CConstaterende datCapelle Ad Ijssel
Koppel je AI →
Document · PDF

04.00 - verslag hoorzitting raad 7 januari 2021

Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer 27 januari 2021, gemeente Capelle Ad IjsselBij agendapunt: Gebiedspaspoort Capelseweg / Bermweg (incl. Nota van Beantwoording en de Memo Verkeerskundige ontwikkelingen)8.582 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verslag van de hoorzitting van de gemeenteraad, gehouden op donderdag 7 januari 2021 over de Capelseweg/Bermweg, digitaal via Pexip en in het gemeentehuis aan de Rivierweg 111, aanvang 19.30 uur. Aanwezig zijn als: voorzitter

:

de heer mr. P.M.D. Weijers;

volksvertegenwoordigers :

de heer G. Spruit, raadslid Leefbaar Capelle; mevrouw V. King-de Hoog, raadslid Leefbaar Capelle; mevrouw J.W. Lauw-Schouten, raadslid Leefbaar Capelle; de heer H.S. Saritas, raadslid Leefbaar Capelle; de heer L.C.A. Anink, raadslid VVD; de heer drs. S. van Loef, raadslid VVD; de heer P.G. Holkamp, raadslid D66; de heer H.E. Tiesma, burgerraadslid D66; de heer B.H.W. Oudshoorn, burgerraadslid SGP; de heer M.W. Vlot, raadslid SP; de heer ing. P. Eilander, raadslid ChristenUnie; de heer S. Geissler, raadslid PvdA; mevrouw C.W.J. Weemhoff, raadslid PvdA; de heer E. Harinck, burgerraadslid CDA; mevrouw J. den Engelsman, raadslid CDA; de heer E.C. Raadsen, raadslid GroenLinks;

secretaris

de heer G.P. Venis;

:

ambtelijke ondersteuning :

mevrouw E. van der Wouden, projectleider Stadsontwikkeling gebiedspaspoort Capelseweg/Bermweg;

notulist

de heer A. de Krom (Notuleerservice Dictum);

:

Op de publieke tribune zijn bij de aanvang van de hoorzitting geen personen aanwezig.

1. Opening door de voorzitter De VOORZITTER opent de door de gemeenteraad te houden digitale hoorzitting en heet eenieder van harte welkom, vooral de belanghebbenden en bewoners die gehoord willen worden en degenen die zich als luisteraar hebben aangemeld. De hoorzitting is een gevolg van het behandelen van het agendapunt Gebiedspaspoort Capelseweg/Bermweg in de vergadering van de commissie SOB van 30 november jl. Toen is besloten het agendapunt vanwege allerlei berichten van omwonenden en belanghebbenden niet te behandelen en daarover eerst een hoorzitting te houden. De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld. 2. Toelichting proces gebiedspaspoort Capelseweg/Bermweg Mevrouw VAN DER WOUDEN licht het totstandkomingsproces van het gebiedspaspoort toe. Daarbij gaat zij kort in op de historie van de locatie, de aanleiding van de vernieuwing van het gebiedspaspoort en de participatie. Er waren eerdere plannen voor de plek. De locatie is al sinds 2003 onder de aandacht. Er zijn meerder e plannen geweest en ook meerdere ruimtelijke kaders voor de hoek vastgesteld, variërend van een bouwblok van drie tot en met zeven lagen en een toren op de hoek met tien lagen. Om allerlei redenen, onder meer van milieutechnische en financiële aard, zijn die plannen gesneuveld. De ontwikkeling op de hoek is uiteindelijk in 2008 om reden van de marktcrisis on hold gezet.

In structuurvisies is de locatie altijd wel als kanslocatie opgenomen geweest, zo ook in de laatstelijk in 2013 vastgestelde structuurvisie. In 2017 was er hernieuwde aandacht voor de plek, de periode waarin de gebiedsvisie van Landelijk Capelle is opgestart. Daarmee was een heel traject met veel participatie gemoeid. Een van de onderdelen van de gebiedsvisie Landelijk Capelle was de hoek Capelseweg/Bermweg, zo ook Oeverrijk en het ‘s-Gravenweteringpark. Voor de hoek Capelseweg/Bermweg is uiteindelijk een gebiedspaspoort vastgesteld. De gemeente heeft overigens in 2017 het terrein aangekocht met de bedoeling meer te kunnen sturen op een ontwikkeling op die hoek. In het gebiedspaspoort Capelseweg/Bermweg zijn de ambities en spelregels voor het voorterrein opgenomen en globale spelregels voor het achterterrein. De bedoeling is namelijk om tot één gebiedsontwikkeling te komen voor de gehele hoek.

Hoorzitting gemeenteraad Capelseweg/Bermweg donderdag 7 januari 2021

Pagina:

2

Het gebiedspaspoort is een uitnodiging voor de markt en biedt daarbij ook kansen voor de directe omgeving om aan te haken, wat betreft de ambitie om tot een woningbouwontwikkeling en een kwaliteitsimpuls in het gebied te komen. Hieraan heeft de initiatiefnemer Mahler Vastgoed Ontwikkeling eind 2018 gehoor gegeven en dat initiatief is bij de gemeente gekomen. Dat initiatief bood kansen voor een integrale ontwikkeling. Hierin is ook een groot deel van het achterterrein meegenomen. Dat initiatief had wat betreft de gemeente potentie en dat is verder verkend. Het schetsplan is uiteindelijk eind oktober 2019 aan de omgeving getoond. Op een avond zijn omwonenden gehoord over wat zij van de plannen vonden. Dat was reden om van het oorspronkelijke gebiedspaspoort 1.0, vastgesteld in 2017, te komen tot een aanpassing van het paspoort, waarin ook de spelregels van met name het achterterrein verder uitgewerkt zouden kunnen worden. Dat is ook zo opgepakt. De integrale ontwikkeling van het totale terrein is bekeken. De spelregels voor het voorterrein zijn als gevolg hiervan aangepast, met name op de locaties B2 en B3 in het gebiedspaspoort. Voor de locaties B4 en B5 op het achterterrein zijn de spelregels aangevuld. Het allerlaatste terrein, B6, ziet de gemeente als een potentieel toekomstige transformatielocatie. Vanaf oktober 2019 waren er participatiemomenten.

Er waren gesprekken met bewoners van de Bermweg in maart en mei 2020. Op 28 juni is de commissie SOB digitaal geconsulteerd en op 8 juli 2020 was er voor 700 omwonenden een consultatieronde, ook digitaal. Alle reacties zijn verwerkt en zijn gebundeld in een nota van beantwoording. Alle opmerkingen zijn vervolgens verwerkt in het concept-gebiedspaspoort van 5 augustus 2020. Na deze consultatieronde is er opnieuw een aantal participatiemomenten geweest; een inspraakronde met omwonenden op 24 september, waartoe bewoners van 300 adressen zijn bevraagd. Daarna ging de wethouder met een aantal bewoners in gesprek. Op 2 en 9 november heeft de wethouder met een vertegenwoordiger van de Bermweg de locatie bekeken, waarna nog een aantal aanpassingen in het gebiedspaspoort zijn doorgevoerd. Al deze reacties zijn opnieuw verwerkt in een nota van beantwoording en hebben geleid tot het door het college op 17 november jl. definitief vastgestelde gebiedspaspoort. Op 25 januari vindt onder voorbehoud nog behandeling door de commissie SOB plaats en op 8 februari 2021 besluitvorming door de raad. 3. Horen van degenen die zich hebben aangemeld om tijdens de zitting het woord te voeren De VOORZITTER deelt mee dat elke gehoorde tien minuten de gelegenheid krijgt om zijn of haar verhaal te houden, waarna de raadsleden vragen kunnen stellen.

