevingswet verder in kaart gebracht en uitgewerkt in een schematische weergave van alle stappen. Hoewel de conceptaandachtsgebieden nog niet geschikt zijn om te delen, is al wel geoefend met gemeenten die daaraan behoefte hadden. De andere participanten zijn zoveel mogelijk op de hoogte gehouden. Verder is een bijdrage geleverd aan landelijke initiatieven om prioriteiten en budget voor omgevingsveiligheid op orde te krijgen.
2.2.14 Programma Actualisatie geluidsmanagement havenindustrieel complex In 2018 is in samenwerking met de provincie Zuid-Holland, de gemeente Rotterdam en het Havenbedrijf Rotterdam gestart met een tweejarig programma tot actualisering van het geluidmanagementsysteem (PAG) voor industrielawaai in de Rotterdamse haven. In het programma is onderzocht welke actualiseringen op technisch, organisatorisch en juridisch gebied doorgevoerd moeten worden. Op 17 juli 2020 is het PAG officieel afgesloten. Een aantal deelprojecten liep door naar 2021. Daarnaast was er een aantal projecten waaruit vervolgacties zijn voortgekomen. In 2021 zijn op meerdere industrieterreinen binnen het havenindustrieel complex (HIC) de relevante AMvB-bedrijven in de zonemodellen ingevoerd. Dit project wordt in 2022 afgerond. Ook heeft er een pilot voor het handhaven van afschermende werking plaatsgevonden en is gestart met het opzetten van een online viewer die inzicht geeft in beschikbare en uitgegeven geluidruimte. Verder is gekeken hoe moet worden omgegaan met een aantal zaken die betrekking hebben op geluid in het HIC-gebied na invoering van de Omgevingswet. Het afronden van het viewerproject is afhankelijk van het facet bestemmingsplan geluid (FBG) danwel het thematisch Omgevingsplan (TOP) en dit proces heeft vertraging opgelopen.
Het in de vergunningen opnemen van het geluid van afgemeerde schepen is in afwachting van de meetresultaten van het langdurige meetprogramma naar de bronvermogens van schepen. 2.2.15 Omgevingswet Er is verder gewerkt aan het programma Omgevingswet. De voorbereiding op de beoogde inwerkingtredingsdatum van 1 juli 2022 stond hierbij centraal. Het programma was in 2021 in een uitvoerende fase, is eind 2021 afgerond en overgedragen aan de lijnorganisatie. In 2021 zijn de volgende werkzaamheden verricht: - Het in 2019 gestarte opleidingsprogramma liep door in 2021 en is aan het einde van het jaar succesvol afgesloten. De medewerkers van DCMR zijn voldoende en tijdig opgeleid voor werken met de Omgevingswet. - Er is een groot aantal oefensessies verzorgd binnen de dienst. Medewerkers konden opgedane kennis alvast toepassen in concrete cases. Binnen het Rijnmondberaad is gezamenlijk een ketendag Omgevingswet georganiseerd. Dit initiatief – waarin het programma Omgevingswet DCMR veel energie heeft gestoken – behaalde de tweede plaats in de verkiezing van de Aan de
Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2021
25 / 100
-
-
slag-trofee, een belangrijke prijs van het landelijke programma Aan de slag met de Omgevingswet. DCMR is volledig aangesloten op de landelijke voorziening digitaal stelsel Omgevingswet (DSO). Daarnaast is verder gewerkt aan het aanpassen van bestaande werkprocessen/sjablonen. DCMR heeft samen met de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (VRR) en GGD een goedbezochte sessie georganiseerd met als thema samenwerken onder de Omgevingswet. Tijdens deze sessie is de basis gelegd voor de meer praktische invulling van de samenwerking. Verwacht wordt dat de samenwerking onder de Omgevingswet intensiever wordt dan nu. Binnen het Rijnmondberaad, de regionale samenwerking tussen de participanten en ketenpartners, zijn op deelonderwerpen belangrijke adviezen opgesteld: De werkgroep VTH heeft een uitgebreid concept-werkafsprakendocument opgeleverd voor VTH-taken tussen DCMR, de participanten en andere ketenpartners. Binnen de werkgroep leges/mandaten is een concept-mandatendocument opgesteld dat als basis dient voor de invulling van de mandaten tussen DCMR en de participanten.
2.2.16 Geluidsaneringen subsidieregeling sanering verkeerslawaai Voor de gemeenten waarvoor DCMR saneringswerkzaamheden uitvoert, zijn in 2020 alle resterende saneringswoningen aangemeld bij Bureau Sanering Verkeerslawaai (BSV). Dit heeft geresulteerd in het aanvragen van subsidies voor zo’n 22.000 woningen in vier gemeenten. Het totaal aantal betrokken woningen is hierdoor gestegen van circa 7.000 naar ongeveer 29.000. Bij de saneringswerkzaamheden wordt geluidisolatie aangebracht aan de gevels van woningen, zodat deze gaan voldoen aan de geluidnormen. Eind 2021 heeft BSV voor ongeveer 9.000 woningen uit de gemeente Rotterdam subsidie toegekend. In 2022 gaat DCMR voor deze woningen een plan van aanpak opstellen. Ook voor de andere gemeenten zijn in 2021 de laatste projecten goedgekeurd. Ook in 2021 ondervonden de werkzaamheden hinder van coronamaatregelen. Vanaf september konden woningopnames weer worden uitgevoerd. In totaal zijn in 2021 ruim 1.000 woningen aangeboden aan bouwkundig adviseurs voor woningopnames en, indien noodzakelijk, het uitwerken van een maatregelenpakket. De verwachting is dat de eerste projecten in het eerste kwartaal van 2022 ter toetsing aan BSV worden aangeboden, waarbij na akkoord aannemers kunnen beginnen met isolerende maatregelen.
2.2.17 Programma energietransitie en circulaire economie Op 1 januari 2021 is DCMR gestart met opgavegericht werken en als invulling daarvan met programmamanagement. Dit om DCMR als sectorale organisatie beter aan te laten sluiten op de opgaven van de participanten. Op 1 juli 2021 heeft het algemeen bestuur opdracht gegeven een programma te maken om de belangrijke maatschappelijke opgaven van de energietransitie en de circulaire economie een impuls te geven. Dit programma wordt gefinancierd uit het resultaat van 2020. Belangrijke voorwaarden voor het programma zijn: het moet ambtelijk en bestuurlijk in samenspraak met de participanten tot stand komen, de extra werkzaamheden worden ondergebracht bij de reguliere werkzaamheden, dicht bij de al uit te voeren taken liggen, en het programma is eindig. Op 9 december 2021 heeft het algemeen bestuur een positief besluit genomen. Het programma loopt gedurende vier jaar en is in 2021 uitgewerkt in vijf actielijnen, te weten: 1. Kennispositie. Door kennisnetwerken en samenwerking versterkt DCMR de kennispositie op het gebied van energietransitie en circulariteit en zet die in voor het versnellen van de duurzaamheidsdoelstellingen.
Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2021
26 / 100
2. Versnelling VTH. De VTH-aanpak van DCMR zorgt voor een versnelling van duurzame initiatieven. 3. Kennis nieuwe energiedragers. DCMR heeft kennis van het opwekken van duurzame energie en nieuwe energiedragers en hun impact op de leefomgeving. 4. Circulaire initiatieven. DCMR bevordert het gebruik van secundaire grondstoffen op een veilige en verantwoorde manier. 5. Wetgeving en beleid. DCMR draagt bij aan regelgeving die een landelijk level playing field bewerkstelligd voor duurzame initiatieven en bevordert en versnelt deze. Jaarlijks wordt een jaarplan opgesteld met de activiteiten en resultaten voor het behalen van bovenstaande doelstellingen. 2.2.18 Programma duurzaamheid Voor de gemeente Rotterdam werkt DCMR aan het thema duurzaamheid. Er zijn verschillende werkzaamheden en projecten uitgevoerd rond dit thema: - Adviesvragen van de gemeente over een breed scala aan energieonderwerpen zijn opgepakt en beantwoord. Onder andere op het gebied van het Rotterdams klimaatakkoord, warmteinfrastructuur, Omgevingswet, waterstof, warmtetafel, biogas, biomassa, warmtetransitie, warmte-integratie, symbiose stad en haven, energie-infrastructuur, energieefficiencymaatregelen en uitwerking van het akkoord van Parijs voor bedrijveninzet. - Er zijn vijftien bedrijven bezocht waarvan de energievoorschriften in de vergunning niet actueel waren.
