CConstaterende datCapelle Ad Ijssel
Koppel je AI →
Document · PDF

05.02 - BBV Actualisatie van de Algemene plaatselijke verordening Capelle aan den IJssel 2018

Commissie Bestuur, Veiligheid en Middelen 30 januari 2023, gemeente Capelle Ad IjsselBij agendapunt: Actualisatie van de Algemene plaatselijke verordening Capelle aan den IJssel 2018 (APV)4.641 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Collegevoorstel Openbaar Behandelaar: Simone van Boxel Afdeling / Unit: BCO - Juridische Zaken Advisering Portefeuillehouder: P. Oskam

Vergaderdatum: 17 januari 2023 Behandelwijze: Bespreekstuk Documentnummer: 1034529

ONDERWERP Actualisering van de Algemene plaatselijke verordening Capelle aan den IJssel 2018

SAMENVATTING De huidige Algemene Plaatselijke Verordening (hierna: APV) is op 12 maart 2018 door de gemeenteraad vastgesteld. Er hebben zich nadien ontwikkelingen voorgedaan, die aanleiding geven de APV te actualiseren. Het college heeft de gemeenteraad voorgesteld de Verordening tot wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening Capelle aan den IJssel 2018 vast te stellen.

ADVIES OM TE BESLISSEN 1. Het conceptraadsvoorstel en -raadsbesluit inzake de wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening Capelle aan den IJssel 2018 vast te stellen; 2. Het conceptraadsvoorstel en -raadsbesluit inzake de wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening Capelle aan den IJssel 2018 ter besluitvorming voor te leggen aan de gemeenteraad.

BESLUIT: 17 januari 2023

Het college besluit conform het voorstel.

1

INHOUD/STREKKING Inleiding De huidige Algemene Plaatselijke Verordening (hierna: APV) is op 12 maart 2018 door de raad vastgesteld. De APV wordt regelmatig geactualiseerd. Dat kan zijn omdat er nieuwe landelijke regelgeving is of omdat er wensen van politie of handhavers zijn of signalen van bewoners over bijvoorbeeld overlast. Zoals gebruikelijk is het VNG model het uitgangspunt. Daarnaast wordt altijd gekeken naar de Rotterdamse APV. Voor zover mogelijk wordt daarbij aangesloten. Dit maakt het namelijk voor politie en toezichthouders, die regionaal werken, eenvoudiger om te handhaven. Een paar voorbeelden Eén van de redenen voor aanpassing van de APV is de Drank- en Horecawet die is vervangen door de Alcoholwet waarop de APV tekstueel aangepast moet worden. Verder wordt voorgesteld het artikel dat ziet op overlast van (brom)fietsen en het gebruik van winkelwagentjes aan te scherpen. De overlast neemt toe, er zijn regelmatig klachten van bewoners. Technische/tekstuele wijzigingen De APV is een omvangrijke verordening die regelmatig gewijzigd wordt. Artikelen komen en gaan. Dat heeft als gevolg dat de oorspronkelijke indelingen niet altijd meer passend is. Naast de indeling is ook gekeken naar de titel van een hoofdstuk of afdeling. Daarom worden hierover een aantal voorstellen gedaan.

In de bijlagen treft u een versie aan van de APV, zoals die zou komen te luiden na vaststelling van het voorstel door de raad. Tevens treft u de toelichting bij de verordening aan. De aanpassingen in de APV en toelichting zijn groen gemaakt. Hieronder treft u een overzicht aan van alle wijzigingen. De inhoudelijke wijzigingen worden als eerste besproken, daarna volgen de technische/tekstuele aanpassingen. Inhoudelijke wijzigingen Intrekking Artikel 2:1a Straatintimidatie Het artikel 2:1a (Straatintimidatie), in de volksmond het ‘sisverbod’, is helaas geen succes gebleken. Alle procedures m.b.t. dit artikel zijn gestrand. Het gerechtshof Den Haag kwam tot de conclusie dat het niet aan de gemeenten is om de vrijheid van meningsuiting te beperken. Alleen de Eerste en Tweede Kamer mogen daarover beslissen. Het openbaar ministerie in Rotterdam heeft inmiddels alle zaken rond het ‘sisverbod’ geseponeerd. Het probleem is wel opgepikt door de landelijke politiek: bij de Tweede Kamer ligt nu een initiatiefwet van PvdA en CDA om ‘seksuele intimidatie in het openbaar’ als overtreding strafbaar te stellen. De initiatiefnemers noemen in hun toelichting sissen een voorbeeld daarvan. Het voorstel is in behandeling bij de Tweede Kamer. Het is nog niet duidelijk of er een meerderheid voor is.

