05.03 - Nota van beantwoording zienswijzen parkeerbeleid def 976056
Tekst van het document
Nota van beantwoording zienswijzen concept Nota Parkeerbeleid en concept Nota Parkeernormen Er zijn van 5 partijen (weergegeven in de eerste kolom met A t/m E) zienswijzen ontvangen met in totaal 38 inhoudelijke reacties (genummerd in de tweede kolom en weergegeven in de derde kolom). Iedere reactie is voorzien van een beantwoording waarbij is aangegeven of en op welke wijze de reactie heeft geleid tot aanpassing van de nota’s. Ind. Nr. Zienswijze A 1 Huurders van sociale huurwoningen hebben een zeer laag autobezit. Het CBS spreekt over een autobezit van minder dan 50% voor de doelgroep van sociale huurwoningen. In stedelijk gebied met hoogwaardig openbaar vervoer is autobezit nog lager; de gemeente Rotterdam hanteert een parkeernorm van 0,6 voor sociale huurwoningen. Een significant deel van de nieuwbouw richt zich op tweekamerwoningen. Op dit moment wordt gewerkt aan de nieuwbouw van ca 150 tweekamerwoningen van ca. 57 m2 (met één slaapkamer) voor huurders met een inkomen t/m 32.000 euro. Woningcorporaties hebben niet de (financiële) mogelijkheid om uitgebreide gebouwde parkeervoorzieningen te maken onder een woongebouw en het bouwen van teveel parkeerplaatsen leidt tot minder ruimte om woningen te bouwen die juist zo hard nodig zijn. Er is veelvuldig sprake van ontwikkeling van twee soorten appartementen voor de doelgroep. Woningen van ca.
55m2 (tweekamerwoningen) en woningen van ca. 75 m2 (driekamerwoningen). Dit eerste type (ca. 55m2) richt zich echt op de laagste inkomens. In de huidige norm zou voor deze woningen een norm van 1,3 gelden. Dat is gezien het autobezit meer dan twee keer hoger dan het verwachte autobezit. Ook voor de driekamerwoning is een norm van 1,3 aan de hoge kant. We daarmee concreet het volgende. 1. Wanneer een nieuwbouw appartement in de sociale huursector kleiner is dan 60m2 (met één slaapkamer), dan geldt hiervoor dezelfde norm als een appartement van <50 m2. Dus 0,7 parkeerplaats. 2. Wanneer een nieuwbouw appartement of eengezinswoning in de sociale huursector groter is dan 60m2, dan geldt een afslag van (maximaal, met andere afslagen) 25% op de parkeernorm. We werken graag samen met u als gemeenteraad aan voldoende sociale huurwoningen in Capelle met voldoende parkeerplaatsen. We hopen dat u onze oproep steunt om ook de sociale huur een plaats te bieden in de parkeernormen. Zo werken we samen aan voldoende sociale huur in Capelle.
Beantwoording Capelle aan den IJssel onderkent dat huurders van sociale huurwoningen naar verhouding een laag autobezit hebben. Cijfers van CBS, zoals door de indiener genoemd, tonen dit aan, de landelijke parkeerkentallen van CROW (die de basis vormen voor de Capelse parkeernormen) maken om die reden onderscheid tussen sociale huur en vrije sector huur en parkeertellingen in Capelle aan den IJssel tonen dit eveneens aan. Om hier recht aan te doen en voor sociale huur een zo goed mogelijk passende parkeernorm te definiëren, is in de definitieve versie van de Nota Parkeernormen de sociale huur als aparte categorie toegevoegd. Gemeente Capelle aan den IJssel sluit hiermee aan bij veel andere gemeenten die dit onderscheid maken. Conform het voorstel van de indiener geldt voor kleinere sociale huurwoningen tot 60 m2 de norm die voor vrije sector huur voor woningen tot 50 m2 geldt. Voor woningen groter dan 60 m2 geldt één norm, wat betekent dat voor grotere woningen een lagere parkeernorm geldt dan voor reguliere huur. Ook hiermee sluit Capelle aan den IJssel aan bij de werkwijze van andere gemeenten.
Aanpassing nota(’s)? De Nota Parkeerbeleid en de Nota Parkeernormen zijn hierop aangepast. Aan de visiepunten, hoofdstuk 4 van de Nota Parkeerbeleid, is een visiepunt toegevoegd, waarin is opgenomen dat de gemeente in haar parkeerbeleid rekening houdt met verschillen in het type en de omvang van woningen. Daarbij is beschreven dat er ook onderscheid wordt gemaakt tussen sociale huur en vrije sector huur. In de Nota Parkeernormen (hoofdstuk 5) zijn separate parkeernormen opgenomen voor sociale huurwoningen.
Daarnaast geldt ook voor deze woningen dat aanvullend een korting op de parkeernorm mogelijk is als gevolg van de nabijheid tot een HOV-halte (metrohalte, treinstation of ParkShuttle-halte).
1
Ind. Nr. Zienswijze Beantwoording Aanpassing nota(’s)? B 2 De zienswijze is gericht op het te ontwikkelen gebied Roer-Barbizon (ook wel Alhoewel er overeenkomsten tussen het gebied Roer-Barbizon Nee. Capelle Office Park) en niet bedoeld in de algemeenheid voor gehele en Rivium zijn, zijn er ook verschillen. Onderdeel van de gemeente. Wij zijn van mening dat het gebied Roer-Barbizon, net zoals dat ontwikkeling van Rivium is een integrale mobiliteitsopzet met voor Rivium geldt, als een ‘verschillend’ gebied zou moeten worden getypeerd o.m. inzet van de Parkshuttle als snelle en korte verbinding conform visiepunt 1 in de Nota. Onderstaand zetten wij onze redenatie uiteen. naar de (nabijgelegen) metro, aansluiting op de Waterbus en Het gebied Roer-Barbizon heeft dezelfde kenmerken al het Rivium. Het ligt aanbod van mobiliteitsdiensten. Dat geldt niet op dezelfde ook aan de rand van de gemeentelijke grenzen, de gebieden zouden beide als manier voor Roer-Barbizon. atypisch en verschillend kunnen worden gedefinieerd ten opzichte van de overige gebieden.
