03.06 - Ontwerp Begroting 2022 GRJR
Tekst van het document
3.3 Bedrijfsvoering De burger mag van een gemeente verwachten dat gemeentelijke middelen rechtmatig, doelmatig en doeltreffend besteed worden, dat de gemeente een betrouwbare partner is en transparant is. De GRJR is een samenwerking tussen 15 gemeenten en daarmee zijn deze verwachtingen tevens criteria voor de bedrijfsvoering van de GRJR. Bestuurlijke processen Bestuurlijk is de GRJR een overleg- en uitvoeringsplatform waarbinnen de deelnemende gemeenten -uitgaande van het beginsel van autonomie van het lokale bestuur- de regionale samenwerkingsmogelijkheden op het gebied van bovenregionale jeugdhulp bespreken en daar vorm aan geven omdat de samenhang van een aantal strategische en ordenende taken daarom vraagt. Er is sprake van een overlegstructuur als kader om de feitelijke samenwerking in portefeuillehoudersoverleggen vorm te geven. De verantwoordelijkheid voor de organisatie berust primair bij het AB dat gevormd wordt door de wethouders van de deelnemende gemeenten. Vanuit iedere subregio wordt één wethouder afgevaardigd als 29
deelnemer in het Dagelijks Bestuur (DB). De strategisch en ordende taken zijn binnen het DB bij portefeuillehouders belegd en in sommige gevallen aangevuld met een wethouder uit het AB. Organisatie van de GRJR De organisatie van de GRJR ondersteunt de hierboven beschreven bestuurlijke processen. Ten behoeve van de ondersteuning van het AB en het DB is een ambtelijk secretaris aangesteld. De secretaris coördineert het proces zoals hierboven omschreven en geeft leiding aan de uitvoeringsorganisatie. Deze uitvoeringsorganisatie is door middel van een Uitvoeringsovereenkomst ondergebracht bij de gemeente Rotterdam. De uitvoering is een samenwerking tussen de GRJR-uitvoeringsorganisatie en individuele gemeenten: -
Van belang is dat over de toegang tot de jeugdhulp niet door de GRJR, maar door individuele gemeenten wordt beschikt. De organisatie van de toewijzing van jeugdhulp is dus geen onderdeel van de GRJR-bedrijfsvoering. De werkelijke vraag van een gemeente naar specialistische hulp wordt (mede) door de lokale toeleiding (bijvoorbeeld door wijkteams) bepaald. De gemeente stuurt daarmee rechtstreeks op het
gebruik
en/of
volume
(uitgezonderd
maatregelen
in
het
kader
van
jeugdbescherming en jeugdreclassering welke een juridische basis kennen). -
De zorgaanbieders dienen hun declaraties via het berichtenverkeer in bij de deelnemende gemeenten. Via een betaaltool worden de deelnemende gemeenten in staat gesteld om na controle de goedgekeurde declaraties bij de uitvoeringsorganisatie in te dienen waarna voor uitbetaling zorg gedragen wordt. Ten aanzien van de toeleiding naar specialistische zorg en voorzieningen voeren gemeenten lokaal een administratie van toekenningsbesluiten en zorgdeclaraties.
-
De financiële afhandeling van beschikkingen en declaraties behoort wel de GRJR-taken; de zorgkosten worden door de GRJR betaald en geadministreerd. De hiermee gepaard gaande lasten worden door de GRJR begroot en verantwoord.
Door deze taakverdeling heeft de GRJR een stevige informatiepositie om regionale sturingsinformatie te verzorgen. Door de informatie van de individuele gemeenten in een dashboard op GRJR niveau bij elkaar te brengen is de GRJR steeds meer in staat om op ook op het totaal van de specialistische jeugdhulp te gaan sturen.
30
De administratieve werkzaamheden ten behoeve van het uitvoeren van de GRJR-taken alsook het opstellen van de ontwerpbegroting en –rekening, tussentijdse rapportages, het beheer van de vermogenswaarden, de bewaring van archiefbescheiden conform gemeentewet zijn door het AB, op basis van de uitvoeringsovereenkomst, opgedragen aan de gemeente Rotterdam. Er is vanaf 2019 een verbeterplan ingezet waarin onder meer het contractmanagement en de ontwikkeling van de informatievoorziening centraal staan.
3.4 Rechtmatigheid De jaarrekening wordt in opdracht van het GR-bestuur gecontroleerd door de externe accountant Baker Tilly. Waar mogelijk steunt de accountant daarbij om interne beheersingsmaatregelen bij de Uitvoeringsorganisatie. Onderdeel van die intern beheersingsmaatregelen zijn interne audits door de onafhankelijke afdeling Financial Audit van de Gemeente Rotterdam. Bevindingen en aanbevelingen van de uitgevoerde interne audits worden door de accountant in eerste instantie gebruikt in een Management Letter waarmee de accountant de secretaris en het dagelijks bestuur geïnformeerd over aandachtspunten in de interne beheersing, die van belang zijn voor adequate financiële informatievoorziening en verantwoording. In tweede instantie gebruikt de accountant de interne auditbevindingen bij het vormen van een oordeel over getrouwheid en rechtmatigheid in de controleverklaring bij de jaarrekening. Verbetering interne beheersing De interne beheersing wordt in 2021 mede naar aanleiding van de bevindingen van de accountant verder aangescherpt. Het eerste doel daarvan is een tijdiger vollediger beeld van de financiën zodat beter op de financiële voortgang kan worden gestuurd, en tegenvallers eerder worden gesignaleerd. Het tweede doel is om de financiële verantwoording de jaarstukken en de afrekening van zorg met aanbieders soepeler te laten verlopen.