- Samen met bedrijven en de gemeente Rotterdam is in drie workshops tijdens een bedrijvenleertraject gekeken naar energiebesparingsmogelijkheden buiten de erkende maatregelenlijsten. - Samen met de gemeente is een project opgezet om een impuls te geven aan het toezicht op de energiebesparings- en informatieplicht van bedrijven en duurzame bedrijventerreinen. Hiervoor zijn toezichts- en hercontrolebezoeken uitgevoerd. - Begin 2021 is een eerste update van het Klimaatakkoord doorgerekend op het effect voor de CO2-uitstoot. - Er zijn een monitor hernieuwbare energie en een CO2-rapportage over 2020 opgesteld. - Er is een eerste versie van een CO2-rekentool opgeleverd waarmee Rotterdamse beleidsmakers hun geplande maatregelen kunnen doorrekenen en vergelijken op het effect voor de CO2-uitstoot. 2.2.19 Landelijke ontwikkelingen Versterking landelijk stelsel omgevingsdiensten De commissie-Van Aartsen evalueerde in opdracht van de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat het stelsel van 29 omgevingsdiensten in Nederland. In maart 2021 trok de commissie stevige conclusies: het stelsel functioneert niet voldoende en wordt gekenmerkt door fragmentatie en vrijblijvendheid. De commissie oordeelde dat voor veel omgevingsdiensten het takenpakket, de financiering en de kwaliteit niet robuust genoeg zijn.
In de aanbevelingen werd daarom gepleit voor steviger afspraken over normfinanciering, opbouw van deskundigheid en betere afspraken over de taken en positie van de omgevingsdiensten. Medio 2021 publiceerde ook de Algemene Rekenkamer een onderzoek over de VTH-aanpak bij risicobedrijven. De rekenkamer concludeerde dat de informatie over toezicht en handhaving bij risicobedrijven niet goed beschikbaar is en onvoldoende tussen de inspectiediensten wordt uitgewisseld. Op basis van deze onderzoeken drong de Tweede Kamer aan op snelle maatregelen. De staatssecretaris heeft op 13 december 2021 een brief aan de kamer gestuurd met tien maatregelen om de uitvoering van VTH-taken te versterken. Die maatregelen gaan onder andere over normen voor de financiering van VTH-taken, betere uitwisseling van VTHdata, onafhankelijkheid in toezicht en handhaving en het verhogen van de kwaliteit door onderlinge visitaties van omgevingsdiensten. Deze verbetervoorstellen worden in 2022 verder uitgewerkt door het Rijk, IPO, VNG en de gezamenlijke omgevingsdiensten. De betekenis van de voorstellen is voor
Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2021
27 / 100
DCMR per punt verschillend. Een deel van de verbeterpunten is in de Rijnmond-praktijk al geregeld. Zo heeft DCMR een robuuste omvang en kwaliteit en zijn er goede afspraken over een regionale VTH-aanpak. DCMR zal wel vervolgacties oppakken en bestuurlijk bespreken die de onafhankelijkheid van toezicht en handhaving betreffen en het versterken van kennis- en informatie-uitwisseling. Samenwerking Zuid-Hollandse omgevingsdiensten In 2021 is in opdracht van het college van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland een onderzoek uitgevoerd naar de doorontwikkeling van de VTH-uitvoering door de vijf Zuid-Hollandse omgevingsdiensten. Het rapport concludeert dat een toekomstbestendige uitvoering van VTH-taken vraagt om intensievere samenwerking van de vijf diensten. Nieuwe maatschappelijke opgaven, innovatie van werkwijzen en opbouw van nieuwe expertise vragen van alle omgevingsdiensten extra inzet, en daarbij is onderlinge samenwerking vereist. De gezamenlijke bestuurders van de omgevingsdiensten hebben op basis hiervan een opdracht geformuleerd voor intensivering van de samenwerking. De focus ligt in eerste instantie op arbeidsmarktcommunicatie en digitalisering. De vijf diensten gaan, gelet op de krapte op de arbeidsmarkt, meer samenwerken op het gebied van arbeidsmarktcommunicatie, werving en traineeprogramma’s.
Daarnaast wordt de opgave van digitalisering gezamenlijk opgepakt, waaronder de uitwisseling van VTH-data en het provinciebreed ontwikkelen van de altijd actuele digitale vergunning (AADV). Spoor 3 Databeheer, meten en monitoring 2.2.20 Databeheer Ontwikkeling databeheer Eind 2020 beëindigde het transitieteam Informatievoorziening de werkzaamheden en heeft DCMR een informatiestrategie vastgesteld. Uitgangspunt voor beide activiteiten was de door het bestuur onderschreven ambitie om uit te groeien tot een datagedreven organisatie. Die ambitie impliceert betrouwbare data, waarvan het beheer op betaalbare en beheersbare wijze is geborgd. In 2021 is verder gewerkt aan de programma’s, projecten en activiteiten die deze ambities moeten realiseren. Wat databeheer betreft is in 2021 een flinke verbeterslag gemaakt. Er zijn voor diverse groepen van essentiële data, zoals bijvoorbeeld locaties, meldingen en milieuthema’s, registers gedefinieerd en ingericht. Voor elk register is een eigenaar en een beheerder aangewezen. De beheerders zijn begonnen de kwaliteit van de gegevens in de registers te verbeteren en te borgen. Ze vormen de basis voor diverse producten, zoals omgevingsvergunningen en monitoringsrapporten, voor de participanten, de bedrijven en de inwoners van het Rijnmondgebied.
Regionale Omgevingsinformatie (ROI) Het programma ROI heeft in 2021 de aandacht verlegd van het op orde brengen en houden van data en datakwaliteit, naar de ontwikkeling van informatieproducten die zijn gebaseerd op data die nu zijn ondergebracht in de registers. Er zijn verschillende tools ontwikkeld of in ontwikkeling ter ondersteuning van de primaire processen vergunningverlening, toezicht, advies en monitoring. Een voorbeeld daarvan is de QSM-viewer (Quick Scan Milieu), die het RO-adviesproces ondersteunt. Ook is gewerkt aan ondersteunende geo-viewers voor bijvoorbeeld toezicht op de kaart. De ontsluiting van het omgevingsdataregister en de kaartviewers voor externe partijen hebben vertraging opgelopen mede door de coronacrisis. Monitoring en Omgevingsinformatie (MOI) In het samenwerkingsproject Monitoring & OmgevingsInformatie (MOI) verzamelen en beheren de participanten al 25 jaar data over milieu en leefomgeving in de Rijnmond. Naast de participanten nemen ook Havenbedrijf Rotterdam, de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond en de GGD RotterdamRijnmond deel.
Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2021
28 / 100
In 2021 is het project vernieuwd en verbeterd met de introductie van Swing. Met deze softwaretool zijn alle indicatoren verzameld op het platform. Het platform bundelt, bewerkt en presenteert openbare gevalideerde data van en over de Rijnmond-gemeenten en geeft een beeld van de leefomgeving. De website Staat van Rijnmond ontsluit zowel kaartinformatie als trendinformatie over de kwaliteit van de leefomgeving, alsook de bronnen van milieubelasting en de door overheden en andere partijen genomen maatregelen. Tegelijk is de indeling van MOI voorbereid op de Omgevingswet: de indeling in klassieke milieuthema’s is vervangen door thema’s die aansluiten op de Omgevinsgwet. De website biedt een selectie van gegevens in kant-en-klare dashboards (veilige regio, gezonde regio). Maar de databank bevat ook uitgebreidere datasets waaruit bezoekers zelf selecties kunnen samenstellen en de data direct downloaden. Daarnaast maakt Staat van Rijnmond het mogelijk om beschikbare data van de verschillende participanten met elkaar te vergelijken. Op 17 november 2021 is de website Staat van Rijnmond officieel gelanceerd door wethouder Ivana Somers van de gemeente Vlaardingen. 2.2.21 Citizen science DCMR investeert in het betrekken van burgers bij het vaststellen van de omgevingskwaliteit. Dit is onder andere mogelijk doordat goedkope sensoren en meetapparatuur beschikbaar zijn gekomen.
