05G.06 - Ontwerp-Begroting 2023 AB
Tekst van het document
ONTWERP-BEGROTING 2023 Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond AB 14 april 2022
INHOUDSOPGAVE 1. AANBIEDING......................................................................................................................... 1 Leeswijzer ................................................................................................................................. 4 Begrotingsproces conform Wet gemeenschappelijke regelingen....................... 4 2. PROGRAMMAPLAN ............................................................................................................ 6 2.1 Achtergrond en algemene kaders GRJR ................................................................. 6 2.2 Kaders voor deze begroting........................................................................................ 7 2.3 Doelstelling en inzet per opdracht ........................................................................... 8 3.PARAGRAFEN.....................................................................................................................
21 3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing ........................................................21 3.2 Financiering ....................................................................................................................23 3.3 Bedrijfsvoering...............................................................................................................24 3.4 Rechtmatigheid..............................................................................................................26 4. FINANCIËLE BEGROTING .............................................................................................. 29 4.1 Overzicht baten en lasten ..........................................................................................29 4.3 Financieel perspectief .................................................................................................37 4.3 Overige toelichtingen en overzichten ...................................................................37 5. VASTSTELLINGSBESLUIT.............................................................................................. 41 BIJLAGE GEMEENTELIJKE BIJDRAGEN (BIJLAGE BIJ PARAGRAAF 4.1.2) ......... 42
2
1. Aanbieding Met de begroting 2023 bepalen de samenwerkende gemeenten in de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR) de doelstellingen en middeleninzet voor de inkoop van specialistische jeugdhulp en de jeugdbeschermingsketen in de jeugdhulpregio Rijnmond. Ambitie en opdracht GRJR De gemeenten hebben samen een visie op de jeugdhulp: de Regiovisie Nabij en Passend. In regionaal (GRJR-)verband bouwen de gemeenten aan een “jeugdhulp-infrastructuur” die aansluit bij “sterke lokale infrastructuren”. Gemeenten zorgen zo dat gezinnen in hun leefomgeving ondersteuning en basishulp kunnen vinden die op elkaar aansluiten. En dat op het juiste moment zo nodig ook persoonsgebonden specialistische hulp komt. Om dit mogelijk te maken werken de gemeenten in de GRJR samen vanuit de ambitie om: 1. Regionale beschikbaarheid van persoonsgebonden hoog-complexe zorg te garanderen; 2. Deze zorg aan te laten sluiten op wat in de deelnemende gemeenten al geregeld is. Deze ambitie kan ook worden verwoord als het overzien en inrichten van een regionaal jeugdhulplandschap, waarin gezinnen en jeugdigen wanneer ze hulp nodig hebben op een geschikte plek terecht kunnen. Middeleninzet 2023 Bij het bepalen van de benodigde middelen voor de regionale beschikbaarheid van zorg moet rekening worden gehouden met diverse invloedrijke ontwikkelingen.
Regiovisie en inkoop 2023 De eerste grote uitdaging is om met het aanbod inhoudelijk aan te sluiten op de visie en inzet van de gemeenten. Hulp waarbij een kind in (een desnoods vervangende) thuissituatie kan blijven wonen heeft de voorkeur boven (al dan niet tijdelijk) verblijf in een instelling. Het zorgaanbod en de budgetopbouw moet aan deze verschuiving steeds beter gaan bijdragen. De nieuwe inkoopcontracten voor 2023 en verder zijn hier ook op gericht. Vanaf 2023 zijn delen van de eerder regionale inkoop overgeheveld naar lokale inkoop. Het gaat om bepaalde vormen van daghulp en ambulante jeugdhulp. Daarnaast zijn de verschuivingen vanwege de aanpassing van het woonplaatsbeginsel, met verschillende effecten per gemeente, meegenomen. De inzet van de jeugdhulp wordt echter bepaald door de praktijk van verwijzingen naar en toewijzingen van hulp. Dus zowel het aanbod van als de vraag naar zorg is volop in beweging. Met veel afstemming is de verdeling van de budgetten zo goed mogelijk gemaakt. Vanaf 2023 kopen de gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam specialistische jeugdhulp zelf in. In de begroting 2023 gaan we er dan ook vanuit dat zij geen regionaal ingekochte hulp inzetten. Op de hele begroting betekenen al deze aanpassingen-op-maat-per-gemeente een verlaging van grofweg €46,2 mln. De grootste wijzigingen zijn:
- €24,8 mln. uitname zorgkosten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam. - €20,1 mln. op-maat-per-gemeente bepaalde verschuivingen naar lokale inkoop.
Realistisch begroten De hoogte van de budgetten vormt op zichzelf de tweede uitdaging. Om tot een realistische begroting te komen, met minder tegenvallers achteraf, is ingeschat welke hulp in welke mate beschikbaar moet zijn. We zagen in de loop van de jaren over de hele linie van de jeugdhulp een toename van kosten. We zijn ons ervan bewust dat ombuigingen nodig zullen zijn, waarvoor de discussie rond de Hervormingsagenda Jeugd gaande is. Tegelijkertijd moeten de te verwachten kosten voor de noodzakelijke hulp behoedzaam maar wel realistisch worden ingeschat. Daarom gaan we voor 2023, naast eerdergenoemde beleidsmatige verschuivingen, ook uit van een trendmatige groei. Ook vindt indexatie naar het verwachte prijspeil 2023 plaats om de begroting realistisch te houden. De afgelopen jaren bleken de GRJR-begroting stelselmatig een onderschatting van de zorgkosten, waardoor ieder jaar aanzienlijke begrotingswijzigingen nodig waren en bij de jaarrekeningen tekorten optraden. Onderstaande grafiek laat dit zien:
Algemeen: de kostenstijging is voor een aanzienlijk deel het gevolg van inflatie en daaraan gekoppelde indexering van de budgetten. *) Voor 2022 is in de licht blauwe staaf de begrotingswijziging 2022 opgenomen. **) In de begroting 2023 zijn voor de vergelijkbaarheid de kosten MVS en de wijzigingen als gevolg van de nieuwe inkoop toegevoegd.
Alle ophogingen gezamenlijk betekenen een verhoging van de begroting met € 43,0 mln., tegenover de verlagingen van totaal €46,2 mln. Het saldo van alle aanpassingen is dus -€3,2 mln. De grootste verhogingen zijn: Aanpassing van zorgbudgetten naar realisatieniveau 2021 zodat de begroting realistischer wordt (+€ 17,1 mln., vóór indexatie). Hierbij is voor Ambulante hulp geen extra inzet voor wachttijden vanaf 2023 meegerekend. Maar ook de oude taakstellingen zijn niet meegerekend omdat die al deel zijn van de uitname naar lokale inzet. De
2
gemeenten ontvangen hiervoor in 2023 extra algemene uitkering van het rijk (in het kader van landelijke afspraken rond Hervormingsagenda); Een verruiming van de uitvoeringscapaciteit met het oog op de taakverzwaring van de UO, vooral waar het de communicatie, financiële beheersing en informatievoorziening over het zorglandschap betreft (+0,3 mln., bedrag vóór indexatie); Indexatie t.o.v. 2021 (+13,1 mln.), hiervoor ontvangen gemeenten accres in de algemene uitkering; Effect aanpassing woonplaatsbeginsel volgens opgave per gemeente (+€1,8 mln.). Hier tegenover staat voor de gemeenten een verhoging van de Algemene Uitkering met voor de regio per saldo ca. €14 mln. Zie ook risicoparagraaf. Anticiperen op trendmatige groei en krimp in de verschillende opdrachten op basis van de ontwikkeling over 2019 t/m 2021 (per saldo een groei met +€ 3,7 mln.). Verwerking eerdere besluiten: verhoging inzet voor Adolescentenstrafrecht en VTRR (bij elkaar +€ 3,0 mln.), dit is in december 2021 door het AB al besloten en wordt nu verwerkt in de begrotingen ‘22 en ‘23.