Beide zijn kantoorgebieden waar de gemeente Capelle aan Daarnaast zal ieder (deel)gebied in Capelle zijn eigen typologie den IJssel een gebiedsontwikkeling wenst dat uitgroeit tot gemengde hebben en op bepaalde punten overeenkomsten hebben met stadswijken met een duidelijk ander profiel dan de overige wijken binnen de andere gebieden, maar dat is geen reden om voor iedere wijk / gemeente. Ons inziens voldoende redenen om voor Roer-Barbizon ieder gebied afzonderlijke parkeernormen vast te stellen. Met gebiedsgericht parkeerbeleid te voeren. Het Roer-Barbizon als ‘verschillend deze nieuwe normen wordt veel beter dan in de gebied’ typeren is noodzakelijk om de beoogde ambitie en programma om parkeernormen 2015 voorzien in passende parkeernormen circa 550 woningen te realiseren vanuit het Gebiedspaspoort Roer-Barbizon gedifferentieerd naar woonoppervlakte. Ook voor de (conceptversie 16-09-2020). De nieuwe normverdeling, normen en ontwikkelingen in het gebied Roer-Barbizon leidt dit tot veel vrijstellingen geven geen ruimte om het gewenste programma van de beter passende parkeernormen. gemeente Capelle aan den IJssel te realiseren. Dat betekent dat er bij geen van de betrokken ontwikkelaars sprake is van een haalbare businesscase ontstaat Het gebied Roer-Barbizon ligt dicht bij Rotterdam, maar dat op basis van de uitgangspunten van deze parkeernota.
Verder willen wij geldt ook voor andere wijken/buurt van Capelle. Dat laat opmerken dat de gemeente in het Gebiedspaspoort Roer-Barbizon aanduid als uiteraard onverlet dat de gemeenten Capelle en Rotterdam elk een gebied dat ruimtelijk onderdeel is van de woonwijk Zevenkamp van de eigen beleidsvrijheid hebben, wat resulteert in andere gemeente Rotterdam. Wij sluiten ons hierbij aan, aangezien het gebied wordt beleidsuitgangspunten en -doelen en verschillende omringd door Rotterdam en wordt afgebakend door de A20. Hierdoor wordt parkeernormen. de wijk als een op zichzelf staand gebied gezien. Hier is in de concept Parkeernota onvoldoende rekening mee gehouden, gezien in de wijk Zevenkamp veel lagere parkeernormen worden gehanteerd.
2
Ind. Nr. Zienswijze C 3 Indiener stelt dat de overgangsregeling niet in lijn is met de voorwaarden uit het bestemmingsplan Parkeren. Dit zorgt voor rechtsonzekerheid, onder andere in relatie tot de aanvraag voor de omgevingsvergunning. In het Bestemmingsplan Parkeren waaraan de ingediende omgevingsvergunning moet worden getoetst, is het tijdstip van indiening van de aanvraag bepalend voor de vraag aan welke parkeernormen moet worden getoetst. De concept nota schrijft echter voor dat de nieuwe normen niet van toepassing zijn op plannen waarvoor reeds een ontwerpbesluit ter inzage ligt of heeft gelegen. Daarmee is niet het moment van indiening maar terinzagelegging van het ontwerpbesluit bepalend.
Beantwoording Dit is een terechte opmerking. Het stuk is hierop aangepast.
C
De gemeente deelt de conclusie dat er sprake was van Aangepast in hoofdstuk 4 onduidelijkheid. Het stuk is aangepast waarbij sprake is van één (parkeernormen fiets) en hoofdstuk categorie: "studentenkamer". Dit is in lijn met het 5 (parkeernormen auto) van de Nota parkeerbeleid en de parkeernormen van veel gemeenten met Parkeernormen, waarbij sprake is studentenhuisvesting en voorkomt onduidelijkheid over van één categorie: begrippen als ‘zelfstandig’ of ‘niet-zelfstandig’ (en verschillende “studentenwoning/ tussenvormen daarin). studentenkamer”.
4
De parkeernorm voor studenten is onduidelijk. Er is sprake van "kamerverhuur zelfstandig, niet studenten" en van "kamerverhuur studenten niet zelfstandig", Inspreker wenst een specifieke parkeernorm voor studenten op te nemen van 0,1 of 0,15 parkeerplaats per studentenwoning. Ook verzoekt indiener om te specificeren of het gebruik van de woning of de doelgroep bepalend is voor het toepassen van de norm
Aanpassing nota(’s)? Aangepast in par. 2.3. van de Nota Parkeernormen.
Gemeente gaat niet mee in de door inspreker genoemde autoparkeernorm van 0,1 of 0,15 pp/woning, maar hanteert het midden van de door CROW aangehouden bandbreedte en daarmee een parkeernorm van 0,25 voor studentenkamers. Afhankelijk van de ligging ten opzichte van een HOV-halte is hierop dan nog een korting mogelijk, op de wijze zoals in de Nota Parkeernormen beschreven.
3
Ind. Nr. Zienswijze C 5 Indiener stelt dat de aanwezigheidspercentages voor studentenwoningen niet overeenkomen met de praktijk. Studenten hebben een ander aanwezigheidspatroon dan reguliere woningen. Verzoek om expliciet aanwezigheidspercentages op te nemen voor studenten of een maatwerkoplossing mogelijk te maken.
Beantwoording Aanwezigheidspercentages voor studentenkamers liggen mogelijk anders dan voor reguliere woningen, maar dit kunnen wij niet onderbouwen en in de landelijke CROW-kentallen zijn geen specifieke aanwezigheidspercentage opgenomen voor studentenwoningen. Overigens: voor studentenkamers is het bezoekersdeel het grootste deel van de norm en voor dit deel zal ook voor studentenwoningen de avond naar verwachting het maatgevende moment zijn.
