02.03 - verslag commissie Stadsontwikkeling en -Beheer van 15-02-2022
Tekst van het document
Verslag van de hybride vergadering van de commissie Stadsontwikkeling en -Beheer, gehouden op dinsdag 15 februari 2022, in de Raadzaal van het gemeentehuis en via Pexip, aanvang 21.00 uur (vervolg geschorste vergadering van 14 februari 2022) Aanwezig zijn als: voorzitter
:
mevrouw mr. A.S. van der Klauw-Cornet;
volksvertegenwoordigers :
de heer G. Spruit, raadslid Leefbaar Capelle; mevrouw J.W. Lauw-Schouten, raadslid Leefbaar Capelle; de heer L.C.A. Anink, raadslid VVD; de heer H.E. Tiesma, burgerraadslid D66; de heer B.H.W. Oudshoorn, burgerraadslid SGP; mevrouw C.W.J. Weemhoff MA, raadslid PvdA; de heer M.W. Vlot, raadslid SP; de heer E. Harinck, burgerraadslid CDA; de heer ing. P. Eilander, raadslid ChristenUnie; de heer E.C. Raadsen, raadslid GroenLinks; de heer drs. S. van Loef, raadslid Capels Bewoners Belang;
secretaris
:
de heer drs. A.J.M.C. Schoenmakers;
portefeuillehouder
:
de heer N.C. van Veen, wethouder;
notulist
:
de heer D.J. van Eck (Notuleerservice Dictum).
Op de publieke tribune zijn bij de aanvang van de vergadering geen personen aanwezig.
1. Opening, mededelingen en vaststelling agenda De VOORZITTER heropent de op 14 februari 2022 geschorste vergadering en heet eenieder van harte welkom. De heren Spruit en Vlot zijn digitaal aanwezig. 7. Capelse Transitievisie Warmte De VOORZITTER deelt mee dat landelijk is afgesproken dat alle gemeenten in 2021 een transitievisie warmte vaststellen, een visie op het vinden en benutten van duurzame alternatieven voor het gebruik van aardgas voor verwarming, warm water en koken. De Capelse visie is dus verplicht en bevat een verkenning van hoe alle gebouwen in Capelle aardgasvrij gemaakt zouden kunnen worden. Tegen deze achtergrond wordt de commissie gevraagd haar opvatting te geven over de Capelse visie en de Nota van beantwoording. De heer OUDSHOORN informeert naar de toegezegde reactie van de wethouder op de inspreker, welke reactie de wethouder vooraf aan de behandeling zou meegeven. Wethouder VAN VEEN reageert dat de vragen van de inspreker ambtelijk al zijn beantwoord. Gemeenten kunnen keuzes maken voor een duurzaam alternatief voor aardgas. Dit gebeurt in een zorgvuldig proces. Gebouweigenaren mogen altijd zelf kiezen met welk duurzaam alternatief ze hun gebouwen willen verwarmen. Er komt dus geen verplichting om bijvoorbeeld mee te doen aan een warmtenet, een van de uitgangspunten van de inspreker.
In gebieden waar gemeenten deze keuzes maken is het na een bepaalde termijn niet meer mogelijk te blijven op het aardgasnet, aangezien overgestapt wordt op een duurzaam alternatief.
684926/723792
Behorende bij commissieverslag SOB, nummer 684926/723792
pagina: 2 van 8
Woonlastenneutraliteit is voor de gemeente Capelle een van de randvoorwaarden voor de overstap naar aardgasvrij. Daarvoor dient de overheid te zorgen en dat wordt niet bij deze wet geregeld. Dat moet dus op een andere manier door het Rijk worden geregeld. Eerste termijn De heer RAADSEN leest niet voor de eerste keer het verhaal dat de gemeente geen middelen en geen geld heeft, wat hij jammer vindt. Het is duidelijk dat het kabinet behoorlijk wat miljarden uittrekt en hij vraagt zich af of de gemeente wel moet wachten met zelf nadenken over wat zij gaat doen voordat een en ander tot in detail duidelijk is. De gemeente kan dus al beginnen met nadenken over wat zij wil. Hij begrijpt heel goed dat het college woonlastenneutraliteit belangrijk vindt. Hoe dat precies wordt geregeld is een politieke kwestie, die vooral op rijksniveau besloten zal worden. Het zal echter voor de Capellenaar altijd slechter uitpakken als diens woning niet geïsoleerd is. Volgens hem kan daarom gewoon worden begonnen met iets wat voor de hand ligt en onomstreden is, een actievere aanpak van woningisolatie. Het koersdocument vermeldt dat de gemeente in zeven jaar tijd.5% energiebesparing wil realiseren. Als hij daarvan een doorrekening maakt, dan zou er pas voldoende geïsoleerd zijn in het jaar 2060. Van alles wat men nu isoleert heeft de Capellenaar nu al voordeel.
