CConstaterende datCapelle Ad Ijssel
Koppel je AI →
Document · PDF

06.05 - Bijlage 4. Voorlopige verantwoordingsinformatie gemeentelijke zorgkosten 2025 2457694

Commissie Samenleving en Economie 22 juni 2026, gemeente Capelle Ad IjsselBij agendapunt: Voorlopige jaarstukken 2025, ontwerpbegrotingswijziging 2026 en ontwerpbegroting 2027 van de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR)7.581 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Voorlopige Verantwoordingsinformatie

gemeentelijke zorgkosten 2025 Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond Versie AB 10 april 2026

INHOUDSOPGAVE

1. Inleiding en leeswijzer ....................................................................................................................... 1 2. Regionaal beeld baten en lasten op regionaal en landelijk gecontracteerde jeugdhulp ..................... 4 3. Lasten op regionale en landelijke jeugdhulpcontracten per gemeente .............................................. 7 4. Inhoudelijke rapportage gebruik regionale en landelijke jeugdhulpcontracten ............................... 11

1. Inleiding en leeswijzer Context en doel De gemeenten in de regio Rijnmond werken in de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond (Verder Jeugdregio) samen voor de inkoop van specialistische jeugdhulp. De inkoop en het contractmanagement is door de colleges gedelegeerd aan de Jeugdregio. De Jeugdregio zorgt door middel van inkoop voor voldoende aanbod in een dekkend zorglandschap. Een deel van de specialistische jeugdhulp is landelijk ingekocht (de zogenaamde LTA). Omdat dit onmisbaar deel is van het zorglandschap richt het regionaal contractmanagement zich zowel op regionale als landelijke jeugdhulpaanbieders. De zorgkosten op de regionale en landelijke contracten vloeien formeel gezien voort uit gemeentelijke besluiten om die zorg in te zetten voor hun jeugdigen en gezinnen. Gemeenten beslissen in de lokale toegang over de toewijzing (leveringsopdrachten) aan aanbieders. Gemeenten beoordelen ook zelf de zorgdeclaraties die aanbieders vervolgens indienen. Op grond van uitspraken van de Commissie BBV moeten de lasten hiervan dan ook in de gemeentelijke jaarrekening worden verantwoord. Omdat het contractmanagement is gedelegeerd aan de Jeugdregio, is ook de financiële nakoming van contractverplichtingen bij de Jeugdregio belegd. Dit is vanuit de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg logisch met het oog de beperking van administratieve lasten.

Gezien de verdeling van verantwoordelijkheden voert de Jeugdregio de daadwerkelijke financiële afwikkeling in mandaat uit. Doorlopend betaalt de Jeugdregio zorgdeclaraties uit en jaarlijks worden de zorgkosten door de aanbieders aan de Jeugdregio verantwoord. De Jeugdregio verzorgt een jaarlijkse afrekening met de aanbieders. Kortom: de gemeenten verantwoorden zelf de zorgkosten op regionale en landelijke contracten, omdat zij het beslissen over en administreren van toewijzingen en declaratiegoedkeuringen zelf doen. Tegelijkertijd hebben de gemeenten bij hun verantwoording de Jeugdregio nodig, omdat de productieverantwoording door de aanbieders bij de Jeugdregio moet plaatsvinden. Voorliggend document is input vanuit de rol van de Jeugdregio voor de gemeentelijke jaarrekeningen. Werkwijze De Jeugdregio probeert aan te sluiten op de wijze waarop gemeenten werken als het gaat om: - De gemeentelijke besluitvorming en administratie van toewijzingen en declaraties; - De interne beheersing binnen de individuele gemeenten van deze processen (zoals interne controle); - De afspraken van de individuele gemeenten met hun eigen accountant; - De behoefte van afzonderlijke gemeenten aan ondersteuning vanuit de Jeugdregio en de accountant van de Jeugdregio. Gemeenten gaan hier op dit moment verschillend mee om.

Tegelijkertijd werkt de Jeugdregio methodisch aan de contractafwikkeling, beoordeling van productieverantwoordingen en afrekeningen met aanbieders. Daarvoor volgt de Jeugdregio een aantal stappen waarmee de verantwoordingsinformatie tot stand komt:

1

Totstandkoming verantwoordingsinformatie in twee stappen Gedurende het boekjaar, met nakomende informatie na afloop van het boekjaar Doorlopende verzameling van toewijzings- en declaratiegoedkeuringsgegevens van gemeenten (waardoor de primaire bron voor financiële verplichtingen dus bestaat uit de gemeentelijke administraties); Inzet van de Jeugdregio accountant, wanneer gemeente daaraan behoefte hebben, voor de validatie van toewijzingen en declaratiegoedkeuringen (nodig voor de rechtmatigheidsverantwoording van de lasten); Doorlopende betaling van door gemeenten goedgekeurde declaraties en administratie hiervan in de boekhouding van de Jeugdregio (waardoor de primaire bron voor financiële realisatie dus bestaat uit de Jeugdregioadministratie); Tussentijds signaleert de Jeugdregio achterstanden in deze stromen tussen gemeenten en aanbieders. Na afloop van het boekjaar voorlopige opgave verantwoordingsinformatie Verzameling van productiegegevens van aanbieders, dit zijn niet afdwingbare voorlopige opgaven per 1 februari; Vergelijking van de drie informatiestromen (toewijzingen, declaraties, productie).

Hierbij heeft de Jeugdregio als gegeven omstandigheid dat van alle stromen de volledigheid, tijdigheid en juistheid niet is gegarandeerd; In februari aan de hand van de stand van de informatie een voorlopige schatting van de uiteindelijke lasten per gemeente per aanbieder; Hierbij volgt de Jeugdregio het voorzichtigheidsprincipe. Concreet betekent dit dat de hoogste waarde uit vergelijking van de drie informatiestromen wordt gehanteerd; Signalering van achterstanden in de informatie. Na 1 april definitieve verantwoordingsinformatie Verzameling van definitieve productiegegevens van aanbieders, dit zijn door de aanbiedersaccountants gecertificeerde opgaven per 1 april conform het landelijke controleprotocol; Definitieve bepaling van de maximale vergoeding voor geleverde zorg aan de hand van de productie die is verantwoord; Definitieve vaststelling van de uiteindelijke lasten per gemeente per aanbieder door vergelijking van de toewijzingen, declaratiegoedkeuringen en productieverantwoording; Afwikkeling van het betalingsverkeer waarbij nog te betalen bedragen worden uitgekeerd voor zover daarvoor alsnog door gemeenten goedgekeurde declaraties komen.

