04.05 - Bijlage 2. Memo AERIUS-berekening Bermweg 139
Tekst van het document
Berekening stikstofdepositie Natura 2000-gebieden
Bermweg 139, Capelle aan den IJssel
Colofon Gegevens over het project: Plannaam:
AERIUS-berekening Bermweg 139, Capelle aan den IJssel
Datum:
7 mei 2024
Projectnummer Buro SRO:
SR230274
Gegevens projectbetrokkenen: Opdrachtgever:
Dhr. Benard, M.
Gegevens Buro SRO: Bezoekadres:
’t Goylaan 11 3525 AA Utrecht
Telefoon:
030-2679198
E-mail:
utrecht@buro-sro.nl
Internet:
www.buro-sro.nl
pagina 2 van 12
Inhoudsopgave 1.
2.
3.
4.
Inleiding
4
1.1
Aanleiding
4
1.2
Projectbeschrijving
5
1.3
Wettelijk kader
5
1.4
Leeswijzer
5
Ruimtelijke gegevens en uitgangspunten
6
2.1
Ruimtelijke gegevens
6
2.2
Sloop- en aanlegfase
6
2.3
Gebruiksfase
8
Berekeningen en resultaten
9
3.1
Sloop- en aanlegfase
9
3.2
Gebruiksfase
10
Samenvatting en conclusies
pagina 3 van 12
11
1.
Inleiding
1.1
Aanleiding
Initiatiefnemer is voornemens om achter de bestaande woning aan de Bermweg 139, te Capelle aan den IJssel, een grondgebonden woning te realiseren. Het voorgenomen plan gaat gepaard met de uitstoot van stikstof in de gebruiks- en aanlegfase. Derhalve moet in beeld gebracht worden wat de mogelijke effecten van de ontwikkeling zijn op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. In voorliggende rapportage worden de mogelijke effecten in beeld gebracht. Het dichtbijgelegen stikstofgevoelig Natura 2000-gebied ‘Biesbosch’ bevindt zich op ca. 17,9 km afstand van de onderzoekslocatie. Tevens ligt op circa 13,5 km afstand het Natura 2000-gebied ‘Broekvelden, Vettenbroek & Polder Stein’. De onderstaande afbeelding laat de locatie zien ten opzichte van de omliggende Natura 2000-gebieden.
Ligging plangebied (rood) ten opzichte van omliggende Natura 2000-gebieden (bron: AERIUS Calculator)
pagina 4 van 12
1.2
Projectbeschrijving
De initiatiefnemer is voornemens om op de bestaande tuin van de woning aan de Bermweg 139 een grondgebonden woning te realiseren. De woning krijgt een maximum oppervlak van circa 123 m² met een maximum bouwhoogte van 7,5 meter. Zie hieronder voor een afbeelding van de beoogde woning. PM Opnemen verbeelding zodra aangeleverd
1.3
Wettelijk kader
Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 is de Wet natuurbescherming komen te vervallen. Artikel 5.1 van de Omgevingswet schrijft voor dat het zonder omgevingsvergunning verboden is een Natura 2000activiteit uit te voeren. Deze activiteit omvat het realiseren van een project dat niet direct gerelateerd is aan of noodzakelijk voor het beheer van een Natura 2000-gebied, maar opzichzelfstaand of in combinatie met andere plannen of projecten aanzienlijke gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. Gevolgen worden als significant beschouwd als ze een bedreiging vormen voor de instandhoudingsdoelstellingen van het betreffende natuurgebied. In de Omgevingswet is opgenomen dat eenieder zorg dient te dragen aan de fysieke leefomgeving. De specifieke zorgplicht voor Natura 2000-gebieden is opgenomen in artikel 11.6 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). In dit artikel is voorgeschreven dat voor alle activiteiten die mogelijk verslechterende of significant verstorende gevolgen voor een Natura 2000-gebied hebben een vergunning vereist is. Verzuring en vermesting is één van de mogelijk verstorende gevolgen. Voor ieder habitattype binnen een Natura 2000-gebied dat gevoelig is voor verzuring en/of vermesting is een kritische depositiewaarde (KDW) vastgesteld.
