CConstaterende datCapelle aan den IJssel
Koppel je AI →
Document · PDF

05.02 - Begroting 2026

Raadsbrede commissie 27 oktober 2025, gemeente Capelle aan den IJsselBij agendapunt: Begroting 202635.244 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Bandbreedte financiële gevolgen

Het risico is op dit moment niet te kwantificeren.

Beheersingsmaatregelen

Niet van toepassing.

Verloop en bewaking

Eerste moment van opname in P&C-document: Begroting 2026

Verantwoordelijken

Ambtelijk: afdeling Samenleving Bestuurlijk: van Hemert

Communicatie

In 2026 volgt de aanbesteding. Zodra hierover meer bekend is, zullen wij u hierover informeren. De financiële consequenties nemen we mee in de 1e Bestuursrapportage 2026.

Ondernomen en mogelijke Niet van toepassing. acties

79

Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen

80

Onderhoud kapitaalgoederen In deze paragraaf gaan we in op het eigendom, beheer en onderhoud van onze kapitaalgoederen. Kapitaalgoederen zijn zaken die de gemeente nodig heeft om de diensten en goederen die zij levert aan burgers te realiseren. Het zijn grote zaken die meerdere jaren meegaan en meestal deel uit maken van de balans van de gemeente. Voorbeelden zijn wegen, rioleringen of gebouwen. De Commissie BBV heeft in 2017 een Notitie Materiële Vaste Activa opgesteld met richtlijnen over investeringen, activeren, waarderen, afschrijven en onderhoud. Op basis hiervan hebben wij de Nota Vaste activa 2019 gemeente Capelle aan den IJssel opgesteld, die in het voorjaar van 2019 is vastgesteld. In het eerste deel van deze paragraaf gaan wij in op kapitaalgoederen in de openbare ruimte. In het tweede deel gaan wij in op onze gebouwen, het vastgoed. Aan het eind volgt een overzichtstabel met onze kapitaalgoederen.

81

Openbare ruimte Openbare ruimte Beheerplannen openbare ruimte In 2023 zijn de (actuele) Beheerplannen 2023 vastgesteld, met daaraan 26 integrale projecten gekoppeld. Vooral door de complexe afstemming met netbeheerders in de ondergrond blijft de druk op actieve sturing van de IBOR-programmering noodzakelijk. In de beheerplannen staat hoe de diverse vakdisciplines de komende jaren het beheer en onderhoud gaan aanpakken. Kwaliteitsambitie openbare ruimte Op landelijk niveau zijn de beeldkwaliteitscatalogi van de diverse adviesbureaus doorontwikkeld en samengevoegd in de publicatie 'Kwaliteitscatalogus Openbare Ruimte'. Het CROW is het Nationale kennisplatform voor de infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte. In de Beheerplannen 2023 zijn de kwaliteitsniveaus vertaald naar de beeldkwaliteit, te weten; hoog, basis en sober. Met het vaststellen van het Programma Buitenruimte en de daar bijbehorende Uitvoeringsparagraaf draagt het beheer en (groot) onderhoud van de buitenruimte bij aan de leefbaarheid van Capelle door samen met Capellenaren de Buitenruimte te maken. Niet alleen kwaliteitsambities spelen een rol bij de afweging voor vervangen en verbetering, maar ook bijvoorbeeld beleving, recreatie, ontmoeting en duurzaamheidsdoelen. Dit zorgt voor een intensiever ontwerpproces en daardoor soms langere doorlooptijden, maar meer tevreden gebruikers.

Wegen Actuele beleidskaders •

Herijkte Stedelijke Beheervisie;

•

Kadernotitie Wegen (2010);

•

Beheerplan Verharding 2023;

•

Programma Buitenruimte 2023.

Het beleid is er op gericht de wegen te laten voldoen aan de gestelde eisen van verkeersveiligheid, leefbaarheid en comfort. Gehanteerde kwaliteitsambitie Hoog voor centrum, basis voor beschermde dorpsgezichten en sober voor overig. Financiële consequenties uit beleidskaders Bij het beheerplan 2023 is een continuering van het beheer en onderhoud binnen de bestaande financiële kaders aangegeven. Bij de tussentijdse rapportages worden de afwijkingen op de IBORprojecten aangegeven.

Riolering en grondwater Actuele beleidskaders •

Programma Buitenruimte 2023;

•

Beheerplan Riolering 2023;

•

Gemeentelijk Water- en Rioleringsplan (GWRP) 2023.

Riolering Het beheer van de riolering is gebaseerd op het vastgestelde GWRP 2023. Hierin staat beschreven hoe we invulling geven aan de wettelijke plicht voor het doelmatig en milieutechnisch verantwoord inzamelen en transporteren van het afvalwater binnen ons grondgebied. De zorgplicht voor afvalwater is een uitvloeisel van de invoering van de Wet gemeentelijke watertaken (2008) en als zodanig opgenomen in het GWRP. De zorgplicht is gesplitst in: •

zorgplicht voor stedelijk afvalwater – het inzamelen en transport van afvalwater naar een zuiveringtechnisch werk;

82

•

zorgplicht voor afvloeiend hemelwater – de inspanningen kunnen bestaan uit het inzamelen, bergen en transporteren van relatief schoon water;

•

zorgplicht voor grondwater – inzameling of aanvoer van (overtollig) grondwater om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand te voorkomen of beperken (mits doelmatig en niet onder de verantwoordelijkheid van het waterschap of de provincie te vallen)

Grondwater Net als bij riolering is de zorgplicht voor grondwater een uitvloeisel van de invoering van de Wet gemeentelijke watertaken (2008) en als zodanig opgenomen in het GWRP 2023. De zorgplicht bepaalt dat we structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk moeten voorkomen of beperken. Wel dient het treffen van die maatregelen doelmatig te zijn en niet onder de verantwoordelijkheid van het waterschap of de provincie te vallen. Gehanteerde kwaliteitsambitie Basis. Financiële consequenties uit beleidskaders In 2023 is het Beheerplan Riolering vastgesteld en zijn rioolvervanging en -verbetering opgenomen in de dynamische IBOR-Programmering. Het nieuwe Water- en Rioleringsplan 2023 is vastgesteld binnen de bestaande financiële kaders.

Water Actuele beleidskaders •

Programma Buitenruimte 2023;

•

Beheerplan Water 2023;

•

Gemeentelijk Water- en Rioleringsplan (GWRP) 2023.

Voor water heeft de gemeente een onderhoudsplicht voor (eigen) oppervlaktewater en de ontvangstplicht voor vrijkomende baggerspecie uit het oppervlaktewater. Oppervlaktewater Het inrichten en beheren van oppervlaktewater is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van waterschappen, gemeenten en andere betrokken partijen. Het oppervlaktewater is grotendeels in beheer en onderhoud bij het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard (HHSK). Het resterende deel is in beheer en onderhoud bij de Gemeente. Hiervoor is de Gemeente onderhoudsplichtig. Vrijkomende baggerspecie De Gemeente heeft ontvangstplicht voor – een groot gedeelte van – al de, uit het oppervlaktewater vrijkomende baggerspecie. Dat kan zijn vrijkomend slib, mits verspreidbaar, bij baggeren, bladeren en (drijf)vuil bij blad- en vuilvissen en waterplanten, riet en kroos bij maaien en krozen. Duikers Voor de transportfunctie van water is het belangrijk dat watergangen met elkaar verbonden zijn. Daar waar water en wegen elkaar kruisen, kan dit door toepassing van bruggen. Wanneer gebruik wordt gemaakt van dammen, dan moet de verbinding tussen watergangen worden gerealiseerd door duikers. Voor zover het voorzieningen in de openbare ruimte betreft, zijn we verantwoordelijk voor de aanleg, het beheer en onderhoud van duikers.