Leeswijzer Gemeenten hebben door deelname aan de Jeugdregio met twee verschillende financiële lasten te maken. Enerzijds de deelnemersbijdrage aan de Jeugdregiobegroting en -jaarrekening (voor o.m. jeugdbescherming en Veilig Thuis). Anderzijds de eigen zorgkosten op de contracten die de Jeugdregio beheert. In hoofdstuk 2 is eerst het totaalbeeld van de zorgkosten op regionale en landelijke jeugdhulpcontracten in beeld gebracht. De gemeentelijke zorgkosten op regionale en landelijke contracten zijn per gemeente en opdracht opgenomen in hoofdstuk 3. Hoofdstuk 4 geeft een inhoudelijke toelichting op het gebruik van het regionaal en landelijk beschikbaar gestelde aanbod.

2

Hoofdstuk 2 Regionaal beeld baten en lasten op regionaal en landelijk gecontracteerde jeugdhulp

3

2. Regionaal beeld baten en lasten op regionaal en landelijk gecontracteerde jeugdhulp De GRJR-begroting bevatte voorheen budgetten voor zorgkosten die voortvloeien uit gemeentelijke besluiten tot toewijzing van hulp op regionale en landelijke jeugdhulpcontracten. Vanaf 2024 vallen de begrotingsposten buiten de GR-begroting. De GRJR verstrekt wel informatie en advies aan gemeenten over deze lasten. Het betreft de oorspronkelijke begrotingsposten A t/m E, I1 (voor zover nog van toepassing) en I3, die moeten worden verantwoord in gemeentelijke jaarrekeningen. Onderstaand overzicht geeft een regionaal totaalbeeld van de gemeentelijke zorglasten op regionaal/landelijk ingekochte jeugdhulp. Baten

Primitieve begroting 2025

Exploitatie 1. Programma Bestuur en algemeen management Bijdrage deelnemende gemeenten Extra bijdrage gemeenten tbv resultaat 2025 Totaal Baten Lasten Exploitatie A Gewoon opgroeien buiten gezien (Pleeghulp) B Weer naar huis (Opname)

Begroting na wijziging 2025

Verwachte Realisatie 2025

Verschil begroting vs resultaat

316.870.955

303.886.988 0 303.886.988

303.886.988 -3.747.608 300.139.380

0 3.747.608 3.747.608

31.634.346 101.880.454

29.899.745 90.799.458

28.735.364 104.070.771

1.164.380 -13.271.313

40.926.367 42.576.182 71.243.184

46.091.649 35.026.937 71.514.844

45.089.484 21.764.507 73.406.419

1.002.165 13.262.430 -1.891.575

316.870.955 0

C

Opgroeien met blijvende ondersteuning (Langdurig verblijf)

D E

Steun, hulp of behandeling overdag (Daghulp) Pakket thuis (Ambulante hulp)

I1

Buitenregionale plaatsingen (incl pleegzorg)

1.128.133

0

0

0

I3

Landelijke inkoop

27.482.289

30.554.356

28.303.972

2.250.384

Totaal programma Jeugdhulp Totaal Lasten

316.870.955

303.886.988

301.370.517 301.370.517

2.516.471 2.516.471

Saldo van baten en lasten

0

0

-1.231.137

1.231.137

Resultaat vorige boekjaren Overlopend resultaat LTA Overlopend resultaat RTA Totaal resultaat vorige boekjaren

0 0

0 0

15.456 -1.246.593 -1.231.137

-15.456 1.246.593 1.231.137

Totaal resultaat

0

0

0

0

NB. In dit overzicht staat een post I1. Dit betreft maatwerkovereenkomsten. Deze zijn naar de aard van de geleverde zorg toebedeeld aan A t/m E, waardoor op deze post geen realisatie meer is. NB. In dit overzicht staat “Resultaat vorige boekjaren”. In tabellen in het volgende hoofdstuk is dit aangeduid met de letter “J”.

Dit overzicht laat zien dat voor de regio als geheel € 3,7 mln. minder kosten zijn gemaakt dan vooraf als voorschotbijdrage ontvangen. Overigens is het beeld per gemeente wisselend (zie volgend hoofdstuk). Het voordeel betreft voor € 1,2 mln. per saldo resultaat van afrekeningen van zorgkosten uit vorige boekjaren. En voor € 2,5 mln minder zorglasten in 2025 dan bevoorschot.

4

Niet uit balans blijkende verplichtingen Onder Niet uit balans blijkende verplichtingen worden die verplichtingen verstaan die in 2025 of eerder zijn aangegaan ten behoeve van zorg in 2025 t/m 2028. De totaal in gekochte jeugdhulp GRJR betreft vanaf 2023 nog voor tien gemeenten in Rijnmond. De gemeenten Maasluis, Vlaardingen en Schiedam (MVS) hebben per 1 januari 2023 alle specialistische jeugdhulp zelf ingekocht. Voor de 10 gemeenten staan de meerjarige gunningen voor de inkoop van jeugdhulp vanaf 2023 voor de opdrachten A t/m F bij de zeven systeemaanbieders, zeven prestatieaanbieders en twee aanbieders voor jeugdhulpplus hieronder. NUBBV-Verplichtingen

2025

2026

2027

2028

Systeemaanbieders

€ 122.666.000

€ 122.666.000

€ 122.666.000

€ 122.666.000

Prestatieaanbieders B, C en E

€

6.394.000

€

6.394.000

€

6.394.000

€

6.394.000

Prestatieaanbieders D

€

1.315.000

€

1.315.000

€

1.315.000

€

1.315.000

Jeugdhulpplus Totaal

€ 130.375.000

€ 130.375.000

€ 130.375.000

€ 130.375.000

5

Hoofdstuk 3 Lasten op regionale en landelijke jeugdhulpcontracten per gemeente

6

3. Lasten op regionale en landelijke jeugdhulpcontracten per gemeente De GRJR-begroting bevatte voorheen budgetten voor zorgkosten die voortvloeien uit gemeentelijke besluiten tot toewijzing van hulp op regionale en landelijke jeugdhulpcontracten. Vanaf 2024 vallen de begrotingsposten buiten de GR-begroting. Deze lasten staan dus niet meer in de jaarrekening 2025 GRJR. De GRJR verstrekt wel informatie en advies aan gemeenten over deze lasten, op de oorspronkelijke begrotingsposten A t/m E, I1 (voor zover nog van toepassing) en I3. Deze moeten worden verantwoord in gemeentelijke jaarrekeningen. N.B. De informatie is gebaseerd op toewijzingsdata zoals ontvangen van gemeenten, betaalgegevens zoals uitgevoerd door de GRJR en productieopgaven zoals ontvangen van aanbieders. De cijfers zullen nog worden geactualiseerd in april, na ontvangst van definitieve productieverantwoordingen van aanbieders.

