05.11 - BBV Verordening jeugdhulp 2026 - 2051200
Tekst van het document
Collegevoorstel Openbaar Behandelaar: M. Eeken/B. Bugter Afdeling / Unit: SL - Samenleving Portefeuillehouder: E.M.C. Faassen
Vergaderdatum: 23 september 2025 Behandelwijze: Bespreekstuk Documentnummer: 2051220
ONDERWERP Verordening jeugdhulp 2026 en nadere regels jeugdhulp 2026
SAMENVATTING De nu in werking zijnde verordening jeugdhulp dateert uit 2018, met een aanpassing op het onderdeel toezicht en handhaving in 2023. De verordening sluit niet meer aan bij de beleidsontwikkeling, zoals verwoord in het raadsbesluit van 8 juli 2024: “Tegen de stroom in voor duurzame en betaalbare jeugdhulp” en de landelijke Hervormingsagenda Jeugd. Ook ontwikkelingen van de jurisprudentie, met name uitspraken van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) van mei 2024, maken aanpassingen noodzakelijk. Daarnaast heeft de VNG in december 2024 een nieuwe versie van de modelverordening gepubliceerd. Als laatste vereist artikel 24 van de huidige verordening dat deze regelmatig wordt geëvalueerd en indien nodig aangepast. Het college heeft besloten de gemeenteraad voor te stellen de Verordening jeugdhulp Capelle aan den IJssel 2026 vast te stellen. Ook heeft het college, de Nadere regels jeugdhulp 2026, onder voorbehoud van het vaststellen van de Verordening door de gemeenteraad, vastgesteld.
ADVIES OM TE BESLISSEN 1. De gemeenteraad voor te stellen de Verordening jeugdhulp Capelle aan den IJssel 2026 vast te stellen; 2. Het raadsvoorstel “Verordening jeugdhulp Capelle aan den IJssel 2026” vast te stellen en ter besluitvorming voor te leggen aan de gemeenteraad. 3. De Nadere regels jeugdhulp 2026, onder voorbehoud van het vaststellen van de Verordening door de gemeenteraad, vast te stellen; 4. De antwoordbrief aan de Adviesraad Sociaal domein vast te stellen.
BESLUIT: 23 september 2025 1. Het college besluit conform het voorstel; 2. Wethouder Faassen te mandateren de laatste tekstuele wijzigingen in de collegebrief aan te brengen.
1
INHOUD / STREKKING 1.Noodzaak van een aangepaste verordening Het is op basis van de volgende overweging noodzakelijk om de Verordening Jeugdhulp 2018 en de Nadere regels Jeugdhulp 2019 aan te passen: De verordening jeugdhulp dateert uit 2018, met een aanpassing op het onderdeel toezicht en handhaving in 2023. De verordening sluit niet meer aan bij de beleidsontwikkeling, zoals verwoord in het raadsbesluit van 8 juli 2024: “Tegen de stroom in voor duurzame en betaalbare jeugdhulp”. Dit besluit kent een aantal actielijnen met maatregelen. De maatregelen “normenkader” en “meer inzet van gecontracteerd aanbod / pgbbeleid” zijn verder uitgewerkt en geconcretiseerd. Voor de uitvoering van deze maatregelen is aanpassing van de verordening jeugdhulp randvoorwaardelijk. De verordening sluit niet goed aan bij de landelijke Hervormingsagenda Jeugd. De verordening houdt nog geen rekening met de ontwikkeling van de jurisprudentie, met name uitspraken Centrale Raad van Beroep (CRvB) van mei 2024. De verordening sluit niet aan op de landelijke standaard zoals deze is uitgewerkt in de modelverordening VNG uit december 2024. Het is gewenst dat de verordening regelmatig wordt geëvalueerd en indien nodig aangepast. 2.Uitwerking uitgangspunten Uw college heeft op 6 mei 2025 de uitgangspunten voor de nieuwe verordening vastgesteld. Deze zijn verdeeld in vier groepen: 1.
Juridisch-technische uitgangspunten 2. Uitgangspunten voor het persoonsgebonden budget (pgb) 3. Uitgangspunten voor het normenkader 4. Overgangsrecht en hardheidsclausule Deze uitgangspunten zijn verwerkt in de nu voorliggende concepten. Ad 1: Uitwerking juridisch-technische uitgangspunten De door uw college vastgelegde juridisch-technische uitgangspunten zijn gevolgd bij het uitwerken van de verordening en de nadere regels. Dit houdt in: De modelverordening van de VNG uit december 2024 vormt de basis voor de aangepaste verordening. Deze is aangevuld met extra bepalingen over toezicht en over het voorkomen en aanpakken van fraude en oneigenlijk gebruik. Op grond van uitspraken van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) is een groot deel van de inhoud van de bestaande nadere regels overgezet naar de verordening. Hierbij gaat het om onderwerpen als eigen verantwoordelijkheid van de ouders en gebruikelijke zorg. De verordening is dus aanzienlijk langer geworden en de nadere regels veel korter. Door de verplaatsing van onderdelen uit de nadere regels naar de verordening bevat deze nu overzichten die in de loop van de tijd kunnen wijzigen. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om: het overzicht van de beschikbare jeugdhulpvoorzieningen, het normenkader voor de inzet van jeugdhulp, het normenkader vervoer, de normen gebruikelijke zorg en de specificatie van de versie van het protocol dyslexie.