Hij vraagt daarom waarom wordt gewacht met het maken van plannen voor wat er in Capelle kan gebeuren. Verder vindt hij het jammer dat er nog steeds geen tijdsindicatie is voor de uitrol van het warmtenet. Veel mensen moeten straks hun gasketel vervangen en willen dan weten waaraan ze toe zijn, waarop ze kunnen rekenen en wanneer het warmtenet komt. Het college benadeelt naar zijn mening een hele hoop burgers en ondernemers door daarover nu geen duidelijkheid te verschaffen. In de huidige plannen voor een warmtenet wordt niet gerept over de mogelijkheid van concurrentie van verschillende aanbieders. Hij is het eens met lage woonlasten, maar dan is het voor de hand liggend dat de in te kopen warmte zo goedkoop mogelijk is, wat men kan bereiken door concurrentie op het warmtenet toe te staan, zoals dat ook bij het elektriciteitsnet is gebeurd. De heer HARINCK sluit aan bij de heer Raadsen en vermeldt dat de klimaatcrisis een uitdaging is, waaraan allen een steentje moeten bijdragen om die tegen te gaan: het Rijk, de provincie, gemeenten, burgers en ondernemers. De wethouder heeft onlangs nog bekendgemaakt dat Capelle haar financiën geweldig op orde heeft, wat betekent dat er ruimte is. De vraag is dus hoe de gemeente bedrijven en corporaties kan helpen om de transitie soepel en snel te laten plaatsvinden.
Mevrouw WEEMHOFF vraagt zich in reactie op de wens van woonlastenneutraliteit af of men niet al is ingehaald door de tijd nu mensen worden geconfronteerd met energienota’s die op jaarbasis drie keer zo hoog zijn dan in de afgelopen jaren. Zij vraagt hoe de wethouder in het kader daarvan naar woonkostenneutraliteit kijkt. De heer TIESMA leest dat het uitgangspunt is om voor 2030 minimaal 4.800 woningequivalenten van het gas te halen. Dat betekent dat de Florabuurt rond moet zijn en dat er al flink in het Rivium gebouwd zal zijn. Hij vraagt zich af of dat doel gehaald zal worden en of de wethouder alternatieve trajecten achter de hand heeft om doelstellingen te halen. In 2030 haalt Capelle sowieso haar eigen doelstelling niet, wat hij een kwalijke zaak vindt. Hij vraagt welke actie de wethouder daarop nog kan ondernemen. Merkwaardig vindt hij het dat Eneco niet heeft gereageerd op een consultatieverzoek van de gemeente, terwijl het bedrijf de leverancier is van het huidige warmtenet en hij vraagt wat de wethouder daarvan vindt en wat dat zegt over Eneco’s positie als potentiële warmteleverancier. De kosten van de Eneco stadsverwarming in Schollevaar stijgen dit jaar per middenwoning met € 806,-. Dat zal de populariteit van stadsverwarming niet ten goede komen, terwijl het toch een grote kanshebber is voor de toekomstige verwarming.
Hij is benieuwd hoe de wethouder daarnaar kijkt en welk imago van Eneco daaruit voor de toekomstige gebruiker te destilleren is. Het is niet zeker of straks restwarmte vanuit de haven beschikbaar zal zijn. Een updatetermijn van de Transitievisie Warmte van vijf jaar lijkt hem daarom te lang. Pas aan de slag gaan als het Rijk met middelen komt staat hij niet voor. Hij wil daarom eind 2023 opnieuw laten bezien of de visie bijstelling behoeft en vraagt wat zijn collega’s daarvan vinden.
