06.04 - Overzicht wijzigingen was-word
Tekst van het document
Was Artikel 1. Definities 2. Algemeen gebruikelijke voorziening: een voorziening waarvan, gelet op de omstandigheden van de cliënt, aannemelijk is dat de cliënt daarover, ook als hij geen beperkingen had, zou (hebben kunnen) beschikken;
22. Vertegenwoordiger: persoon of rechtspersoon die een cliënt vertegenwoordigt die niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake. Personen of rechtspersonen die als vertegenwoordiger als bedoeld in het eerste lid kunnen optreden zijn de curator, de mentor of de gevolmachtigde van de cliënt, dan wel, indien zodanige persoon of rechtspersoon ontbreekt, diens echtgenoot, de geregistreerde partner of andere levensgezel van de cliënt, tenzij deze persoon dat niet wenst, dan wel, indien ook zodanige persoon ontbreekt, diens ouder, kind, broer of zus, tenzij deze persoon dat niet wenst; Artikel 7. Verslag Binnen 3 weken na het onderzoek doch uiterlijk binnen 6 weken na melding verstrekt het college aan de cliënt dan wel zijn vertegenwoordiger een schriftelijke weergave van de uitkomsten van het onderzoek (het verslag).
Word
Toelichting
2. Algemeen gebruikelijke voorziening: een voorziening die: a. niet specifiek bedoeld is voor personen met een beperking; b. daadwerkelijk beschikbaar is; c. een passende bijdrage levert aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat is tot zelfredzaamheid of participatie en; d. financieel gedragen kan worden met een inkomen op minimumniveau; 10. Financiële tegemoetkoming: Een maximale tegemoetkoming in de kosten van een maatwerkvoorziening die kan worden afgestemd op het inkomen van de aanvrager, niet zijnde mantelzorger.
Aanpassing naar aanleiding van een uitspraak van de CRvB. Uit deze jurisprudentie volgt dat bij het afwegen of de cliënt ook over de voorziening kon beschikken als hij geen beperkingen zou hebben gehad er ook meegewogen dient te worden of de voorziening in algemene zin financieel gedragen kan worden. Het is hierbij niet van belang of de betreffende cliënt een inkomen op minimumniveau heeft. Deze definities zijn toegevoegd aan artikel 1, omdat ze in het aangepaste artikel 10 gebruikt worden.
11. Forfaitaire financiële tegemoetkoming: Een bijdrage in de kosten, die ongeacht het inkomen van de aanvrager en los van de werkelijke/feitelijke kosten van een voorziening, wordt verstrekt. 2.5 Vertegenwoordiger: meerderjarig persoon of rechtspersoon die een cliënt vertegenwoordigt die niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake. Personen of rechtspersonen die als vertegenwoordiger als bedoeld in het eerste lid kunnen optreden zijn de curator, de mentor of de gevolmachtigde van de cliënt, dan wel, indien zodanige persoon of rechtspersoon ontbreekt, diens echtgenoot, de geregistreerde partner of andere levensgezel van de cliënt, tenzij deze persoon dat niet wenst, dan wel, indien ook zodanige persoon ontbreekt, diens ouder, kind, broer of zus, tenzij deze persoon dat niet wenst; Binnen 6 weken na melding verstrekt het college aan de cliënt dan wel zijn vertegenwoordiger een schriftelijke weergave van de uitkomsten van het onderzoek (het verslag).
Artikel 10. Criteria voor een maatwerkvoorziening 3. Een cliënt kan voor een maatwerkvoorziening in natura of in de vorm van een persoonsgebonden budget in aanmerking worden
Ter verduidelijking is aan de definitie van vertegenwoordiger toegevoegd dat een persoon meerderjarig dient te zijn om vertegenwoordiger te kunnen zijn.
