03.07 - Rapportage Bomen Effect Analyse Poortmolen Capelle aan den IJssel 20241004 (003)
Tekst van het document
Bomen Effect Analyse Poortmolen Capelle aan den IJssel 4 oktober 2024
Colofon Opdrachtgever Gemeente Capelle aan den IJssel
Projectcode P240583
Status Definitief
Datum rapportage 4 oktober 2024
Opgesteld door Maarten Bakker (Boomadviseur)
Vrijgegeven door Jaco Houweling (European Tree Technician)
2
Inhoudsopgave 1. Inleiding...................................................................................................................... 4 2. Situatie ....................................................................................................................... 5 2.1 2.2
Plangebied en onderzoeksbomen ........................................................................................... 5 Voorgenomen werkzaamheden / uitgangspunten opdrachtgever ..................... 6
3. Resultaten .................................................................................................................. 7 3.1 3.2
De onderzoeksbomen ..................................................................................................................... 7 Bodem, beworteling en grondwater ...................................................................................... 8
4. Effectenanalyse ....................................................................................................... 11 4.1
Werkzaamheden en knelpunten ............................................................................................ 11
4.2
Projectinvloed op de bomen .................................................................................................. 12
5. Samenvatting en advies.......................................................................................... 15 5.1
Beantwoording onderzoeksvragen ....................................................................................... 15
5.2
Advies ..................................................................................................................................................... 15
Bijlagen ........................................................................................................................... 17 Bijlage A - Overzichtstekening ....................................................................................................................... 17 Bijlage B - Inventarisatielijst ............................................................................................................................ 17
Bomen Effect Analyse
1. Inleiding Wij hebben een Bomen Effect Analyse (BEA) uitgevoerd bij 9 bomen aan de Poortmolen te Capelle aan den IJssel. Het voornemen bestaat om de gebouwen op het terrein van Parnassia (locatie Poortmolen 121) te slopen en te vervangen door nieuwbouw. Aan de oostzijde van het terrein is de nieuwbouw ontworpen dichtbij de bomen aan de Poortmolen. Het doel van de BEA is het geven van inzicht in de eventuele gevolgen van de werkzaamheden voor de bomen. De BEA kan dienen als onderbouwing voor het bepalen van de werkwijze. Voor het onderzoek zijn de volgende vragen opgesteld: • •
Wat is de huidige conditie en toekomstverwachting van de bomen? Kunnen de werkzaamheden worden uitgevoerd zonder problemen voor de bomen?
•
Zo niet, welke maatregelen kunnen worden genomen om de bomen te behouden/beschermen?
In het kader van deze BEA hebben wij de volgende werkzaamheden uitgevoerd: •
Werkvoorbereiding. Inrichten van een digitaal projectbestand, KLIC-melding en bestuderen van de voorgenomen plannen.
•
Nulmeting. In kaart brengen van de huidige kwaliteit van de bomen: conditie, gebreken, aantastingen en ziekten; beheerknelpunten en toekomstverwachting.
•
Bodemonderzoek. Steekproefsgewijs graven van profielsleuven en doen van profielboringen om bodemopbouw, bewortelingspatroon en grondwaterstanden in beeld te brengen.
•
Effectenanalyse. Op basis van het definitieve ontwerp en de bevindingen wordt de projectinvloed op de bomen bepaald.
•
Advies opstellen. Formuleren van de te nemen maatregelen om schade aan de te behouden bomen te voorkomen/beperken.
Het veldwerk is uitgevoerd op 27 september 2024 door Maarten Bakker, werkzaam als boomadviseur bij De Boominspecteurs.
4
Poortmolen, Capelle aan den IJssel
2. Situatie 2.1 Plangebied en onderzoeksbomen Het plangebied omvat een deel van de straat Poortmolen waar 9 platanen staan. Aan de westzijde van deze straat ligt het terrein van Parnassia.
Afbeelding 1 geeft een overzichtstekening weer.
Afbeelding 1. Overzichtstekening van het plangebied met de beoordeelde bomen als groene punten.