Citizen science wordt gezien als een manier om burgers meer bij het bestuur te betrekken en te laten meedenken over hun omgeving. Ontwikkelingen op dit gebied (technologisch en de uitvoering van projecten) worden ondersteund of geïnitieerd. In 2021 is de gemeente Rotterdam een groot project gestart dat technisch ondersteund wordt door DCMR. Verder is er aan andere gemeentes en de provincie geadviseerd en worden in samenwerking met het RIVM technische ontwikkelingen gevolgd. 2.2.22 Meetprogramma luchtkwaliteit informatie Meetprogramma luchtkwaliteitinformatie In 2021 is een nieuw vijfjarenprogramma overeengekomen met de provincie Zuid-Holland en de gemeente Rotterdam waarmee het luchtmeetnet weer vijf jaar wordt voortgezet. Het meetnet voorziet in een kern van hoogwaardige metingen die gebruikt kunnen worden bij citizen-science-activiteiten en bij modellering als ijking en referentie. Daarnaast wordt het meetnet aangepast aan de veranderde eisen die de omgeving stelt zodat het ook de komende jaren een belangrijke bron van milieuinformatie blijft. Daarnaast is het Schone Lucht Akkoord (SLA), dat in januari 2020 is getekend, en de toegenomen aandacht voor zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) in de regio belangrijk. In het SLA is veel aandacht voor primair fijnstof, onder andere van houtstook. De modernisering van de roetmonitoren in het meetnet speelt hierop in.
Coronapandemie en luchtkwaliteit De strenge lockdown uit het voorjaar van 2020 veroorzaakte flinke verbetering van de luchtkwaliteit. Dit is door DCMR (metingen) en het RIVM (modelberekeningen) grondig onderzocht en hierover is gezamenlijk gepubliceerd. De vraag kwam op in hoeverre het thuiswerken zou blijven bestaan en tot een blijvende afname van bijvoorbeeld files en luchtvervuiling zou leiden. Dat is niet gebeurd. Met de opening van de economie nam de verkeersdrukte weer toe en omdat het openbaar vervoer veelal werd gemeden en mensen een (tweedehands)auto aanschaften werd het effect van extra thuiswerken grotendeels tenietgedaan. 2021 kende nog steeds perioden met coronamaatregelen, waardoor er enig positief effect op de luchtkwaliteit was, maar een blijvende positieve verandering bleef dat jaar uit. Een negatief effect van de lockdowns op de luchtkwaliteit is de toename van het bezorgverkeer. E-noses De meldkamer van DCMR monitort een uitgebreid netwerk van e-noses (elektronische neuzen) in de provincies Zuid-Holland, Utrecht, Noord-Brabant en Gelderland. Een groot deel van deze e-noses
Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2021
29 / 100
staan opgesteld langs vaarwegen. Ze kunnen zowel live worden bekeken als historisch uitgelezen door de meldkamer. Een e-nose is een ‘indicatief meetinstrument’ dat 24 uur per dag veranderingen in de luchtsamenstelling detecteert. De e-nose geeft niet aan om welke concentraties van stoffen het precies gaat. De meetresultaten van de e-noses worden voor zover mogelijk gebruikt om bij incidenten de bron van een emissie op te sporen. Vooral bij de ontgassing van een binnenvaartschip heeft het netwerk van e-noses toegevoegde waarde. 2.2.23 Integrale rapportage Visie en vertrouwen Het project Mainportontwikkeling Rotterdam (PMR) zorgt ervoor dat de haven voldoende ruimte krijgt om te groeien (de aanleg van Maasvlakte 2) en de regio als geheel leefbaarder wordt. De voortgang en de resultaten van deze dubbele doelstelling van het project zijn beschreven in de integrale rapportage Visie en Vertrouwen. DCMR doet deze integrale rapportage jaarlijks vanaf 2010. In het najaar van 2021 verscheen de twaalfde editie, de eerste volledig digitale en interactieve versie. In het rapport staan de voortgang en de resultaten beschreven van de afspraken uit het convenant Visie en Vertrouwen. Het convenant bevat de afspraken over de uitvoering van PMR die overheden, Havenbedrijf en maatschappelijke organisaties zijn overeengekomen.
Naast afspraken over de duurzame aanleg van Maasvlakte 2 zijn in het convenant afspraken opgenomen over natuurcompensatiemaatregelen en leefbaarheidsprojecten. DCMR volgt, beschrijft en monitort de afspraken op basis van interviews met stakeholders, literatuuronderzoek, veldbezoeken, onderzoeksrapporten en media- en data-analyse. DCMR doet dit in opdracht van de overheidspartijen van PMR en Havenbedrijf Rotterdam. Daarbij is het voortdurend schakelen tussen gegevensleveranciers, beleidsmakers, vergunningverleners, onderzoekers en belangengroepen. Op 18 november 2021 is onder leiding van de nieuwe voorzitter, Marion Gout-van Sinderen, de twaalfde editie van de integrale rapportage besproken aan de tafel van borging, een overlegplatform waar alle ondertekenaars van het convenant bij aanschuiven. Het rapport maakt een discussie op hoofdlijnen aan de tafel mogelijk en verwijst de lezer naar onderliggende detailinformatie. De tafel kan op grond hiervan de overheden en het Havenbedrijf adviseren om aanvullende of alternatieve maatregelen te nemen. Ook kunnen aan de tafel aanvullende afspraken worden gemaakt. De minister van Infrastructuur en Waterstaat informeert sinds 2016 de Tweede Kamer met behulp van de integrale rapportage over PMR.
2.3
Wat heeft het gekost?
Een weergave en uitleg van de kosten en opbrengsten is opgenomen in hoofdstuk 5 Financiële resultaten en van de baten en lasten in hoofdstuk 9 Overzicht van baten en lasten in de jaarrekening.
Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2021
30 / 100
3 Bedrijfsvoering 3.1
Wat waren we van plan?
DCMR heeft de ambitie als excellente organisatie de kwaliteit en het resultaat van haar werkzaamheden te optimaliseren voor VTH, advies en omgevingsdata. Dit kan door de basiswerkzaamheden van financiën, HR en ICT efficiënter te organiseren. Daarnaast heeft de afdeling Bedrijfsvoering zelf ambities. In 2021 is de ambitie door te groeien naar een datagedreven organisatie. De ambitie van een datagedreven, excellente DCMR-organisatie vraagt om professionalisering van de informatiefunctie van DCMR. De rol van informatie in de primaire processen en de bedrijfsvoering van DCMR wordt steeds groter. Dit past bij de algemene ontwikkeling van organisaties dat informatie steeds meer een integraal en sturend onderdeel wordt van de werkprocessen. Binnen veel overheidsorganisaties is dit zichtbaar door een toenemende inzet van ICT. Met ingang van 2021 wordt digitalisering en informatievoorziening geheel gefinancierd binnen de exploitatie, conform het besluit van het algemeen bestuur in december 2019. Door data-analyse en gebruik van ICT is het mogelijk om in de VTH-uitvoering meer risicogericht te werken en daarmee met dezelfde inzet een groter resultaat en meer kwaliteit te realiseren. Ook bij de uitvoering van adviestaken kan met een verbeterde informatiepositie de kwaliteit en snelheid van de adviesproducten worden vergroot.