Realisatie A t/m E + I3 per gemeente Onderstaand overzicht geeft een uitsplitsing per gemeente. De detailgegevens worden per gemeente verstrekt ten behoeve van de accountantscontrole. Opdracht A B1 B2 B3 B4 C1 C2 C3 D E1 E2 E3 I3 J Eindtotaal

Opdracht A B1 B2 B3 B4 C1 C2 C3 D E1 E2 E3 I3 J Eindtotaal

Albrandswaard Barendrecht 161.445 34.395 426.146 113.056 142.299 39.064 341.657 196.870 1.336.179 6.268 329.642 (90.354) 3.036.667

403.509 89.509 152.154 950.923 622.475 363.761 432.647 347.137 513.659 2.695.363

662.531 (21.360) 7.212.307

Nissewaard

Ridderkerk

2.080.657 1.089.247 1.489.396 7.714.202 354.484 2.191.734 1.165.087 969.090 1.849.507 5.145.894 8.807

559.689 409.138 348.671 1.897.585 2.480 396.387 546.746 174.155 869.936 2.747.856 13.811

3.353.415 58.735 27.470.254

Capelle ad IJssel 1.733.920 560.741 490.985 3.805.362 37.926 820.271 620.154 199.275 944.243 4.154.389 4.062 1.360.321 (85.500) 14.646.150

Rotterdam

GoereeKrimpen ad Lansingerland Maassluis Overflakkee IJssel 426.642 434.235 310.978 263.174 215.472 252.048 213.472 911.027 2.500.054 1.383.585 3.093.345 24.280 34.630 62.858 665.689 291.110 200.447 136.842 179.211 298.984 210.990 242.551 518.664 778.119 870.653 1.789.083 5.345.680 1.599 712.270 (187.831) 5.931.400

761.663 (27.328) 5.836.940

Voorne aan Zee 1.273.423 303.160 1.494.182 5.754.871 319.600 836.650 404.684 371.999 564.249 2.976.344 28.089 1.751.237 1.033.395 (2.572) (352.003) 1.748.665 15.008.643

Schiedam Vlaardingen

21.350.867 6.377.724 14.730.044 44.705.225 843.144 12.694.932 10.613.022 9.435.459 15.286.709 46.099.777 182.566 886.845 13.662.136 1.369.138 (5.507) (462.344) 9.951 8.847.793 195.519.262 1.379.089

1.452.866 (63.672) 12.535.047

968.514 (1.353) 967.161

Eindtotaal 28.735.365 9.594.608 19.829.931 72.231.298 2.414.934 18.402.832 14.337.905 12.348.748 21.764.507 73.161.216 245.202 28.303.972 (1.231.138) 300.139.380

Het totaal van opdrachten A t/m E + I3 bedraagt € 301.370.517 en sluit aan op het regionale totaalbeeld (zie vorige hoofdstuk). Daaraan toegevoegd “opdracht J”. Dit betreft het overlopend resultaat uit afrekeningen van zorgkosten over eerdere jaren.

7

Onderstaande tabel geeft per gemeente per opdracht het verschil tussen de bevoorschotting (in de kolom “Begroting 2025 na wijziging”) versus de realisatie op de opdrachten A t/m E + I3 + J . Voorlopig Voorlopig Begroting Voorlopige Begroting e Begroting Voorlopige Begroting e 2025 na Realisatie 2025 na Realisatie 2025 na Realisatie 2025 na Realisatie wijziging 2025 wijziging 2025 wijziging 2025 Opdracht wijziging 2025 Verschil Verschil Verschil Verschil Albrandswaard Barendrecht Capelle aan den Ijssel Goeree-Overflakkee A 150.530 161.445 (10.915) 412.622 403.509 9.113 1.967.604 1.733.920 233.684 468.469 426.642 41.827 B1 52.538 34.395 18.143 109.538 89.509 20.030 618.302 560.741 57.561 74.741 263.174 (188.433) B2 39.329 39.329 58.268 152.154 (93.886) 800.817 490.985 309.832 309.189 213.472 95.718 B3 197.008 426.146 (229.138) 2.699.827 950.923 1.748.904 2.930.811 3.805.362 (874.551) 1.646.827 2.500.054 (853.227) B4 22.917 113.056 (90.139) 21.218 622.475 (601.258) 49.117 37.926 11.191 0 24.280 (24.280) C1 54.036 142.299 (88.262) 100.703 363.761 (263.058) 773.804 820.271 (46.467) 582.479 665.689 (83.209) C2 306.379 39.064 267.315 343.052 432.647 (89.595) 944.877 620.154 324.722 240.942 200.447 40.495 C3 131.565 341.657 (210.092) 199.441 347.137 (147.696) 271.384 199.275 72.109 153.006 0 153.006 D 682.334 196.870 485.464 1.115.833 513.659 602.174 1.609.828 944.243 665.585 325.809

242.551 83.258 E 1.292.416 1.342.446 (50.031) 2.205.607 2.695.363 (489.756) 3.692.434 4.158.451 (466.018) 1.034.693 870.653 164.039 I.1 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 I3 269.628 329.642 (60.015) 825.121 662.531 162.589 741.354 1.360.321 (618.967) 621.056 712.270 (91.215) J (90.354) (90.354) (21.360) (21.360) (85.500) (85.500) (187.831) (187.831) Eindtotaal 3.198.680 3.036.667 (18.695) 8.091.230 7.212.307 836.202 14.400.331 14.646.150 (416.819) 5.457.211 5.931.400 (849.852)

Voorlopig Voorlopig Begroting e Begroting Voorlopige Begroting e Begroting Voorlopige 2025 na Realisatie 2025 na Realisatie 2025 na Realisatie 2025 na Realisatie wijziging 2025 wijziging 2025 wijziging 2025 Opdracht wijziging 2025 Verschil Verschil Verschil Verschil Krimpen aan den Ijssel Lansingerland Maassluis Nissewaard A 462.474 434.235 28.239 328.088 310.978 17.110 0 0 0 2.174.546 2.080.657 93.888 B1 53.613 215.472 (161.860) 264.269 252.048 12.222 0 0 0 2.007.012 1.089.247 917.764 B2 147.563 0 147.563 360.664 911.027 (550.362) 0 0 0 1.277.384 1.489.396 (212.012) B3 1.101.284 1.383.585 (282.301) 2.660.207 3.093.345 (433.138) 0 0 0 5.442.827 7.714.202 (2.271.375) B4 27.628 34.630 (7.002) 57.125 62.858 (5.733) 0 0 0 207.518 354.484 (146.967) C1 192.908 291.110 (98.201) 92.165 0 92.165 0 0 0 2.115.970 2.191.734 (75.764) C2 172.785 136.842 35.942 347.955 179.211 168.744 0 0 0 1.914.616 1.165.087 749.529 C3 309.302 298.984 10.318 328.229 210.990 117.239 0 0 0 895.572 969.090 (73.519) D 531.096 518.664 12.432 848.026 778.119 69.907 0 0 0 2.052.169 1.849.507 202.663 E 1.825.130 1.789.083 36.047 5.134.839 5.347.279 (212.440) 0 0 0 5.613.159 5.154.700 458.458 I.1 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 I3 475.691 761.663 (285.971) 1.810.455 1.452.866 357.589 1.375.183 968.514 406.669 2.580.390 3.353.415 (773.024) J (27.328) (27.328) (63.672) (63.672) (1.353) (1.353) 58.735 58.735 Eindtotaal

