06.02 - Memo invulling taakstelling
Tekst van het document
Memo Invulling taakstelling
Aan Van Datum Onderwerp
: Gemeenteraad : College van Burgemeester en Wethouders : 8 juni 2021 : Invulling taakstelling
Inleiding In dit memo wordt de nadere onderbouwing van de (mogelijke) bezuinigingsmaatregelen toegelicht. Wij gaan eerst graag het gesprek met u aan in de commissie van juni 2021, alvorens we daadwerkelijke voorstellen zullen doen bij de Begroting 2022 en eventueel latere P&C documenten. Het uitgangspunt voor ons is om op een verantwoorde manier invulling te geven aan de bezuinigingsopgave en tegelijkertijd zoveel mogelijk te voorkomen dat deze bezuinigingen de Capellenaar raken, onze dienstverlening en voorzieningen(niveau) in stand gehouden kan worden en de lokale lasten niet met meer de gebruikelijke inflatiecorrectie verhoogd hoeft te worden, mede gelet ook op de moeilijke tijd waarin we ons nu bevinden. Gelukkig hebben we een zeer sterke financiële uitgangspositie en op de korte termijn nog een (redelijk) positief meerjarenperspectief. De taakstelling moet vanaf 2024 concreet zijn ingevuld. Dat biedt ons de tijd om zorgvuldig en gedegen tot besluitvorming te komen. We moeten immers voorkomen dat we te vroeg onomkeerbare besluiten nemen op het gebied van onze dienstverlening, voorzieningen(niveau) en lokale lasten. We kiezen daarom nadrukkelijk voor een “stap voor stap” proces, waarbij we onderstaande uitgangspunten en prioritering willen hanteren: 1. We richten ons eerst op financieel-technische bezuinigingsvoorstellen. 2.
Vervolgens richten we ons op “scherper aan de wind zeilen”. Welke maatregelen kunnen we nemen die weliswaar iets meer risico opleveren, maar nog steeds verantwoord zijn. We willen deze mogelijkheden eerst ten volle benutten voor we meer ingrijpende maatregelen nemen die onze inwoners direct raken; 3. Daarna richten we ons op maatregelen die de doelmatigheid, de efficiency van de gemeente vergroten. Dat heeft zowel betrekking op de interne organisatie (doelmatigheid onderzoek ex artikel 213a Gemeentewet) als op de externe dienstverlening (Jeugd, WMO, subsidies, etc.). Doel is om onze taken slimmer en eenvoudiger uit te voeren en dubbellingen te schrappen. Als bovenstaande maatregelen niet voldoende zijn om de bezuinigingstaakstelling in te vullen dan moeten we tot meer ingrijpende keuzes komen waarbij er grofweg twee opties zijn: 4. Het versoberen van de dienstverlening en/ of het voorzieningen(niveau). Daarbij is wat ons betreft leidend dat de bestaande sociale infrastructuur zoveel mogelijk in stand gehouden moet worden, met behoud huidige hoogte lokale lasten, dan wel 5. Het (volledig) instandhouden van de huidige dienstverlening en het voorzieningen(niveau) met verhoging van de lokale lasten.
Bij het eventueel verhogen van de lasten kijken we dan eerst naar specifieke lastenverzwaring voor producten en diensten aan individuele gebruikers (verhogen mate van kostendekkendheid van de leges, verhogen huur van gemeentelijk vastgoed, invoeren- dan wel verhogen eigen bijdragen) en pas daarna naar generieke lastenverzwaringen (onroerendezaakbelasting). Uiteraard is ook een combinatie van spoor 4 en 5 mogelijk. De sporen 4 en 5 komen pas in beeld als de eerste 3 sporen onvoldoende hebben opgeleverd. Daarnaast hebben we geconstateerd dat nog niet elke maatregel concreet uitgewerkt hoeft te zijn. Sommige onderwerpen, zoals het beheersen van de kosten van de WMO en Jeugd, vragen meer tijd.