Oeverbescherming Oeverbeschermingen zorgen niet alleen voor niet afkalven van oevers en waarborging van doorstroom profielen, maar kunnen ook een positieve bijdrage leveren aan de biodiversiteit en aantrekkelijkheid van de openbare ruimte. Oeverbeschermingen kunnen bestaan uit natuurvriendelijke oevers, natuurlijk ontwikkelde oevers, beschoeiingen, palen rijen, basaltkeien en grassen (ongeschoeid). Gehanteerde kwaliteitsambitie Basis.

83

Financiële consequenties uit beleidskaders In 2023 is het Beheerplan Water vastgesteld en zijn de bagger-, duiker- en oeverbeschermingsvervanging en -verbetering opgenomen in de dynamische IBOR-Programmering. Het nieuwe Water- en Rioleringsplan 2023 is vastgesteld binnen de bestaande financiële kaders.

Openbaar groen en speelplaatsen Actuele beleidskaders •

Groenvisie 2011;

•

Bomenbeleidsplan 2013;

•

Beheerplan groen 2023;

•

Visie Schollebos 2020;

•

Speelruimte beleidsplan 2000;

•

Beheerplan Speelplaatsen 2023;

•

Programma Buitenruimte 2023.

Bovenstaande beleidsstukken verwoorden de doelstelling en de uitgangspunten van instandhouding van technische, recreatieve, architectonische en ecologische functies die aan het groen en speelruimtes in stedelijke- en landelijke gebieden zijn verbonden. Gehanteerde kwaliteitsambitie Hoog voor centrum, basis voor beschermde dorpsgezichten en woongebieden en sober voor overig. Financiële consequenties uit beleidskaders Bij het beheerplan 2023 is een continuering van het beheer en onderhoud binnen de bestaande financiële kaders aangegeven.

Openbare verlichting Actuele beleidskaders •

Herijkte Stedelijke Beheervisie;

•

Kadernotitie Openbare Verlichting 2010;

•

Beheerplan openbare verlichting 2023;

•

Programma buitenruimte 2023.

Het voldoen van de openbare verlichting aan de normering van de Nederlandse stichting voor verlichtingskunde (NSVV 2001) hebben we als doel gesteld en opgenomen in de vastgestelde kadernotitie openbare verlichting 2010. Zoals in de herijkte Stedelijke Beheervisie is aangegeven, is het beleid erop gericht de constructies te beheren en te onderhouden op een zodanige wijze dat de veiligheid van de gebruikers is gewaarborgd. In het beheerplan 2023 hebben we de aanpak voor het onderhoud opgenomen. We hebben een beheersysteem waarmee we planmatig beheer uitvoeren. De benodigde inventarisaties zijn verricht. Vanuit deze inventarisaties wordt het planmatig onderhoud, zoals het vervangen van lichtmasten en armaturen aangestuurd of uitgevoerd. Optredende knelpunten lossen we per geval op. Gehanteerde kwaliteitsambitie Sober. Financiële consequenties uit beleidskaders Het vervangen van lichtmasten gebeurt uitsluitend in ophoogprojecten wanneer de masten de leeftijd van veertig jaar hebben bereikt of in uitzonderlijke projecten als de lichtmasten naar aanleiding van 3D metingen worden afgekeurd. Bij het beheerplan 2023 is een continuering van het beheer en onderhoud binnen de bestaande financiële kaders aangegeven.

84

Kunstwerken Actuele beleidskaders Kadernotitie Civiel Technische kunstwerken 2010; Beheerplan Civieltechnische Kunstwerken 2023. Gehanteerde kwaliteitsambitie Sober. Financiële consequenties uit beleidskaders Bij het beheerplan 2023 is een continuering van het beheer en onderhoud binnen de bestaande financiële kaders aangegeven.

Verkeersvoorzieningen Actuele beleidskaders •

Beheerplan Verkeersvoorzieningen 2023;

•

Visie Voetgangersoversteekplaatsen 2013;

•

Programma mobiliteit 2021.

Gehanteerde kwaliteitsambitie Basis Financiële consequenties uit beleidskaders Bij het beheerplan 2023 is een continuering van het beheer en onderhoud binnen de bestaande financiële kaders aangegeven.

Beeldende kunstwerken Actuele beleidskaders Niet van toepassing. Doelstelling Het onderhouden van gemeentelijke kunstwerken in openbare ruimte. Gehanteerde kwaliteitsambitie Sober. Beeldende kunstwerken moeten schoon, heel en vrij van graffiti zijn en in hun oorspronkelijke toestand behouden blijven. Financiële consequenties uit beleidskaders Voor het bepalen van planmatig onderhoud voor komende jaren aan de beeldende kunstwerken, wordt gewerkt aan een MJOP. Op basis daarvan wordt bepaald of een aparte voorziening voor de beeldende kunstwerken nodig is en hoe hoog de benodigde jaarlijkse dotatie hiervoor moet zijn.

Reiniging Actuele beleidskaders •

Beleidsplan Afval ‘In een schone woonomgeving van afval naar grondstof’ (BBV 1482927 juli 2024).

Er wordt gericht op het verminderen van restafval en beter scheiden van grondstoffen met als gevolg schonere stromen. Dit wordt bereikt door middel van minicontainers bij laagbouw en gfe-cocons bij hoogbouw. Er wordt ingezet op gedragsverandering en goed contractbeheer om de basis op orde te krijgen. Gehanteerde kwaliteitsambitie Niet van toepassing.

85

Financiële consequenties uit beleidskaders Bij de afvalstoffenheffing is het uitgangspunt dat deze heffingen de kosten voor afvalinzameling voor maximaal 100% moeten dekken. Hierbij houden we ons aan de voorschriften van de kostentoerekening met betrekking tot kwijtscheldingen, inningkosten en indirecte lasten.

86

Gemeentelijk vastgoed Gemeentelijk vastgoed Gemeentelijk vastgoed We zijn eigenaar van een omvangrijke en gevarieerde vastgoedportefeuille. Vastgoed, waarmee we onze sociaal-maatschappelijke doelstellingen mogelijk maken. Onze Vastgoedportefeuille bevat momenteel 107 objecten met een WOZ-waarde van 79 miljoen euro. Denk aan scholen, sportaccommodaties, buurthuizen en theaters. Maar ook aan woningen, kantoren en bedrijfshuisvesting. Met ons strategisch bezit ondersteunen we bij de ontwikkeling van de stad. Ook via deze route draagt ons vastgoed bij aan wijken waar onze inwoners prettig kunnen leven: we creëren ruimte voor nieuwe woningen en verbetering van de infrastructuur. Onze bedrijfsvoeringspanden en rioolgemalen dienen het algemeen nut en met het bezit van de voor publiek toegankelijke monumenten dragen we bij aan het behoud van het Capels erfgoed en aan de uitstraling van onze stad. De gemeente Capelle aan den IJssel investeert al sinds haar bestaan in maatschappelijk vastgoed met als doel een goed voorzieningenniveau te creëren, dat aansluit op en ondersteunend is aan de beleidsuitgangspunten zoals de gemeente ze geformuleerd heeft. Ook nu vinden diverse investeringen plaats om het aanbod –en behoud aan voorzieningen te optimaliseren, zoals de bouw van nieuwe scholen en sportaccommodaties. We willen als goed rentmeester met ons vastgoed omgaan.