De heer VAN MIDDELKOOP is geen jurist of politicus, maar puur een bedrijfsmatig belanghebbende en probeert de gemeenteraad in vogelvlucht bij te praten en mogelijkheden ter uitwerking te bieden. Zijn inspreektekst heeft hij aan de raadsleden toegezonden. Kristel Capelle BV is de eigenaar van het perceel Capelseweg 34-36, vanaf de Capelseweg tot aan de sloot langs het Schollebos. Hij verhuurt zijn perceel in twee delen, te weten de voorzijde met de bedrijfsruimte aan een voedselbank en het achterterrein aan een groenonderhoudsbedrijf. Hij verleent recht van overpad aan de heer Jongenelen om diens perceel te kunnen bereiken en heeft op zijn beurt recht van overpad op het terrein van mevrouw Visser om zijn perceel te kunnen bereiken. Dat is al sinds de aankoop in 1989 het geval, maar ook daarvoor was deze situatie al heel lang zo. De raad vraagt zich nu wellicht af of zo’n uitleg nu nodig is. Blijkbaar wel, want uit de stukken die hij heeft gezien blijkt nergens dat de betrokken ambtenaren zijn bedrijf kennen, laat staan met hem hebben gesproken over de voorliggende plannen. Hij heeft nog nooit een uitnodiging ontvangen: geen brief, geen mail of telefoontje. Wel zijn er ongeadresseerde brieven bij de huurders/gebruikers gepost. Dat is slordig, omdat bekend is wat huurders doorgaans doen met niet geadresseerde post.

En vervolgens is er in een ambtelijk overleg nota bene gesproken over de voedselbank, alsof dat de rechthebbende is en zijn er daarover onwaarheden in een verslag vastgelegd. Dat zal wat hem betreft ook in de verslagen gecorrigeerd moeten worden. Hij was totaal verrast toen zijn buurman hem in 2020 van deze plannen op de hoogte bracht en hem vroeg of hij daarin gekend was en wat hij er van vond. Vervolgens is hij zichzelf er even in gaan verdiepen en kwam hij tot de conclusie dat deze plannen zijn belangen kunnen schaden. Daartegen komt hij dan ook in verweer. Wat betreft de woningbouwplannen wil hij al zijn belangen laten waarborgen. Bedrijvigheid in de volle omvang moet naar zijn mening mogelijk blijven, zonder ook maar één beperking. Bijvoorbeeld door gewoon de huidige milieuklasse te handhaven. Dat is door de ambtenaren ook steeds toegezegd, maar de praktijk leert anders: wonen en woongenot zijn een groot recht en die gaan boven alles, zo lijkt het vaak. Dat leidt tot aanpassing van openings- en werktijden (zoals van verhuisbedrijf Vermeer aan de Capelseweg) en soms zelfs tot sluiting van bedrijven (Van der Elst) omdat werken onmogelijk was geworden.

Hoorzitting gemeenteraad Capelseweg/Bermweg donderdag 7 januari 2021

Pagina:

3

De veiligheid van de nieuwe bewoners is naar zijn oordeel niet te waarborgen met achteruitrijdend vrachtverkeer, zoals laatst ook is gezien met een van de ambtenaren op locatie. Parkeerproblemen zullen door de bewoners creatief opgelost worden en daardoor ontstaan extra gevaarlijke situaties. Geluid en reuk worden als hinderlijk ervaren en daar zullen van de nieuwe bewoners klachten over komen. Een toegangsweg zal onder een VVE gaan vallen en is dus niet te handhaven door de overheid. Het onderhoud van die weg en het openbaar gebied door een particuliere VVE blijkt ook vaak slecht te organiseren. De gemeente moet naar zijn mening het voortouw nemen en openbaar gebied terug nemen na de ontwikkeling. Dat zou een alternatieve oplossing kunnen zijn. Vanuit participatie wil hij een aantal alternatieven aandragen. Naast het voorgaande waarin hij zijn belangen verdedigt heeft hij natuurlijk ook de participatie-insteek gekozen op basis van de stukken zoals die op de website van de gemeente staan. Hij heeft nagedacht over mogelijkheden om het geheel compleet en nog beter passend in de omgeving te maken. Daarin zijn verschillende vormen van participatie mogelijk met ieder een bepaalde graad van ontvlechting van wonen en werken, want daar lijkt wat hem betreft de oplossing te zitten. Hoe meer scheiding tussen wonen en werken, hoe beter. Hij zet zijn alternatieven kort uiteen: 1.

Het bedrijfsterrein aanpassen. Dat kan door kleinschalige bedrijfsunits / zzp-garageboxen toe te staan, 18 stuks van 3 x 8 meter of 2.5 x 6 meter, afgedekt met sedum of zonnepanelen zodat een prettig zich in het natuurlijk gebied ontstaat en er geen drukte van groot vrachtverkeer meer zal zijn. Daardoor wordt het wel veel veiliger, maar blijft er wel aardig wat bedrijvigheid. Er is dan een taak voor de eigenaren van het bedrijfsterrein, zoals hemzelf en de heer Jongenelen, samen met de gemeente. 2. Het bedrijfsterrein verkopen aan de ontwikkelaar. De woningbouw kan uitbreiden met acht of negen woningen, vier op terrein van Kristel en vijf op het terrein van Jongenelen. De veiligheid komt dan nog minder in het geding, omdat de bedrijvigheid tot een minimum beperkt wordt. Het leidt tot betere prijzen voor alle woningen omdat de bedrijvigheid nagenoeg wegvalt. De ontsluiting van het woonverkeer blijft dan nog wel een struikelblok. Daar ligt dan een taak voor de eigenaren van het bedrijfsterrein, samen met de ontwikkelaar en eventueel de gemeente. 3. Het plan nog uitbreiden en geheel compleet maken met een doorsteek naar de parkeerplaats aan de Capelseweg. Daardoor ontstaat echt een nette woonbuurt met een betere ontsluiting aan twee kanten, die nog veiliger is. Ontsluiting op de Capelseweg ontstaat alleen richting de Hoofdweg voor de doorstroming.

Daar ligt een grote taak voor de gemeente Capelle samen met de ontwikkelaar, Een aanvulling op dit alternatief is om het op het voorterrein van Capelseweg 34-36 een tweeonder-een-kapwoning te realiseren. De loods komt dan te vervallen en daarmee ook gelijk echt alle bedrijvigheid. Dat is het meest veilige en volledige plan, zodoende ontstaat alleen wonen en zal er geen gemengd gebied zijn, dus geen gezeur. Daar ligt een taak voor de gemeente samen met de ontwikkelaar en de eigenaren en omwonenden. Dat is wat hem betreft participeren en dat had allemaal al in 2017 besproken kunnen worden, als hij toentertijd in de plannen gekend zou zijn. De heer OUDSHOORN vraagt of er vanaf 2017 tot en met 2020 geen contact is geweest tussen de heer Van Middelkoop en de gemeente. De heer VAN MIDDELKOOP is inderdaad op geen enkele manier door de gemeente Capelle aan den IJssel in kennis is gesteld. De heer TIESMA stelt een vraag over het tweede alternatief en vraagt of daarin nog bedrijfsruimte overblijft. De heer VAN MIDDELKOOP meent dat het bij het tweede alternatief gaat om de verkoop van terrein B6, waarop twee blokjes van vier woningen terechtkomen, een blokje op zijn terrein en een blokje op het terrein van de heer Jongenelen. Dan blijft nog wel de loods van de voedselbank staan, zoals die er nu is.

