CConstaterende datCapelle aan den IJssel
Koppel je AI →
Document · PDF

05.02 - Convenant Regio Deal Zuid-Hollandse groeikernen

Raadsbrede commissie 29 juni 2026, gemeente Capelle aan den IJsselBij agendapunt: Toewijzen budgetten SPUK Regio Deal New Towns5.350 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Regio Deal Zuid-Hollandse groeikernen versie 26 augustus 2025 Partijen:

1. De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, mevrouw M.C.G. Keijzer, hierna te noemen: VRO; 2. De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, de heer R. Tieman, hierna te noemen: IenW; 3. De Minister van Justitie en Veiligheid, de heer D.M., hierna te noemen: JenV; 4. De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de heer Y.J. van Hijum, hierna te noemen: SZW; 5. De Minister voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport, mevrouw D.E.M.C. Jansen, hierna te noemen: VWS. Partijen genoemd onder 1 tot en met 5 ieder handelend in hun hoedanigheid van bestuursorgaan en als vertegenwoordiger van de Staat der Nederlanden hierna samen te noemen: het Rijk; 6. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Capelle aan den IJssel, namens deze: de heer J.J. Manusama (burgemeester), hierna te noemen: Gemeente Capelle aan den IJssel; 7. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nissewaard, namens deze: de heer F. van Oosten (burgemeester), hierna te noemen: Gemeente Nissewaard; 8. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zoetermeer, namens deze: de heer M.J. Bezuijen (burgemeester), hierna te noemen: Gemeente Zoetermeer; Partijen genoemd onder 6 tot en met 8 ieder handelend in hun hoedanigheid van bestuursorgaan hierna samen te noemen: de gemeenten; 9. Het college van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, namens deze: de heer A.W.

Kolff, commissaris van de Koning, hierna te noemen: Provincie Zuid-Holland. De volgende partners zijn betrokken bij de Regio Deal: 1. 2. 3. 4.

Resilent Delta Initiative; Haagse Hogeschool; Woningcorporatie Havensteder; De overige deelnemende gemeenten aan de New Town Alliantie1: 1. Almere 2. Helmond 3. Nieuwegein 4. Purmerend;

Begripsbepaling:

In dit convenant wordt verstaan onder: •

• •

Regio Deal: convenant dat door de minister van VRO, eventueel een andere minister/staatssecretaris en één of meer regionale Partijen is gesloten om de kwaliteit van leven, wonen en werken van inwoners en ondernemers in een regio te verbeteren; Regio Envelop: het bedrag van € 900 miljoen dat het kabinet Rutte IV beschikbaar heeft gesteld om in de periode van 2022 - 2025 nieuwe Regio Deals af te sluiten; Regiokassier: publieke regiopartner, zijnde een provincie, gemeente of openbaar lichaam als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen of een van de

1 Intentieverklaring 28 november 2022 en addendum 20 december 2023

1

• •

•

• • • •

•

•

• •

•

• •

openbare lichamen Bonaire Sint-Eustatius of Saba, die ten behoeve van de uitvoering van de Regio Deal de taak van kassier vervult of zal vervullen; Regionale private financiering: voor de uitvoeringsactiviteiten van de Regio Deal beschikbaar gestelde financiële bijdragen of bijdragen in natura van een private regionale Partij; Regionale publieke financiering: voor de uitvoeringsactiviteiten van de Regio Deal beschikbaar gestelde financiële bijdragen of bijdragen in natura van een publieke regionale Partij, niet zijnde een specifieke uitkering, opdracht of subsidie van het Rijk; Specifieke/bijzondere uitkering ten behoeve van de uitvoeringsactiviteiten Regio Deals: betreft de specifieke uitkering of bijzondere uitkering waarin de juridische- en financiële kaders en verplichtingen voor het toekennen van de rijksmiddelen uit de Regio Envelop aan een regiokassier door het Rijk staan. Partner: organisatie die betrokken is bij de Regio Deal, maar de Deal niet ondertekent en waarvoor geen specifieke actie in de Regio Deal kan staan. Steunverklaring: een schriftelijke verklaring van een Partner van steun aan de Regio Deal die als bijlage bij het convenant wordt gevoegd. New Town: steden die in de Tweede Nota Ruimtelijke Ordening aangewezen zijn als groeikern waar in korte tijd grootschalig woningen zijn gebouwd.

