CConstaterende datCapelle Ad Ijssel
Koppel je AI →
Document · PDF

05.02 - Was-wordt tabel met wijzigingen t.o.v. huidige verordening

Commissie Samenleving en Economie 1 december 2025, gemeente Capelle Ad IjsselBij agendapunt: Verordening maatschappelijke ondersteuning Capelle aan den IJssel 20265.976 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Was-Wordt-overzicht Verordening maatschappelijke ondersteuning Hieronder staat het overzicht met wijzigingen in de Verordening maatschappelijke ondersteuning 2026 t.o.v. de Verordening maatschappelijke ondersteuning 2023 inclusief de toelichting op deze wijzigingen. Was (2023) Artikel 1. Definities 4. Beleidsregels mo: Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Capelle aan den IJssel 2023

Wordt (2026)

Toelichting

20. Nadere regels mo: Nadere regels maatschappelijke ondersteuning Capelle aan den IJssel 2026

De beleidsregels worden nadere regels i.v.m. de juridische status van het document. Door er nadere regels van te maken worden het juridisch bindende regels die een nadere uitwerking zijn van de Verordening. Beleidsregels zijn intern gericht en gaan over hoe het college zijn beoordelingsruimte gebruikt. De definitie voor “nadere regels pgb” is nieuw toegevoegd, omdat deze per abuis nog niet opgenomen was in de definitielijst. Nieuw lid toegevoegd, omdat dit begrip nog niet werd uitgelegd in de Verordening.

21. Nadere regels pgb: Nadere regels maatschappelijke ondersteuning pgb Capelle aan den IJssel 2026

-

10. Financiële tegemoetkoming: Een maximale tegemoetkoming in de kosten van een maatwerkvoorziening die kan worden afgestemd op het inkomen van de aanvrager, niet zijnde mantelzorger; -

Artikel 6. Onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren 1. Het college onderzoekt in samenspraak met de degene door of namens wie de melding is gedaan en waar mogelijk met de mantelzorger of mantelzorgers dan wel zijn vertegenwoordiger en desgewenst familie, zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen zes weken na ontvangst van de melding: a. de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de cliënt; b. het gewenste resultaat van het verzoek om ondersteuning; c. de mogelijkheden om op eigen kracht of met gebruikelijke hulp of algemeen gebruikelijke voorzieningen zijn zelfredzaamheid of zijn participatie te handhaven of te verbeteren, of te

9. Eigen kracht: het vermogen van de cliënt om zelf tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of participatie of tot een oplossing voor zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang te komen; -

26. Sportvoorziening: een voorziening voor sportbeoefening die wordt toegekend om de zelfredzaamheid en participatie van de cliënt te bevorderen;

1. Het college onderzoekt of de cliënt in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening. Het college verricht het onderzoek in samenspraak met de degene door of namens wie de melding is gedaan en waar mogelijk met de mantelzorger of mantelzorgers dan wel zijn vertegenwoordiger en desgewenst familie. 2. Het college beantwoordt in het onderzoek de volgende vragen: I. Wat is de hulpvraag van cliënt? II. Wat zijn de belemmeringen van cliënt in zijn zelfredzaamheid, participatie dan wel het zich kunnen

Lid verwijderd, omdat er geen financiële tegemoetkomingen bestaan. We kennen enkel financiële forfaitaire tegemoetkomingen. Nieuw lid toegevoegd, omdat deze term nieuw is opgenomen in artikel 17 Bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen.

Lid 1 is aangepast op basis van jurisprudentie. De CRvB heeft in een aantal uitspraken uitgelegd welke stappen de gemeente moet zetten in een Wmoonderzoek om een zorgvuldig onderzoek uit te voeren naar alle relevante feiten en omstandigheden. Dit stappenplan van de CRvB vormt de basis voor het nieuwe artikel over het onderzoek.

voorkomen dat hij een beroep dan wel een beperkter beroep moet doen op een maatwerkvoorziening; d. de mogelijkheden om met mantelzorg of hulp van andere personen uit zijn sociaal netwerk te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie, of te voorkomen dat hij een beroep dan wel een beperkter beroep moet doen op een maatwerkvoorziening; e. de behoefte aan maatregelen ter ondersteuning van de mantelzorger van de cliënt; f. de mogelijkheden om met gebruikmaking van een algemene voorziening, zoals opgenomen in het beleidsplan, bedoeld in artikel 2.1.2 van de wet, of door het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie, of te voorkomen dat hij een beroep dan wel een beperkter beroep moet doen op een maatwerkvoorziening; g. de mogelijkheden om door middel van (wettelijk) voorliggende voorzieningen of door samen met zorgverzekeraars en zorgaanbieders als bedoeld in de Zorgverzekeringswet en andere partijen op het gebied van publieke gezondheid, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen, te voorzien in de behoefte aan maatschappelijke ondersteuning; h. de mogelijkheid om een maatwerkvoorziening te verstrekken; i. welke bijdragen in de kosten de cliënt met toepassing van het bepaalde bij of krachtens artikel 2.1.4 van de wet verschuldigd zal zijn, en j.