De heer TIESMA begrijpt dat de voedselbank dan nog steeds vanuit de achteruitgang wordt bevoorraad. De heer VAN MIDDELKOOP bevestigt dat en daarop zal dan in alternatief 2 een aanpassing moeten plaatsvinden, omdat die uitgang lastiger wordt. Mevrouw KING-DE HOOG vraagt of de heer Van Middelkoop zijn voorstellen al eerder bij de gemeente of de ambtenaren heeft neergelegd. De heer VAN MIDDELKOOP heeft zijn plannen nog niet eerder met de gemeente besproken.

Hoorzitting gemeenteraad Capelseweg/Bermweg donderdag 7 januari 2021

Pagina:

4

De heer VLOT heeft de heer Jongenelen gesproken die vanuit diens positie als ondernemer wel het voorstel heeft neergelegd om in het gebied een verandering aan te brengen, eventueel uitgekocht te worden en zzp-bedrijfsruimte te realiseren. Hij vraagt of de heer Van Middelkoop daarvan kennis heeft genomen. De heer VAN MIDDELKOOP weet dat en trekt redelijk samen op met de heer Jongenelen. Hij dient zijn voorstel voor het eerst namens Kristel Capelle BV in. Het zijn soortgelijke plannen als dat de heer Jongenelen al veel eerder heeft gelanceerd. Daarop komt de heer Balfoort straks terug en die plannen zijn al eerder bij de gemeente Capelle ingediend. Kristel BV heeft eerder geen plannen ingediend en zijn genoemde alternatieven zijn vandaag voor het eerst naar voren gebracht. Dat gebeurt uiteraard in goede samenwerking met de heer Jongenelen. De heer HARINCK vraagt welke parkeerplaats de heer Van Middelkoop in optie 3 bedoelt, de parkeerplaats die nu bij B2 ligt, of de parkeerplaats die honderden meters verderop ligt. De heer VAN MIDDELKOOP bedoelt de parkeerplaats achter de loods van de heer Jongenelen, dus 200 meter à 300 meter verder aan de Capelseweg. De heer HARINCK informeert naar de eigenaar van die parkeerplaats. De heer VAN MIDDELKOOP antwoordt dat de gemeente Capelle aan den IJssel daarvan eigenaar is.

Mevrouw KING-DE HOOG vraagt waarom de heer Van Middelkoop zijn plannen nu pas neerlegt. De heer VAN MIDDELKOOP is pas in september/oktober 2020 over de plannen geïnformeerd en is toen daarover gaan nadenken. Eerder en in 2017 was hij niet van de plannen op de hoogte. De heer ZANTING herinnert aan het in 2017 door de raad in gezamenlijkheid met burgerparticipatie vastgestelde gebiedspaspoort 1.0, dat regels aangeeft voor het voor- en achterterrein. Eind 2018/begin 2019 heeft een ontwikkelaar de gemeente benaderd, die het gehele terrein wil ontwikkelen. Dat is eigenlijk niet correct, omdat het slechts gaat om het voorterrein en een deel van het achterterrein. Er waren vervolgens heel veel besprekingen tussen de gemeente en de ontwikkelaar zonder bewoners daarin te kennen. Er is een intentieovereenkomst met de ontwikkelaar getekend. De ontwikkelaar gaf aan zich te houden aan het gebiedspaspoort van 2017 en binnen die kaders te zullen ontwikkelen. Eind 2019 werd er een bouwplan door de ontwikkelaar gepresenteerd, welk plan totaal niet past binnen het huidige gebiedspaspoort. Het bevreemdt hem dat de gemeente vervolgens het paspoort/de regels aanpast. Het herziene gebiedspaspoort is 1.1 genoemd; blijkbaar durfde de gemeente het niet aan om dat Gebiedspaspoort 2.0 te noemen, wat in zijn ogen meer terecht zou zijn.

Volgens het huidige gebiedspaspoort gelden voor het voorterrein regels en voor het achterterrein zijn de hoofdlijnen uiteengezet, die met partijen, belanghebbenden en bewoners ingevuld zouden worden. Nu gaf mevrouw Van der Wouden aan dat dit in het herziene paspoort is aangevuld. Volgens hem is het niet aangevuld, maar totaal gewijzigd. Hij vindt het belangrijk toch verder te gaan, omdat er iets moet gebeuren met de potentieel mooie hoek. De heer Krans zal namens omwonenden nader toelichten hoe dat op te pakken is. De heer EILANDER vraagt in welke hoedanigheid de heer Zanting inspreekt. De heer ZANTING spreekt in namens zichzelf en is buurman van het terrein waarvoor het ontwikkelplan is ingediend. De heer BALFOORT spreekt in namens de heer Jongenelen, eigenaar van het achterste deel van het achterterrein (B6). Het bedrijventerrein dat ligt op B6, is onderdeel van het gebiedspaspoort en volgens de gemeente moet het bedrijventerrein samen met het voorterrein integraal ontwikkeld worden. Het bestemmingsplan is dan ook gemengd gebied. Dat wil zeggen: wonen én bedrijvigheid. Daarom is de ruimtelijke inpassing zo belangrijk en is het noodzakelijk dat de gemeente met bedrijven had gesproken.

Toch moet hij helaas constateren dat er tot op heden vrijwel geen contact is geweest met de projectontwikkelaar en de gemeente, en dat al zijn initiatieven, bezwaren en zienswijzen in het eerdere proces niet serieus genomen of zelfs niet eens beantwoord zijn. De boodschap van vanavond aan de raad is dan ook dat het gebiedspaspoort in deze vorm niet rijp is voor besluitvorming. De aanwezige bedrijven zijn namelijk nauwelijks tot niet betrokken bij de ontwikkeling van een woonwijk in dit gemengde gebied. Dat levert tal van inpassingsproblemen op, het leidt tot groot risico van overlast (denk aan geluid-, geur- en verkeershinder), gaat ten koste van de bedrijfsmogelijkheden en niet in de laatste plaats leidt het ontbreken van goede afspraken, bijvoorbeeld over een ontsluiting, tot grote onveiligheid. Dit moet volgens hem anders en dat kan alleen anders als de gemeente samen met de projectontwikkelaar om tafel gaat met omwonenden en met de bedrijven om voor een goede inpassing te zorgen.

Hoorzitting gemeenteraad Capelseweg/Bermweg donderdag 7 januari 2021

Pagina:

5

Op 13 november 2017 heeft de gemeenteraad het Gebiedspaspoort Capelseweg/ Bermweg vastgesteld. Dat was in overeenstemming met de breed gedragen gebiedsvisie Landelijk Capelle. Het gebiedspaspoort had een belofte, een ambitie en een procedure. Het gebiedspaspoort is vastgesteld met deze belofte dat bewoners, ondernemers en organisaties bij het plan betrokken zouden worden. De ambitie was dat ook het achterterrein onderdeel is van de integrale planontwikkeling. De procedure was een uitnodiging om met initiatieven te komen. Na het vaststellen van dit gebiedspaspoort heeft zich een projectontwikkelaar bij de gemeente gemeld en die heeft een initiatief ingediend. Een initiatief dat – hoewel op zich begrijpelijk – niet helemaal voldeed aan de uitgangspunten van het gebiedspaspoort 2017.