1
In die gevallen stellen wij voor om onderzoeksopdrachten te formuleren die uiterlijk voor de Begroting van 2023 moeten zijn uitgewerkt. Wij vinden de onderzoeken naar mogelijke verbeteringen in de doelmatigheid en doeltreffendheid van ons beleid en onze organisatie van groot belang. Op dit moment hebben we voor een aantal specifieke onderwerpen het voornemen om onderzoeksopdrachten vast te stellen. Wij verwachten concrete (financiële) resultaten uit deze onderzoeksopdrachten te kunnen halen. Hoewel met het huidige voorstel de taakstelling eerst vanaf 2027 voor een bedrag van € 1 miljoen ingevuld moet worden, is het uiteraard onze ambitie om zo spoedig als mogelijk deze doelmatigheidskansen volledig te benutten. Tot slot zullen we ook andere onderdelen van onze begroting onder de loep nemen welke kunnen leiden tot onderzoeksopdrachten. Wij stellen voor om de stand van zaken en mogelijke/behaalde resultaten van de onderzoeksopdrachten ook in elke Begroting, Voor- en Najaarsnota en jaarrekening mee te nemen. Binnen het sociaal domein zetten we in op een preventieve aanpak. Want een onsje minder welzijn is een kilo meer zorg. We willen ervoor te zorgen dat kwetsbare Capellenaren niet verder door het ijs zakken en die groep ook niet groter wordt.
In het verleden heeft de Raadswerkgroep SIR geadviseerd om de kadernota kerntaken te actualiseren om de bezuinigingstaakstelling in te vullen. Door de gekozen aanpak is het gelukt om de taakstelling in te vullen en is er meer tijd om de kadernota kerntaken te herijken. Gelet op het feit dat die ruimte er is en dat actualisatie een inhoudelijk karakter heeft gekregen, is het voorstel om in de nieuwe collegeperiode te bezien of en zo ja hoe de kadernota geactualiseerd moet worden. Hieronder worden de voorgestane maatregelen weergegeven met een korte beschrijving vanuit de 3 sporen, waarbij, indien nodig, een uitsplitsing is gemaakt in de volgende 2 categorieën: 1. Verwerken bij de Begroting 2022; 2. Voor de concretisering is een onderzoek nodig. De financiële vertaling van elke maatregel is, voor zover bekend, opgenomen in de bijlage. Het totale financiële beeld is na de weergave van de verschillende maatregelen weergegeven. De onderzoeksopdrachten zullen op verschillende momenten afgerond kunnen worden. Waar het kan zal op redelijke korte termijn kunnen worden afgerond, bijvoorbeeld ten tijde van de Begroting 2022 dan wel Najaarsnota 2021. Een aantal zal een naar verwachting langere periode in beslag nemen en kunnen pas naar verwachting bij de Voorjaarsnota 2022 dan wel Begroting 2023 verwerkt worden.
2
Spoor 1 – Financieel technisch Verwerken bij de Begroting 2022 Toerekening kosten In lijn met de voorschriften uit het BBV, rekenen we exploitatiekosten toe aan investeringen. We gaan nader onderzoeken of dit aan meer soorten investeringen gedaan kan worden dan tot op heden het geval is en/of dat er meer categorieën kosten en de hoogte van de kosten uitgebreid kan worden. Het voordeel is dat de exploitatie in de eerdere jaren (fors) kan worden verbeterd, waar tegenover staat dat dit wel leidt tot toenemende kapitaallasten in de latere jaren. Dit voorstel heeft op de kasstroom een negatief effect. Vormen van een kapitaallastenreserve Rekening houdend met een minimale solvabiliteit van 20% kan - vanuit de Algemene Reserve - een "Reserve kapitaallasten" worden gevormd, die in de komende 20 jaar vrijvalt. Een kapitaallastenreserve moet voor de gehele resterende looptijd van de afschrijvingen gevormd worden, maar mag wel maar voor een deel van de afschrijvingen gevormd worden. Bijvoorbeeld een gebouw met aan aanschafwaarde van 4.000 en een boekwaarde van 3.000 waar we al 10 jaar op hebben afgeschreven en nog 30 jaar voor moeten afschrijven zou in zijn geheel vanuit een dekkingsreserve afgeschreven mogen worden (3.000) of bijvoorbeeld een deel (1.500). Zolang er in dit voorbeeld maar wel voor 30 jaar wordt onttrokken aan de dekkingsreserve.