In de schriftelijke voorbereiding spraken sommige partijen hun sympathie uit, maar er werden ook vraagtekens gezet bij de handhaafbaarheid. Ook het kabinet werkt aan een wetsvoorstel voor aparte strafbepalingen voor seksuele intimidatie (Wet seksuele misdrijven). Dit wetsvoorstel wijzigt het Wetboek van Strafrecht en andere wetten in verband met de modernisering van de strafbaarstelling van verschillende vormen van seksueel grensoverschrijdend gedrag (Wet seksuele misdrijven).De nieuwe strafbaarstelling van seksuele intimidatie vertoont overlap met het bij de Tweede Kamer aanhangige initiatiefwetsvoorstel maar het wetsvoorstel gaat op onderdelen verder, omdat seksuele benadering naast (non)verbale uitingsvormen tevens aanrakingen omvat en de pleegplaats ook de online wereld kan zijn. Het wetsvoorstel wordt waarschijnlijk dit jaar behandeld. De beoogde inwerkingtreding is 2024. Het voorstel is daarom het artikel 2:1a (Straatintimidatie), in te trekken en de landelijke wetgeving af te wachten.

2

Wijziging artikel 2:14 Winkelwagentjes Winkelwagentjes worden vaak meegenomen voor privégebruik of verdwijnen in de openbare ruimte waar zij gedumpt worden. Naast een kostenpost voor de winkeliers brengt dit verrommeling en vervuiling van de openbare ruimte met zich mee. Om deze overlast tegen te gaan wordt voorgesteld het artikel aan te scherpen. Op basis van het nieuwe artikel wordt de winkelier verantwoordelijk gesteld voor het verwijderen van de wagentjes uit de directe omgeving na sluitingstijd van het bedrijf en voor het terughalen van de wagentjes die elders in de stad worden aangetroffen. Gebruikers mogen een winkelwagentje na gebruik niet onbeheerd op een openbare plaats achter te laten. Ook moeten zij binnen een straal van 100 meter van de winkel of het winkelcentrum blijven met het wagentje. Het huidige artikel luidt: Artikel 2:14 Winkelwagentjes 1. Het is verboden zich met een winkelwagentje te bevinden buiten de door het college aangewezen weg of weggedeelten. 2. De rechthebbende op een bedrijf die winkelwagentjes ter beschikking stelt, mede ten behoeve van het vervoer van winkelwaren, is verplicht ze te voorzien van de naam van het bedrijf of een ander herkenningsteken. 3.

De rechthebbende op een bedrijf die winkelwagentjes ter beschikking stelt is verplicht achtergelaten winkelwagentjes terstond te verwijderen of te doen verwijderen binnen een door het college aangewezen weg of weggedeelte in de directe omgeving van de winkel. Het artikel komt te luiden: Artikel 2:14 Winkelwagentjes 1. Een bedrijf dat winkelwagentjes ter beschikking stelt: a. voorziet deze van de naam van het bedrijf of een ander herkenningsteken, en b. is verplicht om binnen een uur na de sluiting van het bedrijf de winkelwagentjes te verwijderen uit de directe omgeving van dat bedrijf; c. is verplicht de winkelwagentjes binnen 24 uur te verwijderen uit overige delen van Capelle aan den IJssel. 2. Onder directe omgeving van het bedrijf wordt verstaan een afstand van minder dan 100 meter vanaf de ingang van het bedrijf of indien het bedrijf gelegen is in een winkelcentrum op een afstand van minder dan 100 meter vanaf de ingang(en) van het winkelcentrum. 3. Het is verboden een winkelwagentje na gebruik onbeheerd op een openbare plaats achter te laten. 4.