In plaats van het initiatief af te wijzen of te verzoeken om het aan te passen aan de uitgangspunten van het oude gebiedspaspoort heeft de gemeente de rode loper uitgerold en niet het initiatief, maar in plaats daarvan het hele gebiedspaspoort aangepast: de nokhoogte is op verzoek van de ontwikkelaar aangepast; het aantal maximaal op het achterterrein te bouwen huizen is verhoogd naar de wensen van de ontwikkelaar; het lommerrijk en landelijk wonen is aangepast naar dorpse bebouwing; de eis van het doortrekken van de watergang is vervallen naar de wens van de ontwikkelaar; de eis van een afzonderlijke ontsluiting voor het bedrijventerrein is vervallen naar de wens van de ontwikkelaar. Het zijn stuk voor stuk uitgangspunten van het vorige gebiedspaspoort, die overigens pasten bij de gebiedsvisie Landelijk Capelle, die nu een voor een vervallen zijn of dusdanig aangepast zodat ze precies passen bij de wensen van de projectontwikkelaar. En al deze aanpassingen zijn gedaan zonder participatie. De inspraakmomenten voor de buurt vonden allemaal na twee jaar na het vaststellen van het gebiedspaspoort plaats en voor het eerst na het ontwerp van het tweede gebiedspaspoort.

Dit gebiedspaspoort brengt zoveel mensen op de been en geeft zoveel commotie, omdat het nu voorliggende concept alleen maar een uitwerking van alle belangen en een aanpassing naar alle wensen van de projectontwikkelaar is en dus geen realistisch en gedragen product van betrokken omwonenden en bedrijven. Daarom moet dit gebiedspaspoort naar zijn mening terug naar de tekentafel. Hij vraagt de raads- en commissieleden de gemeente op te dragen om hierin de regie te nemen en te zorgen dat er een breed gedragen eindproduct komt waarin ook de belangen van de omwonenden en bedrijven worden meegenomen. In die gesprekken moet het Gebiedspaspoort 2017 het uitgangspunt zijn, hoewel hij ook begrijpt dat er op een paar punten best het een en ander gewijzigd moet en kan worden. Belangrijk is dat de eerdergenoemde ambitie, beloftes en toezeggingen worden nagekomen. Vervolgens wil hij nog eens de noodzaak onderstrepen van een gedegen participatietraject. Dat doet hij aan de hand van inpassingsproblemen en het initiatief van de heer Jongenelen. De integrale ontwikkeling van het voorterrein en het achterterrein is niet alleen een ambitie, maar is zijns inziens ook noodzakelijk. Het voorgestelde gebiedspaspoort leidt tot verschillende inpassingsproblemen. De projectontwikkelaar moet rekening houden met bereikbaarheid van het achterliggende bedrijventerrein B6.

Door bijvoorbeeld een tekort aan parkeerplaatsen kunnen bewoners aan de zijkant van de weg parkeren, waardoor het plan niet bereikbaar is. Doordat het een privéweg is kan de gemeente niet handhaven, waardoor het terrein verminderd bereikbaar is. Een integrale benadering en gesprekken met de eigenaren van B6 hadden dit soort problemen kunnen oplossen. Hij vraagt hoe te borgen dat er niet geklaagd wordt over geluidsoverlast. Het gaat om een drukke bebouwing in gemengd gebied. Er kunnen vanaf 7.00 uur ’s ochtends tot 19.00 uur ’s avonds onbeperkt vrachtauto’s rijden. En buiten die tijden mag dat volgens landelijke wetgeving vier keer per dag. Dat levert veel geluid op dat niet bij een rustige woonomgeving past. Verder denkt hij aan geuroverlast van de overslag van groenafval, dat nu plaatsvindt op nog geen 20 meter van waar de nieuwe bebouwing wordt voorzien. Daarnaast wijst hij op de onveiligheid van grote vrachtautocombinaties die over kleine wegen rijden en die een gevaarlijke combinatie vormen met spelende kinderen in de buurt. Om deze redenen is het zo noodzakelijk dat de eigenaren van de bedrijvigheid op B6 tijdig betrokken waren geweest bij de ontwikkeling van het gebiedspaspoort. Al deze punten zijn niet nieuw, maar zijn al jaren geleden en meermaals in 2017 bij de eerste nota van beantwoording van zienswijzen naar voren gebracht.

Tot op heden is er echter niets mee gedaan. Het verzoek aan de raad is dan ook om de gemeente en de projectontwikkelaar mee te geven dat er beter gekeken moet worden naar de inpasbaarheid van de bedrijvigheid in een woonomgeving. De heer Jongenelen, eigenaar van een gedeelte van het achterterrein, heeft zich in 2017 al gemeld op uitnodiging van de raad met het verzoek zijn plannen mee te nemen in de herontwikkeling van het gebied. De heer Jongenelen verklaart zich bereid om zijn grote bedrijvigheid met veel grote vrachtautocombinaties te revitaliseren en om te bouwen tot bedrijfsunits, kleinschalige containers en zo de uitstraling te verbeteren. De gemeente antwoordde daarop dat een bebouwingsoppervlak buiten de in het bestemmingsplan toegestane kaders niet wenselijk te vinden. Anders dan bij de projectontwikkelaar vond de gemeente hierbij wél de uitgangspunten van het bestemmingsplan leidend. Dat de initia-

Hoorzitting gemeenteraad Capelseweg/Bermweg donderdag 7 januari 2021

Pagina:

6

tieven en wensen van de projectontwikkelaar totaal niet aansluiten bij het geldende planologische regime, was echter geen probleem. Zo is het initiatief van de heer Jongenelen buiten de deur gezet en gehouden en daarop is verder ook niet teruggekomen. De heer Jongenelen heeft in 2018 vervolgens vaker om een gesprek gevraagd, ook afgelopen zomer, en heeft gevraagd in hoeverre zijn plannen nog meegenomen kunnen worden. Nu is het wellicht te laat, omdat het plan al redelijk vaststaat. In 2017 is het initiatief al ingediend en is verzocht om gesprekken met de gemeente. Bij het in te gane participatietraject vraagt hij de raad om ook de eventuele plannen en de initiatieven van de bedrijven van Jongenelen den Kristel Capelle BV mee te laten nemen. Die plannen leiden ook tot een betere inpasbaarheid van de woonbestemming en de bedrijvigheid. Ten slotte stelt hij voorop dat de eigenaren van B6 zich altijd coöperatief hebben opgesteld. Er is keer op keer aangeboden mee te denken over de inpasbaarheid van de bedrijvigheid, er zijn daarvoor initiatieven ingediend (zoals revitalisatie of ontsluiting over Capelseweg) en er zijn zelfs vanuit de eigenaren van B6 voorstellen gedaan om in het uiterste geval de gronden te verkopen en de bedrijven te laten verplaatsen, om van het hele plangebied en passend woongebied te maken.

Keer op keer zijn de voorstellen niet beantwoord en pakt de gemeente de handschoen niet op. In plaats daarvan heeft de projectontwikkelaar alle ruimte gekregen om diens woningbouw vorm te geven. Het meest bizarre is dat stukken op grond van de Wob verkregen bij de gemeente wel staat dat er gesproken is over de bedrijven en mogelijke voorstellen tot verplaatsing, terwijl die voorstellen niet concreet zijn gedaan. Wat kan de gemeenteraad nu nog doen? Dat is kort gezegd: terug naar de tekentafel, terug naar het voorstel uit 2017. Hij wil de raad de wethouder laten oproepen op om serieus werk te maken van de ambitie om het achterterrein integraal te ontwikkelen. Dat betekent: in constructief overleg en samenspraak met de eigenaren van B6. Hij adviseert raad op om de wethouder op te roepen om serieus te kijken naar alle ingediende initiatieven, ook die van de heer Jongenelen en te laten kijken het initiatief van de transformatie naar kleinschalige bedrijvigheid, of zelfs bedrijfsverplaatsing. Ten slotte wil hij in de uiteindelijke uitwerking de hele buurt mee laten meenemen en recht doen aan hun belangen en zorgdragen voor een duidelijk participatietraject. Alleen zo kan tot een goede inpassing worden gekomen van bedrijvigheid en bewoning in een gemengd gebied.