Conform de Wmo 2015 dient binnen zes weken na melding het onderzoek te worden uitgevoerd en verslaglegging aan de cliënt te zijn verstrekt. In de praktijk is gebleken dat soms een verslag al direct kan worden meegegeven, maar dat het vaak nog moet worden uitgewerkt. Na afronding van het gehele onderzoek, inclusief eventueel onafhankelijke advisering, wordt het onderzoek zo spoedig mogelijk verstrekt aan cliënt. Dit lid stond in artikel 11 “Voorwaarden en weigeringsgronden”. Het betreft een criteria voor een
3. Een cliënt komt in aanmerking voor een financiële maatwerkvoorziening voor verhuisen inrichtingskosten voor zover hiermee naar oordeel van het college een passende bijdrage wordt geleverd aan het bevorderen van diens zelfredzaamheid en participatie.
4. Het college stelt de hoogte voor de financiële maatwerkvoorziening tegemoetkoming vast in het Besluit. Artikel 11. Weigeringsgronden Lid 1 b. voor zover met betrekking tot de problematiek die in het gegeven geval aanleiding geeft voor de noodzaak tot ondersteuning aanspraak op een voorziening op grond van een andere wettelijke bepaling bestaat
h. indien het een voorziening betreft die de cliënt na de melding en vóór datum van besluit heeft gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij het college daarvoor schriftelijk toestemming heeft verleend of de noodzaak achteraf nog kan worden vastgesteld;
i. voor zover de aanvraag betrekking heeft op een voorziening die aan cliënt al eerder is verstrekt in het kader van enige wettelijke bepaling of regeling en de afschrijvingstermijn van de
gebracht wanneer beperkingen, chronische psychische problemen of psychosociale problemen het gebruik van een collectief systeem onmogelijk maakt. 4. Een cliënt komt in aanmerking voor een financiële tegemoetkoming voor een individuele vervoersvoorziening of een forfaitaire financiële tegemoetkoming voor verhuis- en (her)inrichtingskosten voor zover hiermee naar oordeel van het college een passende bijdrage wordt geleverd aan het bevorderen van diens zelfredzaamheid en participatie. 5. Het college stelt de hoogte voor de (forfaitaire) financiële tegemoetkoming vast in het Besluit.
maatwerkvoorziening zodoende is het lid verplaatst naar dit artikel.
b. als de cliënt een indicatie heeft voor zorg met verblijf op grond van de Wet langdurige zorg of er redenen zijn om aan te nemen dat de cliënt daarvoor in aanmerking komt, maar weigert mee te werken aan het verkrijgen van een besluit hierover, tenzij artikel 8.6a van de wet van toepassing is;
Dit lid wordt vervangen door een nieuw lid, omdat te gelde maken van aanspraken op grond van andere wettelijke regelingen wordt gezien als een vorm van eigen kracht. Eigen kracht is als weigeringsgrond reeds bepaald in het eerste lid onder a van artikel 11. De enige wetgeving waarmee de afbakening concreter is geregeld betreft de Wet langdurige zorg. Het betreft een bepaling die regelt dat de gemeentelijke taak op grond van de Wmo ophoudt als de belanghebbende aanspraak maakt op Wlz-zorg. Aangevuld op basis van de modelverordening van Schulinck. Ook de passendheid van een voorziening en de gemaakte kosten dienen altijd beoordeeld te kunnen worden voor het verstrekken van een maatwerkvoorziening.
