06.02 - Was-wordt tabel referendumverordening 2026
Tekst van het document
Was/wordt tabel behorende bij Raadsvoorstel referendumverordening Referendumverordening Capelle aan den IJssel 2026 WAS Artikel 1. Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder:
WORDT Artikel 1. Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder:
b. concept raadsbesluit: een aan de raad voorgelegd besluit dat op de agenda van de raadsvergadering is opgenomen; c. kiesgerechtigden: diegenen die op de drieënveertigste dag voorafgaande aan de dag waarop het referendum wordt gehouden overeenkomstig artikel B3 juncto J1 van de Kieswet kiesgerechtigd zijn voor de verkiezing van de leden van de raad; d. presidium: het presidium genoemd in artikel 2, eerste lid, van het Reglement van Orde;
b. concept raadsbesluit: aan de raad voorgelegd besluit dat op de agenda van de raadsvergadering is opgenomen; c. kiesgerechtigd: stemrecht hebben voor de verkiezing van de leden van de raad;
h. Reglement van Orde: het Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de gemeente Capelle aan den IJssel 2018. Artikel 2. Referendabele besluiten Concept raadsbesluiten kunnen onderwerp zijn van een referendum, met uitzondering van besluiten: a. over individuele kwesties, zoals benoemingen, ontslagen, schorsingen, kwijtscheldingen en schenkingen; b. over de hoogte van geldelijke voorzieningen voor ambtsdragers, gewezen ambtsdragers en hun nabestaanden; c. betreffende de vaststelling, wijziging of intrekking van de arbeidsvoorwaardenregeling en daaruit
h. Reglement van Orde: Reglement van Orde gemeenteraad Capelle aan den IJssel 2026.
d. presidium: presidium als bedoeld in artikel 3 van het Reglement van Orde;
Artikel 2. Referendabele besluiten Concept raadsbesluiten kunnen onderwerp zijn van een referendum, met uitzondering van besluiten: a. over individuele kwesties, zoals benoemingen, ontslagen, schorsingen, kwijtscheldingen en schenkingen; b. over de hoogte van geldelijke voorzieningen voor ambtsdragers, gewezen ambtsdragers en hun nabestaanden; c. betreffende de vaststelling, wijziging of intrekking van de arbeidsvoorwaardenregeling en daaruit
TOELICHTING Dit betreffen technische wijzigingen. In plaats van de definitie van ‘kiesgerechtigden’ is een definitie van ‘kiesgerechtigd’ opgenomen. Dit hangt samen met wijzigingen in de artikelen 8 en 9. Daarbij is het model van de VNG aangehouden. Of iemand kiesgerechtigd is, hangt af van de fase waarin het proces verkeert: het gaat erom wie stemrecht zou hebben bij de raadsverkiezing op de dag waarop het formulier voor de ondersteuningsverklaringen voor het inleidend verzoek wordt verstrekt dan wel de dag waarop de raad heeft besloten dat het inleidend verzoek wordt ingewilligd dan wel op de dag waarop het referendum wordt gehouden. Verder zijn enkele redactionele aanpassingen gedaan en verwijzingen geactualiseerd.
In onderdeel k is een kleine redactionele aanpassing gedaan.
1
d. e. f. g. h. i. j.
k.
l.
voortvloeiende besluiten met betrekking tot de griffier en de medewerkers van de griffie; over de vaststelling van de gemeentelijke begroting en de rekening; over de vaststelling van gemeentelijke tarieven en belastingen; over het voor kennisgeving aannemen van notities en rapporten; in het kader van deze verordening; ter uitvoering van een besluit van een hoger bestuursorgaan of de wetgever waaromtrent de raad geen beleidsvrijheid heeft; over de vaststelling van ruimtelijke besluiten in de zin van de Omgevingswet, met uitzondering van de omgevingsvisie; die naar het oordeel van de raad hun grondslag vinden in een eerder genomen besluit waarover een referendum is gehouden of kon worden gehouden; besluiten die naar het oordeel van de raad hun oorsprong vinden in een omgevingsvisie, kavelpaspoort, gebiedspaspoort of gebiedsvisie; waarvan de totstandkoming, inwerkingtreding of uitvoering naar het oordeel van de raad niet kan worden uitgesteld vanwege enig daarmee gemoeid belang.