5.299.473 5.836.940 (592.123) 12.232.022 12.535.047 (430.370) 1.375.183 967.161 405.316 26.281.161 27.470.254 (1.071.623)

Voorlopig Voorlopig Voorlopig Begroting e Begroting Voorlopige Begroting e Begroting e 2025 na Realisatie 2025 na Realisatie 2025 na Realisatie 2025 na Realisatie wijziging 2025 wijziging 2025 wijziging 2025 Opdracht wijziging 2025 Verschil Verschil Verschil Verschil Ridderkerk Rotterdam Schiedam Vlaardingen A 570.256 559.689 10.567 22.236.293 21.350.867 885.425 0 0 0 0 0 0 B1 475.713 409.138 66.575 6.983.625 6.377.724 605.901 0 0 0 0 0 0 B2 813.004 348.671 464.333 7.958.275 14.730.044 (6.771.769) 0 0 0 0 0 0 B3 1.359.171 1.897.585 (538.414) 42.301.678 44.705.225 (2.403.547) 0 0 0 0 0 0 B4 70.948 2.480 68.468 2.127.305 843.144 1.284.161 0 0 0 0 0 0 C1 195.548 396.387 (200.839) 12.928.019 12.694.932 233.087 0 0 0 0 0 0 C2 295.890 546.746 (250.857) 13.168.273 10.613.022 2.555.252 0 0 0 0 0 0 C3 195.420 174.155 21.265 7.104.070 9.435.459 (2.331.389) 0 0 0 0 0 0 D 1.227.849 869.936 357.914 25.894.149 15.286.709 10.607.440 0 0 0 0 0 0 E 2.347.651 2.761.667 (414.016) 44.739.381 46.282.343 (1.542.962) 0 0 0 0 0 0 I.1 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 I3 987.290 886.845 100.445 16.156.342 13.662.136 2.494.207 1.752.331 1.369.138 383.193 2.300.392 1.751.237 549.155 J (5.507) (5.507) (462.344) (462.344) 9.951 9.951 (2.572) (2.572) Eindtotaal 8.538.740 8.847.793 (320.066) 201.597.410 195.519.262 5.153.461 1.752.331 1.379.089 393.144 2.300.392 1.748.665 546.583

Begroting 2025 na Opdracht wijziging A B1 B2 B3 B4 C1 C2 C3 D E I.1 I3 J Eindtotaal

Voorlopige Realisatie 2025 Verschil Voorne aan Zee 1.128.864 1.273.423 (144.559) 231.491 303.160 (71.669) 540.028 1.494.182 (954.154) 4.613.734 5.754.871 (1.141.137) 86.945 319.600 (232.655) 425.482 836.650 (411.169) 533.802 404.684 129.118 773.976 371.999 401.976 739.842 564.249 175.594 3.629.535 3.004.433 625.102 0 0 0 659.125 1.033.395 (374.270) (352.003) (352.003) 13.362.823 15.008.643 (2.349.826)

8

Bijbetaling of teruggave per gemeente De zorgkosten worden feitelijk betaald door de GRJR. Daarvoor betalen de gemeenten een voorschot aan de GRJR. Onderstaande tabel is de voorlopige afrekening per gemeente. Kolom “Inleg 2025” Dit is het totaalbedrag dat voor 2025 is gefactureerd als bevoorschotting van de gemeentelijke zorgkosten op regionale en landelijke jeugdhulpcontracten. Kolom “Verwachte realisatie” De verwachte realisatie is de som van twee onderdelen, namelijk • het gemeentelijk aandeel in de lasten op A t/m E + I3, plus • het aandeel in het overlopend resultaat over eerdere boekjaren. Deze bedragen staan in de hiervoor gepresenteerde tabellen en komen samen uit op het afgerond bedrag in onderstaande tabel. Kolom “Extra inleg of terugbetaling” In de laatste kolom staat het bedrag dat te veel of te weinig is bevoorschot en daarom moet worden terugbetaald of bijbetaald. Dit is een voorlopige opgave. Het bedrag wordt pas definitief bepaald bij de definitieve verantwoording in juli en zal daarna worden gefactureerd.

Gemeenten

Inleg 2025 (2e wijziging)

Verwachte Realisatie 2025

Extra inleg of terugbetaling op basis van verwachte realisatie 2025

Albrandswaard Barendrecht Capelle aan den IJssel Goeree-Overflakkee Krimpen aan den IJssel Lansingerland Maassluis Nissewaard Ridderkerk Schiedam Vlaardingen Voorne aan Zee Rotterdam

3.199.000 8.091.000 14.400.000 5.457.000 5.299.000 12.232.000 1.375.000 26.281.000 8.539.000 1.752.000 2.300.000 13.363.000 201.597.000

3.037.000 7.212.000 14.646.000 5.931.000 5.837.000 12.535.000 967.000 27.470.000 8.848.000 1.379.000 1.749.000 15.009.000 195.519.000

162.000 879.000 -246.000 -474.000 -537.000 -303.000 408.000 -1.189.000 -309.000 373.000 552.000 -1.646.000 6.078.000

Totaal

303.885.000

300.139.000

3.748.000

9

Hoofdstuk 4 Inhoudelijke rapportage gebruik regionale en landelijke jeugdhulpcontracten

10

4. Inhoudelijke rapportage gebruik regionale en landelijke jeugdhulpcontracten Het gebruik van regionaal en landelijke gecontracteerde jeugdhulp in onze regio is op basis van voorlopige informatie iets lager dan verwacht. Het financiële overschot is voor alle gemeenten samen per saldo bijna € 3,7 mln op bijna € 304 mln. Er is nog steeds sprake van zorgwekkende kostenstijgingen, maar het is minder meer dan de € 80 mln waarmee we rekening hielden in het begrotingsadvies 2025. De regionale contractkosten vallen meer mee, maar de LTA-kosten vallen nog meer tegen. Bovendien is in enkele gemeenten juist sprake van meer gebruik dan verwacht. Onderstaand wordt per opdracht een inhoudelijke toelichting gegeven op het regionale beeld.