De KDW geeft de grens aan waarboven het risico bestaat dat de kwaliteit van het habitat significant wordt aangetast door de verzurende en/of vermestende invloed van atmosferische stikstofdepositie. Door middel van het rekeninstrument AERIUS Calculator wordt de stikstofdepositie berekend als gevolg van projecten en plannen op Natura 2000-gebieden.
1.4
Leeswijzer
Na dit inleidende hoofdstuk worden in hoofdstuk 2 de verkeers- en ruimtelijke gegevens beschreven. De uitgevoerde berekening en resultaten worden beschreven in hoofdstuk 3. Ten slotte wordt in hoofdstuk 4 de conclusie getrokken.
pagina 5 van 12
2.
Ruimtelijke gegevens en uitgangspunten
2.1
Ruimtelijke gegevens
Bij een stikstofdepositieberekening wordt rekening gehouden met de Natura 2000-gebieden binnen een straal die relevant is voor de omvang van het plan. Binnen een straal van 10 km is één Natura 2000-gebied aanwezig, namelijk het Natura 2000-gebied ‘Boezems Kinderdijk’.
2.2
Sloop- en aanlegfase
De stikstofuitstoot tijdens de aanlegfase van het project is van belang. Bij de bouw zijn gedurende enige tijd voertuigen en mobiele werktuigen aanwezig en is sprake van voertuigbewegingen van werklieden en materialen van en naar de bouwplaats. Mobiele werktuigen en verkeersgeneratie De voertuigen en mobiele voertuigen die aangedreven worden door een verbrandingsmotor veroorzaken een toename van de stikstofemissie. De emissies van mobiele werktuigen zijn afhankelijk van de emissienormen die van toepassing zijn op het desbetreffende mobiele werktuig (stageklassen). Ten behoeve van de berekening van de emissies NOx door mobiele werktuigen dient de gebruiker per stageklasse het brandstofverbruik aan te geven (liter brandstof per jaar), het aantal draaiuren en (bij aanwezigheid van een SCR) het AdBlue-verbruik. Voor Stage IV werktuigen, waarmee gerekend is, kan uit worden gegaan van het normale AdBlue-verbruik dat door TNO is opgegeven. Dit is 6% van het brandstofverbruik (Ligterink et al 2021). Het dieselverbruik is conform het TNO rapport R12305 bepaald. TNO houdt rekening met de aandrijfconfiguratie (vaste as, transmissie, hydrauliek), de stand-by tijd bij de soort inzet (wisselend en constant) en de verliezen. TNO gaat voor werktuigen met een wisselende inzet uit van een gemiddelde ‘typische motorlast’ van 35% (zie onderstaande tabel).
Voor werktuigen met een constante inzet is 35% een onderschatting en wordt uitgegaan uit van een gemiddelde motorbelasting van (37,0+45,6+47,3)/3= 43,3%. In de voorliggende berekening wordt uitgegaan van een wisselende inzet van de mobiele werktuigen en daarmee van een typische motorlast van 35%. Het is namelijk niet te verwachten dat deze werktuigen continu onder hoge belasting worden ingezet. Het project gaat gepaard met het slopen van de huidige situatie, bouwrijp maken van de gronden en bouwen van de beoogde woning. De exacte inzet van mobiele werktuigen is nog onbekend, waardoor op basis van ervaring een inschatting is gedaan. Hierbij is uitgegaan van ouder materieel (Stage IV, bouwjaar 2015). Het materieel wordt hierbij door brandstoffen aangedreven. In navolgende tabel is een overzicht weergegeven van de door brandstof
pagina 6 van 12
aangedreven mobiele werktuigen waarvan verwacht wordt dat die ingezet worden bij de aanlegfase. Het betreft een ruime inschatting van het aantal draaiuren. Werktuig
STAGE-
Bouwjaar
klasse
Vermogen
Brandstofverbruik
(KW)
totaal
Draaiuren/j
AdBlue verbruik (l/j)
Shovel
Stage-IV
2015
100
421
40
25
Mobiele kraan
Stage-IV
2015
200
1641
80
98
Betonpomp
Stage-IV
2015
70
75
10
5
Heistelling
Stage-IV
2015
200
164
8
10
Graafmachine
Stage-IV
2015
125
729
56
44
Trilplaat Graafmachine Sloop Vervoer personeel en materiaal
Stage-IV
2015
8
12
8
n.v.t.