New Town Alliantie: samenwerking tussen de gemeenten Almere, Capelle aan den IJssel, Helmond, Nieuwegein, Nissewaard, Purmerend en Zoetermeer, die allen in de Tweede Nota Ruimtelijke Ordening zijn aangewezen als groeikern. NOVEX Nota Ruimte: Samenwerking tussen provincies, gemeenten, waterschappen en het Rijk op nationale programma zoals woningbouw, landbouw, natuur, defensie, waterveiligheid, het energienetwerk en de circulaire economie. NOVEX-gebied Zuidelijke Randstad: Samenwerking tussen gemeente, waterschappen, provincie en Rijk rondom de volgende thema’s: omvangrijke verstedelijkingsopgave (wonen, werken, voorzieningen) in samenhang met opgaven op het gebied van bereikbaarheid, klimaatadaptatie, groen in en om de stad, (circulaire) economie, de energietransitie en gezondheid. Resilient Delta Initiative: Samenwerking tussen de TU Delft, Erasmus Universiteit en Erasmus MC bij onderzoek en projecten op het vlak van deltasystemen, steden en havens. Sociale basis: het geheel van informele sociale verbanden waarin inwoners zich bevinden, zoals gezinnen, buurten, groepen en verenigingen, aangevuld en versterkt vanuit de gemeente, maatschappelijke organisaties en algemeen toegankelijke voorzieningen, waardoor inwoners de mogelijkheden hebben om deel te nemen aan de samenleving, hun probleemoplossend vermogen te vergroten en hun welzijn en veerkracht te versterken.

Living lab: de combinatie van projecten waarbij de partijen samenwerken om interventies voor de opgaven in de New Towns te ontwikkelen en uit te voeren. Passende interventies kunnen vervolgens breder worden toegepast in andere buurten of steden. Vliegwielproject: een project waarbij wordt ingezet op meerdere aspecten van de opgave in de New Towns om hierdoor een structureel positief effect te creëren. Gemeenschapshub: een openbaar gebouw, een plek in een wijk dat dient als ontmoetingsplaats voor bewoners en als locatie voor culturele en sociale activiteiten, vergaderingen en feesten van lokale verenigingen, clubs, ondernemingen en inwoners.

Overwegingen 1. Het Rijk en de gemeenten werken samen in Regio Deals aan complexe, regionale opgaven gericht op het vergroten van de kwaliteit van leven, wonen en werken in de Regio (‘brede welvaart’). 2. Regio Deals beogen de samenwerking tussen overheden, onderwijs, bedrijven, maatschappelijke organisaties en inwoners in de regio en tussen het Rijk en de gemeenten te versterken. 3. Voor de Regio Deals zijn middelen beschikbaar uit de Regio Envelop, waarbij vertrekpunt is dat de Rijksbijdrage gepaard gaat met minimaal eenzelfde bijdrage aan regionale (publieke en/of private) financiering.

2

4.

5.

6.

7.

8. 9.

De Regio Deals onderscheiden zich van reguliere beleidsinstrumenten door hun integrale en gezamenlijke programmatische aanpak met lerend en adaptief karakter en met financiering van zowel het Rijk als de gemeenten. De Regio Deals zijn bedoeld als een tijdelijke impuls voor regionale ontwikkeling met een duurzaam effect, waarbij geleerde lessen en structurele exploitatiekosten van lange termijn investeringen worden geborgd. De middelen uit de Regio Envelop voor de Regio Deals zesde tranche worden door VRO beschikbaar gesteld als specifieke/bijzondere uitkering op grond van het Besluit specifieke uitkering Regio Deals vierde, vijfde en zesde tranche. Capelle aan den IJssel, Nissewaard en Zoetermeer zijn groeikernen, oftewel New Towns. De groeikernen2 zijn ontwikkeld als rijksopgave om een oplossing te bieden voor de woningnood die toen ook hoog was. De ervaringen met de grootschalige ontwikkeling van buurten in de New Towns lessen kunnen bieden bij het grootschalig bouwen van nieuwe woningen. De gemeente Nissewaard en de provincie Zuid-Holland gebruiken de lessen die zijn geleerd bij de eerdere Regio Deal Zuid-Hollandse Delta I en II in deze Regio deal Zuid-Hollandse Groeikernen.

Opgaven In de voormalige groeikernen zijn in de jaren ’60, ’70 en ’80 veel woningen gebouwd als antwoord op de grote behoefte aan woningen in die tijd. De voormalige groeikernen hebben veelal een eenzijdige woningvoorraad. Daardoor zijn ze minder goed in staat om sociale, economische en culturele veranderingen te accommoderen. Het onderzoeksrapport ‘Zorgen voor New Towns’3 constateert dat de New Towns een specifieke groep gemeenten zijn met een unieke problematiek. Dit omvat de volgende grote opgaven: 1.

Een lage woonaantrekkelijkheid en een grote vervangingsopgave Bewoners van de Zuid-Hollandse groeikernen waarderen hun woonomgeving lager dan gemiddeld in Nederland (positie 325, 334 en 319 op de ranglijst van gemeenten) 4. De gemiddelde WOZ-waarde is in de New Towns lager dan voor alle typen benchmarkgebieden (253, 305 en 213 op de ranglijst van gemeenten) 5. Mensen voelen zich minder veilig. In de Leefbaarheidsbarometer Veiligheid is gemeten dat inwoners binnen de gemeenten zich onveilig voelen (320, 331 en 309 op de ranglijst van gemeenten)6. De gemeenten staan voor grote vervangingsopgaven, wat mogelijkheden kan geven op het vlak van bijvoorbeeld klimaatadaptatie en verduurzaming.

2.

