06.00 - consultatie commissie BVM over proces kerntaken en bezuingingstaakstelling
Tekst van het document
Aan : Van :
commissie BVM werkgroep SIR
Betreft:
consultatie commissie over proces kerntaken en bezuinigingstaakstelling.
Geachte leden commissie BVM, In 2018 is de werkgroep SIR (Structurele Investeringsruimte) in het leven geroepen. De belangrijkste opdracht van de werkgroep is, om door a-politieke advisering aan de gemeenteraad een bijdrage te leveren aan het structureel op orde houden van de gemeentelijke financiën. In lijn met deze opdracht heeft de werkgroep de afgelopen jaren een aantal adviezen uitgebracht. Recent heeft dit o.a. geleid tot het collegebesluit ‘kaders voor aanwending Enecogelden’, wat inmiddels ook door de raad is vastgesteld. Een onderwerp waar de afgelopen maanden in de werkgroep ook veel over gesproken is, is het proces rondom de definiëring van kerntaken en de concretisering van bezuinigingsvoorstellen. Hierbij heeft de werkgroep er, op advies van het college, begin dit jaar mee ingestemd dat dit proces volgens 2 parallelle sporen vorm wordt gegeven. Te weten; het herijken van de kadernota kerntaken en het daarmee gelijktijdig nader uitwerken van de bezuinigingsmaatregelen. De werkgroep heeft daarbij nadrukkelijk aangegeven ook tussentijds geïnformeerd te willen blijven over de voortgang van beide sporen. Het college heeft inmiddels besloten (collegebesluit ‘Burgerraadpleging en kadernota kerntaken’ d.d. 18 mei) om dit proces anders in te richten.
Er is namelijk voor gekozen om de kerntaken zoektocht en de bijbehorende participatie niet parallel aan, maar meer in de vervolgfase van de bezuinigingszoektocht te plaatsen. (waarbij overigens op de datum van de laatste werkgroepvergadering nog geen groslijst van uitgewerkte bezuinigingsvoorstellen beschikbaar was) Aangezien het genomen collegebesluit een politieke lading heeft, is gegeven is de werkgroep van mening dat het zuiver is om de commissie te consulteren. Daarom heeft de werkgroep de volgende vragen aan de commissie : - Kan de commissie instemmen met het door het college gewijzigde proces waarbij ervoor is gekozen om de kerntaken zoektocht en de bijbehorende participatie meer in de vervolgfase van de bezuinigingszoektocht te plaatsen ? * - Welke a-politieke adviserende rol ziet de commissie nog voor de werkgroep in dit proces ? - Welke evt. aangepaste opdracht wilt u de werkgroep meegeven ? * overigens wordt morgen (d.d. 11 juni) over dit onderwerp een actueel voorstel aan de raad aangeboden. Is inmiddels ook op notubox geplaatst. Namens de werkgroep SIR, Mels Landzaad, voorzitter --------------------------------------------------------------------------------------------------------Bijlage: -
Concept verslag werkgroep SIR (d.d. 19 mei 2021)
BIJLAGE Concept Verslag werkgroep Structurele Investeringsruimte Woensdag 19 mei 2021 Aanwezige leden : de heren Holkamp, Terlouw, Spruit, Geissler, Jaliens en Landzaad (voorzitter) alsmede mevr. Groenendijk Afwezig : dhr. Snijders en mevr. den Engelsman Verder aanwezig: Wethouder van Veen, Ambtelijke ondersteuning: mevr. Van Loenen en de heren van Dijk, Ruijmgaart en Duijmaer van Twist Griffie : mevr. de Mik, dhr. Schoenmakers (verslag)
1. Opening, mededelingen en vaststellen agenda. Dhr. Landzaad opent de vergadering. Hij geeft aan dat er een mail is binnengekomen van dhr. Anink. Dhr. Anink heeft echter aangegeven dat die mail niet meer hoeft te worden besproken omdat hij over het onderwerp (actualisatie financiële verordening) inmiddels al art. 38 vragen heeft gesteld. Dhr. Holkamp geeft aan dat het collegebesluit “burgerraadpleging en Kadernota Kerntaken” niet in deze werkgroep zou moeten worden besproken. Reden is dat het een puur politiek beluit is, waardoor deze technische werkgroep niet het juiste orgaan is om het besluit te bespreken. Bespreking hoort volgens hem in de commissie BVM plaats te vinden. Daarbij komt dat dhr. Holkamp zich afvraagt wat de rol van deze werkgroep nog is. Dit omdat de uitspraken van de wethouder in de vorige werkgroep (het college zou met een aantal fin. technische voorstellen komen) niet stroken met de inhoud van het collegevoorstel (en besluit). Wellicht moeten we concluderen dat de rol van de werkgroep t.a.v. dit onderwerp klaar is. Dhr. Spruit geeft ook aan dat het meer voor de hand ligt dat bespreking van het collegevoorstel idd beter in de BVM commissie kan plaatsvinden.