Stage-IV
2015
125
521
40
31
Type Licht verkeer Zwaar vrachtverkeer
Totaal aantal verkeersbewegingen 1.200 500
Bij de invoer in AERIUS is uitgegaan één route. Deze route loopt over de Bermweg richting de Capelseweg. Volgens het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK) beschikt de Bermweg over een verkeersintensiteit van ongeveer 1.469 voertuigbewegingen per etmaal. Daarmee betreft de verkeersgeneratie in de aanlegfase minder dan 1 % van de totale verkeersintensiteit. Hierdoor kan er gesteld worden dat het verkeer overgaat in het heersende verkeersbeeld. De beoogde ontwikkeling zal plaatsvinden in verschillende fasen. De exacte duur van elke fase is momenteel niet nauwkeurig vastgesteld. In de berekening is voor wat betreft de aanlegfase rekening gehouden met het rekenjaar 2025. In het geval dat de ontwikkeling een periode van meer dan één jaar in beslag neemt, wordt dit als positief beschouwd. De jaarlijkse uitstoot neemt dan af, wat gunstig is voor de totale stikstofdepositie. Deze berekening kan derhalve gezien worden als een worst-case scenario. Stationair draaien Met betrekking tot het laden en lossen zal er op de planlocatie zwaar vrachtverkeer aanwezig zijn dat stationair draait. Gedurende de periode dat het zwaar vrachtverkeer op de planlocatie aanwezig is zal er sprake zijn van stikstofuitstoot.
De uitstoot die ontstaat tijdens het stationair draaien kan berekend worden met de kencijfers beschreven in bijlage 1 van de ‘Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2023.2’. In de bijlage zijn kencijfers opgenomen voor de NOx en NH3 uitstoot. De uitstoot dient handmatig in AERIUS ingevoerd te worden. Voor het rekenjaar 2025 geldt voor ‘Vrachtauto's > 20 ton GVW en trekkers’ een uitstoot van 0,8964 NH3 g/uur en 74,57 NOx g/uur. De gemiddelde laad/lostijd per vracht is ingeschat op circa 15 minuten. Uitgaande van 250 vrachten is er in totaal sprake van ca. 62,5 stationaire draaiuren. De onderstaande tabel toont de totale uitstoot van het stationair draaien voor NOx en NH3. Stationair draaien
Aantal draaiuren
NOx uitstoot kg/j
NH3 uitstoot kg/j
Vrachtauto's > 20 ton GVW en trekkers
62,5
4,66
0,06
2024
pagina 7 van 12
2.3
Gebruiksfase
Naast de aanlegfase is het toekomstig gebruik (gebruiksfase) van het project van belang. Het realiseren van één extra woning ten opzichte van de huidige situatie zorgt voor een toenamen in het aantal verkeersbewegingen. Derhalve dient bepaald te worden wat de toename aan verkeersbewegingen zal zijn als gevolg van het initiatief waarna bepaald kan worden of deze toename tot mogelijke problemen kan leiden. Om de verkeersbewegingen te berekenen wordt er gebruikt gemaakt van de CROW-publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren’ en het rapport ‘Nota Parkeernormen 2023’ van de gemeente. Het initiatief voorziet in het realiseren van een vrijstaande woning, dus wordt er aangesloten op de functie ‘koop, huis, vrijstaand’. Het plangebied heeft volgens de nota de gebiedskenmerken ‘overig stedelijk gebied’ en ‘sterk stedelijk’. Hierbij geldt een gemiddelde van 8,2 motorvoertuigbewegingen per etmaal voor één woning. Volgens
