05.04 - advies GS regio Rotterdam
Tekst van het document
Gedeputeerde Staten
Contact HM van der Giesen T hm.vander.giesen@pzh.nl Provinciehuis Postbus 90602 2509 LP Den Haag T 070 - 441 66 11 www.zuid-holland.nl/contact Datum
12 november 2024 Samenwerkingsverband Wonen regio Rotterdam T.a.v. de heer J.W. Mijnans Postbus 25 3200 AA Spijkenisse
Ons kenmerk PZH-2024-863859374 DOS-2013-0009992 Uw kenmerk Bijlagen
Onderwerp Advies inzake gebundelde adviesaanvraag verordening Woonruimtebemiddeling 2025 Geachte heer Mijnans, Dank voor uw verzoek d.d. 3 oktober jl. om conform de gewijzigde Huisvestingswet 2014 binnen 6 weken een advies uit te brengen over de gemeenschappelijke concepttekst voor de 12 nieuw vast te stellen huisvestingsverordeningen in de woningmarktregio Rotterdam. Op 24 oktober heeft u ons een brief gestuurd waarin u aangeeft dat vanuit de gemeente Ridderkerk geen bekrachtiging is ontvangen voor de gebundelde adviesaanvraag en dat dit betekent dat voor slechts 11 gemeenten een gebundelde adviesaanvraag is gedaan. De huidige tijdelijk verlengde huisvestingsverordeningen van de gemeenten die deel uitmaken van het Samenwerkingsverband Wonen regio Rotterdam lopen af op uiterlijk 1 januari 2026. In deze brief gaan we in op uw brief van 24 oktober en geven wij u een advies ten aanzien van uw gemeenschappelijke concepttekst voor de nieuw vast te stellen huisvestingsverordeningen in uw regio. Zoals de wetgever verwacht, geven we ook een advies over de gevolgen van vaststelling van de huisvestingsverordening voor de regionale woningmarkt, de woningbouwopgave en de toepassing van bindingseisen (artikel 14).
De gevolgen voor de regionale woningmarkt en artikel 14 Huisvestingswet We waarderen het dat 11 gemeenten uit het Samenwerkingsverband Wonen regio Rotterdam gezamenlijk een adviesaanvraag indienen. De woningmarktregio beperkt zich immers niet tot de gemeentegrenzen. We betreuren het dat gemeente Ridderkerk geen onderdeel uitmaakt van deze gebundelde adviesaanvraag. Het Samenwerkingsverband Wonen regio Rotterdam (SvWrR) bestaat uit 12 gemeenten (inclusief Ridderkerk). Tevens vormen deze gemeenten de woondealregio Rotterdam. Ook de gesprekken over de afstemming van het regionale woningbouwprogramma vinden plaats op dit regionaal niveau. Het ontbreken van gemeente Ridderkerk in de aanvraag wijkt daarom af van de logische samenwerking op de vele woononderwerpen in deze regio.
Ons kenmerk PZH-2024-863859374
Tot uiterlijk 1 januari 2026 geldt voor iedere gemeente in het SvWrR een individueel vastgestelde maar wel onderling nauw afgestemde huisvestingsverordening. We hechten belang aan goede samenwerking in de regio op onderwerpen die in de huisvestingverordening worden vastgelegd. In de aangekondigde wet Versterking regie volkshuisvesting is vastgelegd dat in ieder geval regionale verdeelafspraken gemaakt dienen te worden over de huisvesting van wettelijke urgenten. Wij vragen u hier bij de definitieve huisvestingsverordening rekening mee te houden. Wij zullen dit ook aan de gemeente Ridderkerk vragen. Zoals we aan Ridderkerk hebben laten weten (brief PZH-2024-860544589 d.d. 27-09-2024), zien we als provincie grote meerwaarde in het handhaven van het woonruimteverdeelsysteem voor de gehele regio, inclusief Ridderkerk. Het is ons bekend dat gemeente Ridderkerk een eigen woonruimteverdeelsysteem wenst op te richten en de mogelijkheden hiertoe onderzoekt. Een woonruimteverdeelsysteem is de operationalisatie van een huisvestingsverordening. Hoewel we geen voorstander zijn van meerdere woonruimteverdeelsystemen in één regio, vraagt het inspanning opdat het niet botst met afgestemde afspraken over woonruimteverdeling die in huisvestingsverordeningen worden vastgelegd.
We zien daarom graag dat u de constructieve samenwerking vanuit uw kant met Ridderkerk blijft voortzetten, over zowel de afstemming over de huisvestingsvordeningen als over andere woononderwerpen in de regio. Bij het gesprek over regionaal afgestemde Huisvestingsverordeningen is het noodzakelijk de belangen van alle woningzoekenden in de woningmarktregio in het oog te houden. Het mogelijk ontstaan van meerdere verdeelsystemen of onvoldoende afgestemde huisvestingsverordeningen mag niet leiden tot een hogere vraagdruk op de sociale woningvoorraad van de overige 11 gemeenten en eveneens niet leiden hogere kosten of onduidelijkheid voor woningzoekenden doordat ze zich voor meerdere systemen moeten inschrijven. Met inachtneming van de beperkingen die de Huisvestingswet mogelijk maakt via het stellen van bindingseisen, is vrije vestiging c.q. een open woningmarkt het uitgangspunt. We waarderen het dat u vergunninghouders gelijkstelt met de houders van een urgentieverklaring. In uw stuk benoemt u een aantal urgentiecategorieën. Wij vragen u er voor te zorgen dat de urgentiegroepen zoals genoemd in de (in voorbereiding zijnde) Wet versterking regie volkshuisvesting zijn opgenomen.
