CConstaterende datCapelle Ad Ijssel
Koppel je AI →
Document · PDF

06.03 - Concept Wijzigingsverordening Verordening Jeugdhulp Capelle aan den IJssel 13 februari 2023

Commissie Samenleving en Economie 27 maart 2023, gemeente Capelle Ad IjsselBij agendapunt: Verordening tot wijziging van de verordening jeugdhulp gemeente Capelle aan den IJssel 20182.150 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Wijzigingsverordening Verordening jeugdhulp gemeente Capelle aan den IJssel 2018 De raad van de gemeente Capelle aan den IJssel; Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders; Gelet op artikel 149 van de Gemeentewet; Overwegende: -

-

dat het wenselijk is dat de Verordening jeugdhulp gemeente Capelle aan den IJssel 2018 een grondslag gaat bieden voor het aanwijzen van personen die toezicht houden op de uitvoering van het bij of krachtens de Jeugdwet bepaalde en op het bij of krachtens de verordening bepaalde; dat het wenselijk is om in de Verordening jeugdhulp gemeente Capelle aan den IJssel 2018 ook enkele andere wijzigingen aan te brengen; Besluit vast te stellen de volgende verordening: Wijzigingsverordening Verordening jeugdhulp gemeente Capelle aan den IJssel 2018 Artikel I De Verordening jeugdhulp gemeente Capelle aan den IJssel 2018 wordt gewijzigd als volgt: A. Artikel 1, tweede lid, komt te luiden: 2. Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de wet, het Besluit Jeugdwet, de Algemene wet bestuursrecht, de Algemene verordening gegevensbescherming en de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming. B. Aan artikel 11 wordt een vierde lid toegevoegd dat luidt: 4.

Het college verstrekt bij de beschikking in algemene zin informatie over de rechten en plichten die zijn verbonden aan het ontvangen van een individuele voorziening in natura of pgb en over de mogelijke gevolgen van het ten onrechte ontvangen van een individuele voorziening in natura of pgb, alsmede van misbruik, oneigenlijk gebruik en niet-gebruik van de wet. C. Artikel 16 komt te luiden: Artikel 16 Toezicht en handhaving 1. Het college zorgt voor een rechtmatige en doelmatige uitvoering van de wet, waaronder de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van een individuele voorziening in natura of pgb, misbruik, oneigenlijk gebruik en niet-gebruik van de wet. 2. Ter uitvoering van het eerste lid stelt het college telkens voor een periode van vier jaar een handhavingsbeleidsplan vast waarin beleidsuitgangspunten en -prioriteiten worden beschreven. Het handhavingsbeleidsplan kan tussentijds worden gewijzigd. 3. Ter uitvoering van het handhavingsbeleidsplan bedoeld in het tweede lid stelt het college jaarlijks een handhavingsuitvoeringsplan vast. Het handhavingsuitvoeringsplan omvat in elk geval de wijze van preventie en bestrijding van fraude, misbruik, oneigenlijk gebruik en nietgebruik van de wet, alsmede welke handhavingsinstrumenten daartoe worden ingezet en de manier waarop deze worden toegepast.

1

4. Het college informeert één maal per vier jaar de gemeenteraad over de uitvoering en de resultaten van de handhaving conform het handhavingsbeleidsplan en het handhavingsuitvoeringsplan bedoeld in het tweede en derde lid. 5. Het college wijst personen aan die belast zijn met het houden van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet en het bepaalde bij of krachtens deze verordening. 6. Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de bevoegdheden van de personen bedoeld in het vijfde lid. D. Artikel 22 vervalt onder vernummering van de artikelen 23, 24, 25 en 26 tot 22, 23, 24 en 25. E. Artikel 24 [oud] komt te luiden: Artikel 23 Evaluatie Deze verordening wordt eenmaal per vier jaar geëvalueerd. De eerstvolgende keer gebeurt dit in 2024. Het college zendt hiertoe aan de gemeenteraad een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de verordening in de praktijk. Artikel II Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na de dag van haar bekendmaking. Toelichting Algemeen Deze wijzigingsverordening heeft vooral ten doel een wettelijke grondslag te creëren voor het aanwijzen van een toezichthouder Jeugdwet. De verantwoordelijkheid voor het toezien op rechtmatigheid bij de uitvoering van de Jeugdwet rust op de gemeente en met het oog hierop ligt het voor de hand om een toezichthouder Jeugdwet aan te stellen.