11

Opdracht A: Pleegzorg

Realisatie JR 2023

Realisatie JR 2024

Begroting 2025

Voorlopige realisatie 2025

€ 22.077.000

€ 28.221.000

€ 29.900.000

€ 28.751.000

Aantal jeugdigen*

Aantal Toewijzingsduur Weektarief*** toewijzingen* in weken*

Opdracht A Jaara

Verschil realisatie vs. begroting 2025 - € 114.900

2024

1.789 1.660

2.366 2.100

75 140

€ 272 € 359

2025

1.553

1.910

177

€ 381

2023

*Aantallen kunnen nog wijzigen door toewijzingen die met terugwerkende kracht worden doorgegeven aan de UO. Bron: Dashboard GRJR, peildatum: 12-022026. *Alle cijfers zijn exclusief MVS, ook over voorgaande jaren (t.b.v. de vergelijkbaarheid) **Cijfers kunnen nog wijzigen door toewijzingen die met terugwerkende kracht worden doorgegeven aan de UO. Bron: Dashboard GRJR (peildatum 12-02-2026). a Cijfers kunnen afwijken t.o.v. de rapportage in de vJR 2025: door toewijzingen die met terugwerkende kracht worden ingediend vinden er mutaties plaats, ook over eerdere jaren. Voor de cijfers over 2025 is te verwachten dat door toewijzen met terugwerkende kracht nog mutaties in de toekomst zal opleveren. ***De weektarieven zoals hier gerapporteerd zijn de tarieven zoals opgevoerd door gemeenten in de Toewijzingen-upload in de BTZ en sluiten daarmee aan op de tarieven zoals deze zijn opgevoerd in de systemen. Dit is inclusief indexatie daar waar de indexatie al in de systemen is doorgevoerd.

Het uitgangspunt van gemeenten in de Regiovisie 2020 was dat kinderen horen op te groeien in een gezinssituatie, die hun ontwikkeling stimuleert. Van alle vormen van jeugdhulp met verblijf had pleegzorg daarom altijd de voorkeur. Voor pleegzorg (opdracht A) is de realisatie 2025 lager dan begroot en lager dan de realisatie 2024. Dit komt omdat het aantal kinderen dat pleegzorg ontvangt, substantieel lager is dan in 2024 en ook op de twee subsidies in opdracht A (subsidie Pleegzorg maatwerk en subsidie Buitenregionale Plaatsingen pleegzorg) wordt een onderbesteding verwacht. De daling in het aantal pleegzorgkinderen sluit aan bij de landelijke trend die in onze regio nog niet eerder zo zichtbaar was. Voor een deel lijkt de daling ook een gevolg van het verscherpt toezicht door de IGJ n.a.v. het incident met het pleegmeisje in 2024. In voorgaande jaren is ook aangegeven dat complexere problematiek leidt tot minder pleegzorgplaatsingen omdat die problematiek niet binnen een pleeggezin kan worden behandeld. Het aantal jeugdigen dat verblijft in gezinshuiszorg (C1) is gestegen ten opzichte van 2024, mogelijk is hier sprake van substitutie. Deels lijkt er sprake van een autonome daling in pleegzorg. Het vereist verdiepend onderzoek om deze hypotheses op oorzaken te toetsen.

De geringe stijging van het weektarief 2025 is in lijn met de indexatie conform de landelijke handreiking Tarifering en Inkoop Pleegzorg. De toename in de toewijzingsduur is een logisch effect van de wetswijziging waarbij (nieuwe) toewijzingen pleegzorg standaard tot het 21e levensjaar (kunnen) worden afgegeven. Een kanttekening daarbij is dat de regionale systeemaanbieders signaleren dat (nog) niet alle gemeenten nieuwe pleegzorgarrangementen standaard tot het 21e levensjaar afgeven. Naast de pleegzorgarrangementen zijn er twee subsidies verleend ten laste van opdracht A. De subsidie Pleegzorg maatwerk waarbij breakdowns binnen een pleeggezin worden voorkomen door ondersteuning op maat, en de subsidie buiten regionale plaatsing in de pleegzorg (BRP) om pleegzorg buiten de regio te faciliteren indien dit in het belang van de jeugdige is.

12

Het gaat hier vaak om netwerk pleegzorg buiten de regio. Op beide subsidies wordt een onderbesteding verwacht. Opdracht B: Opname met behandeling

Realisatie JR 2023

Realisatie JR 2024

Begroting 2025

€ 80.972.000

€ 89.687.000

€ 90.799.000

Verwachte realisatie 2025 € 104.071.000

Verschil realisatie vs. begroting 2025 € 13.272.000

Tabel met de basisinformatie van opdracht B

Jaar*a 2023 2024 2025**

Aantal toewijzingen 1.485 1.609 1.756

Aantal jeugdigen 854 835 840

Weektarief Toewijzingsduur in €*** in weken € 3.392 34 € 3.840 31 € 4.428 33

*Aantallen kunnen nog wijzigen door toewijzingen die met terugwerkende kracht worden doorgegeven aan de UO. Bron: Dashboard GRJR, peildatum: 12-022026. *Alle cijfers zijn exclusief MVS, ook over voorgaande jaren (t.b.v. de vergelijkbaarheid) **Cijfers kunnen nog wijzigen door toewijzingen die met terugwerkende kracht worden doorgegeven aan de UO. Bron: Dashboard GRJR (peildatum 12-02-2026). a Cijfers kunnen afwijken t.o.v. de rapportage in de vJR 2025: door toewijzingen die met terugwerkende kracht worden ingediend vinden er mutaties plaats, ook over eerdere jaren. Voor de cijfers over 2025 is te verwachten dat door toewijzen met terugwerkende kracht nog mutaties in de toekomst zal opleveren. ***De weektarieven zoals hier gerapporteerd zijn de tarieven zoals opgevoerd door gemeenten in de Toewijzingen-upload in de BTZ en sluiten daarmee aan op de tarieven zoals deze zijn opgevoerd in de systemen. Dit is inclusief indexatie daar waar de indexatie al in de systemen is doorgevoerd.

In de regio wordt toegewerkt naar minder kinderen in behandeling met verblijf, een kind plaatsen in behandeling met verblijf is de laatste ultieme inzet. Het doel is dat de jeugdige (weer) thuis kan wonen binnen een afzienbare periode. Voor de opname met behandeling (opdracht B) is de realisatie 2025 fors hoger dan begroot. De totale realisatie bedraagt € 104 miljoen en is daarmee ruim € 13 miljoen hoger dan begroot. Aan deze stijging ligt een aantal oorzaken ten grondslag. Eind 2024 heeft het AB het besluit genomen om het tarief na een kostprijsonderzoek voor opdracht B2, gesloten jeugdhulp (of JeugdhulpPlus (JHP)), te verhogen naar € 7.115,73 per week. In de 2e burap is genoemd dat het besluit niet is verwerkt in de begroting 2025, waardoor deze zo’n € 5,8 miljoen te laag is. De jongeren die met een machtiging gesloten jeugdzorg (MGJ) worden opgenomen in JHP hebben een zeer complexe zorgvraag en gaan niet altijd naar onderwijs. Dit zorgt ervoor dat deze aanbieders ondanks het hogere tarief ook vaak inzet moeten doen voor 1-op-1 begeleiding/behandeling. Bij 1/3e van de jongeren is ook extra inzet nodig voor een dagprogramma, omdat deze jongeren nog niet naar onderwijs kunnen. Dat zorgt voor een gemiddeld weektarief van € 9.230. Dit zorgt voor een verschil van € 6,3 miljoen.

