02.03 - verslag commissie SOB 8-12-2022
Tekst van het document
Verslag van de vergadering van de commissie Stadsontwikkeling en -Beheer, gehouden op donderdag 8 december 2022, in de raadzaal, aanvang 20.00 uur Aanwezig zijn als: voorzitter
: de heer ing. P. Eilander;
volksvertegenwoordigers
: mevrouw J.W. Lauw-Schouten, raadslid Leefbaar Capelle (1-6); de heer A.N. Molengraaf, raadslid Leefbaar Capelle; de heer G. Spruit, raadslid Leefbaar Capelle (7-10); mevrouw L. Feuth, raadslid D66; de heer J.S. Kolster MSc MA, raadslid VVD (7-8); de heer S.S. Safavi Nic, burgerraadslid VVD (1-6 / 9-10); de heer B.H.W. Oudshoorn, raadslid SGP; de heer E. Hartog, burgerraadslid GroenLinks; mevrouw dr. W. Tieman, raadslid PvdA; de heer drs. P. Heerens RC, burgerraadslid ChristenUnie; mevrouw J. den Engelsman, raadslid CDA;
secretaris
: de heer drs. A.J.M.C. Schoenmakers;
portefeuillehouders
: de heer E.M.C. Faassen, wethouder; de heer S. Geissler, wethouder; mevrouw H.D. Westerdijk LLM, wethouder; de heer R. van Woudenberg, wethouder; de heer M.E. Wilson, wethouder;
ambtelijke ondersteuning
: mevrouw T. Buijze; de heer G. Muis;
notulist
: de heer H. Veenstra (Notuleerservice Dictum).
Op de publieke tribune is bij aanvang van de vergadering 1 persoon aanwezig.
1. Opening, mededelingen en vaststelling agenda De VOORZITTER opent de vergadering en heet eenieder van harte welkom. Hij deelt mede dat bericht van verhindering is ontvangen van de heer Van Gent van Capels Bewoners Belang. De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld. 2. Vaststellen verslagen Raadsbrede commissie 17 oktober 2022 Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer 11 oktober 2022 (besloten) Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer 18 oktober 2022 Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer 19 oktober 2022 De verslagen worden ongewijzigd vastgesteld. 3. Spreekrecht inwoners Van het spreekrecht wordt geen gebruik gemaakt. 4. Gemeenschappelijke regelingen Geen opmerkingen.
684926/1040543
Behorende bij commissieverslag SOB, nummer: 684926/1040543
pagina: 2 van 17
5. Laadpalenbeleid 2023-2024 Wethouder GEISSLER deelt mede dat in de herijking van het laadpalenbeleid ten onrechte is vermeld dat door afspraken in de concessie verlengde private aansluitingen niet mogelijk zijn, omdat dat op die manier contractueel zou zijn afgestemd. Het college is er weliswaar geen voorstander van, maar uit nader juridisch onderzoek is gebleken dat dat niet uit die concessie volgt. Mevrouw DEN ENGELSMAN citeert uit het stuk dat de voordelen van private aansluitingen voor een individu niet opwegen tegen de nadelen van het collectief en de uitrol van het publieke laadnetwerk. Vooralsnog kan de CDA-fractie instemmen met wat hierover wordt voorgesteld, maar op termijn zullen er veel meer duurzaamheidsingrepen bij woningen komen en zij beveelt aan dan nader te bezien hoe moet worden omgegaan met individuele aansluitingen. Mevrouw TIEMAN geeft aan dat de PvdA zich prima kan vinden in de keuzes die gemaakt worden. Aanvankelijk had zij één vraag willen stellen, maar dat zijn er nu twee geworden. De eerste vraag luidt hoe het bij koopappartementencomplexen geregeld is met een plek. Is dat een private aangelegenheid, of moet dan van een publieke paal gebruik worden gemaakt? De tweede vraag is gerezen naar aanleiding van de mededeling van de wethouder zojuist.
De PvdA was het aardig eens met de gedachtegang die door het college was geschetst, maar ze begrijpt nu dat het juridisch wat anders ligt. Betekent dat ook een wijziging in het beleid, of niet? De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Heerens, die, naar hij heeft begrepen, op dit punt mede namens Capels Bewoners Belang het woord zal worden. De heer HEERENS maakt uit het voorstel op dat geen maatregelen zullen worden genomen tegen laadpaalkleven. Blijkens een recent oordeel van de Hoge Raad is laadpaalkleven toegestaan en volgens hem is het niet mogelijk om te beboeten. Hij is benieuwd of de wethouder laadpaalkleven als een probleem ziet en, zo ja, hoe deze dat dan denkt te ontmoedigen. Namens de heer Van Gent merkt hij op dat het mooi is dat rekening word gehouden met de elektrische auto’s, maar dat dit de parkeerdruk wel vergroot. Op het Meidoornplein is ook een laadpunt waar nooit een auto staat. De plaatsen zijn nu onbenut en de parkeerdruk is verhoogd. Kan de parkeernota nog eens onder de loep worden genomen? De heer MOLENGRAAF merkt op dat in het stuk valt te lezen dat het doel niet is om het aantal voorspelde laadpalen te realiseren, maar om te zorgen dat de laadinfrastructuur in het juiste tempo meegroeit. Dat laat ruimte open voor eigen interpretatie, want wat is het juiste tempo? Hoe wordt dat juiste tempo gemeten? Er zijn momenteel 272 publieke laadpalen.