Daarnaast biedt de investering in datagedreven uitvoering ook efficiencymogelijkheden. De beschikbare inzet kan scherper worden geprioriteerd. Tot slot wordt met het verbeteren van het applicatielandschap ingezet op het gemakkelijk en veilig uitwisselen van gegevens met bedrijven, de participanten en andere omgevingsdiensten en een transparante en betrouwbare presentatie van openbare informatie. In navolging van de verkenning in 2020 naar een meer output- en outcomegerichte sturing en een bijpassende financieringsstructuur, wordt in afstemming met het bestuur in 2021 vervolg aan dit traject gegeven.
3.2
Wat hebben we gedaan?
Bedrijfsvoering heeft ondanks corona mooie stappen gezet op meerdere gebieden zoals onder andere het definiëren van de datagedreven organisatie, support implementatie nieuw VTH-systeem, de start van het nieuwe werkplekconcept en het opstellen van een communicatiestrategie. Corona In 2021 blijft de organisatie medewerkers ondersteunen om gedurende de coronapandemie het werk zo goed mogelijk te blijven uitvoeren. In het tweede jaar van de pandemie begrijpen de medewerkers hoe ze hiermee om moeten gaan, maar het langdurig thuiswerken is voor sommige medewerkers moeilijker. De directie verleent steun onder andere via onlinecampagnes zoals inloopsessies met de directie en de online vitaliteitsweek in op verbinden en open communicatie. Financieel gezien is het effect van corona op de exploitatie niet goed aan te geven. In ieder opzicht kan corona effect hebben. Een aantal voorbeelden.
Het later kunnen rekruteren van nieuwe medewerkers, is dat een positief corona-effect of is de arbeidsmarkt krap? Is het opnemen van meer verlof in de zomer dan gebruikelijk, omdat iedereen op vakantie wilde na een lange tijd of is, zoals afgesproken in december 2020, gestuurd op het afbouwen van het verlofstuwmeer? En lagere declarabele uren, komt dat door de lockdowns, het thuiswerkadvies of is er minder werk? Facilitair management: nieuw werkplekconcept Corona bracht aan het licht dat het negen-tot-vijf-werkconcept niet meer terug zou komen. Hybride werken was ineens de trend. Maar hoe pak je hybride werken aan? Facilitair management is hiermee met een ruime afvaardiging van de diverse afdelingen en de ondernemingsraad gestart. Eind 2021 zijn de uitgangspunten voor het toekomstige hybride werken vastgesteld: - Het gemiddelde percentage bezetting op kantoorlocatie is vastgesteld op 50%.
Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2021
31 / 100
-
De inhoud van het werk is leidend voor de fysieke plek waar medewerkers het werk uitvoeren: thuis, op kantoor of buiten.
Dit hybride werkconcept wordt in 2022 verder vormgegeven. Het bijbehorende noodzakelijke verandermanagement komt vooral terecht op de schouders van de DCMR-teammanagers. Hybride werken vraagt om een andere stijl van leidinggeven die uitgevoerd en omarmd moet worden door de teammanagers, wil het concept slagen. Datagedreven organisatie Het jaar van de datagedreven organisatie is samen te vatten in een aantal steekwoorden, namelijk: definitie, datakwaliteit en samenwerking. DCMR heeft een goede staat van dienst als het gaat datateams zoals Ommo (Omgevingsinformatie en Monitoring), BI (Business Intelligence) en het Toezichtslab. Deze en andere teams zijn door de jaren heen ontstaan vanuit een bepaalde behoefte, zoals slimmere analyses op het gebied van toezicht, het leveren van regionale kaart-informatie en het centraal ontsluiten van databronnen. Nu staat DCMR op het punt de stap naar een datagedreven organisatie te maken. Wat betekent dat precies? Dat zijn zaken die je alleen voor elkaar kan krijgen met een DCMR-breed begrippenkader, centrale aansturing en monitoring van datakwaliteit en het effectief samenwerken van teams om complexe en innovatieve informatieproducten te maken. Wat heeft DCMR in 2021 opgeleverd? DCMR heeft een definitie opgesteld waarbij de medewerker centraal staat.
Daarnaast is DCMR hard aan de slag gegaan om het gegevensbeheer op te zetten, om data-eigenaarschap te beleggen op het juiste niveau en zijn nieuwe centrale functies aangesteld bij datamanagement voor de gehele organisatie. En tenslotte stevent DCMR af op innovatieve informatieproducten maken voor de participanten, de inwoners en voor de bedrijfsvoering van DCMR zelf. Deze nieuwe werkvormen en strategieën worden bedacht in een zogeheten databoard, een managementgremium met brede DCMR-vertegenwoordiging. Informatievoorziening DCMR heeft begin 2021 de informatiestrategie bekrachtigd. Hierin staan drie ambities voor de komende drie tot vijf jaar. 1. DCMR voorziet proactief in informatie die aansluit bij de behoeften van interne en externe belanghebbenden. 2. DCMR draagt bij aan een integraal en gedeeld beeld van de leefomgeving. 3. DCMR handelt betrouwbaar en transparant. Om deze strategie ten uitvoer te brengen is in 2021 een informatieplan opgesteld waarin alle initiatieven met een informatiecomponent zijn beschreven, toebedeeld aan de juiste prioriteit (tijd en middelen) stellende gremia, zoals het portfolioboard en het databoard. Projectmanagement Met projectmanagement zijn mooie stappen gemaakt. Voor 2021 is gericht op het toedelen van capaciteit aan portfolioboard-projecten (informatievoorziening) en het stellen van prioriteiten.
Prioriteiten zijn gesteld door het toekennen van punten aan projecten: gaat het om wettelijk verplicht, contractueel verplicht of toegevoegde waarde voor DCMR? Vervolgens is in een gesprek een eerste schifting gemaakt tussen de projecten die DCMR wel of niet wil (doel) of kan (geld en bemensing) uitvoeren. Dit was een uitdaging en een eerste oefening die succesvol verliep en naar meer smaakte. In 2021 is samen met de informatiemanagers een doorontwikkeling geweest waarbij ook de informatiestrategie is betrokken. Hierdoor is de organisatie nog beter in staat om prioriteiten aan projecten te geven. Terugkijkend is onder andere het project nieuwe website succesvol afgerond: binnen scope, tijd en geld. Er is veel geleerd over situationele aanbestedingsmethodieken, toepasbaar op bijvoorbeeld het project Microsoft 365 dat momenteel openstaat voor aanbieders. Zo ook is Microsoft Teams als videovergadertool succesvol breed in de organisatie geland en kunnen medewerkers nog beter met
Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2021
32 / 100
elkaar samenwerken. Ook is een verbetering ingezet om op een meer projectmatige wijze de ‘technische schuld’ (updaten ICT-landschap) in te lossen. In 2021 is een Project Management Office (PMO) gestart dat projectleiders faciliteert bij het voorbereiden en ondersteunen van projecten als het gaat om voortgang- en budgetrapportages en resourceplanningen. Daarnaast zorgt PMO samen met de projectmanager ervoor dat het portfolioboard tijdig en van de juiste informatie wordt voorzien, zodat goede beslissingen genomen kunnen worden over prioriteiten van projecten. Kort gezegd stond 2021 in het teken van ‘de juiste dingen doen’ en kenmerkt 2022 zich door ‘doe de dingen juist’ met de introductie van marktconforme projectstandaarden. Hiermee wordt kennis en kunde in de organisatie geborgd. Project Mozard Suite Het VTH-systeem is het belangrijkste systeem ter ondersteuning van het primaire proces. In dit systeem worden alle werkzaamheden voor vergunningverlening, advisering en toezicht en handhaving begeleid en vastgelegd en de administratie van het werkveld bijgehouden. Met dit project wordt het bestaande systeem, Rudis, vervangen door Mozard Suite. Mozard Suite is als beste oplossing uit de aanbesteding gekomen en onderscheidt zich van andere oplossingen door gebruiksgemak en de uitgebreide mogelijkheden in het ondersteunen van de VTH-dienstverlening.
De omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied gebruikt het systeem al een aantal jaar naar tevredenheid. In 2021 is de voorbereiding gestart om Mozard Suite in gebruik te nemen. Het systeem is geïntegreerd in de DCMR-omgeving, de werkprocessen zijn erin opgenomen en de administratie van het werkveld ingericht. De gebruikersorganisatie is nauw betrokken geweest bij het ontwerpen, inrichten en valideren. Dit moet ervoor zorgen dat Mozard Suite goed aansluit op het werkveld. Bij de procesinrichting in het systeem zijn verbeterkansen in de procesvoering aangegrepen. Begin 2022 worden deze voorbereidingen afgerond en wordt de organisatie getraind in het gebruik. De historische data uit het oude systeem is gemigreerd naar Mozard Suite. In het tweede kwartaal van 2022 wordt het in gebruik genomen voor alle VTH-taken van DCMR. Data- en recordsmanagement Het loket Omgevingsdata is omgebouwd naar het Dataloket, waarvoor een proces is opgesteld waar centraal interne en externe dataverzoeken afgehandeld kunnen worden. Het Dataloket wordt in 2022 operationeel. Het Business Intelligence (BI)-team heeft de SAP-koppeling afgerond, Cognos gereed gemaakt voor uitfasering, unieke klagers beschikbaar voor de meldkamer en met de processpecialisten nauw samengewerkt aan meerdere Power BI-rapportages voor RA&O en T&H.
Daarnaast is veel werk verzet met het voorbereiden van de koppeling van Mozard Suite naar het datawarehouse (DWH). Voor de doorontwikkeling van DCMR naar een datagedreven organisatie moeten databeheer en datakwaliteit op orde zijn. In 2021 zijn vier databeheerders voortvarend aan de slag gegaan met de locatie-, thema- en bedrijfsvoeringsregisters. De basis is nu gelegd. Daarnaast heeft het team de restanttaken van het voormalig Informatiecentrum overgenomen en is vervolgens het analoge en digitale abonnementenbestand gaan inventariseren en opschonen, wat een significante besparing heeft opgeleverd. Recordsmanagement is er met Octobox als externe partner in geslaagd het tijdrovende handmatige AVG-proces van anonimiseren volautomatisch te maken met zelflerende software. Daarnaast is de eerste fase van het overbrengen van het digitale archief naar het e-depot van het Stadsarchief Rotterdam succesvol afgerond. Dit omvat het zakendeel voor de periode 2007–2016 DMS Rudis. Ook het analoge algemene archief voor de periode 1997–2006 en het afgesloten deel van het gemeentelijk WM-archief zijn succesvol bewerkt en gereed voor overbrenging naar het stadsarchief.
Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2021
33 / 100
ICT In 2021 is op basis van de roadmap ICT en de door de portfolioboard geprioriteerde informatievoorzieningsprojectenkalender verder uitvoering gegeven aan het vernieuwen van de ICT-omgeving. Om optimaal digitaal samen te kunnen werken is Microsoft Teams uitgerold als eerste stap naar Microsoft 365. Op kantoor is gestart met het vernieuwen van de ICT op de werkplekken, zodat medewerkers eenvoudig overal met hun laptop kunnen werken en is hybride vergaderen mogelijk gemaakt. Diverse systemen op het gebied van beveiliging zijn vernieuwd. Ook zijn de voorbereidingen getroffen om in 2022 een nieuw VTH-systeem en een nieuwe Microsoft Office-omgeving in gebruik te kunnen nemen. Eind 2021 is een bewustwordingscampagne gestart voor alle medewerkers rond informatiebeveiliging om alle medewerkers digitaal veilig te kunnen laten werken en te voldoen aan wetgeving zoals de AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming) en BIO (Baseline Informatiebeveiliging Overheid). Planning en control De organisatie voelt al langere tijd dat de planning-en-controlcyclus niet meer voldoet. De cyclus is tijdrovend, complex en inflexibel. In 2021 is de planning-en-controlveranderopgave gedefinieerd en is het eerste project gestart. Dit is een meerjarenveranderopgave die breed door de organisatie wordt gedragen en in gezamenlijkheid zal worden uitgewerkt.
Financiën In 2020 is SAP opgezet en in 2021 is op basis van het gebruik een verbeteragenda opgesteld om maximale waarde uit SAP te kunnen halen. Zo worden bijvoorbeeld verantwoordelijkheden in de financiële processen op de juiste plaats in de organisatie belegd en proceseigenaren benoemd, zodat deze aansluiten op de veranderende wijze van sturing. De financiële processen worden ingericht naar de mogelijkheden van SAP Business ByDesign. Werkprocessen worden gestandaardiseerd en versimpeld. Maatwerk wordt uitgefaseerd. In 2021 is gestart met het actualiseren van financiële processen en werkinstructies en is voor de afdeling Bedrijfsvoering nieuwe managementinformatie ontwikkeld waarbij huidige kosten en toekomstige verplichtingen in beeld zijn gebracht naast de ontwikkeling van de bezetting. Hiermee kunnen de managers van de afdeling Bedrijfsvoering beter sturen. In 2021 is het vastleggen van de inkoopverplichting en de prestatieverklaringen als bewijs van ontvangst van levering nog beter geborgd in de organisatie. DCMR blijft hierdoor goed zicht houden op de openstaande inkoopverplichtingen. Dit helpt de financiën beter te beheersen en onrechtmatige inkopen te voorkomen.
Controleraamwerk De komende jaren wordt het controleraamwerk versterkt, onder andere door de hoofdprocessen goed vast te leggen, inclusief risicoafweging en beheersmaatregelen, de aanleg van een document met de belangrijkste beheersmaatregelen (20% maatregelen, 80% bereik) en het borgen van rechtmatigheid. In 2021 is vooral ingezet op rechtmatigheid, risicomanagement en het definiëren van lessen uit audits van opvallende casussen. Deze onderwerpen worden besproken in de auditcommissie en de drie DCMR-afdelingen. In 2021 is gestart met het opzetten van de functie verbijzonderde interne controle (VIC). Prioriteit was de opzet van het rechtmatigheidsproces aangezien de verantwoordelijkheid van de accountant naar het algemeen bestuur is verschoven. Er is allereerst een plan van aanpak opgesteld inclusief tijdslijn. De eerste stap was de analyse van de processen, waarbij is gebleken dat procesbeschrijvingen niet voldoende geborgd zijn binnen de organisatie. Inmiddels is hierop actie ondernomen. Er is in kaart gebracht welke beheersmaatregelen er momenteel binnen de kernprocessen zijn. Op basis hiervan is in overleg met de externe onafhankelijke accountant de omvang van de te nemen steekproef bepaald. Voor het salaris- en inkoopproces is de steekproef afgerond en zijn bevindingen, conclusies en advies vervat in een conceptrapport dat opgevolgd wordt in 2021/2022.
Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2021
34 / 100
Belangrijkste lessen uit de audits van opvallende casussen: versterk procesregie op probleemdossiers en langlopende zaken, vergroot zakelijke houding, verantwoordelijkheid en escalatiebewustzijn van de medewerker, versimpel sturing op jaarplannen en rouleer toezichthouders. Deze acties zijn verwerkt in de doelen van de organisatie. Organisatieontwikkeling en personeelsbeleid 2021 heeft in het kader gestaan van de doorontwikkeling van DCMR. Daarvoor zijn zes ontwikkelthema’s, zogenaamde bouwstenen, vastgesteld om de komende jaren aan te werken: proactief en wendbaar, persoonlijke ontwikkeling, datagedreven organisatie, opgavegericht werken, kwaliteit en structuur en sturing. Per 1 januari 2021 is een afgeslankt lijnmanagement opgezet en wordt gewerkt in units en teams, aangestuurd door unit- en teammanagers. De HR-verantwoordelijkheid is verschoven naar de onderste managementlaag, zodat er meer aandacht is voor medewerkers. Daarnaast is in 2020 de basis gelegd om met behulp van programmamanagement te gaan werken aan afdelingsoverstijgende opgaven. Hiermee is de basis gelegd voor een wendbare organisatie die flexibel kan inspelen op de snel veranderende behoeften van de participanten, bedrijven, inwoners en medewerkers.