Daarnaast wordt JHP nog steeds afgebouwd, maar alternatieven bij de systeemaanbieders zijn nog niet (voldoende) aanwezig. Het effect daarvan is dat de jongeren die normaal gesproken een MGJ zouden krijgen, nu opgevangen worden door regulier aanbod. Dit zorgt voor een stijging van de weektarieven op B3 (opname open behandelsetting). In de begroting is ook rekening gehouden met het omzetten van een aantal zorgvormen, namelijk MyPlace en de Studio’s, van B3 naar respectievelijk C3 (Beschermd Wonen) en C2 (Training zelfstandig wonen). Deze omzetting heeft niet vanaf 1-1-2025 plaatsgevonden, maar gedurende het jaar. Verder wordt vanaf 1-1-2025 strak gestuurd op de 28 dagen crisisverblijf (opdracht F). De jongeren voor wie na 28 dagen nog geen passend regulier aanbod is gevonden, worden toegewezen aan

13

systeemaanbieders. In voorgaande jaren werden deze kosten vergoed vanuit opdracht F, nu veelal op opdracht B en C. In 2025 ging het om 65 jongeren.

Jaar 2023 2024 2025

Opdracht B1 Open residentiële zorg basis Aantal Aantal Weektarief* Toewijzingsduur toewijzingen* jeugdigen* in weken* 226 170 € 2.016 45 206 224

139 136

€ 2.360 € 2.869

38 42

Zowel het aantal jeugdigen als de toewijzingsduur en het weektarief stijgt. De stijging van het weektarief is hoger dan de indexatie. Ongeveer 6% van de toewijzingen zijn hoger dan een weektarief van € 4.200 en 4% is hoger dan € 7.500. Twee toewijzingen zijn hoger dan € 10.000.

Jaar 2023 2024 2025

Opdracht B2 JeugdhulpPlus Aantal Aantal Weektarief* toewijzingen* jeugdigen* 190 112 € 4.814 201 83 € 6.104 226

82

€ 9.230

Toewijzingsduur in weken* 28 17 14

De afbouw van bedden binnen JHP die de afgelopen jaren heeft plaatsgevonden, stagneert op dit moment. De jeugdigen die nog wel verwezen worden naar JHP, hebben een intensievere zorgvraag. Dat is terug te zien in het weektarief. De gemiddelde toewijzingsduur laat weliswaar een daling zien, maar het aantal toewijzingen is wederom gestegen. Dat wordt vooral veroorzaakt doordat het niet lukt om de jeugdigen tijdig te laten uitstromen. Zo’n 50% van toewijzingen zijn hoger dan het afgesproken weektarief van € 7.115,73. Voor 20% van de toewijzingen geldt dat deze zelfs hoger zijn dan € 12.500 per week. Voor 3% van de toewijzingen geldt dat deze hoger zijn dan € 30.000 per week. De zeer hoge tarieven had vooral te maken met de afbouw van de JHP-voorziening op Harreveld, waarbij enkele jongeren tot het laatst op Harreveld verbleven en naar een andere plek moesten.

Jaar 2023

Opdracht B3 Open residentiële zorg behandelsetting Aantal Aantal Weektarief* Toewijzingsduur toewijzingen* jeugdigen* in weken* 1.074 678 € 3.417 33

2024

1.100

644

€ 3.761

32

2025

1.200

657

€ 4.038

35

Het aantal jeugdigen in zorg is nog steeds lager dan het aantal in 2023, maar ten opzichte van 2024 neemt het aantal jeugdigen, weektarief en de toewijzingsduur toe. Rond de 60% van de toewijzingen zijn lager dan € 4.200 per week. Zo’n 9% van het totaal aantal toewijzingen is hoger dan € 7.500 per week. De stijging die te zien is, heeft te maken met de sturing op maximaal 28 dagen verblijf op opdracht F.

14

Opdracht B4 Gesloten residentiële zorg behandelsetting Aantal Aantal Weektarief* Toewijzingsduur toewijzingen* jeugdigen* in weken* 70 48 € 6.326 6 102 60 € 6.631 7 106 61 € 6.593 4

Jaar 2023 2024 2025

Het gebruik van deze vorm van jeugdhulp is nagenoeg vergelijkbaar met 2024. Hierbij gaat het vaak om een crisisopname met GGZ-problematiek. De toewijzingsduur is wel flink afgenomen ten opzichte van 2024. Het weektarief is lager dan wat vanuit de indexatie verwacht was. Opdracht C: Langdurig verblijf

Realisatie JR 2023

Realisatie JR 2024

€ 19.820.000

€ 32.338.000

Begroting 2025 € 46.092.000

Verwachte Realisatie 2025 € 45.100.000

Verschil realisatie vs. begroting 2025 - € 992.000

Tabel met de basisinformatie van opdracht C

Jaar*a 2023 2024 2025**

Aantal toewijzingen 542

Aantal jeugdigen 398

631 742

440 484

Weektarief Toewijzingsduur in €*** in weken 1.688 45 1.912 2.171

50 56

*Aantallen kunnen nog wijzigen door toewijzingen die met terugwerkende kracht worden doorgegeven aan de UO. Bron: Dashboard GRJR, peildatum: 12-022026. *Alle cijfers zijn exclusief MVS, ook over voorgaande jaren (t.b.v. de vergelijkbaarheid) **Cijfers kunnen nog wijzigen door toewijzingen die met terugwerkende kracht worden doorgegeven aan de UO. Bron: Dashboard GRJR (peildatum 12-02-2026). a Cijfers kunnen afwijken t.o.v. de rapportage in de vJR 2025: door toewijzingen die met terugwerkende kracht worden ingediend vinden er mutaties plaats, ook over eerdere jaren. Voor de cijfers over 2025 is te verwachten dat door toewijzen met terugwerkende kracht nog mutaties in de toekomst zal opleveren. ***De weektarieven zoals hier gerapporteerd zijn de tarieven zoals opgevoerd door gemeenten in de Toewijzingen-upload in de BTZ en sluiten daarmee aan op de tarieven zoals deze zijn opgevoerd in de systemen. Dit is inclusief indexatie daar waar de indexatie al in de systemen is doorgevoerd.