tabel
A6
uit
de
CROW-publicatie
moet
tevens
rekening
worden
gehouden
met
0,02
vrachtverkeersbewegingen per woning per werkdag. Voor één woning komt dit neer op 0,02 zware verkeersbewegingen per etmaal. Verder wordt de beoogde woning zonder gasaansluiting gerealiseerd, waardoor deze niet meegenomen moet worden in de berekening. Voor wat betreft de gebruiksfase wordt uitgegaan van het rekenjaar 2025, de verwachte oplevering van de nieuwe woning. Bij de invoer van de AERIUS is uitgegaan van twee verkeersroutes. Voor beide verkeersroutes wordt van uitgegaan dat het verkeer ontsloten wordt via de Bermweg. Voor de eerste route rijdt het verkeer richting de Capelseweg en voor de tweede route rijdt het verkeer richting de Klaas Klinkertweg. Voor de eerste route is uitgegaan dat het verkeer zich via de Oude Arnhemse Bovenweg naar de Woestduinlaan 79 richting de N225 zal begeven. Volgens het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK) beschikt de Bermweg over een verkeersintensiteit van ongeveer 1.469 voertuigbewegingen per etmaal. Daarmee betreft de verkeersgeneratie in de gebruiksfase minder dan 0,1 % van de totale verkeersintensiteit. Geacht wordt dat het verkeer opgaat in het heersende verkeersbeeld.
pagina 8 van 12
3.
Berekeningen en resultaten
De berekeningen zijn verricht met het web-based programma AERIUS versie 2023.2 op 7 mei 2024. Navolgend is voor zowel de aanlegfase als de gebruiksfase een berekening gemaakt.
3.1
Aanlegfase
Aan de hand van de stikstofberekening is de uitstoot op de Natura-2000 gebieden van de aanlegfase berekend. De bouw vindt in 2025 plaats. Derhalve is bij de invoer met dit rekenjaar gerekend. Onderstaand is per bron de uitstoot beschreven. Bron 1 mobiele werktuigen Voor bron 1 is uitgegaan van de mobiele werktuigen, zoals aangegeven in paragraaf 2.3. Uit de berekening volgt dat de uitstoot door mobiele werktuigen voor NOx 20,7 kg/j en voor NH3 <1,0 kg/j bedraagt. Bron 2 – Stationair draaien Voor bron 2 is uitgegaan van het stationair draaien wat plaatsvindt op de bouwplaats, zoals aangegeven in paragraaf 2.3. Uit de berekening volgt dat de uitstoot door stationair draaien voor NOx 4,7 kg/j en voor NH3 <1,0 kg/j bedraagt. Bron 3 – Verkeersgeneratie Voor bron 3 is uitgegaan van de verkeersgeneratie die plaatsvindt in de bouw. Er zal sprake zijn van een verkeersgeneratie van 1.200 voertuigbewegingen in licht verkeer en 500 voertuigbewegingen in zwaar verkeer per jaar. Er is uitgegaan van 100% van de totale verkeersgeneratie. Uit de berekening volgt dat de uitstoot door verkeer voor NOx 1,7 kg/j en voor NH3 <1,0 kg/j bedraagt. Resultaten Uit de berekening volgt dat de uitstoot door de aanlegfase voor NOx 27,0 kg/j en voor NH3 <1,0 kg/j bedraagt. In de aanlegfase zijn er geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j op Natura 2000-gebieden.
Navolgende tabel toont het resultaat van de stikstofberekening.
