05.01 - BBV Onderzoek ombuigingsmaatregelen Wmo - 977608
Tekst van het document
Collegevoorstel Openbaar Behandelaar: G.G.C. Vlierhuis Afdeling / Unit: SL - Wmo Beleid Portefeuillehouder: M.E. Wilson
Vergaderdatum: 15 november 2022 Behandelwijze: Bespreekstuk Documentnummer: 978130
ONDERWERP Onderzoek ombuigingsmaatregelen Wmo
SAMENVATTING De gemeente Capelle aan den IJssel wordt, net als veel andere gemeenten, geconfronteerd met toenemende kosten in de uitvoering van de Wmo. Op 8 juni 2021 heeft het college besloten in het kader van de invulling van de taakstelling in onze gemeentelijke meerjarenbegroting een tiental onderzoeksopdrachten uit te voeren. Eén van deze onderzoeksopdrachten betreft de kostenbeheersing op de uitvoeringskosten Wmo. Het Wmo- loket heeft adviesbureau Berenschot gevraagd te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om de Capellenaren passende ondersteuning te kunnen (blijven) bieden en tegelijkertijd de (stijging van de) uitvoeringskosten verder te beheersen en waar mogelijk terug te brengen. In co- creatie met het Wmo- loket heeft Berenschot maatregelen voorgesteld. Het Wmo- loket zal in 2022-2023 starten met het projectgericht in de praktijk brengen van de geadviseerde ombuigingsmaatregelen. Het college heeft kennis genomen van het Berenschot onderzoeksrapport “Naar passende en betaalbare Wmo-voorzieningen” naar de ombuigingsmaatregelen op de Wmo en heeft in principe ingestemd met de in het rapport voorgestelde te nemen maatregelen. Dit principebesluit legt het college ter consultatie voor aan de gemeenteraad.
Ook besloot het college vooruitlopend op de uitvoering van de te nemen maatregelen de bedrijfsvoering en sturingsinformatie te optimaliseren en een projectleider “Begeleiding in de Wijk” aan te stellen. De financiële consequenties hiervan worden betrokken bij de afwegingen in het kader van de najaarsnota 2022. ADVIES OM TE BESLISSEN 1. Kennis te nemen van het Berenschot onderzoeksrapport “Naar passende en betaalbare Wmo-voorzieningen” naar de ombuigingsmaatregelen op de Wmo; 2. In principe in te stemmen met de in het rapport voorgestelde te nemen maatregelen; 3. Het onder beslispunt 2 genoemde principebesluit ter consultatie voor te leggen aan de gemeenteraad; 4. Na consultatie van de gemeenteraad een definitief besluit te nemen over de te nemen maatregelen; 5. Vooruitlopend op de uitvoering van de te nemen maatregelen de bedrijfsvoering en sturingsinformatie te optimaliseren en een projectleider “Begeleiding in de Wijk” aan te stellen; 6. De voor het onder beslispunt 5 genoemde besluit benodigde budget in 2023 ad € 100.000,-- voor de projectleider en € 75.000,-- voor de optimalisatie van de bedrijfsvoering en sturingsinformatie te betrekken bij de afwegingen in het kader van de Najaarsnota 2022. BESLUIT: 15 november 2022
1. Het college besluit conform het voorstel; 2. Het college mandateert de portefeuillehouder de laatste wijzigingen in het voorstel aan te brengen.
1
INHOUD/STREKKING Inleiding Op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) 2015 is uw college verantwoordelijk voor het bieden van maatwerkvoorzieningen ter ondersteuning van de zelfredzaamheid en participatie van Capellenaren met een beperking en/of psychosociaal en/of psychisch probleem. Landelijk is een beeld zichtbaar waarin iedere gemeente geconfronteerd wordt met stijgende kosten in de uitvoering van de Wmo. De gemeente Capelle aan den IJssel vormt hierop geen uitzondering. Dit vormde de aanleiding om een onderzoeksopdracht naar maatregelen te laten uitvoeren door adviesbureau Berenschot. De centrale onderzoeksvraag in het onderzoek was: Welke maatregelen kan Capelle aan den IJssel treffen om de kosten binnen de Wmo op de korte en lange termijn beheersbaar te houden waarbij waarborging van de continuïteit van passende ondersteuning gewaarborgd is? Onderzoeksaanpak Om de gestelde onderzoeksvraag te beantwoorden, heeft Berenschot gebruik gemaakt van de beschikbare documentatie en eerdere analyses van de gemeente op mogelijke maatregelen. Een second opinion op de begroting, uitgaven en inkomsten is eveneens door Berenschot uitgevoerd.