Behorende bij commissieverslag SOB, nummer 684926/723792
pagina: 3 van 8
De heer VAN LOEF ziet gegeven de stand van zaken anno 2022 een realistisch verhaal voorliggen, zeker gezien de kennis van zaken op dit moment. Er wordt nu ingezet op warmtepompen of andere modieuze grillen, maar wellicht komen er straks betere oplossingen. Het is ook belangrijk dat de gemeente de woonlastenneutraliteit hoog in het vaandel heeft staan. De heer VLOT kent de portefeuillehouder duurzaamheid ook als wethouder Financiën die liever de hand op de knip houdt. Gezien de uitdagingen en de opgave van de gemeente zou het de wethouder duurzaamheid sieren zelf mee te gaan om stappen te zetten en een ontwikkeling in gang te zetten. Daarmee zou men volgens hem niet afwachtend moeten zijn, wetende dat er geld vanuit het Rijk vrijkomt. Daarnaast is de gemeente financieel gezond, zodat die durf zou moeten tonen om zaken te ondernemen. Wellicht is de wethouder geneigd om een signaal richting Den Haag te laten uitgaan over de ontkoppeling van warmtenetten van de gasprijs en om die te bespoedigen. Mevrouw LAUW-SCHOUTEN voorziet dat de kosten van stadsverwarming snel zullen stijgen gezien de koppeling daarvan aan de gasprijs. In de Florabuurt wonen veel mensen met een laag inkomen en mensen met een uitkering en zij vraagt of daar woonlastenneutraliteit nog wel opgaat als er daar stadsverwarming komt. De heer SPRUIT complimenteert de wethouder met het keurige en realistische document.
Leefbaar Capelle staat ook voor woonlastenneutraliteit, maar de stijgende gasprijs maakt duidelijk dat de gemeente erg afhankelijk is van andere partijen. Hij beveelt aan snel te starten met het hele traject en niet te wachten op rijksgeld. Hij vraagt hoe de gebiedsaanpak eruit ziet. In gebieden kunnen woningen echter wel heel erg divers zijn. Verder leven er veel vragen bij de Capellenaren en hij informeert hoe de wethouder de beantwoording daarvan qua communicatie denkt te organiseren en of de commissie daarbij nog betrokken wordt. De heer ANINK herinnert aan de uitgebreide bespreking van het conceptdocument in het afgelopen najaar en is blij dat de motie die de VVD wilde indienen in het voorstel is teruggekomen. Hij maakt zich heel erge zorgen over een collectief warmtenet, omdat de wetgeving daarvoor nog niet voldoende geliberaliseerd is. Gevraagd is daarom de ideeën van het Energie Collectief Capelle (ECC) te betrekken en de wethouder heeft toegezegd daarmee in contact te treden. Hij is blij dat de gemeente zich bij hoogtemperatuurwarmtepompen dienstbaar opstelt. De ideeën van de VVD zijn dus al ingewilligd. Hij beschouwt het voorstel daarom als een hamerstuk. De heer EILANDER noemt de nota van beantwoording correct. Woonlastenneutraal heeft volgens hem niet met de stijgende energieprijzen te maken, maar wel met de energietransitie.
Ook hij beschouwt het voorstel als een hamerstuk. De heer OUDSHOORN vindt de periode van vijf jaar een goede termijn om iets te kunnen zeggen over de toekomstige situatie en om nieuwe technieken een kans te geven om door te ontwikkelen naar producten, waarvan mensen gebruik kunnen maken. Hij zegt dank voor de verwerking van de input uit de consultatieronde en de nota van beantwoording. De warmtekaart noemt hij mooi richtinggevend voor degenen die nu al stappen willen zetten. Die vindt hij voor nu voldoende, zodat ontwikkelingen op de korte termijn kunnen worden verwerkt in de eerstvolgende update. Hij vraagt om de toezegging op korte termijn extra op isoleren in te zetten, op zijn minst het stimuleren daarvan middels een krachtige en permanente communicatiecampagne. De heer ANINK meent dat er al een permanente campagne op het gebied van isoleren is, ook vanuit vrijwilligersorganisaties, en vraagt wat de heer Oudshoorn bedoelt met een krachtige communicatie. De heer OUDSHOORN bedoelt met een krachtige campagne het mensen overtuigen dat isoleren belangrijk is en verwijzen naar wie dat kan en waar dat kan. Wethouder VAN VEEN wijst op het uitgangspunt van het college om de rijksmiddelen voor duurzaamheidsactiviteiten daarvoor ook in te zetten. Het college heeft daarvoor geen extra middelen vrijgemaakt en dat is nog steeds de insteek.