Artikel 4. Taken referendumcommissie 1. De referendumcommissie heeft tot taak: a. de raad in zijn algemeenheid gevraagd en ongevraagd te adviseren over (de toepassing van) de Referendumverordening; b. de raad te adviseren of een concept raadsbesluit onderwerp van een referendum kan zijn; c. het college te adviseren over het verstrekken van subsidies voor campagneactiviteiten;
d. e. f. g. h. i. j.
k.
l.
voortvloeiende besluiten met betrekking tot de griffier en de medewerkers van de griffie; over de vaststelling van de gemeentelijke begroting en de rekening; over de vaststelling van gemeentelijke tarieven en belastingen; over het voor kennisgeving aannemen van notities en rapporten; in het kader van deze verordening; ter uitvoering van een besluit van een hoger bestuursorgaan of de wetgever waaromtrent de raad geen beleidsvrijheid heeft; over de vaststelling van ruimtelijke besluiten in de zin van de Omgevingswet, met uitzondering van de omgevingsvisie; die naar het oordeel van de raad hun grondslag vinden in een eerder genomen besluit waarover een referendum is gehouden of kon worden gehouden; die naar het oordeel van de raad hun oorsprong vinden in een omgevingsvisie, kavelpaspoort, gebiedspaspoort of gebiedsvisie; waarvan de totstandkoming, inwerkingtreding of uitvoering naar het oordeel van de raad niet kan worden uitgesteld vanwege enig daarmee gemoeid belang.
Artikel 4. Taken referendumcommissie 1. De referendumcommissie heeft tot taak: a. de raad: 1°. te adviseren over de vraag of sprake is van een uitgezonderd concept raadsbesluit als bedoeld in artikel 2; 2°. in zijn algemeenheid gevraagd en ongevraagd te adviseren over (de toepassing van) deze verordening;
Aan de taken van de referendumcommissie is toegevoegd dat de commissie adviseert over de vraagstelling van een referendum inclusief de antwoordmogelijkheden en stemmogelijkheden. Dit houdt verband met de aanpassing van artikel 6, waarin wordt geregeld dat ook meerkeuze referenda en alternatieve stemprocedures mogelijk zijn. Verder zijn de taken in een logischere volgorde geplaatst. In het nieuwe tweede lid is bepaald dat de referendumcommissie in beslotenheid vergadert. 2
d. toezicht te houden op de uitvoering van de verordening; e. toezicht te houden op de objectiviteit van de door de gemeente te verstrekken voorlichting; f. een evaluatie te schrijven over gehouden referenda en van initiatiefvoorstellen van raadsleden en verzoeken van kiesgerechtigden die niet tot een referendum hebben geleid; g. de referendumcommissie adviseert over aanpassingen van deze verordening, over de bij referenda en inleidende en definitieve verzoeken te volgen procedure en over alle overige zaken die het referendum betreffen.
2. De adviezen van de referendumcommissie zijn openbaar.
Artikel 5. Vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen 1. De leden van de referendumcommissie ontvangen voor hun werkzaamheden een vergoeding conform de vergoeding voor commissieleden zoals geregeld in het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en de Verordening rechtspositie raads- en commissieleden Capelle aan den IJssel 2019. 2. Aan de leden van de referendumcommissie worden gemaakte reiskosten voor het
3°. te adviseren over aanpassing van deze verordening, over de bij referenda en inleidende en definitieve verzoeken te volgen procedure en over alle overige zaken die het referendum betreffen; 4°. te adviseren over de vraagstelling van een referendum inclusief de antwoordmogelijkheden en stemmogelijkheden; b. het college te adviseren over het verstrekken van subsidies voor campagneactiviteiten; c. toezicht te houden op: 1°. de uitvoering van de verordening; 2°. de objectiviteit van de door de gemeente te verstrekken voorlichting; d. een evaluatie te schrijven over gehouden referenda en van initiatiefvoorstellen van raadsleden en verzoeken van kiesgerechtigden die niet tot een referendum hebben geleid. 2. De referendumcommissie vergadert in beslotenheid. 3. De adviezen van de referendumcommissie zijn openbaar. Artikel 5. Vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen 1. De leden van de referendumcommissie ontvangen voor hun werkzaamheden een vergoeding conform artikel 3.4.1 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.