De eerder genoemde periode van 20 jaar is gekozen om aan te sluiten bij een gemiddelde afschrijvingstermijn van onze reeds gedane investeringen. Hiervoor is een doorrekening gemaakt welke effecten dit zou hebben in het stelsel van baten en lasten: 2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
2031
2032
2033
2034
2035
2036
2037
2038
2039
2040
2041
2042
2043
1.250
1.250
1.250
1.250
1.250
1.250
1.250
1.250
1.250
1.250
1.049
948
841
829
739
541
427
378
251
183
Hierbij dient er een dotatie plaats te vinden van € 18,7 mln. in een nog te vormen reserve waarbij er jaarlijks een aflopend bedrag vrij kan vallen uit deze reserve. Omdat er in deze doorrekening gekozen is om alleen investeringen mee te nemen in de dekkingsreserve die minimaal nog 10 en maximaal nog 20 jaar worden afgeschreven, is de eerste jaren de onttrekking aan de reserve gelijk en daarna loopt deze af, omdat er dan investeringen geheel zijn afgeschreven. Deze oplossing creëert rust en geeft tijd. Daarbij kan dan de afspraak gemaakt worden dat de kapitaallastenreserve mee ademt indien zich de komende periode nadelen en/of voordelen voordoen. Bij toekomstige voordelen en financiële resultaten uit de onderzoeksopdrachten kan de afspraak gemaakt worden deze eerst en vooral in te zetten om de kapitaallastenreserve neerwaarts te laten mee ademen.
3
Spoor 2 (scherper aan de wind zeilen) Scherper aan de wind zeilen brengt met zich mee dat we ook gevoeliger zullen worden voor fluctuaties en (incidentele) tegenvallers. Op een aantal onderdelen vinden we dat echter verantwoord, mede omdat we jaarlijks in de jaarrekening voordelen realiseren ten opzichte van onze begroting. Verwerken bij de Begroting 2022 Verwerken taakstelling Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Door het AB van de GRJR is een over de jaren 2021 tot en met vanaf 2024 oplopende taakstelling vastgesteld. Wij hebben 2021 en 2022 verwerkt in onze Begroting. Vanaf 2023 vooralsnog niet, vanwege de onzekerheid in de realisatie. Er is een onzekerheid of deze taakstelling ook daadwerkelijk gerealiseerd zal kunnen worden, mede ingegeven door de realisatie in de jaarstukken 2020 en de begroting 2022 van de GRJR. Wij adviseren u deze taakstelling structureel te verwerken in de Begroting 2022. Vervallen stelpost kosten toename inwonersaantal In de begroting is bij de algemene uitkering een stelpost kosten toename inwonersaantal opgenomen. Deze stelpost is de tegenhanger van de toename in de Algemeen uitkering door de toename van het aantal inwoners. De gedachte hierachter is dat door de toename van het aantal inwoners, ook evenredig de lasten zullen toenemen. Deze systematiek is pas recent toegepast en is vanuit voorzichtigheid opgenomen in de begroting.
De afweging die gemaakt kan worden is om weer terug te gaan naar de oude systematiek, waarbij we lasten niet op voorhand beklemden, maar een voorstel opnamen in de P&C-cyclus wanneer nodig. Wij adviseren u deze stelpost bij de Begroting 2022 te laten vervallen. Rente structureel met 1,0% rekenen Op dit moment rekenen we met een oplopend rentepercentage in de begroting. Dit percentage loopt naar 2,0%. De huidige rentestanden zijn echter lager en mogelijk kan het zo zijn dat bij een stijgende rente er ook een vorm van compensatie komt in de nominale sprong bij de algemene uitkering. Om die reden stellen wij voor om de rente waarmee gerekend wordt voor het opstellen van de begroting vanaf de Begroting 2022 vast te stellen op 1,0%. Voor de concretisering is een onderzoek nodig Stofkamanalyse De begroting bevat jaarlijks zo’n € 220 mln. aan lasten en baten. Dit bedrag is verdeeld over ruim 500 kostenplaatsen en nog is verder gespecificeerd door het gebruik van kostensoorten. In de variant kostenplaats/kostensoort is de verdeling van de begroting over ruim 1.800 unieke combinaties verdeeld. Vanuit de analyse van de jaarrekeningen 2017 tot en met 2020 zijn of worden de terugkerende grotere verschillen reeds meegenomen in de P&C-cyclus. Daarnaast zijn er ook jaarlijks kleinere over- en onderschrijdingen binnen de begroting.