de mogelijkheden om te kiezen voor de verstrekking van een pgb, waarbij de cliënt in begrijpelijke bewoordingen wordt ingelicht over de gevolgen van die keuze. Artikel 8. Aanvraag 1. Een aanvraag voor een maatwerkvoorziening kan pas worden gedaan nadat het onderzoek is uitgevoerd.

handhaven in samenleving? Wat is de aard en omvang van de door het college te organiseren noodzakelijke maatschappelijke ondersteuning? Hierbij moet het college rekening houden met de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van cliënt. IV. In hoeverre zijn bij cliënt de eigen kracht, gebruikelijke hulp, mantelzorg, hulp uit het sociaal netwerk en algemene voorzieningen aanwezig? 3. De cliënt komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening, als na het beantwoorden van de vragen uit het tweede lid blijkt dat: a. er sprake is van een hulpvraag die betrekking heeft op belemmeringen van cliënt in zijn zelfredzaamheid, participatie dan wel het zich kunnen handhaven in de samenleving en; b. de weigeringsgronden uit artikel 11 niet van toepassing zijn.

-

2. Een cliënt of zijn gemachtigde of vertegenwoordiger kan een aanvraag in een maatwerkvoorziening indienen bij het college. Een aanvraag wordt ingediend door middel van: c. een door cliënt zelf

III.

1. Een aanvraag voor een maatwerkvoorziening kan pas worden gedaan nadat het onderzoek is uitgevoerd, of na zes weken na datum van de melding.

Zinsdeel toegevoegd. Dit is wettelijk bepaald in artikel 2.3.2 lid 9 van de Wmo2015. Een aanvraag kan niet worden ingediend voordat het onderzoek is uitgevoerd, tenzij het onderzoek niet is uitgevoerd binnen de termijn van zes weken. Onderdeel c bijgevoegd ivm zinsdeel dat toegevoegd is aan lid 1 van dit artikel.

-

3. Het college geeft de beschikking binnen twee weken na ontvangst van de aanvraag. Artikel 10. Criteria voor een maatwerkvoorziening 1. Het college verstrekt een maatwerkvoorziening indien er sprake is van een noodzaak tot compensatie van beperkingen, chronische psychische of psychosociale problemen, als gevolg waarvan cliënt niet voldoende in staat is tot zelfredzaamheid of participatie, en de cliënt deze beperkingen en problemen niet of niet volledig kan wegnemen door gebruik te maken van: a. eigen kracht en/of b. gebruikelijk hulp en/of c. mantelzorg en/of d. hulp van andere personen uit het sociale netwerk en/of e. met (wettelijk) voorliggende voorzieningen f. algemeen gebruikelijke voorzieningen en/of g. algemene voorzieningen. 2. Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is, verstrekt het college de goedkoopst adequate tijdig beschikbare voorziening.

opgestelde schriftelijke aanvraag wanneer zes weken na ontvangst van de melding zijn verstreken en het college geen aanvraagformulier of gespreksverslag heeft verstrekt aan cliënt. 3. Als er overeenstemming is met de client over de inzet van de maatwerkvoorziening en als dit ook de door de client gewenste maatwerkvoorziening betreft, wordt automatisch de melding aangemerkt als aanvraag.

4. Het college besluit binnen twee weken na ontvangst van de aanvraag, of binnen twee weken na overeenstemming als bedoeld in het derde lid.

Nieuw lid toegevoegd. In de Wmo2015 is vóór de aanvraag al sprake van een melding, gevolgd door een onderzoek, waarin je uitgebreid de cliënt leert kennen dmv het stappenplan van de CRvB. Daarnaast moet je tijdens het onderzoek de identiteit van de cliënt vaststellen. Er hoeft dus bij het college geen twijfel te zijn over de identiteit van de cliënt en diens wens om een aanvraag in te dienen. Als er geen ruis of enige twijfel is tussen het college en client kan je zonder twijfel door naar de aanvraag. Dit voorkomt onnodige bureaucratie en versnelt het besluitvormingsproces door het college. Dit betreft een taalkundige aanpassing en een aanvulling ivm het derde lid dat is toegevoegd aan het artikel.

-

Lid verwijderd, omdat de inhoud van het lid al is opgenomen in artikel 6.

1. Als uit het onderzoek zoals bedoelt in artikel 6 lid 2 blijkt dat een maatwerkvoorziening noodzakelijk is, dan verstrekt het college de goedkoopst adequate beschikbare voorziening.

Lid aangepast, omdat het eerste lid van artikel 10 verwijderd is. Dit is opgenomen in artikel 6. Daarom wordt er verwezen naar artikel 6.

4. Een cliënt komt in aanmerking voor een financiële tegemoetkoming voor een individuele vervoersvoorziening of een forfaitaire financiële tegemoetkoming voor verhuis- en (her)inrichtingskosten voor zover hiermee naar oordeel van het college een passende bijdrage wordt geleverd aan het bevorderen van diens zelfredzaamheid en participatie.