Aanpassing nota(’s)? In paragraaf 3.4. van de Nota Parkeernormen is toegevoegd welke mogelijkheden er zijn in het geval voor een bepaalde functie/ontwikkeling in de nota geen specifieke aanwezigheidspercentages zijn opgenomen.
Daarnaast biedt het beleid (zoals beschreven in de Nota Parkeernormen) ruimte om onderbouwd te komen tot een maatwerkonderbouwing voor functies waarvan geen aanwezigheidspercentages zijn opgenomen. Het is aan de initiatiefnemer om tot een onafhankelijke onderbouwing te komen. C
6
Indiener constateert dat in deelgebied Rivium loopafstanden van 600 meter tot een HOV halte worden geaccepteerd. In het overig stedelijk gebied (zone B) is de maximale loopafstand tot HOV 300 meter. Indiener stelt dat dit verschil niet te verklaren is en verzoekt om de loopafstand in zone B te verhogen naar 600 meter.
Ten opzichte van de concept Nota Parkeernormen is er een aanpassing doorgevoerd in de definitieve versie. Hierin is voor zone B (overige Capelle) net als voor Rivium uitgegaan van een invloedgebied / loopafstand van 600 meter tot een HOV-halte. Wel is er hier gekozen voor een gestaffelde korting op de geldende parkeernorm: 20% tot 300 meter en 10% tussen 300 en 600 meter loopafstand. De reden hiervoor zijn de verschillen tussen Rivium enerzijds en Zone B anderzijds, waarbij er in Rivium sprake is van een strikt parkeerregime, beperkt aantal parkeerplaatsen en breed aanbod van alternatieven.
De aangepaste korting op de parkeernorm (in zone B) uitgaande van 20% bij een loopafstand tot 300 meter en van 10% bij een loopafstand van 300 tot 600 meter, is verwerkt in paragraaf 3.3 van de Nota Parkeernormen.
4
Ind. Nr. Zienswijze C 7 Indiener wenst dat - net als in Rivium - ook een korting op de parkeereis mogelijk is door middel van het realiseren van extra fietsparkeervoorzieningen. Indiener doet hierbij de suggestie om locatie- of projectspecifieke voorwaarden te koppelen aan de verlaging van de parkeereis.
Beantwoording Aanpassing nota(’s)? De gemeente gaat, zoals indiener verzoekt, in haar beleid uit Nee. van een locatie specifieke c.q. een gebiedsgerichte benadering. De parkeernormen zijn gedifferentieerd naar gebied (Centrumgebied, Overig Capelle en Rivium) en afhankelijk van de afstand tot een HOV-halte is in zone B een korting op de parkeernorm mogelijk. Gemeente gaat hier niet mee in het voorstel om een verdere korting te realiseren op de parkeernorm door het realiseren van extrafietsparkeervoorzieningen. Iedere ontwikkeling dient te voorzien in voldoende fietsparkeerplaatsen (en dat is daarmee geen keuze) en gemeente ziet geen directe relatie tussen aanbieden van extra fietsparkeerplaatsen en een lagere parkeervraag.
D
8
Wat is de relatie tussen het Parkeerbeleid 2022, de Nota parkeernormen 2022 De stukken zijn punt aangepast om het verband tussen deze en het bestemmingplan parkeren 2018? drie documenten duidelijk te maken.
Toegevoegd in paragraaf 1.3 van de Nota Parkeerbeleid en in paragraaf 2.2 van de Nota Parkeernormen.
D
9
Wordt het bestemmingsplan parkeren 2018 ook herzien?
Ja. Al heeft dat geen directe aanleiding in de nieuwe Nota Parkeerbeleid en Nota Parkeernormen. Het Bestemmingsplan 2018 heeft een dynamische verwijzing naar het actuele parkeerbeleid en parkeernormen, zodat deze op basis van het bestemmingsplan van kracht worden op het moment dat ze worden vastgesteld.
Nee. In het Parkeerbeleid wordt verwezen naar het geldende Bestemmingsplan Parkeren.
D
10
Hoe verhoudt de juridische status van het Parkeerbeleid 2022, de Nota Parkeernormen 2022 en het Bestemmingplan parkeren 2018 zich tot elkaar?
Het stuk is op dit punt aangepast om dit duidelijk te maken.
Toegevoegd in paragraaf 1.3 van de Nota Parkeerbeleid en in paragraaf 2.2 van de Nota Parkeernormen.
D
11
Wij zien graag een nadere vergelijking tussen het beleid en de normen 2015 afgezet tegen de concepten 2022 voorzien van een motivering van deze wijzigingen.
Een vergelijking tussen de normen 2015 en de nieuwe normen is aangeboden aan de raadscommissie SOB en online beschikbaar bij de vergaderstukken van 29 november 2021.
Nee.
5
Ind. Nr. Zienswijze D 12 In het Parkeerbeleid 2022 en de Nota parkeernormen 2022 ontbreken definities. Dit leidt tot onduidelijkheid. Een voorbeeld is het ontbreken van een definitie van een hoogstedelijk woongebied. Indiener deelt enkele definities m.b.t. hoogstedelijk gebied en stelt dat Rivium hier niet aan voldoet
Beantwoording De gemeente is van mening dat de door indiener meegestuurde definities juist wel aansluiten bij de plannen voor Rivium: goed openbaar vervoer (o.a. Parkshuttle), hoge dichtheid en een combinatie van functies/voorzieningen. De gemeente baseert de mate van stedelijkheid op basis van CBScijfers. Voor Rivium heeft de gemeente een mobiliteitsaanpak opgesteld. Deze aanpak en de parkeernormen voor Rivium zijn al door de gemeenteraad vastgesteld en staan hier dus niet ter discussie.
Aanpassing nota(’s)? Van verschillende begrippen zijn in de Nota Parkeerbeleid definities toegevoegd ter verduidelijking, met name in hoofdstukken 3, 4, 5 en 6.