Door de beperkte omvang van deze verschillen kunnen deze wegvallen in het grotere geheel, maar maken mogelijk wel een substantieel deel uit van het resultaat van de jaarrekening. In de voorbije jaren is ook gebleken dat het jaarrekeningsaldo stelselmatig positiever is dan het geprognosticeerd resultaat bij de najaarsnota. Om deze reden is het ook goed om periodiek onderzoek te doen naar de budgetuitputting op detailniveau, zodat de begroting een realistisch beeld geeft van de werkelijk te verwachten lasten en baten. Hiermee kan ook voorkomen worden dat bezuinigingen moeten worden doorgevoerd die achteraf niet nodig bleken te zijn. Voor de verdiepende analyse is een concept onderzoeksopdracht opgesteld die zich richt voor een uiterlijke afronding richting de Begroting 2023 en zo veel eerder als mogelijk. Meer opbrengsten kabels en leidingen Door een andere manier van registreren is in bij de Jaarrekening 2020 +/- 500K aan meeropbrengsten gerealiseerd in leges voor kabels en leidingen. Bij de Voorjaarsnota 2021 stellen wij u voor om het harde deel hierin te verwerken in de meerjarenbegroting (V100). In de komende periode zal onderzocht worden of het gerealiseerd resultaat in 2020 een incident is geweest, of dat er een hoger bedrag opgenomen kan worden in de begroting.
Wij stellen u voor de uitkomsten hiervan uiterlijk te verwerken bij de Begroting 2023 en zo veel eerder als mogelijk.
4
Restwaarde activa In lijn met de voorschriften uit het BBV en onze eigen waarderingsgrondslagen, mag er voor activa die een (concrete) waarde vertegenwoordigen in het economisch verkeer een restwaarde gehanteerd worden voor de afschrijvingen. Hierdoor wordt er jaarlijks een lager bedrag afgeschreven, omdat er niet naar € 0 wordt afgeschreven, maar tot de hoogte van de restwaarde in dezelfde periode. Dit kan niet voor activa die minder courant zijn, zoals bijvoorbeeld voor scholen. Voor het bepalen van de te hanteren restwaarde is in sommige gevallen een taxatie nodig, zoals bijvoorbeeld voor de courante gebouwen. In andere gevallen, waarbij de restwaarde in het economisch verkeer meer duidelijk is, is een taxatie niet noodzakelijk. Hierbij kan gedacht worden aan de voertuigen die wij bezitten. Wij stellen u voor om de komende periode te gebruiken om te beoordelen voor welke actieven dit van toepassing is en de effecten hiervan mee te nemen in de afwegingen bij de Begroting 2022
5
Spoor 3 (Efficiency) Verwerken bij de Begroting 2022 Duurzaamheid (Helpdesk VvE, subsidie groene Pr daken, projectleiding) In het Programma Duurzaamheid zijn drie onderwerpen waar op bezuinigd kan worden. Het gaat ten eerste om de gemeentelijke subsidie groene daken (jaarlijks N50). Verbreding van de subsidie om ook andere vormen van regenwateropvang te stimuleren, zoals eerder aangegeven aan uw raad, is hiermee ook niet meer aan de orde. Daarnaast de helpdesk voor VvE’s (jaarlijks N30) en een projectleider energietransitie (jaarlijks N75). Conform de randvoorwaarden van de VNG aan het Klimaatakkoord stellen wij ons op het standpunt dat de Rijksoverheid deze uitvoeringslasten moet dekken. Als het Rijk deze lasten niet dekt, gaan wij deze onderwerpen ook niet uitvoeren. Naar verwachting is hier eind dit jaar duidelijkheid over. Consequentie van het schrappen van de VvE helpdesk is dat VvE’s niet meer actief worden begeleid bij verduurzaming. Het laten vervallen van de projectleider energietransitie betekent dat geen uitvoering kan worden gegeven aan de Regionale Energiestrategie (onderdeel elektriciteit), dat wij niet betrokken zijn bij regionale afspraken rondom laadpalen en dat wij bedrijven en scholen niet langer stimuleren/ondersteunen op het gebied van duurzaamheid. Wij stellen u voor om deze lasten af te ramen bij de Begroting 2022.