Hiermee wordt tevens de basis gelegd om eigenstandig (dat wil zeggen op basis van eigen oordeel in plaats van accountantsoordeel) een rechtmatigheidsverklaring te kunnen afgeven. Toetsingskader De controle van de jaarrekening vindt plaats met inachtneming van een door het AB vastgesteld controleprotocollen en een toetsingskader. Het toetsingskader rechtmatigheid 2015 is, met de op 17 oktober 2019 door het AB geactualiseerde lijst met wet- en
31
regelgeving, ook voor het jaar 2020 van toepassing. In het toetsingskader wordt onder meer ingegaan op de toepassing van de rechtmatigheidscriteria. Begrotingscriterium Met het begrotingscriterium wordt getoetst of het budgetrecht van het AB is gerespecteerd. Het systeem van budgetbeheer- en bewaking moet waarborgen dat de baten en de lasten binnen de begroting blijven en dat belangrijke wijzigingen of dreigende overschrijdingen tijdig worden gemeld aan het AB. De accountant heeft in 2020 aanbevelingen gedaan om het budgetbeheer te versterken zodat aankomende overschrijdingen vroegtijdiger worden gesignaleerd. Deze aanbevelingen zijn door het DB overgenomen en komen ook terug in de verbetering van de informatievoorziening. Voorwaardencriterium Met het voorwaardencriterium wordt getoetst op de naleving van de in de wet- en regelgeving vastgelegde voorwaarden. Bij het bepalen van de reikwijdte en scope van de audits en controles wordt de risico-benadering gehanteerd. Zwakke punten die de accountant signaleert in de interne beheersing worden zodoende ondervangen door uitgebreidere controlewerkzaamheden achteraf. Op accountantsaanbevelingen om de interne beheersing te versterken zijn, nadat medio 2020 de capaciteit van de uitvoeringorganisatie acties in gang gezet die voor de jaarverantwoording 2021 geëffectueerd moeten zijn.
Criterium misbruik en oneigenlijk gebruik Met het criterium misbruik en oneigenlijk gebruik wordt gekeken naar de werking van het vastgestelde GR-beleid ter voorkoming van misbruik en oneigenlijk gebruik, bestaande uit een mix van maatregelen op het gebied van voorlichting, controle en sanctionering. De accountant beveelt aan om op termijn ter versterking hiervan een frauderisicoanalyse op te stellen.
32
Hoofdstuk 4 FINANCIËLE BEGROTING
33
4. Financiële begroting 4.1 Overzicht baten en lasten
In de Kadernota 2022 zijn de uitgangspunten opgenomen voor de begroting 2022. In Hoofdstuk 2 van deze begroting is inhoudelijk toegelicht hoe deze uitgangspunten na reactie van raden op de Kadernota zijn verwerkt in de begroting. Bovenstaand overzicht toont hoe dit doorwerkt in de budgetten 2022 afgezet tegen 2021.
34
4.1.1 Toelichting op de lasten Onderstaande toelichting op de doorgevoerde mutaties is financieel van aard en bevat ook enkele financieel-technische (niet inhoudelijke) mutaties. Deze mutaties werken veelal door op meerdere budgetten. Mutaties Mutaties + Begroting 2021 inclusief taakstelling jaarschijf 2021 Taakstelling jaarschijf 2022 Vertrekpunt voor Begroting 2022 1Taakstelling 2022 verwerken over percelen A-E 5.369.394 2 Voorziening Transformatie en innovatie t.l.v. percelen A t/m E 2.000.000 3 Schuif van B naar C zit al in Raming 0 4 Perceel E Experimenteerruimte Capelle & Krimpen 5 GI ; vervallen drangtaak 6 Percelen A t/m I indexatie 3,24% voor 90% en 1,73% voor 10% 7.467.582 7 Risico’s Jeugdhulp 1,5% totale begroting excl Uitv 8 Uitvoerings kosten Indexatie 1,9% 75.932 9 Informatievoorziening en inkoop 250.000 10 Programmateam Regio-agenda 200.000 Totaal mutaties Begroting 2022
Mutaties -
Begroting 246.686.158 -2.684.697 244.001.461
-5.369.394 -2.000.000 -620.000 -3.800.000 -65.452
3.508.063 247.509.524
1. Verwerking taakstelling 2022 in opdrachten A tot en met E (budgettair neutraal) Het maatregelenpakket werkt structureel door met de al vanaf 2021 ingeboekte 1% opbrengst en vanaf 2022 extra 1% opbrengst. Dit bedrag van € 5.369.394 wordt in mindering gebracht op de budgetten 2022 voor de opdrachten A t/m E naar rato van het plan van aanpak dat bij de begroting 2021 was vastgesteld zoals hieronder weergegeven.