Het is verboden zich met een winkelwagentje op een openbare plaats te bevinden op een afstand van meer dan 100 meter vanaf de ingang van het bedrijf dat het winkelwagentje ter beschikking heeft gesteld of, indien het bedrijf gelegen is in een winkelcentrum, op een afstand van meer dan 100 meter vanaf de ingang(en) van het winkelcentrum, behalve voor het plaatsen van een winkelwagentje bij een door de rechthebbende aangewezen verzamelplaats die zich op meer dan 100 meter afstand van het bedrijf of winkelcentrum bevindt. 5. Het eerste lid, onder b en c is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer. Aanpassing artikel 2:50a Messenverbod In het huidige artikel is het verboden messen en voorwerpen die als wapen kunnen worden gebruikt openlijk bij zich te hebben. Voorgesteld wordt dit artikel aan te passen door het ‘openlijk ‘te schrappen. Een mes kan immers eenvoudig in een jaszak verborgen worden en snel tevoorschijn worden gehaald.

3

Hoewel het wenselijk zou zijn dit verbod te laten gelden voor de hele gemeente is toch gekozen voor een aanwijzing van gebieden door de burgemeester waar het verbod geldt. In de memorie van toelichting bij de laatste wijziging van de WWM in 2011 staat namelijk: Thans is er de mogelijkheid om via plaatselijke verordeningen in aangewezen gebieden het dragen van messen in zijn geheel te verbieden. Deze mogelijkheid blijft bestaan naast het onderhavige wetsvoorstel dat voorziet in een volledig verbod op handel, bezit en het dragen van stiletto’s, vlinderen valmessen. De minister van Veiligheid en Justitie heeft een wetsvoorstel gedaan tot wijziging van de Wet wapens en munitie in verband met de invoering van een verbod op de verkoop van bepaalde gebruiksmessen aan minderjarigen en het dragen daarvan in de openbare ruimte. Het APV artikel is echter niet van toepassing op de voorwerpen die onder de Wet wapens en munitie vallen. Voor zover het gemeentelijke verbod betrekking heeft op andere voorwerpen die niet door de landelijke wetgeving worden bestreken, blijft de bevoegdheid van de gemeentelijke wetgever om regels te stellen met betrekking tot het dragen daarvan ongewijzigd en komen de gemeentelijke messenverboden niet op grond van artikel 122 Gemeentewet van rechtswege te vervallen, aldus de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel.

Het huidige artikel luidt: Artikel 2:50a Messen en andere voorwerpen als wapen 1. Het is verboden op de weg of in voor publiek toegankelijke gebouwen messen of andere voorwerpen die als wapen kunnen worden gebruikt, openlijk bij zich te hebben. 2. Het verbod geldt niet met betrekking tot voorwerpen die zodanig zijn ingepakt, dat zij niet voor dadelijk gebruik gereed zijn. 3. Dit artikel is niet van toepassing voor zover in het onderwerp daarvan wordt voorzien bij of krachtens de Wet wapens en munitie. Het nieuwe artikel komt te luiden: Artikel 2:50a Steek- en andere voorwerpen 1. Het is verboden op door de burgemeester aangewezen openbare plaatsen en de daarin gelegen voor publiek toegankelijke gebouwen steek- en andere voorwerpen, waarmee letsel kan worden toegebracht aan personen of daarmee kan worden gedreigd, zonder noodzaak bij zich te hebben. 2. Het verbod geldt niet met betrekking tot de in lid 1 genoemde steek- en andere voorwerpen die zodanig zijn ingepakt, dat zij niet voor onmiddellijk gebruik gereed zijn. 3. Dit artikel is niet van toepassing voor zover in het onderwerp daarvan wordt voorzien bij of krachtens de Wet wapens en munitie. Artikel 2:79 Woonoverlast Lid 1 wordt aangepast conform het VNG-model. De zorgplicht voor verhuurders geldt voortaan voor het gedrag van alle huurders en niet meer alleen huurders die niet-ingezetene zijn.