Efficiënter omgaan met het vastgoed Uit de benchmark die in 2020 is gedaan blijkt dat we ons vastgoed efficiënt gebruiken in relatie tot vele andere gemeentes. Desondanks denken we dat er wel mogelijkheden zijn hier voordeel te behalen. Enkele mogelijkheden zijn: Ophogen verhuurtarieven; Minder panden; Verhuur van panden. Voor wat betreft bovenstaande wordt voorgesteld een onderzoek op te starten. Een concreter plan is het verhuizen van de medewerkers van het Werkplein naar het Gemeentehuis. Dit kan, afhankelijk van het nu geldende huurcontract, het vroegst 2024 zijn. De besparing zal ongeveer V245 zijn. Wel zal in het jaar van verhuizing diverse kosten worden gemaakt, deze worden geschat op N200. Dit komt neer op V45 incidenteel in 2024 en V245 voor 2025 en verder. Digitalisering post De volgende acties lopen er om zoveel mogelijk post te digitaliseren en als gevolg hiervan verzendkosten naar beneden te brengen: 1. Helpdesk Djuma gaat promoten zoveel mogelijk post per mail (Djuma) te versturen. 2. Van het management een besluit dat er naar bedrijven (niet aangetekende brieven) alleen nog maar digitale post verstuurd mag worden. 3. Daarnaast moet er gekeken worden hoe het juridisch zit met digitaal versturen naar burgers. Als een burger een mail stuurt naar de gemeente lijkt het logisch dat wij ook digitaal gaan antwoorden (hopelijk levert dit ook een besparing op).
Niet bekend hoeveel er verstuurd wordt, dus schatting van een besparing is moeilijk. 4. Als we voor de aanbesteding post een overzicht hebben gemaakt sturen we deze naar Djuma zodat zij kunnen kijken naar de hoeveelheid aangetekende post. En wellicht kunnen we zorgen dat we per mail aangetekend kunnen versturen. Dit zal zeker 70% besparing opleveren bij aangetekend. De kosten zijn nu ongeveer € 2,50 ten opzichte van € 9,20 per stuk. Misschien dat er over die € 2,50 valt te onderhandelen vanwege de aantallen. 5. Met de Repro kijken hoe zij makkelijk kunnen registeren welke grote opdrachten zij moeten uitprinten en versturen. Is alles wel nodig? Aan bovengenoemde punten kan men zien dat dit een groot project is die tijd gaat kosten om door te voeren. Een voorzichtige schatting is dat we op de lange termijn minstens 25% moeten kunnen besparen. Dit is dan op portokosten, papier, enveloppen en inkt. Wij adviseren u om deze besparing te verwerken bij de Begroting 2022 die naar verwachting V45 is. Maria Danneels Erf als zaal-en verhuurcentrum inrichten Door het werken met vrijwilligers in plaats van professionals zullen er minder personeelslasten worden gemaakt. Om een zorgvuldig proces te lopen naar de betrokken medewerkers en de Ondernemingsraad adviseren wij u om deze besparing uiterlijk te verwerken bij de Begroting 2023 en zo veel eerder als mogelijk.
6
Voor de concretisering is een onderzoek nodig Combineren BSN, Kinderlabs en Onderwijskansen In de nieuwe jeugdnota is opgenomen dat we het activiteitenaanbod in de Kinderlabs en van de Brede School meer gaan afstemmen en een meer samenhangend activiteitenaanbod in de schoolvakanties willen. Met het uitgangspunt dat we meer kunnen bereiken voor kinderen in een achterstandssituatie. Hiermee kunnen dubbelingen worden uitgesloten en efficiency worden behaald. Om dit goed te onderzoeken vraagt dit extra ambtelijke capaciteit. De mogelijke opbrengst hiervan is voor nu nog onduidelijk. Naast dubbelingen kunnen er ook juist zaken naar boven komen die we missen in ons aanbod, bijvoorbeeld voor nieuwe vraagstukken die zich door Corona voordoen. Wij adviseren om hier onderzoek naar te laten doen en de uitkomsten hiervan uiterlijk mee te nemen bij de Begroting 2023 en zo veel eerder als mogelijk. Efficiency subsidies (algemeen) Als gemeente verstrekken wij voor legio activiteiten subsidies. Wij stellen voor om een onderzoek uit te voeren naar de efficiency voor de verstrekte subsidies om te beoordelen of hier geen dubbelingen in zitten c.q. de subsidie (nog) bijdraagt aan het gewenste beleid. De uitkomsten hiervan kunnen dan uiterlijk meegenomen worden bij de Begroting 2023 en zo veel eerder als mogelijk.