Afbeeldingen 2 en 3 geven een impressie van het plangebied en de onderzoeksbomen
5
Bomen Effect Analyse
Afbeelding 2. Poortmolen met
Afbeelding 3. Poortmolen met
onderzoeksbomen (richting zuid).
onderzoeksbomen (richting noord).
2.2 Voorgenomen werkzaamheden / uitgangspunten opdrachtgever Uitgangspunt van de BEA is het duurzaam behoud van de onderzoeksbomen. De werkzaamheden bestaan uit sloop van de huidige bebouwing op het terrein van Parnassia en vervanging door nieuwbouw.
Ontwerptekeningen Bij deze effectenanalyse is gebruik gemaakt van het volgende kaartmateriaal: •
“Proefverkaveling Poortmolen (d.d. 20-09-2024)”
Uitgangspunten effectenanalyse Bij de effectenanalyse gaan we ervanuit dat: •
de 2 nieuwe wegen in het nieuwbouwplan met dezelfde dimensies worden doorgetrokken naar de openbare weg (Poortmolen);
•
de fundering voor deze 2 nieuwe inritten tot maximaal 0,5 meter onder maaiveld worden aangelegd;
•
de maximale goothoogte van de nieuwbouw 6 meter is en de maximale nokhoogte 10 meter is;
6
•
bij de bouw van de nieuwbouw 0,5 meter extra nodig is (buiten de footprint bebouwing) voor het realiseren van de fundering.
•
de achterpaden worden opgebouwd met een fundering van 0,3 meter onder maaiveld en dat elementverharding (30 x 30 tegels) wordt toegepast.
Poortmolen, Capelle aan den IJssel
3. Resultaten 3.1 De onderzoeksbomen Om een beeld te krijgen van de kwaliteit van de bomen, hebben wij gekeken naar conditie, toekomstverwachting en eventuele gebreken/aantastingen.
Hieronder lichten wij de resultaten nader toe. De resultaten per boom zijn terug te vinden in de inventarisatielijst in bijlage B. Soorten De onderzoeksbomen zijn gewone platanen (Platanus x hispanica). Beleidsstatus De bomen zijn gecontroleerd op verhoogde status via Groene_Kaart_Gemeente Capelle aan den IJssel Totaalkaart_boomnummers_A0_600dpi_landscape edit_1410-2014.pdf (sim-cdn.nl). De 9 bomen zijn benoemd als “Structuurbomen”. Dit zijn geen “Monumentale” of “Waardevolle” bomen. Conditie 5 bomen hebben een voldoende conditie. Bij deze bomen is sprake van een jaarlijks beperkt toenemend kroonvolume. 4 bomen hebben een onvoldoende conditie. De groei is vroegtijdig gestagneerd. Deze bomen hebben een verminderde knop- of twijgbezetting en/of twijgsterfte in de kroonrand. Gebreken en ziektes en aantastingen Bij de platanen zijn geen gebreken, ziektes of aantastingen aangetroffen die een veiligheidsrisico opleveren.
Toekomstverwachting in de huidige situatie De toekomstverwachting is een inschatting op basis van de huidige situatie en gaat uit van gelijkblijvende groeiplaatsomstandigheden. Voor de 9 bomen geldt een toekomstverwachting van meer dan 15 jaar. Op basis van de huidige situatie is het niet voorzienbaar dat deze bomen binnen 15 jaar gekapt moeten worden. Dit geldt ook voor de bomen met een onvoldoende conditie. De platanen hebben verder geen noemenswaardige gebreken en op deze groeiplaats met voldoende water kunnen ze meer dan 15 jaar mee.
7
Bomen Effect Analyse
Beheerbaarheid Bij het beoordelen van de beheerbaarheid wordt gelet op knelpunten in de openbare ruimte die veroorzaakt worden door de aanwezigheid van de boom (gerelateerd aan de omgeving). 2 bomen hebben een voldoende beheerbaarheid. Het proportioneel beheer is onbelemmerd voor ten minste 15 jaar. Knelpunten zijn beheersbaar en voor een periode van meer dan 15 jaar weg te nemen. Het gaat hier om lichte bestratingsopdruk. 7 bomen hebben een onvoldoende beheerbaarheid. Proportioneel beheer is niet (meer) houdbaar binnen de 5 tot 15 jaar. Deze beoordeling wordt gegeven aan de bomen die matige tot ernstige bestratingsopdruk veroorzaken.