h. indien het een voorziening betreft die de cliënt na de melding en vóór datum van besluit heeft gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij het college daarvoor schriftelijk toestemming heeft verleend of de noodzaak en passendheid van de voorziening en de gemaakte kosten achteraf nog kan worden vastgesteld; i. als de cliënt de gevraagde voorziening voor de melding heeft gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij er sprake is van een acute noodsituatie waardoor het voor de cliënt dringend noodzakelijk was de voorziening te treffen en de noodzaak en passendheid van de voorziening en gemaakte kosten achteraf nog kan worden vastgesteld en de voorziening niet langer dan twee weken voor de melding is gerealiseerd of geaccepteerd; k. voor zover de aanvraag betrekking heeft op een voorziening die aan cliënt al eerder is verstrekt in het kader van enige wettelijke bepaling of regeling en de afschrijvingstermijn van de voorziening nog niet
Het lid is aangepast conform het Besluit maatschappelijke ondersteuning. De financiële tegemoetkoming voor een individuele vervoersvoorziening en de forfaitaire financiële tegemoetkoming voor verhuis- en (her)inrichtingskosten zijn hierin reeds vastgelegd. Er dient hiervoor een basis te zijn in de Verordening. Aangepast conform bovenstaand aangepaste lid (artikel 10 lid 4, Verordening 2023)
Toegevoegd op basis van de modelverordening van Schulinck. Als de voorziening is gerealiseerd voor de melding, dan bestaan er feitelijk geen beperkingen meer die het college moet compenseren. Er wordt alleen een uitzondering gemaakt als er sprake was van een acute noodsituatie, waardoor cliënt niet in staat was om eerst contact te zoeken met de gemeente.
Aangevuld op basis van de modelverordening van Schulinck.
voorziening nog niet verstreken is, tenzij de eerder vergoede of verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen.
Lid 2. b. indien deze niet langdurig noodzakelijk is;
verstreken is, tenzij de eerder vergoede of verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen of de cliënt de restwaarde van de voorziening die verloren is gegaan geheel of gedeeltelijk vergoedt. b. indien deze niet langdurig noodzakelijk is tenzij het gaat om huishoudelijke ondersteuning, persoonlijke verzorging of begeleiding;
Aangevuld op basis van de modelverordening van Schulinck. Huishoudelijke ondersteuning, persoonlijke verzorging en begeleiding kunnen ook kortdurend worden verstrekt.
c. als de cliënt zijn hoofdverblijf niet heeft of niet zal hebben in de woning waaraan de voorziening wordt getroffen; d. In afwijking van lid 3 onderdeel c. van dit artikel en artikel 2.3.5. lid 6 van de wet kan voor cliënten die in een Wlz-instelling wonen één woning bezoekbaar gemaakt worden.
Toegevoegd op basis van de modelverordening van Schulinck. Het college treft alleen een voorziening in of aan een woning waar de persoon met beperkingen zijn vaste woon- en verblijfplaats heeft. Uitzondering hierop is het bezoekbaar maken van een woning voor cliënten die in een Wlzinstelling verblijven. Dit is reeds vastgelegd in de beleidsregels. Er dient hiervoor een basis te zijn in de Verordening. Toegevoegd op basis van de modelverordening van Schulinck. Als er in de verlaten woning geen problemen bij de zelfredzaamheid werden ervaren, is de verhuizing naar de nieuwe woning kennelijk de oorzaak van de problemen en is men dus verhuisd naar een niet geschikte woning. Deze bepaling heeft voornamelijk betrekking op situaties waarin men gaat verhuizen zonder specifieke reden. Er wordt een uitzondering gemaakt als een belangrijke reden voor de verhuizing aanwezig is zoals bijv. een verhuizing vanwege samenwoning of het aanvaarden van werk elders. Toegevoegd op basis van de modelverordening van Schulinck. Er worden geen voorzieningen verstrekt die bij nieuwbouw of renovatie zonder noemenswaardige meerkosten kunnen worden meegenomen.
Lid 3.
g. als de noodzaak het gevolg is van een verhuizing waarvoor geen aanleiding was op grond van beperkingen bij de zelfredzaamheid of participatie en er geen belangrijke reden voor de verhuizing is;
i. als de voorziening in het geval van nieuwbouw of renovatie zonder noemenswaardige meerkosten meegenomen kan worden;
Lid 4. Een cliënt kan voor een maatwerkvoorziening in natura of in de vorm van een persoonsgebonden budget in aanmerking worden gebracht wanneer beperkingen, chronische psychische problemen of psychosociale problemen het gebruik van een collectief systeem onmogelijk maakt. Artikel 13 Regels voor een pgb
Verplaatst naar artikel 10 omdat het een criteria voor een maatwerkvoorziening betreft.