Volgens de prognose zullen er over iets meer dan twee jaar ongeveer 570 nodig zijn. Om de druk op de openbare ruimte beperkt te houden, is het goed om laden op privaat terrein uitgangspunt te laten zijn. Fijn dat dat in het stuk duidelijk wordt genoemd. Hetzelfde geldt voor het combineren van lichtmasten met een laadhub. Dat lijkt een mooie, innovatieve manier om laadpunten in te passen en geeft invulling aan de motie van Leefbaar Capelle en de SP over lichtmasten, inclusief openbare laadpunten, uit november vorig jaar. De heer SAFAVI NIC deelt mede dat de VVD de visie deelt dat er extra laadcapaciteit nodig is. Het aandeel voor elektrische auto's neemt ook toe en het past ook in de ambities voor energietransitie. Aandachtspunt blijft dat een balans zal moeten worden gevonden tussen het aanbieden van laadcapaciteit en het zo laag mogelijk houden van de parkeerdruk in de wijken. Voor elke laadpaal die nu wordt neergezet gaan in feite twee parkeerplaatsen verloren. Het laadbeleid heeft impact op het parkeerbeleid en er is voor gekozen het laadbeleid nu te bespreken en het parkeerbeleid begin volgend jaar.
Waarom is ervoor gekozen om dit apart van elkaar te houden en niet integraal met elkaar mee te nemen? Hoe wil de wethouder er alsnog voor zorgen dat er genoeg parkeerplaatsen voor Capellenaren beschikbaar blijven? De heer OUDSHOORN toont zich namens de SPG-fractie content met het laadpalenbeleid. Naar hem is gebleken, wordt momenteel een nationale huisstijl ontwikkeld, met pictogrammen e.d. Die is nog niet ingevoerd, maar draait wel proef in drie gemeenten. Misschien is het handig dat ook gelijk mee te nemen, want hij heeft gemerkt dat die stijl afwijkt van de symbolen die in Capelle worden gebruikt.
Behorende bij commissieverslag SOB, nummer: 684926/1040543
pagina: 3 van 17
Laadplaatsen en parkeerplaatsen zijn in de ogen van de SGP in feite onverenigbare eenheden. Het stimuleren dat een laadplaats niet meer gebruikt wordt is precies het tegenovergestelde als waarvoor een parkeerplaats is bedoeld, namelijk om daar gewoon stil te staan en te parkeren. Kan in het parkeerbeleid niet worden meegenomen dat de laadplaatsen op het moment dat men wil stimuleren dat ze niet langdurig gebruikt worden ook niet meetellen als parkeerplaats? Een laatste opmerking betreft het aantal laadplaatsen. Als dit allemaal gehaald wordt, komt de gemeente ongeveer uit op een 1:8-verhouding met elektrische voertuigen ten opzichte van laadplaatsen. Is dat ook het streven, of is er een ander getal dat daar bruikbaar voor is? De heer HARTOG stelt vast dat laadplaatsen vooral op basis van aanvraag geplaatst zullen worden. Hij kan zich echter ook voorstellen dat het plaatsen van laadpalen op plaatsen waar minder aanvragen zijn stimulerend kan werken. Hij wil graag horen wat de wethouder daarvan vindt. GroenLinks vindt het heel goed dat er laadpalen bij OV-voorzieningen komen en zou dat graag nog meer willen stimuleren. Volgens hem krijgt het gebruik van het OV daarmee een noodzakelijk steuntje in de rug. Mooi is ook te lezen dat het de doelstelling is om taxi’s en doelgroepenvervoer zoveel mogelijk energievrij te maken; in de nota is overigens sprake van ‘gedeeltelijk’.
Het is een logische stap om deze doelstelling door te trekken naar ook het logistieke goederenvervoer, want juist daar valt veel te winnen. Wethouder GEISSLER beaamt dat de individuele voordelen van een verlengde private aansluiting niet opwegen tegen de nadelen. Voor een bewoner kan het voordelen hebben, bijvoorbeeld omdat er nu nog niets in de buurt is, of omdat het goedkoper is om het met eigen stroom te doen. Een ander argument voor is het gebruikmaken van zonne-energie. Er zijn echter ook een groot aantal argumenten om die verlengde private aansluiting niet toe te staan. Regionaal is een samenwerkingsovereenkomst afgesloten met de gemeente Rotterdam en een aantal andere gemeenten, waarvan het uitgangspunt is dat ze allemaal zoveel mogelijk op dezelfde manier de publieke laadvoorziening inrichten. Rotterdam heeft verlengde private aansluitingen toen niet toegestaan. In Capelle is dat tot op heden ook het geval geweest, al is dat niet zo nadrukkelijk in het laadpalenbeleid tot uitdrukking gekomen. Wel geldt in de Algemene Plaatselijke Verordening een verbod op het graven door straten en bijvoorbeeld stoepen om zo een laadvoorziening aan te leggen vanuit het huis. Dat mag op dit moment dus sowieso al niet. Er zijn ook argumenten op het gebied van veiligheid. Kabels die in de grond liggen moeten een bepaalde dikte hebben.