Waar in de Wmo 2015 het aanwijzen van een of meer toezichthouders door het college een wettelijke verplichting is, kent de Jeugdwet een dergelijke verplichting echter niet. Het aanwijzen van een toezichthouder is desondanks wel mogelijk, als daarvoor een wettelijke grondslag is. Met het voorgestelde nieuwe lid 5 van artikel 16 zal de Verordening jeugdhulp gemeente Capelle aan den IJssel 2018 hier in voorzien. De in artikel 16, eerste en tweede lid, voorgestelde wijzigingen en de toevoeging aan artikel 16 van het derde lid hebben ten doel de tekst over toezicht en handhaving in de Verordening Jeugdwet zo veel mogelijk te laten aansluiten bij de tekst over dit onderwerp in de Verordening maatschappelijke ondersteuning Capelle aan den IJssel 2020. De achtergrond hiervan is de wens om toezicht en handhaving op deze beide terrein zo veel mogelijk op elkaar af te stemmen. Het college heeft daartoe ook één Beleidsplan Toezicht en handhaving Wmo 2015 en Jeugdwet 2021 - 2024 vastgesteld. De termijn van vier jaar genoemd in het voorgestelde artikel 16, tweede en vierde lid, leidt ertoe dat het college eenmaal per raadsperiode een nieuw handhavingsbeleidsplan vaststelt en eveneens eenmaal per raadsperiode de gemeenteraad over de handhaving informeert.

Van de hiervoor beschreven aanleiding om de verordening te wijzigen is gebruik gemaakt om de verordening ook op enkele andere punten aan te passen. Artikelsgewijze toelichting Artikel I

2

A.(artikel 1, tweede lid) Deze wijziging spreekt voor zichzelf. B. (artikel 11, vierde lid) Het geven van voorlichting draagt bij aan het voorkomen van onrechtmatig gebruik van voorzieningen. Daarom verplicht artikel 11, vierde lid, van de verordening het college om de jeugdige of zijn ouders voor te lichten over onder meer de mogelijke gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik. C. (artikel 16) Artikel 2.9, aanhef en onder d, van de Jeugdwet (ingevoegd bij Nota van wijziging, Kamerstukken II 2013/14 33684, nr. 11, artikel D), bepaalt dat de gemeenteraad bij verordening regels stelt voor de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van een individuele voorziening in natura of een pgb, alsmede van misbruik of oneigenlijk gebruik van de wet. In de toelichting op de Nota van wijziging is vermeld dat het tot de gemeentelijke verantwoordelijkheid behoort misbruik van de geboden voorzieningen te voorkomen en, waar nodig, op te treden tegen onterecht gebruik van individuele voorzieningen of daarmee samenhangende pgb’s. De Nota van Wijziging benoemt daarbij, dat een zorgvuldig gebruik van collectieve middelen wezenlijk is voor het draagvlak daarvan.

In het eerste lid van artikel 16 wordt in het verlengde hiervan aan het college opgedragen om zorg te dragen voor een rechtmatige en doelmatige uitvoering van de wet, waaronder de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van een individuele voorziening in natura of pgb, misbruik, oneigenlijk gebruik en niet-gebruik van de wet. De opdracht van het eerste lid richt zich ook op de doelmatige uitvoering en is daarmee breder dan de eis die wordt gesteld in artikel 2.9 van de Jeugdwet. Het staat echter niet ter discussie, dat ook een doelmatige uitvoering van de Jeugdwet de aandacht van het college dient te hebben. Het college moet ook het niet-gebruik van de wet tegengaan, omdat in die gevallen waarin (meer) jeugdhulp noodzakelijk is, het niet-gebruik ervan soms schadelijk zal kunnen zijn voor zowel de jeugdige of zijn ouders als de samenleving. Op grond van het tweede lid moet het college een handhavingsbeleidsplan opstellen waarin het handhavingsbeleid en de daarbij te stellen prioriteiten worden beschreven. Dit handhavingsbeleidsplan is een leidraad voor de in lid 5 van dit artikel bedoelde toezichthouders. Het handhavingsuitvoeringsplan moet onder meer ingaan op het handhavingsinstrumentarium.

Tot de instrumenten om onrechtmatig gebruik van de Jeugdwet tegen te gaan, behoren het geven van voorlichting, het verrichten van onderzoek naar het gebruik van de verleende voorzieningen en het geven van een passende reactie als onregelmatigheden geconstateerd worden. In het handhavingsuitvoeringsplan kan hier verder uitwerking aan gegeven worden. Wat betreft het instrument onderzoek kan in het uitvoeringplan worden uiteengezet welke onderwerpen in een bepaald jaar zullen worden onderzocht, met welke frequentie en of een onderzoek al dan niet steekproefsgewijs zal plaatsvinden. Hierbij wordt opgemerkt, dat artikel 5:20, eerste lid, van de Awb jeugdigen of hun ouders verplicht om mee te werken aan een door een toezichthouder uitgevoerd onderzoek. Mochten er onregelmatigheden worden geconstateerd, dan kan dit leiden tot een van de besluiten genoemd in artikel 15, tweede en derde lid, van deze verordening. Aanbieders van jeugdhulp waarvan blijkt dat zij zich