Deze overzichten zijn nu opgenomen in de bijlagen bij de verordening. Deze bijlagen vormen een integraal onderdeel van de verordening. Een eventuele wijziging is dus alleen mogelijk door een besluit van de gemeenteraad. Ook de jurisprudentie zal niet stil staan. Het college moet rekening mee houden dat aanpassingen in de (bijlagen) van de verordening vaker zullen worden geagendeerd. De aangepaste verordening en de nadere regels zijn voorzien van een gedegen artikelsgewijze toelichting. Tevens zijn was/wordt overzichten toegevoegd waarin de artikelen uit oude en de nieuwe verordening overzichtelijk naast elkaar worden gezet.
2
Ad 2: Uitwerking uitgangspunten voor het persoonsgebonden budget (pgb) De uitgangspunten voor het pgb zijn uitgewerkt in de verordening. Dit is met name te vinden in hoofdstuk 5, artikel 18 tot en met 23. Na een goede overweging is ervoor gekozen om de gekozen terminologie te verbeteren. Dit leidt tot het volgende: In de uitgangspunten worden nog de termen “formeel” en “informeel” pgb gebruikt. Bij het uitwerken van de verordening is duidelijk geworden dat deze termen onvoldoende toepasbaar zijn. Ze zijn weliswaar veel voorkomend in het dagelijks spraakgebruik, maar geven de intentie van het beleid van de gemeente onvoldoende weer. Zo valt het “informeel” pgb bijvoorbeeld wel degelijk onder de formele vereisten van de verordening. In de concept verordening is de tem “formeel pgb” vervangen door “pgb door instellingen” en “pgb door ZZP-ers” (hiervoor gelden verschillende eisen). De term “informeel pgb” is vervangen door het meer accurate “pgb in het sociaal netwerk”. De verordening spreekt een voorkeur uit voor zorg in natura boven pgb, op basis van de keuze in het Raadsbesluit “Tegen de stroom in” van 4 juli 2024. Pgb kan (net als zorg in natura) alleen worden ingezet indien er op basis van een grondige en verantwoorde beoordeling wordt vastgesteld dat er sprake is van een ondersteuningsbehoefte zoals omschreven in de Jeugdwet.
De beoogde pgb-budgethouders moeten aantoonbaar vaardig zijn om de regie over een PGB te voeren. Dat oordeel ligt bij het CJG op basis van objectieve criteria. Aanvragers moeten in staat zijn om zelf een pgb plan te schrijven, een pgb budget op te stellen en de financiële administratie naar behoren te voeren. In de verordening wordt duidelijk aangeven waarvoor het pgb niet is bedoeld. Daarbij gaat het om: - Geen pgb indien ZIN ook niet zou worden ingezet; - Geen pgb nadat gelijksoortige ZIN aanvraag is afgewezen; - Geen pgb om een wachttijd te omzeilen; - Geen pgb als inkomensvoorziening; - Geen pgb voor de inzet van eerder afgewezen ZIN aanbieders; - Geen pgb bij druk van een aanbieder op de client om een pgb aan te vragen; - Geen pgb in combinatie met een huurcontract bij dezelfde organisatie. Bij een pgb door een instelling of zzp-er moet een duidelijke scheiding bestaan tussen de budgethouder als opdrachtgever en de instelling of zzp-er als uitvoeder. De budgethouder zelf of een familierelatie in de 1e of 2e graad kan daarom geen pgb instelling of zzp-er zijn. De verordening stelt verschillende eisen aan pgb uitvoerders: Een pgb uitvoerder als instelling heeft als organisatie een rechtsvorm (bijvoorbeeld stichting of BV) en voldoet aan dezelfde eisen inzake kwaliteit, financiële stabiliteit en rechtmatigheid als bij de lokale aanbesteding.
Een pgb uitvoeder als zzp-er is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel (bijvoorbeeld als eenmanszaak) en beschikt over een SKJ- of BIG-registratie. Deze registraties hebben als doel om de kwaliteit van zorg te waarborgen. Een pgb uitvoerder in het sociaal netwerk is een partner, familielid of kennis van de budgetbeheerder. Hiervoor geldt als enige eis het bezit van een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG). De pgb tarieven zijn in de verordening afgestemd op de eisen die aan de verschillende groepen pgb aanbieders worden gesteld: Voor een pgb aanbieder als instelling geldt als tarief maximaal 90% van het laagste meest vergelijkbare ZIN tarief. Voor een pgb aanbieder als zzp-er geldt als tarief maximaal 80% van het laagste meest vergelijkbare ZIN tarief. Voor een pgb uit het sociaal netwerk is het tarief het geldende minimum(uur)loon. De basis voor de tarieven is opgenomen in de verordening. De verdere onderbouwing hiervoor is uitgewerkt in de artikelsgewijze toelichting. De omzetting naar bedragen (van percentages naar euro’s) is opgenomen in de nadere regels. Deze worden jaarlijks aangepast naargelang de ZIN tarieven en/of het wettelijk minimumloon worden geïndexeerd.