Ook kan de burgemeester bij woonoverlast voortaan direct een verhuurder aanspreken en hoeft niet eerst de huurder te hebben aangesproken. Dit is wenselijk wanneer verschillende huurders van dezelfde verhuurder hinder hebben veroorzaakt. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn in panden waar meerdere huurders wonen of waar huurders snel wisselen. Dat betekent dat verhuurders zorgdragen dat de woningen die zij verhuren geen ernstige en herhaaldelijke hinder veroorzaken. Verder wordt een lid 4 toegevoegd. Op grond van artikel 151 Gemeentewet is de burgemeester ook bevoegd een tijdelijk huisverbod op te leggen bij woonoverlast. Voor de duidelijkheid is het wenselijk dit op te nemen in de verordening. Lid 1 luidt nu: 1. Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt of tegen betaling in gebruik geeft aan een persoon die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen is ingeschreven, draagt er zorg voor dat geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf. 4

Het artikellid komt te luiden: 1. Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt of tegen betaling in gebruik geeft, draagt er zorg voor dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt. Lid 4 luid: 4. De last kan een verbod inhouden om aanwezig te zijn in of bij de woning of op of bij het erf als bedoeld in artikel 151d, derde lid, van de Gemeentewet. Aanpassing artikel 5:2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d. Het huidige APV-artikel richt zich voornamelijk op het parkeren van auto’s van rijschoolhouders, taxibedrijven, garagebedrijven en bedrijven die voertuigen tegen betaling stallen. In Capelle zijn er echter ook andere bedrijven die in de omgeving van het bedrijf een bovenmatig beslag leggen op de aanwezige parkeerplekken. Het artikel is daarom aangescherpt. Uitdrukkelijk is opgenomen dat ook ‘degene met een bedrijf’ onder de bepaling valt. In lid 3 van artikel 5:2 wordt het gegroende gedeelte aan het bestaande artikel toegevoegd: 3. Het is degene met een bedrijf of die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden: a.

drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een cirkel met een straal van 100 meter met als middelpunt een van deze voertuigen; b. de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken. Overlast van geparkeerde fietsen en bromfietsen (artikel 5:13) Regelmatig veroorzaken fietsen en bromfietsen overlast. Om de handhaving te ondersteunen is het artikel dat de overlast regelt, verduidelijkt. Het huidige artikel luidt: Artikel 5:13 Overlast van fiets of bromfiets Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast, of ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan. Het nieuwe artikel: Artikel 5:13 Parkeren van fietsen, bromfietsen en bijzondere bromfietsen 1. Het is verboden een fiets, bromfiets of bijzondere bromfiets op een openbare plaats te parkeren als daardoor: a. de doorgang wordt gehinderd of belemmerd; b. de veiligheid of de doorstroming van of het uitzicht voor het verkeer wordt gehinderd; c. schade wordt of kan worden veroorzaakt; d. voor een bewoner of gebruiker van het gebouw waartegen of waarvoor de fiets, bromfiets of bijzondere bromfiets staat geparkeerd de doorgang of het uitzicht wordt belemmerd. 2.

Het is verboden om in door het college aangewezen gebieden: a. een fiets, bromfiets of bijzondere bromfiets buiten de daarvoor bestemde voorzieningen, plaatsen of ruimten te parkeren; b. een fiets, bromfiets of bijzondere bromfiets langer dan een door het college te bepalen periode te parkeren. Een bijzondere bromfiets is een (innovatief) licht en langzaam voertuig met specifieke kenmerken waardoor het geen reguliere bromfiets is. Deze voertuigen worden alleen toegelaten onder de toelatingsregels voor bijzondere bromfietsen.

