05.10 - Korte samenvatting voor ASD
Tekst van het document
Korte samenvatting concept Verordening jeugdhulp 2026 Ten behoeve van de Adviesraad Sociaal Domein Capelle Op verzoek van de adviesraad sociaal domein hebben we een korte samenvatting opgesteld van de concept Verordening jeugdhulp 2026. 1.
Waarom een aangepaste verordening?
Het college heeft de volgende redenen om de verordening jeugdhulp aan te willen passen: 2.
De verordening is alweer een aantal jaren oud. Het is wenselijk om regelmatig te bezien of er aanpassingen nodig zijn. De verordening sluit niet meer aan op het raadsbesluit “Tegen de stroom in”. Dit geldt met name voor de maatregelen “normenkader” en “meer inzet van gecontracteerd aanbod / pgb beleid”. De verordening sluit niet goed aan bij de landelijke Hervormingsagenda Jeugd. De verordening houdt nog geen rekening met de belangrijke uitspraken van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) van mei 2024. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft een nieuwe modelverordening gepubliceerd. Daar maken wij graag gebruik van. Wat is waar verwerkt?
Verordening en nadere regels De gemeente heeft voor de jeugdhulp een verordening en daarnaast ook nadere regels. De verordening bevat de “formele regels” en is juridisch bindend. De verordening wordt, na onder meer een advies van de adviesraad, vastgesteld door de gemeenteraad. De nadere regels bevatten meer technische en praktische uitwerkingen en worden vastgesteld door het college. De regels zijn ook juridisch bindend, maar kunnen niet afwijken van de verordening. De CRvB heeft bepaald dat de belangrijkste onderdelen (de zogeheten “essentialia”) in de verordening zelf moeten worden opgenomen. Daardoor is de verordening langer geworden en zijn de nadere regels korter. Normenkader De maatregel “normenkader” uit “Tegen de stroom in” is uitgewerkt in bijlage 3.1 van de verordening. In deze bijlage zijn per jeugdhulpvoorziening de normen opgenomen voor de maximale doorlooptijd en de maximale inzet van eenheden (dagdelen, uren, minuten). Deze normen zijn berekend op basis van een data-analyse over de jaren 2020-2024. Ook is er rekening mee gehouden dat jeugdhulp in veel gevallen niet wordt voortgezet tijdens de schoolvakantie. Omdat jeugdhulp doelmatig en resultaatgericht moet worden ingezet, geldt bij een eventuele verlenging een maximale inzet van 80% van de omvang in de eerste periode. Het plan is om de data-analyse jaarlijks te toetsen.
Op basis hiervan kan een aanpassing worden voorgesteld aan de gemeenteraad. Over aanpassingen van de verordening wordt ook altijd weer advies gevraagd aan de adviesraad. De normen voor gebruikelijk vervoer worden uitgewerkt in bijlage 3.2. Dit is het vervoer van en naar een jeugdhulplocatie dat als regel van de ouders en het sociaal netwerk zelf mag worden verwacht. Gebruikelijke zorg is de zorg die in de regel van de ouders zelf mag worden verwacht bij kinderen met een normale ontwikkeling in verschillende levensfasen. Deze normen staan momenteel in de nadere regels. Ze zijn ongewijzigd overgenomen in bijlage 4 van de aangepaste verordening. Persoonsgebonden budget (pgb) De maatregel “meer inzet van gecontracteerd aanbod / pgb beleid” uit “Tegen de stroom in” wordt uitgewerkt in hoofdstuk 5 van de verordening en ook in de nadere regels. De tem “formeel pgb” is vervangen door “pgb door instellingen” en “pgb door ZZP-ers”. “Informeel pgb” heet nu “pgb in het sociaal netwerk”. Dit geeft meer duidelijkheid. Zo valt het huidige “informeel” pgb bijvoorbeeld wel degelijk onder de “formele” vereisten van de verordening.
1
Over het pgb is het volgende uitgewerkt in de verordening: -
-
In aansluiting op “Tegen de stroom in” geldt een voorkeur uit voor zorg in natura boven pgb. Aangepaste regels om in aanmerking te kunnen komen voor een pgb. Aangepaste regels om de pgb-vaardigheid vast te stellen. Nieuwe kwaliteitseisen voor pgb door instellingen, pgb door ZZP-ers en pgb in het sociaal netwerk. Deze eisen verschillen. Voor het sociaal netwerk geldt als enige eis het bezit van een verklaring omtrent gedrag. De grondslag voor de hoogte van het pgb. Deze hoogte is vastgesteld op basis van een goede balans tussen de kwaliteitseisen het maximale tarief. Voor een instelling is het maximale pgb tarief 90% van het laagste adequate gecontracteerde tarief voor dezelfde jeugdhulp in natura. Voor ZZP-ers is dat 80%. Voor pgb in het sociaal netwerk worden vrijwel geen eisen gesteld. Daarom wordt aangesloten bij het wettelijk minimum (uur)loon. In de nadere regels worden deze grondslagen omgezet in tarieven. Op grond van de wet en de rechtspraak zijn een reeks kosten uitgesloten van pgb.
