03.02 - Actualisatie Strategisch Huisvestingsplan Onderwijs 2025-2041
Tekst van het document
Het bedrag voor de stichtingskosten van een nieuw schoolgebouw komt daarin uit op € 3.705 per m2 bvo voor een school voor primair onderwijs en € 3.083 per m2 bvo voor een school voor voortgezet onderwijs (prijspeil juni 2024). De afschrijvingstermijn van nieuwbouw bedraagt 40 jaar.
6.4
Kanttekening bij ramingen
6.4.1 Kengetallen, normbedragen en indexatie In de financiële weergave wordt gewerkt met de kengetallen en normbedragen zoals beschreven in paragraaf 6.2. Het prijspeil is juni 2024. Daarbij moet worden aangetekend dat de bouwkosten de afgelopen jaren exorbitant zijn gestegen. Dat heeft te maken met zowel de ernstig verstoorde toeleveringsketen als gevolg van het stil liggen van de economie gedurende de coronapandemie als met de oorlog in Oekraïne én met het personeelstekort. In de afgelopen jaren zijn in heel Nederland diverse aanbestedingen van scholenbouwprojecten mislukt omdat de inschrijvingen tussen de 30% en 50% boven het budget lagen. De genoemde bedragen zijn nadrukkelijk een indicatie van de te verwachten investeringen die een bandbreedte kennen van -15% tot +15%. Daarnaast is er géén indexatie op voorhand toegepast op de bedragen van projecten die in latere jaren worden gerealiseerd. Ook wordt er op voorhand geen rekening gehouden met kostenverhogende aspecten zoals het saneren van asbest (voor zover relevant in het kader van de toe te passen ingreep). Voor wat betreft de genoemde indexatie stellen we voor aan te sluiten bij de index die het Bureau Documentatie Bouwwezen (BDB-index) jaarlijks publiceert in het kader van de actualisatie van het Kwaliteitskader Huisvesting. 27
Het SHO is een leidraad voor de te verwachten investeringen in onderwijshuisvesting. Per project wordt een separaat kredietvoorstel ter besluitvorming aan de gemeenteraad voorgelegd. 6.4.2 Vernieuwbouw als alternatief voor nieuwbouw Zoals gesteld in paragraaf 6.3.2 wordt voor vernieuwbouw een normbedrag aangehouden dat 80% bedraagt van het normbedrag voor nieuwbouw. Dat zou aanleiding kunnen geven om vanuit financieel-economisch oogpunt in beginsel uit te gaan van vernieuwbouw. Daar past echter een aantal kanttekeningen bij. Ten eerste hebben sommige scholen te maken met leegstand, hetgeen betekent dat nieuwbouw feitelijk voordeliger is omdat de omvang van de nieuwbouw (veel) kleiner is dan de te ‘vernieuwbouwen’ bestaande vierkante meters. Dat komt ook terug bij de voorgestelde ingrepen van bijvoorbeeld SBO De Balans en PCB De Fontein. Ten tweede is de keuze voor nieuwbouw in bepaalde gevallen ook ingegeven vanuit een gebiedsontwikkeling waarbij mogelijk percelen vrijvallen voor bijvoorbeeld woningbouw, zoals bij het Oostgaarde-project. Bij elke actualisatie van het SHO zal overigens worden bezien of vernieuwbouw een logisch alternatief kan zijn voor nieuwbouw. Het eerste nieuwbouwproject voor een bestaande school dat volgt uit deze actualisatie is voorzien in 2031. Voor die tijd wordt het SHO wederom geactualiseerd.
6.5
Investeringsoverzicht
In de tabel hieronder wordt inzichtelijk gemaakt welke investeringsbedragen er de komende jaren nodig zijn als de projecten conform dit SHO worden uitgevoerd. De genoemde jaartallen zijn de jaren waarin het project zou moeten zijn opgeleverd. Uiteraard gaan hier één of meerdere jaren aan voorbereiding aan vooraf.
School: OBS De Tweemaster*
Oppervlakte ingreep in Type ingreep: bvo: Nieuwbouw 1.118
Nieuwbouw OBS De Catamaran* PCB Het Baken* Nieuwbouw Technische Sjalomschool opwaardering SBO De Cirkel* Nieuwbouw SBO De Balans* Nieuwbouw PCB De Fontein* Nieuwbouw Accent Nieuwbouw Praktijkonderwijs* Inpandige gymzaal Accent Nieuwbouw Praktijkonderwijs* PCB De Horizon, locatie Nieuwbouw Koggerwaard* KC Ontdekrijk* Nieuwbouw Pieter Bas* Nieuwbouw Nieuwe school Nieuwbouw Rivium Uitbreiding capaciteit Fascinatio Groen van Prinsterer Contrabas
Uitbreiding Technische opwaardering Technische opwaardering
2025
TOTALE INVESTERINGS KOSTEN
2028
2029
2030
2031
2032
2033
2034
2035
2036
2037
2038
2039
810
2040
2041
€ 3.001.050
899
€ 3.330.795
1.156
€ 4.282.980
713 794 1.241
€ 2.641.665 € 2.941.770 € 4.597.905
3.234
€
9.970.422
488
€
1.808.040
1.382
€
5.120.310
758 1.352
€ €
2.808.390 5.009.160
1.458
€ 5.401.890
1.548
€ 5.735.340
1.238
€ 1.887.950
2.307
€ 2.653.050
€
€
2027
€ 4.142.190
Directe projectkosten Opslag interne kosten 6% Financieringsrente ** Tijdelijke huisvesting ***
2026
€ 2.653.050 € 1.887.950 € 5.735.340
€ 5.401.890 € 12.937.860