Alle managers, inclusief DCMR-directie, zijn daarom in 2021 gestart met het DCMR-leiderschapsontwikkelingstraject ‘leiderschap in beweging’, waarin de opgave van DCMR wordt verbonden aan team- en individuele ontwikkeling, leiderschapsskills en persoonlijk leiderschap in een dynamische omgeving. Omdat in 2021 corona nog steeds overheerste, heeft DCMR met online tools de medewerkers kunnen faciliteren, ontwikkelen en aan zich kunnen binden. Daarnaast hebben de meeste opleidingen en trainingen online plaatsgevonden. Door het mentaal en materieel faciliteren van medewerkers in de thuiswerksituatie probeert DCMR optimaal bij te dragen aan een gezonde en prettige, tijds- en plaatsonafhankelijke werksituatie. DCMR werkt samen met de stichting Werken en studeren op maat (SWOM) en Tempo-Team Participatie. Dit zijn sociale ondernemingen die zich inzetten voor een unieke doelgroep: hoogopgeleide jongeren met een arbeidsbeperking. DCMR begeleidt samen met deze partijen de young professionals naar een baan, traineeship of stage. Twee medewerkers zijn in 2021 op deze wijze in dienst getreden. Het ziekteverzuimpercentage – inclusief langdurig zieken, maar exclusief zwangerschappen – is gegeven corona iets gestegen naar 5,0%. Dit is boven de norm van 4,5%.
In 2021 zijn 49 medewerkers bij DCMR in dienst getreden en 41 uitgestroomd; 214 tijdelijk krachten hebben DCMR voor korte of lange termijn ondersteund. Communicatie In 2021 heeft het communicatieteam steeds meer vorm gekregen. Hoe de communicatie bij DCMR eruitziet, is in 2021 vastgelegd in het communicatiehuis. Het communicatiehuis bestaat uit een communicatievisie, een communicatiestrategie en een communicatiedienstverleningsvisie. Via klankbordgroepen is de input van de organisatie opgehaald en heeft team communicatie deze invulling gegeven. Uiteraard is deze opgehangen aan de missie en visie van DCMR. Om de stap te maken van plan naar praktijk is in het laatste kwartaal van 2021 gewerkt aan vier implementatieplannen en een organisatiebreed implementatieplan. De vier implementatieplannen betreffen de interne communicatie, externe communicatie, onlinecommunicatie en visuele communicatie. Het organisatiebrede implementatieplan betreffen de organisatie-identiteit en de maatschappelijke verantwoordelijkheid van de organisatie. Zeggen wat je voorstaat is de eerste stap, maar in de praktijk brengen waar je voor staat maakt het tastbaar en inzichtelijk. De implementatieplannen worden in drie jaar uitgevoerd.
Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2021
35 / 100
Duurzaam inkopen Ook in 2021 heeft DCMR conform de Europese wet- en regelgeving ingekocht. Naast de reguliere eisen ten aanzien van maatschappelijk verantwoord ondernemen, duurzaamheid en milieu heeft DCMR in 2021 een aanbesteding bedrijfscatering en banqueting gepubliceerd volgens de innovatieve RIC-methode (rapid impact contracting). Deze is erop gericht om de markt uit te dagen op een aantal door DCMR uitgevraagde milieu-ambities – gebaseerd op de Sustainable Development Goals (SDG’s) die zijn vastgesteld door de Verenigde Naties – de visie, aanpak en kunde te presenteren. Doordat deze ambities in lijn zijn met de SDG’s daagt DCMR de leveranciers uit om op een innovatieve manier om te gaan met de duurzaamheids-, energie- en CO2-uitdagingen die voor ons liggen. Deze aanbesteding zal in het eerste kwartaal van 2022 worden gegund. De methodiek zal mogelijk de basis vormen voor meer aanbestedingen waarbij het belangrijk is leveranciers op een innovatieve manier uit te dagen.
3.3
Wat heeft het gekost?
Een weergave en uitleg van de kosten en opbrengsten is opgenomen in hoofdstuk 5 Financiële resultaten en van de baten en lasten in hoofdstuk 9 Overzicht van baten en lasten in de jaarrekening.
Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2021
36 / 100
4 Productie 4.1
Algemeen
In hoofdstuk 2 is in kwalitatieve zin beschreven wat in het programma Milieubeheer in 2021 is uitgevoerd. Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de gerealiseerde productie. In de productiecijfers worden ook geweigerde of ingetrokken procedures meegeteld evenals onderbroken handhavingsacties die wel zijn voorbereid maar geen vervolg hebben gehad. Alleen bij de strafrechtelijke handhavingsproducten zijn slechts die zaken meegeteld die tot een afgerond product hebben geleid.
4.2
Productie toezicht
Hoewel er steeds vaker aanvullende instrumenten worden ingezet voor het houden van toezicht, zoals voorlichting over regelgeving en samenwerking met andere toezicht- en belangengroepen, vindt toezicht hoofdzakelijk plaats door het uitvoeren van inspecties. Door het uitvoeren van uiteenlopende soorten inspecties wordt gecontroleerd of bedrijven hun werkzaamheden in overeenstemming met de milieuregelgeving uitvoeren. Er zijn verschillende soorten inspecties (zie bijlage 11.6 Nadere verklaring producten hoofdstuk 4). Tabel: Aantallen inspecties exclusief Brzo-inspecties.
Product
2021
2020
2019
Opleveringscontroles
203
162
254
Preventieve controles
4.118
3.734
3.878
Nacontroles
2.952
2.108
2.181
Administratieve controles
1.722
1.396
1.541
Klachten/voorvalonderzoeken
2.088
1.968
2.216
Inventariserende controles
673
1.465
723
Overige toezichtsproducten
11.542
9.417
8.126
-
In 2021 zijn controles, daar waar efficiënt, ook weer (deels) op afstand uitgevoerd, fysieke controles zijn uitgevoerd met in achtneming van coronamaatregelen. Inventariserende controles zijn afgenomen tot het gebruikelijke niveau omdat veel kwaliteitsacties in 2020 zijn afgerond. Administratieve en nacontroles zijn vooral toegenomen door het geïntensiveerde toezicht op de informatieplicht met betrekking tot energie.
Tabel: Aantal gecontroleerde Brzo-bedrijven.
Product
2021
2020
2019
Brzo-inspectie preventief
172
179
159
Met de provincie Zuid-Holland is afgesproken om bij elk Brzo-bedrijf een Brzo-inspectie uit te voeren en daarnaast minimaal één Wabo-inspectie. Deze inspecties zijn allemaal uitgevoerd. Met de provincie Zeeland is afgesproken om elk hoogdrempelig Brzo-bedrijf (twintig bedrijven) eenmaal per jaar te inspecteren in het kader van het Brzo-toezicht en elk laagdrempelig Brzo-bedrijf (twee bedrijven) eenmaal per drie jaar. Alle Brzo-inspecties zijn uitgevoerd volgens de opdracht. Daarnaast is bij elk Brzo-bedrijf in Zeeland minimaal één Wabo-inspectie uitgevoerd.
Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2021
37 / 100
In bovenstaande tabel staat alleen het aantal Brzo-inspecties. De aantallen Wabo-inspecties van de Brzo-bedrijven zijn meegenomen in de tabel met de algemene inspecties.
4.3
Productie handhaving
In de volgende tabellen is het aantal sancties opgenomen. Tabel: Overtredingen, (na)controles en sancties inclusief Brzo.
Product
2021
2020
2019
Bestuursrechtelijke sancties
521
481
543
Strafrechtelijke sancties*
34
90
142
*Voor de strafrechtelijke sancties betreft het alleen de daadwerkelijk afgeronde zaken.
Voor de bestuursrechtelijke sancties is ervoor gekozen om alle invorderingszaken mee te tellen. Ook diegene die uiteindelijke niet geleid hebben tot een daadwerkelijke invordering. De cijfers van de jaren 2019 en 2020 zijn daarop aangepast en verschillen daarom met de aantallen genoemd in de jaarverslagen over 2019 en 2020. Het aantal strafrechtelijke sancties ligt in 2021 lager dan in voorgaande jaren, vooral door de coronamaatregelen in de horeca en een andere werkwijze. Daarnaast leidde het inspecteren op afstand tot een kleiner aantal geconstateerde overtredingen waarvoor een strafrechtelijk onderzoek moest worden ingesteld. Tabel: Aantallen bestuursrechtelijke producten uitgesplitst.