Plan van Aanpak (AB 1 juli 2020) maatregelen te verwerken in Begroting 2022 A. Meer ruimte voor preventie (lokaal ambulant en lokale keten) B. Sturen op de toegang (meer pleegzorg ipv opname; praktijkondersteuning huisartsen) C. Sturen op regie (casusregie) D. Sturen en monitoren (arrangementenmodel) E. Basis op orde (gemeentelijke administraties) F. Inkoop regionale jeugdhulp (lokaal inkopen) Te verwerken in Begroting 2022 o.b.v. aanname dat maatregelen 2021 in deze mate zullen zijn geslaagd voor 2022
Impact Impact Impact Impact Impact perceel A perceel B perceel C perceel D perceel E Bedrag 2022 2022 2022 2022 2022 2022 152.271 0 0 3.182.617 1.000.000 -1.337.119 1.845.706 -265.558 -756.709 0 0 0 188.800 -27.164 -77.405 0 0 0
0 0 -113.574 0 -11.618 0
0 -152.271 0 -2.845.498 -176.431 -533.435 0 0 -18.047 -54.566 0 0
5.369.394
-125.191
-194.478 -3.585.770
707.278 -2.171.233
NB: Het AB heeft in februari 2021 opdracht gegeven om begrotingsscenario’s op te stellen, ‘rekening houdend met de gewenste opbouw van de lokale hulp en de zorgen omtrent wachttijden in de regionale jeugdhulp’. Deze scenario-analyse kan aanleiding zijn voor correcties in de definitieve begroting 2022 (Zie verder hoofdstuk 2).
35
2. Voeding voorziening Transformatie en innovatie (budgettair neutraal) Om de ingezette transformatie voort te zetten en nieuwe initiatieven buiten de inkoopafspraken mogelijk te blijven maken, wordt vanaf 2022 structureel €2,0 miljoen toegevoegd aan deze voorziening. De benodigde €2,0 miljoen wordt vrijgemaakt door naar rato van de budgetten voor A t/m E te schuiven. Aangezien de begrote budgetten hoger zijn dat de met zorgaanbieders overeengekomen contractwaarden staan de huidige contracten deze verschuiving niet in de weg. 3. Schuif van B naar C voor kleinschalig wonen (technische wijziging, budgettair neutraal) In 2019 is gekozen om onder opdracht C: Langdurig verblijf een subsidie voor kleinschalig wonen mogelijk te maken voor cliënten die voor een langere periode behoefte hebben aan ondersteuning op maat. In de Kadernota 2022 is dit (zonder toelichting) technisch gecorrigeerd door in het meerjarenperspectief €1.500.000 te schuiven van B naar C. Deze technische correctie wordt nu ook in de begroting 2022 doorgevoerd. 4. Experimenteerruimte Opdrachten (D en) E (€ 620.000 voordeel) Gemeenten Capelle aan den IJssel en Krimpen aan den IJssel starten in 2022 met het experimenteren op de onderdelen E en D. Hierbij worden activiteiten uit perceel D en E vanuit de lokale toegang voor jeugd georganiseerd.
Zo zijn onder andere specialistische JGGZ, begeleiding bij complexe scheidingen en Opvoedondersteuning- en gezinsbegeleiding geïntegreerd in de hulp en dienstverlening vanuit het wijkteam. Deze ontwikkeling sluit aan bij de regiovisie waarbij deze taken vanaf 2023 ook lokale zullen worden georganiseerd. Voor Capelle aan den IJssel betreft het een verschuiving van 350.000 en voor Krimpen aan den IJssel 270.000 van de regionale inkoop naar de lokale begroting voor de inzet van jeugdhulp. Naast een verschuiving van het budget zal dit ook leiden tot een verlaging van het aantal jeugdigen dat via de regionale inkoop dient te worden voorzien aangezien deze hulp lokaal al is geregeld. Bij de berekening van de inleg wordt in eerste instantie de vlaktaks toegepast op de niet verlaagde begroting. Om deze gemeenten conform Kadernota te faciliteren met experimenteerruimte, wordt het vooruit te betalen van de inleg met dit bedrag verminderd. 5. Gecertificeerde instellingen (€ 3.800.000 voordeel) Voor de begroting 2022 GI’s zijn in lijn met het programmaplan de voorlopige aanname gedaan dat de taken van de GI’s bij ‘drang’ (met en zonder verzoek tot onderzoek) worden 36
overgenomen door de gemeenten. Het budget dat daarvoor in 2021 nog beschikbaar is gesteld wordt voor 2022 niet meer geraamd door de GRJR (-/- € 3,8 miljoen).