Momenteel is een wetsvoorstel in voorbereiding voor het afschaffen van de Regeling dienstverlening aan huis (Wet RdaH). Deze regeling zorgt er momenteel voor dat particuliere opdrachtgevers (zoals ouders met een pgb) geen loonbelasting en premies behoeven af te dragen bij een inzet van maximaal 3 dagen werk per week. Deze vrijstelling komt in het wetsvoorstel te vervallen. Dit heeft de nodige gevolgen: bij een inzet in het sociaal netwerk worden pgb budgethouders sneller formeel werkgever. Ook moeten werkgeverslasten worden afgedragen, waarvoor meer administratie nodig is. De wijziging is gepland voor 1 januari 2026, maar er is nog onvoldoende specifieke informatie om deze nu reeds te verwerken. Zodra er meer informatie beschikbaar is zullen we een verdere toelichting geven aan de ASD. Overgangsrecht en hardheidsclausule De aangepaste verordening kent een overgangsrecht. Dit was nog niet opgenomen in de bestaande verordening. Lopende toekenningen blijven, indien er geen wijzigingen zijn in de omstandigheden, ongewijzigd doorlopen. De nieuwe uitgangspunten krijgen voor bestaande gevallen dus pas een doorwerking op het moment dat een eventuele aanvraag voor verlenging wordt beoordeeld. De hardheidsclausule in de bestaande verordening is ongewijzigd overgenomen.
In individuele gevallen kan van de verordening worden afgeweken als vasthouden daaraan voor de jeugdige of de ouders gevolgen zou hebben die onevenredig zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen. Het gaat hierbij altijd om bijzondere omstandigheden. De hardheidsclausule maakt het mogelijk om de “menselijke maat” toe te passen in gevallen waarin de regels van de verordening zouden leiden tot een uitkomst die niet proportioneel is met de situatie van de jeugdige en de ouders. 3.
Overzicht concept verordening
De verordening is ingedeeld in 10 hoofdstukken met ieder een eigen thema: 1.
Algemene bepalingen Dit hoofdstuk bevat de noodzakelijke begripsbepalingen.
2.
Vormen van jeugdhulp Het tweede hoofdstuk omvat de verschillende vormen van jeugdhulp. Omdat deze overzichten eventueel kunnen wijzigen zijn deze opgenomen in bijlage 1, 2 en 3. Tevens staat hier de verwijzing naar bijlage 3.1 met het normenkader voor de maximale duur en inzet van jeugdhulp voorzieningen.
3.
Toegang tot de jeugdhulpvoorzieningen De toegang tot jeugdhulp kan verlopen via de gemeente, via de huisarts of via de gecertificeerde instelling en kinderrechter Deze drie routes worden hier uitgewerkt.
4.
Behandeling van een aanvraag om een individuele voorziening
2
-
-
5.
Aanvullende regels persoonsgebonden budget (pgb) Het vijfde hoofdstuk stelt de regels voor het inzetten van een pgb. De grondslag voor de tarieven is hier te vinden. De vertaling naar tarieven in euro’s vindt plaats in de nadere regels.
6. -
7.
8.
Het vierde hoofdstuk gaat in op het onderzoek na een aanvraag voor jeugdhulp, de voorbereiding van de besluitvorming, de identificatie, het verslag van de intake, de criteria voor toekenning, de beoordeling van de eigen mogelijkheden en de inhoud van de beschikking. Verder wordt het vervoer van en naar jeugdhulp geregeld. Voor dyslexie en vaktherapie worden bepalingen opgenomen. Tenslotte wordt ook een basis gelegd voor later op te stellen nadere regels over de afbakening van onderwijs en jeugdhulp. Aan dit hoofdstuk hangen bijlagen met normen voor gebruikelijk vervoer (bijlage 3.2), gebruikelijke hulp (bijlage 4) en een verwijzing naar de juiste versie van de landelijke richtlijnen dyslexie (bijlage 5).