Samenwerking in de sturing Zoals de Regiovisie laat zien, kan de sturing op de jeugdhulp alleen in gezamenlijkheid worden vergroot. De financiële beheersing is voor 2023 een belangrijk speerpunt. Tot 2023 werd gewerkt met budgetplafonds. Dat versterkte de groei van wachtlijsten maar kostenstijging kon er niet mee worden voorkomen. Daarom is in 2021 besloten om vanaf 2023 met zulke plafonds te stoppen. Het contractmanagement door de GRJR richt zich op doeltreffend en doelmatig aanbod van jeugdhulp, zodat gemeenten ook daadwerkelijk kunnen toewijzen wat nodig is. Gemeenten en aanbieders zorgen dat de hulp goed loopt en delen snel en adequaat de benodigde gegevens. Als ze dat doen kan de GRJR de gemeenten doorlopend actuele informatie over gebruik en kosten verstrekken. Landelijke hervormingsagenda jeugd In 2021 is vastgesteld dat de gemeenten sinds de decentralisatie van de jeugdhulp in 2015 zo’n €1,7 miljard structureel tekortkomen. Dit was de start van een landelijk proces om te komen tot hervormingen in het jeugdstelsel. De beoogde Hervormingsagenda gaat over landelijke en/of lokale beleidswijzigingen die tot lagere kosten moeten gaan leiden. Deze agenda is er voorlopig nog niet. Er is dus ook nog niet bekend met welke wijzigingen rekening kan en moet worden gehouden voor de regionale jeugdhulpbegroting.
De hervormingsagenda overlapt naar verwachting deels met de in onze regio ingezette transformatie, zoals beoogd in de Regiovisie. In de uitgavenramingen is daarom wel alvast rekening gehouden met keuzes die nu al door gemeenten zijn gemaakt, om bijvoorbeeld praktijkondersteuners bij huisartsen te plaatsen zodat er regionaal minder specialistische ambulante hulp moet worden ingekocht. Dit geeft financiële ruimte voor gemeenten die goed van pas komt, aangezien in de contouren van de Hervormingsagenda een deel van het tekort door gemeenten zelf moet worden opgevangen met ombuigingen. ALGEMEEN BESTUUR Het Algemeen Bestuur behandelt de begroting in zijn vergadering van 1 juli 2022. 3
Leeswijzer Conform het Besluit Begroten en Verantwoorden provincies en gemeenten (BBV), dat ook voor gemeenschappelijke regelingen geldt, bestaat de begroting uit twee hoofddelen: de beleidsbegroting en de financiële begroting. De beleidsbegroting wordt gevormd door hoofdstuk 2 (het programmaplan) en hoofdstuk 3 (de paragrafen). Hoofdstuk 2 bevat het programma voor 2023 en beschrijft de inhoudelijke kaders voor de financiële begroting. In dit hoofdstuk wordt teruggegrepen op de in 2021 vastgestelde Kadernota 2023. Hoofdstuk 3 gaat in verschillende in het BBV verplichte paragrafen in op bedrijfsmatige aspecten zoals risico’s, bedrijfsvoering en rechtmatigheid. Hoofdstuk 4 is de financiële begroting.
Begrotingsproces conform Wet gemeenschappelijke regelingen Artikel 35 van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) geeft de procedure aan waarmee raden van deelnemende gemeenten worden betrokken bij de totstandkoming van de begroting. Geconcretiseerd voor de begroting 2023 is het proces als volgt: • Op 14 april 2022 behandelt het algemeen bestuur (AB) de ontwerp-begroting. • Het dagelijks bestuur (DB) zendt de ontwerp-begroting voor zienswijze toe aan de raden van de deelnemende gemeenten, waarbij deze acht weken in de gelegenheid worden gesteld hun zienswijze naar voren te brengen. • Binnen acht weken, uiterlijk 12 juni 2022, brengen de raden van de deelnemende gemeenten bij het DB hun zienswijze over de ontwerp-begroting naar voren. Het verzoek aan gemeenten is om de conceptzienswijzen al eerder te delen met de GRJR. • Uiterlijk 17 juni 2022 biedt DB de ontwerp-begroting met zienswijzen aan AB aan. • AB besluit op 1 juli 2022 definitief over de begroting. • Nadat deze is vastgesteld, zendt AB de begroting aan de raden van de deelnemende gemeenten, die bij gedeputeerde staten hun zienswijze naar voren kunnen brengen. • DB zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling, maar in ieder geval vóór 1 augustus 2022 aan gedeputeerde staten.
4
Hoofdstuk 2 PROGRAMMAPLAN
5
2. Programmaplan 2.1 Achtergrond en algemene kaders GRJR 2.1.1 Samen werken aan de jeugdhulp in Rijnmond De Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond is een samenwerkingsverband van vijftien gemeenten, te weten Albrandswaard, Barendrecht, Brielle, Capelle aan den IJssel, Goeree-Overflakkee, Hellevoetsluis, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Nissewaard, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen en Westvoorne.1 De GRJR voert door de gemeenten gedelegeerde taken uit. De deelnemende gemeenten besloten in 2014 om samen te werken in het openbaar lichaam GRJR om gemeenschappelijk de specialistische jeugdhulp in te kopen en jeugdbescherming en -veiligheid te bieden. Gemeenten willen beschikken over een aanbod dat tegemoetkomt aan de mogelijke hulpvraag. Door gezamenlijke inkoop en subsidiëring is de beschikbaarheid geregeld zonder dat vooraf het feitelijke gebruik gedetailleerd bekend is. Gemeenten kunnen daardoor samen een breder palet aan voorzieningen bieden dan iedere afzonderlijke gemeente zou kunnen. Dit bredere aanbod maakt een betere match tussen vraag en aanbod en een effectieve en efficiënte inzet van jeugdhulp, jeugdbescherming en -veiligheid mogelijk. 2.1.2 Ambities van gemeenten zijn leidend De GRJR heeft tot taak de gemeenschappelijke inkoop en subsidiëring zodanig vorm te geven dat lokale ambities kunnen worden gerealiseerd.
Alle deelnemende gemeenten hebben de regiovisie Nabij en Passend vastgesteld. Vanuit deze visie ontwikkelen de gemeenten en de GRJR de jeugdhulp en jeugdveiligheidsketen in Rijnmond. Zo was de visie leidend voor de regionale inkoopcontracten van specialistische jeugdhulp vanaf 1-1-2023 en voor de regionale inspanningen om de jeugdbeschermingsketen te verbeteren. De sturing op en coördinatie van de inzet van regionaal ingekochte jeugdhulp zijn taken van de individuele gemeenten. Een voorbeeld van beleidsmatige aansturing is de regioagenda bij de regiovisie, waar de gemeenten ieder lokaal verder invulling aan geven. Een voorbeeld van operationele sturing is de toewijzing van jeugdhulp en validatie van declaraties door de lokale teams. De uitvoeringsorganisatie faciliteert hierbij met contract- en accountmanagement, financiële afhandeling en informatievoorziening. 2.1.3 Taken van de GRJR De GRJR is volgens de Gemeenschappelijke regeling verantwoordelijk voor het uitvoeren van de bovenlokale taken door middel van: • Het contracteren en/of subsidiëren van aanbieders van jeugdhulp in het kader van de Jeugdwet; • Het contracteren en/of subsidiëren uitvoerders jeugdreclassering en jeugdbeschermingsmaatregelen in het kader van de Jeugdwet en het organiseren van een advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling (Veilig Thuis);
1 Per 1 jan 2023 fuseren de gemeenten Westvoorne, Brielle en Hellevoetsluis tot de gemeente Voorne aan Zee.
6
Het bevorderen van gezamenlijk overleg van de gemeenten inzake de uitvoering van de jeugdhulptaken, welke ingevolge de Jeugdwet aan de gemeenten zijn opgedragen. (Hieronder wordt ook begrepen het met informatievoorziening faciliteren van gemeenten in het leren van elkaar en het behartigen van gemeentelijke belangen.) De taken worden uitgevoerd met inachtneming van afspraken op bovenregionaal of landelijk niveau. •
2.2 Kaders voor deze begroting 2.2.1 Kadernota GRJR 2023 Op grond van artikel 34b van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) dient de GRJR jaarlijks de algemene financiële en beleidsmatige kaders aan de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten te sturen. Het algemeen bestuur van de GRJR heeft al in een vroeg stadium, bij besluit van 1 oktober 2021, de kaders voor de begroting 2023 aangegeven in de Kadernota GRJR 2023. De hierin vastgelegde begrotingsuitgangspunten zijn hieronder samengevat. De getalsmatige en financiële uitwerking en toelichting is opgenomen in hoofdstuk 4 Financiële begroting. Realistisch begroten •
• • •
De zorglasten worden realistisch geraamd en onderbouwd. (uitgangspunt 4). Waarbij aansluiting gezocht wordt op landelijke afspraken die van grote invloed zijn op de financiële kaders voor de afzonderlijke gemeenten. Het is daarbij niet de bedoeling dat budgettaire beperkingen bij gemeenten leiden tot een niet-realistische begroting voor de regionaal ingekochte/gesubsidieerde hulp (uitgangspunt 3). De verwachte verschuivingen als gevolg van het woonplaatsbeginsel (uitgangspunt 11). Er wordt voor 2023 eenmalig budget Aanpak Wachttijden gereserveerd; over de beschikbaarstelling aan aanbieders wordt pas op basis van projectrapportage beslist (uitgangspunt 12). Het Veilig Thuis-budget wordt reëel geraamd op basis van realistische volumeinschattingen (uitgangspunt 14).