De gemeente heeft € 650.000,- extra subsidie van de rijksoverheid gekregen om zonnepanelen te stimuleren, waarmee 5.000 huishoudens met een energiebox etc. zijn benaderd. Het uitgangspunt van het college is dat de gemeente qua financiën niet in het rood terecht komt.
Behorende bij commissieverslag SOB, nummer 684926/723792
pagina: 4 van 8
De heer RAADSEN meent dat als de gemeente weet dat er rijksgeld ten behoeve van isolatie naar haar toekomt zij dat geld zelf tijdelijk zou kunnen lenen. De heer ANINK herinnert aan dezelfde discussie bij het conceptdocument afgelopen najaar en pleit ervoor na de raadsverkiezingen gezamenlijk te werken aan een nieuwe duurzaamheidsagenda, waarvan de uitvoering in de begroting te regelen is. De heer RAADSEN is het daarmee eens en houdt de VVD daaraan. Hij wil ook wachten tot na de verkiezingen totdat er een college zit waarmee wel te praten valt. De heer OUDSHOORN noemt de actie van de 5.000 energieboxen goed, maar gaat het om het opzetten van een gemeentelijke communicatiecampagne om bewustwording van isoleren nadrukkelijk onder de aandacht te brengen. Wethouder VAN VEEN is het daarmee eens, maar wijst erop dat communiceren ook geld kost. Vanuit de gemeenteraad heeft hij nog geen voorstel aan het college gezien over de besteding van € 20 miljoen aan Eneco-geld. Er is tot nu toe gekozen om niet meer geld uit te geven aan duurzaamheid dan ervoor beschikbaar is. De heer RAADSEN lijkt het dan beter om de Transitievisie Warmte voortaan door de raad te laten schrijven. De heer OUDSHOORN vraagt om de toezegging om op korte termijn een krachtige gemeentelijke communicatiecampagne te gaan starten en vraagt de wethouder wat die daarvoor nodig heeft.
Wethouder VAN VEEN antwoordt dat dat geld nu niet in de voorjaars- of najaarsnota of de begroting is opgenomen en het dus aan de raad is om daarvoor een voorstel te doen. Hij heeft geen flauw idee hoeveel geld er voor een krachtige communicatiecampagne nodig is en zegt toe dat aan ambtenaren te zullen vragen. De heer ANINK stelt de heer Oudshoorn voor eerst een initiatiefvoorstel te schrijven over wat hij precies vraagt, waarover de raad vervolgens kan discussiëren en duidelijk wordt wat aan de wethouder wordt gevraagd. Wethouder VAN VEEN weet inmiddels dat er € 100.000,- beschikbaar is voor een krachtige communicatiecampagne, Het is echter niet aan hem om dat bedrag in te vullen. Het huidige college gaat uit van woonlastenneutraliteit, een volgend college kan daar anders over beschikken. Als tijdsindicatie noemt hij het jaar 2023 en met een warmtenet zelf wordt vanaf 2030 verder gegaan. De heer Harinck vraagt hij welk steentje de gemeente moet bijdragen aan het tegengaan van de klimaatcrisis. De heer HARINCK suggereert het oprichten van een duurzaamheidsfonds om daarmee bedrijven te helpen om stappen te zetten. Over een duurzaamheidsfonds is door de raad ook een motie aangenomen en dat stond ook in het coalitieakkoord. Wethouder VAN VEEN zegt nooit voorstander van een duurzaamheidsfonds te zijn geweest.