5

Door aanpassing van dit artikel is er overlap met artikel 5:5. In dat artikel staat een aantal leden die ook zien op overlast. Deze kunnen worden geschrapt. Artikel 5:5 regelt alleen nog de zogenaamde voertuigwrakken. Het huidige artikel luidt: Artikel 5:5 Wrakken, wees(brom)fietsen 1. Het is verboden een voertuig dat rij technisch in onvoldoende staat van onderhoud en/of tevens in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert op de weg te parkeren. 2. Het verbod in lid 1 is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer. 3. Het is verboden een aanhangwagen die in onvoldoende staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert op de weg te parkeren. 4. Het is verboden een (brom)fiets die in onvoldoende staat van onderhoud en/of tevens in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert op de weg te parkeren. 5. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer. 6. Het college is bevoegd regels te stellen met betrekking tot de verwijdering en vernietiging van wrakken. 7. Geparkeerde (brom)fietsen mogen geen gevaar, schade of belemmering veroorzaken. 8. Het is verboden fietsen langer dan 14 dagen onafgebroken geparkeerd te laten staan in een door het college aangewezen gebied. Het artikel komt te luiden: Artikel 5:5 Voertuigwrakken 1.

Het is verboden een voertuig dat rij technisch in onvoldoende staat van onderhoud en in een kennelijke verwaarloosde toestand verkeert, op een openbare plaats te parkeren. 2. Het verbod in lid 1 is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer. In artikel 1 wordt voor de definitie van een voertuig verwezen naar artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990. De definitie van ‘voertuig’ haakt aan bij de definitie ervan in artikel 1 van het RVV 1990. ‘Voertuigen’ in de zin van dit artikel zijn o.a: fietsen, bromfietsen, gehandicaptenvoertuigen, motorvoertuigen, trams en (aanhang)wagens. Hierdoor hoeven deze voertuigen niet afzonderlijk benoemd te worden in de APV. Voor kleine voertuigen, zoals kruiwagens, kinderwagens, rolstoelen en dergelijke is een uitzondering gemaakt, omdat anders sommige bepalingen een te ruime strekking zouden krijgen. Artikel 5:14 Inzameling van geld of goederen Voorgesteld wordt het huidige artikel over collecteren in te trekken en het artikel van de VNG over te nemen. Naast de klassieke inzamelingsacties (de collectes) worden tegenwoordig ook activiteiten verricht ter werving van donateurs of leden, waarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de uiteindelijke opbrengst geheel of ten dele bestemd is voor een liefdadig of een ideëel doel.

Het publiek wordt door een bepaalde instelling (doorgaans in opdracht van een andere organisatie of goed doel) aangesproken met de vraag om lid of donateur te worden van de opdrachtgevende organisatie. Deze wervingsactiviteiten onderscheiden zich dus van inzamelingsactiviteiten. Er worden geen geld of goederen ingezameld en geen intekenlijsten worden ingevuld. In plaats daarvan werft de betreffende instelling (in opdracht van andere organisaties) leden of donateurs. In de praktijk bestaat onduidelijkheid over de vraag of voor deze wervingsactiviteiten nu wel of geen vergunning moet worden aangevraagd en zo ja wat voor soort vergunning daarvoor precies benodigd is. Deze onduidelijkheid wordt door zowel de gemeenten als de betrokken organisaties als onwenselijk ervaren. Om die reden worden wervingsacties nu expliciet geregeld in dit artikel en moeten zij een vergunning aanvragen. Het huidige artikel luidt: Artikel 5:14 Inzameling van geld of goederen 6

1. Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een intekenlijst aan te bieden. 2. Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede verstaan: het bij het aanbieden van goederen, waartoe ook worden gerekend geschreven of gedrukte stukken, dan wel bij het aanbieden van diensten aanvaarden van geld of goederen, indien daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd. 3. Het verbod geldt niet voor een inzameling die in besloten kring gehouden wordt. 4. Het college kan onder door het college te stellen voorschriften vrijstelling verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod voor inzamelingen die gehouden worden door daarbij aangewezen instellingen. 5. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Het nieuwe artikel luidt: Artikel 5:14 Inzameling van geld of goederen of leden- of donateurwerving 1.

Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een intekenlijst aan te bieden, dan wel in het openbaar leden of donateurs te werven als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd. 2. Onder een inzameling als bedoeld in het eerste lid wordt mede verstaan het aanvaarden van geld of goederen bij het aanbieden van diensten of goederen, waartoe ook worden gerekend geschreven of gedrukte stukken, als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd. 3. Het verbod geldt niet voor een inzameling of werving die wordt gehouden: a. in besloten kring; b. door een instelling die is ingedeeld in het door het college vastgestelde collecte- en wervingsrooster, mits de inzameling of werving overeenkomstig dat collecte- en wervingsrooster en met inachtneming van de door het college gegeven voorschriften plaatsvindt; of c. door een andere, door het college aangewezen instelling. Tekstuele wijzigingen Voorgesteld wordt om voor wat betreft artikel 1:1 volledig aan te sluiten bij de VNG bepaling. De belangrijkste wijziging is dat de definitie van ‘de weg’ korter wordt en niet meer de definitie van Rotterdam wordt gevolgd.

Deze definitie is onnodig uitgebreid omdat wat daarin staat al valt onder de definitie van de weg of valt onder de definitie van een openbare plaats. Artikel 1:1 Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994; b. b bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; c. bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel [(1.1, eerste lid,)] van de [citeertitel Bouwverordening]; d. bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 1994; e. college: het college van burgemeester en wethouders; f. gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet; g. handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen; h. openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; i. openbare plaats: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties;

7

j.

parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; k. rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht; l. voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens en kinderwagens, en rolstoelen; m. weg: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994. In hoofdstuk 2 De titel van hoofdstuk 2 ‘Openbare orde’ te wijzigen in ‘Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu’. De titel van afdeling 1 ‘Bestrijding van ongeregeldheden’ te wijzigen in ‘Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden’. Artikel 2:1 wordt gewijzigd als volgt. Het huidige lid 2 kan, conform het VNG-model, geschrapt worden en vervangen worden door het huidige lid 3. In dat lid 3 onder c. wordt verder, na de punt komma een tab ingevoerd. De overige leden worden vernummerd. Het begrip ‘wegen’ in het huidige lid 4 wordt vervangen door ‘openbare plaatsen’ zodat dit een ruimere strekking krijgt dan ‘de weg’ en bijvoorbeeld ook parken en plantsoenen eronder vallen. Het artikel komt te luiden: Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden 1.

Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen, te vechten of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden. 2. Degene die op een openbare plaats: a. aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; b. aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; of c. zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing; is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie of de door het college of de burgemeester aangewezen ambtenaren zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen. 3. Het is verboden zich te begeven naar of te bevinden op openbare plaatsen die door of vanwege het bevoegd bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet. 4. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde lid gestelde verbod. 5. Dit artikel is niet van toepassing op betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties. 6. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 2:1b Betreden van afzettingen kan worden ingetrokken.

Dit is al voldoende geregeld in artikel 2:1 lid 3. De tekst ‘Afdeling 2 Betoging’ te schrappen, conform het VNG-model. De tekst ‘Afdeling 3 Verspreiden van gedrukte stukken’ te schrappen, daar deze afdeling maar één artikel bevat.

8

De titel van artikel 2.6 ‘Beperking verspreiden van voorwerpen voor handelsreclamedoeleinden’ te wijzigen in ‘Verspreiden geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen’. Lid 7 te wijzigen als volgt: ‘Het college zal de raad vooraf in kennis stellen van een besluit tot het in werking stellen van het in het eerste lid gestelde verbod’ vervangen door ‘Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing’. De tekst ‘Afdeling 4 Vertoningen op openbare plaatsen’ te schrappen daar deze afdeling maar één artikel bevat. De titel van artikel 2:9 ‘Straatartiest’ te wijzigen in ‘Vertoningen op openbare plaatsten’. De titel van afdeling 5 te wijzigen in ‘Afdeling 2 Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen’. De titel van artikel 2:10 te wijzigen in ‘Artikel 2:10 Voorwerpen op een openbare plaats’. In lid 1 ‘de weg’ te vervangen door ‘openbare plaats’. De tekst ‘Afdeling 6’ te schrappen, conform het VNG-model. De titel ‘Afdeling 7 Evenementen’ te wijzigen in ‘Afdeling 3 Evenementen’. De titel Afdeling 8A te wijzigen in ‘Afdeling 4A’. In artikel 2:27 Begripsbepalingen, lid 1 onder a 1° ‘Drank- en Horecawet’ vervangen door ‘Alcoholwet’.

In artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting, lid 4 a en d Drank- en horecawetvergunning’ vervangen door ‘vergunning op grond van de Alcoholwet’. De titel van afdeling 8B te wijzigen in ‘Afdeling 4B’. In de titel ‘Drank- en Horecawet’ vervangen door ‘Alcoholwet’. In artikel 2:34c Regulering paracommerciële rechtspersonen, lid 3 onder d ‘Drank- en Horecawet’ vervangen door ‘Alcoholwet’. De titel ‘Afdeling 8B Bijzondere bepalingen over horecabedrijven als bedoeld in de Drank- en Horecawet’ te wijzigen in ‘Afdeling 4B Bijzondere bepalingen over horecabedrijven als bedoeld in de Alcoholwet’. De titel ‘Afdeling 9’ te wijzigen in ‘Afdeling 5’. De titel ‘Afdeling 10’ te wijzigen in ‘Afdeling 6’. De titel ‘Afdeling 11’ te wijzigen in ‘Afdeling 7’. In artikel 2:48, lid a en b Drank- en Horecawet’ vervangen door ‘Alcoholwet’. In artikel 2:60, lid 1: ‘opheffen’ vervangen door ‘beëindigen’. De titel ‘Afdeling 12’ te wijzigen in ‘Afdeling 8’. De titel ‘Afdeling 13’ te wijzigen in ‘Afdeling 9 Consumentenvuurwerk en Carbid’. De titel van artikel 2:72 ‘Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de verkoopdagen’ te wijzigen in ‘Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk’. De titel van artikel 2:73 ‘Gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling’ te wijzigen in ‘Gebruik van consumentenvuurwerk’. 9

De titel ‘Afdeling 14’ te wijzigen in ‘Afdeling 10’. De titel ‘Afdeling 15 Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden, cameratoezicht, omgevingsverbod en woonoverlast’ te wijzigen in ‘Afdeling 11 Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester’. De tekst ‘Afdeling 16 Omgevingsverbod’ te schrappen. In artikel 4:13 ‘opheffing’ vervangen door ‘beëindiging’. De titel van artikel 5:6 Recreatievoertuigen, aanhangwagens e.a., te wijzigen in: ‘Kampeermiddelen en andere voertuigen’ en aan lid 1 toe te voegen ‘op de weg’. Het lid komt als volgt te luiden: 1. Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt langer dan op drie achtereenvolgende dagen te plaatsen of te hebben op de weg. Artikel 6:1: Door de wijziging van de titels van sommige artikelen moeten ook de titels daarvan in dit artikel aangepast worden. Aan artikel 6:1 (conform het VNG-model) een lid 3 toe te voegen. Doordat de VNG Model Brandbeveiligingsverordening 2012 is vervallen, is de bevoegdheid een bestuurlijke boete op te leggen voor overtreding van de krachtens artikel 3 van de Wet veiligheidsregio’s gestelde regels ondergebracht in de APV. Het lid luidt: 3.

In geval van overtreding van de krachtens artikel 3, derde lid, van de Wet veiligheidsregio’s gestelde regels kan het college een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste de geldboete, bedoeld in artikel 64, eerste lid, van de Wet veiligheidsregio’s. Voorgesteld wordt de aangepaste verordening in werking te laten treden op de dag na de bekendmaking.

FINANCIEN N.v.t.

JURIDISCH ADVIES N.v.t.

ONDERNEMINGSRAAD N.v.t. COMMMUNICATIE De aangepaste APV zal ter kennis worden gebracht van het OM en de politie.

10

BIJLAGEN − − − −

Het concept raadsvoorstel-besluit; Geconsolideerde versie van de APV De toelichting bij de APV Is/Wordt-lijst

11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12343815/1