Indexatie •
•
In de ontwerpbegroting vindt voorlopige indexatie van tarieven en budgetten plaats voor 90% met voorlopig OVA voorgaand jaar en voor 10% met PPC -prijsindex voorgaand jaar. Inmiddels zijn de percentages bekend: Voorlopige Ova 2022 3,87%, inclusief extra verhoging met 1,13% voor extra lonen in de zorg. PPC index 2022 1,83% (uitgangspunt 16) In de begroting vindt indexatie van uitvoeringskosten plaats conform richtlijn van de deelnemende gemeenten. Inmiddels is het percentage waarmee de ontwerpbegroting wordt opgesteld bekend: Brief van de gemeenten uitvoeringskostenindex 4,80%. Dit is inclusief correcties van te lage percentages eerdere jaren. (uitgangspunt 17)
Inkoop 2023 en werken met twee inkoopmodellen (MVS) • •
De raming voor Dagbehandeling en Ambulante hulp gaan uit van lokale inzet buiten de GRJR, tenzij (uitgangspunt 8). De zorglasten A t/m F aan jeugdigen MVS, en bijbehorende inleg van MVS, niet door de GRJR begroot (uitgangspunt 6).
Jeugdbeschermingstaken wettelijk /niet-wettelijk scheiden •
In de begroting wordt onderscheid gemaakt tussen kosten GI’s in verband met wettelijke en niet-wettelijke taken (zoals Crisis Interventie Team en Zorg Bemiddeling Teams) (uitgangspunt 13).
Overige uitgangspunten • • •
Het budget innovatie wordt beschikbaar gehouden (uitgangspunt 1). Het afzonderlijke budget Programmateam Regioagenda wordt gecontinueerd en zo nodig aangepast (uitgangspunt 2). Het budget Organisatiekosten wordt opnieuw onderbouwd. Hierbij wordt rekening gehouden met de inkoopstrategie (knip MVS), de basistaken en ambitieniveau voor GRJR-taken op basis van de Regiovisie en Regioagenda. (uitgangspunt 15). Er wordt rekening gehouden met kosten van (het organisatorische waarborgen van) regionale monitorings- en verantwoordingsafspraken (uitgangspunt 7). 7
2.2.2 Aansluiting op Regiovisie Een gemeente heeft op grond van de Jeugdwet de verplichting om een jeugdige: a. Gezond en veilig op te laten groeien; b. In staat te stellen te groeien naar zelfstandigheid; c. In staat te stellen voldoende zelfredzaam te zijn en mee te doen in de maatschappij; d. En hiertoe een verordening op te stellen die het aanbod aan individuele en overige voorzieningen jeugdhulp op een voor de Jeugdige onderscheidende wijze beschrijft. In de uitvoering van deze verplichting is een fijnmazige ondersteuningsstructuur ontwikkeld die voorziet in de nodige hulp. Dit systeem heeft als doel om gezinnen die belemmeringen in de opvoeding en ontwikkeling van hun kinderen ondervinden op een zo vroeg mogelijk moment te ondersteunen en waar nodig zwaardere hulp in te zetten. De ondersteuningsstructuur kent grofweg een vierdeling: 0e lijn, vrijwilligers, welzijnsorganisaties, sport- en beweegaanbieders, onderwijs etc.; 1e lijn, het Lokale Team als uitvoerder van basishulp. Dit binnen het sociaal domein en in samenwerking met andere wettelijke verwijzers in de jeugdhulp.
Naast de basishulp voor jeugdigen is een Lokaal Team verantwoordelijk voor intensieve vrijwillige hulp (IVH), laag-intensieve begeleiding van gezinnen met chronische problematiek en biedt ook hulp voor zorgmijders; 2e lijn; vormen van zorg waarvoor een nadere opdracht/toewijzing vanuit het Lokale Team of verwijzing nodig is; 3e lijn; vormen van landelijk gecontracteerde (zgn. LTA-)zorg dat niet is opgenomen in de bovenstaande 2de lijn. De GRJR zorgt voor het aanbod van ondersteuning, hulp en zorg door aanbieders van 2elijns jeugdhulp, die vanuit de Jeugdwet geboden moet worden. De GRJR realiseert het aanbod van specialistische jeugdhulp door regionale inkoop, plus aanvullende inzet van buiten-regionale maatwerkvoorzieningen en landelijk ingekochte voorzieningen. Jeugdbescherming en -reclassering en Veilig Thuis wordt door middel van subsidiëring mogelijk gemaakt. Waar aanvullend nodig worden subsidies verleend. Een voorbeeld daarvan is de inzet van Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond voor het leveren van zorgbemiddeling tussen de diverse gecontracteerde aanbieders.
2.3 Doelstelling en inzet per opdracht In de Regiovisie wordt beschreven dat met de taken van de GRJR een “aansluitende regionale infrastructuur”wordt beoogd. Ook is in grote lijnen aangegeven wat daarmee inhoudelijk bedoeld wordt. De GRJR dient te zorgen voor vijf zogenoemde bouwstenen: 1. Zorgbemiddeling (zie 2.3.8) 2. Flexibele inzet van ambulante specialistische hulp (zie 2.3.1) 3. Vaker pleegzorg en gezinshuizen als alternatief voor residentiële zorg (zie 2.3.3); 4. ‘Afbouw van bedden’ (zie 2.3.4 en 2.3.5); 5. Integrale crisiszorg en casusregie als de veiligheid in geding is (zie 2.3.6)
8
Onderstaand wordt uitgewerkt hoe dit invulling krijgt. De volgorde in deze toelichting is in lijn gebracht met de prioriteiten in het beleid en de samenhang tussen de verschillende onderdelen: Ambulante hulp -> Daghulp -> Pleeghulp -> Langdurig verblijf -> Opname met behandeling -> Niet regionaal ingekochte hulp. 2.3.1 Ambulante hulp (opdracht E) Wat willen we bereiken Begrotingsdoelstelling is, dat gemeenten in de thuissituatie aan de jeugdige die wordt beperkt in zijn functioneren de nodige behandeling en ondersteuning kunnen geven. De jeugdige leert omgaan met een mogelijke blijvende beperking in het functioneren, gericht op het vergroten en/of behoud van de zelfredzaamheid en/of voorkomen van terugval. Perspectief daarbij is een zekere mate van herstel, vermindering of stabilisatie van de problematiek. De zwaarste vormen van ambulante hulp zijn bedoeld om een opname van de jeugdige te voorkomen of vervangen. De inzet van deze vormen van ambulante hulp hangen nauw samen met de beoogde afbouw in opdracht B (Opname). Opdracht E Jaar
Aantal toewijzingen
Aantal jeugdigen
Weektarief
Toewijzingsduur in weken
2019
12.887
10.212
210
47
2020
11.108
8.432
228
51
2021*
11.020
8.259
251
51
*aantallen kunnen nog wijzigen door toewijzingen die met terugwerkende kracht worden doorgegeven aan de UO. Bron: Dashboard GRJR
Wat gaan we daarvoor doen De ingekochte hulp en ondersteuning is flexibel in tijd, intensiteit en specialisme. De hulp en ondersteuning wordt gericht op en (zoveel als mogelijk) uitgevoerd in het gebied waar de jeugdige leeft. De hulpverleners zijn bekend met dat gebied en de partners in dat gebied. Ze zorgen samen met het Lokale Team voor continuïteit in de hulpverlening. Onder ambulante hulp vallen ook multidisciplinaire teams, zoals SPAN en FACT, die door het Lokale Team (of een andere wettelijke verwijzer als casusregisseur) snel en integraal worden ingezet. Indien nodig is de hulp 24 uur per dag, 7 dagen per week beschikbaar of zijn afspraken gemaakt met de aanbieder van Crisishulp en kan snel geschakeld worden bij acute situaties. Extramurale vormen van hulp voor jeugd met een beperking zitten vanaf 2023 niet meer in het regionaal ingekochte aanbod. De afgelopen jaren zijn voor ambulante hulp lange wachttijden ontstaan en verder opgelopen door de Corona-impact. De GRJR zette in 2021 en 2022 extra geld in om de gemiddelde wachttijd weer onder de zogenaamde Treeknorm te brengen. In de loop van 2022 moet blijken of er ook na 2022 extra geld nodig zal blijven om structureel de wachttijden beperkt te houden. Daarmee is in de begroting 2023 geen rekening gehouden.