3
Indexering pgb tarieven De basis voor de tarieven is opgenomen in de verordening. De verdere onderbouwing hiervoor is uitgewerkt in de artikelsgewijze toelichting. De omzetting naar bedragen (van percentages naar euro’s) is opgenomen in de nadere regels. Voor pgb door instellingen en pgb door ZZP-ers geldt dat de in de concept nadere regels vermelde tarieven meteen ook die van 1 januari 2026 zijn. Dat komt doordat er momenteel een aanbesteding loopt, waarvan de contracten ingaan op 1 januari 2026. De ZIN tarieven op die datum, en dus ook de percentages daarvan, zijn reeds bekend. In de concept nadere regels staat nu het minimum(uur)loon per 1 juli 2025. Dit wordt per 1 januari 2026 geïndexeerd. De hoogte van de indexatie is echter pas in oktober / november bekend. Dit heeft tot gevolg dat de nadere regels op dit ene onderdeel moeten worden aangepast. Dit zal plaatsvinden door middel van een (zeer kort) aanvullend collegevoorstel. Dit zal worden geagendeerd zodra de index bekend is. De pgb tarieven worden, voor het eerst per 1 januari 2027, jaarlijks aangepast naargelang de ZIN tarieven en/of het wettelijk minimumloon worden geïndexeerd. Afschaffing Regeling dienstverlening aan huis (Wet RdaH) Momenteel is een wetsvoorstel in voorbereiding voor het afschaffen van de Regeling dienstverlening aan huis (Wet RdaH).
Deze regeling zorgt er nu voor dat particuliere opdrachtgevers (zoals ouders met een pgb) geen loonbelasting en premies behoeven af te dragen bij een inzet van maximaal 3 dagen werk per week. Deze vrijstelling komt in het wetsvoorstel te vervallen. Deze wettelijke aanpassing kan aanleiding geven tot een wijziging van de positie van budgethouders bij pgb in het sociaal netwerk. Mogelijk ontstaat een verplichting tot formeel werkgeverschap. Ook kan de verplichting ontstaan om loonheffingen af te dragen, met een verplichte registratie als werkgever bij de belastingdienst. De mogelijke werkgeverslasten moeten worden verwerkt in het pgb budget. Voor het pgb door een instelling of door een zzp-er zal dit geen gevolgen hebben. De regeling RdaH is voor deze groepen nu al niet van toepassing. Voor pgb in het sociaal netwerk kan wel aanleiding ontstaan om de nadere regels en/of de verordening zelf aan te passen. Er is op dit moment nog onvoldoende informatie beschikbaar om de gevolgen zo exact in kaart te brengen dat in detail aangegeven kan worden welke aanpassingen noodzakelijk zijn. De afschaffing van Regeling dienstverlening aan huis staat nu gepland voor 1 januari 2026, maar er moet rekening worden gehouden met de demissionaire status van het kabinet.
Het college krijgt nadere informatie en voorstellen voorgelegd zodra er meer duidelijkheid bestaat over de inhoud van de wetswijziging. Ad 3: Uitwerking uitgangspunten voor het normenkader Ook de uitgangspunten rond het normenkader zijn verwerkt in de verordening. Dit is met name te vinden in hoofdstuk 3 en 4 (artikel 3 tot en met 17). Voor de maximale doorlooptijd en de maximale inzet per jeugdhulpvoorziening zijn op basis van data-analyse concrete normen opgesteld. Deze zijn, na afstemming met het CJG Capelle, opgenomen in bijlage 3.1. Dit leidt tot het volgende: De verordening kiest als uitgangspunt dat jeugdhulp, conform de bedoeling van de wet, alleen wordt ingezet als het valt binnen de grenzen van de Jeugdwet, als het echt nodig is, en dan doelgericht en niet langer dan nodig. De verordening stelt de eigen kracht en verantwoordelijkheid van de jeugdig en de ouders voorop. Als zij er (tijdelijk) zelf niet uitkomen, komt als eerste het sociale netwerk van het gezin in beeld. Als daar geen oplossing kan worden gevonden, kijken we naar de algemeen toegankelijke en preventieve voorzieningen die beschikbaar zijn.