3.2 Bodem, beworteling en grondwater Om een beeld te krijgen van de bodemopbouw, beworteling, grondwaterstand en invloed van de beoogde werkzaamheden, hebben wij 1 profielsleuf gegraven en 1 boring verricht (zie afbeelding 4). De profielsleuf is gegraven om inzicht te krijgen in de bodemopbouw, beworteling en invloed van de beoogde werkzaamheden. De boring is uitgevoerd om een algemeen inzicht te verkrijgen in de bodemopbouw en grondwaterstand in het gebied.
Afbeelding 4. De sleuf is weergegeven met een rechthoek en de boring met een punt.
8
Poortmolen, Capelle aan den IJssel
Indeling beworteling naar diameter Fijne wortels: wortels met een diameter van minder dan 1 centimeter. Dunne wortels: wortels met een diameter van 1 tot 3 centimeter. Dikke wortels: wortels met een diameter van 3 of meer centimeter. Bij dikke wortels worden het aantal en de diameter benoemd tussen haakjes. Hieronder beschrijven wij de bevindingen van het ondergronds onderzoek.
Profielboring Locatie 3 meter uit het hart van de stam van boom 4. Ten noordoosten van de boom. Bodem (cm beneden maaiveld)
Beworteling (cm beneden maaiveld)
0 - 10 cm: Matig humeus, matig fijn zand
0 - 10 cm: Intensief; fijne beworteling
10 - 35 cm: Humusarm, matig fijn zand
10 - 70 cm: Extensief; fijne beworteling
35 - 80 cm: Matig humeus, matig fijn zand
70 - 95 cm: Geen beworteling
80 - 95 cm: Humusarm zand Grondwater Op 75 – 80 cm is roestvorming aangetroffen*. Vanaf 80 cm vindt reductie plaats**. Het grondwater is aangetroffen op 95 cm onder maaiveld. Afbeeldingen
9
Bomen Effect Analyse
* Op 75 – 80 cm beneden maaiveld is roestvorming aangetroffen. Dit betekent dat het grondwater tot deze hoogte kan stijgen, daar in aanraking komt met zuurstof en ijzer, en hierdoor het ijzer in de bodem laat roesten. ** Vanaf 80 cm vindt reductie plaats. Dit betekent dat omzetting van stoffen plaatsvindt zonder de aanwezigheid van zuurstof in de bodem. Dit komt door het feit dat het grondwater soms tot deze hoogte kan stijgen.
Profielsleuf Locatie 1,5 meter uit het hart van de stam van boom 1. Ten westen van de boom. Bodem (cm beneden maaiveld)
Beworteling (cm beneden maaiveld)
0 - 50 cm: Humusarm, matig fijn zand
5 cm: Intensief; fijne beworteling (direct onder
Op 15 cm diep is een harde laag steenslag aangetroffen van 3 à 5 cm dik.
de bestrating) 5 - 15 cm: Intensief; fijne beworteling, 2 dunne wortels 15 - 50 cm: Extensief fijne beworteling