Hierbij vervullen we de eigenaarsrol en alle verantwoordelijkheden die daarbij horen. Denk aan het beheer en onderhoud van het vastgoed, maar ook aan de verhuur, ontwikkeling, exploitatie en verkoop. Deze bundeling van activiteiten en kennis beoogt doelmatigheid en effectiviteit Algemene beleidskaders Het beleid met betrekking tot het gemeentelijk vastgoed is vastgelegd in: • Nota Beleidskaders 'Optimalisatie gemeentelijk vastgoed' (BBV 464890, 8 oktober 2012); • Beleidsnota 'Vastgoed in beweging 2013' (BBV 518742, 11 juni 2013); • Meerjaren Perspectief Vastgoed 2019 ‘Verder bouwen aan onze maatschappelijke voorzieningen' (BBV 1091427, juni 2019). Een nieuw beleidsplan Vastgoedkaders, met kaders en uitgangspunten voor de vastgoedportefeuille en een kort cyclisch plan, met de meerjaren prognose (2025-2026) van het vastgoed, wordt voorgelegd ter vaststelling in Q4 2025, waarmee de beleidskaders uit 2012, 2013 en 2019 voor de unit Vastgoed, afdeling Dienstverlening geactualiseerd worden. Onderhoudsniveau gemeentelijke vastgoed Verantwoord vastgoedbeheer vraagt goed onderhoud van de gebouwen. Om het niveau van onderhoud te objectiveren, wordt elke drie jaar door een extern bureau geïnventariseerd welk meerjarenonderhoud noodzakelijk is. Daarbij wordt rekening gehouden met de economische levensduur en het type pand.

Voor het onderhoudsniveau wordt uitgegaan van landelijk toegepaste conditieniveaus gebaseerd op de Nederlandse Norm 2667 (NEN 2667) en wordt het volgende conditieniveau gehanteerd voor: • Bedrijfspanden en monumenten conditieniveau 2 (goed); • Welzijns-, sportaccommodaties, onderwijshuisvesting, niveau 3 (redelijk); • Strategische objecten, niveau 4 (matig). Voor het uitvoeren van het onderhoud aan het gemeentelijke vastgoed is een voorziening gevormd. Jaarlijks wordt de voorziening doorgerekend waarbij voor de dotaties aan de voorziening onderhoud uitgegaan wordt van een termijn van tien jaar.

87

Paragraaf Financiering Inleiding In deze paragraaf worden de onderwerpen behandeld die behoren tot de financieringsfunctie van de gemeente. Daarbij gaat het om het op een transparante wijze besturen en beheersen van vermogenswaarden, geldstromen, de financiële posities en de risico's die hieraan verbonden zijn. De gemeentelijke regelgeving met betrekking tot de financieringsfunctie is gebonden aan algemeen geldende wettelijke kaders, waaronder de Gemeentewet en de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido). Artikel 212 van de Gemeentewet vormt de basis van het Treasurystatuut en de financiële verordening van de gemeente Capelle aan den IJssel, Verordening Borgstellingen gemeente Capelle aan den IJssel en de Verordening Leningverstrekking gemeente Capelle aan den IJssel. In deze paragraaf wordt ingegaan op: •

Het financieringsbeleid van de gemeente

•

financieringsbehoefte en liquiditeitsplanning

•

verwachte rente ontwikkeling

•

lening portefeuille

•

vaststelling omslagrente

•

gewaarborgde geldleningen

Het financieringsbeleid van de gemeente Het beleid van financieren is gericht op: •

Het voorzien in de financieringsbehoefte op korte en lange termijn.

•

Het verstrekken van leningen of borgstellingen uit hoofde van de 'publieke taak' (Verordening Borgstellingen gemeente Capelle aan den IJssel 2020 en Verordening Leningverstrekkingen gemeente Capelle aan den IJssel 2020).

•

Het uitvoeren van de treasury functie.

Rentevisie Geldmarkt: de rente over kortlopende schulden wordt gebaseerd op Euribor (Euro Interbank Offered Rate). De Euribor is het tarief dat wordt bepaald aan de hand van de percentages waartegen de Europese primaire banken elkaar onderling leningen verstrekken. Sinds september 2022 is de rentevergoeding vanuit het Schatkistbankieren van 0% in korte tijd gestegen naar ruim 3%. Kapitaalmarkt: in juni 2025 heeft de Europese Centrale Bank (ECB) de rente verlaagt en is de herfinancieringsrente van de ECB op 2% vastgesteld. Risicobeheer De risico's die binnen de gemeentefinanciering van Capelle aan den IJssel kunnen worden onderscheiden zijn: renterisico, kredietrisico en liquiditeitsrisico. De gemeente maakt geen gebruik van beursgenoteerde, koersafhankelijke financieringsmiddelen of financieringsmiddelen in vreemde valuta en is dat de komende jaren ook niet van plan. Er zal dus geen sprake zijn van directe koers- of valutarisico's. •

Renterisico De wet Fido stelt een maximum aan de renterisico's die een gemeente mag lopen, zowel de korte (kasgeldlimiet) als de lange (renterisiconorm) termijn. In Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden (Ufdo) is beschreven op welke manier dit moet worden vorm gegeven.

88

o

Kasgeldlimiet Om het effect van renteschommelingen op korte termijn te beperken moet de gemeente zich houden aan de kasgeldlimiet. Deze limiet bepaalt wat het maximum totaal aan kortlopende schulden in de vorm van rekening courantkrediet en kasgeld mag zijn, en is gesteld op 8,5%* van het begrotingstotaal. Over de voortgang wordt door middel van de paragraaf Financiering bij de begroting en de jaarrekening aan de Provincie gerapporteerd.

Kasgeldlimiet

2025

Toegestane limiet in %

8,50%

Begrotingstotaal (lasten primitieve begroting)

-295.391

Toegestane limiet

-25.108

o

Renterisiconorm Ter beperking van de renterisico's op de lange termijn geld vanuit de wet Fido de renterisiconorm. Volgens deze norm mag het renterisico maximaal 20% van het begrotingstotaal bedragen. Deze norm moet voorkomen dat een gemeente te afhankelijk wordt van de korte rente met sterk fluctuerende rentelasten. Hiermee wordt het risico beperkt dat een gemeente ineens veel hogere rentelasten krijgt wanneer de korte termijn rente stijgt. De aflossings- en herfinancieringstotalen afgezet tegen de begrotingstotalen voor de komende jaren levert het volgende beeld op van de renterisiconorm.

Berekening renterisiconorm Begrotingstotaal (lasten primitieve begroting) Percentage regeling (*) Renterisiconorm, in bedrag

2026 -295.391 20% -59.078

Berekening renterisico Renteherzieningen (**)

0

Aflossingen (***)

-4.892

Renterisico

-4.892

Toets aan renterisiconorm Renterisiconorm, in bedrag

-59.078

Renterisico

-4.892

Ruimte (+) / overschrijding (-)

54.186

* Percentage conform Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden (Ufdo) ** Alleen voor OG-leningen; slechts bij doorverstrekking te salderen met UG-leningen ***Alleen m.b.t. OG-leningen

•

Kredietrisico Kredietrisico is het risico dat een tegenpartij haar financiële verplichtingen niet kan nakomen. In het geval van verstrekte geldleningen bestaat het risico dat de kredietwaardigheid van de tegenpartij daalt. De gemeente heeft behalve startersleningen geen andere rechtstreekse geldleningen verstrekt.

•

Liquiditeitsrisico Het liquiditeitsrisico is het risico dat we op korte termijn niet kunnen voldoen aan de betalingsverplichtingen omdat er niet voldoende direct beschikbare financiële middelen zijn. Beheersing van dit risico vindt plaats door liquiditeitsprognoses en treasurybeleid. In het treasury-statuut zijn de financiële planning en kaders benoemd.