Product
2021
2020
2019
Last onder dwangsom (LoD)
160
166
199
Besluit op handhavingsverzoek
13
10
4
Sanctie-invordering
348
303
337
0
2
3
Bestuursrechtelijke maatregelen geluid
De aantallen bij de bestuursrechtelijke producten liggen in lijn met voorgaande jaren. Slechts een zeer klein deel van de invorderingszaken (ongeveer 10%) heeft overigens tot een daadwerkelijke invordering geleid. Bij de meeste zaken is door de toezichthouder geen overtreding geconstateerd en betreft het een administratieve afdoening. Tabel: Aantallen strafrechtelijke producten uitgesplitst.
Product
2021
2020
2019
Proces-verbaal FP*
20
52
70
Proces-verbaal CJIB*
6
17
31
Bestuurlijke strafbeschikking milieu*
8
21
41
* Voor de strafrechtelijke sancties betreft het alleen de daadwerkelijk afgeronde zaken.
Sinds 2021 is de werkwijze iets veranderd wat invloed heeft op de aantallen producten. Relatief veel zaken (36) worden versneld afgedaan door middel van een zogenaamd SAM-proces-verbaal (Snelle Afhandeling Milieudelicten). Het SAM-pv wordt niet als product geteld en komt dus niet terug in de
Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2021
38 / 100
aantallen. Het zijn echter feitelijk wel strafrechtelijke producten die namens de verschillende accounts worden opgemaakt en ingestuurd. Dit geldt ook voor proces-verbalen (pv’s) van bevindingen (38). Deze pv’s worden ook niet als product geteld maar wel voor de verschillende accounts opgemaakt. Vaak in het kader van participatie in strafrechtelijke onderzoeken door externe handhavingspartners. Hierdoor lijkt het aantal producten een stuk lager in vergelijk met eerdere jaren. Het verschil is echter niet zo groot als de SAM-pv’s en pv’s van bevindingen zouden worden meegerekend.
4.4
Productie reguleren
In de onderstaande tabel is te zien wat voor soort en hoeveel reguleringsproducten in 2021 zijn gerealiseerd. Tabel: Aantallen producten reguleren
Product
2021
2020
2019
Wabo uitgebreide procedure (inclusief ambtshalve wijzigingen)
265
267
192
Wabo reguliere procedure (milieuneutrale wijzigingen, BRIKS* en OBM)
555
514
211
Totaal vergunningen
820
781
403
Meldingen activiteitenbesluit
594
538
642
Maatwerkvoorschriften
129
148
174
Actualisatietoetsen
93
156
207
6.759
7.245
5.443
Overige reguleren producten
* BRIKS staat letterlijk voor Bouwen, Reclame, Inritten, Kappen en Slopen. Het begrip omvat echter alle activiteiten genoemd in artikel 2.1 en artikel 2.2 van de Wabo, uitgezonderd de milieuactiviteiten. Het kan ook gaan om – onder andere – een afwijking van het bestemmingsplan, een aanlegvergunning en een monumentenvergunning. Daarnaast vallen ook sloop- en gebruiksmeldingen op grond van het Bouwbesluit onder BRIKS-activiteiten.
Bij de reguliere Wabo-procedures zijn sinds 2020 ook de BRIKS-procedures en de omgevingsvergunning beperkte milieutoets (OBM) meegeteld. De milieuneutrale meldingen (247) zijn vergelijkbaar met de aantallen in voorliggende jaren. Er zijn minder actualisatietoetsen uitgevoerd dan in 2020 en 2019. Dit komt omdat de actualisatietoetsen volgens een cyclus worden ingepland. Het is daardoor geen stabiel aantal omdat de datum van oprichting of revisie hierin bepalend is. Ieder jaar is er een ronde van actualisatietoetsen bij bedrijven. Bedrijven met een oprichtings- of revisievergunning van tien jaar oud worden op inhoud en overzichtelijkheid getoetst en vervolgens daarna om de vijf jaar. Voor Brzo-bedrijven geldt standaard dat vanaf het startmoment dit een keer in de vijf jaar gebeurt. Het gaat hierbij om de toets of een vergunningsituatie voor een bedrijf geactualiseerd moet worden. De daadwerkelijke actualisatie vindt later plaats en valt in de meeste gevallen onder het product Wabo uitgebreide procedure.
4.5
Productie bodem
DCMR voert voor de provincie Zuid-Holland en de gemeente Rotterdam de regiefunctie uit in het kader van de Wet bodembescherming. DCMR houdt de bodemkwaliteit in Rijnmond in de gaten, bepaalt of nadere acties nodig zijn en voert deze uit. Daarnaast voert DCMR de bodemtaak uit voor de provincie Zuid-Holland en de gemeente Rotterdam. Voor Schiedam wordt de toezichttaak Wbb en het beoordelen van meldingen grondverzet (Bbk) uitgevoerd.
Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2021
39 / 100
Onderstaande tabel geeft een overzicht van de categorie en het aantal producten in 2021 voor het thema bodem. Het aantal uitgevoerde inspecties ligt op hetzelfde niveau als in 2019. In 2020 was dit aantal lager vanwege een groot aantal complexe saneringen die meer tijd vroegen en capaciteitsproblemen waardoor minder producten konden worden gemaakt. Tabel: Aantallen producten bodem.*
Product
2021
2020
2019
Beschikkingen
183
204
198
Inspecties Wbb/Bbk
657
460
621
Behandeling BUS-meldingen
335
345
376
Beoordeling rapportages
2293
2418
2.339
*Zie bijlage 11.6 voor uitleg van deze producten.
4.6
Productie overige gebiedsgerichte producten
DCMR voert voor de provincie Zuid-Holland taken uit op het gebied van luchtvaart en vuurwerk. Voor verschillende gemeentes worden adviezen verstrekt voor ontheffingen geluidsbelasting. Voor zowel de provincie als de gemeentes worden adviezen op het gebied van ruimtelijke ontwikkeling opgesteld. De meeste van deze ruimtelijke adviezen betreffen de gemeente Rotterdam. In de volgende tabel is te zien wat voor soort en hoeveel gebiedsgerichte producten in 2021 gerealiseerd zijn. Tabel: Aantallen gebiedsgerichte producten.*
Product
2021
2020
2019
Geluid (ontheffing geluidsbelasting)
50
54
34
Luchtvaart (ontheffingen/controles TUG)
65
85
146
Ruimtelijke ontwikkeling (diverse adviezen/beoordelingen op ruimtelijke ordening- en m.e.r.-gebied)
2.019
1.696
1.505
Vuurwerk (ontbrandingstoestemmingen, meldingen, controles)
98
98
186
*Zie bijlage 11.6 voor uitleg van deze producten.
Als gevolg van corona zijn er minder aanvragen ontvangen voor een TUG-ontheffing (ontheffing voor tijdelijk of uitzonderlijk gebruik) en zijn er minder controles geweest. Ook zijn er door corona minder ontbrandingstoestemmingen verleend en minder meldingen verwerkt, met als gevolg dat er minder inspecties zijn uitgevoerd. De toename in het aantal ruimtelijke ordening-producten is het gevolg van meer ruimtelijke plannen. Dit komt vooral door de bouwopgave die Rotterdam heeft. Er is een groter aantal ruimtelijke- en m.e.r.-adviezen aan Rotterdam gegeven dan vorig jaar. Het aantal adviezen op losse bouwplannen, die transformatie van panden inhouden, is ook hoger dan voorgaande jaren. Voor de provincie Zeeland viel het grote aantal m.e.r.-procedures op voor Brzo-bedrijven als gevolg van ontwikkelingen in waterstof en ondergrondse CO2-opslag (CCS) in 2021.
Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2021
40 / 100
5 Financiële resultaten In dit hoofdstuk wordt het resultaat kort toegelicht en worden de paragrafen toegelicht. Voor meer gedetailleerde informatie over behaalde resultaten en de financiële positie wordt verwezen naar de jaarrekening.
5.1
Verlies- en winstrekening
Tabel: Financieel resultaat 2021. Tabel : Financieel resultaat 2021
Verlies & Winst DCMR Omschrijving Brutosalarissen Individueel Keuze Budget Sociale lasten Pensioenlasten Inhuur op formatie Totale Functiekosten Toelagen Opleidingen Overige personele lasten Totale Bijkomende kosten personeel Inhuur buiten formatie Diensten derden Totale kosten inhuur en diensten derden Afschrijvingen Huisvesting ICT Documentatie Communicatie Overig materieel Totale materiele kosten Totale directe kosten Dekking declarabele uren
Primaire Defintieve Begroting 2021 Begroting 2021 Bedag in Bedag in € x1.000 € x1.000 31.690 33.101 7.090 7.223 6.280 5.184 5.100 6.700 50.160 52.206 740 813 1.100 1.150 1.945 1.770 3.785 3.733 1.250 1.975 1.400 1.781 2.650 3.756 800 711 4.000 3.768 3.275 4.155 520 404 560 215 445 470 9.600 9.723
Realisatie 2021 Bedag in € x1.000 28.797 6.604 4.824 6.148 6.129 52.502 1.230 1.008 695 2.933 1.662 1.234 2.896 658 3.563 3.654 289 239 453 8.856
Realisatie 2020 Bedag in € x1.000 27.085 6.228 4.400 5.657 6.003 49.372 844 1.165 1.474 3.484 1.483 1.544 3.027 723 3.566 3.264 379 134 475 8.541
Verschil realisatie begroting 2021 bedrag in € x 1.000 -4.304 -619 -360 -551 295 417 -142 -1.075 -800 -313 -547 -860 -53 -205 -501 -115 24 -17 -867
66.195 66.215
69.418 68.552
67.186 66.141
64.424 65.888
-2.232 -2.411
Resultaat op declarabele uren
20
-866
-1.046
1.464
-179
Overige opbrengsten
130
150
234
133
84
Inkopen werkplannen en projecten Kosten declarabele uren Opbrengst werkplannen en projecten
4.622 66.215 70.637
4.440 68.552 72.882
5.650 66.141 71.663
4.327 65.888 69.978
1.210 -2.411 -1.220
Resultaat op werkplannen en projecten
-200
-110
-128
-238
Operationeel resultaat voor onttrekkingen
-50
-826
-939
1.360
Dotatie bestemmingsreserve Modernisering Bedrijfsvoering 2021
1.000
1.000
1.000
1.145
-18 0 -113 0 0 0
1.000
1.000
1.000
1.145
1.000 50 1.050
1.726 100 1.826
1.153 65 1.218
1.266 351 1.616
0 0 -573 -35 -608
-721
1.831
-721
0
0
-233
133
133
-954
1.964
-954
Totaal dotaties Onttrekking bestemmingsreserve: Modernisering Bedrijfsvoering Personeel en Organisatie Totaal onttrekkingen Resultaat na onttrekkingen Incidenteel resultaat Resultaat voor bestemming
-
-
Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2021
41 / 100
Toelichting Het financieel resultaat in 2021 is €954k negatief. Het operationeel financieel resultaat voor onttrekkingen is €113k lager dan begroot. De belangrijkste oorzaken hiervan zijn: De directe kosten zijn €2.230 lager dan gepland en worden voornamelijk veroorzaakt door: - Lagere functieloonkosten (€295k). Als gevolg van een lagere bezetting ten opzichte van de geplande formatie. De loonkosten zijn mede beïnvloed door de in september 2021 vastgestelde cao. De cao bevat drie hoofdelementen: 1) salarisstijging; 2) loonschaalverruiming; 3) thuiswerkvergoeding. DCMR heeft de salarisstijging goed kunnen ondervangen door rekening te houden met een stijging van 1,2%. Het hoofdelement loonschaalverruiming (€50 per schaal) heeft DCMR niet voorzien en heeft een negatief effect gehad van ongeveer €440k op de loonkosten. Tenslotte heeft DCMR het hoofdelement thuiswerkvergoeding niet opgenomen in de begroting, maar is dit opgevangen door ruimte in het budget voor woon-werkvergoedingen (€415k). De gemiddelde bezetting van medewerkers met een DCMR-dienstverband is in 2021 is gegroeid met ongeveer 20fte ten opzichte van 2020, maar nog steeds bijna 50fte lager dan de formatie. Het verschil tussen de formatie en bezetting is deels opgevangen met inhuurkrachten. - Lagere overige personeelgerelateerde kosten (800k).
Deze kostenpost bestaat voornamelijk uit opleidingskosten, reiskosten, declaraties en uitjes. Deze kosten zijn zwaar beïnvloed door de coronasituatie waarin de medewerkers het werk hebben moeten doen en minder reisbewegingen, uitjes en dergelijke maken. - Lagere kosten inhuur buiten formatie en diensten derden (€860k). Dit is grotendeels veroorzaakt door een lagere behoefte aan diensten derden (€915k). - Lagere huisvestingskosten (€200k). Doordat het gebouw in 2021 lange periodes gesloten is geweest voor de meeste medewerkers vallen bijvoorbeeld receptie- en cateringkosten lager uit. - Lagere kosten automatisering (€445k). De geplande softwarekosten zijn door minder gebruik van software, iets te hoog zijn ingeschat. Verder is scherper gestuurd op het verlenen van toegang om de licentiekosten te verminderen. - Lagere documentatiekosten (€115k). Vanwege een grote opschoonactie van vakliteratuur en abonnementen. - Lagere zakelijke vervoerskosten (€70k). Het gebruik van het wagenpark is minder intensief door meer van toezicht op afstand. De opbrengsten zijn in totaal €2.345k lager dan geraamd. Dit is een saldo van lagere uuropbrengsten €2.411k, hogere overige opbrengsten (o.a. verhuur) €84k en een lager dan verwacht projectresultaat €18k.
Het lager dan verwachte projectresultaat ontstaat als lagere tarieven zijn afgesproken (vooral bij detacheringen) dan geplande tarieven of omdat voor een aantal projecten meerwerk is uitgevoerd dat niet is vergoed, of omdat voorbereidingen zijn uitgevoerd voor projecten die uiteindelijk niet tot een opdracht hebben geleid. De lagere uuropbrengsten zijn vooral het gevolg van een lagere declarabiliteit. De lagere declarabiliteit is een mix van meer ziekteverlof, meer indirecte uren (o.a. opleidingsuren) en een grotere opname van verlofuren dan gepland. In 2021 is bijvoorbeeld 10k uur meer verlof opgenomen dan gepland en ten opzichte van 2020 30k uur meer. Dit alles heeft natuurlijk te maken met het feit dat DCMR-medewerkers in 2020 niet en 2021 wel de mogelijkheid hebben gehad om onder de coronamaatregelen te reizen. Uiteindelijk zijn dan ook ca. 19,8k minder directe uren gemaakt dan gepland (3,3%). Op categorieniveau zijn voor de categorieën externe projecten (8,5k), overige werkplanuren (9,8k), bodem en ruimtelijke ordening (1,1k) en toezicht (2,6k) minder declarabele uren gemaakt. Specifiek voor toezicht loopt Brzo gelijk aan plan en Wabo-toezicht loopt achter op plan. De categorie reguleren (2,3k) heeft meer uren gemaakt, voornamelijk veroorzaakt door meer omgevingsvergunningen (vraaggestuurd).
Op accountniveau externe projecten, provincie Zuid-Holland en regio lopen achter, Rotterdam en Zeeland lopen voor op plan. Verschillen tussen de gerealiseerde kosten en opbrengsten in de werkplanbijdragen van de participanten worden bij alle participanten verrekend met het voorschot met specifiek bestedingsdoel van de participant. Omdat dit valt binnen de totale budgettaire kaders van het werkplan, is er geen sprake van begrotingsonrechtmatigheid.