Grondwater Het grondwater is niet aangetroffen. Afbeeldingen
10
Poortmolen, Capelle aan den IJssel
4. Effectenanalyse In dit hoofdstuk beschrijven we de invloed van de werkzaamheden op de bomen.
4.1 Werkzaamheden en knelpunten Werkzaamheden De belangrijkste werkzaamheden waar de bomen hinder van zullen ondervinden zijn de nieuwbouw van meerdere panden op de locatie van Parnassia. Het project bevindt zich in de fase van een voorlopig ontwerp (stedenbouwkundige proefverkaveling). Knelpunten Te verwachten valt dat de werkzaamheden de volgende knelpunten voor de bomen zullen opleveren: Wortelschade. Door graafwerkzaamheden zal (ernstige) wortelschade ontstaan aan (oppervlakkige) beworteling. Schade aan beworteling heeft negatieve effecten voor bomen. Bij wortelschade aan fijne en dunne wortels zal de opnamecapaciteit (tijdelijk) verminderen, waardoor de conditie terugloopt. Bij wortelschade aan dikke wortels kunnen daarnaast stabiliteitsproblemen en permanente invalspoorten ontstaan voor houtparasitaire schimmels zoals honingzwam en dikrandtonderzwam. Deze zwamaantastingen kunnen direct of op termijn de stabiliteit, breukvastheid en toekomstverwachting negatief beïnvloeden. Verdichting / versmering door berijding van het open maaiveld met zware machines en (tijdelijke) grondopslag/maaiveldverhoging. Wanneer de bodem tot meer dan 3 MPa (megapascal) verdicht wordt, heeft dit een sterk belemmerende invloed op de wortelgroei (ophoping van bodemgassen, zuurstofgebrek, ondoordringbaarheid van de bodem voor boomwortels et cetera).
Stam- of kroonschade door werken nabij bomen met (grote) machines. Door beschadiging van bastweefsel kan het transport van water en voedingstoffen in de boom onderbroken of belemmerd worden. Bij schade aan het houtweefsel kunnen invalspoorten ontstaan voor houtparasitaire schimmels.
11
Bomen Effect Analyse
4.2 Projectinvloed op de bomen Bij het bepalen van de projectinvloed worden de bomen per knelpunt ingedeeld in 5 categorieën: • •
Goed (geen invloed) Voldoende (beperkte invloed)
•
Onvoldoende (belemmerende invloed)
•
Slecht (aanzienlijke invloed)
•
Zeer slecht (fatale invloed)
De effecten van de voorgenomen werkzaamheden zijn per boom weergegeven in de inventarisatielijst (bijlage B) en op de overzichtskaart (bijlage A). Met het oog op de uit te voeren werkzaamheden worden diverse knelpunten voorzien. Bij 1 boom kunnen meerdere knelpunten optreden. Bij de prognose van de projectinvloed is de opgetelde invloed van de knelpunten beoordeeld. Wij hebben de projectinvloed op de bomen als volgt beoordeeld: • 1 boom ondervindt een beperkte invloed van de werkzaamheden. • •
2 bomen ondervinden een belemmerende invloed van de werkzaamheden. 6 bomen ondervinden een aanzienlijke invloed van de werkzaamheden.
De invloed per knelpunt wordt hierna beschreven.
Verlies van doorwortelbare ruimte (kwantiteit) door nieuwbouw Alle bomen wortelen voornamelijk richting het terrein van Parnassia. Dit betekent dat zij wortelen in de bestaande tuinen en wegen op het terrein. Door nieuwbouw op locaties waar zich eerst tuinen (en wegen) bevonden, verdwijnt de groeiplaats voor de bomen. Voor 6 bomen heeft dit gevolgen: • Bomen 2, 4, 5, 7 en 9 ondervinden een aanzienlijke invloed. •
Boom 6 ondervindt een belemmerende invloed.
Schade aan wortels door werkzaamheden Inritconstructie (noordelijk) Boom 1 krijgt binnen het nieuwe ontwerp een inritconstructie (noordelijke inrit) binnen de stabiliteitskluit. Dit betekent dat tot maximaal 0,5 meter diep een fundering voor deze nieuwe inrit in de kluit gemaakt zal worden. Dit heeft een
aanzienlijke invloed op de boom.
12
Poortmolen, Capelle aan den IJssel
Nieuwbouw Door de nieuwbouw op locaties binnen het terrein van Parnassia waar zich eerst tuinen (en wegen) bevonden, moeten de aanwezige wortels van de bomen verwijderd worden. Het gaat om beworteling buiten de stabiliteitskluit. Dit betekent een verminderd oppervlak (gemiddeld 20 tot 25 procent) aan wortels voor de bomen om zuurstof, water en voedingsstoffen op te nemen. Voor 7 bomen heeft dit gevolgen: • •
Bomen 2, 4, 5, 6, 7 en 9 ondervinden een belemmerende invloed. Boom 3 ondervindt een beperkte invloed.