6. Indexatie van zorg gerelateerde kosten opdrachten A t/m I (totaal € 7.467.582 nadeel) In 2021 werd tot het allerlaatst gewacht met definitieve besluitvorming over indexering van de begroting 2021. Hierdoor was voor aanbieders en gemeenten zeer lang onduidelijk wat ze moesten verwachten. Bovendien stelde de doorvoering van tariefsverhogingen in zo’n laat stadium voor technische uitdagingen. Om herhaling te voorkomen is naar aanleiding van de AB-beraadslagingen van 15 december 2021 voor de begroting 2022 als uitgangpunt genomen, dat het op het moment van definitieve begrotingsvaststelling (juli 2021) beschikbare OVA-percentage wordt toegepast voor indexering van budgetten en tarieven. Deze beleidslijn sluit ook goed aan op de Norm voor opdrachtgeverschap waaraan de gemeenten zich hebben gebonden. De OVA is een indexcijfer voor arbeidskosten, terwijl de zorgtarieven op gemiddeld ca 10% materiële kosten zijn gebaseerd. Voor materiële kosten wordt een afzonderlijk indexpercentage gepubliceerd (de PPC) die doorgaans lager is dan de OVA. In het AB-besluit van december 2020 is al aangekondigd dat hier in toekomstige indexatie rekening mee kan worden gehouden. Hiermee sluit de GRJR overigens aan op de NZa. Ook de VNG hanteert deze methode bij de tarievenindexatie LTA-jeugd. In de raming van de budgetten voor de opdrachten A tot en met I zijn de volgende uitgangspunten toegepast: -
Voorlopige indexatie van de tarieven en budgetten voor 90% met voorlopig OVA 2021 van 3,24% en voor 10% met PPC van 1,73%;
-
De definitieve indexatie in de begroting 2022 zal plaatsvinden met de in juli 2022 bekende (dan vermoedelijk definitieve) percentages OVA en PPC.
In combinatie met deze budgetindexatie krijgt het dagelijks bestuur het mandaat om de tarieven voor arrangementen en van subsidies met dezelfde percentages te indexeren. 7. Risico’s Jeugdhulp, waaronder impact Corona (€ 65.452 voordeel) In 2017 is voor het budget ‘Risico’s Jeugdhulp’ een bandbreedte van1,5 tot 2,0 % vastgesteld. Tot op heden is steeds de ondergrens van deze bandbreedte toegepast. In de begroting 2022 is weer 1,5% van het totale budget opgenomen voor ‘Risico’s Jeugdhulp’, of beter gezegd als ‘Bedrag Onvoorzien’. Zie paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing.
37
8. Indexatie van uitvoeringskosten (€ 75.932 nadeel) De budgetten Organisatiekosten GRJR, ICT-kosten, Accountantskosten en Werk en onderzoek worden geïndexeerd conform de jaarlijkse richtlijn van de deelnemende gemeenten met een percentage van 1,90%. 9. Uitvoeringskosten informatievoorziening en inkoop (€ 250.000 incl. € 200.000 inc.) In 2020 is het budget ‘Organisatiekosten GR’ structureel verhoogd naar €3.438.245 (prijspeil 2020). Dit bedrag wordt als vergoeding beschikbaar gesteld aan de gemeente Rotterdam voor directe personeelskosten van de Uitvoeringsorganisatie GRJR, ondersteunende diensten en faciliteiten. In het kader van het verbeterplan wordt gewerkt aan een nieuwe uitvoeringsovereenkomst met de gemeente Rotterdam, onderdeel hiervan is bezien of herijking van de gehanteerde tarieven nodig is. Met eventuele budgettaire gevolgen hiervan is in de begroting 2022 geen rekening gehouden. Naast deze vergoeding heeft de GR uitvoeringskosten die niet onder de interne dienstverlening van de gemeente Rotterdam vallen. Conform Kadernota zijn in de begroting 2022 de volgende extra uitgaven geraamd -
ICT kosten: structurele verhoging van €100.000 naar €150.000. Deze verhoging is nodig om de informatievoorzieningsfunctie van de GRJR structureel te versterken, zoals het periodieke sturingsinformatie en de monitor Kind in de Keten;
-
Projectbudget inkoop 2023 en implementatie wijzingen als gevolg van nieuwe aanbesteding: conform Kadernota wordt rekening gehouden met eenmalig €400.000 extra kosten gelijkelijk verdeeld over 2022 en 2023. Deze kosten betreffen onder meer projectadvisering, communicatie en trainingen.
[Om de aansluiting op de Kadernota te houden is deze verhoging niet geïndexeerd.] 10. Regionaal Programmateam Regio-agenda (€200.000 inc. nadeel) De samenwerkende gemeenten hebben een programmateam Regio-agenda ingericht, dat twee hoofdtaken heeft. Ten eerste het bewaken van de lokale vaststelling van de regiovisie in combinatie met het opstellen van de dynamische regioagenda. Dit is de inrichtingsfase. Ten tweede heeft het programmateam de taak om de regioagenda uit te voeren. In ieder geval tot en met 2023 om de samenhang met de nieuwe inkoopstrategie te borgen. Als het noodzakelijk is voor de transformatie in de jeugdhulp kan die regioagenda doorgezet worden tot en met 2025.