Uw verordening biedt de mogelijkheid een vergunningplicht in te stellen voor de sociale huurwoningvoorraad die in het bezit is van woningcorporaties, maar biedt gemeenten ook de mogelijkheid particuliere huurwoningen alsmede nieuw te bouwen voor verkoop bestemde woonruimten onder het regime van de huisvestingsverordening te brengen. Dat biedt gemeenten de mogelijkheid om meerdere woningcategorieën onder het regime van de huisvestingsverordening te brengen, dat biedt gemeenten met een kleinere sociale huurvoorraad namelijk toch de mogelijkheid het betaalbare woningaanbod voor woningzoekenden te vergroten. De gewijzigde Huisvestingswet 2014 biedt gemeenten de mogelijkheid maximaal 50% van de vrijkomende zelfstandige woonruimten tot de huurprijsgrens met voorrang te verlenen aan woningzoekenden met een economische of maatschappelijke binding aan een regio, gemeente of een deel van gemeente. In uw verordening benoemt u ook een aantal vitale beroepsgroepen die 2/3
Ons kenmerk PZH-2024-863859374
eveneens voorrang mogen krijgen. Wij maken ons zorgen over het maximaal benutten van deze mogelijkheid, zoals u voorstelt. Het volledig als automatisme benutten van deze ruimte kan de uitvoering van de regionale woonopgave bedreigen. Het recht op vrije vestiging in de woningmarktregio Rotterdam wordt verkleind. We adviseren dan ook met elkaar goed af te stemmen welk percentage wordt gehanteerd met als doel ook de regionale woonopgave op te lossen en te onderbouwen waarom het gekozen percentage noodzakelijk en proportioneel is. Nu deze adviesaanvraag is ingediend namens 11 gemeenten in plaats van 12, wordt onze zorg over de omvang van het aantal woningen waarop regionaal gereageerd kan worden, vergroot. We zien graag dat u onze zorgen hierover wegneemt. We stellen het op prijs dat in de verordening een uitgebreide paragraaf opgenomen is rondom registratie, monitoring en afstemming en dat wij in de gelegenheid worden gesteld tenminste een maal per jaar vertegenwoordigd te zijn bij bestuurlijk overleg naar aanleiding van de monitoring. Wij gaan er van uit dat de monitoring de beschreven informatie bevat van de 12 regiogemeenten. Gevolgen voor de bouwopgave We streven als provincie spreiding van de sociale huurwoningen binnen de regio’s na.
We zien dan ook graag dat gemeenten in hun Woonvisie nadrukkelijk aangeven welke maatregelen worden genomen om de schaarste tegen te gaan en hoe zich dit vertaalt in het (regionale) woningbouwprogramma. Het helpt door in de schaarste-onderzoeken (behalve in te gaan op vraag, aanbod en slagingskans) ook aan te geven wat de noodzakelijke toename van de woningvoorraad is (zie ook onze brief van 26 september 2023 met kenmerk PZH-2023-840183178). We zien dit dan ook graag terug in uw onderbouwing van uw definitieve huisvestingsverordening 2025 en in daarvoor gekozen reikwijdte van elke individuele gemeente voor sturing op verdeling van schaarse woningsegmenten. We verwachten dat de woningsegmenten die volgens de verschillende schaarsterapportages als schaars worden benoemd ten grondslag liggen aan de keuzes in de huisvestingsverordening. Een inhoudelijke reactie op dit ‘format’ voor de straks definitieve huisvestingsverordeningen is nu lastig te geven, omdat ons niet bekend is hoe en in welke mate individuele gemeenten gebruik zullen maken van de in het format aangegeven keuzemogelijkheden. Wij zouden het op prijs stellen om lopende het proces van de verordening geïnformeerd te blijven over de voortgang.
Een afschrift van deze brief sturen we de colleges van Burgemeester en wethouders van de 11 samenwerkende gemeenten alsmede aan het bestuur van de Maaskoepel, Federatie van woningcorporaties. Ook het college van Burgemeester en wethouders van gemeente Ridderkerk informeren we over deze brief.
Hoogachtend, Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, voor dezen, 3/3
Ons kenmerk PZH-2024-863859374
drs. M.J.A. van Bijnen MBA secretaris
Deze brief is digitaal vastgesteld, hierdoor staat er geen fysieke handtekening in de brief. Wij verzoeken u in uw correspondentie altijd het DOS-nummer (DOS-2013-0009992) te vermelden. Meer informatie www.zuid-holland.nl/contact
Afschrift aan Maaskoepel, Federatie van woningcorporaties 12 gemeenten SvWrR
4/2