Ook hebben interviews plaatsgevonden met diverse functionarissen binnen de organisatie verbonden aan het Wmo- loket te weten, verantwoordelijk portefeuillehouder, concerncontroller, management, financieel adviseurs, beleidsmedewerkers, contractbeheerder en meerdere Wmo- consulenten. De interviews waren gericht op de knelpunten, de besparingsmogelijkheden en de impact hiervan. Dit heeft geresulteerd in een eerste opzet van de onderzoeksrapportage. Nadien hebben er een tweetal bijeenkomsten plaatsgevonden om de uitkomsten van het onderzoek door Berenschot in gezamenlijkheid te doorleven en aan te scherpen en als laatste te toetsen of voorgestelde maatregelen haalbaar zijn. Na de twee bijeenkomsten heeft Berenschot haar definitieve onderzoeksrapportage opgeleverd aan het Wmo- loket (zie bijlage). Algemene bevindingen Berenschot heeft in haar onderzoek een second opinion uitgevoerd op de bestaande financiële prognoses voor wat betreft de toekomstige uitvoeringskosten Wmo. Berenschot heeft hierbij gebruik gemaakt van door haar ontwikkelde voorspelmodellen die de verwachte toekomstige ontwikkeling van de netto uitgaven (lasten minus eigen bijdragen) in beeld brengen. Het gebruik van de voorspelmodellen laat een beeld zien waarin de door Capelle gemaakte prognoses grotendeels overeenkomen met die van Berenschot.
Berenschot concludeert dat de bedrijfsvoering verder geoptimaliseerd dient te worden en dat geïnvesteerd moet blijven in sturingsinformatie. Dit door de huidige administratieve werkprocessen verder te blijven automatiseren en procesbeschrijvingen verder inzichtelijk te maken om uniform te kunnen werken. Ook adviseert Berenschot na afgifte van een indicatie, meer dan nu het geval is, te sturen op cliëntdoelen en nog meer verbinding te maken met het voorliggende voorzieningenveld. De kern van het advies van Berenschot is om kwalitatieve investeringen te doen in de interne organisatie, die het mogelijk maken om maatregelen door te voeren die in kwantitatieve zin een besparing opleveren op de Wmo- uitgaven. Voorgestelde maatregelen De onderzoeksrapportage bevat concrete ombuigingsmaatregelen: 1. Vrij toegankelijke individuele begeleiding; 2. Ophaalactie uitstaande hulpmiddelen; 3. Gerichte (integrale) aanpak 10 complexe gezinnen; 4. Gerichte herbeoordeling 50 complexe Wmo- cliënten; 5. Verdere optimalisatie bedrijfsvoering en sturingsinformatie; 6. Aanvullende maatregelen.
2
Ad 1: Het is gewenst activiteiten te stimuleren die bijdragen aan het verbeteren van de zelfredzaamheid en samenredzaamheid van de Capellenaar in hun dagelijks leven door een laagdrempelige hulp en ondersteuning (dichtbij) in de wijken en buurten aan te bieden en zonodig daar specialistische hulp bij te halen. Om deze hulp en ondersteuning voor verbeterde zelf- en samenredzaamheid mogelijk te maken willen wij u voorstellen een pilot te starten om individuele begeleiding in de wijk aan te bieden. Individuele begeleiding (categorie waakvlam, licht en midden) wordt dan niet langer als een individuele maatwerkvoorziening aangeboden, maar via een vrij toegankelijke laagdrempelige algemene voorziening. Met deze algemene voorziening werken wij aan: dat Capellenaren in hun directe woonomgeving snel laagdrempelige ondersteuning in het kader van de Wmo kunnen inroepen en ontvangen, waardoor opeenstapeling en escalatie van problematiek kan worden voorkomen; dat de inzet van professionals verbonden aan de algemene voorziening in samenwerking met de vrijwilligers en het bestaande voorliggende veld is gericht op het vergroten van de zelfredzaamheid en samenredzaamheid van de Capellenaren; een alternatief te bieden voor maatwerkvoorzieningen (problemen oplossen zodat er minder maatwerkvoorzieningen o.g.v. de Wmo verstrekt hoeven te worden).
De personele kosten per geleverd uur zijn naar verwachting hoger (hbo vs. mbo), maar het aantal uur individuele begeleiding is doorgaans lager doordat cliënten minder uren ontvangen en minder lang in zorg zitten. Een aanbieder is beter in staat om ondersteuningsbehoefte af te stemmen op de Capellenaar (opschalen en afschalen). Berenschot verwacht dat 70% van de Capellenaren met een indicatie individuele begeleiding waakvlam, licht en midden voorliggend kan worden aangeboden. Hetgeen resulteert in een besparing van 25%. In totaal bedraagt dit 17,5% van het totaal aan kosten voor het product individuele begeleiding (zie Financieel perspectief voor het indicatie bedrag). Ad 2: Berenschot heeft de verwachting en ervaring dat een deel van de uitstaande hulpmiddelen onder Capellenaren niet of beperkt gebruikt wordt. Het Wmo-loket zal daarom Capellenaren in het bezit van een hulpmiddel wijzen op de kosten wanneer hulpmiddelen niet gebruikt worden en hen verzoeken om hulpmiddelen die niet gebruikt worden terug te geven aan de gemeente. De Capellenaren worden hierover per brief geïnformeerd.