9
Wat mag het kosten Realisatie JR 2019
Realisatie JR 2020
Voorlopige verwachte realisatie 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
€ 43.864.000
€ 42.168.000
€ 46.963.000
€ 54.966.783
€ 28.753.967
De grootste verlaging van het budget voor opdracht E komt door uitname MVS (-€5,4 mln.) en verschuiving naar lokale inkoop (-€12,9 mln.). 2.3.2 Daghulp (D) Wat willen we bereiken Begrotingsdoelstelling is dat gemeenten dagbehandeling kunnen geven aan jeugdigen: met gedragsproblematiek waarvan nog niet bekend is wat het is; met een medisch probleem en ontwikkelingsproblemen die daarvoor dagbehandeling en verpleegkundige zorg nodig hebben; die (hoog) specialistische SGGZ-dagbehandeling nodig hebben. Er wordt zo veel mogelijk ambulant gewerkt samen met school en thuis. Dagbehandeling is aanvullend. Perspectief van daghulp is een zekere mate van herstel, vermindering of stabilisatie van de problematiek is, en/of dat de jeugdige vaardigheden vergroot en/of behoudt. Opdracht D Jaar
Aantal toewijzingen
Aantal jeugdigen
Weektarief
Toewijzingsduur in weken
2019
1.223
1.017
662
41
2020
1.230
995
697
43
2021*
1.478
1.163
752
43
*aantallen kunnen nog wijzigen door toewijzingen die met terugwerkende kracht worden doorgegeven aan de UO. Bron: Dashboard GRJR
Wat gaan we daarvoor doen De ingekochte hulp wordt bij voorkeur naschools of in de schoolsituatie aangeboden, zodat de jeugdige op school kan blijven meedoen. Voor jongere kinderen wordt samengewerkt met kinderdagverblijven (KDV). Voor kinderen die niet naar een KDV gaan wordt de jeugdhulpdiagnosestelling gekoppeld aan de reguliere screening in het (speciaal) basisonderwijs, zodat ook dan vroegtijdig hulp geboden kan worden. De daghulpaanbieders hebben een ontwikkelopdracht die aansluit op afspraken met samenwerkingsverbanden uit het onderwijs, het ‘voorveld’ en het Centrum voor Jeugd en Gezin om de uitstroom te bevorderen vanuit dagbehandeling richting (speciaal) onderwijs en bijvoorbeeld welzijns- en jongerenwerk en vrijwilligers rond de jeugdige. Gemeenten kopen vanaf 2023 meer lokale vormen van daghulp in, zoals vervanging van onderwijs, 10
combinaties van behandeling en onderwijs, naschoolse opvang, dagbehandeling gericht op werk, het daghulp aanbod voor de doelgroep Jeugd met een beperking en chronische GGZproblematiek (zoals oude AWBZ-GGZ-doelgroep of uitbehandeld autisme). Hiermee is in de GRJR-begroting 2023 rekening gehouden. Onder meer schoolvervangende dagbehandelingen en dagbehandelingen gericht op werk (16+) zitten vanaf 2023 niet meer in het regionaal ingekochte aanbod. Wat mag het kosten Realisatie JR 2019
Realisatie JR 2020
Voorlopige verwachte realisatie 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
€ 13.793.000
€ 14.511.000
€ 18.894.000
€14.415.377
€10.886.264
De belangrijkste verlaging van het budget voor opdracht D komt door uitname MVS (-€2,3 mln) en verschuiving naar lokale inkoop (-€8 mln.). 2.3.3 Pleeghulp (A) Wat willen we bereiken Ambulante hulp en daghulp in het oorspronkelijke gezin zijn niet altijd de oplossing. Begrotingsdoelstelling is dat gemeenten pleegzorg kunnen geven als het wonen in de thuissituatie niet mogelijk is. Het pleeggezin is de nieuwe woonomgeving voor het kind. Opdracht A Jaar 2019
Aantal toewijzingen
Aantal jeugdigen
Weektarief
2.425
2.070
245
Toewijzingsduur in weken 132
2020
2.687
2.129
247
142
2021*
2.677
2.129
259
138
*aantallen kunnen nog wijzigen door toewijzingen die met terugwerkende kracht worden doorgegeven aan de UO.
Wat gaan we daarvoor doen De ingekochte pleegzorg houdt rekening met de identiteit van een kind. Daarom heeft bij de keuze voor pleegzorg de inzet van een netwerk-pleeggezin de voorkeur. Daarnaast is het streven om die nieuwe woonomgeving dichtbij de oude te realiseren. Daarmee kan de band met ouder(s), broers/zussen, school, sport en buurt worden gecontinueerd. Er zijn ook situaties waarin juist afstand van oorspronkelijke omgeving en gezin gewenst is. Om de continuïteit te waarborgen is pleegzorgbegeleiding en indien nodig direct bij te schakelen ambulante hulpverlening beschikbaar. De gemeenten willen vaker pleeghulp inzetten in plaats van hulp met verblijf. Speciale aandacht is nodig voor pleegzorg in de leeftijdscategorie 14 jaar tot 21 jaar. Gemeenten en aanbieders zetten zich in voor het vergroten van het aantal pleegouders. Voor de benodigde 11
groei van het aanbod is in de begroting rekening gehouden met een hoger budget. Als geen pleeggezinnen in de nabijheid zijn, kan een gezinshuis een goed alternatief vormen (zie onder langdurig verblijf). Wat mag het kosten Realisatie JR 2019
Realisatie JR 2020
Voorlopige verwachte realisatie 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
€ 21.348.000
€ 23.299.000
€ 22.880.000
€24.297.530
€26.009.879
De belangrijkste verhoging van het budget voor opdracht A komt door groeiambitie 2022 en trendmatige groei (+€2,5 mln.), inkoopeffect groei A/krimp B (+€2 mln.). 2.3.4 Langdurig verblijf (C) Wat willen we bereiken Begrotingsdoelstelling is dat gemeenten langdurig verblijf kunnen geven aan een jeugdige, als het niet lukt om terug te keren naar de thuissituatie of een pleeggezin. Het gaat om kinderen met ernstige problematiek, veroorzaakt door bijvoorbeeld verstoorde gehechtheid, trauma, autisme, getuige of slachtoffer zijn van huiselijk geweld, seksueel misbruik of andere vormen van mishandeling en/of verwaarlozing. Door een ernstig verstoorde basis ontstaan achterstanden in de sociaal- en emotionele ontwikkeling en vaak ook een psychische stoornis die leidt tot (ernstig) afwijkend gedrag. Mede hierdoor kunnen deze jeugdigen niet terecht bij een netwerk- of pleeggezin. Ze hebben een integrale combinatie van vervangende opvoeding en begeleiding nodig. Het perspectief is gericht op maximaal (ondersteunen tot) zelfstandig wonen, doen wat je zelf kan en (tijdelijke) overname daar waar het zelf niet lukt. De hulp is gericht op meedoen in de maatschappij. Opdracht C Jaar 2019
Aantal toewijzingen
Aantal jeugdigen
Weektarief
399
328
1.122
Toewijzingsduur in weken 54
2020
409
318
1.237
61
2021*
436
325
1.334
59
*aantallen kunnen nog wijzigen door toewijzingen die met terugwerkende kracht worden doorgegeven aan de UO. Bron: Dashboard GRJR