Fasering en uitwerken scenario's scholenschuif SHO De laatste maanden is een aantal ontwikkelingen gaande rondom onderwijshuisvesting die nader onderzoek vergen (ontwikkelen meerdere scenario’s). Het gaat hierbij om zowel beide VO scholen als een aantal PO-scholen. De effecten hiervan moeten onderdeel worden van het in 2021 nog vast te stellen SHO, welke wij indien mogelijk bij de Najaarsnota 2021, doch uiterlijk bij de Voorjaarsnota 2022 zullen meenemen in de afwegingen. Wmo individueel Door de toenemende vergrijzing neemt het beroep op de Wmo toe. Het is belangrijk om te onderzoeken op welke wijze de stijgende kosten voor Wmo individueel beperkt kunnen worden, waarbij de randen van de wet moeten worden opgezocht zolang het Rijk niet wil meebewegen. Daarnaast is er een tijdelijke toezichthouder rechtmatigheid WMO/Jeugd aangetrokken. De toezichthouder zou tot gevolg kunnen hebben dat ten onrechte gefactureerde kosten voor de Wmo en Jeugd beperkter worden. Omdat hier nog onvoldoende over bekend is en omdat de toezichthouder pas net begonnen is, adviseren wij om de eerste resultaten af te wachten en het vervolg te betrekken uiterlijk bij de Begroting 2023 en zo veel eerder als mogelijk. Jeugdzorg Capelle kent met een eigen Centrum voor Jeugd en Gezin een goede infrastructuur op lokaal niveau voor jeugdgezondheidszorg en laagdrempelige jeugdhulp.
Bij de oprichting van het CJG is de verwachting uitgesproken dat de verhouding van GRJR en CJG communicerende vaten zouden zijn. De stelling is dat het CJG taken van de GRJR goedkoper, efficiënter en beter kan uitvoeren dan via de GRJR/GI’s. Dit is tot op heden nog niet goed uit de verf gekomen. Door middel van een onderzoek moet dit nader onderzocht worden. Dat betekent o.a. dat overheveling van taken vanuit de GJRJ minimaal met gesloten beurzen danwel met een taakstelling overgeheveld worden van de GI naar het CJG. Daarnaast is er een tijdelijke toezichthouder rechtmatigheid WMO/Jeugd aangetrokken. De toezichthouder zou tot gevolg kunnen hebben dat ten onrechte gefactureerde kosten voor de Wmo en Jeugd beperkter worden. Omdat hier nog onvoldoende over bekend is en omdat de toezichthouder pas net begonnen is, adviseren wij om de eerste resultaten af te wachten en het vervolg te betrekken uiterlijk bij de Begroting 2023 en zo veel eerder als mogelijk. Heroverwegen projecten Binnen de vele projecten die er spelen binnen de gemeente die nog niet gestart zijn in de uitvoering is een heroverweging mogelijk. Het gaat dan om projecten in de brede zin. Er zal een onderzoeksopdracht worden opgesteld om te komen tot mogelijke heroverwegingen binnen de projecten, waarbij het uitgangspunt is dat we door middel van efficiency wellicht iets anders gaan doen
7
binnen het project, maar wel hetzelfde effect bereiken. Wij adviseren u dit onderzoek uit te voeren en de uitkomsten hiervan mee te nemen uiterlijk bij de Begroting 2023 en zoveel eerder als mogelijk. Exploitatiescan Deloitte Wij hebben Deloitte gevraagd om een exploitatiescan uit te voeren. In deze scan komt naar voren waar wij, in vergelijking met vergelijkbare gemeenten, meer en minder aan uit geven. Beide categorieën zijn interessant om daarna te onderzoeken waar hiervoor de reden ligt en wat wij eventueel kunnen leren van de referentiegemeenten op de onderdelen waar wij meer aan uitgeven. Wij adviseren u dit onderzoek uit te voeren en de uitkomsten hiervan uiterlijk mee te nemen bij de Begroting 2023 en zo veel eerder als mogelijk. Benchmark Berenschot Het bureau Berenschot gaat voor ons een benchmark uitvoeren over de ambtelijke organisatie. De uitkomsten hiervan kunnen mogelijk consequenties hebben voor de in de begroting opgenomen bedragen. De benchmark zal richtinggevende uitspraken bevatten waarvoor verdiepend onderzoek nodig zal zijn. Wij stellen voor de richtinggevende uitspraken te bespreken in het college wanneer deze beschikbaar zijn en aan de hand daarvan te bepalen op welke aspecten er een verdieping plaats dient te vinden.