Artikel 11. Weigeringsgronden 1. Het college kan een maatwerkvoorziening weigeren: b. als de cliënt een indicatie heeft voor zorg met verblijf op grond van de Wet langdurige zorg of er redenen zijn om aan te nemen dat de cliënt daarvoor in aanmerking komt, maar weigert mee te werken aan het verkrijgen van een besluit hierover, tenzij artikel 8.6a van de wet van toepassing is; j. indien de aanvraag voor een voorziening een therapeutisch doel of karakter heeft;

3. Een cliënt komt in aanmerking voor een forfaitaire financiële tegemoetkoming voor een individuele vervoersvoorziening of voor verhuis- en (her)inrichtingskosten voor zover hiermee naar oordeel van het college een passende bijdrage wordt geleverd aan het bevorderen van diens zelfredzaamheid en/of participatie.

Lid aangepast. Zowel de tegemoetkoming voor een individuele vervoersvoorziening als voor verhuisen (her)inrichtingskosten zijn een forfaitaire tegemoetkoming. Omdat de tegemoetkoming voor verhuisen (her)inrichtingskosten niet bijdraagt aan de participatie wordt “en” vervangen door “en/of”.

b. als de cliënt een indicatie heeft voor zorg met verblijf op grond van de Wet langdurige zorg of er redenen zijn om aan te nemen dat de cliënt daarvoor in aanmerking komt, maar weigert mee te werken aan het verkrijgen van een besluit hierover;

Zinsdeel verwijderd. Dit is opgenomen in het nieuwe artikel 12 (Aanpalende wetgeving).

-

Lid verwijderd op grond van jurisprudentie. Voorzieningen met primair een therapeutisch doel vallen niet onder de reikwijdte van de Wmo 2015, omdat ze als zodanig niet zijn gericht op het vergroten van de zelfredzaamheid en participatie. Hiervoor hoeft geen aparte weigeringsgrond in de Verordening te worden opgenomen, omdat een dergelijke voorziening kan worden afgewezen op artikel 6. Nieuw lid toegevoegd. In de Verordening stond dit al voor maatwerkvoorzieningen gericht op zelfredzaamheid en participatie (artikel 11 lid 2 sub a). Voor een woonvoorziening moet iemand ook een ingezetene van Capelle zijn. Dit was nu per abuis niet opgenomen in de Verordening. Lid aangepast, omdat het Bouwbesluit vervangen is door Besluit bouwwerken leefomgeving.

3.Het college kan een een woonvoorziening weigeren: a. indien de cliënt geen ingezetene is van de gemeente Capelle aan den IJssel;

a. indien de voorziening betrekking heeft op een hoger niveau dan het uitrustingsniveau in het vigerend Bouwbesluit;

b. indien de voorziening betrekking heeft op een hoger niveau dan het uitrustingsniveau in het vigerend Besluit bouwwerken leefomgeving;

d. in afwijking van lid 3 onderdeel c van dit artikel en artikel 2.3.5. lid 6 van de wet kan voor cliënten die in een Wlz-instelling wonen één woning bezoekbaar gemaakt worden.

-

Onderdeel verwijderd. Dit is opgenomen in het nieuwe artikel 12. Aanpalende wetgeving.

g. als de noodzaak het gevolg is van een

g. als de noodzaak het gevolg is van

Onderdeel g aangepast, omdat

verhuizing waarvoor geen aanleiding was op grond van beperkingen bij de zelfredzaamheid of participatie en er geen belangrijke reden voor de verhuizing is;

een verhuizing waarvoor geen aanleiding was op grond van het normaal gebruik van de woning en er geen belangrijke reden voor de verhuizing is;

de formulering niet correct was.

k. om te komen tot het basisuitrustingsniveau van een zogenoemde doelgroepenwoning wanneer er sprake is van algemeen gebruikelijke voorzieningen. -

k. om te komen tot het basisuitrustingsniveau van een zogenoemde doelgroepenwoning.

Onderdeel k aangepast, omdat algemene gebruikelijk voorzieningen al opgenomen zijn als weigeringsgrond in het eerste lid van dit artikel. Nieuw artikel toegevoegd. In dit artikel zijn de regels mbt de Wlz opgenomen. Voor de leesbaarheid van de Verordening is ervoor gekozen dit in een apart artikel op te nemen. De inhoud van het artikel vloeit voort uit de Wmo2015 en jurisprudentie.

Artikel 12. Inhoud beschikking 1. Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening wordt in de beschikking in ieder geval vastgelegd: a. welke de te verstrekken maatwerkvoorziening is en wat het beoogde resultaat daarvan is en indien noodzakelijk de taken en frequentie; c.

wat de ingangsdatum en de duur van de verstrekking is;