3. Onverminderd artikel 2.3.6, tweede en vijfde lid, van de Wet verstrekt het college geen pgb: a. voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de cliënt voorafgaand aan de indiening van de aanvraag heeft gemaakt en niet meer is na te gaan of de ingekochte maatwerkvoorziening noodzakelijk was; b. indien uit onderzoek duidelijk is geworden dat een hulpmiddel, woningaanpassing of een andere maatregel die tot een maatwerkvoorziening behoort, die zal worden ingekocht met het pgb niet langdurig adequaat is voor de cliënt; c. voor zover deze is bedoeld voor begeleidings-, bemiddelings- of administratiekosten in verband met het pgb; d. voor zover het pgb is bestemd voor besteding in het buitenland, tenzij hiervoor expliciet vooraf toestemming is gegeven door het college.
Lid 3 wordt verwijderd. Het is niet mogelijk om in de Verordening extra weigeringsgronden voor een pgb op te nemen, anders dan artikel 2.3.6 van de Wet.
3. Het pgb bevat geen vrij besteedbaar bedrag. 4. De volgende kosten mogen niet uit het pgb worden betaald: a. kosten voor bemiddeling, tussenpersonen of belangenbehartigers; b. kosten voor het voeren van een pgb-administratie; c. kosten voor ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een pgb; d. feestdagenuitkering; e. reiskosten voor een hulpverlener; f. bijkomende zorgkosten; g. eenmalige uitkering; h. kosten voor het aanvragen van een VOG; i. kosten voor het lidmaatschap van Per Saldo; j. kosten voor het volgen van cursussen over het pgb; k. alle zorg en ondersteuning die onder een andere wet dan de Jeugdwet of de Wmo vallen; l. alle zorg en ondersteuning die onder een algemene voorziening en/of algemeen gebruikelijke voorzieningen vallen; m. eigen bijdragen. 5. Betalingen van diensten geschiedt op declaratiebasis. Vaste, maandelijkse betalingen zijn niet toegestaan, tenzij er sprake is van een arbeidsovereenkomst tussen cliënt en hulpverlener.
Toegevoegd op basis van de modelverordening van Schulinck en op advies van de VNG. Het pgb is enkel en alleen bedoeld voor financiering van de noodzakelijke voorziening.
Toegevoegd op advies van de VNG in het kader van de rechtmatigheid. Maandelijkse betalingen zijn in principe niet mogelijk om te voorkomen dat ten onrechte automatisch betaald wordt terwijl er geen ondersteuning geleverd is.
6. Het college kan de Sociale verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken om betalingen uit het pgb voor ten hoogste dertien weken geheel of gedeeltelijk op te schorten als duidelijk is dat de cliënt het pgb in die periode anders ten onrechte kan inzetten.
7. Een vertegenwoordiger wordt alleen geacht de aan het pgb verbonden taken op verantwoorde wijze te kunnen uitvoeren indien: a. hij niet tevens uitvoerder is van de ondersteuning die met het pgb wordt ingekocht of een financiële relatie heeft met de uitvoerder van de ondersteuning, tenzij dit gezien de situatie van de cliënt, de aard van de ingekochte ondersteuning en de waarborgen waarmee een verantwoorde besteding en verantwoording van het pgb is omgeven, naar het oordeel van het college passend wordt bevonden; b. hij hier met voldoende afstand en kritisch invulling aan kan geven; c. er sprake is van voldoende nabijheid in de vorm van fysieke aanwezigheid en tijd. 8. Het college kan nadere regels stellen inzake de kwaliteit van ondersteuning bij de in dit artikel genoemde pgb.
9. Als er sprake is van ondersteuning in een spoedeisende situatie, zoals bedoeld in artikel 2.3.3 van de Wet, verstrekt het college geen pgb.