6
D
13
De parkeernormen 2022 lijken over het algemeen te worden verlaagd ten opzichte van 2015. Voorbeelden zijn het Nieuwe Rivium, de meersgezinswoningen en kantoren zonder baliefunctie. In 2020 heeft het CBS gepubliceerd dat het autopark sneller groeit dan de bevolking (bijlage D). Het autobezit onder particulieren steeg 7,5% en er waren 19,1% meer auto’s op naam van een bedrijf. De Nota Parkeernormen 2022 (pagina 7) refereert alleen aan CBS cijfers uit 2019. De ontwikkeling van het autobezit, de toenemende vraag naar plaatsen voor elektrisch laden, een extra vraag naar ruimte voor deelmobiliteit en de huidige parkeerproblemen in Fascinatio tonen aan dat de parkeernorm juist structureel dient te worden verhoogd ten opzichte van 2015.
Het beeld dat de parkeernormen ten opzichte van 2015 over het algemeen worden verlaagd klopt niet. Voor woningen geldt bijv. dat voor grondgebonden woningen de normen onveranderd zijn ten opzichte van 2015. Voor appartementen is een nadere differentiatie aangebracht naar woonoppervlakte, voor woningen kleiner dan 100 m2, maar dat betekent niet dat de norm is verlaagd. In de normen 2015 was de norm 1,5 voor appartementen kleiner dan 100 m2. Voor de categorie 80 tot 100 m2 geldt nu ook een norm van 1,5. Voor nog kleinere woningen is een lagere norm opgenomen, wat wordt verklaard uit het gegeven dat in kleinere woningen kleinere huishoudens wonen en het autobezit lager ligt.
Geen aanpassing in de parkeernormen. Wel zijn in de Nota Parkeerbeleid meer actuele gegevens opgenomen over de huidige situatie met betrekking tot het autobezit (cijfers 2021) en parkeren (cijfers 2022) en is uitgebreider ingegaan op de gevolgen van het toenemende aantal elektrische voertuigen.
Vergelijking tussen de cijfers van 2019 en 2021 laat juist zien dat heet aantal huishoudens in die periode sterker is gegroeid dan het aantal auto’s. Het gemiddelde autobezit is dus juist iets gedaald. Voor kantoor met baliefunctie was de norm in 2015 2,25 en nu 2,3. Er zijn dus aanpassingen naar boven en naar beneden ten opzichte van de normen 2015. De gemeente baseert zich voor de hoogte van de parkeernormen op landelijke richtlijnen van het CROW. Op de relatie tussen parkeerplaatsen voor elektrisch laden en reguliere parkeerplaatsen wordt in het beleid ingegaan. Laadplekken compenseren we niet, aangezien met een groeiend aandeel elektrische voertuigen een groeiend aantal laadplekken nodig is en een elektrische auto een reguliere auto vervangt. Voor deelauto’s geldt dat hiervoor een aparte, eigen parkeerplaats moet worden gerealiseerd. Met betrekking tot de problematiek in Fascinatio; zie reactie en antwoord nummer 26.
7
Ind. Nr. Zienswijze D 14 Onduidelijk is of, en in hoeverre, de gevolgen op het reisgedrag van epidemieën zoals COVID-19 zijn meegenomen in het parkeerbeleid. Gebleken is dat (nog steeds) minder mensen het openbaar vervoer gebruiken en het autogebruik is vergroot. Dit heeft ook gevolgen voor het autobezit en de benodigde parkeervoorzieningen
Beantwoording Niet duidelijk is of er sprake is van een effect op langere termijn als gevolg van Covid. Een korte termijn effect was minder OV-gebruik, maar bijvoorbeeld ook minder autogebruik en meer thuiswerken. Er kan dus niet worden gezegd dat dat leidt tot meer benodigde parkeervoorzieningen. Afgelopen periode is bij kantoren juist een lagere parkeerbezetting zichtbaar.
Aanpassing nota(’s)? In de definitieve versie van de Nota Parkeerbeleid (par. 2.1) en Nota Parkeernormen (par. 3.1.) is een passage toegevoegd over dergelijke (maatschappelijke) ontwikkelingen.
Als er sprake zal zijn van effecten op de langere termijn dan zullen deze effecten, net als andere maatschappelijke trends en ontwikkelingen, leiden tot aanpassing van de landelijke kentallen (CROW) waar de gemeente zich op baseert. In de definitieve versie van de Nota Parkeerbeleid en Nota Parkeernormen is een passage toegevoegd over dergelijke (maatschappelijke) ontwikkelingen. D
15
Het Deelmobiliteitsplan ontbreekt (nog). Graag zien wij dit plan tegelijkertijd uitgewerkt en vastgesteld met het Parkeerbeleid 2022 en de Nota parkeernormen 2022. Het deelmobiliteitsplan heeft namelijk veel raakvlakken met parkeerbeleid en parkeernormen.
De gemeente stelt in 2023 het Deelmobiliteitsplan op. De voorliggende nota's zijn algemener van aard en conflicteren naar mening van de gemeente niet met het nog uit te werken deelmobiliteitsplan.
Nee.
D
16
In het RTPF is opgenomen: “[…] Voor de uitgifte van nieuwe kavels geldt dat deze moeten voldoen aan het vastgestelde gemeentelijke parkeerbeleid, om er zo voor te zorgen dat het parkeren goed wordt opgelost en niet leidt tot overlast in de omgeving […]”. Voor een goede oplossing van parkeren, zonder overlast in de omgeving, is een voldoende ruime parkeernorm noodzakelijk. Met de voorgestelde parkeernormen 2022 zal niet worden voldaan aan het uitgangspunt in het RTPF.