4
-
-
Pas indien blijkt dat deze geen oplossing kunnen bieden, is er sprake van een mogelijke inzet van jeugdhulp. Daarbij geldt verder als volgorde van mogelijke inzet: Ondersteuning door professionals van het CJG, inclusief basis-GGZ (algemene voorziening) Lokaal ingekochte ambulante jeugdhulp (individuele voorziening) Regionaal ingekochte jeugdhulp (individuele voorziening) De verordening is opgesteld op basis van de noodzaak een grondige beoordeling van de ondersteuningsbehoefte en de draagkracht van de jeugdige, de ouders en het sociaal netwerk. De stappen die daarbij gevolgd worden staan in artikel 6, vijfde lid. In het raadsbesluit ‘Tegen de stroom in voor duurzame en betaalbare jeugdhulp’ wordt de keuze gemaakt om meer hulp in de vorm groepsaanbod aan te bieden. In de verordening zal is verankerd in bijlage 1, en 2. Alle vormen van jeugdhulp kunnen, na een zorgvuldige afweging, ook groepsgewijs worden aangeboden. Artikel 15, vierde lid, geeft het “juridische haakje” voor een later in overleg met het onderwijs op te stellen afwegingskader voor de afstemming samenwerking tussen onderwijs en jeugdhulp. Dit afwegingskader komt dan in de nadere regels. Het voorliggende karakter van de Wet Langdurige Zorg en andere voorliggende voorzieningen is vastgelegd in hoofdstuk 7 (artikel 39 en 40) van de verordening.
Het beginsel dat jeugdhulp alleen moet worden verzorgd door kwalitatief goede en integere aanbieders heeft aanleiding gegeven tot een eigen hoofdstuk 6 (artikel 24 tot en met 38). In dit hoofdstuk wordt onder meer het volgende geregeld: De positie van de toezichthouder(s) Jeugdwet; De vormen van controle en onderzoek (waaronder een mogelijk bibob-onderzoek. Er is een aanpassing van de beleidsregels bibob in voorbereiding, waarmee de Jeugdwet onder het bereik van deze regels zal worden gebracht; Het geven van aanwijzingen door de toezichthouder, en de opvolging daarvan; Bestuursrechtelijke en privaatrechtelijke maatregelen; Het instellen van een meldpunt voor zorgfraude; Het instellen van een register van aanbieders. Het uitgangspunt dat Jeugdhulp doelgericht en effectief moet zijn is uitgewerkt in artikel 10, zevende lid van de verordening. Aanbieders kunnen dit aantonen op basis van erkende landelijke databanken of met vergelijkbaar bewijs. Toegevoegd is dat het college voor nieuwe, en nog niet opgenomen interventies en methodieken zelf een beoordeling uit kan (laten) voeren. De regels voor de inzet van vaktherapie zijn uitgewerkt in artikel 14. Er worden onder meer duidelijke kwaliteitseisen worden gesteld aan de opleiding en de aansluiting bij een erkende branchevereniging.
De maximale doorlooptijd en de maximale inzet (tezamen het “normenkader”) van een jeugdhulpvoorziening zijn opgenomen in bijlage 3.1. Deze bijlage is de uitkomst van een uitgebreid data-onderzoek en een uitvoeringstoets bij het CJG. Op basis van een analyse van het dataverkeer in de zorgadministratie over de periode 2020-2024 zijn goed onderbouwde normen berekend voor de doorlooptijd en de inzet (in dagdelen, uren of minuten) van de onderscheiden voorzieningen. Vervolgens wordt er rekening mee gehouden dat jeugdhulp in veel gevallen niet wordt voortgezet tijdens de schoolvakanties. De norm voor jeugdhulp die niet hoeft door te lopen in de vakanties wordt, op basis van 12 weken schoolvakantie, gesteld op 77% (40/52) van de jeugdhulp die wel doorloopt in de vakanties. Daarnaast is overwogen dat de jeugdhulp erop is gericht om doelmatig en resultaatgericht te werken naar een situatie waarin de inzet van de jeugdhulpvoorzieningen minder of niet meer noodzakelijk is. Het aantal in te zetten eenheden bij een eventuele verlenging is daarom maximaal 80% van het maximum in de initiële periode. De neerslag van deze voorbereiding is opgenomen in de tabel in bijlage 3.1. Het is het voornemen van om de data-analyse jaarlijks te toetsen en op basis hiervan, indien noodzakelijk, een aanpassing van de normen voor te leggen.
Ad 4: Overgangsrecht en hardheidsclausule In artikel 46 van de verordening wordt het overgangsrecht vastgelegd Lopende toekenningen blijven, indien er geen wijzigingen zijn in de omstandigheden, ongewijzigd doorlopen. De nieuwe uitgangspunten krijgen voor bestaande gevallen dus pas een doorwerking op het moment dat een eventuele aanvraag wordt beoordeeld. 5
-
-
In individuele gevallen kan van de verordening worden afgeweken als vasthouden daaraan voor de jeugdige of de ouders gevolgen zou hebben die onevenredig zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen. Het gaat hierbij altijd om bijzondere omstandigheden. De hardheidsclausule maakt het mogelijk om de “menselijke maat” toe te passen in gevallen waarin de regels van de verordening zouden leiden tot een uitkomst die niet proportioneel is met de situatie van de jeugdige en de ouders. De aangepaste verordening krijgt de naam (citeertitel): “Verordening jeugdhulp Capelle aan den IJssel 2026”. De ingangsdatum is 1 januari 2026.