Nadelige effecten van de energieprijzen zijn er minder dan voorspeld, omdat mensen soms ook meerjarige energiecontracten hebben afgesloten. Als zij toch in de problemen komen is er ook armoedeopvang beschikbaar. Mevrouw WEEMHOFF reageert dat uitgaande van woonlastenneutraliteit hogere energieprijzen leiden tot extra investeringen. Wethouder VAN VEEN gaat daarin mee. In het project van de Florabuurt is het uitgangspunt woonlastenneutraliteit. Aan fluctuerende energieprijzen kan hij echter niets doen en daarop heeft hij ook geen kijk, omdat het marktprijzen betreft. De heer RAADSEN meent dat terecht de koppeling van de gasprijs aan de prijs van het warmtenet ter discussie is gesteld. Wethouder VAN VEEN herhaalt dat de gemeente geen enkele grip heeft op energieprijzen van individuele providers of prijzen van stadsverwarming. De heer RAADSEN vraagt hoe het college dan woonlastenneutraliteit definieert. Wethouder VAN VEEN gaat daarbij uit van gelijke kosten bij aansluiting op gas of op een warmtenet. De heer TIESMA heeft geconstateerd dat de prijs voor stadsverwarming dit jaar voor een tussenwoning met € 806,- stijgt. Dat is voor veel mensen veel geld en daarop vraagt hij de visie van de wethouder. 44 gemeenten vragen het Kabinet om de gasprijs te ontkoppelen van de stadsverwarmingsprijs en hij neemt aan dat Capelle daartoe behoort.
Mevrouw LAUW-SCHOUTEN vraagt zich af wat onder woonlastenneutraal wordt verstaan voor iemand met een uitkering waarvan zij hoorde dat die na afloop van een driejarig energiecontract meer dan vierhonderd euro per maand gaat betalen in plaats van € 129,- per maand.
Behorende bij commissieverslag SOB, nummer 684926/723792
pagina: 5 van 8
Wethouder VAN VEEN beantwoordt die vraag van de heer Tiesma door te vermelden dat hij niets aan de energieprijzen kan veranderen. Over mensen die hun energierekening niet kunnen betalen gaat hij als wethouder duurzaamheid niet. De vraag van mevrouw Lauw beantwoordt hij door aan te geven dat de maanden februari en maart zich verhouden als x tot y. Een energietransitie vergt tijd, zodat hij het jaartal 2030 heeft genoemd. De heer TIESMA vraagt of er nagedacht moet worden over alternatieven voor een warmtenet als het geprognosticeerde aantal woningen voor het Rivium en de Florabuurt niet wordt gehaald. Wethouder VAN VEEN heeft geen idee wanneer het Rivium van de grond komt gezien de problematiek met de geurcontour aldaar. Verder kan hij daarover niets zeggen. De heer TIESMA zou het als wethouder ontzettend storen als Eneco als grootste warmteleverancier niet reageert op een consultatieverzoek van de gemeente. Daarop wil hij de visie van de wethouder horen. Wethouder VAN VEEN reageert dat het een kwestie van vraag en aanbod betreft waarover hij als wethouder niet gaat. Op de samen met de gemeente Rotterdam ingediende subsidieaanvraag over de Florabuurt is nog geen antwoord gekomen. Veel woningeigenaren nemen duurzaamheidsinitiatieven, maar het is hem tegengevallen wat de grootste verhuurder Havensteder op dat gebied doet en waarop de gemeente geen grip heeft.
Het neerleggen van zonnepanelen op woningen van Havensteder komt niet van de grond. De gemeente heeft daarop ook geen grip, omdat deze woningen bezit van Havensteder zijn. Het wordt volgens hem tijd Energie Collectief Capelle (ECC) te bedanken, dat met vrijwilligers warmtescans uitvoert en dat nagaat welk rendement zonnepanelen kunnen opleveren. Deze groep mensen staat achter de verduurzaming van Capelle aan den IJssel. Tweede termijn De heer VLOT meent dat een communicatiecampagne goed is gevoerd, maar vraagt of de heer Oudshoorn ook van mening is dat de portefeuillehouder een andere insteek moet hebben. Dat is benadrukt met het duurzaamheidsfonds, waarvan de SP ook voorstander is. De SP was de enige partij die niet instemde met de Eneco-gelden en die benadrukte daaraan op voorhand doelen te stellen, omdat dat geld maar één keer kan worden uitgegeven. Hij vraagt of de wethouder daarmee aan de slag zou willen gaan als de raad dat vraagt. Eneco beriep zich op een tekort aan personeel nadat de gemeente had gevraagd een aantal vragen te beantwoorden. De heer TIESMA stelt voor om eind 2023 te bezien of de visie bijstelling behoeft gezien de onzekerheid over de beschikbaarheid van restwarmte vanuit de haven voor een warmtenet.