Een persoonsgebonden budget dient door de cliënt binnen zes maanden na toekenning te worden aangewend ten behoeve van het doel waarvoor het is verstrekt.
Artikel 14. Hoogte van een pgb Artikel 14. Hoogte van een pgb
Een persoonsgebonden budget dient door de cliënt binnen zes maanden na toekenning te worden aangewend ten behoeve van het doel waarvoor het is verstrekt, tenzij daarvoor vooraf schriftelijk toestemming is verleend door het college.
Toegevoegd op basis van de modelverordening van Schulinck. Dit lid biedt de mogelijk om de SVB te verzoeken om betalingen uit het pgb tijdelijk op te schorten, bijvoorbeeld i.v.m. een ziekenhuisopname. De voorziening hoeft dan niet direct te worden beëindigd, maar kan tijdelijk worden stop gezet. Regels met betrekking tot de pgbvertegenwoordiger dienen in het beleid te worden vastgelegd. Voor het op verantwoorde wijze kunnen uitvoeren van de aan het pgb verbonden taken is het van belang dat er bij de vertegenwoordiger geen sprake is van belangenverstrengeling en dat de vertegenwoordiger voldoende betrokken is bij cliënt.
In artikel 17 zijn conform artikel 2.1.3, tweede lid, onder c, van de wet, de bepalingen opgenomen waaraan de kwaliteit van voorzieningen, eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen, moet voldoen. In de beleidsregels kan de gemeente nadere regels vastleggen met betrekking tot de kwaliteit van de met een pgb ingekochte ondersteuning. In de Wmo 2015 is vastgelegd dat in spoedeisende gevallen alvast een voorlopige maatwerkvoorziening worden verstrekt in afwachting van het onderzoek. Omdat tijdens het onderzoek pas bekeken wordt of aan de voorwaarden voor een pgb wordt voldaan is het niet mogelijk om zonder onderzoek een pgb te verstrekken. Door dit lid aan te passen is het mogelijk om af te wijken van de maximale termijn van 6 maanden indien dit in individuele situaties noodzakelijk is.
Voor de leesbaarheid van de Verordening zijn de leden over de hoogte van het pgb verplaatst van
De hoogte van het persoonsgebonden budget voor een voorziening wordt bepaald aan de hand van en tot het maximum van de kostprijs van de in de situatie van de cliënt goedkoopst adequate maatwerkvoorziening in natura en is toereikend voor de aanschaf en het onderhoud daarvan. Bij de vaststelling van de hoogte van het persoonsgebonden budget voor dienstverlening wordt onderscheid gemaakt tussen het tarief voor: a. Professionals: tot deze groep behoren personen die: i. werkzaam zijn bij een instelling die ten aanzien van de uit het pgb te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007), en die beschikken over de relevante diploma’s en bijbehorende competenties die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken. ii. aangemerkt zijn als Zelfstandige zonder personeel en de beschikking hebben over een beschikking geen loonheffingen (BGL). Daarnaast moeten zij ten aanzien van de uit het pgb te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007) en beschikken over de relevante diploma’s en bijbehorende competenties die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken. b. Het informeel netwerk: tot deze groep behoren personen uit het sociale netwerk van cliënt die hulp bieden en die niet voldoen aan de onder a. genoemde punten.
Zij beschikken wel over de bijbehorende competenties die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken. De hoogte van het persoonsgebonden budget voor wat betreft het vervoer is gebaseerd op de autokosten volgens het Nibud (miniklasse) waarbij het uitgangspunt geldt dat 1500-2000 kilometer op jaarbasis binnen de directe leef- en woonomgeving moet kunnen worden gereisd;
2. De hoogte van het persoonsgebonden budget voor een voorziening wordt bepaald aan de hand van en tot het maximum van de kostprijs van de in de situatie van de cliënt goedkoopst adequate maatwerkvoorziening in natura en is toereikend voor de aanschaf en de eventuele instandhoudingskosten daarvan. Onderscheid formele en informele hulp
artikel 13 naar een nieuw artikel, te weten artikel 14. Hoogte van een pgb. De gemeente is voor elektrische voorzieningen niet alleen verantwoordelijk voor het onderhoud, maar ook voor reparaties en verzekering, de zogenoemde instandhoudingskosten.