Op grond van artikel 84 van de Gemeentewet is het noodzakelijk dit expliciet te regelen.
Dit betreffen technische wijzigingen. Verwijzingen naar andere regelgeving zijn geactualiseerd.
2. Aan de leden van de referendumcommissie worden gemaakte reiskosten voor het bijwonen van 3
bijwonen van vergaderingen vergoed. De vergoeding betreft: a. bij gebruik van openbare vervoermiddelen: een volledige vergoeding van de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten; b. bij gebruik van een eigen vervoermiddel: een vergoeding van de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten in overeenstemming met het bepaalde in artikel 6 van de Verordening rechtspositie raadsleden en commissieleden Capelle aan den IJssel 2019. 3. In afwijking van het eerste lid van dit artikel ontvangen de leden van de referendumcommissie een aanvullende vergoeding voor hun werkzaamheden ten tijde van het referendum. Over de hoogte van de vergoeding en het budget voor de werkzaamheden daarvoor besluit de raad als onderdeel van het in artikel 11 eerste lid bedoelde budget.
vergaderingen vergoed conform artikel 3.1 van de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers.
3. In afwijking van het eerste lid ontvangen de leden van de referendumcommissie een aanvullende vergoeding voor hun werkzaamheden ten tijde van het referendum. Over de hoogte van de vergoeding en het budget voor de werkzaamheden daarvoor besluit de raad als onderdeel van het in artikel 11, eerste lid, bedoelde budget.
Artikel 6. Vraagstelling Aan de kiesgerechtigden wordt bij een referendum de vraag voorgelegd of zij vóór of tegen het concept raadsbesluit zijn.
Artikel 6. Vraagstelling 1. De raad stelt tegelijk met het besluit om een referendum te houden, of zo spoedig mogelijk daarna, de vraagstelling vast. 2. Bij een referendum met meer dan twee antwoordmogelijkheden stelt de raad in het besluit, bedoeld in het eerste lid, tevens de stemmogelijkheden vast.
Artikel 8. Inleidend verzoek 1. Een inleidend verzoek van kiesgerechtigden om een raadgevend referendum te houden wordt uiterlijk één week voor de behandeling door de raad van het concept raadsbesluit bij de raad ingediend. Het verzoek is voorzien
Artikel 8. Inleidend verzoek 1. Een inleidend verzoek van kiesgerechtigden om een raadgevend referendum te houden wordt uiterlijk één week voor de behandeling door de raad van het concept raadsbesluit bij de raad ingediend. Het verzoek is voorzien
Dit artikel is inhoudelijk gewijzigd. De oude verordening bevatte enkel de mogelijkheid om vóór of tegen een concept raadsbesluit te stellen. Deze aanpassing maakt het mogelijk ook een vraagstelling met meer dan twee antwoordopties te hanteren, in combinatie met een alternatieve stemprocedure, zoals ‘preferential voting’ (1e voorkeur, 2e voorkeur, 3e voorkeur, enz.) of ‘approval voting’ (zoveel opties aankruisen als men wil). In het tweede lid is verduidelijkt op welk moment een persoon kiesgerechtigd moet zijn, om een inleidend verzoek te kunnen ondersteunen. Zie ook de toelichting bij artikel 1. In het vijfde lid is aangepast dat de voorzitter van de raad onderzoekt of het inleidend verzoek door 4