Veel jongeren in kwetsbare omstandigheden In de Zuid-Hollandse groeikernen verkeren relatief veel gezinnen in kwetsbare omstandigheden en is de sociale cohesie broos, waardoor het sociale vangnet minder sterk is. Er is een hoger risico op onderwijsachterstand door het hoog aantal meldingen van kindermishandelingen 7 en het aantal jongeren bij de jeugdreclassering (t.o.v. het landelijk gemiddelde)8. Verder zijn er relatief veel vroegtijdig schoolverlaters en het gemiddelde schooladvies van leerlingen is laag 9. Deze opgave laat zien dat er in de voormalige groeikernen meer hoog risicojongeren opgroeien dan in de meeste andere gemeenten. Deze relatief grote groep jongeren in deze sociaaleconomische omstandigheden maken het moeilijk om zich te ontwikkelen en op te klimmen op de sociale ladder. Scholen binnen de gemeenten beschikken op dit moment niet

2 gebundelde deconcentratiebeleid uit de Tweede Nota Ruimtelijke Ordening uit 1966 3 Onderzoek Zorgen voor New Towns – Platform31, Verwey-Jonker Instituut en Bureau Louter 4 Bijlage bij onderzoek Zorgen voor New Towns – Bureau Louter 5 Bijlage bij onderzoek Zorgen voor New Towns – Bureau Louter 6 Leefbaarometer – Ministerie Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties 7 Onderzoek Zorgen voor New Towns – Platform31, Verwey-Jonker Instituut en Bureau Louter 8 Gegevens indicatoren jeugdzorg in Natura – CBS 2023 9 Bijlage bij onderzoek Zorgen voor New Towns – Bureau Louter

3

over de infrastructuur om aan de grote ontwikkelings- en zorgvraag van de kinderen te voldoen10. 3.

Sociaaleconomische problematiek In bijna alle groeikernen neemt het percentage huishoudens met een laag inkomen toe. Minder inwoners hebben een betaalde baan en er maken meer inwoners gebruik van een bijstandsuitkering 11. Door de beperkte sociale samenhang is het sociale vangnet van de inwoners broos. Dit heeft weerslag op veel andere terreinen, zoals mantelzorg en het vinden van een baan via het eigen netwerk.

Komen het volgende overeen: Artikel 1 – Doelen 1.

Kwaliteit dagelijkse leefomgeving Met de projecten versterken de gemeenten de kwaliteit van de dagelijkse leefomgeving en willen bereiken door: • Samen met bewoners, jongeren, ondernemers en stakeholders een aantrekkelijkere buurt te creëren waar de gebruikers zich beter thuis voelen. • Plekken in de publieke ruimte te creëren, zowel binnen als buiten, die uitnodigen tot meer ontmoeting en die bijdragen aan hogere sociale cohesie, leefbaarheid, veiligheid en duurzaamheid. • De kwaliteit in de openbare ruimte en het maatschappelijk vastgoed te verbeteren, dit draagt bij aan gemeenschapszin en een aantrekkelijke buurt. 2. Kansrijk en veilig opgroeien Met de projecten verhogen de gemeenten kansrijk en veilig opgroeien en willen bereiken door: • Meer mogelijkheden bieden aan jeugd en jongeren om zich optimaal te ontplooien in een veilige en kansrijke omgeving. • Het versterken van de (onderwijs)kansen en weerbaarheid van jeugdigen. Meer kansen bieden op een goede toekomst aan jongeren zodat er minder jongeren afglijden naar criminaliteit. 3. Bestaanszekerheid Met de projecten versterken de gemeenten de bestaanszekerheid en willen bereiken door: • Het makkelijker te maken om mee te doen in de samenleving, waardoor de sociale samenhang groeit, de veerkracht van bewoners groter wordt en het sociale netwerk sterker wordt.

• Inwoners en specifiek de jongeren actiever en naar vermogen mee kunnen doen in de samenleving. • Het toegankelijker maken van de stap naar hulp voor inwoners die het nodig hebben in de formele- als informele netwerken. Artikel 2 – Afspraken Centrale afspraken a. Het Rijk en de gemeenten creëren met deze Regio Deal in elke gemeente een living lab. Het Rijk en de gemeenten maken gebruik van vernieuwende interventies voor de opgaven, op deze manier worden de gestelde doelen in dit convenant bereikt. Het gaat daarbij om zogenoemde ‘vliegwielprojecten’ waarbij wordt ingezet op meerdere aspecten van de opgave in de New Towns om hierdoor een structureel positief effect te creëren. b. Samen werken het Rijk, de gemeenten en Partners aan het behalen van de gezamenlijke doelen en leren met elkaar. De gemeenten komen ten minste drie

10 Onderzoek Zorgen voor New Towns = Platform31, Verwey-Jonker Instituut en Bureau Louter 11 Bijlage bij onderzoek Zorgen voor New Towns – Bureau Louter

4

c.

d.

e.

f.

g.

h.

i.