Aangepast op basis jurisprudentie en de modelverordening van Schulinck.
a. Bij het vaststellen van de hoogte van het pgb voor diensten, wordt onderscheid gemaakt tussen het tarief voor formele en informele hulp. b. Van formele hulp is sprake als de hulp verleend wordt door onderstaande personen, met uitzondering van personen uit het sociaal netwerk van cliënt: i. personen die werkzaam zijn bij een instelling die ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staat in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007) en die beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken, of; ii. personen die aangemerkt zijn als Zelfstandige zonder personeel. Daarnaast moeten zij ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007) en beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken. c. Informele hulp is: i. Hulp die geboden wordt door personen die niet voldoen aan de criteria als genoemd in lid 3 onder b.
Dit betreft een nadere uitwerking en dient niet te worden vastgelegd in de Verordening. Het wordt opgenomen in de beleidsregels maatschappelijke ondersteuning.
Artikel 14. Toezicht en handhaving Artikel 14. Toezicht en handhaving Artikel 19. Toezicht en handhaving rechtmatigheid
Artikel 16. Bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen 5. De hoogte van de eigen bijdrage 5. De hoogte van de eigen bijdrage voor de maatwerkvoorziening voor voor de maatwerkvoorziening voor vervoer (collectief aanvullend vervoer (collectief aanvullend vervoer) bedraagt voor: vervoer) bedraagt voor: 1 zone 2 zones 3 zones 4 zones 5 zones
€ 1,20 per rit; € 1,80 per rit; € 2,40 per rit; € 3,00 per rit; € 3,60 per rit.
HOOFDSTUK 5: Kwaliteit en veiligheid
1 zone € 1,24 per rit; 2 zones € 1,86 per rit; 3 zones € 2,48 per rit; 4 zones € 3,10 per rit; 5 zones € 3,72 per rit. 6. De bedragen genoemd in het vijfde lid worden met ingang van 1 januari 2024 jaarlijks aangepast aan de wijziging die het LTI-indexcijfer heeft ondergaan ten opzichte van 1 januari van het voorafgaande jaar.
HOOFDSTUK 5: Kwaliteit, veiligheid en rechtmatigheid
Artikel 17. Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning 1. Aanbieders zorgen voor een 1. Gecontracteerde aanbieders goede kwaliteit van zorgen voor een goede kwaliteit van maatwerkvoorzieningen, eisen met maatwerkvoorzieningen, eisen met betrekking tot de deskundigheid betrekking tot de deskundigheid van van beroepskrachten daaronder beroepskrachten daaronder begrepen, door: begrepen, door: 2. Onverminderd andere 2. Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet handhavingsbevoegdheden ziet het het college toe op de naleving van college toe op de naleving van deze deze eisen door periodieke eisen door periodieke overleggen overleggen met de aanbieders, met de gecontracteerde aanbieders, een jaarlijks een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek, en het cliëntervaringsonderzoek, en het zo zo nodig in overleg met de cliënt nodig in overleg met de cliënt ter ter plaatse controleren van de plaatse controleren van de adequaatheid van de geleverde adequaatheid van de geleverde maatwerkvoorzieningen als ook de maatwerkvoorzieningen als ook de prestatielevering in relatie tot de prestatielevering in relatie tot de maatwerkvoorzieningen. maatwerkvoorzieningen. Artikel 18. Toezichthouder
Artikel 18. Toezichthouder kwaliteit
Voor de leesbaarheid van de Verordening is ervoor gekozen om het artikel over toezicht en handhaving rechtmatigheid onder hoofdstuk 5 te plaatsen. De titel van het artikel is zodoende aangevuld met “rechtmatigheid”. De hoogte van de eigen bijdrage wordt jaarlijks geïndexeerd op basis van het LTI-indexcijfer. Dit is de Landelijke Tarief Index (LTI) die wordt gebruikt om tarieven in het OV aan te passen.