Ook wat hem betref moeten we hier niet over de inhoud van het collegebesluit (en de notitie kerntaken) praten maar alleen over het proces ; dus alleen over hoe de documenten het beste richting commissie en raad kunnen worden aangevlogen. Dhr. Jaliens sluit zich aan bij de opmerkingen van de heren Holkamp en Spruit. Ook mevr. Groenendijk vraagt zich n.a.v. het collegevoorstel af waar de werkgroep het vanavond over zou moeten hebben. Het voorstel is volgens haar politiek en de dingen de gedaan zouden worden, zijn niet gedaan of hebben om andere reden niet plaatsgevonden. Ze herinnert er daarbij aan dat de werkgroep zélf nog gewaarschuwd heeft voor de wellicht te hoge ambities van het college bij de gehanteerde planning. Dhr. Terlouw geeft ook aan dat in de werkgroep niet in politieke zin over beide
documenten (collegevoorstel en memo) gepraat moeten worden. Omdat de werkgroep is ingesteld in opdracht van de raad, zou de raad (c.q. commissie), gegeven het collegebesluit nu eerst geconsulteerd moeten worden over het vervolgproces. Dhr. Geissler sluit zich ook aan bij de woorden van dhr. Holkamp. Dhr. Landzaad concludeert dat we het dus niet over de inhoud van het voorstel moeten hebben, maar wel over het proces (mede in het licht van de toekomst van de werkgroep) Dhr. Holkamp geeft aan dat hij verwacht dat er, op basis van de voorstellen die er liggen, pas eind van het jaar definitieve bezuinigingsvoorstellen zullen zijn en dat dan dus ook pas gestart kan worden met het vervolgtraject van de burgerparticipatie en de kadernota 2022. Hij vraagt dan ook af zich af of het zinvol is om de discussie daarover zo vlak voor de verkiezingen te starten. Wethouder van Veen geeft aan dat tijdsgebrek de belangrijkste oorzaak is voor het feit dat de memo’s er nu liggen zoals ze er liggen. Hij benadrukt wel dat de Capellenaren recht hebben op een goede kerntakendiscussie, want er moet uiteindelijk toch bezuinigd worden. 2. Verslag werkgroep SIR 17 februari jl. (verslag : bijlage 1) Het verlag wordt ongewijzigd vastgesteld. 3. Memo college ‘Kerntaken en Bezuinigingen’ d.d. 29 april jl. en 4. Collegevoorstel en besluit “Burgerraadpleging en kadernota kerntaken” Dhr.
Duijmaer van Twist zegt dat het college met memo en collegevoorstel de raadswerkgroep wilde informeren over het verloop van het proces om tot bezuinigingen te komen. In februari is in de werkgroep een aanpak gepresenteerd waarbij langs 4 domeinen bezuinigingsvoorstellen zouden worden uitgewerkt. Eind maart heeft daar vervolgoverleg binnen het college over plaatsgevonden. Daarbij is geconstateerd dat erg voorzichtig moet worden omgegaan met ingrijpende bezuinigingsvoorstellen (die bijv. ook de voorzieningenstructuur zouden raken). Daarom is (ook omdat er nog tijd voor is) gekozen voor een getrapte aanpak. Want de taakstelling hoeft pas vanaf 2024 volledig te worden ingevuld. Eerst zal gekeken worden wat de mogelijkheden zijn om “scherper aan de wind” te zeilen. Vervolgens wordt gekeken naar de mogelijkheden om efficiencyverbetering te bewerkstelligen. (zowel intern als in dienstverlening richting stad). Daarnaast wordt gekeken naar ingrijpende keuzes. (versoberen dienstverlening dan wel instand houden dienstverlening met verhoging lastenniveau). Geconstateerd is wel dat het uitwerken van efficiencymaatregelen echt tijd kost. Ten aanzien van de interne efficiencymaatregelen wordt daarbij gebruik gemaakt van een benchmark. Het onderzoek naar kostenbeheersing van de externe dienstverlening kost ook tijd. Dhr. Terlouw zegt toelichting van de gemeentesecretaris te waarderen.