De heer ANINK vindt die vraag heel verstandig en wil een bijstelling van de Transitievisie Warmte koppelen aan de duurzaamheidsagenda die voor vier jaar wordt vastgesteld. De heer TIESMA vindt dat een goed voorstel. De heer RAADSEN vraagt naar de bereidheid van de wethouder om het warmtenet zodanig in te richten dat er ook andere warmteaanbieders op kunnen aansluiten, zodat er ook concurrentie tussen aanbieders kan ontstaan. De heer VLOT begrijpt dat de heer Raadsen pleit voor marktwerking op het warmtenet, terwijl allen bekend zijn met wat marktwerking voor de energiemarkt heeft betekend. Hij vraagt waarom die marktwerking op het warmtenet wel positief zou kunnen uitpakken. De heer RAADSEN antwoordt dat er diverse markten zijn waar marktwerking goed werkt en concurrentie tot een lagere prijs leidt. Als er meerdere bedrijven in de haven restwarmte op het net willen zetten wil hij hen die kans geven. Dat kan warmte goedkoper maken waarvan hij de consument wil laten profiteren. De heer OUDSHOORN wil de geldigheidsduur van de Transitievisie Warmte op vijf jaar houden, omdat men over vijf jaar ook weet hoe het met restwarmte en nieuwe ontwikkelingen zit. Een visie zou men niet jaarlijks moeten aanpassen. De heer ANINK denkt hetzelfde te bedoelen als de heer Oudshoorn, maar wijst erop dat die visie vertaald moet worden in een vierjarige agenda met maatregelen.
Wethouder VAN VEEN ziet geen enkele mogelijkheid om te laten concurreren op het warmtenet van Eneco, omdat dat bedrijf ook eigenaar is van de leidingen.
Behorende bij commissieverslag SOB, nummer 684926/723792
pagina: 6 van 8
De heer RAADSEN herinnert aan het besluit om het transport van elektriciteit onder te brengen bij een aparte firma om concurrentie tussen energieleveranciers mogelijk te maken. Dat zou ook met warmte kunnen gebeuren. Levering van energie zou in een aparte firma ondergebracht kunnen worden, zodat meerdere aanbieders op het net in concurrentie met elkaar daarop kunnen aansluiten. Wethouder VAN VEEN vindt dat een GroenLinks-standpunt en wijst op de vrije markt, waar men niet zomaar kan zeggen dat wat van een ander is van jou moet zijn. Wethouder RAADSEN memoreert dat de overheid bij de elektriciteitsvoorziening kon besluiten tot een splitsing, evenals bij de spoorwegen. Het idee is ook besproken door de Tweede Kamer, waarop door de minister is gereageerd dat het een bespreekbare optie is, met name in het Rijnmondgebied. Wethouder VAN VEEN zegt geen zinnige reactie op deze bijdrage te kunnen geven. De VOORZITTER concludeert dat het voorstel als hamerstuk kan worden doorgeleid naar de hamerstukkenlijst. 8. Weerkrachtig Capelle De VOORZITTER licht toe dat het gaat om een leidraad, op basis waarvan in Capelle de komende jaren kan worden gewerkt aan een inrichting van de stad, zodanig dat die bestand zal zijn tegen extreem weer. De leidraad richt zich op de afspraak dat Nederland en Capelle in 2050 klimaatbestendig moeten zijn ingericht.
Het document wordt meegenomen als input voor projecten in de buitenruimte en voor het opstellen van nieuw beleid, zoals het programma Buitenruimte en het beleidsplan Water en Rioleringen. De commissie wordt gevraagd een opvatting over het plan te geven. De heer RAADSEN geeft complimenten voor de nota, een vrij volledige inventarisatie van problemen en een redelijke lijst met ambities en mogelijkheden om daaraan iets te doen. Voor het huidige moment vindt hij dat voldoende. Hij vraagt met welke zeespiegelstijging rekening is gehouden en hoe lang Capelle de voeten nog denkt droog te houden. Over biodiversiteit leest hij dat er de mogelijkheid is voor een andere inrichting en beheer van de openbare ruimte. Jammer vindt hij dat niet nauwkeuriger is aangegeven wat wordt bedoeld, zoals een beter maaibeleid. Voor nu is hij tevreden met de nota. De heer OUDSHOORN zegt dank voor de heldere en leesbare notitie. De ambitiekaart is een overzichtelijk geheel. De ambitie om maximaal drie weken een temperatuur ’s nachts van boven de 20 graden te hebben is lastig te beïnvloeden, zodat die ambitie geschrapt zou moeten worden. Mogelijk is wel een ambitie van groene tuinen, meer bomen en open straatstructuren te stimuleren. De ambitie om in Fascinatio op vijf minuten loopafstand 200 m² aan schaduwplek te kunnen bereiken vindt hij lastig en hij vraagt zich af of dat zal lukken.