Wat gaan we daarvoor doen Bij het ingekochte langdurig verblijf ligt de focus op een stabiele bekende plek, rust en regelmaat en passende dagbesteding en onderwijs. Mogelijke vormen zijn: C1: Gezinshuizen (en kleinschalige groepen, voorheen C4) C2: Kamertraining (en begeleid zelfstandig wonen) C3: Beschermd wonen
12
Opvang in een kleinschalige woonvorm of gezinshuis is bedoeld voor kinderen tot 12 jaar, die het beste thuis of in een pleeggezin kunnen opgroeien, maar waarbij dat niet mogelijk is. Een gezinshuis kan ook een goed alternatief vormen als er geen pleeggezin in de nabijheid is. Bij het langdurige verblijf kan ook behandeling of intensieve begeleiding worden ingezet. Deze ondersteuning krijgt de jeugdige in de instelling waar deze verblijft. Voor de oudere jeugdige kan ook kamerbewoning of beschermd wonen in beeld komen. In de regio wordt toegewerkt naar minder kinderen in behandeling met verblijf (zie 2.3.5), een kind plaatsen in behandeling met verblijf is de laatste ultieme inzet. Het aanbod van kleinschalige alternatieven wordt vergroot, waardoor er meer afschalingsmogelijkheden zijn in een doorgaande lijn, met zo min mogelijk plaatsingen in opnamesettings en landelijk gecontracteerde voorzieningen (LTA). Wat mag het kosten Realisatie JR 2019
Realisatie JR 2020
Voorlopige verwachte realisatie 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
€ 8.688.000
€ 10.519.000
€ 13.455.000
€10.779.589
€26.157.715
De grote stijgingen in het budget voor Langdurig verblijf (C) zijn: budget opgetrokken naar realisatieniveau 2021 (+€3 mln.), doorgetrokken trendmatige groei/verschuiving van B naar C (+€5,3 mln.), inkoopaanpassingen waaronder verschuiving van ASR naar C (+€4,5 mln.), indexatie (+€1,3 mln.) en eerste geïnventariseerd effect aanpassing woonplaatsbeginsel (+€1,6 mln.). 2.3.5 Behandeling met verblijf / Opname (B) Wat willen we bereiken Begrotingsdoelstelling is dat gemeenten, als het echt nodig is, een jeugdige kunnen behandelen in combinatie met vervangende opvoeding en daghulp/dagbesteding. Het perspectief is het (weer) thuis kunnen wonen binnen een afzienbare periode. Hierbij wordt gekeken naar de opvoedsituatie en wat de ouders en het gezin nodig hebben om een terugkeer mogelijk te maken en de opvoeding zelf weer op te kunnen pakken en daarmee ook de terugkeer naar (passend) onderwijs kan plaatsvinden. Opdracht B Jaar 2019
Aantal toewijzingen
Aantal jeugdigen
Weektarief
1.467
1.019
2.321
Toewijzingsduur in weken 43
2020
1.378
931
2.485
46
2021*
1.408
907
2.672
44
*aantallen kunnen nog wijzigen door toewijzingen die met terugwerkende kracht worden doorgegeven aan de UO. Bron: Dashboard GRJR
13
Wat gaan we daarvoor doen De ingekochte behandeling met verblijf is in verschillende vormen beschikbaar: B1: lichte behandeling met verblijf (opname) B2: gesloten jeugdhulp / jeugdzorg+ B3: zwaardere behandeling met verblijf (opname intensieve behandeling) B4: zwaardere behandeling in gedwongen/gesloten kader (gesloten behandelsetting). Door het vergroten van het aanbod van langdurige verblijfsvormen (zie 2.3.4) kunnen kinderen vanuit een behandelopname sneller doorstromen. Met alle betrokken zorgaanbieders wordt gewerkt aan het creëren van een dekkend zorglandschap, maar ook overbruggingszorg, betere afschaling en snellere doorstroom. Opname-voorkomende en opname-verkortende trajecten staan daarin centraal. Landelijk en bovenregionaal wordt gewerkt aan verdere transformatie van de gesloten jeugdzorg (JH+), met meer ambulante hulp en kleinschalige (tijdelijke) woonvormen voor jeugdigen met een “gesloten machtiging”. Richtpunt is de motie “Beweging naar 0”. Het betreft een complex terrein met grote bestuurlijke en financiële verwevenheden over veel jeugdhulpregio’s heen. Inmiddels hebben de rijksoverheid en de VNG een landelijke rol opgenomen om voor eind 2022 een kader te hebben liggen voor de toekomst van de JH+. Wat mag het kosten Realisatie JR 2019
Realisatie JR 2020
Voorlopige verwachte realisatie 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
€ 64.310.000
€ 62.647.000
€ 59.145.000
€58.990.207
€48.886.623
De belangrijkste verlaging van het budget voor opdracht B kom door uitname MVS (-€8,4 mln.), inkoopeffect groei A/krimp B (-€2 mln.) en doorgetrokken trendmatige krimp (-€4,7 mln.). 2.3.6 Crisiszorg: Crisishulp (F), Crisis Interventie Team (G) en GGZ-crisisdienst (I4) Wat willen we bereiken Begrotingsdoelstelling is dat crisishulp beschikbaar is wanneer nodig. Daarbij is het doel om te komen tot één toegang tot crisishulp. Doel is ook om crisishulp tot een minimum terug te brengen door tijdige beschikbaarheid van reguliere hulp. In de regiovisie is dit omschreven als bouwsteen “Integrale crisiszorg en casusregie als de veiligheid in geding is”. Wat gaan we daarvoor doen De toegang tot crisishulp wordt gevormd door het Crisis Interventie Team waarin ook GGZexpertise is gewaarborgd. Dit wordt door subsidiëring van Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond en de acute diensten van GGZ Delfland gerealiseerd. Als de crisismelding nieuwe instroom betreft, wordt op basis van de beoordeling van het crisisteam direct passende hulp georganiseerd. De gecontracteerde systeemaanbieders 14
organiseren hiervoor een gezamenlijk coördinatiepunt waarin een plaatsingscoördinator is ondergebracht. Crisishulpverlening kan bestaan uit snelle en intensieve begeleiding in de thuissituatie (ambulante crisishulp), tijdelijk verblijf in het eigen netwerk of een pleeggezin (crisispleegzorg) of crisisopvang/crisisopname in een instelling (crisisopvang). De hulp bij crisis is per definitie kortdurend (maximaal 4 tot 8 weken). Spoedhulp valt niet onder crisishulp. Er wordt geen crisishulp geboden aan bestaande cliënten van systeemaanbieders; zij moeten in staat zijn om passende vervolghulp te regelen binnen de keten van jeugdhulp. Door deze wijziging vanaf 2023 zal instroom in crisishulp afnemen. Crisis Interventie Team (CIT) Kinderen die acuut in hun veiligheid bedreigd worden krijgen ondersteuning van het CIT. Politie, ziekenhuizen, huisartsen, scholen, hulpverleners, maar ook ouders en kinderen zelf kunnen contact opnemen met het CIT. Het CIT treedt op in crisissituaties en kan direct de noodzakelijke hulp inzetten. In 2020 is het aantal crisisinterventies afgenomen ten opzichte van de jaren daarvoor. Corona heeft wellicht een effect gehad omdat er minder meldingen zijn gedaan door de preventieve inzet van de lokale teams. Het aantal huisverboden is gelijk gebleven met het niveau van 2019 (617).