89

Schatkistbankieren Schatkistbankieren is een dienst bedoeld voor instellingen, die een wettelijke of publieke taak uitvoeren en hiervoor geld (publieke middelen) van het Rijk ontvangen. Op grond van de wet Fido is de gemeente verplicht om overtollige middelen op een rekening bij de Nederlandse Staat (RC) te storten. Hierdoor hoeft de Staat minder te lenen. Schatkistbankieren kent een limiet van 2% van het begrotingstotaal dat niet in de schatkist aangehouden hoeft te worden (*DSTA 5-10-2023). Garantstellingen De gemeente loopt risico op geldleningen waarover een garantstelling is verstrekt. Voor een overzicht van de garantstellingen wordt verwezen naar de staat van de gewaarborgde geldleningen. De jaarrekeningen van de stichtingen/instellingen worden beoordeeld door het Treasury Comité.

Financieringsbehoefte en liquiditeitsplanning De financieringsbehoefte wordt bepaald door: •

lening portefeuille

•

reserves en voorzieningen

•

afschrijvingen

•

investeringen en kredieten

•

grondexploitaties

Op basis van de huidige informatie verwacht de gemeente gedurende de hele meerjarenbegroting een liquiditeitstekort. Gedurende het jaar wordt de werkelijke financieringsbehoefte beoordeeld en wordt er zo nodig externe financiering aangetrokken. De liquiditeitsbehoefte wordt mede beïnvloed door investeringen (zie de toelichting bij de verschillende programma's), grondexploitaties en subsidiegelden. Als er een liquiditeitsbehoefte ontstaat dan wordt in de markt gezocht naar de voordeligste partij. De BNG Bank bied vaak concurrerende rente tarieven aan bij kleinere kortdurende leningen. De rentevergoeding van het rekening courant krediet BNG Bank is op moment van opstellen 1,25%. De globale liquiditeitsplanning ziet er als volgt uit: Financieringsbehoefte per 1 januari

2026

2027

2028

2029

Resultaat

7.949

2.995

-5.285

-6.791

Afschrijvingen

12.438

14.315

15.504

17.176

Mutatie voorraden en overlopende passiva

-5.716

-10.239

-4.589

-586

Mutaties reserves

-6.359

-1.209

-1.709

-1.709

Mutaties voorzieningen

-5.108

1.297

1.527

-707

Netto inesteringen materiële vaste activa

-47.027

-55.425

-63.640

-47.272

Financieringsbehoefte/liquiditeitstekort

-43.823

-48.266

-58.192

-39.889

0

8

8

8

Aflossing opgenomen leningen

-4.892

-4.392

-4.392

-4.392

Toename opgenomen leningen

48.715

52.650

62.576

44.273

0

0

0

0

Aflossing verstrekte leningen

Totaal

Treasury De Treasury functie bestaat uit het sturen, beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële geldstromen en de hieraan verbonden risico’s. Treasury taken en bevoegdheden zijn vastgelegd in Financieringsstatuut 2020 en de Financiële Verordening 2023. De wettelijke kaders vormen de wet Fido en Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden (Ufdo).

90

Liquiditeitsprognose De liquiditeitsprognose bepaalt in belangrijke mate de financieringsbehoefte. We actualiseren de liquiditeitsprognose twee keer per jaar voor het lopende jaar. Na afloop van het jaar vindt een analyse plaats. Gebaseerd op gegevens uit het verleden blijkt dat grote uitgaven voornamelijk te verklaren zijn door investeringen. Bij een kleinere financieringsbehoefte dan begroot is het uitblijven van investeringen zorgen voor een kleinere financieringsbehoefte. Strategie Op basis van de geldende rentepercentages en begrote rente worden gelden(leningen) aangetrokken. De gemeente financiert in eerste instantie met korte-termijn leningen, waarbij de kasgeldlimiet geeft aan tot welk bedrag we kortgeldleningen kunnen aantrekken. Het uitgangspunt voor langgeldleningen is financiering voor 25 jaar lineair waarbij afstemming plaats vind met het Treasury Comité . Informatieverstrekking Periodiek wordt informatie verstrekt aan het Treasury Comité over (markt-) ontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op de financieringsbehoefte zoals o.a. kasstromen, saldi op banken en rentepercentages.

Verwachte renteontwikkeling in het jaar 2025 en 2026 Sinds juni 2024 verlaagde de ECB de rente van 4% naar het huidige percentage van 2% (juni 2025). Bij een lage inflatie en onvoldoende groei van de economie, kan de ECB de rente verlagen om de economie te stimuleren. De rente voor lineaire leningen van 25 jaar ligt de afgelopen periode gemiddeld rond de 3,3%. Op dit moment zien we dat de rente op kortlopende geldleningen (<1 jaar) rond de 2% staat (bron BNG). We werken met een rente van 3% voor toekomstige leningen omdat rente verwachtingen speculatief zijn.

Leningen o/g en u/g Leningen O/G (Opgenomen geldleningen) De huidige gemeentelijke leningenportefeuille ( stand augustus 2025) bestaat uit 10 leningen met een totaalbedrag van 55.028. Op basis van de begroting is de verwachting dat er in het resterende deel van 2025 nog één of meerdere geldleningen aangetrokken moeten worden voor een bedrag van maximaal 24 miljoen. Leningen U/G (Uitgezette geldleningen) Leningen aan niet-toegestane instellingen Op de leningen verstrekt aan niet toegestane instellingen loopt de gemeente enig risico. Daarom is er voor dit soort leningen een apart raadsbesluit nodig. Het risico op deze leningen is moeilijk te kwantificeren. In 2025 zijn geen aanvragen gedaan en/of leningen verstrekt.

91

Vaststelling omslagrente Het BBV heeft vastgesteld hoe het rentepercentage aan taakvelden toe te rekenen rente dient te worden. De totaal geschatte aan taakvelden toe te rekenen rente wordt afgezet tegen de begrote boekwaarde van de activa die integraal gefinancierd worden. Schema rentetoerekening

2026

De externe rentelasten over de korte en lange financiering

-3.211 -4.849 -6.791 -8.643 -10.187 -11.596 -12.847 -14.026

De externe rentebaten over de korte en lange financiering Saldo rentelasten en rentebaten

130

2027 130

2028 130

2029 130

2030 130

2031 130

2032 130

2033 130

-3.081 -4.719 -6.661 -8.513 -10.057 -11.466 -12.717 -13.896

De rente die aan de facilitaire grondexploitaties (kostenverhaal) moet worden doorberekend

0

0

0

0

0

0

0

0

De rente van de projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend

0

0

0

0

0

0

0

0

Aan taakvelden toe te rekenen externe rente

-3.081 -4.719 -6.661 -8.513 -10.057 -11.466 -12.717 -13.896

Rente over eigen vermogen

0

0

0

0

0

0

0

0

Rente over voorzieningen

0

0

0

0

0

0

0

0

Subtotaal

-3.081 -4.719 -6.661 -8.513 -10.057 -11.466 -12.717 -13.896

De aan taakvelden toe te rekenen rente (renteomslag)

3.081 4.719 6.661 8.513 10.057 11.466 12.717 13.896

Totaal (renteresultaat) Renteomslag

0

0

0

0

0

0

0

0

1,0%

1,4%

1,7%

1,9%

2,1%

2,3%

2,5%

2,7%

Gewaarborgde geldleningen (borgstellingen) Rechtstreeks Voor vier leningen van het IJsselland Ziekenhuis staan we rechtstreeks borg, zonder tussenkomst van een waarborgfonds. De leningen van het Rijksmonument Dorpsstraat 164 vallen onder de Gemeente. Tertiare achtervang Het verwachte totaal van de gewaarborgde geldleningen per 1-1-2025 is 286.141. Dit bedrag bestaat uit leningen van vijf stichtingen/woningcorporaties. Als een van de woningcorporaties niet aan hun betalingsverplichtingen kan voldoen, lopen we een renterisico in de vorm van het verstrekken van een renteloze lening aan het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW). Echter, voor het beroep doen op het verstrekken van renteloze lening, zal er eerst aanspraak worden gemaakt op de borgstelling van het WSW en de obligoverplichting bij de overige corporaties in Nederland (tertiaire achtervang). de daarna resterende schuld wordt verdeeld onder de schadegemeenten en alle gemeenten. Het WSW zal in zo'n geval het onderliggend bezit ten gelde maken, wat vaak meer is dan de hoogte van de geborgde leningen. Tot nu toe is het nog niet eerder voorgekomen dat gemeenten renteloze leningen hebben moeten verstrekken aan het WSW. De gewaarborgde leningen worden per einde van het jaar bekend omdat de methodiek is gewijzigd.