1.

keer per jaar bijeen in de living labs, bij voorkeur op een inspirerende locatie. De gemeenten wijzen een regisseur aan voor het living lab. Bij de aanpak binnen deze Regio Deal, is de focus van de gemeenten op jeugd en jongeren en de omgeving in een specifieke wijk of buurt die het hardst worden geraakt door opgaven uit dit convenant. Dit betreft de wijk Schollevaar in Capelle aan den IJssel, de wijk De Akkers in Nissewaard en de wijken Buytenwegh, Meerzicht en Palenstein in Zoetermeer. De gemeenten maken gebruik van de kennis van maatschappelijke- en wetenschappelijke partners om projecten te selecteren die passen bij de opgaven in de New Towns. De projecten zijn leerzaam voor de andere gemeenten van de New Town Alliantie. In Q1 van 2026 verkennen de gemeenten met woningcorporatie Havensteder, Resilent Delta Initiative en de Haagse Hogeschool en de provincie Zuid-Holland hoe de kennisontwikkeling en -deling wordt vormgegeven, dit wordt beschreven in een plan van aanpak. De gemeenten betrekken de partners, ondernemers en inwoners, specifiek de jeugd en jongeren, bij het opzetten van de projecten die invulling geven aan deze Regio Deal. De gemeenten stellen een advies op, over de geleerde lessen vanuit de living labs met de andere New Towns en de betrokken ministeries over de aanpak van de opgaven.

De gemeenten voeren in 2026 samen met de partners van de New Town Alliantie een Ex Ante Impactanalyse uit om de effecten en baten die door een pakket van beoogde maatregelen in alle gemeenten van de New Town Alliantie tot stand komen. Deze kwantificering van de effecten gebruiken de gemeenten om verdere inzet in de New Towns te bespreken. De provincie Zuid-Holland onderneemt in het bijzonder initiatieven die bijdragen aan de bevordering van de regionale samenwerking tussen de Zuid-Hollandse New Towns in de triple helix samenwerking, zoals onderwijs- en kennisinstellingen. Provinciale programma’s als Human Capital Agenda Zuid-Holland, Innovatief ZuidHolland, MKB-deals, Groeiagenda Zuid-Holland etc. sluiten daarop aan. Er wordt samenwerking gezocht met andere Regio Deals die een soortgelijk doel hebben. De Regio Deal middelen zijn impulsgelden en de looptijd van de Regio Deal is slechts een paar jaar. De opgaven van de New Towns zijn echter langduriger, veel omvattender en grootschalig en de kosten zullen vele malen het beschikbare Regio Deal budget overtreffen. De Provincie Zuid-Holland stelt daarom haar kennis en expertise ter beschikking ten aanzien van financial engineering om te bezien welke nog niet benutte of nog niet ingezette wegen er zijn om de veelomvattende grootschalige opgaven budgettair het hoofd te bieden.

Die kennis zal ook van belang zijn voor de overige New Towns in Nederland.

Kwaliteit dagelijkse leefomgeving a. De gemeente Nissewaard werkt samen met de onderwijs en zorgpartners in de wijk om sociale programmering te verbinden aan een school in de wijk De Akkers en welke aanpassingen in de fysieke leefomgeving van de school nodig zijn om het leefklimaat te versterken. b. De gemeente Nissewaard start begin 2026 met een verkenning welke fysieke interventies nodig zijn om een sterke en veilige leefomgeving in de omgeving van de school De Akkers te creëren. Fysieke interventies die uit de verkenning komen worden in 2028, 2029 gerealiseerd. Het gaat om ingrepen die bijdragen aan een schonere, veiligere en fijnere woonomgeving, maar ook vergroening en uitnodiging tot beweging. c. In de gemeente Nissewaard wordt de school De Akkers gecombineerd met andere functies, zoals ondersteuning voor kwetsbare kinderen en een ontmoetingsruimte. Dit creëert koppelkansen op het gebied van bijvoorbeeld zorg, sport, cultuur, natuur en ontmoeting. De sociale programmering wordt in 2026 gestart.

5

d.

e.

f.

g.

2.

De gemeente Capelle aan den IJssel gaat (groot) onderhoud in de openbare ruimte meer inzetten voor maatschappelijke doelen. Bijvoorbeeld door bij vervanging riool en wegen samen met de buurt en andere partners in de wijk (in het kader van veiligheid/ overlast, sociale cohesie en jeugdproblematiek) groene en/of sociale ontmoetingsplaatsen te creëren. Hiervoor is een vervangingsopgave in de wijk Schollevaar geselecteerd, na een participatief ontwerpproces in 2025-2026 is uitvoering verwacht in 2027-2028. Elementen van deze vernieuwende aanpak zullen ook bij andere (groot) onderhoudsprojecten in de openbare ruimte en bij scholen in de wijk toegepast worden in dezelfde periode. De gemeenten, provincie Zuid-Holland en IenW wisselen kennis uit over klimaatadaptieve maatregelen in de bestaande stad om wateroverlast en hitte te voorkomen. Daarvoor maken ze gebruik van bestaande structuren voor kennisuitwisseling, zoals Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie en platform ISOR. De gemeenten, provincie Zuid-Holland en VRO zetten zich ervoor in dat de vraagstukken in de New Towns worden meegenomen in de aanpak in de NOVEX Zuidelijke Randstad12 en de Nota Ruimte13. De gemeenten en JenV wisselen kennis uit op het gebied van Veilig ontwerp en beheer, ten behoeve van de aanpak van de buitenruimte in de verschillende gemeenten.