Deze mening deelt de gemeente niet. De gemeentelijke normen zijn gebaseerd en op de landelijke kentallen (CROW) en er is geen reden om aan te nemen dat die niet kloppen. Voor de wijk Fascinatio geldt bijvoorbeeld dat op basis van herhaaldelijke tellingen (’s nachts) is aangetoond dat er in de woonwijk ruim voldoende parkeerplaatsen voor de bewoners zijn (zie ook antwoord nr. 19).
Nee
8
Ind. Nr. Zienswijze D 17 “[…] Ook jonge bewoners hechten nog aan de (eigen) auto en 60% geeft aan de auto ‘voor de deur’ te willen parkeren […]”. Deze constatering vereist een verhoging van het aantal parkeerplaatsen. Onduidelijk is hoe hiermee rekening is gehouden in het parkeerbeleid en de parkeernormen.
Beantwoording Aanpassing nota(’s)? In het beleid is rekening gehouden met deze constatering. Dit Nee. betekent echter geen verhoging, maar het op niveau houden van de huidige parkeerplaatsen en het toepassen van passende parkeernormen. Er staat namelijk dat ook jonge bewoners (net als oudere bewoners) er aan hechten in de buurt van hun woning te kunnen parkeren. Er is dus geen sprake van een toename, maar van een gelijkblijvende behoefte.
D
Dit zijn cijfers van het CBS. We begrijpen dat de beleving op Cijfers zijn aangepast naar 2021 in straat kan afwijken. De gemeente voert ook parkeertellingen plaats van 2019. uit om een goed beeld van de situatie op straat te krijgen. Deze tellingen worden de komende jaren op verschillende momenten uitgevoerd. Op deze manier krijgen we een beter beeld van de parkeersituatie op verschillende momenten op een dag/in de week.
18
Wij vragen ons af of het aantal personenauto’s per huishouden in Fascinatio juist is. Figuur 1 geeft aan: “1 - 1,5 auto”. Wij herkennen ons niet in dit beeld.
Het is ook goed om bij deze cijfers zich te realiseren dat dit een gemiddelde betreft. Er zijn in de wijk ook gezinnen met meer auto’s (bijvoorbeeld 3) maar ook gezinnen zonder auto. Gemiddeld bedraagt het bezit dan 1,5 auto. Daarnaast treedt er een verschil op als gevolg van auto’s die niet in de wijk staan geregistreerd maar daar wel staan geparkeerd. Hier is in de definitieve versie van de Nota Parkeernormen een passage over toegevoegd. D
19
Wij vragen ons af of de parkeerdruk in Fascinatio (< 50% in Fascinatio West en Juist om die reden voeren we tellingen uit; zodat we ons Nee 50-80% in Fascinatio Oost) uit de nachtmeting in 2019 juist is. Wij herkennen baseren op feiten niet op gevoelens of vermoedens. ons niet in dit beeld. Gemeentelijke tellingen maar ook een recente telling in 2022 (in samenwerking met het Opgaveteam van het WOP) laat zien dat de parkeerdruk 's nachts in Fascinatio niet heel hoog is en tussen de 50 en 80% ligt.
9
Ind. Nr. Zienswijze D 20 Recent is ook uit de media gebleken dat deelmobiliteit nog niet aanslaat. Onduidelijk is hoe hiermee rekening is gehouden in het parkeerbeleid en de parkeernormen. Bij het Nieuwe Rivium lijken (ten onrechte) hoge kortingen te worden verstrekt voor deelmobiliteit.
Beantwoording Dit onderkennen wij. Deelmobiliteit heeft geen invloed op de parkeernormen. Wel is er onder specifieke voorwaarden de mogelijkheid om maximaal 10% korting te krijgen op de parkeereis, maar alleen in gereguleerde gebieden. Aan de definitieve versie van de Nota Parkeernormen zijn hier strengere eisen voor opgenomen dan in de conceptversie.
Aanpassing nota(’s)? De wijze waarop in het parkeerbeleid wordt omgegaan met deelmobiliteit is uitgebreid beschreven en verduidelijkt (par. 7.2.) waarbij is aangegeven dat we hier alleen onder bepaalde voorwaarden mogelijkheden voor Het beleid c.q. de parkeernormering voor Rivium ligt niet ter zien (met gelimiteerde gevolgen op inzage. Dit is reeds in 2020 door de gemeenteraad vastgesteld. de aanpassing van de parkeernorm) In de Nota Parkeernormen is daarom opgenomen dat Rivium en een vereiste van een buiten de werking van de nota valt. ‘terugvaloptie’.
D
21
“[…] Geen andere locaties in beeld […] voor parkeermaatregelen […]. De blauwe zone bij de Onacklaan (nabij Capelsebrug) en de mogelijke parkeerregulering in Fascinatio ontbreken hier.
Terechte opmerking , het stuk is hier op aangepast.
Aangepast in par. 3.2. van de Nota Parkeerbeleid.
D
22
Er is geen sprake van een hoogstedelijk woongebied in het Nieuwe Rivium. Er is geen Centraal Station op loop of fietsafstand, de parkshuttle is niet hoogwaardig, heeft onvoldoende capaciteit en is onbetrouwbaar gebleken. De waterbus heeft ook onvoldoende capaciteit en is niet (hoofdzakelijk) gericht op vervoer van de toekomstige bewoners.
Voor Rivium heeft de gemeente een mobiliteitsaanpak opgesteld. Deze aanpak en de parkeernormen voor Rivium zijn in 2020 door de gemeenteraad vastgesteld. In de Nota Parkeernormen is daarom opgenomen dat Rivium buiten de werking van de nota valt.
In de Nota Parkeerbeleid en Nota Parkeerbeleid is duidelijker opgenomen dat Rivium buiten de werking van dit beleid nota valt.
D
23
Er dient haast te worden gemaakt met de nadere uitwerking van controle en handhaving bij parkeerregulering. Voor de eventuele parkeerregulering in Fascinatio is dit één van de belangrijke voorwaarden voor het succesvol zijn van deze ‘oplossing’.