De gemeente accordeert niet meer per lening, maar het WSW stelt jaarlijks een borgingsplafond voor de woningcorporatie vast, tot dat bedrag mag de corporatie leningen aantrekken. Nieuwe leningen en/of renteherzieningen van woningcorporaties worden evenredig verdeeld over de deelnemende gemeenten. Woningcorporatie Woonbron is in dit kader in 2024 toegevoegd.

92

Paragraaf Bedrijfsvoering Inleiding In Capelle besteedt de gemeente de haar toevertrouwde middelen rechtmatig, doelmatig en doeltreffend en zorgen wij dat de gemeente transparant is. Een betrouwbare partner voor de burgers en ondernemers. Voorwaarde hiervoor is een goede bedrijfsvoering (afgemeten aan prestaties en resultaten), een belangrijke factor voor het imago van de gemeente. Een onderwerp dat daarom hoog op de gemeentelijke agenda staat. De paragraaf bedrijfsvoering geeft inzicht in de stand van zaken en de beleidsvoornemens van de gemeentelijke bedrijfsvoering. Hiermee worden de bedrijfsprocessen bedoeld die nodig zijn om de beleidsdoelstellingen uit onze programma's te realiseren. Veel bedrijfsvoeringsprocessen worden door de afdelingen Financien, Bestuur- en Concernondersteuning en Facilitaire Diensten verricht. Deze afdelingen zijn echter meer dan ondersteunend. Ze geven invulling aan onze taken door de doelen die de gemeente voorstaat dichterbij te brengen. Ze zijn een kritische sparringpartner voor de beleidsafdelingen. Ze creëren de omstandigheden of leven hier een bijdrage aan om Capelle beter, mooier te maken vanuit de (wettelijke) taken waar we voor staan en de doelen die de organisatie nastreeft.

Organisatieontwikkeling Er zijn in 2025 vijf concernopgaven bepaald die de basis leggen voor verdere organisatieontwikkeling. Deze opgaven zijn: 1. Vernieuwing en verbetering P&C-cyclus: Doorgevoerd. Wordt t/m 2027 verder geoptimaliseerd. 2. Bestuurlijke besluitvorming: We streven naar snellere doorlooptijden, betere samenwerking en duidelijke afspraken over rollen en verantwoordelijkheden. Implementatie vanaf Q3 2025 en volledig werken volgens nieuwe afspraken bij start nieuw college. 3. Projectmanagementbureau (PMB): In ontwikkeling. Het oprichten van een concern breed projectenbureau dat zich richt op alle grote opgaven (projecten en programma’s) binnen de gehele organisatie. Dit bureau fungeert als centraal coördinatiepunt en zorgt voor een gestructureerde en effectieve aanpak van diverse projecten en opgaven die spelen binnen de organisatie én afdeling overstijgend zijn. 4. Datagedreven werken: In ontwikkeling. Doel is het samenbrengen, ontsluiten en analyseren van beschikbare en gevraagde data om het werk- en besluitvormingsproces te onderbouwen, monitoren en compliance te borgen. 5. Organisatieontwikkeling: We zetten in op organisatieontwikkeling vanuit het 7 s-en model: strategie, systemen, structuur, personeel, stijl, vaardigheden en cultuur. De concernopgaven zijn opgaven voor de middellange termijn. In 2026 wordt aan de concernopgaven een vervolg gegeven.

Personele sterkte en personeelslasten 2026-2029 Formatie overige budgetten De formatie van de afdeling Stadsontwikkeling is verruimd en tegelijkertijd bouwt de afdeling de externe inhuur af. De vervanging van externe inhuur door vaste krachten (12 fte) is financieel gedekt. De kosten van de vaste functies worden gedekt met projectbudgetten en kredieten als waarmee de externe inhuur wordt gefinancierd. Het voordeel is dat de inzet van externe inhuur fors wordt verminderd. Tevens is met vaste krachten de continuïteit en kennisborging beter. De afdeling houdt een flexibele schil om te kunnen mee-ademen met de markt en omdat sommige expertise alleen is in te huren en niet is aan te trekken met een vast contract. De formatie van de afdeling Samenleving is uitgebreid met 18 fte. Deze uitbreiding wordt volledig gefinancierd vanuit projectbudgetten en kredieten. Door vaste medewerkers aan te trekken, wordt de afhankelijkheid van externe krachten verminderd, terwijl tegelijkertijd de continuïteit en kennisborging binnen de organisatie worden versterkt 93

Organisatie-eenheid

Budget 2026

2027

Toegestane formatie in fte

2028

2029

2026

2027

2028

2029

Bestuur Raadsleden

861

861

861

861

33

33

33

33

Griffie

902

922

922

922

8

8

8

8

Burgemeester en wethouders

882

882

882

882

6

6

6

6

2.645

2.665

2.665

2.665

47

47

47

47

Gemeentesecretaris / directie

1.158

1.184

1.184

1.184

11

11

11

11

BCO

9.108

9.314

9.314

9.314

85

85

85

85

Samenleving

8.021

8.209

8.209

8.209

80

80

80

80

Stadsbeheer

12.258

12.540

12.540

12.540

134

134

134

134

Stadsontwikkeling

6.897

7.055

7.055

7.055

64

64

64

64

Dienstverlening

6.091

6.233

6.233

6.233

72

72

72

72

Financiën

4.816

4.926

4.926

4.926

48

48

48

48

Totaal Vaste formatie

48.349

49.461

49.461

49.461

494

494

494

494

0

Subtotaal Bestuur Organisatie - Vaste formatie

- Formatie uit overige budgetten Gemeentesecretaris / directie

27

27

27

27

0

0

0

BCO

112

118

118

118

1

1

1

1

1.761

1.801

1.801

1.801

18

18

18

18

Samenleving Stadsbeheer

123

126

126

26

1

1

1

0

Stadsontwikkeling

3.795

3.883

3.883

3.883

36

36

36

36

Dienstverlening

792

680

680

680

9

9

9

9

Financiën

240

245

245

245

3

3

3

3

Totaal Formatie uit overige budgetten

6.850

6.880

6.880

6.780

68

68

68

67

Subtotaal Organisatie

55.199

56.341

56.341

56.241

562

562

562

561

Forensenvergoeding

240

240

240

240

Ambtsjubilea

50

47

32

22

Ondernemingsraad

94

95

95

95

Subtotaal Overige

384

382

367

357

58.228

59.388

59.373

59.263

609

609

609

608

Overige

Totaal

Overhead Het overheadpercentage daalt met circa 10% ten opzichte van 2025. Deze daling hangt samen met een lichte afname van de overhead. Tegelijkertijd zien we echter een stijging van de personeelslasten. In totaal nemen deze met 5,2 miljoen toe, waarvan 2,7 miljoen het gevolg is van de CAO-stijging en 2,5 miljoen voortkomt uit de uitbreiding van de formatie waardoor naar verwachting minder inhuur benodigd is. Uurtarieven 2025 Categorie