van een dagtekening en vermeldt om welk concept raadsbesluit het gaat. 2. Het inleidend verzoek moet worden ondersteund door ten minste 70 kiesgerechtigden, die daartoe hun handtekening plaatsen onder het verzoek. De griffie stelt hiervoor een formulier ter beschikking. Elke handtekening gaat vergezeld van de daarbij behorende naam, adres, postcode en woonplaats. 3. In het inleidend verzoek wordt aangegeven welke ten minste twee en ten hoogste vijf van de ondertekenaars voor het vervolg van de procedure zullen fungeren als gesprekspartners namens de indieners. 4. Zo spoedig mogelijk na de binnenkomst van een inleidend verzoek, adviseert de referendumcommissie de raad of het concept raadsbesluit waaromtrent een raadgevend referendum wordt verzocht onderwerp van een referendum kan zijn. 5. Zo spoedig mogelijk na binnenkomst van een inleidend verzoek, onderzoekt het college of het verzoek door een voldoende aantal kiesgerechtigden wordt ondersteund. 6. Voorafgaand aan de behandeling van het betreffende concept raadsbesluit, besluit de raad of de gelegenheid wordt geboden tot het indienen van een definitief verzoek. 7. Indien het inleidend verzoek niet voldoende wordt ondersteund of niet binnen de in het eerste lid gestelde termijn is ingediend, verklaart de raad op voorstel van het presidium het verzoek niet-ontvankelijk. 8.
Als de raad heeft besloten om de gelegenheid te bieden tot het indienen van een definitief verzoek, wordt het betreffende raadsvoorstel
van een dagtekening en vermeldt om welk concept raadsbesluit het gaat. 2. Het inleidend verzoek moet worden ondersteund door ten minste 70 personen die kiesgerechtigd zijn op de dag dat het formulier, bedoeld in het negende lid, wordt verstrekt. Deze personen plaatsen daartoe hun handtekening onder het verzoek. Elke handtekening gaat vergezeld van de daarbij behorende naam, adres, postcode en woonplaats. 3. In het inleidend verzoek wordt aangegeven welke ten minste twee en ten hoogste vijf van de ondertekenaars voor het vervolg van de procedure zullen fungeren als gesprekspartners namens de indieners. 4. Zo spoedig mogelijk na de binnenkomst van een inleidend verzoek, adviseert de referendumcommissie over de vraag of sprake is van een uitgezonderd concept raadsbesluit als bedoeld in artikel 2.
een voldoende aantal kiesgerechtigden wordt ondersteund. In de oude verordening was dit belegd bij het college. Aangezien de raad beslist over het inleidend verzoek is het logischer dit bij de voorzitter van de raad neer te leggen. Dit is ook overeenkomstig de modelverordening van de VNG. In het zesde lid van dit artikel wordt expliciet gemaakt dat de raad een eigen afweging maakt bij het besluit om al dan niet een referendum te houden. De raad doet dit aan de hand van de uitzonderingen in artikel 2, maar ook aan de hand van de vraag of het concept raadsbesluit zich op basis van het algemeen belang leent voor een referendum. Verder hebben enkele redactionele wijzigingen plaatsgevonden.
5. Zo spoedig mogelijk na binnenkomst van een inleidend verzoek, onderzoekt de voorzitter van de raad of het verzoek door een voldoende aantal kiesgerechtigden wordt ondersteund. 6. De raad beslist of het inleidend verzoek wordt ingewilligd. Het verzoek wordt niet ingewilligd, indien naar het oordeel van de raad: a. sprake is van een uitgezonderd besluit als bedoeld in artikel 2; of b. het concept raadsbesluit zich op basis van het algemeen belang niet leent voor een referendum. 7. Indien het inleidend verzoek niet voldoende wordt ondersteund of niet binnen de in het eerste lid gestelde termijn is ingediend, 5
op de gangbare wijze behandeld, met dien verstande dat het concept raadsbesluit, zoals dat luidt na verwerking van de door de raad aanvaarde amendementen, niet in stemming wordt gebracht maar wordt aangehouden.