38
De samenstelling van het programmateam komt voort uit de wijze waarop de regioagenda is ingedeeld (met de thema’s regie, communicatie, transformatie en inkoop). De kwartiermaker is vooral noodzakelijk in het eerste en tweede jaar, maar die taken zijn eindig. Voor de uitvoeringsorganisatie geldt dat de benodigde fte’s beschikbaar zijn binnen het huidige personeelsbestand. Voor de gemeenten kan er 2fte vrijkomen door ambtelijke inzet uit te ruilen met het AOJ. Dit betekent dat waarschijnlijk alleen inzet van de kwartiermaker en communicatieadviseur om een extra investering vraagt van ca. €200.000. Deze is opgenomen in de begroting van de GRJR. 4.1.2 Toelichting op de baten De gemeentelijke bijdragen bestaat uit twee delen: -
Bijdragen in kosten Jeugdhulp (via de vlaktaks)
-
Bijdragen in kosten Veilig Thuis Regio Rijnmond (specifieke verdeelsleutel)
Betaalritme gemeentelijke inleg De vastgestelde inleg per gemeente dient in vier termijnen1 steeds voor de 10e van de eerste maand van ieder kwartaal te worden betaald, zodat de GRJR beschikt over voldoende liquide middelen om zorgdeclaraties en subsidievoorschotten te kunnen uitbetalen. Toelichting bijdrage in kosten Jeugdhulp (excl. VTRR) Tussen
de
samenwerkende
gemeenten
is
afgesproken
te
werken
met
een
vereveningssystematiek die enerzijds de schommelingen van zorgkosten opvangt, maar anderzijds wel gemeenten afrekent op het werkelijke zorggebruik. Het gekozen vereveningsmodel model wordt het vlaktaksmodel genoemd en helpt om met risico’s te spreiden over de jaren. Bij deze bekostigingssystematiek betaalt iedere gemeente uiteindelijk de eigen kosten, maar eventuele schommelingen in de kosten worden gedurende twee jaar opgevangen. Hiermee blijft de prikkel om minder gebruik te gaan maken van specialistische voorzieningen behouden. Daarnaast is het zo dat een gemeente die in een jaar minder afneemt dan gefinancierd dit in de jaren daarna vertraagd terugkrijgt in de vorm van een lagere bijdrage aan de regeling.
1 Het betaalritme is door het AB op 17 september 2020 gewijzigd van maandelijks naar kwartaalgewijs om
liqiduiditeitstekorten te voorkomen. 39
In 2019 is dit vlaktaksmodel geëvalueerd. Vanaf 2021 wordt de bijdrage van iedere individuele gemeente aan de gemeenschappelijke regeling bepaald door het zorggebruik te nemen over twee voorafgaande peiljaren (T-1 en T-2) met de verhouding 2/3. (T-1) en 1/3 (T-2) Tot en met 2020 was dit op basis van drie voorafgaande peiljaren (T-1, T-2 en T-3). Het vlaktaksmodel is als volgt toegepast: -
Stap 1: bepalen reële inleg: Deze inleg wordt bepaald op basis van het gemiddelde van de feitelijke productie van 2 opeenvolgende jaren. Deze stap is voor het eerst volledig gerealiseerd in het jaar 2021. In dat jaar wordt het zorggebruik genomen van de twee voorafgaande peiljaren dit met de verhouding 1/3 voor 2018 (T-3) en 2/3 voor 2019 (T-2) voor de begroting 2021. De uitkomst van deze som is de percentuele inleg van de individuele gemeente over het begrotingsjaar.
-
Stap 2: productiecorrectiefactor: Naast het gebruik over t-2 en t-3 wordt binnen de rekenregel ook rekening gehouden met de geconstateerde werkelijke afwijkingen tussen inleg en productie over de voorgaande jaren. Vanaf t+2 wordt de gerealiseerde over- of onder productie over een periode van 2 jaar opgenomen in de berekening van de reële bijdrage.
De verdeelsleutel van de uitvoeringskosten wordt geheel gebaseerd op de bijdrage per gemeente in de zorgkosten Jeugd en daarin meegerekend, en is daarmee gelinkt aan het werkelijke zorggebruik van gemeenten. Deze uitgangspunten leiden tot de volgende inleg per gemeente (op basis van concept Voorlopige Jaarstukken 2020):
Deelnemers GR Albrandswaard Barendrecht Brielle Capelle aan den IJssel Goeree-Overflakkee Hellevoetsluis Krimpen aan den IJssel Lansingerland Maassluis Nissewaard Ridderkerk Schiedam Vlaardingen Westvoorne Rotterdam Totaal
Definitief resultaat gebruik 2019 1,1% 2,7% 0,6% 5,2% 2,9% 2,7% 2,4% 3,7% 2,3% 7,5% 2,8% 6,6% 6,2% 0,7% 52,4% 100,0%
Voorlopig Resultaat 2020
Gemiddeld Begroting excl %* VTRR 0,9% 0,96% 2.222.182 2,7% 2,72% 6.267.252 0,8% 0,77% 1.769.624 5,3% 5,30% 12.228.371 2,8% 2,83% 6.517.939 2,9% 2,87% 6.608.198 2,3% 2,33% 5.381.303 3,2% 3,38% 7.804.661 2,3% 2,30% 5.297.071 8,1% 7,89% 18.203.463 3,3% 3,12% 7.193.686 5,3% 5,70% 13.150.568 5,7% 5,90% 13.610.073 0,6% 0,59% 1.369.950 53,8% 53,33% 123.003.801 100,0% 100,00% 230.628.142
Begroting Verrekening Verrekening Basis-inleg % verhouding VTRR Begroting Totaal helft JR2019 helft vJR2020 2022 inleg 198.814 2.420.995 -72.492 -281.810 2.066.693 0,8% 369.193 6.636.445 -318.773 -199.013 6.118.659 2,5% 147.568 1.917.193 -197.279 70.557 1.790.470 0,7% 760.406 12.988.777 -1.121.781 -213.559 11.653.437 4,7% 395.037 6.912.976 571.004 380.190 7.864.170 3,2% 456.676 7.064.874 -382.658 260.880 6.943.096 2,8% 260.810 5.642.113 -144.012 -356.796 5.141.305 2,1% 537.583 8.342.244 801.004 2.356 9.145.604 3,7% 371.285 5.668.355 280.312 221.052 6.169.719 2,5% 1.215.053 19.418.516 -308.105 359.457 19.469.868 7,9% 505.622 7.699.308 163.334 478.445 8.341.087 3,4% 1.011.544 14.162.111 256.869 -1.515.172 12.903.809 5,2% 910.829 14.520.903 318.204 -342.977 14.496.130 5,9% 114.037 1.483.987 -544.714 -533.137 406.136 0,2% 9.626.926 132.630.726 699.087 1.669.529 134.999.342 54,5% 16.881.381 247.509.524 0 0 247.509.524 100,0%
40
Aanpassing inleg in verband met experimenteerruimte opdrachten D en E Om de gemeenten Capelle aan den IJssel en Krimpen aan den IJssel gelegenheid te geven hun experimenteerruimte te financieren worden, conform de geamendeerd door het algemeen bestuur vastgestelde Kadernota, de kosten ad €350.000 resp. €270.000 in mindering gebracht op hun inleg op de programmabegroting 2022. Dit wordt achteraf verrekend.