3. Als sprake is van een te betalen bijdrage wordt de cliënt daarover in de beschikking geïnformeerd.

Artikel 12. Aanpalende wetgeving 1. In afwijking van artikel 11 derde lid onderdeel d en artikel 2.3.5 zesde lid van de wet kan voor cliënten die in een Wlz-instelling wonen één woning bezoekbaar gemaakt worden. 2. In afwijking van artikel 11 derde lid onderdeel d en artikel 2.3.5 zesde lid van de wet kunnen woonvoorzieningen die op het moment van de verhuizing naar een Wlz-instelling in het hoofdverblijf voor opname aanwezig zijn, blijven staan als de client de intentie heeft minimaal 18 dagen per jaar in het hoofdverblijf voor opname te logeren en de woonvoorzieningen niet mee te nemen zijn naar huis op moment van logeren. 3. In afwijking van artikel 11 eerste lid onderdeel b kan wel een maatwerkvoorziening worden verstrekt door het college als artikel 8.6a van de wet van toepassing is en de hulpvraag niet opgelost kan worden met de geïndiceerde Wlzzorg. Artikel 13. Inhoud beschikking 1. Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening wordt in de beschikking in ieder geval vastgelegd: a. welke de te verstrekken maatwerkvoorziening is en wat het beoogde resultaat daarvan is en indien noodzakelijk de taken, frequentie en omvang in minuten; c. wat de duur van de verstrekking is en indien van toepassing de ingangsdatum;

Lid 1 f. of een bijdrage in de kosten verschuldigd is voor de voorziening en de daarbij door het college gehanteerde uitgangspunten, zoals

Zinsdeel is toegevoegd. Huishoudelijke ondersteuning, begeleiding en persoonlijke verzorging worden in minuten geïndiceerd conform het HHMnormenkader of de AWBZnormtijden. De omvang behoort tot de essentialia die opgenomen moeten worden in de beschikking. Tekst aangepast. De ingangsdatum maakt niet altijd onderdeel uit van de beschikking. Datum van de beschikking is dan de startdatum dat het recht op de maatwerkvoorziening ingaat. Lid 3 wordt opgenomen als een nieuw onderdeel van het eerste lid. De eigen bijdrage maakt deel uit van de essentialia die in de

de kostprijs van de voorziening;

Artikel 13. Regels voor een pgb 1. Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 2.3.6 van de wet, waarin is gewaarborgd dat de diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren veilig, doeltreffend en cliëntgericht worden verstrekt. 2. De cliënt stelt zich gemotiveerd op het standpunt dat hij de maatwerkvoorziening als pgb wenst geleverd te krijgen. Hiertoe dient de cliënt een gemotiveerd plan beschikbaar te stellen aan het college.

-

Artikel 14. Regels voor een pgb 1. Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 2.3.6 van wet als: a. de cliënt naar het oordeel van het college op eigen kracht voldoende in staat is te achten tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake dan wel met hulp uit zijn sociale netwerk of van zijn vertegenwoordiger, in staat is te achten de aan een persoonsgebonden budget verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren; b. de cliënt zich gemotiveerd op het standpunt stelt dat hij de maatwerkvoorziening als persoonsgebonden budget wenst geleverd te krijgen; c. naar het oordeel van het college is gewaarborgd dat de diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, veilig, doeltreffend en cliëntgericht worden verstrekt. 2. Voor de toets van het college of voldaan wordt aan de in het eerste lid opgenomen voorwaarden dient client een pgb-plan in volgens een door het college ter beschikking gesteld format. In het pgb-plan is in elk geval opgenomen: a. hoe de cliënt zelf of met hulp van iemand uit het sociale netwerk of zijn vertegenwoordiger de aan een pgb verbonden taken op verantwoorde wijze gaat uitvoeren; b. wat de motivatie is om de maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb te ontvangen; c. welke voorziening de cliënt met het pgb zou willen inkopen en bij welke uitvoerder; d.

op welke wijze de kwaliteit van de voorziening is gewaarborgd en duidelijk is dat de voorziening geschikt is voor het doel waarvoor het pgb wordt verstrekt; e. de kosten van de voorziening, uitgedrukt in aantal eenheden en tarief.

beschikking moeten staan. Cliënten worden niet alleen geïnformeerd, het is daadwerkelijk een besluit. Lid 1 en lid 2 zijn vervangen door één nieuw lid. In het nieuwe lid zijn lid 1 en 2 aangevuld met een derde onderdeel, sub a. Deze drie onderdelen staan letterlijk in de Wmo2015. Omdat het belangrijke regels zijn bij de toekenning van een pgb worden alle drie de regels opgenomen in de Verordening.

Nieuw lid toegevoegd aan artikel 14. Dit lid staat al zo beschreven in de Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning pgb. Gezien het belang van dit pgb-plan bij de beoordeling van een pgbaanvraag wordt dit nu ook genomen in de verordening. Het artikel komt uit de modelverordening van Schulinck (juridische kennisbank). Als de cliënt in aanmerking wil komen voor een pgb, moet hij een pgb-plan opstellen. In dit lid is aangegeven welke onderdelen in ieder geval opgenomen moeten zijn in dat plan. Een aantal zaken volgen rechtstreeks uit de wet. De Wmo 2015 noemt in artikel 2.3.6. namelijk een aantal criteria om in aanmerking te kunnen komen voor een pgb. Deze criteria komen terug in het pgb-plan en het college kan op deze manier toetsen of aan de wettelijke voorwaarden

-

3. Het pgb-plan wordt ook voorzien van een schriftelijke machtiging en verklaring van de cliënt en zijn vertegenwoordiger, waaruit blijkt dat het beheer op verantwoorde wijze wordt doorgevoerd.