De heer HARINCK geeft ook complimenten voor de nota en vraagt aan welke budgetten de wethouder denkt om de subsidieregeling te voorzien van een hoger bedrag. Hij vraagt of de wethouder bereid is om dat te onderzoeken en bij de voorjaarsnota met een voorstel te komen. De heer EILANDER meent dat de regeling momenteel vrij uitvoerig en dekkend is en als dat niet zo is, dan komt de gemeente daar de komende jaren wel achter. ‘Weerkrachtig’ vindt hij een mooie term. Een stip aan de horizon is dat het verschil in gevoelstemperatuur tussen bebouwd en landelijk gebied 5 graden en hij is benieuwd hoe Fascinatio daar uit komt. Spreker is blij dat Capelle zich conformeert aan het convenant Klimaatadaptief bouwen Zuid-Holland, een mooi minimum. Hij vraagt of er voorbeelden zijn waar de gemeente vooruitlopend op het Integraal Beheerplan Openbare Ruimte (IBOR) toch aan de slag kan gaan om invulling aan het plan te geven. Hij weet dat waterschappen veel geld hebben en over hebben om invulling te geven aan klimaatadaptatie. Wellicht kan daarmee in overleg worden gegaan om te kijken of cofinanciering daaruit voort kan komen. Mevrouw WEEMHOFF stelt dat Schollevaar met 14.000 huishoudens ook flink met hittestress te maken heeft. Een groot deel van Schollevaar gaat het niet redden om de genoemde maximale afstand tot een koelere plek te halen.
Daarom vraagt zij aandacht voor die wijk in relatie tot hittestress, ook omdat er in de afgelopen jaren veel bomen zijn gekapt.
Behorende bij commissieverslag SOB, nummer 684926/723792
pagina: 7 van 8
De heer ANINK sluit zich aan bij de complimenten van de overige commissieleden en vindt een goed stuk en een goede onderlegger voorliggen. Het document is een leidraad en het siert het college dat het de raad in het kader van duurzaamheid vraagt of dit de richting is wat betreft de kwaliteit van de buitenruimte. Hij beschouwt het voorstel als een hamerstuk. De heer TIESMA zegt dank voor de goed onderbouwde leidraad en is benieuwd naar de daaruit voortkomende invulling en acties. Hij vraagt of er ambities zijn die nu al prioriteit moeten hebben, zoals funderingen. Veel huizen hebben een integrale rioolaansluiting en bij eens in de 25/30 jaar renovatie is het de vraag hoe het zit met de strategie om afkoppeling van de hemelwaterafvoer van de riolering voor elkaar te krijgen. Over verstening sluit hij zich aan bij de vraag van de SGP. Tot slot vermeldt hij dat de vrije kavel in Fascinatio binnen een paar minuten vanuit de rest van de wijk bereikbaar is en men onder de nieuwe boompjes in Schollevaar niet echt in de schaduw kan staan. Mevrouw LAUW-SCHOUTEN vindt een mooie leidraad voorliggen en vraagt wat er tot 2050 gaat gebeuren. Wellicht is het mogelijk bij verkoop van grond te verplichten een x-aantal procenten daarvan niet te betegelen, al naar gelang de grootte van het perceel, bijvoorbeeld de voortuinen.