De gemeente neemt kennis van deze opmerking. Voor Fascinatio geldt dat nut en noodzaak van mogelijke parkeerregulering in samenspraak met de wijk wordt onderzocht.
Nee.
10
Ind. Nr. Zienswijze Beantwoording D 24 De huidige plannen van het Nieuwe Rivium zijn strijdig met visiepunt 5: Zie ook antwoord nummer 22. Voor Rivium heeft de gemeente “[…] De parkeeropgave van een nieuwe ontwikkeling mag niet zodanig worden een mobiliteitsaanpak opgesteld. Deze aanpak en de afgewikkeld dat er in de nabije omgeving overlast ontstaat […]”. parkeernormen voor Rivium zijn al door de gemeenteraad De ontwikkeling van het Nieuwe Rivium met een zeer lage parkeernorm is één vastgesteld en staan hier dus niet ter discussie. van de oorzaken waardoor parkeerregulering in Fascinatio (mogelijk) noodzakelijk en/of wenselijk wordt. Dit ter voorkoming van ‘vluchtparkeren’ in Fascinatio door bewoners van het Rivium. Mogelijk krijgt ook Kralingseveer (Rotterdam) te maken met vluchtparkeren uit het Nieuwe Rivium. Ook mag niet worden uitgesloten dat bij de P+R van metrostation Capelsebrug inwoners van het Nieuwe Rivium hun auto gratis (en structureel) gaan parkeren. Als slechts een klein gedeelte van deze nieuwe bewoners dit doet zal er op de P+R Capelsebrug voor reguliere reizigers geen parkeerplaats meer beschikbaar zijn. De oplossing voor het Rivium is het aantal woningen drastisch te verlagen waarbij de reguliere Capelse parkeernormen worden gehanteerd.
Een korting voor niet-bestaand hoogwaardig openbaar vervoer in het Rivium en het via kortingen anticiperen op deelmobiliteit en fietsen is zeer risicovol en onjuist.
Aanpassing nota(’s)? In de Nota Parkeerbeleid en Nota Parkeerbeleid is duidelijker opgenomen dat Rivium buiten de werking van dit beleid nota valt.
D
25
Plaatsen van laadpalen worden niet gecompenseerd, omdat de elektrische auto een reguliere auto zou vervangen. Deze aanname is onjuist. Laadpaalplaatsen zijn niet bedoeld voor ‘langparkeren’. Na een laadsessie dient de auto zo spoedig mogelijk te worden verwijderd en op een reguliere parkeerplaats te worden geplaatst. Van een vervanging is daarom geen sprake. Daarnaast is een parkeerplaats met laadpaalfaciliteit per definitie niet beschikbaar voor ‘reguliere auto’s’. Een laadpaalplaats gaat dus per definitie ten koste van de beschikbaarheid van openbare parkeerplaatsen.
Een laadpaal vervangt inderdaad een reguliere openbare parkeerplaats. Met een verschuiving in het autopark naar een steeds groter aandeel elektrische auto's, zal ook een steeds groter deel van het areaal parkeerplaatsen voor elektrische auto's moeten zijn en een steeds kleiner deel voor “fossiele” auto’s. We gaan dus parkeerplaatsen die worden voorzien van een laadpaal niet compenseren.
Dit is duidelijker verwoord in de Nota Parkeerbeleid (par. 2.2 en par. 4.2.).
D
26
In Fascinatio kan parkeerregulering mede worden voorkomen door het aantal geplande woningen in Rivium (drastisch) te verlagen en de reguliere Capelse parkeernormen te hanteren. Ook kan regulering worden voorkomen door een hogere parkeernorm voor bedrijven in te stellen. Juist de bedrijven in Fascinatio zijn een grote bron van parkeeroverlast.
De planuitwerking voor Rivium is geen onderdeel va dit parkeerbeleid. Het wel/niet invoeren van parkeerregulering in Fascinatio staat los van Rivium. Het onderzoeken van parkeerregulering in Fascinatio heeft zijn oorzaak in overlast in de woonwijk als gevolg van parkeren door de bedrijven aan de rand van de wijk.
Nee.
11
Ind. Nr. Zienswijze D 27 Het beleid vermeld een maximum aantal bewonersvergunningen/ontheffingen. Het aantal (2) wordt nu gelijkgesteld ongeacht de buurt en/of wijk. Wij vragen ons af of dit wenselijk is. Er kunnen buurten/wijken zijn waar 2 te laag is en buurten en/of wijken waar 2 te veel is. Daarnaast kan maatwerk vereist zijn.
Beantwoording Aanpassing nota(’s)? De nota is op dit punt aangepast. Het is inderdaad denkbaar Aangepast in hoofdstuk 3 van de dat het aantal vergunningen/ontheffingen mede afhangt van Nota Parkeerbeleid. de beschikbare capaciteit. Regulering dient immers om overlast door andere gebruikers dan de bewoners tegen te gaan en als er voor bewoners ruim voldoende plaatsen zijn, is er geen reden om een laag aantal ontheffingen uit te geven. In de definitieve versie van de nota is opgenomen dat dit onderdeel van is van het specifieke plan van aanpak dat in het voorkomende geval voor de betreffende buurt of wijk wordt opgesteld.
D
28
Het aantal parkeerplaatsen op eigen terrein wordt in mindering gebracht op In gebieden waar regulering wordt onderzocht en ingevoerd, het aantal te verstrekken vergunningen / ontheffingen. In het beleid ontbreekt zal als onderdeel van het plan van aanpak hiervoor dit worden hoe wordt omgegaan met situaties waar door bewoners bijvoorbeeld een uitgewerkt. De noodzaak tot het meetellen van omgezette garage is omgebouwd tot werkkamer of een parkeerplaats is verwijderd en parkeerplaatsen verschilt immers per gebied. Als er ook zonder vervangen voor een terras of groen. Naar onze mening dient het deze correctie / aftrek voldoende capaciteit is voor bewoners oorspronkelijk bij de woning aantal gerealiseerde parkeerplaatsen leidend te om te parkeren, is hier minder noodzaak voor dan in een wijk zijn. waar de parkeerdruk als gevolg van het bewonersparkeren (te) hoog is.