3. Oriënterende bespreking Commissie Samenleving en Economie De bespreking in de commissie SEL had een consulteren karakter en was gericht op de uitgangspunten voor de verordening. Uit de reacties viel af te leiden dat deze konden worden onderschreven. Specifiek kwamen drie voorstellen naar voren: -
-
-
Veel leden van de commissie wezen erop dat een verordening noodzakelijk is, echter: de menselijke maat kan en mag niet uit het oog worden verloren. In de artikelsgewijze toelichting bij de verordening wordt, mede op basis van deze inbreng de menselijke maat voor de toepassing vooropgesteld: “Voorafgaand aan de specifieke toelichting per artikel wenst het college te benadrukken dat het bij het inzetten van jeugdhulp altijd gaat om een individuele afweging in specifieke individuele omstandigheden. Ieder besluit is dus maatwerk, waarbij altijd het belang van de jeugdige centraal staat. Bij individuele besluiten kan van de gestelde normen worden afgeweken indien daaraan vasthouden voor de jeugdige of zijn ouders gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen. Dit beginsel is verankerd in de hardheidsclausule. In de commissie werd voorgesteld om op het preventieve vlak ook aandacht te geven aan relatieproblemen in het gezin en aan het (voorkomen van) echtscheiding. Het bleek dat het CJG al een bestaand aanbod heeft op dit punt. In bijlage 1 van de verordening (het overzicht van vrij toegankelijke voorzieningen) is ondersteuning bij relatie en echtscheiding opgenomen als een van de geboden voorzieningen.
Leden van de commissie wezen er terecht op dat de verordening en de nadere regels in sterk juridische taal zijn geschreven. Het voorstel werd gedaan om een aantal factsheets op te stellen waarin de verordening en de nadere regels worden toegelicht. Dit voorstel is in de bespreking reeds overgenomen. In nauwe samenwerking met het CJG zal een handreiking voor de medewerkers van het CJG worden opgesteld en een aantal thematische factsheets voor de cliënten. De adviesraad zal ook worden betrokken bij de factsheets.
4.Consultatie Jongerenraad In het overleg met de jongerenraad op 4 juni 2025 kwamen, naast een algemene toelichting en informatieve vragen, de volgende onderwerpen naar voren: -
-
-
Culturele en religieuze representativiteit is erg belangrijk. Zorg voor hulpverleners met een culturele, religieuze of andere achtergrond die aansluit bij die van de cliënten, zodat zij zich comfortabel en begrepen voelen. Dat is reeds het uitgangspunt. Het zal nog duidelijker worden opgenomen in de verordening en de toelichting. Zorg voor een juiste balans tussen groepssessies aan en individuele hulp. De behoeften van cliënten kunnen sterk variëren en een groepssetting is niet voor iedereen geschikt. Aansluitend bij het Raadbesluit “Tegen de stroom in” ligt de voorkeur voor groepsgewijs. Dit uitgangspunt wordt toegepast met respect voor ouders en jeugdigen die met goede redenen individuele gesprekken wensen. Dat wordt opgenomen in de artikelsgewijze toelichting. Maak jeugdhulp niet alleen op SBO-scholen bekend, maar informeer ook leerlingen en personeel van reguliere scholen over de beschikbare ondersteuning.
6
-
Dat is inderdaad een goed voorstel. Het past niet zozeer in de verordening. Het wordt echter meegenomen in het overleg met het onderwijs en me het CJG. De Jongerenraad heeft, anders dan de ASD, geen formele adviesrol inzake de verordening. De jongerenraad krijgt het aanbod voor een tweede informatief overleg in de loop van september. 5.Consultatie Adviesraad Sociaal Domein Capelle In het overleg met de adviesraad sociaal domein op 17 juni 2025 kwam, na een algemene toelichting en informatieve vragen, de volgende onderwerpen naar voren: -
-
-
-
Wat gebeurt er met de lopende pgb’s? Deze vallen onder het overgangsrecht. Dat is reeds opgenomen in artikel 46 van de verordening. Het normenkader kan qua administratie veel werk opleveren. Het CJG is intensief betrokken bij de voorbereiding van het normenkader. Een helder kader levert ook weer tijdsbesparing op. Vanuit de ASD wordt de tip gegeven contact op te nemen met de Almelose wethouder Eugène van Mierlo, dit om zorgcowboys te bestrijden. De regio Twente is koploper bij de aanpak van zorgfraude, dus het is zeker interessant om contact te leggen. Overigens is de Twentse aanpak goed bekend. De kennis hierover is betrokken bij het schrijven van de verordening. Een van de maatregelen van ‘Tegen de stroom in’ is het verder ontwikkelen van toezicht. Wat is de positie van huisartsen en de jeugdbescherming? Huisartsen staan als verwijzers in de verordening. Gecertificeerde instellingen kunnen bepalen welke jeugdhulp is aangewezen bij de uitvoering van de kinderbeschermingsmaatregel. Het uitgangspunt is zoveel mogelijk lokaal hulp aan te bieden. Gecertificeerde instellingen moeten op grond van de Jeugdwet afstemming hebben met het college over de in te zetten jeugdhulp. Gevraagd wordt naar het in de gaten houden van de kwaliteit van de gecontracteerde zorg. Wellicht is men soms met een pgb-gecontracteerde aanbieder beter af.