Inritconstructie (zuidelijk) Binnen het nieuwe ontwerp is naast de noordelijke inrit ook een zuidelijke inrit ontworpen. Dit betekent dat er tot maximaal 0,5 meter diep een fundering voor deze nieuwe inrit gemaakt zal worden. Deze inritconstructie valt buiten de stabiliteitskluit van bomen 7 en 8, maar wel binnen de kroonprojectie. Dit heeft een belemmerende invloed op de bomen. Achterpad Tussen 2 bouwblokken wordt een achterpad aangelegd. Dit pad komt uit bij boom 6 aan de straat Poortmolen. In plaats van de huidige tuin komt hier een pad met fundering (tot 0,30 meter onder maaiveld). Hierdoor ontstaat bij boom 6 wortelschade buiten de stabiliteitskluit. Voor de boom heeft dit een
belemmerende invloed. Schade aan twijg- en takhout Door de nieuwbouw op locaties binnen het terrein van Parnassia komen de kroonranden van de bomen tegen de gebouwen aan. Hierdoor ontstaat schade aan twijg- en takhout. Gemeten is dat de kroonranden gemiddeld 7,0 tot 7,5 meter vanaf het hart van de stam uitsteken richting het terrein. De hoogte van de kroonrand is hierbij gemiddeld 5,5 tot 6,0 meter boven maaiveld. Aangezien de gemiddelde afstand van het hart van de stam tot de rooilijn van de nieuwbouw 5,75 meter is, komt de nieuwbouw tot circa 1,5 meter binnen de kroonrand. (Ook is er in de toekomst constant het probleem van takken en bladeren in de dakgoten van de nieuwbouw.) Dit heeft een beperkte invloed op bomen 2 tot en met 7 en 9.
13
Bomen Effect Analyse
Bij de realisatie van de nieuwbouw is waarschijnlijk een steiger nodig om werkzaamheden te kunnen verrichten aan de voorzijde van de nieuwe panden. Dit betekent dat tijdelijk de steiger tot 2,5 meter in de kroonrand komt te staan. Dit is vanaf een hoogte van 5,5 à 6,0 meter.
Aanleg huisaansluitingen vanaf Poortmolen Indien de huisaansluitingen voor de nieuwbouw vanaf de straat Poortmolen naar de woningen worden aangelegd, betekent dit dat deze nieuwe kabels en leidingen dwars door het wortelpakket van alle bomen moeten worden gelegd. Dit kan tot veel schade aan de wortels leiden. In het geval de huisaansluitingen door het wortelpakket van de bomen worden aangelegd, heeft dit een aanzienlijke invloed op alle 9 bomen. Aangezien nog niet duidelijk is hoe de huisaansluitingen zullen worden aangelegd, is dit in dit stadium nog niet meegenomen in de prognose van de projectinvloed.
14
Poortmolen, Capelle aan den IJssel
5. Samenvatting en advies 5.1 Beantwoording onderzoeksvragen 1. Wat is de huidige conditie en toekomstverwachting van de bomen? In de huidige situatie vertonen 5 bomen een voldoende conditie en 4 bomen een onvoldoende conditie. De toekomstverwachting is voor alle 9 bomen ten minste 15 jaar.
2. Kunnen de werkzaamheden worden uitgevoerd zonder problemen voor de bomen? De projectinvloed is beperkt (voldoende) voor 1 boom, belemmerend (onvoldoende) voor 2 bomen en aanzienlijk (slecht) voor 6 bomen.
3. Zo niet, welke maatregelen kunnen worden genomen om de bomen te behouden/beschermen? Zie paragraaf 5.2 voor de geadviseerde maatregelen.