Bijdragen in kosten Veilig Thuis Voor VTRR geldt dat de bijdrage per gemeente gebaseerd wordt op het aantal meldingen in het jaar t-2 en het inwonertal (CBS) van 1 januari voorafgaand aan het betreffende begrotingsjaar (t-1). Dit in overeenstemming met de besluitvorming van september 2018. Met de subsidiëring van VTRR geven de samenwerkende gemeenten gelijktijdig uitvoering aan de Jeugdwet (meldpunt kindermishandeling) en de Wmo (meldpunt huiselijk geweld). Over de financiering hiervan heeft het dagelijks bestuur van de GRJR in december 2018 besloten, dat per (Wmo-)centrumgemeente in overleg met de betrokken gemeenten nadere afspraken zijn te maken over de onderlinge verdeling van de kosten en de inzet van de DUVO-middelen. Dit betekent dat de GRJR de kosten naar rato over alle deelnemende gemeenten zal verdelen2. De gemeenten maken per Wmo/DU VO regio onderling zonder tussenkomst van het GR-bestuur uit in hoeverre zij hierdoor ontstane verschillen onderling verrekenen. Dit resulteert in onderstaande verdeling:
2 Reden hiervoor is dat per DU VO regio eigen beleid voor de aanpak van huiselijk geweld wordt gevoerd waar
de GRJR geen bemoeienis bij heeft. De afgesproken naar rato verdeling was niet doorgevoerd in de begroting 2019, 2020 en 2021. Dit heeft te maken met de tussentijds verwerkte aanscherping meldcode per 1 januari 2019, waarvoor de centrumgemeenten extra bijdragen ontvingen en via de GR beschikbaar stelden. 41
Gemeente
Brielle Goeree-Overflakkee Hellevoetsluis Nissewaard Westvoorne
Aantal inwoners per 1 jan 2021, bron: CBS) Aantal Aandeel (%) 17.423 1,3% 50.049 3,8% 40.296 3,0% 85.403 6,4% 14.903 1,1%
Aantal meldingen 2020 (bron Qrapportages VTRR) Subtotaal Aantal Aandeel (%) Subtotaal € 61.177 91 0,7% € 86.391 € 175.735 231 1,8% € 219.301 € 141.490 332 2,6% € 315.187 € 299.873 964 7,5% € 915.180 € 52.328 65 0,5% € 61.708
Bijdrage VTRR 2022 Subtotaal € 147.568 € 395.037 € 456.676 € 1.215.053 € 114.037 € € € € € € €
198.814 369.193 760.406 260.810 537.583 505.622 9.626.926
253.478 € 732.904 € 651.259 €
371.285 1.011.544 910.829
100,0% € 12.216.326 €
16.881.381
Albrandswaard Barendrecht Capelle aan den IJssel Krimpen aan den IJssel Lansingerland Ridderkerk Rotterdam
25.799 48.637 67.315 29.396 63.338 46.665 652.541
1,9% 3,7% 5,1% 2,2% 4,8% 3,5% 49,1%
€ 90.587 € 170.777 € 236.361 € 103.217 € 222.396 € 163.853 € 2.291.244
114 209 552 166 332 360 7.727
0,9% € 1,6% € 4,3% € 1,3% € 2,6% € 2,8% € 60,0% €
Maassluis Schiedam Vlaardingen
33.551 79.356 73.925
2,5% 6,0% 5,6%
€ 117.806 € 278.640 € 259.570
267 772 686
2,1% € 6,0% € 5,3% €
100% € 4.665.056
12.868
Totaal
1.328.597
108.227 198.416 524.045 157.593 315.187 341.769 7.335.681
42
4.3 Financieel perspectief Geprognosticeerde balans De GRJR heeft in 2020 een voorziening gevormd door rijksmiddelen ten behoeve van transformatieprojecten die meerdere jaren bestrijken en vanuit deze voorziening worden gesubsidieerd. Naar verwachting zal deze voorziening in 2021 volledig zijn benut. Zoals bij het Overzicht Baten en lasten is toegelicht, wordt vanaf 2022 uit de exploitatie jaarlijks een bedrag van €2.000.000 toegevoegd aan de voorziening Transformatie en innovatie, zodat nieuwe projecten kunnen worden ondersteund. Meerjarenraming
43
Definitieve Voorlopig BEGROTING Jaarrekening Jaarrekening 2021 2019 (AB juli 2020 (versie DB (AB 2020) april 2021) juli 2020)