Berenschot verwacht dat hiermee een besparing kan worden gerealiseerd van 5% van de bestedingen aan hulpmiddelen, nu teruggave van een hulpmiddel een maandelijkse besparing aan onderhoudskosten oplevert alsook dat een ingenomen hulpmiddel kan worden herverstrekt bij een andere Capellenaar die is aangewezen op het gebruik van dit hulpmiddel (zie Financieel perspectief voor het indicatie bedrag). Ad 3: Berenschot adviseert om 10 complexe gezinnen te selecteren en hier (opnieuw) op een integrale wijze gericht te kijken naar alternatieven en mogelijkheden die verder gaan dan het huidige aanbod aan Wmo- maatwerkvoorzieningen. Hierbij wordt door Berenschot en Wmo- loket gedacht aan: • Integrale aanpak Wmo en Jeugdwet (liefst ook participatiewet) en één regisseur; • Gerichte inzet zorg/verminderen stapeling aan voorzieningen (niet alleen Wmo); • Met vrij besteedbare middelen adequate oplossingen financieren (buiten huidig productaanbod); • Doorstroom naar Zorgverzekeringswet en Wlz. In verschillende andere gemeenten is een soortgelijke maatregel doorgevoerd. In die gemeenten bleek een realistische inschatting van de besparing 1 à 1,5% van de totale zorgkosten te zijn. Om de besparing structureel te laten zijn, moet deze werkwijze periodiek herhaald worden (zie Financieel perspectief voor het indicatie bedrag).
Ad 4: Op het moment dat een beschikking is afgegeven, raakt de inwoner uit beeld tot het moment dat er aanleiding is om opnieuw contact te hebben. In veel gevallen is dit het eerste contactmoment bij de herindicatie. Uit de praktijk blijkt echter dat een ondersteuningsvraag bijna nooit constant is, in
3
sommige gevallen neemt de ondersteuningsbehoefte toe en in andere situaties gaat het telkens een beetje beter. Beide ontwikkelingen geven aanleiding om een vinger aan de pols te houden en inwoners met een relatief zware ondersteuningsbehoefte regelmatig opnieuw te indiceren. Berenschot adviseert om op projectmatige wijze een selectie van de 50 complexe Wmo- casussen door middel van een huisbezoek opnieuw te indiceren. Met complexe casussen worden inwoners bedoeld die naast een indicatie voor begeleiding, ook huishoudelijke hulp, dagbesteding en/of hulpmiddelen ontvangen. Het doel is om met een frisse blik opnieuw te kijken naar deze casussen en te onderzoeken wat de inwoners nodig hebben en/of inwoners mogelijk beter vanuit de Wlz geholpen kunnen worden. Wij maken steeds een zorgvuldige afweging om mensen niet onnodig te herindiceren, omdat dit ook een behoorlijke impact kan hebben op de inwoner. Wij willen voorkomen dat de inwoners het gevoel krijgt van “Moet ik weer mijn verhaal doen en alles aantonen”. Berenschot stelt vast dat herindicaties naar verwachting bij 20% van de hulpverleningstrajecten een andere doorlooptijd oplevert. De genoemde 20% van de trajecten aan hulpverlening wordt naar verwachting per saldo 25% korter, waardoor de besparing 5% is.
Bij deze verwachting van per saldo 25% kortere trajecten is inbegrepen dat bij sommige Capellenaren het traject juist intensiever/langer wordt en mogelijk een deel van de cliënt doorstroomt naar bijvoorbeeld de Wlz (zie Financieel perspectief voor het indicatie bedrag). Ad 5: Berenschot adviseert ook om kwalitatieve investeringen te doen in de interne organisatie die het mogelijk maken maatregelen door te voeren die in kwantitatieve zin een besparing opleveren op de Wmo- uitgaven. De voornaamste kwalitatieve investering is de investering in de doorontwikkeling van het huidige het softwarepakket, zodat medewerkers van het Wmo- loket hun processen efficiënter op een lean- wijze kunnen doorlopen en sturing op cliëntdoelen beter mogelijk te maken. Het monitoren van de bedrijfsvoering levert momenteel niet altijd betrouwbare en meetbare informatie op. Er is sprake van een gebrek aan capaciteit voor de verdere doorontwikkeling van de huidige sturingsinformatie. Ook de expertise om de verdere doorontwikkeling mogelijk te maken ontbreekt in de organisatie. Tevens blijkt dat de huidige beschikbare gegevens onvoldoende geduid kunnen worden vanwege onvoldoende informatie op de achterliggende/verklarende factoren, waardoor een voorspellend karakter van sturingsinformatie wordt gemist en onvoldoende ingegrepen kan worden op de sturingsinformatie.