Kansrijk opgroeien a. De gemeente Zoetermeer versterkt drie jongerenlocaties die actief bijdragen aan het kansrijk opgroeien van jongeren. Dat gebeurt middels een aanbod dat aansluit bij de behoeften van jongeren, ervoor zorgt dat jongeren betere startkwalificaties hebben en vroegtijdig schoolverlaten verminderd. Dit draagt o.a. bij aan het voorkomen van aanwas in jeugdcriminaliteit. We beogen de het maatschappelijk rendement van de jongerenlocaties aantoonbaar te maken en bieden 4 jaar ontwikkeltijd. Voor de locaties in de wijken Buytenwegh, Meerzicht en Palenstein wordt in 2026 een op maat ontwikkelplan opgesteld. Eind 2027 willen we samen met jongeren en betrokkenen de ervaringen onder de loep nemen en ontwikkelplannen bijsturen. b. De gemeente Nissewaard werkt samen met onder andere onderwijs en zorgpartners initiatieven uit die het mogelijk maken om een kansrijke schoolcarrière te doorlopen. De inzet is om vanaf 2026 met de school de Akkers onder andere taal- en ontwikkelachterstanden, ook bij het jonge kind, tegen te gaan en ouderbetrokkenheid te bevorderen. De gemeente streeft ernaar om op basis van een eerste de verkenning in Q2 van jaar 2026 op te leveren, inclusief een plan van aanpak voor de implementatie van het programma. c. De gemeente Capelle aan den IJssel gaat samen met lokale zorg- en welzijnspartners Kinderlabs doorontwikkelen.

Met kinderlabs worden kinderen (en ouders) uit risicogroepen eerder en langer bereikt (2-12 jaar). Hierbij kan aan een programma worden gedacht waarbij onder andere activiteiten rond voorschoolse educatie, naschools aanbod, opvoedondersteuning en ook inzet op ouderbetrokkenheid worden vormgegeven. Kennisontwikkeling en -deling over deze aanpak wordt ook nader uitgewerkt. In 2025-2026 worden de extra activiteiten in de wijk nader geconcretiseerd. Vervolgens wordt dit gedurende de looptijd van de regiodeal uitgevoerd. d. De gemeente Nissewaard verkent met onderwijs en zorgpartners met welk aanvullend programma jongeren in een kwetsbare positie gestut kunnen worden wanneer sociale vangnetten ontbreken, om te voorkomen dat jongeren voortijdig school verlaten of afglijden in de criminaliteit, maar ook op het begrenzen wanneer jongeren de (eerste) stap naar criminaliteit zetten. De gemeente streeft ernaar om

12 NOVEX Zuidelijke randstad 13 Link toevoegen Novex nota ruimte waar we naar verwijzen

6

e.

f.

g.

3.

de conclusies van de verkenning in Q4 van 2026 op te leveren, inclusief een plan van aanpak voor de implementatie van het programma. De gemeente Capelle aan den IJssel verbindt, versterkt en breidt met lokale zorgen welzijnspartners het programma bij bestaande voorzieningen voor jongeren (zoals het Jongerenlab, CAPSLOC en Homebase) uit om meer jongeren in kwetsbare posities meer perspectief te bieden. Hierbij is ook aandacht voor grenzenstellend jongerenwerk. In samenhang met de doorontwikkeling van Kinderlabs worden de extra activiteiten in 2025-2026 nader geconcretiseerd en zal het gedurende de looptijd van de regiodeal worden uitgevoerd. VWS deelt de kennis en expertise van het Programma gezonde leefomgeving bij het aanpakken van de gezondheidsverschillen door de gemeenten. De provincie ZuidHolland deelt kennis en expertise vanuit het oogpunt van Gezonde Verstedelijking. De gemeenten en JenV wisselen kennis uit op het gebied van preventie van jeugdcriminaliteit. Daarbij ziet JenV erop toe dat de gemeente Nissewaard en Zoetermeer samenwerking zoekt met het programma Preventie met Gezag in Nissewaard en Zoetermeer, zolang als het programma in beide gemeenten loopt.