Hieronder de tabellen met subonderdelen van opdracht C Opdracht C1: Gezinshuizen a Jaar* Aantal Aantal Weektarief Toewijzingsduur toewijzingen jeugdigen in €*** in weken 2023 203 145 1.571 47 2024 2025

Jaar* 2023

245 267

a

171 169

1.671 1.773

56 64

Opdracht C2: Kamertraining Aantal Aantal Weektarief Toewijzingsduur toewijzingen jeugdigen in €*** in weken 316 246 1.694 46

2024

316

218

1.694

46

2025

292

213

1.912

54

15

Jaar* 2023 2024 2025

a

Opdracht C3: Beschermd wonen Aantal Aantal Weektarief Toewijzingsduur toewijzingen jeugdigen in €*** in weken 46 39 2.231 29 90 151

62 104

3.062 3.363

44 47

Begroting en trendmatige groei: De begroting is voor 2025 realistisch opgesteld, waarbij de trendmatige groei en indexatie is meegenomen. De voorlopige jaarcijfers 2025 vallen circa € 0,9 mln. lager uit dan begroot. Dit hangt samen met de verschuiving van verblijfsplekken vanuit opdracht B3 naar C3 en studio’s vanuit B3 naar C2. In de begroting was rekening gehouden met ingangsdatum 1-1-2025, in de praktijk heeft de omzetting gedurende het jaar plaatsgevonden en niet vanaf het begin. Dit verklaart grotendeels het verschil. Langdurig verblijf gezinshuisplekken (C1): De beoogde groei van gezinshuisplekken is niet gerealiseerd en dat zien we ook terug in het aantal jeugdigen dat nagenoeg gelijk is gebleven ten opzichte van 2024. Het aantal toewijzingen per jeugdige stijgt wel iets en ook de toewijzingsduur (met gemiddeld 8 weken). Het gemiddelde weektarief sluit aan bij de verwachting op basis van de indexatie. Positief is dat in 2025 een aantal buiten regionale zorgaanbieders voor C1 op een contract als Flexaanbieder zijn gecontracteerd waardoor maatwerkcontracten op C1 vervallen. Langdurig verblijf kamertraining (C2): Voor kamertraining stijgt in 2025 de gemiddelde toewijzingsduur. Het gemiddelde weektarief ligt boven de indexatie. Het aantal jongeren blijft redelijk stabiel ten opzichte van vorig jaar.

Binnen C2 is sprake van een relatief hoog aandeel jongeren in de verlengde Jeugdwet. Instroom op C2 is vanaf 16+ met de overweging dat terugkeer naar huis niet meer mogelijk is. De langere toewijzingsduur vloeit voort uit de noodzakelijke zorg om zelfstandigheid te realiseren. De uitstroom stagneert door beperkte beschikbaarheid van passende huisvesting en een aansluitend Wmo-aanbod. Circa een derde van de jeugdigen heeft een forensische zorgvraag. Beschermd wonen (C3): Het aantal jeugdigen in zorg voor beschermd wonen is ten opzichte van vorig jaar in 2025 flink gestegen evenals de trajectduur en het weektarief: Totaal zijn er in 2025 circa 47 extra jeugdigen in C3, waarvan 10 eerder op My Place verbleven. Veel jongeren met een forensische achtergrond hebben een toewijzing voor C3. We zien dat deze groep in 2025 flink gestegen is ten opzichte van voorgaande jaren (bijna 50% van het totale aantal jeugdigen in 2025). Deels is dit verklaarbaar omdat rechters vaker verblijf opleggen als onderdeel van de opgelegde straf, met als overweging dat de doelgroep goed in beeld blijft. Omdat de verblijfsduur gelijk is aan de duur van de straftitel, is de trajectduur voor deze doelgroep vaak langer dan gemiddeld. De stijging van het weektarief heeft te maken met de omzetting vanuit MyPlace vanuit opdracht B naar C3.

Het weekbudget van B is veel hoger dan van C omdat hierin ook een extra component wordt opgenomen voor dagbesteding wanneer de jongeren niet naar school gaan.

16

Opdracht D: Daghulp

Realisatie JR 2023

Realisatie JR 2024

Begroting 2025

€ 26.772.000

€ 24.831.000

€ 35.027.000

Verwachte Realisatie 2025 € 21.770.000

Verschil realisatie vs. begroting 2025 -€ 13.257.000

Tabel met de basisinformatie van opdracht D

Jaar 2023 2024 2025

Aantal toewijzingen* 1.576 1.277 1.165

Aantal jeugdigen* 1.113 973 828

Weektarief Toewijzingsduur in €*** in weken* 1.013 31 1.100 33 1.071 39

*Aantallen kunnen nog wijzigen door toewijzingen die met terugwerkende kracht worden doorgegeven aan de UO. Bron: Dashboard GRJR, peildatum: 12-022026. *Alle cijfers zijn exclusief MVS, ook over voorgaande jaren (t.b.v. de vergelijkbaarheid) **Cijfers kunnen nog wijzigen door toewijzingen die met terugwerkende kracht worden doorgegeven aan de UO. Bron: Dashboard GRJR (peildatum 12-02-2026). a Cijfers kunnen afwijken t.o.v. de rapportage in de vJR 2025: door toewijzingen die met terugwerkende kracht worden ingediend vinden er mutaties plaats, ook over eerdere jaren. Voor de cijfers over 2025 is te verwachten dat door toewijzen met terugwerkende kracht nog mutaties in de toekomst zal opleveren. ***De weektarieven zoals hier gerapporteerd zijn de tarieven zoals opgevoerd door gemeenten in de Toewijzingen-upload in de BTZ en sluiten daarmee aan op de tarieven zoals deze zijn opgevoerd in de systemen. Dit is inclusief indexatie daar waar de indexatie al in de systemen is doorgevoerd.

Voor daghulp (opdracht D) is de realisatie 2025 lager dan begroot en zelfs lager dan de realisatie 2024. Dit komt omdat het aantal kinderen dat regionale daghulp ontvangt substantieel lager is dan in 2024. De oorzaak daarvan lijkt te zijn dat de beoogde knip tussen regionale zorg en lokale zorg gerealiseerd wordt. De GRJR heeft geen inzicht in de lokale kosten bij de 10 gemeenten voor daghulp om dit te kunnen bevestigen. Er zijn wel gemeenten bekend die overschrijding kennen op de lokale begroting daghulp. Zie verdere toelichting hieronder. Tweede oorzaak is dat de stijging vanaf 2023 in het gebruik van forensische daghulp zich niet verder heeft doorgezet maar vanaf 2024 stabiel blijft. De regionale aanbieders van daghulp hebben kritisch gekeken naar de knip op D en de zorg programma’s, ook van hun onderaannemers. De knip op D is een knip op zorginhoud, waarbij daghulp die primair onderwijs gerelateerd of vervangend is, in het lokale aanbod thuishoort. Een deel van de zorgvragen is op zorginhoud omgebogen naar lokaal aanbod en/of lokale contracten. Ook het aanbod van een aantal onderaannemers is naar lokaal omgebogen. Eén aanbieder heeft lopende toewijzingen met terugwerkende kracht ook omgezet naar haar lokale contract. Deze beweging werd in 2024 ingezet en liep in 2025 nog door.