Aangepast in hoofdstuk 3 van de Nota Parkeerbeleid, waarbij is aangegeven dat dit onderdeel van het voor de betreffende buurt of wijk op te stellen plan van aanpak.
D
29
Deelmobiliteit heeft zichzelf nog niet bewezen. Daarnaast vereist Zie reactie en antwoord nummer 20. deelmobiliteit plaats / ruimte. In het parkeerbeleid wordt niet uitgewerkt waar deze ruimte binnen Capelle aan den IJssel zal worden gecreëerd. Totdat deelmobiliteit leidt tot een lager autobezit zal het aanbieden van deelmobiliteit ten koste gaan van openbare parkeerplaatsen.
De wijze waarop in het parkeerbeleid wordt omgegaan met deelmobiliteit is uitgebreid beschreven en verduidelijkt (par. 7.2.) waarbij is aangegeven dat we hier alleen onder bepaalde voorwaarden mogelijkheden voor zien (met gelimiteerde gevolgen op de aanpassing van de parkeernorm) en een vereiste van een ‘terugvaloptie’.
12
Ind. Nr. Zienswijze D 30 Wij kunnen ons niet vinden in de zin “[ …] vanwege de hoge stedelijkheid en het lagere autobezit van de doelgroepen waarop Rivium zich richt, gelden in Rivium andere parkeernormen dan elders in Capelle. […]”. Het Rivium is niet hoogstedelijk en daarnaast is niet gebleken dat de doelgroepen een lager autobezit hebben. De lage parkeernorm wordt veroorzaakt door de kennelijke wens heel veel woningen te realiseren, waardoor voor automobiliteit geen ruimte meer is, zowel met betrekking tot de belasting van het wegennet als voor parkeerruimte. D 31 Er wordt op pagina 7 verwezen naar ‘actuele gegevens’ van het CBS uit 2019. Onduidelijk is hoe rekening is gehouden met recentere informatie, waaronder de toename van het autobezit.
Beantwoording Voor Rivium heeft de gemeente een mobiliteitsaanpak opgesteld. Deze aanpak en de parkeernormen voor Rivium zijn al door de gemeenteraad vastgesteld en staan hier dus niet ter discussie. Zie ook antwoord nummer 22.
Aanpassing nota(’s)? In de Nota Parkeerbeleid en Nota Parkeerbeleid is duidelijker opgenomen dat Rivium buiten de werking van dit beleid nota valt.
In de definitieve versie zijn meer recente gegevens opgenomen.
Cijfers in hoofdstuk 3 van de Nota Parkeerbeleid zijn aangepast naar resultaten uit de tellingen van 2022 in plaats van 2019.
D
32
Onduidelijk is welke norm bij parkeerregulering wordt toegepast voor het aantal parkeerplaatsen op eigen terrein dat in mindering wordt gebracht op het aantal te verstrekken vergunningen/ontheffingen. Gaat het dan om het ‘theoretisch aantal’ of het ‘berekeningsaantal’? Indien het berekeningsaantal zal worden gehanteerd, hoe wordt dan per woning omgegaan met afronding (bijvoorbeeld 0,4, 0,5 of 0,8)?
De tabel waaraan wordt gerefereerd betreft de correctiefactor voor parkeerplaatsen op eigen terrein. Parkeerplaatsen op een oprit of in een garage worden niet volledig gebruikt/benut en daarom rekenen we met correctiefactoren om het aanbod parkeerplaatsen/ parkeercapaciteit te bepalen. Voor een reductie van het aantal ontheffingen/vergunningen wordt voor iedere parkeerplaats op eigen terrein met één parkeerplaats gerekend.
Tekst over correctiefactoren bij parkeerplaatsen op eigen terrein is verduidelijkt; Nota Parkeernormen, par. 3.5.
D
33
De norm voor meersgezinswoningen < 100 m2 was 1,5 (schil/rest bebouwde kom). Deze is opgesplitst en de norm is verlaagd. Onduidelijk is op basis waarvan de norm is verlaagd.
De norm is niet verlaagd. In 2015 hadden alle meergezinswoningen tot 100m2 dezelfde parkeernorm. Een appartement van 40m2 had dus dezelfde norm als een woning van 95m2. Omdat we een trend zien waarbij veel kleinere appartementen worden gerealiseerd en het evident is dat in kleinere woningen kleinere huishoudens wonen en het autobezit lager is, kiest de gemeente er voor een aantal categorieën toe te voegen. Op die manier is er sprake van een betere passende parkeernorm. Zie ook reactie en antwoord nummer 13.
Nee.
13
Ind. Nr. Zienswijze D 34 Een parkeernorm voor ‘Studenten zelfstandig’ ontbreekt in de tabel.
Beantwoording Zie reactie en antwoord nummer 4.
D
35
De norm wordt verlaagd van 2,05 naar 1,7. In Fascinatio is reeds jarenlang aangetoond dat de norm van 2,05 al te laag is. Mede hierdoor wordt parkeerregulering onderzocht. De norm dient te worden verhoogd in plaats van verlaagd om een verdere toename van de parkeerproblemen te voorkomen.
Het is te makkelijk en niet terecht om de parkeeroverlast in Fascinatio hieraan toe te schrijven. Ons beeld is dat bij veruit de meeste bedrijven er voldoende parkeerplaatsen zijn en de parkeernorm dus juist is. De parkeeroverlast (parkeren in de woonwijk) wordt veroorzaakt door een zeer beperkt aantal bedrijven en kent specifieke oorzaken. De gemeente baseert zich op de van toepassing zijnde landelijke kentallen (CROW).
D
36
De norm voor bedrijf wordt verlaagd van 2,25 naar 2,2. In Fascinatio is reeds jarenlang aangetoond dat de norm van 2,05 al te laag is. Mede hierdoor wordt parkeerregulering onderzocht. De norm dient te worden verhoogd in plaats van verlaagd om een verdere toename van de parkeerproblemen te voorkomen.