Begroting 2022
Raming GR 2023
Raming GR 2024
Raming GR 2025
Meerjarenraming 2022 - 2025 LASTEN A
Gewoon opgroeien buiten gezien (Pleeghulp)
21.347.688
23.292.776
21.845.040
22.939.354
22.939.354
22.939.354
22.939.354
B
Weer naar huis (Opname)
64.309.648
61.221.155
62.247.659
59.679.289
59.679.289
59.679.289
59.679.289
C
Opgroeien met blijvende ondersteuning (Langdurig verblijf)
D
Steun, hulp of behandeling overdag (Daghulp)
E
8.687.920
11.461.334
9.342.676
10.883.013
10.883.013
10.883.013
10.883.013
13.793.253
14.300.457
14.513.379
14.576.040
14.576.040
14.576.040
14.576.040
Pakket thuis (Ambulante hulp)
43.864.471
44.472.604
43.880.862
40.452.544
40.452.544
40.452.544
40.452.544
F
Crisishulp
9.152.639
8.431.459
9.467.944
9.760.409
9.760.409
9.760.409
9.760.409
G
Gecertificeerde instellingen
44.270.313
48.637.712
46.340.131
46.340.131
46.340.131
46.340.131
46.445.454
44.080.154
44.080.154
44.080.154
44.080.154
1. JB/JR maatregelen dwang & drang/ Crisis Interventie Team 2. Buitenregionale plaatsingen (GI) 3. KSCD
781.258
805.391
805.391
805.391
805.391
1.411.000
1.454.586
1.454.586
1.454.586
1.454.586
H
Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR)
13.943.147
16.375.000
16.375.541
16.881.381
16.881.381
16.881.381
16.881.381
I
Overige
57.836.904
19.041.702
15.436.758
15.913.599
15.913.599
15.913.599
15.913.599
1. Buitenregionale plaatsingen (incl pleegzorg)
1.736.000
1.789.625
1.789.625
1.789.625
1.789.625
2. Extra ASR
1.147.800
1.183.256
1.183.256
1.183.256
1.183.256
3. Landelijke inkoop
12.148.598
12.523.868
12.523.868
12.523.868
12.523.868
4. Acute dienst GGZ Uitvoeringskosten i
Risico's Jeugdhulp
tl
Transformatiefonds/Innovatie
404.360
416.851
416.851
416.851
416.851
2.995.329
5.602.808
7.623.284
10.083.764
10.083.764
9.683.764
9.683.764
-
1.424.530
3.626.839
3.561.386
3.561.386
3.561.386
3.561.386
342.066
-
-
2.000.000
2.000.000
2.000.000
2.000.000
io
Organisatiekosten GR
1.936.072
3.425.920
3.521.445
3.588.353
3.588.353
3.588.353
3.588.353
ic
Specifieke ICT-kosten
156.050
83.164
100.000
151.900
151.900
151.900
151.900
ia
Accountantskosten
122.414
114.802
75.000
76.425
76.425
76.425
76.425
iw
Werk en Onderzoek
432.604
552.091
300.000
305.700
305.700
305.700
305.700
-
-
Projectbudget Inkoop en Implementatie
-
Programmateam Regio-agenda U
Overige kosten
z
Totaal lasten
Totaal lasten na Taakstelling
200.000 200.000 -
-
-
247.509.524
247.509.524
247.109.524
247.109.524
6.123
2.301
235.930.999
248.469.608
249.370.855 -2.684.697
0-
-2.684.697
-5.369.394
-5.369.394
235.930.999
248.469.608
246.686.158
247.509.524
244.824.827
241.740.130
241.740.130
Nog toe te wijzen taakstelling z
200.000 200.000
De meerjarenraming gaat uit van ongewijzigde omstandigheden ten opzichte van 2021, met uitzondering van: -
Uitvoeringskosten: deze zijn in verband met de voorbereiding en implementatie van de Inkoop 2023 en ten behoeve van de uitwerking van de Regio-agenda in 2022 en 2023 incidenteel hoger geraamd.
-
Conform plan van aanpak taakstellingen bij de Begroting 2021 is voor 2023 en 2024 een nog toe te wijzen oplopende, structurele taakstelling.
Herstelplan Vlaardingen In verband met herstelplan Vlaardingen in het kader van het preventieve toezicht is voor deze gemeente een extra taakstelling opgenomen. Een tabel met aansluiting met dit herstelplan is in de bijlage van deze begroting opgenomen.