Salaris schalen

Exclusief overhead

Uurtarieven 2026

Inclusief overhead

Exclusief overhead

Inclusief overhead

Laag

Schaal: 7/8

€ 54,00

€ 94,00

€ 56,00

€ 92,00

Midden

Schaal: 9/10

€ 68,00

€ 108,00

€ 71,00

€ 106,00

Hoog

Schaal: 11/12

€ 85,00

€ 125,00

€ 89,00

€ 125,00

94

Bij de herziening van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten is vastgelegd dat lasten en baten zoveel mogelijk direct worden toegerekend aan de betreffende taakvelden. Volgens deze voorschriften worden de lasten en baten overhead echter niet meer onder de afzonderlijke beleidsprogramma's geregistreerd, als indirecte lasten, maar centraal onder een afzonderlijk taakveld (taakveld 0.4 Overhead). Onder overhead wordt verstaan het geheel van functies en activiteiten gericht op sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Denk hierbij aan de kosten van: Leidinggevenden primair proces; Financiën; HR; Inkoop; Interne en externe communicatie; Juridische medewerkers; Bestuurszaken en bestuursondersteuning; ICT-activiteiten die zijn ondergebracht bij de GR IJsselgemeenten; Facilitaire zaken en Huisvesting; Documentaire informatievoorziening. De overhead in de Begroting 2026 is als volgt opgebouwd: Lasten Personeelskosten excl. Inhuur Personeel van derden Overige goederen en diensten Dotatie voorzieningen Kapitaallasten

Begroting 2026 -19.043 -202 -5.454 -391 -231

Overige inkomensoverdrachten

-6.615

Doorbelasting overhead

2.529

Communicatie

-39

Totaal lasten

-29.446

Baten Overige goederen en diensten Totaal baten Saldo Overhead

Begroting 2026 2.921 2.921 -26.525

Specificatie kosten bedrijfsvoeringbudget 2026 Omschrijving

Bedrag

Salarissen en sociale lasten

-55.523

Belastingen

-118

Duurzame goederen

-97

Inhuur derden

-838

Overige goederen en diensten

-6.448

Mutatie voorzieningen

-482

Kapitaallasten

-450

Doorbelastingen Totaal lasten Huren Overige goederen en diensten Mutatie voorzieningen Doorbelastingen GR IJsselgemeenten Totaal baten Saldo bedrijfsvoering

444 -63.513 5 374 132 2.604 3.115 -60.398

95

Salarissen en sociale lasten Hieronder vallen de directe en indirecte loonkosten. De directe loonkosten zijn genormeerd op het aantal fte's vermenigvuldigd met het maximum van de functionele rang inclusief sociale lasten. De indirecte loonkosten bestaan onder andere uit forensenvergoeding, aanvulling FPU-regeling, wachtgelders, ambtsjubilea, kosten ondernemingsraad en overwerk. Belastingen Dit betreft de lokale heffingen van de gebouwen gemeentehuis, gemeentewerf en werkplein. Duurzame goederen Dit budget is bedoeld voor incidentele vervanging van apparatuur en meubilair. Bij grote investeringen in apparatuur en meubilair wordt een investeringskrediet aangevraagd. Inhuur derden Betreft inhuur- en uitzendkrachten. Overige goederen en diensten (lasten) Hieronder vallen alle facilitaire kosten (repro, schoonmaak, frankering), materieel, voertuigen, gereedschappen, energiekosten, advies en onderzoekskosten, verzekeringen maar ook organisatiekosten zoals netto perceptie- en bankkosten, de kosten voor de arbodienst, werving en selectie, OR, vergoeding commissie bezwaar. Mutatie voorzieningen Betreft een jaarlijkse dotatie ten behoeve van het onderhoud aan de gemeentelijke gebouwen en de gemeentewerf. Kapitaallasten Dit betreft de afschrijvingslasten van de investeringen van het gemeentehuis, de gemeentewerf, telecommunicatie, het bedrijfsrestaurant, voertuigen (tractie), etcetera.

Doorbelastingen Betreft doorbelastingen aan investeringen. Huren Betreft met name een huurcomponent voor het Werkplein GR-IJsselgemeenten. Overige goederen en diensten (baten) Betreft diverse vergoedingen van derden. Doorbelastingen GR IJsselgemeenten In de begroting van de GR IJsselgemeenten zit een kostencomponent voor de ondersteuning van HR, facilitaire diensten, financiën, etcetera. Gemeente Capelle aan den IJssel voert dit uit voor de GR en ontvangt daar een vergoeding voor.

Ontwikkelingen Inkoop en aanbestedingen (incl. social return) De inkoopuitgaven van de gemeente beslaan een substantieel deel van de gemeentelijke begroting. Daarmee vormt inkoop een belangrijk sturingsinstrument om gemeentelijke maatschappelijke doelen te realiseren, onder andere via het instrument van social return. We willen zo doelmatig mogelijk inkopen conform de (Europese) aanbestedingswetgeving en ons eigen inkoopbeleid. Capelse ondernemers kunnen zich sinds kort inschrijven in het lokale bedrijvenregister, dat wordt gebruikt bij onderhandse aanbestedingen. We hopen dat hiermee steeds meer Capelse ondernemers de weg gaan vinden naar de gemeentelijke aanbestedingstrajecten en meer opdrachten aan hen gegund kunnen worden. De implementatie van het nieuwe regionale beleid met betrekking tot de waarderingsmogelijkheden voor social return pakken we voortvarend op. Dit beleid biedt ondernemers meer ruimte om invulling te geven aan hun social return-verplichting en beloont het aanbieden van een vast dienstverband aan kandidaten uit de doelgroep met een bonus. Komende jaar willen we verdere invulling geven aan het professionaliseren van contractbeheer en management, onder andere door de implementatie van contractmanagement als onderdeel van het uitgavenbeheersysteem Proactis.

96

Conform afspraak met uw raad zullen de inkoopuitgaven over 2024 en 2025 worden geanalyseerd, zowel die van de gemeente als van GR IJsselgemeenten. Beleidsprioriteiten 2026 • Verdere versterking van contractmanagement en monitoring • Versterken van de samenwerking met ondernemers, met nadruk op communicatie en marktbenadering • Verankering van duurzaamheid en social return in alle inkoopcategorieën • Evaluatie van de toepassing van social return in de praktijk en bijstelling waar nodig Integriteit De gemeente Capelle aan den IJssel is een betrouwbare partner voor haar inwoners, ondernemers, andere organisaties en andere overheden. We zijn een integere gemeentelijke organisatie, waar sprake is van een veilige werkomgeving met continue aandacht voor de bevordering van het integriteitsbewustzijn en voor voldoende ruimte om in een open cultuur dilemma’s en risico’s te bespreken. Integriteit is een onlosmakelijk onderdeel van de professionaliteit van alle ambtenaren, bestuurders en politieke ambtsdragers. We houden nadrukkelijk oog voor de rol van de overheid die toeziet op het naleven van wet- en regelgeving. Op grond van artikel 170 Gemeentewet heeft de burgemeester de zorgplicht voor het bevorderen van de bestuurlijke integriteit van de gemeente.