Artikel 9. Definitief verzoek 1. Een definitief verzoek tot het houden van een raadgevend referendum moet worden ondersteund door ten minste 1.600 kiesgerechtigden die daartoe hun handtekening plaatsen op de referendumcommissie vastgestelde papieren of digitale handtekeningenlijsten die zijn voorzien van de vraagstelling van het referendum. De handtekeningen van het inleidend verzoek tellen niet mee voor het definitief verzoek. 2. Gedurende zes weken zijn de digitale handtekeningenlijsten beschikbaar via een door de gemeenteraad aan te wijzen website en zijn de papieren handtekeningenlijsten beschikbaar op door de gemeenteraad aan te wijzen plaatsen in de gemeente. Elke handtekening gaat vergezeld van de daarbij behorende naam, adres, postcode en woonplaats. 3. De in het vorige lid genoemde termijn van zes weken vangt aan op een door het college bekend te maken dag. In de bekendmaking wordt aangegeven via welke in het derde lid bedoelde website men zijn handtekening kan
verklaart de raad op voorstel van het presidium het verzoek niet-ontvankelijk. 8. Als de raad heeft besloten om de gelegenheid te bieden tot het indienen van een definitief verzoek, wordt het betreffende raadsvoorstel op de gangbare wijze behandeld, met dien verstande dat het concept raadsbesluit, zoals dat luidt na verwerking van de door de raad aanvaarde amendementen, niet in stemming wordt gebracht maar wordt aangehouden. 9. Ondersteuningsverklaringen worden geplaatst op een daartoe door de griffie verstrekt formulier. Artikel 9. Definitief verzoek 1. Een definitief verzoek tot het houden van een raadgevend referendum moet worden ondersteund door ten minste 1.600 personen die kiesgerechtigd zijn op de dag dat de raad heeft besloten dat het inleidend verzoek wordt ingewilligd. Deze personen plaatsen daartoe hun handtekening op de daartoe door de griffie verstrekte papieren of digitale handtekeningenlijsten. De handtekeningen van het inleidend verzoek tellen niet mee voor het definitief verzoek. 2. Gedurende zes weken zijn de digitale handtekeningenlijsten beschikbaar via een door de gemeenteraad aan te wijzen website en zijn de papieren handtekeningenlijsten beschikbaar op door de gemeenteraad aan te wijzen plaatsen in de gemeente. Elke handtekening gaat vergezeld van de daarbij behorende naam, adres, postcode en woonplaats.
In het eerste lid is verduidelijkt op welk moment een persoon kiesgerechtigd moet zijn, om een definitief verzoek te kunnen ondersteunen. Zie ook de toelichting bij artikel 1. Het derde lid is geschrapt. Deze regels betreffen uitvoeringsaspecten en zijn overbodig. In het vijfde lid (nieuw) is aangepast dat de voorzitter van de raad onderzoekt of het verzoek door een voldoende aantal kiesgerechtigden wordt ondersteund. In de oude verordening was dit belegd bij het college. Aangezien de raad beslist over het verzoek is het logischer dit bij de voorzitter van de raad neer te leggen. Dit is ook overeenkomstig de modelverordening van de VNG.
6
plaatsen, respectievelijk waar en wanneer men zijn handtekening kan plaatsen op een papieren handtekeningenlijst. 4. Bij het plaatsen van een handtekening op een papieren lijst dient een geldig identiteitsbewijs te worden getoond. 5. De burgemeester maakt wekelijks bekend hoeveel geldige ondersteunende handtekeningen zijn geplaatst. 6. Zo spoedig mogelijk na binnenkomst van een definitief verzoek, onderzoekt het college of het verzoek door een voldoende aantal kiesgerechtigden wordt ondersteund. 7. Indien het definitieve verzoek niet voldoende wordt ondersteund, verklaart de raad op voorstel van het presidium het verzoek nietontvankelijk. 8. Als het definitieve verzoek voldoende wordt ondersteund, neemt de raad zo spoedig mogelijk een beslissing op het verzoek. Artikel 10. Datum De raad stelt tegelijk met het besluit bedoeld in artikel 7, derde lid, dan wel het besluit bedoeld in artikel 9, achtste lid, of zo spoedig mogelijk daarna, met inachtneming van de adviezen hieromtrent van het college en de referendumcommissie, de dag vast waarop het referendum wordt gehouden. Het referendum vindt minimaal vier maanden en niet later plaats dan maximaal zes maanden na de dag waarop de raad heeft besloten tot het houden van het referendum.