Betrouwbare, actuele en adequate sturingsinformatie is van belang om ontwikkelingen in de Wmo in Capelle tijdig te signaleren, bij te sturen en beleid op te formuleren. Het is immers zonder sturingsinformatie niet mogelijk causale verbanden te trekken. Trends tekenen zich veelal pas na een periode van enkele jaren op. Om trends te kunnen bepalen en hierop in te spelen is het starten van monitoring noodzakelijk. Datagedreven werken is de grip die het Wmo- loket nodig om een toekomstbestendige unit te zijn en te blijven. Het voorziet in de databehoefte van u als bestuur (strategisch), management (tactisch) en uitvoering (operationeel). Het Wmo- loket is met een Capelse organisatie gestart met de ontwikkeling van dashboards Wmo- bedrijfsvoering. De kosten ad. € 15.000,-- worden gedekt uit de toegekende middelen voor de onderzoeksopdracht. Ad 6: Berenschot heeft ook een aantal aanvullende maatregelen voorgesteld (zie onderzoeksrapport), die in een later stadium door het Wmo- loket nader worden verkend. Het Wmo- loket stelt u voor om in het vierde kwartaal 2022 alsook in 2023 de bovengenoemde maatregelen uit te voeren.
4
Uitvoering maatregelen Maatregel Ad. 1. Vrij toegankelijke individuele begeleiding
Periode 2023
Kosten € 100.000 voor projectleider Niet van toepassing, wordt binnen bestaande formatie uitgevoerd. Niet van toepassing, wordt binnen bestaande formatie uitgevoerd. € 60.000
Ad. 2.
Ophaalactie hulpmiddelen
Najaar 2022
Ad.3.
Gerichte integrale aanpak 10 complexe gezinnen
Afhankelijk van het resultaat van maatregel 4
Ad.4.
Gerichte herbeoordeling 50 complexe Wmo-cliënten Verdere optimalisatie bedrijfsvoering alsook sturingsinformatie Aanvullende maatregelen
1e half jaar 2023 Najaar 2022-2023
Ad. 5.
Ad.6.
Najaar 2023
€ 75.000
Dekking Dekking wordt gevraagd in de najaarsnota. Niet van toepassing.
Niet van toepassing.
Budget onderzoeksopdracht. Dekking wordt gevraagd in de najaarsnota.
Niet van toepassing wordt binnen bestaande formatie uitgevoerd
FINANCIEN
Wmo- voorziening Investering verdere optimalisatie bedrijfsvoering en sturingsinformatie Investering projectleider “Begeleiding in de Wijk” Besparing bij inzet op maatregelen
Investering & besparing ultimo 2025 € + 75.000
€ - 663.214 € - 634.653 € - 123.752 €57.520 € - 1.304.139
Huishoudelijke ondersteuning Individuele begeleiding Begeleiding in groepsverband Hulpmiddelen Netto besparing (besparing-investering)
€ + 100.000
Berenschot is tot deze geprognotiseerde bedragen gekomen vanwege hun eerdere ervaringen bij andere gemeenten. De praktijk zal uitwijzen wat wij in Capelle hiervan kunnen realiseren. Het Wmo-loket houdt u twee keer per jaar op de hoogte over de voortgang van de uitvoering van de maatregelen.
5
JURIDISCH ADVIES Juridische zaken heeft ten aanzien van de voorgestelde maatregelen een paar opmerkingen gemaakt. Deze opmerkingen hebben betrekking op de maatregelen: Vrij toegankelijke individuele begeleiding en Gerichte integrale aanpak 10 complexe gezinnen. Bij de overige maatregelen zijn er geen juridische consequenties. Juridische zaken adviseert ten aanzien van de uitvoering van de maatregel Vrij toegankelijke individuele begeleiding om de verordening en de beleidsregels aan te passen. Geadviseerd wordt om de uitvoering van de maatregel Gerichte integrale aanpak 10 complexe gezinnen uit te stellen totdat de wet aanpak meervoudige problematiek sociaal domein (Wams) is ingevoerd. In de Wams wordt de Wmo gewijzigd. In de Wmo komt dan een wettelijke taak om tot een gecoördineerde aanpak binnen de gemeente te komen als uit onderzoek van de Wmo-consulent blijkt dat er sprake is van meervoudige problematiek. Het streven van de regering is om de wet Wams per 1 januari 2024 in te voeren.
ONDERNEMINGSRAAD Niet van toepassing
COMMUNICATIE Niet van toepassing.
BIJLAGEN
Onderzoeksrapport Berenschot “Naar passende en betaalbare Wmo-voorzieningen”
6