Herziening, intrekking, terugvordering en bestrijding misbruik Dit zesde hoofdstuk regelt op de eerste plaats het verstrekken van inlichtingen door jeugdigen en ouders, het meewerken aan het onderzoek, herziening en verlenging, intrekking en opschorting. Vervolgens wordt de positie van de toezichthouders verankerd, en worden de vormen van controle en onderzoek, aanwijzingen, en handhavingsmaatregelen beschreven. Ook wordt een meldpunt voor fraudesignalen ingesteld. Afstemming met andere voorzieningen. Het zevende hoofdstuk regelt de afstemming met voorliggende voorzieningen. De inzet daarvan gaat, na een individuele afweging, voor op jeugdwetvoorzieningen.
-
Waarborgen verhouding prijs en kwaliteit Hoofstuk acht gaat in op het waarborgen van een juiste verhouding tussen prijs en kwaliteit van ingekochte jeugdhulpvoorzieningen. De hier verwoorde uitgangspunten zijn verder uitgewerkt in de lokale en regionale aanbestedingen.
9.
Klachten en medezeggenschap In het negende hoofdstuk wordt vastgelegd dat er een klachtregeling is voor cliënten. De uitvoering daarvan wordt neergelegd bij het CJG. De Adviesraad Sociaal Domein wordt benoemd als het forum voor het betrekken van ingezetenen bij het beleid. De positie van de ASD is reeds verankerd in de bestaande Verordening Adviesraad sociaal domein Capelle aan den IJssel 2018. Deze hoeft niet te worden aangepast.
10.
Slotbepalingen In het tiende en laatste hoofdstuk zijn de hardheidsclausule en het overgangsrecht opgenomen. Ook wordt vastgelegd dat de bijlagen een integraal en onlosmakelijk onderdeel vormen van de verordening vormen. Deze bijlagen hebben hierdoor een volledig gelijke status met de rest van de verordening.
De verordening heeft een artikelsgewijze toelichting. Hierin wordt per artikel een gedetailleerde toelichting gegeven. Daarin staan ook verwijzingen naar de wetgeving, de rechtspraak en naar het vastgelegde beleid van de gemeente. In een aparte was/wordt tabel wordt heel precies aangegeven waar de artikelen uit de aangepaste verordening eerder waren geplaatst. 4.
Overzicht concept nadere regels
Als uitvloeisel van de CRvB uitspraken is het grootste deel van de bestaande nadere regels overgezet naar de verordening. De nadere regels kennen hierdoor nog maar één echt inhoudelijk artikel: de vertaling van de uitgangspunten voor pgb tarieven naar concrete bedragen in euro’s. Dit maakt het eenvoudiger om de jaarlijkse indexering toe te passen. Voor pgb door instellingen en door ZZP-ers loopt de index mee met lokale inkoop. Die gebruikt op zijn beurt de landelijk door de VNG aangeraden formule. Het tarief voor pgb in het sociaal netwerk loopt mee met het wettelijk minimum (uur)loon.
3
De verordening kent ook zeven kan-bepalingen inzake het stellen van nadere regels. Deze worden nogmaals vermeld in de toelichting. Deze kan-bepalingen kunnen later worden ingevuld. Daarbij gaat het bijvoorbeeld over een in samenwerking met het onderwijs op te stellen afwegingskader onderwijs jeugdhulp. 5.
Juridische termen en informatievoorziening
De verordening is naar haar aard gesteld in juridische termen. Op basis van een suggestie van de ASD hebben we een vergelijkend onderzoek gedaan naar voorbeelden van gemeenten die een korte verordening op hoofdlijnen hebben opgesteld. Daarbij is gebleken dat juist bij deze gemeenten de CRvB heeft geoordeeld dat deze aanpak “onvoldoende rechtszekerheid, althans onvoldoende concrete op de individuele situatie betrekking hebbende duidelijkheid” biedt. Deze weg kan dus helaas niet gevolgd worden. Het is belangrijk om jeugdigen en ouders te ondersteunen met informatiemateriaal waarin de verordening op een niet juridische en begrijpelijke wijze wordt samengevat. We willen dit doen door middel van een aantal factsheets waarin de verschillende onderwerpen uit de verordening worden samengevat. We willen deze concept factsheets ook graag bespreken met de adviesraad. 6.
Het gaat altijd om een individuele afweging
Het mag nooit vergeten worden: bij het inzetten van jeugdhulp gaat het altijd om een individuele afweging in specifieke individuele omstandigheden. Ieder besluit is dus maatwerk, waarbij altijd het belang van de jeugdige centraal staat. Bij individuele besluiten kan van de gestelde normen worden afgeweken indien daaraan vasthouden voor de jeugdige of zijn ouders gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen. De menselijke maat is dus leidend.
4