De heer TIESMA vraagt of de ontwikkelaar van het voorterrein überhaupt geen contact met de heren Balfoort of Jongenelen heeft gezocht. De heer BALFOORT antwoordt dat de projectontwikkelaar op een paar momenten contact heeft gezocht. In december 2019 was er onder andere een afspraak tussen de heer Jongenelen en de projectontwikkelaar, waarbij hij ook zelf aanwezig was. Dat waren verkennende gesprekken over wat eventueel te bieden was, waarop hij en de heer Jongenelen hebben gezegd ruimte voor ruimte ook prima te vinden. De heer Mahler heeft gezegd daarop terug te komen, waarop de heer Jongenelen heeft gerappelleerd. In de zomer van 2020 stond de heer Mahler weer bij de heer Jongenelen op het terrein, die al die tijd niets van zich had laten horen. De heer Jongenelen zei toen een pand aan de Kanaalweg te koop te zien staan, wat mogelijk iets zou zijn. De heer Jongenelen hoeft niet weg en verder dan wat telefoontjes is het nooit gekomen. Er is nooit wat op papier gekomen en de projectontwikkelaar heeft nooit concrete toezeggingen gedaan. Er is geen concreet aanbod gedaan, behalve een huurpandje aan de Hoofdweg. Dat vond de heer Jongenelen geen goed voorstel. De heer TIESMA informeert welk aantal vrachtauto’s in de praktijk per dag langskomt. De heer BALFOORT wijst op de bevoorrading door kleine vrachtauto’s van de voedselbank, die de hele dag heen en weer rijden.

Kristel Capelle BV verhuurt een terrein aan een hovenier, die over een vrachtauto met grijper beschikt. In november was er een gesprek met mevrouw Van der Wouden, toen hij met de heren Van Middelkoop en mevrouw Van der Wouden bij de locatie stond, in welke tijd die vrachtauto wel drie keer heen en weer heeft gereden. De heer Jongenelen beschikt over eigen vrachtauto’s die naar een grote loods rijden. Zolang er geen kleinschalige garageboxen komen blijven vrachtauto’s heen en weer rijden. Het aantal vrachtauto’s per dag kan hij niet precies aangeven, maar hij schat in dat het gaat om tien retourbewegingen per dag. De heer TIESMA vraagt of de heer Jongenelen heeft overlegd met de heer Van Middelkoop over het wegnemen van bedrijvigheid. De heer BALFOORT stelt dat Kristel Capelle BV meer een vastgoedbedrijf is dat zaken verhuurt en niet zelf bedrijfsmatig op de locatie zit. In het geval van de heer Jongenelen is dat wel zo. In diens geval zal dat een stukje bedrijfsverplaatsing zijn. Het verkoopcontract zal dus gelijk met het koopcontract getekend moeten worden, zodat de heer Jongenelen de zekerheid heeft diens spullen te kunnen verplaatsen. Hij vindt verkoop niet een optie die zeker niet op tafel ligt. Dat is bij de heer Mahler als uiterste optie aangeboden, omdat het gebied dan een woonbestemming kan krijgen, zodat de grote bedrijvigheid eraf kan.

Dan blijven er misschien alleen nog garageboxen over. De VOORZITTER vraagt de verkeersdeskundige van de gemeente iets te zeggen over de verkeersbewegingen.

Hoorzitting gemeenteraad Capelseweg/Bermweg donderdag 7 januari 2021

Pagina:

7

De heer VAN GAAL deelt mee dat de heer Kik niet in de hoorzitting ingelogd is. De heer SPRUIT informeert naar de voorkeur van de heer Jongenelen wat betreft de mogelijkheden voor diens bedrijf: transformatie op de huidige locatie of ruimte voor ruimte. De heer BALFOORT antwoordt dat de heer Jongenelen de grootste voorkeur heeft om te blijven op de huidige locatie en te blijven doen wat hij doet, zoals dat al jaren gebeurt. Dat is echter lastig, omdat er sowieso huizen komen op het voorste deel van het achterterrein. Die bewoners zullen gaan klagen in verband met vrachtauto’s en de geluid- en geurhinder. Er zit nu een bedrijf in de niet malse milieucategorie 3.2. Dat is echter niet inpasbaar. Het uitoefenen van zo’n bedrijfsfunctie neemt dus alle lol weg. De heer Jongenelen zit op het eind van diens werkbare bedrijfscarrière en hij kan zich voorstellen dat bedrijf op den duur af te bouwen en dat er dan kleine bedrijfsunits komen die te verhuren zijn aan zzp’ers. In het ergste geval kan de heer Jongenelen zijn bedrijf eventueel verplaatsen naar een pand in de buurt. De heer Jongenelen woont aan de Bermweg en als een nieuw pand in de buurt kan zijn is dat even goed. De voorkeur is echter een goede inpassing in het gebied. Het gevestigd blijven op de huidige locatie is hartstikke fijn, afschaling kan ook evenals helemaal verplaatsen. Alle opties liggen dus op tafel.

De heer EILANDER vraagt of de heer Jongenelen als ontwikkelaar het achterterrein wil ontwikkelen of samen met een ontwikkelaar ook het voorterrein wil ontwikkelen. De heer BALFOORT antwoordt dat de heer Jongenelen geen projectontwikkelaar is, zodat het antwoord op de vraag nee is. De heer Van Middelkoop is wel projectontwikkelaar en had wel willen meedenken over het voorterrein. De heer Jongenelen wil over zijn eigendom wel degelijk meedenken, wat hij met initiatieven ook heeft gedaan. De heer EILANDER vraagt waar het gevoel bij de heer Jongenelen vandaan komt om met de ontwikkelaar het voorterrein vorm te kunnen geven. Die vraag wil hij beantwoord hebben om de uitspraak te kunnen staven om terug te gaan naar de tekentafel met het gebiedspaspoort en de opstelling van de heer Jongenelen qua verwachtingsmanagement te kunnen staven. De heer BALFOORT ziet in het eind vorig jaar aan de raad voorgelegde gebiedspaspoort problemen als onveiligheid, geur- en geluidshinder en geen inpasbaarheid van woningen bij een bedrijf, zodat de enige conclusie is dat het gebiedspaspoort niet rijp is voor besluitvorming, omdat de inpasbaarheid niet goed is. Dat betekent dat het gebiedspaspoort terug moet naar de tekentafel.

De diagnose is dat er geen participatie is geweest voor bedrijven en de gemeente de rode loper voor de heer Mahler heeft uitgelegd en het gebiedspaspoort compleet naar diens wensen heeft aangepast, zonder de buurt en de bedrijven mee te nemen. Als dit gebiedspaspoort in deze vorm door de raad wordt geaccordeerd leidt dat tot inpassingsproblemen, omdat er niet goed over is nagedacht. Dat blijkt ook uit de bezwaren van o.a. de heer Van Middelkoop De in 2017 aangenomen uitnodiging van de raad was om initiatieven in te dienen, wat is gedaan. Het uitgangspunt is een integrale ontwikkeling van het voor- en achterterrein, wat niet is gebeurd. Er moeten dus nog slagen gemaakt worden voordat de raad een goed woon- en leefklimaat voor de beoogde woonwijk kan garanderen. De heer VLOT vraagt welke financiële aspecten er volgens de heer Balfoort hebben gespeeld bij het niet ingaan op de initiatieven van de heer Jongenelen en of daarover contact is geweest met Mahler of de gemeente. Hij is er inmiddels van op de hoogte dat projectontwikkelaar Mahler de tuinderswoning heeft aangekocht met het oog op een mogelijke sloop en een mogelijke ontwikkeling van dat stukje. De heer BALFOORT stelt voorop dat er nooit over geld richting de heer Jongenelen is gepraat en er nooit concrete aanbiedingen zijn gedaan tot uitkoop. In de zienswijze is o.a. aangegeven dat er nu bedrijvigheid is in categorie 3.2.