Bestaanszekerheid a. De gemeente Zoetermeer creëert in de wijk Meerzicht een ontmoetingsplek voor bewoners ter (onderlinge) versterking van de informele en georganiseerde sociale verbanden in de wijk. De voormalige kerk Oase wordt ontwikkeld tot gemeenschapshub die bijdraagt aan sociale cohesie, maatschappelijke betrokkenheid, economische zelfredzaamheid en wijkveiligheid. De gemeenschapshub moet met name de Bossenbuurt bedienen, de meest kwetsbare buurt van Meerzicht. Bij de start in 2026 start de gemeente met eerste activiteiten. Plan is om beheer en programmering in 2027 samen met lokale partner(s) en bewoners vorm te geven. In 2027 en 2028 worden activiteiten voortvloeiend uit de nieuwe flataanpak in Meerzicht een podium geboden in de nieuwe gemeenschapshub. In 2029 wordt beheer en regie over de gemeenschapshub volledig overgenomen door partner(s) en bewoners. b. De gemeente Nissewaard realiseert met de basisschool De Akkers een huiskamer van de wijk. Hiermee creëren we een laagdrempelige ingang voor volwassenen met maatschappelijke functies. Zoals het signaleren en helpen bij schulden, eenzaamheid en begeleiden naar passend werk in eigen buurt en wijk. De eerste activiteiten vinden in Q2 2026 plaats. c. De gemeente Capelle aan den IJssel zet extra in op schuldenaanpak in de wijk Schollevaar Zuid.

Vanwege het grote aantal inwoners met schulden en een hoog risico op schulden in deze wijk is het nodig een hoger bereik (absoluut en relatief) te realiseren. Dat doen we door inzet van budgetcoaches, buurtmoeders en wijkwinkels uit te breiden. We hebben hierbij ook in het bijzonder aandacht voor oplossingen op het gebied van energiearmoede. Hier starten we mee in 2026 en dit loopt door gedurende de looptijd van de regiodeal. d. SZW zet zich samen met de gemeenten in voor het uitwisselen van kennis Daarnaast zetten zij zich in voor het verbinden van relevante bestaande en nieuwe initiatieven. Bij de aanpak van de sociaaleconomische problematiek in de New Towns en de Rijksaanpak van problematische schulden en het armoedebeleid.

Inzet middelen Regio Envelop voor uitvoering Regio Deal Zuid-Hollandse Groeikernen Artikel 3 – Uitgangspunten 1.

Partijen beogen een gecoördineerde beleidsmatige inzet van hun gezamenlijke financiële middelen op basis van de afspraken in deze Regio Deal. De gemeenten geven met die middelen uitvoering aan de Regio Deal Zuid-Hollandse groeikernen zoals het initiëren en/of realiseren

7

2.

3.

van programma’s en projecten en andere uitvoeringsactiviteiten in het kader van de doelen van de Regio Deal Zuid-Hollandse groeikernen zoals bedoeld in artikelen 1 en 2. Op deze wijze zet de gemeenten zich in om de regionale opgave van de Zuid-Hollandse groeikernen te realiseren. VRO reserveert maximaal €10 mln. inclusief eventueel verschuldigde BTW vanuit de Regio Envelop als Rijksbijdrage voor uitvoeringsactiviteiten als bedoeld in het eerste lid, volgens de in de onderstaande tabel opgenomen onderverdeling. Hierin zijn ook de uitvoeringskosten oftewel VAT-kosten (Voorbereiding, Administratie en Toezicht) opgenomen. Dit percentage is maximaal 3% van de Rijksbijdrage. De gemeenten reserveert minimaal een bedrag van in totaal € 10 mln. aan regionale financiering voor uitvoeringsactiviteiten als bedoeld in het eerste lid volgens de in de onderstaande tabel opgenomen onderverdeling:

Uitvoeringsactiviteiten

Maximale rijksbijdrage14

Regionale financiering

Totaal bedrag

Doel 1: kwaliteit dagelijkse leefomgeving

€ 3,1 mln.

€ 3,3 mln.

€ 6,5 mln.

Doel 2: kansrijk en veilig opgroeien

€ 3,1 mln.

€ 3,3 mln.

€ 6,5 mln.

Doel 3: bestaanszekerheid

€ 3,1 mln.

€ 3,3 mln.

€ 6,5 mln.

Ex ante impact analyse

€ 0,3 mln.

€ 0 mln.

€ 0,3 mln.

Uitvoeringskosten (VAT)

€ 0,3 mln.

€ 0 mln.

€ 0,3 mln.

Bijdragen totaal maximaal

€ 10 mln.

€ 10 mln.

€ 20 mln.

4.

De verdeling opgenomen in de tabel in het derde lid geldt als uitgangspunt. Partijen zijn zich ervan bewust dat gedurende de looptijd van de Regio Deal omstandigheden en/of prioriteiten kunnen wijzigen. Het Rijk en de gemeenten kunnen, na bespreking in het Rijk-Regio-overleg, een gewijzigde verdeling over de actielijnen afspreken.

Artikel 4 - Regiokassier Partijen spreken af dat in het kader van de uitvoeringsactiviteiten van de Regio Deal ZuidHollandse Groeikernen de gemeente Zoetermeer de rol zal vervullen van regiokassier. De regiokassier draagt zorg voor het nakomen van de voorwaarden en verplichtingen, zoals verwoord in de specifieke/bijzondere uitkering ten behoeve van de uitvoeringsactiviteiten Regio Deals. Artikel 5 - Rijk–Regio-overleg 1. Periodiek treden Partijen in overleg (het Rijk-Regio-overleg) over de onderlinge samenwerking in het kader van de Regio Deal Zuid-Hollandse groeikernen en met andere publieke en/of private samenwerkingspartners. Dit Rijk-Regio-overleg ziet toe op de uitvoering van Regio Deal zoals beschreven in dit convenant. 2. Het Rijk-Regio-overleg vergadert tenminste eenmaal per jaar, over de voortgang van, en eventuele knelpunten of risico’s in, de uitvoering van de Regio Deal en andere actualiteiten in de regio. 3. Het in het eerste lid bedoelde Rijk-Regio-overleg bestaat uit de volgende vertegenwoordigers: a. vanuit de ministeries van het Rijk: i. Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening ii. Infrastructuur en Waterstaat iii. Justitie en Veiligheid 14 Dit bedrag is inclusief eventueel verschuldigde BTW.