44
Vanwege de vlaktaks die binnen de begroting van de GRJR gehanteerd wordt is het zo dat de effecten van besparingsmaatregelen qua effect doorwerking hebben in de jaren T+1 en T+2. De taakstellingen 2021 en 2022 zijn inmiddels verwerkt. Samen met de nog toe te wijzen taakstelling voor 2023 en 2024 en de extra taakstelling werkt dit als volgt door in de te verwachten bijdrage van Vlaardingen. In onderstaande tabel is zichtbaar hoe op de bedragen uit het herstelplan van Vlaardingen middels deze systematiek wordt aangesloten:
4.3 Overige toelichtingen en overzichten 4.3.1 Overhead Tot de overhead worden de kosten gerekend die niet een directe relatie hebben met de (gecontracteerde of gesubsidieerde) jeugdhulp, jeugdreclassering/-bescherming of het advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling (Veilig Thuis). Het zijn die kosten die ondersteunend en faciliterend zijn aan genoemde directe kosten. Onderstaand is een uitsplitsing van de kosten opgenomen die tot de overhead gerekend worden. Overhead
Organisatiekosten GR Specifieke ICT-kosten Accountantskosten Werk en Onderzoek Projectbudget Inkoop en Implementatie
Lasten
Programmateam Regio-agenda
3.588.353 151.900 76.425 305.700 200.000 200.000
Totaal
4.522.378
4.3.2 Fiscaliteiten Hieronder wordt ingegaan in hoeverre de fiscale wetgeving van toepassing is op de uitvoering van de taken door de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond. Vennootschapsbelasting Op basis van informatie van het bureau rijksheffingen van de gemeente Rotterdam kan worden aangenomen dat de GRJR niet wordt verplicht om vennootschapsbelasting te betalen.
45
In de eerste plaats is er geen sprake van een onderneming in fiscale zin, daaronder begrepen een uiterlijk met een onderneming overeenkomende werkzaamheid. Er worden geen diensten op de markt verkocht. En er is geen te verwachten winst. Voor zover er bij de GRJR overschotten of tekorten ontstaan, worden die naar rato verrekend met de aangesloten gemeenten. Als er geen onderneming is, is er geen belastingplicht en ook geen aangifteplicht. In de tweede plaats kan een beroep worden gedaan op de samenwerkingsvrijstelling. Het gaat bij de jeugdhulp om de uitvoering van een overheidstaak waarmee niet in concurrentie wordt gedreven. Ook wordt voldaan aan de voorwaarde dat de gemeenten naar evenredigheid van de afgenomen activiteiten bijdragen aan de kosten van het samenwerkingsverband. BTW-heffing De GRJR ontvangt voor de uitvoering van zijn activiteiten bijdragen van de bij de deelnemende gemeenten. Deze bijdragen zijn van BTW heffing vrijgesteld (artikel 11, eerste lid, letter u, in verbinding met letter g, van de Wet op de omzetbelasting 1968). Dit brengt met zich dat het Openbaar Lichaam ter zake van de uitvoering van de taken in het kader van de Jeugdwet géén BTW in rekening brengt aan de aangesloten gemeenten.
De bijdrage die de gemeente Rotterdam ontvangt in verband met de ondersteuning van het Openbaar Lichaam Jeugdhulp Rijnmond bij de uitvoering van haar taken, is wel aan BTWheffing onderworpen. Naast deze bijdrage heeft de GRJR uitvoeringskosten die ook aan BTW-heffing zijn onderworpen. De in rekening gebrachte BTW wordt naar rato van de bijdragen ‘doorgeschoven’ naar de deelnemende gemeenten (BTW transparantieregeling). De gemeenten betrekken deze BTW bij hun opgave voor het BTW-compensatiefonds. 4.3.3 Baten en lasten per taakveld In onderstaand overzicht conform BBV zijn de baten en lasten per taakveld uitgesplitst. Taakveld
Baten
6.72 - Maatwerkdienstverlening 186.82 - Geëscaleerde zorg 186.83 - Geëscaleerde zorg 18+ Totaal
Lasten
183.524.322 55.186.024 8.799.177 247.509.524
Saldo
183.524.322 55.186.024 8.799.177 247.509.524
-
De hierbij gehanteerde indeling naar taakvelden is als volgt: Budget
Taakvelden
A
Pleeghulp
Maatwerkdienstverlening 18-
B
Opname
Maatwerkdienstverlening 18-
C
Langdurig verblijf
Maatwerkdienstverlening 18-
D
Daghulp
Maatwerkdienstverlening 18-
46
E
Ambulante hulpverlening
Maatwerkdienstverlening 18-
F
Crisis
Maatwerkdienstverlening 18-
G
Gecertificeerde instellingen 1. JB/JR maatregelen dwang & drang/ Crisis Interventie Team
Geëscaleerde zorg 18-
2. Buitenregionale plaatsingen (GI)
Maatwerkdienstverlening 18-
3. KSCD
Maatwerkdienstverlening 18-
H
Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR)
Geëscaleerde zorg 18- en 18+
I
Overige 1. Buitenregionale plaatsingen (incl. pleegzorg)
Maatwerkdienstverlening 18-
2. Adolescente Strafrecht (ASR)
Maatwerkdienstverlening 18+
3. Landelijke inkoop 4. Acute dienst GGZ
Maatwerkdienstverlening 18Geëscaleerde zorg 18Naar rato van totale lasten A t/m H per taakveld
Uitvoeringskosten
47
Hoofdstuk 5 VASTSTELLINGSBESLUIT
48
5. Vaststellingsbesluit Vastgesteld door het algemeen bestuur van Openbaar Lichaam Jeugdhulp Rijnmond. Rotterdam, 2 juli 2021,
J. Bokhove Mr. S. Hammer Voorzitter Openbaar Lichaam Jeugdhulp Rijnmond Secretaris a.i. Openbaar Lichaam Jeugdhulp Rijnmond
49