3. Het pgb bevat geen vrij besteedbaar bedrag. 4. De volgende kosten mogen niet uit het pgb worden betaald: a. kosten voor bemiddeling, tussenpersonen of belangenbehartigers; b. kosten voor het voeren van een pgb-administratie; c. kosten voor ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een pgb; d. feestdagenuitkering; e. reiskosten voor een zorgverlener; f. bijkomende zorgkosten; g. eenmalige uitkering; h. kosten voor het aanvragen van een VOG; i. kosten voor het lidmaatschap van Per Saldo; j. kosten voor het volgen van cursussen over het pgb; k. alle zorg en ondersteuning die onder een andere wet dan de Jeugdwet of de Wmo vallen; l. alle zorg en ondersteuning die onder een algemene voorziening en/of algemeen gebruikelijke voorzieningen vallen; m. eigen bijdragen. -

5. Het pgb mag alleen worden besteed aan de maatwerkvoorziening en indien van toepassing aan de instandhoudingskosten van de maatwerkvoorziening.

8. Het college kan nadere regels stellen inzake de kwaliteit van ondersteuning bij de in dit artikel genoemde pgb. Artikel 14. Hoogte van een pgb

6. Voor cliënten met meerdere pgb’s geldt dat het niet is toegestaan om te schuiven tussen verschillende budgetten, tenzij hierover schriftelijke afspraken zijn gemaakt met het college. -

Artikel 15. Hoogte van een pgb

wordt voldaan. Nieuw lid toegevoegd aan artikel 14. Dit lid staat al zo beschreven in de Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning pgb, maar gezien het belang van een goed beheer van het pgb wordt dit hier ook opgenomen. Als een client niet in staat is zelf het pgb te beheren, moet een vertegenwoordiger gemachtigd worden. Het college kan op deze manier toetsen of gewaarborgd is dat het beheer van het pgb op een verantwoorde wijze gebeurd. Lid 3 en 4 zijn samengevoegd tot een nieuw lid. Om meer duidelijk te zijn in de formulering, is besloten te beschrijven waaraan het pgb besteed mag worden. Nu staat beschreven waaraan het pgb niet besteed mag worden, maar de lijst in lid 4 is niet limitatief.

Nieuw lid toegevoegd. Om te voorkomen dat ondersteuning op een andere manier wordt ingezet dan afgesproken, wordt dit lid toegevoegd aan artikel 14. Lid is verplaatst. Omdat het over de kwaliteit van de ondersteuning gaat is het lid verplaatst naar artikel 18 over kwaliteitseisen.

-

3. Onderscheid formele en informele hulp a. Bij het vaststellen van de hoogte van het pgb voor diensten, wordt onderscheid gemaakt tussen het tarief voor formele en informele hulp. b. Van formele hulp is sprake als de hulp verleend wordt door onderstaande personen, met uitzondering van personen uit het sociaal netwerk van cliënt: I. personen die werkzaam zijn bij een instelling die ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staat in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007) en die beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken, of; II. personen die aangemerkt zijn als Zelfstandige zonder personeel. Daarnaast moeten zij ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007) en beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken. d. Informele hulp is: I. Hulp die geboden wordt door personen die niet voldoen aan de criteria als genoemd in lid 3 onder b.

3. De hoogte van het pgb voor een tweedehandsvoorziening wordt bepaald aan de hand van het maximum van de kostprijs van de in de situatie van cliënt goedkoopste adequate voorziening in natura en de leeftijd van de tweedehandsvoorziening. De omvang van het pgb voor een tweedehandsvoorziening wordt naar rato berekend op de verkorte termijn waarop de zaak technisch is afgeschreven (gebruiksduur). 4. Bij het vaststellen van de hoogte van het pgb voor diensten wordt onderscheid gemaakt tussen het tarief voor professionele hulp en hulp van het sociaal netwerk. a. Van het tarief voor professionele hulp is sprake als uit het onderzoek in de zin van artikel 2.3.2 van de wet blijkt dat: I. professionele hulp noodzakelijk is of; II. als professionele hulp niet noodzakelijk is, maar cliënt geen sociaal netwerk heeft om de hulp te bieden. b. Van het tarief voor hulp van het sociaal netwerk is sprake als uit het onderzoek in de zin van artikel 2.3.2 van de wet blijkt dat: I. professionele hulp niet noodzakelijk is en; II. cliënt iemand uit het sociaal netwerk heeft om de hulp te bieden. 5. Van professionele hulp is sprake als de hulp verleend wordt door personen die: a.

werkzaam zijn bij een instelling die ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staat in het Handelsregister (conform artikel 5 van het Handelsregisterwet 2007), die beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken en voldoen aan de kwaliteitseisen conform artikel 18 lid 4, of; b. aangemerkt zijn als zelfstandige zonder personeel. Daarnaast moeten zij ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister (conform artikel 5 van het Handelsregisterwet 2007), beschikken over de relevante

Nieuw lid toegevoegd. Dit was al vastgelegd in de Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning pgb, maar behoort tot de essentialia die opgenomen moeten worden in de Verordening.