Voor zowel Zorg in Natura als voor pgb wordt de vereiste kwaliteit van de zorg goed verankerd in de verordening. Door het versterken van het toezicht kunnen we dit beter in de gaten houden. Hoe gaat het bij kinderen uit Capelle die elders naar Speciaal Onderwijs gaan? Voor kinderen wonend in Capelle die buiten de gemeente naar school gaan worden zogeheten “grensverkeerafspraken” gemaakt. Als ze gebruik maken van algemene voorzieningen in een andere gemeente. Dat wordt geregeld via de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdzorg Rijnmond (GRJR) in een regiovisie. Individuele voorzieningen worden afgegeven door het CJG.
6.Advies Adviesraad Sociaal Domein Capelle De aangepaste verordening is op 24 juli 2024 ter advies voorgelegd aan de adviesraad sociaal domein. Het gevraagde advies is ontvangen 15 september 2025. De adviesraad spreekt er in de reactie waardering voor uit dat de samenwerking is opgezocht met hen, met namen met de werkgroep Jeugd en Jongeren (J&J). Deze werkgroep vindt de verordening helder; de adviesraad sluit zich hierbij aan. De indeling is duidelijk en het geheel is goed te volgen. Ook waardeert de adviesraad dat sommige punten vanuit de eerdere betrokkenheid zijn overgenomen. Tenslotte vindt de adviesraad het een goede zaak dat er ruimte is voor de menselijke maat en er hierdoor in bijzondere situaties kan worden afgeweken van de bepalingen in de verordening jeugdhulp. Verder stelt de adviesraad een aantal meer technische vragen. Deze gaan over het voorkomen van fraude in het pgb, de samenwerking met andere gemeenten op het gebied van toezicht, de werkwijze rond het familiegroepsplan, jeugdhulp voor ongedocumenteerden en de toepassing van de hardheidsclausule. Deze vragen zijn beantwoord in de reactie van het college. 7
Het advies van de adviesraad geeft geen aanleiding om de concept verordening aan te passen. Wij kunnen constateren dat de adviesraad de concept verordening ondersteunt. De gedeelde visie is dat het bij het inzetten van jeugdhulp altijd gaat om een individuele afweging in specifieke individuele omstandigheden. Ieder besluit is dus maatwerk, waarbij altijd het belang van de jeugdige centraal staat. De adviesraad heeft tenslotte laten weten dat zij, en dan met name de werkgroep J&J graag geïnformeerd wil worden over het verdere proces en over de impact van de aangepaste verordening. Wij stellen voor om in te gaan op dat verzoek. De factsheets met informatie voor cliënten kunnen met de werkgroep worden besproken. Ook kan de werkgroep in het najaar van 2026 worden uitgenodigd om over en weer de ervaringen met de aangepaste verordening te delen. Verder staan we er vanzelfsprekend voor open indien de adviesraad of de werkgroep al eerder uitvoeringsaspecten op ambtelijk niveau wil bespreken. 7. Betrokkenheid Juridische Zaken en CJG De uitvoeringsaspecten van de verordening en de nadere regels zijn intensief besproken met het CJG. De afdeling Juridische Zaken (JZ) is gedurende het gehele proces betrokken bij het opstellen van de verordening en de nadere regels.
JZ stemt in met de verordening, de nadere regels, de toelichtingen daarbij, de was/wordt overzichten en met het concept Raadsvoorstel. JZ ziet derhalve geen noodzaak om een apart advies uit te brengen. De verordening en de nadere regels zijn in nauwe samenwerking met het CJG opgesteld. 8.Verdere toelichting op de documenten De verordening en de overige documenten vormen een samenhangend pakket dat bestaat uit: Ter besluitvorming: Concept Verordening jeugdhulp 2026; Artikelsgewijze toelichting Verordening jeugdhulp 2026; Concept Nadere regels jeugdhulp 2026, Artikelsgewijze toelichting Nadere regels jeugdhulp 2026; Raadsvoorstel verordening jeugdhulp 2026; Ter kennisname: Overzicht Vergelijking verordening jeugdhulp 2026-2018 (was/wordt tabel); Overzicht Vergelijking nadere regels jeugdhulp 2026-2019 (was/wordt tabel); Kort verslag van het overleg over de uitgangspunten met de Capelse Jongerenraad; Kort verslag van het overleg over de uitgangspunten met de Adviesraad Sociaal Domein Capelle; Advies van de Adviesraad Sociaal Domein Capelle over de concept verordening met de daarop te geven concept bestuurlijke reactie; Korte samenvatting concept Verordening jeugdhulp 2026.
Deze documenten worden achtereenvolgens kort toegelicht: Concept Verordening jeugdhulp 2026, met artikelsgewijze toelichting (vast te stellen door de raad) De verordening is ingedeeld in 10 hoofdstukken met ieder een eigen thema: 1. 2.