8
Totale financiële beeld Op basis van de bovenstaande uiteenzetting is het onderstaande beeld te schetsen:
Totaal
2024
2025
2026
2027
2028
2029
Spoor 1 - Financieel technisch
V 1.500
V 1.488
V 1.475
V 1.463
V 1.450
V 1.438
Spoor 2 - Scherper aan de wind zeilen
V 829
V 1.070
V 1.180
V 1.291
V 1.363
V 1.429
Spoor 3 - Efficiëncy
V 320
V 520
V 520
V 520
V 520
V 520
TOTAAL
V 2.649
V 3.078
V 3.175
V 3.274
V 3.333
V 3.387
Saldo van de VJN 2021
V 342
V 479
V
51
V 112
V 382
N 126
V 2.991
V 3.557
V 3.226
V 3.386
V 3.715
V 3.261
Taakstelling was
N 2.750
N 2.750
N 3.000
N 4.250
N 5.000
N 5.000
Aframen taakstelling
V 2.750
V 2.750
V 3.000
V 3.250
V 3.500
V 3.250
Restant taakstelling
N
N
N
0
N 1.000
N 1.500
N 1.750
V 226
V 136
V 215
V
Saldo begroting na effectureren sporen 1 t/m 3 en VJN2021
Saldo meerjarenbegroting/-doorkijk na aframen taakstelling
0
V 241
0
V 807
11
Met de bovenstaande maatregelen is de taakstelling in de jaren 2024 tot en met 2026 volledig ingevuld en is de taakstelling in de jaren 2027 e.v. aanzienlijk lager. Conclusie en vervolg Met dit voorstel wordt zowel de taakstelling vanaf 2024 ingevuld, waarbij de Capellenaar zo veel als mogelijk wordt ontzien, als belangrijke nader uit te werken onderzoeksopdrachten gericht op verbeteringen van de doelmatigheid bepaald. De uitkomsten van de onderzoeksopdrachten kunnen de financiële positie verder versterken, hetgeen ook nodig is gelet op de resterende taakstelling in de jaren 2027 en verder. Het is van belang dat gestart wordt met het uitwerken van de onderzoeksopdrachten zodat we in 2022 een volledig beeld hebben wat daarmee aan structurele bezuinigingen kan worden gerealiseerd. Ook het opstellen van een nieuwe kadernota kerntaken zal onderdeel uitmaken van dit vervolgtraject. Tegelijkertijd denken we met de geïnventariseerde maatregelen een evenwichtig en solide voorstel voor te leggen, waarmee maatregelen uit de eerder genoemde sporen 4 en 5 op dit moment niet noodzakelijk zijn. Bij doorvoeren van de bovenstaande maatregelen komt de resterende taakstelling voor het eerst in beeld in 2027 en dat geeft voldoende tijd om de maatregelen waarvoor een onderzoeksopdracht uitgevoerd moet worden ook daadwerkelijk uit te voeren.
Wij verwachten met de bovenstaande maatregelen en de uitwerkingen van de onderzoeksopdrachten de taakstelling duurzaam in te kunnen vullen en dus ook geen beroep te hoeven doen op de sporen 4 en 5. Ten aanzien van de voorgenomen onderzoeksopdrachten stellen wij uw raad voor om bij, of gelijktijdig met, elk P&C document de stand van zaken te schetsen over de voortgang van de voorgestelde onderzoeksopdrachten. Op deze wijze kunnen we gezamenlijk invulling geven aan de verantwoordelijkheid die wij hebben ten aanzien van de financiën van de gemeente. Dergelijke onderzoeksopdrachten willen we in de toekomst vaker gaan uitvoeren voor andere onderwerpen, los van de noodzaak die er nu is om te komen tot een concretisering van de taakstelling. Daarmee blijven we kritisch ten aanzien van het bestaand beleid in de begroting. We willen dat dit een vast onderdeel is van de wijze waarop we kijken naar onze begroting. Door de gekozen aanpak is het gelukt om de taakstelling in te vullen en is er meer tijd om de kadernota kerntaken te herijken. Gelet op het feit dat die ruimte er is en dat actualisatie een inhoudelijk karakter heeft gekregen, is het voorstel om in de nieuwe collegeperiode te bezien of en zo ja hoe de kadernota geactualiseerd moet worden. Wij gaan graag met u in gesprek over deze voorstellen in de commissies van juni 2021.