De gemeente beschikt over een beleidsplan bestuurlijke en ambtelijke integriteit en ter uitvoering daarvan een jaarplan bestuurlijke integriteit en een jaarplan ambtelijke integriteit. Onder regie van de Coördinator ambtelijke en bestuurlijke integriteit, zullen deze plannen, en overige onderdelen van het integriteitsbeleid, worden geactualiseerd en uitgevoerd. Planning is dat uiterlijk Q1 2026 de geactualiseerde plannen worden vastgesteld, gebaseerd op de vier pijlers: preventie, preparatie, repressie en nazorg. Daarnaast rollen we komende jaar de integriteitscyclus uit die moet bijdragen aan vertrouwen van medewerkers. We zetten in op het verder ontwikkelen van bewustwording en het versterken van de integriteitscultuur binnen de organisatie. Dit gebeurt onder meer via trainingen, gesprekken in een daarvoor opgerichte organisatiebrede focusgroep en rondetafelgesprekken per unit/afdeling. Bescherming privacy / persoonsgegevens Bescherming privacy / persoonsgegevens is de verantwoordelijkheid van de hele organisatie en verdient ieders volle aandacht en awareness. Afgelopen jaren is hard gewerkt aan de inbedding van beleid en uitvoering van bescherming privacy / persoonsgegevens in de lijnorganisatie.

Zo hebben we de tools bepaald voor het (AVG-verplichte) register van verwerkingen van persoonsgegevens en voor het uitvoeren van (pre-)dpia's (data protection impact assessment; een instrument om vooraf de privacy risico's van een gegevenswerking in kaart te brengen zodat we tijdig maatregelen kunnen treffen om deze risico's te verkleinen). We zijn planmatig aan de slag gegaan met de uitvoering van deze verplichtingen. Ook zijn we verdergegaan met het opstellen van procesbeschrijvingen om daarmee meer inzichtelijk te krijgen welke persoonsgegevens op welke wijze in welk proces worden verwerkt. Komende jaar gaan we hier stevig mee verder. Zo gaan we het AVG-verwerkingenregister actief openbaar publiceren via de gemeentelijke website en willen we op orde zijn met de DPIA’s, in ieder geval vwb de meest risicovolle processen vwb de verwerking van persoonsgegevens. De komende jaren komen er grote uitdagingen op de Gemeente af. Datatechnologie en algoritmes helpen ons om data te kunnen analyseren en de dienstverlening aan burgers te verbeteren. Aan deze technologie en algoritmes zijn risico’s verbonden voor de privacy van burgers. De uitdaging ligt in het vinden van een goede balans tussen (privacy en digitaliserings-) wetgeving enerzijds en de toenemende inzet van datatechnologie anderzijds.

Voor wat betreft die wetgeving moeten er de komende twee jaar dertien Europese digitale wetten (met betrekking tot onder andere kunstmatige intelligentie; databeheer; cybersecurity; digitale identiteit) worden geïmplementeerd. Deze wetten hebben een rechtstreekse impact op beveiliging en privacy, op de interne en externe communicatie, op organisatie en bestuur, op toezicht en handhaving, op het personeelsbestand, op de processen, juridische zaken en, uiteraard, op de informatievoorziening. Een heuse digitale transformatie, die aandacht en capaciteit vergt door de hele organisatie heen.

97

Een uitdaging is ook het privacy-proof delen van persoonsgegevens in samenwerkings-verbanden, vooral in het sociaal domein en in het veiligheidsdomein. Overheden en betrokken organisaties moeten effectief kunnen samenwerken, zonder daarbij de risico’s voor de privacy uit het oog te verliezen. Privacybeleid en de naleving van dat beleid moeten daarop aansluiten. Een belangrijke wet is hier de Wet gegevensverwerking persoonsgerichte aanpak radicalisering en terroristische activiteiten (Wet PARTA) die per 1 juli 2025 in werking is getreden. Deze wet vormt een belangrijke stap in het verder professionaliseren van de lokale aanpak van radicalisering en terrorisme in Nederland. Het biedt duidelijkheid over taken, verantwoordelijkheden, grondslagen voor multilaterale gegevensverwerking en waarborgen voor gegevensbescherming die aansluiten bij de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Een belangrijk wetsvoorstel is de Wet aanpak meervoudige problematiek sociaal domein (Wams). Met dit wetsvoorstel wordt beoogd knelpunten weg te nemen in relatie tot gegevensuitwisseling en privacy in het sociaal domein bij de aanpak van meervoudige problematiek. Het wetsvoorstel voorziet daartoe in wettelijke taken voor het college van B&W bij meervoudige problematiek in het sociaal domein en eventueel aanpalende terreinen.

Deze wettelijke taken vormen weer de grondslag voor de ter uitvoering van die taken noodzakelijke verwerking en uitwisseling van persoonsgegevens. Tevens voorziet dit wetsvoorstel de meldpunten voor niet acute zorg bij gemeenten, van een duidelijke wettelijke basis die nodig is voor het ook bij deze wet stellen van regels voor de verwerking van persoonsgegevens door deze meldpunten. In 2026 willen we ook meer aandacht geven aan verdiepende privacy trainingen.

Voortgang artikel 213a onderzoeken In de Auditcommissie van 14 oktober 2025 worden de onderzoeken van de Rekenkamer, de externe accountant en onze 213a onderzoeken op elkaar afgestemd. Wij zullen kennisnemen van de geplande onderzoeken van de Rekenkamer en onze planning voor onze 213a onderzoeken in 2026 daarop afstemmen. In ieder geval zullen wij het nog openstaande opvolgingsonderzoek van “Verbinden is vooruitzien” uitvoeren en een doeltreffendheidonderzoek bepalen voor een onderwerp binnen Programma 4. Aanvullend daarop zullen we een beperkt aantal onderzoeken voor 2026 bepalen. Wij stellen het onderzoeksplan 2026 formeel vast in het vierde kwartaal van dit jaar en wij zullen u ons besluit actief toesturen. De onderzoeken worden intern uitgevoerd door de strategisch adviseur voor de gemeentesecretaris/algemeen directeur. Er is een beperkt budget voor externe ondersteuning op specifieke onderdelen.

98

Actuele plannen van aanpak in het kader van de opvolging van aanbevelingen in Rekenkamerrapporten In het kader van artikel 185a Gemeentewet wordt een totaaloverzicht verstrekt van de actuele plannen van aanpak, die door uw raad en college zijn vastgesteld naar aanleiding van Rekenkamerrapporten. Over de opzet van de verantwoording heeft onze strategisch adviseur voor de gemeentesecretaris/algemeen directeur vooraf afstemming gehad met de Rekenkamer. In onderstaand overzicht zijn de actuele plannen van aanpak opgenomen, inclusief de afspraken over de periodieke voortgangsverantwoording: 1. Plan van aanpak ter uitvoering van het Rekenkamerrapport 'Gebiedsontwikkeling het Nieuwe Rivium' vastgesteld in de raad van 8 november 2021. Tot op heden is mondeling aangegeven wat de voortgang is van de aanbevelingen. Ter afronding van deze afzonderlijke rapportages over de voortgang, geven we aan dat het Nieuwe Rivium inmiddels standaard als een van de grote projecten wordt opgenomen in het MPP (Meerjaren Perspectief grote Projecten). In het MPP wordt over de voortgang van het project gerapporteerd aan de hand van GROTIK elementen (Geld, Risico, Organisatie, Informatie en Kwaliteit). In de raadscommissie SOB van 13 juni 2025 is het MPP vertrouwelijk toegelicht en besproken. Dit MPP wordt 2-jaarlijks uitgebracht. 2.