Algemene bepalingen Dit hoofdstuk bevat de noodzakelijke begripsbepalingen. Vormen van jeugdhulp Het tweede hoofdstuk omvat de verschillende vormen van jeugdhulp. Omdat deze overzichten eventueel kunnen wijzigen zijn deze opgenomen in bijlage 1, 2 en 3. Tevens staat hier de verwijzing naar bijlage 4.1. Deze biedt het normenkader voor de maximale duur en inzet van jeugdhulp voorzieningen. 8
3.
4.
5.
6.
7.
8.
9.
10.
Toegang tot de jeugdhulpvoorzieningen De toegang tot jeugdhulp kan verlopen via de gemeente, via de huisarts of via de gecertificeerde instelling en kinderrechter. Deze drie routes worden hier uitgewerkt. Behandeling van een aanvraag om een individuele voorziening Het vierde hoofdstuk gaat uitgebreid in op het onderzoek na een aanvraag voor jeugdhulp, de voorbereiding van de besluitvorming, de identificatie, het verslag van de intake, de criteria voor toekenning, de beoordeling van de eigen mogelijkheden en de inhoud van de beschikking. Verder wordt het vervoer van en naar jeugdhulp geregeld. Voor dyslexie en vaktherapie worden nadere regels gesteld. Tenslotte wordt ook een basis gelegd voor later op te stellen nadere regels over de afbakening van onderwijs en jeugdhulp. Aan dit hoofdstuk hangen bijlagen met normen voor gebruikelijk vervoer (bijlage 3.2), gebruikelijke hulp (bijlage 4) en een verwijzing naar de juiste versie van de landelijke richtlijnen dyslexie (bijlage 5). Aanvullende regels persoonsgebonden budget (pgb) Het vijfde hoofdstuk stelt de regels voor het inzetten van een pgb. De grondslag voor de tarieven is hier te vinden. De vertaling naar tarieven in euro’s vindt plaats in de nadere regels.
Herziening, intrekking, terugvordering en bestrijding misbruik Dit zesde hoofdstuk regelt op de eerste plaats het verstrekken van inlichtingen door jeugdigen en ouders, het meewerken aan het onderzoek, herziening en verlenging, intrekking en opschorting. Vervolgens wordt de positie van de toezichthouders verankerd, en worden de vormen van controle en onderzoek, aanwijzingen, en handhavingsmaatregelen beschreven. Ook wordt een meldpunt voor fraudesignalen ingesteld. Afstemming met andere voorzieningen. Het zevende hoofdstuk regelt de afstemming met voorliggende voorzieningen. De inzet daarvan gaat, na een individuele afweging, voor op jeugdhulpvoorzieningen. Waarborgen verhouding prijs en kwaliteit Hoofstuk acht gaat in op het waarborgen van een juiste verhouding tussen prijs en kwaliteit van ingekochte jeugdhulpvoorzieningen. De hier verwoorde uitgangspunten zijn verder uitgewerkt in de lokale en regionale aanbestedingen. Klachten en medezeggenschap In het negende hoofdstuk wordt vastgelegd dat er een klachtregeling is voor cliënten. De uitvoering daarvan wordt neergelegd bij het CJG. De Adviesraad Sociaal Domein wordt benoemd als het forum voor het betrekken van ingezetenen bij het beleid. De positie van de ASD is reeds verankerd in de bestaande Verordening Adviesraad sociaal domein Capelle aan den IJssel 2018. Deze hoeft niet te worden aangepast.
Slotbepalingen In het tiende en laatste hoofdstuk zijn de hardheidsclausule en het overgangsrecht opgenomen. Ook wordt vastgelegd dat de bijlagen vormen een integraal en onlosmakelijk onderdeel van de verordening vormen. Deze bijlagen hebben hierdoor een volledig “gelijke status” met de rest van de verordening.
Concept Nadere regels jeugdhulp 2026, met de artikelsgewijze toelichting (vast te stellen door uw college) Als uitvloeisel van de CRvB uitspraken in mei 2024 is een groot deel van de bestaande nadere regels overgezet naar de verordening. De nadere regels kennen hierdoor nog maar één echt inhoudelijk artikel: de, de jaarlijks bij te stellen, vertaling van de uitgangspunten voor pgb tarieven naar concrete bedragen in euro’s. Deze is gebaseerd op een dwingende “zalbepaling” in artikel 22, lid 7 van de verordening. Daarnaast kent de verordening nog zeven niet dwingende “kan-bepalingen” inzake het stellen van nadere regels. Deze zijn vermeld in de toelichting en kunnen later worden ingevuld. Daarbij gaat het bijvoorbeeld over een in samenwerking met het onderwijs op te stellen afwegingskader onderwijs - jeugdhulp.