Resultaten AERIUS-berekening aanlegfase (bron: AERIUS Calculator)
pagina 9 van 12
3.2
Gebruiksfase
Aan de hand van de stikstofberekening is de uitstoot op de Natura-2000 gebieden van de gebruiksfase berekend. Er is uitgegaan van het rekenjaar 2026, aangezien de verwachting is dat de woning in dit jaar in gebruik wordt genomen. Onderstaand zijn de verschillende bronnen weergegeven waarmee gerekend is. Er is enkel sprake van de uitstoot die met de verkeersgeneratie wordt gegenereerd. Bron 1 - Verkeersgeneratie Voor bron 1 is uitgegaan van de verkeersgeneratie die plaatsvindt in de toekomstige situatie. Er zal sprake zijn van een verkeersgeneratie van 4,1 voertuigbewegingen in licht verkeer en 0,01 voertuigbewegingen aan zwaar verkeer per etmaal. Er is uitgegaan van 50% van de totale verkeersgeneratie. Uit de berekening volgt dat de uitstoot door de gebruiksfase voor NOx <1,0 kg/j en voor NH3 <1,0 kg/j bedraagt. Bron 2 - Verkeersgeneratie Voor bron 2 is uitgegaan van de verkeersgeneratie die plaatsvindt in de toekomstige situatie. Er zal sprake zijn van een verkeersgeneratie van 4,1 voertuigbewegingen in licht verkeer en 0,01 voertuigbewegingen aan zwaar verkeer per etmaal. Er is uitgegaan van 50% van de totale verkeersgeneratie. Uit de berekening volgt dat de uitstoot door de gebruiksfase voor NOx <1,0 kg/j en voor NH3 <1,0 kg/j bedraagt. Resultaten Uit de berekening volgt dat de uitstoot door de gebruiksfase voor NOx <1,0 kg/j en voor NH3 <1,0 kg/j bedraagt.
In de gebruiksfase zijn er geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j op Natura 2000-gebieden. Navolgende tabel toont het resultaat van de stikstofberekening.
Resultaten AERIUS-berekening gebruiksfase (bron: AERIUS Calculator)
pagina 10 van 12
4.
Samenvatting en conclusies
Op de planlocatie achter de woning aan de Bermweg 139 te Capelle aan den IJssel wordt een grondgebonden woning ontwikkeld. Voor de beoogde ontwikkeling is een AERIUS-berekening gemaakt voor de aanleg- en gebruiksfase. Bij de aanlegfase is een ruime inschatting gemaakt van de te gebruiken mobiele werktuigen en van de voertuigbewegingen van werklieden en materialen van en naar de bouwplaats. Uit de AERIUS-berekening blijkt dat er in totaal sprake is van een NOx emissie van 27,0 kg/j en een NH3 emissie van <1,0 kg/j Ook uit de berekening voor de sloop- en aanlegfase blijkt dat er geen verschillen hoger dan 0,00 mol/ha/j voor de Natura 2000-gebieden zijn. Bij de gebruiksfase is uitgegaan van de verwachte voertuigbewegingen van de toekomstige woning. De nieuwe woning wordt zonder gas verwarmd waardoor deze niet meegenomen is in de berekening. Uit de AERIUSberekening blijkt dat er in totaal sprake is van een NOx emissie van <1,0 kg/j en een NH3 emissie van <1,0 kg/j. Uit de AERIUS-berekening blijkt dat er in de gebruiksfase geen resultaat hoger dan 0,00 mol/ha/j zijn. Er kan geconcludeerd worden dat de stikstofdepositie vanwege de beoogde ontwikkeling geen significante gevolgen heeft voor de Natura 2000-gebieden. Met het oog op de bepalingen omtrent Natura 2000-gebieden uit het oogpunt van stikstofdepositie is het plan derhalve uitvoerbaar.
pagina 11 van 12
pagina 12 van 12