Als die categorie omlaag kan in geval van garages is dat een oppepper voor de woonwijk en dat verhoogt de huizenprijzen, waardoor de exploitatie beter rond te krijgen is. Over beweegredenen en exploitatieplannen van de gemeente weet hij niets, temeer omdat die geheim zijn. De exploitatie levert meer is als de bedrijvigheid minder groot wordt of wordt verplaatst. De kosten van verplaatsing kunnen daarmee ook gedeeltelijk worden gedekt. De heer HARINCK vraagt of de optie ruimte voor ruimte op basis van taxatie of op basis van vierkante meters gebeurt. De heer BALFOORT antwoordt dat dat gebeurt op basis van vierkante meters. Ruimte voor ruimte moet in die zin aantrekkelijk zijn dat een vervangende locatie niet meer dan een paar kilometer van zijn woonadres van de heer Jongenelen kan zijn en qua vierkante meters dezelfde mogelijkheden moet bieden. Mevrouw LAUW-SCHOUTEN begrijpt dat er mede-eigenaren zijn van B6 en zij vraagt wie dat zijn.

Hoorzitting gemeenteraad Capelseweg/Bermweg donderdag 7 januari 2021

Pagina:

8

De heer BALFOORT bevestigt dat de heer Jongenelen mede-eigenaar is van het terrein dat de gemeente heeft aangeduid als B6. Het gaat om het achterste deel, daar waar de loods staat. De heer Van Middelkoop beheert het deel ervoor, dat loopt vanaf de linkerkant van de Capelseweg tot de sloot aan de rechterkant. Dat deel omvat het braakliggende terrein en het pand dat de voedselbank huurt. De VOORZITTER vermeldt dat het aantal verkeersbewegingen enkele tientallen per dag is. Schorsing (20.52 – 21.00 uur) De heer KRANS spreekt in namens bewoners en bedrijven in de buurt van de Capelseweg/Bermweg. Zij hebben in 2019 na het zien van de plannen 103 handtekeningen opgehaald die de raad heeft ontvangen. Onlangs was er weer contact met alle bewoners waaruit ook weer steunbetuigingen zijn voortgekomen die de raad middels de griffie zijn toegezonden. Bewoners en bedrijven doen een concreet voorstel tot het effectief plaatsvinden van participatie van direct omwonenden, bedrijven en belanghebbenden en het door hen bijdragen aan het uitwerken van het Gebiedspaspoort Capelseweg/Bermweg. In 2017 is het niet gebeurd dat direct omwonenden,ondernemers, maatschappelijke organisaties en anderen bleven meedenken over invulling van het gebied, ook na vaststelling van het gebiedspaspoort, wat de oorzaak is van de reparatieslag.

Omwonenden en bedrijven willen met professionele participatieondersteuning meedenken over de hoek Capelseweg/Bermweg op basis van het door de raad in 2017 vastgestelde Gebiedspaspoort 1.0. Het doel is de betrokkenheid van burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties te krijgen, wat volgens de nieuwe Omgevingswet van belang is. Het gebiedspaspoort bevat de volgende elementen: watergangen en een groene landelijke omgeving, wonen aan het bos met een landschappelijke inpassing, passend bij de Capelseweg, de Bermweg en het Schollebos. Dat betekent dat de groene voortuinen van 8 meter en de sloot aan de Bermweg worden doorgezet en dat de huidige watergang langs de weg naar de bedrijven wordt verfraaid. Ook betekent het een goede lichtinval bij de buren en de overburen, een beperkte hoogte zoals beschreven in het gebiedspaspoort, schuine daken en een ruime parkeergelegenheid, ook voor overburen. Participatie is volgens hem niet nagekomen. Er was een toezegging dat het beeldkwaliteitsplan voor het achterterrein in participatie zou worden opgesteld, welke toezegging niet is nagekomen. Toegezegd is ook het gebiedspaspoort verder uit te werken, in casu het achterterrein, op basis van participatie. Participatie heeft echter niet plaatsgevonden en er is in 2019 gewoon een plan gepresenteerd dat daar niet aan voldeed.

Daarnaast is de toezegging van interactieve planvorming niet nagekomen. Nu ligt een plan voor dat strijdig is met het gebiedspaspoort. Na vaststelling heeft tot de presentatie in 2019 geen enkele participatie plaatsgevonden, en daarna was die ook verwaarloosbaar. Gesprekken waren meer informerend, maar geen participatie. De locatie kent een bijzonder welstandsniveau. De ontwikkeling moet aan de basiscriteria uit de Welstandsnota voldoen aan de gebiedscriteria van de historische polderlinten. Een herontwikkeling van het achterterrein wordt in de Welstandsnota benoemd als grootschalige ontwikkelingsopgave. Voor deze opgave is het ontwikkelen van een beeldkwaliteitsplan nodig, dat te zijner tijd zou worden opgesteld, wat niet is gebeurd. In de commissievergadering van 30 november jl. heeft hij nog met iets meer detail aangegeven wat precies de wensen zijn. De Omgevingswet kent aan participatie een belangrijke rol toe. Capelle aan den IJssel heeft daarin een voorbeeldfunctie met negen gebiedspaspoorten voor negen ontwikkellocaties. Nederland kijkt dus naar Capelle en daarom wil hij dat het goed gebeurt. Het opstellen van een gebiedspaspoort is de ideefase en daarna volgt de planfase waarin het plan wordt getoetst en er wordt gekozen. Daarna komen de realisatie- en evaluatiefase. In de komende tijd wil hij drie sessies laten organiseren, waarvoor de gemeente opdrachtgever is.

Participanten zijn burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties en er is een professionele procesbegeleider. Zelf heeft hij wat dat betreft goede ervaringen met bureau Awareness, een mogelijk geschikte partij. Men zou dan interactieve schetsen kunnen maken en komen tot een gezamenlijk product met als eindresultaat een advies over een uitgewerkt gebiedspaspoort, ook voor het achterdeel, waarover in april een advies aan het college te geven is. Zijn slotwens is tot een duurzame ontwikkeling te komen in de zin van verrijking van Landelijk Capelle en waarvan men langdurig plezier heeft: woongenot voor bewoners en omwonenden, met een goede plek voor de aanwezige bedrijven. Het gaat om iets om trots op te zijn en waarbij Capelle neer te zetten is als gemeente die goed met participatie omgaat. Mevrouw WEEMHOFF hoorde mevrouw Van der Wouden spreken over bijeenkomsten met 800 en 300 betrokkenen/belanghebbenden en vraagt hoe de heer Krans die bijeenkomsten ziet in relatie tot het participatieproces. De heer KRANS antwoordt dat er zeker wel die aantallen zijn uitgenodigd, maar zij zijn niet in sessies aanwezig geweest. Bijeenkomsten vonden al plaats in een lockdownperiode en waren digitaal. Op

Hoorzitting gemeenteraad Capelseweg/Bermweg donderdag 7 januari 2021

Pagina:

9

bijeenkomsten waren misschien 40 mensen aanwezig en dat waren geen participatiebijeenkomsten. Zij vonden alleen plaats om bezwaren te vernemen. Daarop is geantwoord dat het plan toch wel goed is. Die bijeenkomsten zijn niet wat hij onder participatie verstaat. Het enige wat men kon doen is iets mailen, wat werd overgezet, waardoor de essentie van de vraag vaak ontbrak. Er kwam dan ook vaak een half antwoord. De sessies werden na een uur afgesloten terwijl aanwezigen nog aan het schrijven waren. De heer OUDSHOORN had dezelfde vraag als mevrouw Weemhoff, die de heer Krans al heeft beantwoord. De heer TIESMA informeert naar de rol voor de projectontwikkelaar volgens de heer Krans. De heer KRANS weet dat de projectontwikkelaar/initiatiefnemer in de Omgevingswet nadrukkelijk wordt genoemd. De projectontwikkelaar wordt ook beoordeeld in hoeverre hij die participatie heeft gedaan. Als de projectontwikkelaar niet gelooft in participatie, dan heeft die weinig kans om het plan door te zetten. Ook voor de projectontwikkelaar is het van het grootste belang dat die omgaat met participatie en echt contact opneemt met omwonenden in sessies en daarmee op een constructieve manier samenwerkt. Dat ontbreekt volgens hem bij de heer Mahler. Hij zou daarom graag willen dat de heer Mahler tot een andere lijn komt.