9
Raadsvoorstel Verordening jeugdhulp 2026 Het raadsvoorstel is inhoudelijk gelijk aan het collegevoorstel en behoeft geen nadere toelichting. Overzicht Vergelijking Verordening jeugdhulp 2026-2018 (ter kennisname) Bij een ingrijpende aanpassing van de verordening is het noodzakelijk om een zogeheten was/wordt tabel op te stellen. Hierin wordt per artikel aangegeven war het kan worden gevonden in de oude en in de aangepaste verordening. Omdat de nieuwe verordening veel artikelen kent die eerder niet voorkwamen is er vanwege de leesbaarheid voor gekozen om de aangepaste verordening voorop te zetten in het overzicht. Overzicht Vergelijking Nadere regels jeugdhulp 2026-2019 (ter kennisname) Ook voor de nadere regels is een was/wordt tabel opgesteld. Omdat een groot deel van de bestaande nadere regels is overgezet naar de verordening bestaat het overzicht met name uit een opgave van de plek waar deze onderdelen in de aangepaste verordening zijn geland. Kort verslag van het overleg over de uitgangspunten met de Capelse Jongerenraad (ter kennisname) Ter kennisname is een kort verslag bijgevoegd van het overleg met de Jongerenraad over de uitgangspunten van de verordening.
Kort verslag van het overleg over de uitgangspunten met de Adviesraad Sociaal Domein Capelle en Advies van de adviesraad en concept reactie (ter kennisname) Ter kennisname is een kort verslag bijgevoegd van het overleg met de adviesraad over de uitgangspunten van de verordening. Advies van de Adviesraad Sociaal Domein Capelle over de concept verordening met de daarop te geven concept bestuurlijke reactie; De aangepaste verordening is op 24 juli 2024 ter advies voorgelegd aan de Adviesraad Sociaal Domein Capelle. Het gevraagde advies is ontvangen 15 september 2025. De adviesraad vindt de verordening helder. De indeling is duidelijk en het geheel is goed te volgen. De inbreng van de adviesraad vanuit de eerdere betrokkenheid is verwerkt in de verordening. Met de adviesraad zijn wij van mening dat er ruimte is voor de menselijke maat en er hierdoor in bijzondere situaties kan worden afgeweken van de bepalingen in de verordening jeugdhulp. Korte samenvatting concept Verordening Jeugdhulp 2026 (ter kennisname) Op verzoek van de adviesraad is een korte samenvatting van de concept Verordening jeugdhulp opgesteld. Deze is ter kennisname bijgevoegd. 8. Verdere planning De verdere planning is als volgt: 23 september: 3 oktober: 13/14 oktober: 31 oktober: 10 november: 1 januari 2026:
agendering college verzending naar commissie SLE agendering commissie SLE verzending naar gemeenteraad agendering gemeenteraad ingangsdatum
10
FINANCIEN De verordening is een verdere uitwerking van maatregelen binnen de actielijnen van ‘Tegen de stroom in’. In het P&C-product begroting 2025, inclusief najaarsnota 2024 is de hieraan verbonden taakstelling opgenomen onder deelprogramma 6D Jeugdhulp bij besparingsmaatregelen Hervormingsagenda Jeugd (HAJ).
JURIDISCH ADVIES EN UITVOERINGSTOETS De documenten zijn opgesteld in overleg met de afdeling Juridisch Zaken (JZ). De afdeling JZ geeft een akkoord op de aangepaste verordening (met toelichting), de nadere regels (met toelichting) en de was/wordt overzichten. De afdeling JZ ziet verder geen noodzaak om een apart advies uit te brengen. De documenten zijn eveneens opgesteld in overleg met het CJG. Het CJG beoordeelt de documenten na een gedegen uitvoeringstoets als toepasbaar en uitvoerbaar. Voor de medewerkers van het CJG zal een handreiking worden opgesteld voor de toepassing van de verordening en de nadere regels.
ONDERNEMINGSRAAD N.v.t.
COMMMUNICATIE Communicatie over de nieuwe verordening is van groot belang. Ook omdat de nieuwe verordening een natuurlijk moment is om hervorming Jeugdzorg onder de aandacht te brengen en dan met name de uitleg over de focus op preventie, samenwerking tussen verschillende partijen, en het verbeteren van de toegankelijkheid en kwaliteit van jeugdzorg. Met de afdeling Communicatie en het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) wordt afgestemd over communicatie-uitingen die na het vaststellen van de verordening nodig zijn. Conform de wens van de commissie Samenleving en Economie wordt een handreiking opgesteld voor de medewerkers van het CJG en thematische factsheets voor de cliënten.
BIJLAGEN -
Concept Nadere regels jeugdhulp 2026, Artikelsgewijze toelichting Nadere regels jeugdhulp 2026; Raadsvoorstel verordening jeugdhulp 2026; Overzicht Vergelijking verordening jeugdhulp 2026-2018 (was/wordt tabel); Overzicht Vergelijking nadere regels jeugdhulp 2026-2019 (was/wordt tabel); Kort verslag van het overleg over de uitgangspunten met de Capelse Jongerenraad; Kort verslag van het overleg over de uitgangspunten met de Adviesraad Sociaal Domein Capelle; Advies van de Adviesraad Sociaal Domein Capelle over de concept verordening met de daarop te geven concept bestuurlijke reactie; Korte samenvatting concept Verordening jeugdhulp 2026.
11