8

4. 5. 6.

iv. Sociale Zaken en Werkgelegenheid v. Volksgezondheid, Welzijn en Sport b. vanuit de Regio: i. Gemeente Capelle aan den IJssel ii. Gemeente Nissewaard iii. Gemeente Zoetermeer iv. Provincie Zuid-Holland Het Rijk-Regio-overleg voorziet in zijn eigen werkwijze, waarbij het uitgangspunt is dat de regio bij het organiseren, uitnodigen en verslagleggen de lead heeft. Het Rijk-Regio-overleg spreekt een escalatieregeling af. Partijen zien zelf toe op een adequate verantwoording aan achterbannen en/of volksvertegenwoordigers.

Artikel 6 – Evaluatie en voortgang 1. De gemeenten brengt de beginsituatie van de regionale opgave in kaart. Daarnaast bepalen de gemeenten een (lerende) aanpak voor evaluatie, waarmee gedurende de looptijd en na afloop van de Regio Deal kan worden beoordeeld of de programmatische aanpak van de gemeenten bijdraagt aan de doelen (artikel 1) van de Regio Deals. De beginsituatie en aanpak voor lerende evaluatie zijn beschreven in het voorjaar van 2026. 2. De gemeenten stellen éénmaal per jaar een voortgangsrapportage op, met daarin: a. de voortgang van de initiatieven en projecten; b. in hoeverre partijen op schema liggen om de beoogde afspraken (artikel 2) te behalen. 3. De jaarlijkse voortgangsrapportage wordt in concept voor 15 juni van ieder jaar voorgelegd aan Partijen, gelet op indiening voor 15 juli bij de minister van VRO in het kader van de specifieke/ bijzondere uitkering. 4. De gemeenten en de provincie Zuid-Holland kan met de jaarlijkse voortgangsrapportage de betrokken gemeenteraden en statenleden informeren. VRO gebruikt de jaarlijkse voortgangsrapportage als input voor de periodieke voortgangsrapportage van alle Regio Deals voor de Tweede Kamer van de Staten-Generaal. 5. VRO draagt zorg voor onderzoek, betreffende het geheel van de Regio Deals (o.m. de resultaten en effecten van de Deals voor brede welvaart). De gemeenten verleent haar medewerking hieraan.

Artikel 7 – Communicatie 1. De gemeenten zien toe op een gezamenlijke communicatiestrategie en -plan, waarbij de gemeenten in de lead is. 2. De gemeenten zal bij projecten die deel uitmaken van de uitvoering van de Regio Deal ZuidHollandse Groeikernen vragen om in de communicatie over die projecten kenbaar te maken dat het project mede mogelijk is gemaakt in samenwerking tussen Rijk en gemeenten.

Slotbepalingen Artikel 8 - Uitvoering in overeenstemming met Unierecht De afspraken van deze Regio Deal en/of de daaruit voortvloeiende maatregelen worden in overeenstemming met het recht van de Europese Unie uitgevoerd en uitgewerkt in het bijzonder voor zover de afspraken vallen onder de werking van de Europese regels met betrekking tot aanbesteding, mededinging, staatssteun en technische normen en voorschriften. Artikel 9 - Gegevensuitwisseling 1. De in het kader van (de uitvoering van) deze Regio Deal uitgewisselde dan wel uit te wisselen informatie is in beginsel openbaar. Indien een Partij verzoekt om geheimhouding zullen de overige Partijen deze informatie in beginsel geheimhouden en deze geheel noch gedeeltelijk

9

2.

aan enige derde bekendmaken, behoudens voor zover een verplichting tot openbaarmaking voortvloeit uit de wet, een rechterlijke uitspraak of deze Regio Deal. Partijen dragen er zorg voor dat concurrentiegevoelige en/of privacygevoelige informatie uitsluitend wordt gedeeld voor zover dit in overeenstemming is met de relevante internationale, Europese en nationale wettelijke kaders. Zij kunnen hiertoe nadere afspraken vastleggen.