GGZ-crisisdienst De GGZ-crisisdienst van Parnassia en GGZ Delfland is alleen bereikbaar voor huisartsen, politie, centrum eerste hulp of andere hulpdiensten. De 7x24 uur crisisdienst bestaat uit een team van artsen en sociaal-psychiatrisch verpleegkundigen. Zij beoordelen of en zo ja welke acute psychiatrische hulp moet worden geboden. Beide zorgaanbieders volgen hierbij de uitgangspunten van de Generalistische Module Acute Psychiatrie. Dit betreft (1) een eerste direct contact (< 24 uur), en (2) maximaal 3 dagen acute zorg voor beoordeling, triage en eventueel doorverwijzing naar vervolg (crisis)hulp. Het team van de crisisdienst doet zelf geen seriebehandeling. Wat mag het kosten Realisatie JR 2019
Realisatie JR 2020
Voorlopige verwachte realisatie 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
€ 9.153.000
€ 8.431.000
€ 8.644.000
€9.655.598
€8.502.244
2.3.7 Niet-regionaal ingekochte jeugdhulp (I) Buitenregionale plaatsingen (BRP) Wat willen we bereiken De subsidie voor buitenregionale plaatsingen is bedoeld voor de financiering van jeugdhulpplaatsingen bij zorgaanbieders buiten de regio. 15
Wat gaan we daarvoor doen Deze begrotingspost bestaat uit twee vormen van buitenregionale plaatsingen, namelijk buitenregionale pleegzorgplaatsingen via Enver en individuele maatwerkcontracten met niet-gecontracteerde jeugdhulpaanbieders van buiten de regio. Wat mag het kosten Realisatie JR 2019
Realisatie JR 2020
Voorlopige verwachte realisatie 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
€ 976.000
€ 2.485.000
€ 2.194.000
€1.770.408
€2.167.119
De hoogte van de uitgaven aan buitenregionale plaatsingen is al jaren redelijk constant, al lijkt een tendens zichtbaar van meer pleegzorgplaatsingen buiten de regio, conform ambities. (Zie ook jaarverslag 2020.) Landelijke inkoop (LTA) Wat willen we bereiken Vanuit het Rijk zijn wat betreft een aantal zeer specialistische zorgvoorzieningen aanvullende afspraken gemaakt voor landelijke inkoop. Hiermee komt via landelijke contracten aanvullende aanbod van hoogspecialistische jeugdhulp beschikbaar. Wat gaan we daarvoor doen De VNG sluit contracten met jeugdhulpaanbieders namens alle gemeenten. Uitgangspunt hierbij is dat er sprake is van weinig cliënten en een landelijke spreiding. Daarnaast is er een aantal functies die weliswaar niet rechtstreeks zorg voor jeugd raken maar wel randvoorwaardelijk zijn voor het functioneren van het stelsel rondom jeugdhulp. Ten aanzien van het LTA geldt dat de kosten moeilijk te beïnvloeden zijn omdat de verwijzing doorgaans verloopt via huisartsen of medisch specialisten. De lokale teams zijn daar meestal niet bij betrokken. Wat mag het kosten Realisatie JR 2019
Realisatie JR 2020
Voorlopige verwachte realisatie 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
€ 10.698.000
€ 13.533.000
€ 15.810.000
€12.389.383
€16.982.341
16
Adolescenten Strafrecht (ASR) Wat willen we bereiken In het kader van het adolescentenstrafrecht (ASR) kan een rechter of reclasseringsmedewerker een hulpverleningstraject opleggen. Vanwege de leeftijd van deze jeugdigen (18-23) en hun ondersteuningsbehoefte wordt hiertoe dan een maatwerkcontract afgesloten. Deze zorgkosten zijn vanaf 2023 mee ingekocht in de opdrachten A t/m E en worden daarom niet meer afzonderlijk begroot. Wat gaan we daarvoor doen De kosten van deze trajecten stijgen. Dit komt omdat meer jongeren worden veroordeeld volgens het adolescentenstrafrecht, de problematiek zwaarder wordt, de lange duur van trajecten en doordat uitstroom soms lastig is door het ontbreken van huisvesting. Wat mag het kosten Realisatie JR 2019
Realisatie JR 2020
Voorlopige verwachte realisatie 2021
Begroting 2022
€ 772.000
€ 1.912.000
€ 2.262.000
€1.975.549
Begroting 2023
2.3.8 Zorgbemiddeling en Niet-wettelijke taken GI’s (G) Wat willen we bereiken Begrotingsdoelstelling is dat de Zorgbemiddeling functioneert “met een integrale blik en kennis bundelt vanuit in ieder geval: jeugdhulp, GGZ, LvB, sociaal domein en veiligheid.” De zorgbemiddelingstafels willen we samen met de zorgaanbieders, de gemeenten en de partners vanuit Veiligheid doorontwikkelen naar een onafhankelijk expertiseteam. Deze bouwsteen van de Regiovisie wordt verder uitgewerkt en uitgevoerd. Wat gaan we daarvoor doen Bij de Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond zijn (naast de wettelijke taken) diverse aanvullende (niet-wettelijke) taken gelegd: Zorgbemiddeling Kennis- en Service Centrum voor Diagnostiek Daarnaast is er niet-wettelijke inzet op Crisis Interventie Team (hierboven al toegelicht onder ‘Crisiszorg’). In 2023 voert JBRR ook nog de restanten van de niet-wettelijke taak IVH uit: de verlengde drangtaken en een aantal casussen die de gemeenten nog te ingewikkeld vinden.
17
Zorgbemiddeling De zorgbemiddeling wordt tot nader order verzorgd door de JBRR. Kennis- en Servicecentrum voor Diagnostiek (KSCD) Het KSCD is een zelfstandig organisatieonderdeel binnen JBRR dat voor de GI’s onder andere diagnostisch onderzoek uitvoert en instemmingsverklaringen voor gesloten plaatsingen afgeeft. Wat mag het kosten Maakt deel uit van subsidie Jeugdbescherming/Jeugdreclassering (zie 2.3.9). 2.3.9 Wettelijk taken Jeugdbescherming en jeugdreclassering (G) Wat willen we bereiken Begrotingsdoelstelling is dat in de regio Rijnmond jeugdbescherming- en jeugdreclassering plaatsvindt door uitvoering van de wettelijke taken. De focus ligt op de dwang producten (Ondertoezichtstelling, Jeugdreclasseringen, voogdij), met als doel dat jeugdigen en ouders kwalitatief goede hulp en ondersteuning krijgen, zonder wachttijden of een wachtlijstaanpak. Wat gaan we daarvoor doen Vanaf 2015 worden de wettelijke jeugdbescherming en jeugdreclasseringstaken (JB/JR) uitgevoerd door gecertificeerde instellingen (GI’s) die aan het normenkader JB/JR voldoen. Dit normenkader stimuleert en ondersteunt de instellingen om continu de kwaliteit van de eigen organisatie te verbeteren en te borgen. Het normenkader heeft daarnaast als doel dat de rechtsgelijkheid en rechtszekerheid voor jeugdigen en het gezin worden geborgd.
Binnen de regio Rijnmond wordt het grootste deel van de maatregelen JB/JR uitgevoerd door de GI Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (JBRR). JBRR is ook opdrachtgever voor de taken die door de William Schrikker Stichting (WSS) worden uitgevoerd. Het Leger des Heils Jeugdbescherming en -Reclassering (LJ&R) is ook een aanbieder in de regio Rijnmond. In het kader van de vereenvoudiging van de Jeugdbeschermingsketen is er een toekomstscenario kind- en gezinsbescherming in opdracht van de ministeries van J&V, VWS en VNG ontwikkeld. Het toekomstscenario waarin de komende jaren invulling wordt gegeven schetst het perspectief hoe de Jeugdbeschermingsketen slimmer en effectiever er uit kan zien, waarbij kind en gezin centraal staan. Wat mag het kosten Realisatie JR 2019
Realisatie JR 2020
Voorlopige verwachte realisatie 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
€ 44.989.000
€ 44.723.000
€ 47.848.000
€45.801.711
€46.508.931
18
2.3.10 Veilig Thuis (H) Wat willen we bereiken Begrotingsdoelstelling is invulling geven aan de wettelijke verplichting om op bovenlokaal niveau een Advies en Meldpunt huiselijk Geweld en Kindermishandeling te organiseren. Wat gaan we daarvoor doen Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond is een zelfstandige stichting die aan de wettelijke verplichting invulling geeft. De organisatie ontvangt meldingen over mogelijke situaties van huiselijk geweld en/of kindermishandeling en zorgt vervolgens indien nodig voor voorwaarden en vervolgstappen om veiligheid te brengen in die situatie. Mede als vrucht van de landelijke campagnes, persaandacht en de chatfunctie die de VTRR sinds medio 2020 (start Coronacrisis) uitvoert is een gestage stijging zichtbaar in het aantal adviesvragen. In Q1 2021 heeft de stijging doorgezet en zien we ook een stijging in het aantal meldingen. Door diverse efficiencyslagen, aanpassingen in het werkproces en samenwerkingsafspraken met partners heeft Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond tot nu toe ingezet op het verwerken van de stijgende instroom binnen de begroting. Gezien de gestage stijging is vanaf 2022 een ophoging van de subsidie nodig gebleken. Wat mag het kosten Realisatie JR 2019
Realisatie JR 2020
Voorlopige verwachte realisatie 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
€13.943.147
€ 16.152.000
€ 16.375.000
€16.700.104
€19.034.944
19
Hoofdstuk 3 PARAGRAFEN
20
3.Paragrafen Met de invoering van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) in 2004 is met betrekking tot de verslaggeving een aantal verplichte paragrafen (beleidsuitgangspunten van beheersmatige activiteiten) voorgeschreven, te weten: lokale heffingen; verbonden partijen; onderhoud kapitaalgoederen; weerstandsvermogen en risicobeheersing; grondbeleid; financiering en bedrijfsvoering. Niet alle paragrafen zijn van toepassing voor Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond.