Nieuwe formulering om het onderscheid tussen formele en informele hulp vast te stellen. Het uitgangspunt is dat bij het vaststellen van de hoogte van het pgb eerst wordt vastgesteld of professionele hulp noodzakelijk is. Als dat het geval is wordt altijd het tarief voor professionele hulp toegekend. In lid 5 zijn de criteria voor professionele hulp vastgelegd.

5. Het persoonsgebonden budget voor personen als bedoeld in vierde lid onder b (sociaal netwerk) is: a. gelijk aan de hoogste periodiek voor de benodigde hulp in de desbetreffende cao, vermeerderd met de vakantiebijslag en tegenwaarde van de verlofuren, of;

diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken en voldoen aan de kwaliteitseisen conform artikel 18 lid 4. 7. Het persoonsgebonden budget voor personen als bedoeld in vierde lid onder b (sociaal netwerk) is: a. het wettelijke minimum(uur)loon, of;

5. Het persoonsgebonden budget voor personen als bedoeld in vierde lid onder b (sociaal netwerk) is: b. een tegemoetkoming van € 141,- per kalendermaand, voor zover van toepassing aangevuld met een tegemoetkoming voor reiskosten ten behoeve van de hulp waarbij de hoogte van de tegemoetkoming voor reiskosten wordt vastgesteld op grond van de volgende berekening: 156 x de dagelijkse reisafstand x € 0,19 x deeltijdfactor, gedeeld door 12 maanden.

7. Het persoonsgebonden budget voor personen als bedoeld in vierde lid onder b (sociaal netwerk) is: b. een tegemoetkoming van € 141,- per kalendermaand, voor zover van toepassing aangevuld met een tegemoetkoming voor reiskosten ten behoeve van de hulp waarbij de hoogte van de tegemoetkoming voor reiskosten wordt vastgesteld op grond van de volgende berekening: 156 x de dagelijkse reisafstand x belastingvrije kilometervergoeding x deeltijdfactor, gedeeld door 12 maanden.

Artikel 15. Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of terugvordering 4. Het college kan indien een besluit tot verlening van een maatwerkvoorziening is ingetrokken of herzien op grond van artikel 2.4.1 van de wet het reeds uitbetaald pgb bij dwangbevel invorderen.

Artikel 16. Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of terugvordering 4. Het college kan het terug te vorderen bedrag bij dwangbevel invorderen.

Dit lid is aangepast vanwege twee recente uitspraken van de CRvB. In deze uitspraken komt zij terug op haar twee uitspraken uit 2023 waarin zij stelde dat het wettelijk minimumloon niet passend zou zijn voor iemand uit het sociale netwerk. Zij stelde destijds dat het hoogste periodiek van de voor de benodigde hulp benodigde cao passend is voor informele hulp uit het sociale netwerk. Deze jurisprudentie had als ongewenste gevolg dat iemand uit het sociaal netwerk een hoger uurtarief kon krijgen dan een professional. Met deze nieuwe uitspraken heeft de CRvB deze oude jurisprudentie herzien en komt zij tot de conclusie dat het hanteren van het minimumloon als pgb-tarief voor het sociaal netwerk wel mogelijk is. Gezien het feit dat het werkzaamheden betreffen waar geen diploma voor vereist is, wordt het wettelijk minimumloon als voldoende verondersteld. Het lid is aangepast. Door het genoemde bedrag te vervangen voor de term belastingvrije kilometervergoeding hoeft de verordening niet aangepast te worden als de hoogte van de belastingvrije kilometervergoeding wordt aangepast.

Dit betreft een taalkundige aanpassing.

Artikel 16. Bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen 3. In afwijking van het eerste lid -

Artikel 17. Bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen 4. In afwijking van het eerste lid j. Is geen eigen bijdrage verschuldigd voor een sportvoorziening;

k. is geen eigen bijdrage verschuldigd als het woningaanpassingen zijn die behoren tot de standaarduitrusting van een Fokuswoning.

-

5. In afwijking van artikel 2.1.4a, vierde lid, van de wet bedraagt de hoogte van de bijdrage in de kosten voor de maatwerkvoorziening voor vervoer (collectief aanvullend vervoer) voor: a. 1 zone € 1,33 per rit; b. 2 zones € 1,99 per rit; c. 3 zones € 2,66 per rit; d. 4 zones € 3,32 per rit e. 5 zones € 3,99 per rit. 6. De bedragen genoemd in het vierde lid worden met ingang van 1 januari 2026 jaarlijks aangepast aan de wijziging die het LTI-indexcijfer heeft ondergaan ten opzichte van 1 januari van het voorafgaande jaar. Artikel 17. Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning 1. Gecontracteerde aanbieders zorgen