De heer TIESMA begrijpt dat er vier partijen aan tafel moeten zitten: gemeente, bewoners, bedrijven en de projectontwikkelaar. Hij vraagt namens welke bedrijven de heer Krans spreekt, die ook zelf hebben ingesproken. De heer KRANS vermeldt dat er verderop aan de Bermweg meer bedrijven zitten, waar er ook reacties van zijn. Zij steunen zijn initiatief en vinden het van belang dat de Capelseweg en Bermweg op een mooie manier worden ontsloten. Hij heeft dus ingesproken namens bedrijven die verderop zitten. De heer TIESMA begrijpt dat bedrijven met een achtertuin een nadrukkelijk belang hebben. De heer KRANS bevestigt dat zij nadrukkelijk betrokken moeten zijn. De heer TIESMA vraagt of de woningen een voortzetting moeten zijn van het gebiedspaspoort. De heer KRANS gaat uit van het door de gemeenteraad in 2017 vastgestelde gebiedspaspoort. De heer SPRUIT weet dat er wel bijeenkomsten waren met omwonenden en dat er tijdens commissieen raadsvergaderingen is ingesproken. Hij heeft ook brieven van of namens omwonenden ontvangen. Veel bezwaren toen gingen over het volume van het gebouw en daarover heeft wethouder Struijvenberg ook tot twee keer toe een gesprek met een aantal omwonenden gehad. Die gesprekken hebben geleid tot aanpassing van het gebouw of gebiedspaspoort.

Hij vraagt de heer Krans hoe 103 omwonenden aankijken tegen het voorliggende paspoort en waar voor hen de echte bezwaren liggen. De heer KRANS verwijst daarvoor naar zijn gepresenteerde dia waar elementen op staan, zoals de groene voortuinen, het voortzetten van de sloot en de watergang, een goede lichtinval en de beperkte hoogte. Die elementen zijn in het gebiedspaspoort afgesproken, maar staan niet in het plan. Wethouder Struijvenberg heeft gezegd met Mahler te gaan praten, wat omwonenden niet konden. Daarna gingen er vier woningen van vier rijtjes van vijf af welke woningen bovenop de flat werden geplaatst. Bij een voortuin van 3 meter werd die 70 centimeter naar achter geplaatst. De sloot werd niet voortgezet. Het ging dus om marginale aanpassingen. Daarom wil hij terug naar het originele gebiedspaspoort en dat van daaruit met elkaar uitwerken. De heer SPRUIT reageert dat er nu een ander gebiedspaspoort voorligt en vraagt wat de bezwaren van de 103 omwonenden daartegen en het plan zijn. De heer KRANS noemt in dat verband te weinig water en groen, te hoge bebouwing, recht omhoog gaande gevels, te veel huizen, te weinig ruimte voor het verkeer, geen goede parkeergelegenheden, geen goede invulling van de plaatsen van de vuilcontainers en geen goede aansluiting bij de rest van de Bermweg.

Die zaken waren goed geregeld in het vigerende gebiedspaspoort en zijn vervallen in het huidige gebiedspaspoort om de plannen van de projectontwikkelaar te faciliteren. Daarmee ondergraaf je volgens hem de burgerparticipatie. De heer SPUIT hoort op zijn vraag geen concreet antwoord. Volgens hem zijn in gesprekken met de wethouder zaken naar voren gekomen, zoals goothoogten en volume van het gebouw, waarop een aanpassing heeft plaatsgevonden. De wethouder heeft aangegeven er met bewoners te zijn uitgekomen. Nu hij de heer Krans hoort zijn er twee totaal verschillende werelden, omdat die niet lijkt te willen praten over het voorliggende plan. De heer KRANS begrijpt dat de heer Spruit zegt uit te gaan van het Gebiedspaspoort 1.1 en het plan daarin moet passen. Dat is echter niet wat is afgesproken in november 2017. Toen is gezegd een kwaliteitsimpuls aan natuurlijke ontwikkeling te gaan geven en bij uitvoering en uitwerking rekening te houden met dat soort componenten. Er zou daarover intensief in gesprek met de omgeving worden gebleven en met elkaar worden opgetrokken. Dat is echter niet gebeurd. Hij wil eerst het beeldkwaliteitsplan maken en van daaruit het achtergebied op een goede manier ontwikkelen in een uitgewerkt

Hoorzitting gemeenteraad Capelseweg/Bermweg donderdag 7 januari 2021

Pagina:

10

paspoort. Vanuit dat paspoort is te komen tot een goede gebiedsontwikkeling, waarvoor er sessies zijn. 103 omwonenden hebben moeite met het niet nakomen van beloften en willen dat herstellen. De heer RAADSEN lijkt het een heel goed plan dat er op een integrale manier ontwikkeling plaatsvindt met alle betrokkenen op basis van het originele gebiedspaspoort, met name voor het achterterrein. Hij kan zich voorstellen dat zelfs het idee opkomt om de grenzen van het gebied nog iets ruimer te trekken, met name waar het de relatie met het bos betreft. Als mensen er wonen kan hij zich voorstellen het leuk te vinden een voetgangers- of fietsverbinding te hebben met het achtergelegen Schollebos en het fiets- en voetpad aldaar. Hij vraagt hoe de heer Krans daartegenover staat. De heer KRANS weet niet hoe 103 bewoners daartegenover staan en lijkt het typisch een idee om in een sessie met elkaar te verkennen. Daar zijn dergelijke sessie ook voor, ook om de voor- en nadelen in beeld te krijgen en tot een gezamenlijke consensus of besluiten te komen. Hij staat daarvoor zeker open. De heer EILANDER vraagt of het nieuwe paspoort 1.9 een basis kan zijn voor een reparatieachtige actie, en begreep dat dat volgens de heer Krans niet kan, die wil dat de belofte hersteld wordt opnieuw te beginnen. Gebiedspaspoort 1.9 is namelijk op een aantal punten al aangepast.