Het effect is zichtbaar in een verdere daling van het aantal jeugdigen en toewijzingen ten opzichte van 2024. Het gemiddelde weektarief is gedaald ten opzichte van 2024 terwijl de gemiddelde weekduur is gestegen, het financiële effect daarvan is beperkt gezien de sterke daling in aantal jeugdigen in daghulp. Opdracht E: Ambulante hulp

Realisatie JR 2023

Realisatie JR 2024

Begroting 2025

€ 58.285.000

€ 62.347.000

€ 71.515.000

Verwachte Realisatie 2025 € 73.406.000

Verschil realisatie vs. begroting 2025 € 1.892.000

17

Tabel met de basisinformatie van opdracht E

Jaar*a

Aantal toewijzingen*

Aantal jeugdigen*

2023 2024 2025

11.204 9.215 9.184

8.043 6.871 6.606

Weektarief Toewijzingsduur in €*** in weken* 315 368 405

39 40 49

*Aantallen kunnen nog wijzigen door toewijzingen die met terugwerkende kracht worden doorgegeven aan de UO. Bron: Dashboard GRJR, peildatum: 12-022026. *Alle cijfers zijn exclusief MVS, ook over voorgaande jaren (t.b.v. de vergelijkbaarheid) **Cijfers kunnen nog wijzigen door toewijzingen die met terugwerkende kracht worden doorgegeven aan de UO. Bron: Dashboard GRJR (peildatum 12-02-2026). a Cijfers kunnen afwijken t.o.v. de rapportage in de vJR 2025: door toewijzingen die met terugwerkende kracht worden ingediend vinden er mutaties plaats, ook over eerdere jaren. Voor de cijfers over 2025 is te verwachten dat door toewijzen met terugwerkende kracht nog mutaties in de toekomst zal opleveren. ***De weektarieven zoals hier gerapporteerd zijn de tarieven zoals opgevoerd door gemeenten in de Toewijzingen-upload in de BTZ en sluiten daarmee aan op de tarieven zoals deze zijn opgevoerd in de systemen. Dit is inclusief indexatie daar waar de indexatie al in de systemen is doorgevoerd.

Hieronder de tabellen met subonderdelen van opdracht E

Opdracht E1 Jaara

Aantal toewijzingen* 10.908 9.167

Weektarief*

2023 2024

Aantal jeugdigen* 7.859 6.836

€ 314 € 368

Toewijzingsduur in weken* 37 40

2025

6.590

9.173

€ 405

49

Opdracht E2 Jaara 2023 2024

2025

Aantal jeugdigen* 49 31 29

Aantal Weektarief* toewijzingen* 61 40 40 41 40 48

Toewijzingsduur in weken* € 480 € 393 € 339

Toelichting op de cijfermatige ontwikkeling in ambulante hulp (opdracht E) In absolute aantallen is het aantal jeugdigen dat gebruik maakt van ambulante hulp na de daling die vanuit 2023 te zien was vanaf 2024 gestabiliseerd. Binnen de ambulante opdracht is wel een verschuiving te zien in doelgroep. De toename van ambulante hulp door forensische aanbieders wordt gecompenseerd door de afname van jeugdigen bij de systeemaanbieders. De gemiddelde toewijzingsduur is, na een daling in 2024, met 8 weken opgelopen tot 49 weken in 2025. Tegelijkertijd is de uitstroom (uit het regionale contract) na ambulante hulp met 5% verhoogd, zijn er minder verlengingen voor ambulante hulp en minder doorstroom naar de andere regionale opdrachten. De stijging van het gemiddelde weektarief ligt net boven de indexatie. Dit komt doordat er minder lichte ambulante hulp in de lagere treden is geboden vanuit het regionale contract. Met het opschonen van de wachtlijsten zijn meer jeugdigen geholpen via lokaal aanbod. Huisartsen blijven de belangrijkste verwijzers naar ambulante hulp, met name richting GGZ-aanbieders. Het is van belang dat gemeenten de huisartsen ondersteunen bij het maken van de afweging tussen

18

lokaal of regionaal aanbod, zodat zo mogelijk gebruik gemaakt wordt van lokaal in plaats van regionaal aanbod. Tevens is een kleine stijging te zien van het aantal jeugdigen met een intensievere ambulante inzet in de hogere prijscategorieën, nog steeds onder de extra toetsgrens van €4.200. Dit betreft niet alleen 1-op-1 begeleiding, maar ook intensieve ambulante trajecten ter voorkoming van (acute) residentiële plaatsingen. Dit zijn intensieve (meestal kortdurende) trajecten die intensief en daardoor kostbaar zijn. Ook dit jaar is de opt-out regeling (E2) zeer beperkt (<1%) gebruikt. Via deze regeling kan het gezin bezwaar maken op het delen van informatie, waardoor de ingezette zorgvorm voor de GRJR onbekend blijft. Wel is zichtbaar dat hier met name gebruik van gemaakt wordt binnen de GGZ. Opdracht I3 Landelijk Transitie Arrangement (LTA)

Realisatie JR 2023

Realisatie JR 2024

Begroting 2025

€ 23.525.000

€ 27.772.000

€ 30.554.000

Verwachte Realisatie 2025 € 28.304.000

Verschil realisatie vs. begroting 2025 -€2.250.000

Op basis van de 9 maandcijfers VNG over het LTA, is de verwachting dat het LTA binnen de begroting blijft. De Q4 productiecijfers zijn op 4-2-26 nog niet beschikbaar gesteld door de VNG. Opvallend is dat het zorgaandeel van de JSGLVB-aanbieders substantieel daalt ten opzichte van 2024 (circa - €1,8 mln). Het aantal jeugdigen in JSGLVB-zorg* is met 8 gedaald ten opzichte van 2024. (*verblijf en behandeling Jeugdigen sterk Gedragsgestoord Licht Verstandelijk Beperkt) Wat betreft de GGZ-aanbieders in het LTA houdt de in 2024 gesignaleerde stijgende trend in de eerste 9 maanden van 2025 aan. Er wordt meer zorg verleend door een aantal LTA-aanbieders die specialistische GGZ bieden met een kostenstijging als gevolg (circa € 2,28 mln). Het gaat hier onder andere om een aanbieder met het GGZ-specialisme persoonlijkheidsstoornissen, en een aanbieder die regionaal gecontracteerd is als systeemaanbieder maar waarvan de autismepoli en de behandeling van ernstige eetstoornissen in 2023 onder het LTA-contract is komen te vallen. Opvallend is dat een grote in de regio gevestigde aanbieder van ‘Jeugdhulp in een universitair medisch centrum’ juist minder jeugdigen uit de regio heeft behandeld dan in 2024 en een kostendaling laat zien. Deze daling is afgaande op de cijfers niet opgevangen door regionaal gecontracteerde GGZ-aanbieders.

Naast de grote GGZ-aanbieders in het LTA is er een wisselend beeld in productie van de kleinere GGZ-aanbieders. Verder is een opvallende daling in het gebruik en de kosten zichtbaar in het LTA-specialisme ‘landelijke opvang en behandeling slachtoffers seksuele uitbuiting en eer gerelateerd geweld’. Dit betreft twee LTA-aanbieders die ook locaties in onze regio hebben.

19

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17080024/1