5. De eigen bijdrage pauzeert: a. indien op de eerste dag van een kalendermaand de onderbreking aanvangt: gedurende de periode met ingang van die eerste dag tot de eerste dag van de kalendermaand volgende op de maand waarin de onderbreking van de voorziening eindigt; b. indien na de eerste dag van een kalendermaand de onderbreking aanvangt: gedurende de periode met ingang van de eerste dag van de daaropvolgende kalendermaand tot de eerste dag van de kalendermaand volgende op de maand waarin de onderbreking van de voorziening eindigt. 6. De eigen bijdrage pauzeert niet als de onderbreking minder dan 31 opeenvolgende dagen bedraagt of een volledige kalendermaand. 7. In afwijking van artikel 2.1.4a, vierde lid, van de wet bedraagt de hoogte van de bijdrage in de kosten voor de maatwerkvoorziening voor vervoer (collectief aanvullend vervoer) voor: f. 1 zone € 1,38 per rit; g. 2 zones € 2,06 per rit; h. 3 zones € 2,75 per rit; i. 4 zones € 3,43 per rit j. 5 zones € 4,12 per rit. 8. De bedragen genoemd in het vierde lid worden met ingang van 1 januari 2027 jaarlijks aangepast aan de wijziging die het LTI-indexcijfer heeft ondergaan ten opzichte van 1 januari van het voorafgaande jaar. Artikel 18. Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning 1. Gecontracteerde aanbieders zorgen

Nieuw toegevoegd lid. Sportvoorzieningen worden uitgesloten van een eigen bijdrage omdat ze een bijdrage leveren aan een gezonde leefstijl. Nieuw toegevoegd lid. Als een client een Fokus-woning huurt, behoren in deze woning aan aantal standaardvoorzieningen aanwezig te zijn. Als deze vervangen moeten worden door de Wmo, omdat ze technisch afgeschreven zijn, wordt hier geen eigen bijdrage voor in rekening gebracht. Nieuw toegevoegd. Gemeenten kunnen in de verordening regelen hoe zij omgaan met het tijdelijk stopzetten van de eigen bijdrage als een cliënt even geen gebruik maakt van de ondersteuning. Wij sluiten hierbij aan bij de bepalingen uit het Wetsvoorstel vervanging abonnementstariefWmo 2015.

De hoogte van de eigen bijdrage wordt jaarlijks geïndexeerd op basis van het LTI-indexcijfer. Dit is de Landelijke Tarief Index (LTI) die wordt gebruikt om tarieven in het OV aan te passen.

Het jaartal wordt aangepast, omdat de tarieven in lid 4 zijn geïndexeerd.

Nieuw onderdeel toegevoegd

voor een goede kwaliteit van maatwerkvoorzieningen, eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen, door: -

-

Artikel 19. Toezicht en handhaving rechtmatigheid -

2. Ter uitvoering van het eerste lid stelt het college telkens voor een periode van vier jaar een handhavingsbeleidsplan vast, waarin beleidsuitgangspunten en prioriteiten worden aangegeven. Het handhavingsbeleidsplan kan tussentijds worden gewijzigd.

3. Ter uitvoering van het handhavingsbeleidsplan bedoeld in het tweede lid stelt het college jaarlijks een handhavingsuitvoeringsplan vast. Het handhavingsuitvoeringsplan omvat in elk geval de wijze van preventie en bestrijding van fraude, oneigenlijk gebruik

voor een goede kwaliteit van tijdig beschikbare maatwerkvoorzieningen, eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen, door: a. inzet van de juiste deskundigheid; 2. Het college kan nadere regels stellen over verdere eisen aan de kwaliteit van voorzieningen, waaronder eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten. 4. Het college kan nadere regels stellen inzake de kwaliteit van ondersteuning bij de in artikel 13 genoemde pgb. 5. Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van de eisen zoals benoemd in het vierde lid met behulp van een pgbkwaliteitstoets, en zo nodig in overleg met de cliënt ter plaatse controleren van de adequaatheid van de geleverde maatwerkvoorzieningen als ook de prestatielevering in relatie tot de maatwerkvoorzieningen. Artikel 20. Toezicht en handhaving rechtmatigheid 1. Het college zorgt voor een rechtmatige en doelmatige uitvoering van de wet, waaronder de bestrijding van misbruik, oneigenlijk gebruik en niet-gebruik van deze wet en wijst daarvoor een toezichthoudend ambtenaar aan. -

2. Ter uitvoering van het eerste lid stelt het college periodiek een handhavingsuitvoeringsplan vast. Het handhavingsuitvoeringsplan omvat in elk geval de wijze waarop het proces van toezicht en handhaving is ingericht en de wijze van preventie en bestrijding

op basis van modelverordening Schulinck. Daarnaast de zinssnede “tijdig beschikbare" toegevoegd. Dit is toegevoegd omdat dit een belangrijke eis is.

Nieuw lid toegevoegd. Het is voor de beoordeling van de kwaliteit van voorzieningen van belang dat de eisen zijn vastgelegd in de Verordening, dan wel nadere regels. In het eerste lid zijn Verplaatst vanuit artikel 13.

Nieuw toegevoegd. In de dit lid staat beschreven hoe de kwaliteitseisen gecontroleerd worden. Voor zorg in natura was dit al vastgelegd, maar voor pgb ontbrak dit nog.