Het is te makkelijk en niet terecht om de parkeeroverlast in Fascinatio hieraan toe te schrijven. Ons beeld is dat bij veruit de meeste bedrijven er voldoende parkeerplaatsen zijn en de parkeernorm dus juist is. De parkeeroverlast (parkeren in de woonwijk) wordt veroorzaakt door een zeer beperkt aantal bedrijven en kent specifieke oorzaken. De gemeente baseert zich op de van toepassing zijnde landelijke kentallen (CROW).
D
37
De norm voor bedrijfsverzamelgebouwen is nieuw en zeer laag (1,6). De gemeente baseert zich op de van toepassing zijnde Onduidelijk waar deze norm op is gebaseerd. Deze norm dient ons inziens landelijke kentallen (CROW). minimaal gelijk te worden gesteld met de oude norm voor functie “kantoor” van 2,05 om een verdere toename van de parkeerproblemen (in Fascinatio) te voorkomen.
Aanpassing nota(’s)? Aangepast in hoofdstuk 4 (parkeernormen fiets) en hoofdstuk 5 (parkeernormen auto) van de Nota Parkeernormen, waarbij sprake is van één categorie: “studentenwoning/ studentenkamer”. Nee.
Nee.
Nee.
14
Ind. Nr. Zienswijze E 38 Voor het bepalen van de parkeernorm maakt de gemeente gebruik van CROW publicatie 381, uitgegeven in 2018, en de bijbehorende Parkeervraagcalculator. Indiener is van mening dat deze norm niet past bij de huidige en toekomstige werkwijze van Nederlandse algemene ziekenhuizen waar het gaat om poliklinische zorgverlening. De poliklinische ziekenhuiszorg wordt namelijk steeds verder gedigitaliseerd, ook waar het gaat om poliklinische consulten waarbij de patiënt op afstand wordt geconsulteerd via een videoverbinding. De patiënt, en eventuele begeleiding van de patiënt, hoeft dan niet meer naar het ziekenhuis te komen. Vanwege de coronacrisis is deze trend in een versnelling gekomen en zal van een structurele aard zijn omdat deze werkwijze minder belastend is voor de patiënt, ziekenhuis en daarnaast minder CO2.uitstoot op mobiliteit genereert. Bovendien past deze werkwijze bij het overheidsbeleid om, daar waar mogelijk, zorg op afstand aan te bieden. Voor indiener betekent dit dat momenteel circa 30% van de poliklinische consulten digitaal gebeurt. Een percentage wat stijgende is. Dat er minder poliklinische patiënten naar het ziekenhuis komen is zichtbaar in de registratie van slagboombewegingen voor bezoekers, de parkeerexploitatie en de parkeerdruk.
Volgens de berekening van de CROW Parkeervraagcalculator zijn er 799 parkeerplaatsen benodigd op het ziekenhuisterrein. Echter, het IJsselland Ziekenhuis beschikt over 735 parkeerplaatsen en er is geen (te) hoge parkeerdruk. De parkeerbalans is positief en zal positief blijven. Het zou daarom niet logisch zijn als wij 64 extra parkeerplaatsen moet realiseren omdat de gemeente Capelle aan den IJssel een autoparkeernorm gebruikt die de actuele maatschappelijke en werkwijze van de Nederlandse ziekenhuizen niet goed weerspiegelt. Wij hopen u dat u deze zienswijze zult meewegen in de Nota Parkeernomen. Mocht u een verdere toelichting van ons wensen, dan zijn wij daar uiteraard voor beschikbaar.
Beantwoording Aanpassing nota(’s)? Parkeernormen hebben geen betrekking op al bestaande In par. 3.1. van de Nota functies en voorzieningen, maar alleen op nieuwe, te realiseren Parkeernormen is verduidelijkt dat voorzieningen. Bij nieuwe ontwikkelingen wordt aan de hand parkeernormen betrekking hebben van parkeernormen getoetst of het plan voorziet in genoeg op nieuwe ruimtelijke parkeerplaatsen. Parkeernormen worden dus niet gebruikt om ontwikkelingen en niet op bestaande functies/ gebouwen te toetsen aan de parkeernorm. bestaande situaties. Dat de gemeente het ziekenhuis er op gaat aanspreken dat er niet aan de norm wordt voldaan, terwijl er meer dan genoeg In de Nota Parkeernormen is in parkeercapaciteit is, is dan ook niet aan de orde. hoofdstuk 5 voor de functie ziekenhuis toegevoegd dat voor Daarnaast is het zo dat de parkeernormen de basis vormen ziekenhuizen ook gebruik kan voor het bepalen van de benodigde parkeercapaciteit, maar worden gemaakt van de dat daar op basis van bijvoorbeeld praktijkcijfers en referenties parkeerkentallen van CBZ (College van kan worden afgeweken. De ontwikkelingen met betrekking Bouw Ziekenhuizen). tot het functioneren van het ziekenhuis en de lagere parkeervraag als gevolg hiervan, zijn relevant om kennis van te nemen.
We kunnen ons goed voorstellen dat dergelijke ontwikkelingen leiden tot bijstelling van de landelijke parkeerkentallen (CROW) op basis waarvan de gemeente dan ook haar gemeentelijke norm kan bijstellen. Om de hierboven genoemde reden, ziet de gemeente hier nu geen aanleiding toe. Wel is in de definitieve versie van de Nota Parkeernormen (zoals hierboven beschreven) beter uitgelegd wanneer en op welke manier parkeernormen worden gebruikt. Eveneens is in de definitieve versie van de parkeernormen opgenomen dat voor ziekenhuizen ook gebruik kan worden gemaakt van de parkeerkentallen van CBZ (College Bouw Ziekenhuizen), die waarschijnlijk beter aansluiten bij het door de indiener gestelde.
15