Lid 6 wordt toegevoegd, zodat inzichtelijk is op basis waarvan de eigen bijdrage voor het collectief aanvullend vervoer jaarlijks wordt geïndexeerd. Door dit vast te leggen in de Verordening is het niet meer noodzakelijk om jaarlijks de nieuwe bedragen voor de eigen bijdrage voor het collectief aanvullende vervoer door de raad te laten vaststellen door middel van een technische wijziging van de Verordening. Voor de leesbaarheid van de Verordening is ervoor gekozen om het artikel over toezicht en handhaving rechtmatigheid onder hoofdstuk 5 te plaatsen. De titel van hoofdstuk 5 is zodoende aangevuld met “rechtmatigheid”. Dit artikel betreft Zorg in Natura. Daarom in ter verduidelijking toegevoegd dat het de gecontracteerde aanbieders betreft.
Dit artikel betreft Zorg in Natura. Daarom in ter verduidelijking toegevoegd dat het de gecontracteerde aanbieders betreft.
Om een duidelijker onderscheidt te maken tussen de taken van de toezichthouder kwaliteit en de
toezichthouder rechtmatigheid is de titel van het artikel aangepast. Artikel 19. Toezicht en handhaving rechtmatigheid 2. Ter uitvoering van het eerste lid stelt het college een handhavingsbeleidsplan en een handhavingsuitvoeringsplan vast, waarin beleidsuitgangspunten en prioriteiten worden aangegeven.
3. Dit handhavingsuitvoeringsplan omvat in elk geval de wijze van preventie en bestrijding van fraude, oneigenlijk gebruik en misbruik en niet-gebruik van de wet alsmede welke handhavingsinstrumenten daartoe worden ingezet en de wijze waarop deze worden toegepast.
2. Ter uitvoering van het eerste lid stelt het college telkens voor een periode van vier jaar een handhavingsbeleidsplan vast, waarin beleidsuitgangspunten en prioriteiten worden aangegeven. Het handhavingsbeleidsplan kan tussentijds worden gewijzigd.
3. Ter uitvoering van het handhavingsbeleidsplan bedoeld in het tweede lid stelt het college jaarlijks een handhavingsuitvoeringsplan vast. Het handhavingsuitvoeringsplan omvat in elk geval de wijze van preventie en bestrijding van fraude, oneigenlijk gebruik en misbruik en niet-gebruik van de wet alsmede welke handhavingsinstrumenten daartoe worden ingezet en de wijze waarop deze worden toegepast. Artikel 28. Nadere regels en hardheidsclausule 2. Ter uitvoering van deze 2. Ter uitvoering van deze Verordening stelt het college in Verordening stelt het college in ieder ieder geval het Besluit en de geval het Besluit, de Beleidsregels Beleidsregels vast. maatschappelijke ondersteuning en de Beleidsregels Pgb Wmo 2015 vast.
Artikel 19 wordt aangepast zodat het overeenkomt met de Verordening Jeugdhulp. De Wmo en Jeugdwet werken samen op het gebied van rechtmatigheid en hebben een gezamenlijk handhavingsbeleidsplan dat in 2021 is vastgesteld voor de periode 2021-2024. Artikel 19 wordt aangepast zodat het overeenkomt met de Verordening Jeugdhulp. De Wmo en Jeugdwet werken samen op het gebied van rechtmatigheid waarbij het beleidsplan als basis geldt voor de jaarlijkse uitvoeringsplannen van zowel de Wmo als de Jeugdwet.
In verband met de leesbaarheid en de vindbaarheid van de pgbbeleidsregels worden de regels voor pgb uit de Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gehaald en in een apart document vastgelegd.