Bij de bepaling van het moment waarop een referendum plaatsvindt, wordt rekening gehouden met de periode van de zomervakantie voor het basis- en voortgezet onderwijs in Capelle aan den IJssel. Een
3. Bij het plaatsen van een handtekening op een papieren lijst dient een geldig identiteitsbewijs te worden getoond. 4. De voorzitter van de raad maakt wekelijks bekend hoeveel geldige ondersteunende handtekeningen zijn geplaatst. 5. Zo spoedig mogelijk na binnenkomst van een definitief verzoek, onderzoekt de voorzitter van de raad of het verzoek door een voldoende aantal kiesgerechtigden wordt ondersteund. 6. Indien het definitieve verzoek niet voldoende wordt ondersteund, verklaart de raad op voorstel van het presidium het verzoek nietontvankelijk. 7. In de eerstvolgende vergadering van de raad na afloop van de termijn, bedoeld in het tweede lid, neemt de raad een besluit over het houden van het referendum. Artikel 10. Datum De raad stelt tegelijk met het besluit bedoeld in artikel 7, derde lid, dan wel het besluit bedoeld in artikel 9, zevende lid, of zo spoedig mogelijk daarna, met inachtneming van de adviezen hieromtrent van het college en de referendumcommissie, de dag vast waarop het referendum wordt gehouden. Het referendum vindt minimaal vier maanden en niet later plaats dan maximaal zes maanden na de dag waarop de raad heeft besloten tot het houden van het referendum. Bij de bepaling van het moment waarop een referendum plaatsvindt, wordt rekening gehouden met de periode van de zomervakantie voor het basis- en voortgezet onderwijs in Capelle aan den IJssel. Een
In dit artikel zijn twee kleine correcties aangebracht.
7
referendum vindt niet plaats tijdens en de eerste week na de zomervakantie.
referendum vindt niet plaats tijdens en in de eerste week na de zomervakantie.
Artikel 11. Uitvoering 1. Het college is belast met de organisatie en uitvoering van het referendum. Zo spoedig mogelijk na een besluit om een referendum te houden stelt de raad een budget vast voor de organisatie van en de voorlichting over het referendum, alsmede een budget voor bijdragen in de kosten van de campagneactiviteiten van de bij het referendum betrokken partijen en een vergoeding voor de leden van de referendumcommissie voor hun werkzaamheden. 2. Het in artikel 11 eerste lid genoemde budget is € 104.000 voor referenda die betrekking hebben op het gehele grondgebied van de gemeente en separaat worden georganiseerd van een andere verkiezing en het budget is € 49.000 voor referenda die gelijktijdig worden gehouden met een verkiezingen voor het Europees Parlement, de Tweede Kamer, Provinciale Staten, de gemeenteraad en de waterschappen. Het budget voor het subsidiëren van campagneactiviteiten is € 24.000 per referendum. Het budget wordt vanaf 1 januari 2021 jaarlijks gecorrigeerd met de Consumentenprijsindex zoals deze is vastgesteld door het Centraal Bureau voor de Statistiek. Het budget voor het referenda dat betrekking heeft op een deel van de gemeente is evenredig naar het aantal kiesgerechtigden dat voor het referendum kan stemmen. 3. Het is het college niet toegestaan om medewerkers die een (arbeids)overeenkomst met de gemeente hebben of anderszins in
Artikel 11. Uitvoering 1. Het college is belast met de organisatie en uitvoering van het referendum. Gelijktijdig met het besluit om een referendum te houden stelt de raad een budget vast voor de organisatie van en de voorlichting over het referendum, alsmede een budget voor bijdragen in de kosten van de campagneactiviteiten van de bij het referendum betrokken partijen en een vergoeding voor de leden van de referendumcommissie voor hun werkzaamheden. 2. Het is het college niet toegestaan om medewerkers die een (arbeids)overeenkomst met de gemeente hebben of anderszins in dienst zijn van de gemeente in te zetten voor het verspreiden van een inhoudelijke boodschap over het referendumonderwerp.