3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing De begroting 2023 is gebaseerd op veel aannames die samen met de deelnemende gemeenten zijn gekozen. De risico’s op overschrijding liggen direct bij de deelnemende gemeenten. Er vindt geen verevening van risico’s (voorheen door middel van de vlaktaks) meer plaats. De GRJR houdt zelf geen weerstandsvermogen aan. De risicobeheersing is een samenspel tussen GRJR en gemeenten. De GRJR stuurt op tijdige, juiste en volledige data-aanleveringen van gemeenten en zorgaanbieders om een actueel beeld te kunnen geven van de ontwikkeling van zorggebruik en -kosten. Contractmanagement richt zich op de nakomen van verantwoordelijkheden van aanbieders in het proces. De gemeenten versterken hun casusregie en daarmee hun grip op de inzet aan het door de GRJR beschikbaar gestelde aanbod van jeugdhulp. In het verleden werd een budget Risico’s jeugdhulp begroot. Vanaf 2023 is dat vervallen vanwege de gewijzigde samenwerking tussen GRJR en gemeenten. Voor deze begroting zijn de volgende hoofdrisico’s onderscheiden:
1
2
3
Risico Uitgangspunt realisatieniveau 2021 Hogere zorgkosten A t/m E, doordat het productieniveau 2021, is bepaald op basis van onvolledige data per 1 februari 2022, terwijl de uitgaven hoger blijken volgens de definitieve data per 1 april 2022 die in de definitieve jaarrekening worden verwerkt. Trendmatige ontwikkeling, verschuiving naar lokaal en impact transformatie Hogere zorgkosten door onderschatting van Trendmatige stijging en/of Inzet van lokaal aanbod en/of Impact van transformatiemaatregelen
Omvang PM
Effect aanpassing woonplaatsbeginsel Hogere zorgkosten A t/m E doordat de gevolgen van aanpassing woonplaatsbeginsel niet volledig in beeld zijn en daardoor
€12 mln.
€0
Beheersingsmaatregel De jaarstukken ‘21 worden definitief in juli. Daaruit zal de mate van afwijking blijken. Als dit als onderschatting vervolgens bevestiging krijgt bij de in tweede kwartaalafsluiting, dan wordt een begrotingswijziging overwogen. De gemeenten hebben voor 2023 extra middelen ontvangen vanwege de tekorten in de jeugdhulp. De trendmatige ontwikkeling is nu in de begroting meegenomen. De voorgenomen maatregelen vanuit de in ontwikkeling zijnde Hervormingsagenda zijn gericht op het ombuigen van deze uitgaventrend. Indien beleidsmatige lijnen bekend zijn voor de definitieve begrotingsbehandeling kan dit alsnog worden betrokken in het meerjarenperspectief. Er is €1,8 mln opgenomen op basis van informatie per gemeente. Landelijke berekeningen zijn ca. €14 mln per saldo voor de regio. De gemeenten hebben
21
4
5
onvoldoende zijn meegenomen in de ramingen. Hieronder ook het risico op hogere kosten van hulp die tegen hogere tarieven moet worden gecontinueerd. Overloop naar niet regionaal gecontracteerd aanbod Hogere kosten voor buitenregionale plaatsingen en landelijk gecontracteerde hulp doordat regionaal aanbod ontoereikend of onderbenut is. Continuïteit aanbod Faillissement(sdreiging) aanbieders in het bijzonder aanbieders van gesloten jeugdhulp in verband met de ambitie tot vergaande beperking van het aanbod.
hiervoor extra middelen ontvangen in de Algemene Uitkering.
PM
Betere gemeentelijke casusregie moet ongewenst inzet van hulp voorkomen en verminderen.
PM
Opschaling naar rijksniveau voor de financiering van frictiekosten bij de transformatie van de gesloten jeugdhulp.
Financiële positie in kengetallen Kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen helpen bij de beoordeling van de financiële positie van een gemeenschappelijke regeling. Om dit te bereiken schrijft het Besluit Begroten en Verantwoorden (BBV) enkele kengetallen voor. Deze staan alle op 0. Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Deze kengetallen geven inzicht in het niveau van de gemeentelijke schuldenlast ten opzichte van het totaal van de baten. Ze geven daarmee een indicatie van het beslag dat de financieringslasten op de exploitatie leggen en daarmee op de vrije ruimte in de exploitatiebegroting. Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. De netto schuldquote en de netto schuldquote gecorrigeerd voor leningen zijn nihil omdat er geen sprake is van aangegane leningen. Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het geeft de verhouding tussen het eigen vermogen (het totaal van de algemene reserve en de bestemmingsreserves) en de totale balansomvang weer. Hoe hoger dit percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid. De solvabiliteit is nul omdat er geen sprake meer is van eigen reserves.
Het is een bewuste keus om de reserves van de GRJR zo laag mogelijk te houden. Gemeenten zijn op grond van de wet aansprakelijk voor tekorten bij een Gemeenschappelijke Regeling. Als er een tekort ontstaat op het totaalbudget van de GRJR storten gemeenten een evenredig bedrag bij conform de voor dat jaar afgesproken verdeelsleutel. Grondexploitatie Voor de GRJR is dit financiële kengetal niet van toepassing. Structurele exploitatieruimte In dit kengetal komt tot uitdrukking of de GR over voldoende structurele baten beschikt om de structurele lasten te dekken. Dit cijfer helpt mee om te beoordelen welke structurele
22
ruimte de GR heeft om de eigen lasten te dragen of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Wanneer dit percentage negatief is, betekent het dat het structurele deel van de baten onvoldoende ruimte biedt om de structurele lasten te blijven dragen. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (waaronder de financieringslasten) te dekken. Een cijfer van rond de nul (tussen – 0,4 en 0,4) betekent dat structurele baten en lasten min of meer in evenwicht zijn. Omdat binnen de begroting van de GRJR gestreefd wordt naar een structureel evenwicht tussen de baten en lasten komt de structurele exploitatieruimte op 0 uit. De baten in de vorm van de bijdragen van de deelnemende gemeenten zijn exact even hoog als de begrote lasten. Zoals bij het kengetal solvabiliteit al is toegelicht is dit een bewuste keus van het AB Jeugdhulp Rijnmond en betekent dit wel dat de deelnemende gemeenten bij een tekort een extra bijdrage moeten doen. Belastingcapaciteit Dit financiële kengetal is vanwege het feit dat de GRJR een bijdrageregeling kent niet van toepassingen. Het EMU-saldo Het EMU-saldo wordt bepaald door een berekening van de totale inkomsten en uitgaven verminderd met inkomsten en uitgaven ten aanzien van aandelen in bedrijven en kredietverstrekking.
Dit is niet van toepassing op de GRJR daarom is het EMU-saldo € 0. EMU-saldo (berekening) (O-x) – (U-y) = EMU-saldo
bedrag € 0
O staat voor de inkomsten (ontvangsten) in een jaar, U voor de uitgaven en x en y voor respectievelijk de inkomsten en uitgaven ten aanzien van aandelen in bedrijven en kredietverstrekking. De opbrengst van de verkoop van aandelen telt dus niet als inkomsten, de aankoop niet als uitgaven. Verder telt lenen en het ontvangen van een aflossing niet als inkomen, en uitlenen en aflossen niet als uitgaven.
3.2 Financiering Volgens de Wet FIDO (Wet Financiering Decentrale Overheden), is elke gemeenschappelijke regeling verplicht om een financieringsparagraaf in haar begroting en jaarstukken op te nemen. Daarin worden de ontwikkelingen aangegeven met betrekking tot de kasgeldlimiet, de ontwikkelingen wat betreft de renterisiconorm, de verwachte toe- en afname van geldleningen of uitzettingen en het verdere beleid ten aanzien van treasury. Deze paragraaf bevat in ieder geval de beleidsvoornemens ten aanzien van het (treasury)risicobeheer van de financieringsportefeuille. De GRJR heeft geen eigen financiering anders dan de bijdragenregeling waarmee de inleg van middelen door gemeenten wordt bepaald. Dit is uitgewerkt en toegelicht in de financiële 23
begroting. Daarbij is ook direct het betaalritme vastgelegd teneinde de liquiditeit te borgen. Betalingen vinden alleen plaats als er voldoende liquide middelen voorhanden zijn, zodat daarvoor geen financieringsbehoefte ontstaat. De GRJG doet geen investeringen, zodat ook daarvoor geen financieringsbehoefte is.