5.2 Advies Met het oog op de geplande werkzaamheden adviseren wij het volgende:
Ontwerp aanpassen. De 9 bomen langs het projectgebied hebben een dusdanige kwaliteit en toekomstverwachting dat wij een aanpassing van het ontwerp / proefverkaveling sterk adviseren. Het gaat om de volgende wijzigingen: Verplaatsen rooilijn nieuwbouw Eén van de grootste knelpunten is het verdwijnen van de huidige groeiplaatsen van de bomen door nieuwbouw in de huidige tuinen (en wegen) op het terrein van Parnassia. Ook leidt de nieuwbouw tot aanzienlijk wortelverlies. Wij adviseren daarom de rooilijn van de nieuwbouw verder van de bomenrij te situeren. Om de huidige groeiplaats zoveel als mogelijk te behouden, is een nieuwe rooilijn gelijk aan de huidige rooilijn (van de hoofdgevel) aan te bevelen. Dit betekent een verplaatsing van de nieuwe rooilijn met 3,0 meter naar de oude rooilijn.
15
Bomen Effect Analyse
Door deze verschuiving verdwijnt ook het knelpunt van takken en twijgen van de kroonrand tegen de nieuwe gevels. Dit bespaart daarmee een snoeiactie bij de nieuwbouw en een terugkerende snoeiactie op de langere termijn (eens in de 4 à 5 jaar). Verplaatsen noordelijke inritconstructie De situering van de noordelijke inrit in het projectgebied leidt tot de aanleg van een weg met fundering in de stabiliteitskluit van boom 1. Aangezien deze boom hier aanzienlijk negatieve invloed van zal ondervinden, adviseren wij de locatie van de inrit te heroverwegen. Verplaatsen zuidelijke inritconstructie De situering van de zuidelijke inrit in het projectgebied leidt tot de aanleg van een weg met fundering binnen de kroonprojectie van bomen 7 en 8. Aangezien deze bomen hier een belemmerende invloed van zullen ondervinden, adviseren wij de locatie van de inrit te heroverwegen. Verplaatsen / aanpassen achterpad Het gefundeerde en verharde achterpad in plaats van de huidige tuin heeft een belemmerende invloed op boom 6. Wij adviseren daarom een heroverweging van de locatie van dit pad. Een andere optie is toepassing van een ander soort fundering en verharding, bijvoorbeeld halfverharding.
Toezicht Wij adviseren een boomtechnisch toezichthouder (niveau ETW of ETT) aan te stellen tijdens de werkzaamheden.
Algemene maatregelen voor boombescherming Bij de werkzaamheden adviseren wij de volgende randvoorwaarden in acht te nemen: •
•
Bescherming boom en groeiplaats. We adviseren de kroonprojectie plus anderhalve meter (kwetsbare zone) volledig af te schermen met geschakelde bouwhekken. Hier mag geen opslag van grond en materialen plaatsvinden. Stamommanteling plaatsen. (Alleen van toepassing indien bouwhekken niet mogelijk zijn). Voorafgaand aan de werkzaamheden moet bij iedere boom die schade kan ondervinden van de werkzaamheden een houten stamommanteling worden aangebracht (tot minimaal 2,5 meter hoogte). Deze moet zodanig
•
worden geplaatst dat de stamvoet en wortelaanzetten goed beschermd zijn. Voorkomen berijding groeiplaatsen. De werkzaamheden moeten zoveel mogelijk worden uitgevoerd buiten de kwetsbare zone rond de bomen. Als dit niet mogelijk is, moeten rijplaten worden aangebracht. Wanneer de groeiplaats wordt bereden, heeft dit negatieve gevolgen voor de te behouden bomen.
16
Bijlagen Bijlage A - Overzichtstekening Tekening met genummerde bomen en kleurcode voor de toekomstverwachting, in combinatie met de projectinvloed.
Bijlage B - Inventarisatielijst Overzicht van de kenmerken per boom.
Contactinformatie De Boominspecteurs Van Rietlaan 31 3461 HW LINSCHOTEN 085 822 80 90 info@boominspecteurs.nl www.boominspecteurs.nl