Lid 1 is gewijzigd in de zin dat besluit om een budget vast te stellen gelijktijdig wordt genomen met het besluit tot het houden van een referendum. Lid 2 is geschrapt. Op dit moment is binnen de begroting geen budget beschikbaar voor de organisatie en uitvoering van een referendum. Gelijktijdig met uw besluit om een referendum te houden stelt uw raad een budget vast voor de organisatie en uitvoering van een referendum. Wij stellen uw raad dan ook voor om hiervoor in de verordening geen concrete bedragen op te nemen.
8
dienst zijn van de gemeente in te zetten voor het verspreiden van een inhoudelijke boodschap over het referendumonderwerp. Artikel 13. Uitslag van het referendum 1. Het referendum is geldig, indien meer dan 33,0% van het aantal kiesgerechtigden een stem heeft uitgebracht. 2. De uitslag van het referendum wordt berekend op basis van gewone meerderheid van het totale aantal stemmen dat geldig is uitgebracht voor of tegen het conceptraadsbesluit. 3. In de eerste raadsvergadering na het bekend worden van de uitslag van het referendum neemt de raad een besluit over het concept raadsbesluit dat onderwerp van het referendum was.
Artikel 13. Uitslag van het referendum 1. Het referendum is geldig indien meer dan 33,0% van het aantal kiesgerechtigden een stem heeft uitgebracht. 2. Het centraal stembureau berekent de uitslag van het referendum en geeft aan hoeveel stemmen voor en tegen het ontwerp raadsbesluit zijn uitgebracht, alsmede het aantal blanco en ongeldige stemmen en het aantal stemmen bij volmacht. Het centraal stembureau stelt vast of een meerderheid voor dan wel tegen het ontwerp raadsbesluit heeft gestemd, waarbij blanco en ongeldige stemmen buiten beschouwing worden gelaten. 3. Het centraal stembureau brengt de uitslag over aan de raad, vergezeld van het procesverbaal, en maakt beide onverwijld bekend op een algemeen toegankelijke wijze. 4. In geval van een meerkeuze referendum wordt de stemverdeling over de keuzemogelijkheden vastgesteld en bekendgemaakt op een algemeen toegankelijke wijze. 5. In de eerste raadsvergadering na het bekend worden van de uitslag van het referendum neemt de raad een besluit over het concept raadsbesluit dat onderwerp van het referendum was.
Dit artikel is inhoudelijk gewijzigd. Met uitzondering van geldigheidsdrempel, waarvan wij voorstellen die te handhaven, hebben wij hier de tekst van de modelverordening van de VNG overgenomen.
9
Artikel 26. Intrekking vorige verordening De Referendumverordening Capelle aan den IJssel 2011, vastgesteld op 21 maart 2011, gewijzigd op 2 juli 2012, wordt ingetrokken. Artikel 27. Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op 1 maart 2020. Artikel 28. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als 'Referendumverordening Capelle aan den IJssel 2020'.
Artikel 26. Intrekking oude verordening De Referendumverordening Capelle aan den IJssel 2020 wordt ingetrokken.
Dit artikel regelt dat de oude verordening wordt ingetrokken.
Artikel 27. Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de dag na die van bekendmaking. Artikel 28. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Referendumverordening Capelle aan den IJssel 2026.
Dit artikel regelt dat de nieuwe verordening na publicatie in werking treedt. Dit artikel bevat de citeertitel van de nieuwe verordening.
10