9
8
Bijlage
Financieel technisch
2024
2025
2026
2027
2028
2029
Toerekening (bijkomende) kosten aan (meer
V 250
V 238
V 225
V 213
V 200
V 188
Vormen van een kapitaallastenreserve
V 1.250
V 1.250
V 1.250
V 1.250
V 1.250
V 1.250
Subtotaal
V 1.500
V 1.488
V 1.475
V 1.463
V 1.450
V 1.438
2024
2025
2026
2027
2028
2029
PM
PM
PM
PM
PM
PM
V 296
V 296
V 296
V 296
V 296
V 296
V
50
V 138
V 248
V 359
V 431
V 497
PM
PM
PM
PM
PM
PM
soorten) investeringen: hoger fte bedrag (incl. overhead) en ov. kn.
Scherper aan de wind zeilen Stofkamanalyse – onderzoeksopdracht voor VJN 2022 Verwerken taakstelling Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rente structureel met 1,0% rekenen Meer opbrengsten kabels en leidingen onderzoeksopdracht voor VJN 2022 Restwaarde activa
PM
PM
PM
PM
PM
PM
Vervallen stelpost kosten toename inwonersaantal
V 483
V 636
V 636
V 636
V 636
V 636
Subtotaal
V 829
V 1.070
V 1.180
V 1.291
V 1.363
V 1.429
Efficiëncy
2024
2025
2026
2027
2028
2029
Duurzaamheid (Helpdesk VvE, subsidie groene Pr
V 155
V 155
V 155
V 155
V 155
V 155
Efficiënter omgaan met het vastgoed
V
45
V 245
V 245
V 245
V 245
V 245
Digitalisering post
V
45
V
V
V
V
V
daken, projectleiding)
Combineren BSN, Kinderlabs en Onderwijskansen
45
45
45
45
45
PM
PM
PM
PM
PM
PM
PM
PM
PM
PM
PM
PM
PM
PM
PM
PM
PM
PM
PM
PM
PM
PM
PM
PM
PM
PM
PM
PM
PM
PM
PM
PM
PM
PM
PM
PM
- onderzoeksopdracht voor VJN 2022 Efficiency subsidies (algemeen) onderzoeksopdracht voor VJN 2022 Slimmer combineren OAB middelen voor SMW onderzoeksopdracht voor VJN 2022 Fasering en uitwerken scenario's scholenschuif SHO - onderzoeksopdracht voor VJN 2022 Wmo individueel – onderzoek naar beperken stijgende kosten - onderzoeksopdracht voor VJN 2022 Jeugdzorg: onderzoek naar beperken stijgende kosten - onderzoeksopdracht voor VJN 2022 Maria Danneels Erf als zaal-en verhuurcentrum
V
75
V
75
V
75
V
75
V
75
V
75
inrichten Heroverwegen projecten
PM
PM
PM
PM
PM
PM
Exploitatiescan Deloitte - onderzoeksopdracht
PM
PM
PM
PM
PM
PM
PM
PM
PM
PM
PM
PM
Subtotaal
V 320
V 520
V 520
V 520
V 520
V 520
Totaal
2024
2025
2026
2027
2028
2029
voor VJN 2022 Benchmark Berenschot - onderzoeksopdracht voor VJN 2022
Spoor 1 - Financieel technisch
V 1.500
V 1.488
V 1.475
V 1.463
V 1.450
V 1.438
Spoor 2 - Scherper aan de wind zeilen
V 829
V 1.070
V 1.180
V 1.291
V 1.363
V 1.429
Spoor 3 - Efficiëncy
V 320
V 520
V 520
V 520
V 520
V 520
TOTAAL
V 2.649
V 3.078
V 3.175
V 3.274
V 3.333
V 3.387
10