3

schuldig maken aan onregelmatigheden kunnen hierop onder meer via het contractenrecht aangesproken worden. Artikel 8.1.3 van de Jeugdwet verplicht het college om periodiek na te gaan of er aanleiding is om de beslissing aangaande een pgb te heroverwegen. Het onderzoek dat hiervoor nodig is kan een plaats krijgen in het handhavingsbeleidsplan respectievelijk het handhavingsuitvoeringsplan. De bewaking van de kwaliteit in algemene zin van professionele jeugdhulpaanbieders en instellingen als Veilig Thuis wordt door artikel 9.1 van de Jeugdwet opgedragen aan de Inspectie gezondheidszorg en jeugd (IGJ). De IGJ moet er dus bijvoorbeeld op letten dat jeugdhulpaanbieders zich aan de Jeugdwet houden en voldoen aan de kwaliteitseisen die worden gesteld in hoofdstuk 4 van de wet. Anders dan de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (artikel 2.1.1, tweede lid), legt de Jeugdwet de gemeente wat dit betreft geen substantiële verplichtingen op. Niettemin kan het college kwaliteitsaspecten van de jeugdhulpverlening onderzoeken. Zo kan het college er onderzoek naar doen of de kwaliteitsafspraken die zijn gemaakt in contracten met jeugdhulpaanbieders door deze partijen nagekomen worden en bijvoorbeeld nakoming van het contract vorderen als dat niet het geval is.

Uit artikel 8.1.1, tweede lid, onder c, van de Jeugdwet vloeit voort dat het college wel aandacht moet hebben voor de kwaliteit van de zorg die wordt bekostigd uit een pgb (zie ook artikel 13, derde lid, onder f, van deze verordening). Het gaat hier onder andere om de gevallen waarin een pgb wordt ingezet voor jeugdhulp die niet bedrijfs-of beroepsmatig wordt verleend. Naast de kwaliteitsbewaking door de IGJ en het eigen kwaliteitsonderzoek door het college draagt artikel 2.10 van de Jeugdwet, in combinatie met artikel 2.5.1 van de Wmo, het college op om jaarlijks te onderzoeken hoe jeugdigen of hun ouders de kwaliteit van de jeugdhulp ervaren. Hierbij gaat het om jeugdhulp in brede zin, dus ook om de voorzieningen in natura. De twee hiervoor genoemde verplichtingen van het college vloeien voort uit de Jeugdwet en hoeven daarom niet in de verordening te worden benoemd. Wel kunnen zij een plaats krijgen in het handhavingsbeleidsplan en het handhavingsuitvoeringsplan. Zoals in het voorafgaande is aangegeven rust de verantwoordelijkheid voor het toezien op rechtmatigheid bij de uitvoering van de Jeugdwet op de gemeente. Waar in de Wmo 2015 het aanwijzen van een of meer toezichthouders door het college een wettelijke verplichting is, kent de Jeugdwet een dergelijke verplichting niet.

Dit neemt niet weg dat het aanwijzen van een toezichthouder wel mogelijk is, als deze verordening daar een grondslag voor geeft. Het vijfde lid voorziet in die wettelijke grondslag en leidt er aldus toe, dat de toezichthouders hun onderzoek naar bijvoorbeeld onrechtmatig gebruik van een individuele voorziening in natura of een pgb rechtsgeldig kunnen doen. De mogelijkheid om nadere regels vast te stellen omtrent de bevoegdheden van de toezichthouders wordt aan het college geboden in het zesde lid. D. (artikel 22 tot en met 26 [oud]) Sinds het inwerking treden van de Wet centraliseren tolkvoorzieningen auditief beperkten leef- en werkdomein, luisterlijnen en vertrouwenswerk jeugd van 22 mei 2019 heeft de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport de opdracht om er voor te zorgen dat jeugdigen, ouders of pleegouders een beroep kunnen doen op een vertrouwenspersoon (artikel 1a.1, onder b, van de Jeugdwet). Deze taak rust daarmee niet langer op het college. 4

Wel moet het college jeugdigen, ouders en pleegouders tijdig informeren over de mogelijkheid om gebruik te maken van de diensten van een vertrouwenspersoon (artikel 2.5, eerste lid, van de Jeugdwet). Deze informatie kan hen worden gegeven in het kader van het onderzoek bedoeld in artikel 6. Ook is het college gehouden om een vertrouwenspersoon in de gelegenheid te stellen om zijn taak uit te oefenen (artikel 2.5, tweede lid, van de Jeugdwet). Eveneens dient het college te bewerkstelligen dat jeugdigen, ouders en pleegouders zelfstandig, zonder tussenkomst van derden, contact kunnen hebben met een vertrouwenspersoon (artikel 2.5. derde lid). Deze verplichtingen worden door de wet rechtstreeks aan het college opgelegd en staan daarom niet in de verordening. E. (artikel 24 [oud]) In de huidige Verordening jeugdhulp is bepaald dat de verordening om de drie jaar zal worden geëvalueerd, voor het eerst in het jaar 2021. In de loop van 2021 is het voornemen ontstaan om het onderdeel toezicht en handhaving in de Verordening jeugdhulp aan te passen. Als gevolg van het voorbereiden van deze wijziging is de evaluatie van de verordening op de achtergrond geraakt. Het voorstel is thans om eerst - ruim - een jaar ervaring op te doen met de gewijzigde Verordening jeugdhulp en deze voor het eerst te evalueren in het jaar 2024.

De evaluatie van de verordening om de vier jaar leidt ertoe dat de verordening een maal per raadsperiode geëvalueerd wordt. Artikel II Dit artikel spreekt voor zichzelf.

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12524578/1