Hij heeft wel moeite met het feit dat de werkgroep nu wel wordt geconfronteerd met een keuze die gemaakt is, zoals toegelicht en ook verwoord in memo en voorstel. Temeer omdat een
eerdere SIR vergadering in mei is geannuleerd. Hij ziet dat als een gemiste kans om de werkgroep in een eerder stadium mee te nemen dan wel een update te geven van de voorgenomen keuzes. Mevr. Groenendijk geeft wat dit betreft ook aan dat in de vorige werkgroep is toegezegd (zie verslag) de werkgroep nadrukkelijk mee te nemen in de voortgang en de daarbij gehanteerde planning. Wat maakt dat de terugkoppeling is vergeten richting werkgroep ? Dhr. Duijmaer van Twist beaamt dat de planning inderdaad ambitieus is geweest en dat het binnen die planning niet is gelukt om een groslijst van uitgewerkte voorstellen op te leveren. Hij beaamt dat de wijzigingen in het proces eerder met de werkgroep besproken hadden moeten worden. Dhr. Landzaad ziet dat het college zelf veel meer pro-actief aan de slag is gegaan. Hij vraagt wat de verwachting bij het college van de rol van de werkgroep is ? Wethouder van Veen licht toe dat het niet meer dan normaal is in organisaties met de omvang van de gemeente Capelle dat eens in de zoveel jaar weer eens de stofkam door het apparaat wordt gehaald. Dit is in gang gezet en mede hiervoor is raadswerkgroep in het leven geroepen. Want het tegen het licht houden van de organisatie is een taak van het college, maar zeker ook van de raad. (als kadersteller en controleur) Dhr. Terlouw geeft aan dat we met deze boodschap terug zouden moeten naar de raad c.q.
commissie BVM. Want er ligt een collegebesluit. En daarmee zit er een politieke lading in. Voorgesteld wordt dan ook het collegebesluit “burgerraadpleging en Kadernota kerntaken” samen met het memo “kerntaken en bezuinigingen” te agenderen voor de commissie BVM. Hieraan kan dan vanuit de werkgroep een oplegger worden toegevoegd waarin wordt gerefereerd aan de opdracht waarmee de werkgroep aan de slag is gegaan en wat de actuele stand van zaken is van de uitgevoerde werkzaamheden. Aangegeven kan dan worden wat in dit kader de afgelopen periode volgens planning wel is gerealiseerd (besluit kaderstelling Enecogelden) maar ook wat binnen de oorspronkelijke plannen niet gelukt is en in procesmatige zin ook anders door het college is ingericht (en inmiddels besloten) dan in de werkgroep was besproken. (betreft m.n. de definiëring kerntaken en concretiseren bezuinigingsvoorstellen). Van de commissie kan dan in de oplegger een uitspraak worden gevraagd of men met het aangepaste proces kan instemmen, welke rol men t.a.v. dit onderwerp nog ziet voor de werkgroep en, als dit zo is, welke (evt. aangepaste opdracht) men ziet voor de raadswerkgroep. Alle werkgroepleden kunnen met dit procedurevoorstel instemmen. Dhr. Spruit vraagt (om ook de politieke discussie later te vergemakkelijken) of inzicht kan worden gegeven in de vrije bestedingsruimte van de gemeente.
Aangegeven wordt dat deze vraag op dit moment nog niet te beantwoorden is, maar dat in een later stadium de vraag ongetwijfeld aan de orde zal komen. Wethouder van Veen geeft aan dat hij graag zou willen dat de werkgroep (ook t.a.v. dit onderwerp) in stand blijft. Want het is ook in de toekomst goed om de organisatie regelmatig tegen het licht te houden.
5. W.v.t.t.k. / rondvraag. Dhr. Terlouw refereert aan adviserende kaderstellende brieven en adviezen over P&C documenten die door de werkgroep de afgelopen jaren zijn geschreven aan de raad. Hij gaat ervan uit dat die P&C documenten niet vergeten dan wel vertraagd zijn. Dat zou dus een taak van de werkgroep moeten blijven. Daarbij wordt aangegeven dat de werkgroep niet per definitie bij elk P&C document een advies schrijft. Dat is afhankelijk van de actualiteit, de problematiek die speelt en de opdracht die er mogelijk vanuit de raad ligt. Het is wel zo dat het college aan de werkgroep terugkoppelt wat ze met de adviezen heeft gedaan. Dhr. Ruijmgaart geeft aan dat de raadswerkgroep in april 19 en mei 2020 kaderstellende adviezen heeft gegeven voor het opstellen van de voorjaarsnota. Wat dat betreft zou het consistent zijn als er een advies zou komen voor het opstellen van de voorjaarsnota 2021. 6. Sluiting. Dhr. Landzaad sluit de vergadering met de opmerking dat in de commissie BVM van 21 juni bovengenoemd collegevoorstel en memo zal worden geagendeerd. Daarna zal bezien worden wat het vervolg moet worden.