Gecombineerd plan van aanpak uitvoering aanbevelingen Rekenkamerrapport 'Tijden van transformatie - onderzoek naar Woonbeleid Capelle aan den IJssel vanaf 2013' vastgesteld in de raad van 27 november 2023 en Rekenkamerrapport 'Huizen in de regio - synthese van onderzoeken woonbeleid in vijf gemeenten (Barendrecht, Lansingerland, Albrandswaard, Capelle aan den IJssel en Rotterdam) in regio Rotterdam', vastgesteld in de raad van 27 november 2023. Besloten is bij het ter besluitvorming aanbieden van het nieuwe Programma Wonen uw raad ook te informeren hoe het staat met de uitvoering van het plan van aanpak. Het plan van aanpak is volledig uitgevoerd. De aanbevelingen van de rekenkamer over de actualisatie van het Programma Wonen zijn verwerkt in het vastgestelde Programma Wonen 2024-2028. Er is op aanbeveling van de rekenkamer een woningbehoefteonderzoek uitgevoerd. De resultaten hiervan zijn opgenomen in het Programma Wonen. Conform de aanbevelingen van de Rekenkamer is de gemeenteraad actief betrokken geweest bij het uitvoeren van dit onderzoek en bij het opstellen van het Programma Wonen. Met het dashboard wonen heeft de gemeenteraad inzicht in de huidige woningvoorraad en het woningbouwprogramma. Het woningbouwprogramma wordt sinds voorjaar 2024 twee keer per jaar door de raad vastgesteld. Hierin worden ook eventuele wijzigingen van definities meegenomen.

Elk jaar wordt de gemeenteraad geïnformeerd over de voortgang van de uitvoering van het Programma Wonen via de Monitor Wonen. Met het volledig uitgevoerd hebben van het plan van aanpak en de borging van de diverse aanbevelingen in de reguliere afspraken tussen uw raad en ons college, beschouwen we hiermee de periodieke voortgangsrapportages als afgerond. 3. Plan van Aanpak uitvoering aanbevelingen Rekenkamer naar aanleiding van DoeMee-onderzoek 2023 Klachtbehandeling. In mei 2024 heeft de Rekenkamer met een raadsbrief het eindrapport van het DoeMee-onderzoek klachtbehandeling 2023 aangeboden aan de gemeenteraad. Dit (jaarlijkse) DoeMee-onderzoek is een initiatief van de Nederlandse Vereniging van Rekenkamers en Rekenkamercommissies (NVRR). De centrale vraag van het onderzoek luidde: op welke wijze geven decentrale overheden beleidsmatig en organisatorisch vorm aan de behandeling van klachten, tot welke resultaten leidt dit beleid en op welke wijze wordt hierover gerapporteerd aan de raad, Provinciale Staten of algemeen bestuur? Het onderzoeksrapport bevat een heel aantal algemene conclusies en aanbevelingen voor alle aan het onderzoek deelnemende decentrale overheden. Op basis van deze algemene conclusies en aanbevelingen heeft de Rekenkamer een aantal specifieke aanbevelingen voor onze gemeente opgesteld.

De gemeenteraad heeft in zijn vergadering van 8 juli 2024 besloten om het onderzoeksrapport en de raadsbrief voor kennisgeving aan te nemen, de zes aanbevelingen specifiek voor onze gemeente over te nemen en het college opdracht te geven om met een plan van aanpak ter uitvoering van deze zes aanbevelingen te komen. Op 3 december 2024 hebben we het plan van aanpak vastgesteld. Het plan van aanpak is via de collegebrief aan uw gemeenteraad aangeboden.

99

Onderstaand geven we per aanbeveling de actuele stand van zaken aan: Aanbeveling 1: Leg, voortbouwend op het wettelijk kader, doelstellingen en richtlijnen vast voor de klachtenbehandeling binnen de gemeente (tijdspad: uiterlijk 1/1/2026) Stand van zaken: De klachtencoördinator heeft de conceptnotitie ‘klachtenbehandeling gemeente Capelle aan den IJssel’ opgesteld. In deze notitie zijn, naast het wettelijk kader, doelstellingen en richtlijnen voor klachtenbehandeling opgenomen. In dit document zal mogelijk ook worden vastgelegd wat de gemeente wil of mag verwachten van de klachtenbehandeling bij verbonden partijen (zie aanbeveling 3) Aanbeveling 2: Stel een functieprofiel voor de klachtencoördinator of werk tenminste de rollen, taken en verantwoordelijkheden van de klachtencoördinator uit. Besteed hierbij ook aandacht aan hoe deze functie zich verhoudt tot de rollen, taken en verantwoordelijkheden van de klachtbehandelaars in andere organisatieonderdelen (tijdspad: uiterlijk 1/1/2026) Stand van zaken: De klachtencoördinator heeft een concept-functieprofiel voor de klachtencoördinator opgesteld. In de bij aanbeveling 1 genoemde conceptnotitie ‘klachtenbehandeling gemeente Capelle aan den IJssel’ zijn de taken van de klachtencoördinator beschreven.

In overleg moet worden bepaald of een afzonderlijk functieprofiel nodig is of dat voldoende is dat taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de klachtencoördinator in genoemde notitie zijn omschreven. Om te komen tot het concept-functieprofiel hebben we navraag gedaan bij de VNG en de gemeenten Rotterdam, Amsterdam en Utrecht. De VNG heeft aangegeven dat de functie klachtencoördinator/functionaris niet wordt beschreven op de website van de VNG, zij verwezen ons naar andere gemeenten. Ook bij de genoemde gemeenten is navraag gedaan; zij hebben evenmin een vastgesteld functieprofiel voor de klachtencoördinator. Aanbeveling 3: Leg expliciet vast wat de organisatie wil en/of mag verwachten van de klachtbehandeling bij verbonden partijen zoals de GGD, de Omgevingsdienst en GR IJSSELgemeenten. Integreer de informatie over verbonden partijen in de eigen jaarlijkse informatievoorziening naar de raad (tijdspad: uiterlijk 1/1/2026) Stand van zaken: We hebben in kaart aan welke gemeenschappelijke regelingen gemeente Capelle aan den IJssel deelneemt en wie onze verbonden partijen zijn en wie namens onze gemeente contactpersoon en/of accounthouder is van deze partijen. Contactpersonen en/of accounthouders zijn aangeschreven met de vraag of er beleidsstukken en/of overeenkomsten zijn waarin is vastgelegd wat de gemeente verwacht van de klachtenbehandeling bij deze partijen.

Momenteel worden deze partijen zelf gevraagd om aan de gemeente informatie aan te leveren over het aantal en de aard van de klachten, evenals over de lessen die daaruit zijn getrokken. Hetgeen we als gemeente verwachten van de klachtenafhandeling bij verbonden partijen. nemen we op in het bij aanbeveling 1 genoemde (concept-)beleidsdocument ‘klachtenafhandeling gemeente Capelle aan den IJssel’. Aanbeveling 4: Geef het leren van ervaringen van indieners van klachten expliciet een plek in de evaluatie van de klachtbehandeling. Neem de ervaringen van indieners ook mee in de informatieverstrekking naar de raad (tijdspad: uiterlijk 1/1/2026) Stand van zaken: Deze aanbeveling moet nog worden opgepakt. Aanbeveling 5: Zorg ervoor dat informele klachten niet uit beeld verdwijnen. Administreer het aantal en de aard van informele klachten en rapport hierover aan de raad (tijdspad: uiterlijk 1/1/2026) Stand van zaken: Deze aanbeveling is uitgevoerd. Na intern overleg (met DIV / helpdesk Djuma) hebben we alle afdelings- en unithoofden er nogmaals op gewezen dat alle klachten, op welke wijze ze ook binnenkomen, in (ons zaakbeheersysteem) Djuma moeten worden geregistreerd. De afhandeling van alle klachten, zowel formeel als informeel, wordt vermeld in het jaarverslag klachten dat jaarlijks aan de raad wordt gepresenteerd.

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16082953/1