Zijn er haakjes om met het huidige plan toch door te gaan of moet er voor de bewoners worden teruggegaan naar 2017? De heer KRANS vindt dat het gebiedspaspoort 1.9 met alle tekortkomingen te veel afwijkt van het gebiedspaspoort uit 2017, waarin de bewoners niet zijn meegenomen, zodat men terugmoet naar 2017 en de beloften van toen. Dat moet in april tot een raadsvoorstel kunnen leiden. De VOORZITTER merkt op dat gebiedspaspoort 1.9 niet bestaat en het gaat om het voorliggende gebiedspaspoort. De heer EILANDER bedoelt inderdaad de laatste versie. De heer SARITAS interesseert het buitengewoon wat de heer Mahler van de inbreng van de insprekers vindt en of die zou willen meewerken aan de participatie, zoals alle insprekers voorstellen. De VOORZITTER wijst erop dat het gaat om een gedachtewisseling met omwonenden. De heer LASSCHUIT is bewoner van een woning aan de Capelseweg en een van de 103 ondertekenaars van de bezwaren. Hij heeft voornamelijk om inspraak verzocht vanwege signalen dat er een beeld zou heersen dat de geuite bezwaren slechts door enkele omwonenden gedragen zouden worden, zoals kartrekker Rutger Krans. Nogmaals benadrukt hij dat bezwaren wel degelijk door veel bewoners aan de Bermweg en Capelseweg worden gedragen. Het mooie van de hoorzitting vindt hij het horen van heel veel reële bezwaren en het aandragen van veel oplossingen.

Er is dus een behoefte om serieus genomen te worden en samen op te trekken in een functionele en constructieve burgerparticipatie. Hij vindt dat best wat constructieve antwoorden op suggestieve vragen worden gegeven. Daarin gaat het soms goed en soms niet. De discussie rondom het huidige geldende gebiedspaspoort had beter gekund en hij hoopt dat alle aanwezigen de getoonde betrokkenheid waarderen en dat er een handreiking komt om samen te werken naar een verbetering van het gebied, waarin zowel de uitstraling van de stad als de leefomgeving van de huidige omwonenden en bedrijven wordt verbeterd en dat er een nieuw thuis voor toekomstige bewoners wordt gecreëerd. Dat hoeft geen lang proces te zijn, zoals de heer Krans ook aangaf. Van welke versie wordt uitgegaan is volgens hem niet de vraag. Veel meer is het de vraag of iedereen daadwerkelijk gehoord is. Er was geen sessie waarin alle betrokkenen tegelijkertijd zijn gehoord. Als op constructieve wijze een duidelijk proces wordt neergezet kan er rondom april een prima besluit genomen worden, waarin alle betrokkenen, bedrijven, omwonenden en de projectontwikkelaar een heel mooi perspectief voor Capelle kunnen creëren. De heer OUDSHOORN is benieuwd naar de mening van de heer Lasschuit en diens bereidheid om op basis van het laatste voorstel het gesprek aan te gaan en de sessies in te gaan.

De heer LASSCHUIT vindt die vraag complex, maar snapt dat het de wens is een bepaald startpunt te creëren. Er zijn echter duidelijke bezwaren geuit tegen het proces en hoe tot een bepaald punt is gekomen. Als het proces niet is goed gegaan is dat een raar punt om te starten. Iedereen heeft vrij duidelijke richtlijnen en wensen. De bezwaren tegen het huidige gebiedspaspoort zijn duidelijk. Persoonlijk heeft hij geen voorkeur voor een startpunt, maar het allerbelangrijkst is het aan tafel te gaan zitten met alle stakeholders, wat is gemist in het voortraject. Omwonenden, gemeente, bedrijven en de ontwikkelaar moeten actief betrokken zijn en dat moet het startpunt zijn om zo snel mogelijk tot een conclusie te komen. In april zou er iets definitiefs kunnen zijn en daarop zou men zich kunnen richten, in plaats van een startpunt te definiëren.

Hoorzitting gemeenteraad Capelseweg/Bermweg donderdag 7 januari 2021

Pagina:

11

De heer OUDSHOORN begrijpt dat het de heer Lasschuit om het traject gaat en het product wat daaruit voortkomt. De heer LASSCHUIT gaat het om het uiteindelijke eindresultaat, wat niet het voorliggende Gebiedspaspoort 1.1 is. De heer ZANTING is het volkomen eens met de heer Lasschuit en vraagt of de heer Mahler 2017 als startpunt wil hanteren, gezien de handtekening dat die zich daaraan wil conformeren. De VOORZITTER neemt aan dat de heer Mahler die vraag gehoord zal hebben. De heer HARINCK stelt een vraag over de bijdrage van mevrouw Van der Wouden, die het had over 300 enquêtes en 700 aanwezigen bij een bijeenkomst, terwijl de heer Krans het had over 50 aanwezigen. Hij wil helderheid over wie wanneer ontvangen en aangeschreven zijn. Ook wil hij weten wanneer het verslag van de hoorzitting beschikbaar is. De VOORZITTER antwoordt dat het verslag ongeveer een week na de hoorzitting beschikbaar zal zijn. Mevrouw VAN DER WOUDEN laat weten dat voor de eerste bijeenkomst 700 omwonenden zijn uitgenodigd, waarvan er zich 70 hebben gemeld. Voor de tweede inspraakronde zijn 300 omwonenden uitgenodigd, waarop 35 mensen zich hebben aangemeld voor de sessie. De heer HARINCK informeert naar de verschillen.

Mevrouw VAN DER WOUDEN heeft gekeken naar de reacties, die niet uit het gebied buiten de 300 omwonenden kwamen, zodat is geredeneerd voor de tweede bijeenkomst aan 300 uitnodigingen genoeg te hebben. De heer VAN LOEF complimenteert de voorzitter en de insprekers, waarvan hij zeer onder de indruk is. Hij vraagt hoe het proces nu verder gaat op basis van wat vanavond is gezegd. 4. Sluiting. De VOORZITTER herinnert eraan dat in de commissievergadering is afgesproken een hoorzitting te organiseren waarmee de raad recht wil doen aan het volledig horen van inwoners door de raad in dit complexe dossier. Hij constateert dat met hetgeen vanavond is gewisseld met alle betrokken partijen daaraan is in ieder geval voldaan. De vraag is hoe nu verder. Er zijn bezwaren geuit en er zijn oplossingen en alternatieven aangedragen. Enerzijds is er het in 2017 vastgestelde gebiedspaspoort en anderzijds het nu voorliggende gebiedspaspoort. Procedureel lag dat laatste gebiedspaspoort voor in de commissievergadering van 30 november 2020, wat niet is behandeld vanwege de ingelaste hoorzitting. Procedureel zou het zo zijn dat dat gebiedspaspoort alsnog door de commissie besproken wordt, zodat het punt als zodanig geagendeerd kan worden. Dat kan tot een andersoortige bespreking leiden dan normaal, in het licht van wat vanavond aan de orde was. Of dat zo zal zijn, is aan de raad.

Dan moet worden bekeken hoe die bespreking daar gaat lopen, tenzij de wethouder bijvoorbeeld voordien aangeeft dat eerst een andere koers te varen is in het licht van wat vanavond is besproken. Daarover kan hij nu geen uitspraken doen. Als dat niet zo is en het punt wordt geagendeerd, moet de commissie de inhoudelijke en politieke discussie voeren over hoe nu verder. Volgens de huidige planning zou de commissievergadering van 26 januari de meest voor de hand liggende zijn waarin het agendapunt aan de orde kan komen. De heer OUDSHOORN begrijpt de geschetste procedure, maar gehoord het besprokene vanavond heeft hij er behoefte aan om het stuk inhoudelijk op de volgende commissieagenda te krijgen, omdat het voor de bewoners voorbereiding vraagt, gezien de inspraakmogelijkheden. In elk geval wil hij het proces van het stuk op de commissieagenda laten plaatsen. De VOORZITTER vindt dat lastig en het ligt het meest voor de hand dat de Agendacommissie daarover spreekt. Mevrouw KING-DE HOOG vraagt of de raad alle relevante informatie heeft ontvangen. De VOORZITTER meent van wel en stelt vast dat alle presentaties in Notubox staan. De VOORZITTER sluit de hoorzitting om 21.52 uur.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9682396/1