Lid is aangepast, omdat de toezichthouder rechtmatigheid nog niet vastgelegd was in de Verordening.

Lid is verwijderd, omdat het geen wettelijke verplichting is voor het opstellen van een handhavingsbeleidsplan. In het kader van de bezuinigingen is ervoor gekozen geen nieuw beleidsplan op te stellen. Na evaluatie van het voorgaande beleidsplan is gekozen om de zaken die van belang zijn voor de uitvoering op te nemen in het uitvoeringsplan. Lid is aangepast omdat het beleidsplan niet meer wordt opgesteld en lid 3 is toegevoegd. In nadere regels worden o.a. de handhavingsinstrumenten en de wijze waarop deze worden

en misbruik en niet-gebruik van de wet alsmede welke handhavingsinstrumenten daartoe worden ingezet en de wijze waarop deze worden toegepast.

Artikel 22. Beschermd wonen en opvang 1. Op beschermd wonen en opvang in de zin van artikel 1.1.1, lid 1 van de wet zijn de artikelen 1.1 onder f, 1.2 lid 3, 2.3 lid 2, 3.2.1 lid 1 onder f, 3.2.10, 3.4.4 lid 1 onder a, 3.4.4 lid 2 onder a en 4.1.5. van de Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Rotterdam 2018 van toepassing zoals die op 1 januari 2018 luiden.

Artikel 29. Intrekking oude verordening en overgangsrecht 1. De Verordening maatschappelijke ondersteuning Capelle aan den IJssel 2020 wordt ingetrokken. 2. Een cliënt houdt recht op een lopende maatwerkvoorziening, verstrekt op grond van de Verordening maatschappelijke ondersteuning Capelle aan den IJssel 2020 of daaraan voorafgaande verordeningen, totdat het college een nieuw besluit heeft genomen waarbij het besluit waarmee deze maatwerkvoorziening is verstrekt, wordt ingetrokken. Artikel 30. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2023. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening maatschappelijke ondersteuning Capelle aan den IJssel 2023.

van fraude, oneigenlijk gebruik en misbruik en niet-gebruik van de wet.

3. Het college kan nadere regels opstellen voor het toezicht en de handhaving op rechtmatigheid en het voorkomen van zorgfraude, waaronder welke handhavingsinstrumenten daartoe worden ingezet en de wijze waarop deze worden toegepast. Artikel 23. Beschermd wonen en opvang 1. Op beschermd wonen en opvang in de zin van artikel 1.1.1, lid 1 van de wet zijn de artikelen 2.3 lid 2 sub a, 3.2.1 lid 1 sub f, g, h en i, 3.2.10, 3.2.12, 3.2.13, 3.3.7 lid 1 sub a 6°, 7°, 8° en 9°, 3.3.7 lid 2 sub a 6°, 7°, 8° en 9°, hoofdstuk 4, 5.1.3, 5.1.4 en 5.1.5. van de Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Rotterdam 2025 van toepassing zoals die op 1 januari 2025 luiden. Artikel 30. Inwerkingtreding en overgangsrecht 1. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2026. 2. De Verordening maatschappelijke ondersteuning Capelle aan den IJssel 2023 wordt op 1 januari 2026 ingetrokken. 3. Een cliënt houdt recht op een lopende maatwerkvoorziening, verstrekt op grond van de Verordening maatschappelijke ondersteuning Capelle aan den IJssel 2023 of daaraan voorafgaande verordeningen, totdat het college een nieuw besluit heeft genomen waarbij het besluit waarmee deze maatwerkvoorziening is verstrekt, wordt ingetrokken. 4.

Een melding voor een maatwerkvoorziening of pgb die is ingediend voor inwerkingtreding van deze verordening en waarop het college nog geen besluit heeft genomen, wordt door het college beoordeeld op basis van deze verordening, tenzij de Verordening maatschappelijke ondersteuning Capelle aan den IJssel 2023 gunstiger is voor cliënt. 5. De hoogte van een toegekend pgb voor een dienst, verleend door persoon die behoort tot het sociaal netwerk, die uiterlijk 31 december 2025 is afgegeven

toegepast nader uitgewerkt. Op basis van de evaluatie van het handhavingsbeleidsplan wordt er geen nieuw beleidsplan opgesteld. Nieuw lid toegevoegd. In de nadere regels wordt de manier waarop het toezicht wordt uitgevoerd en de manier waarop gehandhaafd wordt nader uitgewerkt.

Dit artikel is aangepast i.v.m. met de nieuwe Verordening van de centrumgemeente Rotterdam.

Artikel 29 en artikel 30 zijn opnieuw ingedeeld. Daarnaast is ter verduidelijking artikel 30 lid 4 toegevoegd. Dit is gebaseerd op wetgeving. In lid 5 is het overgangsrecht vastgelegd voor cliënten die een pgb hebben voor hulp vanuit hun sociaal netwerk.

en tot na 1 januari 2027 blijft doorlopen, wordt vanaf 1 januari 2027 bepaald op basis van artikel 15, zevende lid. Artikel 31. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening maatschappelijke ondersteuning Capelle aan den IJssel 2026.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16274504/2