€ 11.778.462
€ 7.539.675
€
159.183 €
113.277 €
344.120
€
324.113 €
776.272
€
€
7.934 €
61.638 €
82.310 €
150.838 €
73.802 €
232.466 €
316.088 €
€ 542.857 € 542.857 €
542.857 €
542.857 € 542.857 €
78.966.475
* Vóór 2031 zal het SHO worden geactualiseerd, op dat moment wordt heroverwegen of eventueel vernieuwbouw een alternatief kan zijn ** Jaarlijks berekend over de cumulatieve projectkosten (directe kosten en opslag) tot en met het jaar van oplevering (3,0%) *** Gemiddeld bedrag per jaar berekend over de totale kosten voor tijdelijke huisvesting (€ 7,6 miljoen)
Tabel 4: totale investeringskosten
28
99.633 €
706.708 280.171 €
62.041 €
542.857 € 542.857 €
452.381
€ 2.641.665 € 4.282.980 € 3.330.795 € 3.001.050 € 4.142.190 €
158.500 €
256.979 €
199.848 €
180.063 €
33.864 €
103.183 €
132.270 €
107.881 €
99.734 €
92.205
542.857 € 542.857 €
542.857 €
542.857 €
542.857 €
542.857 €
542.857
177.539 €
248.531
6.6
Verloop jaarlijkse lasten
De jaarlijkse lasten bestaan uit: -
Kosten voor tijdelijke huisvesting Afschrijving op investeringen (inclusief interne organisatiekosten) Rente over investeringen
Zoals op te maken is uit tabel 4 worden de kosten voor tijdelijke huisvesting als jaarlijkse stelpost geraamd omdat op voorhand nog niet duidelijk is in hoeverre er voor elk specifiek project tijdelijke huisvesting nodig is en wat de eventuele omvang daarvan exact is. Op basis van de afschrijvingstermijnen zoals genoemd in paragraaf 6.2 en een rekenrente van 3,0 % ziet het verloop van de jaarlijkse lasten er in de periode 2025 - 2041 als volgt uit:
Verloop jaarlijkse lasten
2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035 2036 2037 2038 2039 2040 2041
€ € € € € € € € € € € € € € € € €
Totaal 7.934 € 61.638 € 307.289 € 1.074.553 € 1.324.668 € 1.471.552 € 1.858.325 € 2.380.072 € 2.534.250 € 2.976.444 € 3.056.219 € 3.316.384 € 3.343.985 € 3.485.362 € 3.666.854 € 3.805.669 € 3.923.231 €
Rente 7.934 € 61.638 € 166.677 € 291.023 € 389.151 € 536.035 € 779.658 € 958.552 € 1.112.730 € 1.242.795 € 1.322.569 € 1.382.933 € 1.410.534 € 1.481.908 € 1.549.900 € 1.600.449 € 1.638.483 €
Afschrijving 140.612 240.673 € 392.660 € 392.660 € 535.810 € 878.663 € 878.663 € 1.190.792 € 1.190.792 € 1.390.594 € 1.390.594 € 1.460.598 € 1.574.097 € 1.662.363 € 1.741.891 €
Tijdelijke huisvesting 542.857 542.857 542.857 542.857 542.857 542.857 542.857 542.857 542.857 542.857 542.857 542.857 542.857 542.857
Tabel 5: verloop jaarlijkse lasten
De financiële consequenties worden verwerkt in de Kadernota 2026 en de begroting 2026.
29
7.
Vervolg
7.1
Uitvoeringsprogramma
Nadat het geactualiseerde SHO is vastgesteld, zal een uitvoeringsprogramma voor de periode 2026 – 2029 worden opgesteld. Daarin worden de projecten die in de eerste vier jaren zijn voorzien in het SHO verder uitgewerkt. In het uitvoeringsprogramma komt ook de gedetailleerde rolverdeling tussen schoolbesturen en gemeente aan de orde, met andere woorden wie doet wat in elke fase van het proces en wat is daarvoor nodig? Ook kunnen in het uitvoeringsprogramma (proces)afspraken worden gemaakt over het gehele proces van opname in het SHO tot oplevering van het gebouw. Het uitvoeringsprogramma bestrijkt vier jaren en wordt naar verwachting in Q3 2025 in samenwerking met de schoolbesturen opgesteld. Het voorstel is om het SHO eveneens elke vier jaar te actualiseren. De eerstvolgende actualisatie van het SHO valt daarmee samen met het opstellen van het volgende uitvoeringsprogramma dat betrekking heeft op de jaren 2030 tot en met 2033.
7.2
Onderwijsbeleid en het SHO
Samen met de schoolbesturen hebben we intensief gewerkt aan de actualisatie van dit SHO. Zoals gesteld gelden daarbij de huidige uitgangspunten en beleidsmatige kaders. Bepaalde thema’s zullen in de toekomst absoluut van invloed zijn op de wijze waarop de schoolbesturen en de gemeente samen vorm geven aan goede onderwijshuisvesting. Eén van de belangrijkste voorbeelden waarover we nog geen afspraken hebben gemaakt, maar waarvan het wel de verwachting is dat dit de komende jaren aan de orde komt, zijn de (wettelijke) consequenties van de route naar inclusief onderwijs voor de onderwijshuisvesting. In paragraaf 3.4 is hier ook aandacht aan besteed. In de praktijk zal het dan gaan om de vraag in welke mate het steeds inclusiever worden van het onderwijs consequenties heeft voor de ruimtebehoefte van scholen. De verwachting is dat inclusief onderwijs en de consequenties daarvan voor de onderwijshuisvesting concreet worden benoemd in de eerstvolgende actualisatie van het SHO.
30