06.03 - Toelichting nadere regels
Tekst van het document
Toelichting Nadere regels jeugdhulp Capelle aan den IJssel 2026 Essentialia De vaste jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) heeft aanleiding gegeven om de essentialia op te nemen in de Verordening jeugdhulp Capelle aan den IJssel 2026 (hierna: verordening 2026). Het gaat hierbij om: vormen van jeugdhulp (artikel 2 nadere regels 2019, nu bijlagen 1 en 2 bij de verordening 2026); beoordelingscriteria en richtlijnen gebruikelijke jeugdhulp (artikel 3, 4 en 5 nadere regels 2019, nu bijlage 4 bij de verordening 2026). Kan- en zal-bepalingen De verordening 2026 kent één dwingende zal-bepaling inzake het stellen van nadere regels. Deze is opgenomen in artikel 22, lid 7 van de verordening en heeft zijn doorwerking in artikel 2 en 3 van de nadere regels 2026. De verordening 2026 kent zeven niet dwingende kan-bepalingen inzake het stellen van nadere regels. Het gaat hier om: a. b.
c.
d. e. f. g.
Het mogelijk stellen van nadere regels voor de geïntegreerde aanpak van meervoudige problematiek in de context van het gezin (artikel 10, lid 10); Het mogelijk stellen van nadere regels met betrekking tot de afbakening van dyslexiezorg, de werkwijze van de toegang tot dyslexiezorg en de eisen waaraan het leerlingendossier dient te voldoen (artikel 13, lid 4); Het mogelijk stellen van nadere regels inzake de inzet van aanvullende begeleiding in uitzonderlijke situaties, waarin een jeugdige in het kader van de kinderopvang en buitenschoolse opvang extra begeleiding of specialistische begeleiding nodig heeft vanwege opgroei-, opvoedings- en/of psychische problemen en stoornissen, die niet door medewerkers van de opvang kan worden geboden en niet van ouder(s) kan worden verwacht (artikel 15, lid 3); Het mogelijk stellen van nadere regels over de afstemming van jeugdhulp en onderwijs (artikel 15, lid 4); Het mogelijk stellen van nadere regels inzake de wijze waarop de pgb-vaardigheid van pgbbudgethouders en/of een vertegenwoordiger wordt getoetst (artikel 19, lid 3); Het mogelijk stellen van nadere regels over welk type onderzoeken in beginsel aangekondigd dan wel onaangekondigd plaatsvinden (artikel 29, lid 3); Het mogelijk stellen van nadere regels met betrekking tot het uitvoeren van onderzoek, bijvoorbeeld door het vaststellen van een algemeen controleplan (artikel 29, lid 4).
De motivatie voor opnemen van de mogelijkheid om nadere regels te stellen is opgenomen in de betreffende sectie van de artikelsgewijze toelichting bij de verordening 2026. Artikel 1.
Begripsbepalingen
Algemeen De begripsbepalingen in de nadere regels 2026 zijn gelijk aan die in de verordening 2026. Artikel 2.
Tarieven pgb door instellingen en ZZP-ers
Eerste lid Artikel 22, lid 1 en 2 van de verordening bepalen dat de tarieven voor pgb jeugdhulp door een instelling als omschreven in artikel 20, lid 1, sub a van de verordening en voor pgb jeugdhulp door een ZZP-er als omschreven in artikel 20, lid 1, sub b van de verordening worden gesteld op 90%, respectievelijk 80% van het van het laagste adequate gecontracteerde tarief voor dezelfde jeugdhulp in natura. Het overzicht in dit artikel geeft de doorrekening van deze bepaling. De tarieven worden jaarlijks geïndexeerd op basis van artikel 22, vierde lid, onder a van de verordening 2026.
Behorende bij kenmerk nummer: 2051200/2060799
Artikel 3.
pagina: 2 van 2
Tarief pgb in het sociaal netwerk
Eerste lid Artikel 22, lid 3 van de verordening bepaalt dat het tarief voor jeugdhulp in het sociaal netwerk gelijk is aan het wettelijke minimum(uur)loon. Dit artikel specificeert deze hoogte. Het tarief wordt jaarlijks geïndexeerd op basis van artikel 22, vierde lid, onder b van de verordening 2026.