3.3 Bedrijfsvoering De burger mag van een gemeente verwachten dat gemeentelijke middelen rechtmatig, doelmatig en doeltreffend besteed worden, dat de gemeente een betrouwbare partner is en transparant is. De GRJR is een samenwerking tussen 15 gemeenten en daarmee zijn deze verwachtingen tevens criteria voor de bedrijfsvoering van de GRJR. Bestuurlijke processen Bestuurlijk is de GRJR een overleg- en uitvoeringsplatform waarbinnen de deelnemende gemeenten -uitgaande van het beginsel van autonomie van het lokale bestuur- de regionale samenwerkingsmogelijkheden op het gebied van (boven)regionale jeugdhulp bespreken en daar vorm aan geven omdat de samenhang van een aantal strategische en ordenende taken daarom vraagt. Er is sprake van een overlegstructuur als kader om de feitelijke samenwerking in portefeuillehoudersoverleggen vorm te geven. De verantwoordelijkheid voor de organisatie berust primair bij het AB dat gevormd wordt door de wethouders van de deelnemende gemeenten. Vanuit iedere subregio wordt één wethouder afgevaardigd als deelnemer in het Dagelijks Bestuur (DB). De strategisch en ordende taken zijn binnen het DB bij portefeuillehouders belegd en in sommige gevallen aangevuld met een wethouder uit het AB. Organisatie van de GRJR De organisatie van de GRJR ondersteunt de hierboven beschreven bestuurlijke processen.
Ten behoeve van de ondersteuning van het AB en het DB is een ambtelijk secretaris aangesteld. De secretaris coördineert het proces zoals hierboven omschreven en geeft leiding aan de uitvoeringsorganisatie. Deze uitvoeringsorganisatie is door middel van een Uitvoeringsovereenkomst ondergebracht bij de gemeente Rotterdam. De uitvoering is een samenwerking tussen de GRJR-uitvoeringsorganisatie en individuele gemeenten: - Van belang is dat over de toegang tot de jeugdhulp niet door de GRJR, maar door individuele gemeenten wordt beschikt. De organisatie van de toewijzing van jeugdhulp is dus geen onderdeel van de GRJR-bedrijfsvoering. De werkelijke vraag van een gemeente naar specialistische hulp wordt (mede) door de lokale toeleiding (bijvoorbeeld door wijkteams) bepaald. De gemeente stuurt daarmee rechtstreeks op het gebruik en/of volume (uitgezonderd maatregelen in het kader van jeugdbescherming en jeugdreclassering welke een juridische basis kennen). - De zorgaanbieders dienen hun declaraties via het berichtenverkeer in bij de deelnemende gemeenten. Via een betaaltool worden de deelnemende gemeenten in staat gesteld om na controle de goedgekeurde declaraties bij de uitvoeringsorganisatie in te dienen waarna voor uitbetaling zorg gedragen wordt. Ten aanzien van de toeleiding
24
-
naar specialistische zorg en voorzieningen voeren gemeenten lokaal een administratie van toekenningsbesluiten en zorgdeclaraties. De financiële afhandeling van beschikkingen en declaraties behoort wel tot de GRJRtaken; de zorgkosten worden door de GRJR betaald en geadministreerd. De hiermee gepaard gaande lasten worden door de GRJR begroot en verantwoord.
Door deze taakverdeling heeft de GRJR een stevige informatiepositie om regionale sturingsinformatie te verzorgen. Door de informatie van de individuele gemeenten in een dashboard op GRJR niveau bij elkaar te brengen is de GRJR steeds meer in staat om op ook op het totaal van de specialistische jeugdhulp te gaan sturen. De administratieve werkzaamheden ten behoeve van het uitvoeren van de GRJR-taken alsook het opstellen van de ontwerpbegroting en –rekening, tussentijdse rapportages, het beheer van de vermogenswaarden, de bewaring van archiefbescheiden conform gemeentewet zijn door het AB, op basis van de uitvoeringsovereenkomst, opgedragen aan de gemeente Rotterdam. Er is vanaf 2019 een ontwikkeling ingezet waarin onder meer het contractmanagement en de ontwikkeling van de informatievoorziening centraal staan. De uitvoeringskosten bestaan uit een vaste vergoeding aan de gemeente Rotterdam voor de kosten van personeel en ondersteuning van de zelfstandige organisatie-eenheid Uitvoeringsorganisatie GRJR. Daarnaast zijn binnen de begroting van de GRJR werkbudgetten opgenomen voor uitvoeringskosten die niet onder deze vergoeding vallen. Zoals in de Kadernota is aangegeven dienen de organisatorische randvoorwaarden voor de taakuitoefening van de GRJR op het gewenste ambitieniveau te worden gewaarborgd met voldoende uitvoeringscapaciteit.
De toenemende bovenregionale en landelijke dynamiek, het werken met twee inkoopmodellen, de groeiende en complexer wordende regionale financiële beheersingsopgave en informatiebehoefte maken verdere versterking van de organisatie noodzakelijk. Het feit dat door de inkoop 2023 en de eigen inkoop MVS de volumes kleiner worden betekent niet minder maar juist meer werk om regionaal te waken voor voldoende passend aanbod van jeugdhulp. Overhead
Lasten
Organisatiekosten GR Specifieke ICT-kosten Accountantskosten Werk en Onderzoek Projectbudget Inkoop en Implementatie
4.085.474 159.191 80.093 320.374 209.600
Totaal
4.854.732
NB bij de begroting is (nog) geen rekening gehouden met een eventuele keus om de financiering van gezamenlijk programmateam jeugd van de deelnemende gemeenten via de GRJR te financieren.
25
3.4 Rechtmatigheid De jaarrekening wordt in opdracht van het GR-bestuur gecontroleerd door de externe accountant Baker Tilly. Waar mogelijk maakt de accountant gebruik van interne beheersingsmaatregelen bij de Uitvoeringsorganisatie. Onderdeel van die interne beheersingsmaatregelen zijn interne audits door de onafhankelijke afdeling Financial Audit van de Gemeente Rotterdam. Bevindingen en aanbevelingen van de uitgevoerde interne audits worden door de accountant in eerste instantie gebruikt in een Management Letter waarmee de accountant de secretaris en het dagelijks bestuur informeert over aandachtspunten in de interne beheersing, die van belang zijn voor adequate financiële informatievoorziening en verantwoording. In tweede instantie gebruikt de accountant de interne auditbevindingen bij het vormen van een oordeel over getrouwheid en rechtmatigheid in de controleverklaring bij de jaarrekening. Verbetering interne beheersing De interne beheersing wordt in 2023 mede naar aanleiding van de bevindingen van de accountant over 2021 verder aangescherpt. Het eerste doel daarvan is een tijdiger vollediger beeld van de financiën zodat beter op de financiële voortgang kan worden gestuurd, en tegenvallers eerder worden gesignaleerd. Een kernpunt daarbij is de datakwaliteit (juistheid, tijdigheid en compleetheid van data van gemeenten en zorgaanbieders).
Het tweede doel is om de financiële verantwoording de jaarstukken en de afrekening van zorg met aanbieders soepeler te laten verlopen. Hiermee wordt tevens de basis gelegd om eigenstandig (dat wil zeggen op basis van eigen oordeel in plaats van accountantsoordeel) een rechtmatigheidsverklaring te kunnen afgeven. Toetsingskader De controle van de jaarrekening vindt plaats met inachtneming van een door het AB vastgesteld controleprotocollen en een toetsingskader. Het toetsingskader rechtmatigheid 2015 is, met de op 17 oktober 2019 door het AB geactualiseerde lijst met wet- en regelgeving, ook voor het jaar 2023 van toepassing. In het toetsingskader wordt onder meer ingegaan op de toepassing van de rechtmatigheidscriteria. Begrotingscriterium Met het begrotingscriterium wordt getoetst of het budgetrecht van het AB is gerespecteerd. Het systeem van budgetbeheer- en bewaking moet waarborgen dat de baten en de lasten binnen de begroting blijven en dat belangrijke wijzigingen of dreigende overschrijdingen tijdig worden gemeld aan het AB. Voorwaardencriterium Met het voorwaardencriterium wordt getoetst op de naleving van de in de wet- en regelgeving vastgelegde voorwaarden. Bij het bepalen van de reikwijdte en scope van de audits en controles wordt de risico-benadering gehanteerd.