Artikel 10 - Wijzigingen 1. Elke Partij kan schriftelijk verzoeken deze Regio Deal te wijzigen. De wijziging behoeft de instemming van alle Partijen. 2. Partijen treden in overleg binnen 6 weken nadat een Partij het verzoek kenbaar heeft gemaakt bij VRO. VRO informeert de overige Partijen over de voorgestelde wijziging en vraagt hen om instemming. 3. Nadat alle Partijen aan VRO kenbaar hebben gemaakt in te stemmen met het verzoek tot wijziging wordt de wijziging en de verklaringen tot instemming als bijlage aan dit convenant gehecht. Artikel 11 - Opzegging 1. Elke Partij kan de Regio Deal Zuid-Hollandse groeikernen met inachtneming van een opzegtermijn van 3 maanden schriftelijk opzeggen, indien een zodanige verandering van omstandigheden is opgetreden dat deze Regio Deal billijkheidshalve op korte termijn behoort te eindigen. De opzegging moet de verandering in omstandigheden vermelden. 2. Wanneer een Partij deze Regio Deal opzegt, blijft de Regio Deal voor de overige Partijen in stand voor zover de inhoud en de strekking ervan zich daartegen niet verzetten. 3. Ingeval van beëindiging van de Regio Deal Zuid-Hollandse Groeikernen krachtens opzegging is geen van de Partijen jegens een andere Partij schadeplichtig. Artikel 12 - Toetreding nieuwe partijen 1.

In overeenstemming met alle Partijen kunnen anderen tijdens de looptijd van de Regio Deal Zuid-Hollandse groeikernen als nieuwe partijen toetreden tot deze Regio Deal. Een toetredende partij dient de verplichtingen die voor haar uit de Regio Deal voortvloeien te aanvaarden. 2. Het schriftelijke verzoek tot toetreding met daarbij de concrete bijdrage aan de Regio Deal Zuid-Hollandse Groeikernen wordt gericht aan VRO. VRO informeert Partijen en vraagt hen om instemming. 3. Zodra alle Partijen aan VRO schriftelijk kenbaar hebben gemaakt in te stemmen met het verzoek tot toetreding, ontvangt de toetredende partij de status van Partij van de Regio Deal Zuid-Hollandse Groeikernen en gelden voor die partij de voor haar uit de deal voortvloeiende rechten en verplichtingen. 4. Het verzoek tot toetreding en de verklaringen tot instemming worden als bijlagen aan de Regio Deal Zuid-Hollandse Groeikernen gehecht.

Artikel 13 - Ongeldigheid Indien een bepaling van de Regio Deal in enige mate als nietig, vernietigbaar, ongeldig, onwettig of anderszins als niet-bindend moet worden beschouwd, bijvoorbeeld wegens strijdigheid met het Besluit specifieke uitkering Regio Deals vierde, vijfde en zesde tranche (zoals deze luidt op het moment dat de strijdigheid zich voordoet of alsdan in bestuursrechtelijke zin is vastgesteld), wordt die bepaling, voor zover nodig, uit de Regio Deal verwijderd en vervangen door een bepaling die wel bindend en rechtsgeldig is en die de inhoud van de niet-geldige bepaling zoveel mogelijk benadert. De overige bepalingen van de Regio Deal blijven in een dergelijke situatie ongewijzigd en onverminderd geldig. Artikel 14 - Publiekrechtelijke medewerking en toepasselijk recht 1. De in het kader van Regio Deal door Partijen te verlenen (publiekrechtelijke) medewerking laat de publiekrechtelijke positie en bevoegdheden van Partijen onverlet. 2. Op deze Regio Deal is uitsluitend Nederlands recht van toepassing.

10

Artikel 15 – Nakoming De Regio Deal is niet in rechte afdwingbaar. Partijen kunnen elkaar aanspreken op tekortkomingen in de nakoming van de Regio Deal in het Rijk-Regio overleg. Artikel 16 - Ondertekening in verschillende exemplaren De Regio Deal Zuid-Hollandse Groeikernen kan worden ondertekend door Partijen in verschillende exemplaren, die samengevoegd hetzelfde rechtsgevolg hebben alsof deze Regio Deal is ondertekend door alle Partijen in één exemplaar. Artikel 17 - Citeertitel Deze Regio Deal kan worden aangehaald als Regio Deal Zuid-Hollandse Groeikernen. Artikel 18 – Inwerkingtreding en looptijd 1. Deze Regio Deal treedt in werking met ingang van de dag na ondertekening door alle Partijen en eindigt op 31 december 2030. 2. Partijen kunnen, na bespreking in het Rijk-Regio-overleg, de looptijd van de Regio Deal wijzigen, conform de procedure van artikel 11. De regiokassier zal rekening houden met de samenhang tussen de wijziging van de looptijd van de Regio Deal en de verleende specifieke/bijzondere uitkering ten behoeve van de uitvoeringsactiviteiten Regio Deals. Artikel 19 - Publicatie 1. Deze Regio Deal zal net als andere Regio Deals openbaar worden gemaakt door publicatie in de Staatscourant en toegezonden worden aan de Tweede Kamer, waardoor anderen kennis kunnen nemen van de Regio Deals. 2.

VRO rapporteert over de Regio Portefeuille, alsmede de hieruit voortvloeiende Regio Deals naar de Tweede Kamer van de Staten-Generaal. Aldus overeengekomen en in tweevoud ondertekend,

De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, Mona Keijzer

11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17080097/1