Het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard beschikt al over een subsidieregeling voor groene daken, gevels en erfafscheidingen, die het college in het stuk ook voorstelt. Zij vraagt of het ongeacht de kosten nodig is om de bodem dalingsbestendig in te richten en niet alleen als dat kosteneffectief is. Verder vraagt zij wat bij punt 8.03 wordt bedoeld met het uitgangspunt ‘dat de primaire verantwoordelijkheid voor de grondwaterstand bij de perceeleigenaren ligt.’ Zij informeert of het gaat om de grondwaterstand in relatie tot de kruipruimte of de grondwaterstand in het algemeen. Voor de grondwaterstand in het algemeen zijn grondeigenaren volgens haar niet verantwoordelijk. Bij 8.03 staat ook het credo groen, tenzij… Zij vraagt hoe zij dat moet interpreteren. De heer VAN LOEF geeft ook complimenten voor de leidraad, waarin drie IBOR-projecten zijn genoemd waarvoor van het Rijk € 327.000,- wordt ontvangen en hij vraagt of de gemeentelijke bijdrage terug te vinden is bij de betreffende IBOR-projecten. De heer VLOT vraagt zich ook af of met het vrije kavel in Fascinatio iets te doen is in het kader van Weerkrachtig Capelle. Wellicht is het raadzaam om waar bomen worden verwijderd volgroeide bomen terug te plaatsen, zodat men al verder is met vergroening en het effect daarvan op de omgeving. Naast waterschappen zijn woningcorporaties ketenpartners van de gemeenten.
Corporaties zouden huurders mogelijk niet meer kunnen toestaan om hun tuinen te betegelen en die zoveel mogelijk groen te laten zijn. Wethouder VAN VEEN noemt Fascinatio een typische wijk en heeft geen idee waarom daar geen bomen zijn, met als gevolg dat de gevoelstemperatuur hoger is. Schollevaar is circa veertig jaar oud en wordt verhoogd, waardoor bomen worden verwijderd. De grond een halve meter verhogen kunnen bestaande bomen namelijk niet aan en hij vraagt zich af of de gemeentelijke communicatie wat dat betreft tekortschiet. Wellicht kan de gemeente op dat punt meer aan voorlichting doen. Mevrouw WEEMHOFF meent dat ook voor Schollevaar geldt dat de temperatuur daar hoger is dan in de omgeving en zij verzoekt de wethouder daarnaar nader te kijken. Wethouder VAN VEEN heeft daarvan geen idee en suggereert daarover een technische vraag te stellen. Subsidies en het daarvoor beschikking stellen van een hoger budget wil hij laten doorschuiven naar het volgende college. De heer HARINCK overweegt daarvoor met een voorstel te komen. Wethouder VAN VEEN vervolgt dat wethouder Wilson plannen heeft om in Fascinatio meer bomen te planten. In antwoord op de heer Tiesma verwijst hij naar de enorme investeringsopgave, vanwege de noodzaak om de riolering te vervangen. In het IBOR staat precies welke wijken wanneer aan de orde zijn. Ambities en prioriteiten komen vertaald in het IBOR terug.
Behorende bij commissieverslag SOB, nummer 684926/723792
pagina: 8 van 8
Van de drie IBOR-projecten genoemd door de heer Van Loef wordt een derde door het Rijk en twee derde door de gemeente bekostigd. Hij adviseert de raadsleden een technische vraag te stellen over de financiële dekking van IBOR, gezien de huidige inflatie. In antwoord op de vraag van mevrouw Lauw over het credo groen tenzij… deelt hij mee dat de gemeente gebieden groen inricht, maar ook trottoirs en fietspaden nodig heeft, die ook ruimte vragen. Op de verdere technische vragen van mevrouw Lauw kan hij geen antwoord geven, evenals de vraag over het bodemdalingbestendig inrichten van de openbare ruimte, indien dat kosteneffectief is. Tweede termijn De heer OUDSHOORN herhaalt zijn vraag over het schrappen van de ambitie om de temperatuur ’s nachts maximaal drie weken boven de 20 graden te laten zijn. Zijn suggestie was om open straatstuctruren of groene ruimten te ambiëren. Wethouder VAN VEEN kan zich daarin vinden en zal daarop het document aanpassen. De VOORZITTER concludeert dat het voorstel als hamerstuk kan worden doorgeleid naar de raadsvergadering met als geel gearceerd de toegezegde wijziging. 9. Rondvraag De heer HARINCK vindt het nadeel van de stukken dat ze niet doorzoekbaar zijn en niet geïndexeerd. De VOORZITTER neemt dat punt mee. 10. Sluiting De VOORZITTER sluit om 22.53 uur de vergadering.
Aldus vastgesteld in de vergadering van de commissie Stadsontwikkeling en -Beheer van 24 mei 2022, de secretaris, de voorzitter,