Voor een gemeente is het natuurlijk niet handig als ze in een straat bezig zou moeten en er liggen allerlei kabels ondergronds van bewoners en het vraagt ook een stukje ambtelijke inzet: je moet het iedere keer goedkeuren en ook controleren of het allemaal wel op de juiste en op een veilige manier is aangebracht. Ook mevrouw Tieman heeft een vraag gesteld over de verlengde private aansluiting. In de concessie heeft de gemeente het exclusieve recht voor openbare laadpalen gegeven aan één partij, zodat andere partijen geen openbare laadvoorziening in de openbare ruimte kunnen realiseren. De gedachte was dat de verlengde private aansluiting daar ook onder viel, maar op basis van de concessie blijkt dat wel te kunnen, zij het niet op basis van de samenwerkingsovereenkomst en de afspraken die daarover tot nu toe gemaakt zijn. De vraag waar laadpalen gerealiseerd moeten worden bij koopappartementencomplexen is een aspect dat straks zal worden betrokken bij nieuwbouw, in de duurzaamheidsleidraad naar hij heeft begrepen. Op dit moment ziet de gemeente geen urgentie om iets aan het laadpaalkleven te doen, omdat er maar weinig echte laadpaalklevers zijn in Capelle; het beperkt zich tot circa 3 procent. Momenteel zijn een aantal pilots gaande, waarvan de uitkomsten nog niet bekend zijn.
In andere gemeenten wordt gewerkt met een beloningssysteem, ook een gemeente die meedoet in de concessie die Capelle heeft afgesloten. Zodra die uitkomsten bekend zijn, zou zo’n beloningssysteem wellicht breder kunnen worden uitgerold. Juist ook omdat men elektrisch vervoer wil stimuleren, wordt er vanuit de regio op aangedrongen terughoudend te zijn met handhaving op laadpaalkleven. De heer Molengraaf informeerde naar het juiste tempo. Er is een prognose ontvangen vanuit de NAL, ook een speler in de regio, die elke twee jaar wordt aangepast. Het is even de vraag wat daar nu allemaal in zit; dat zou hij niet precies durven te definiëren. Voordat laadpalen daadwerkelijk worden gerealiseerd, wordt nagegaan wat het gebruik is van de huidige laadpalen.
Behorende bij commissieverslag SOB, nummer: 684926/1040543
pagina: 4 van 17
Als er echt laadpalen zijn met een heel hoog gebruik, kan dat een indicatie zijn om daar een laadpaal te moeten bijplaatsen. Er is een verzamelbesluit genomen om een aantal parkeervakken alvast af te kunnen tekenen qua besluit, waardoor straks de procedures kunnen worden bespoedigd, maar dat wil niet zeggen dat al die plekken nu al meteen ingevuld kunnen worden en dat er morgen laadpalen staan. Dat zal in een soort organische ontwikkeling z’n beslag krijgen, vanuit de vraag, maar ook datagestuurd. Waar bewoners niet snel zelf een laadpaal zullen aanvragen, zoals bij OV-stations en P&R-locaties, is het de bedoeling om vanuit de data te kijken wat er nodig is om daar te realiseren. Eerder is een motie ingediend voor het integreren van lichtmasten met laadpalen. Wat je dan wel ziet, is dat lichtmasten vaak wat verder uit elkaar staan dan het aantal laadpalen dat in de verre toekomst nodig is, dus helemaal daartoe overgaan zal waarschijnlijk niet kunnen. In Rotterdam is een pilot gaande met een combinatie van lichtmasten en laadpalen. Als de evaluatie daarvan bekend is, kan concreet worden aangegeven wat het voor Capelle betekent en hoe daarmee kan worden omgegaan. De heer SAFAVI NIC beveelt aan contact op te nemen met de gemeente Arnhem, waar men hele wijken op deze manier aan het inrichten is. Wethouder GEISSLER verzekert dat dat zal gebeuren.
Zelf is hij overigens met name geïnteresseerd in de pilot in Rotterdam, omdat daaraan wordt deelgenomen door een concessiepartner. Door de heer Safavi Nic is gevraagd waarom het laadpalenbeleid en het parkeerbeleid apart van elkaar worden vastgesteld. Beide hangen natuurlijk wel samen met elkaar, maar de parkeerbehoefte van een woning zal in die hoedanigheid waarschijnlijk niet wijzigen, want als iemand een auto inruilt voor bijvoorbeeld een elektrische auto, verandert dat niet direct iets aan de parkeerbehoefte in die wijk en aan de parkeerdruk en de normen die daarvoor worden gehanteerd. In de toekomst zou het wel bekeken kunnen worden, zeker als het om nieuwbouw gaat en wellicht ook aspecten van deelvervoer aan de orde zijn, maar op dit moment ziet hij niet direct aanleiding om er iets mee te doen. De heer OUDSHOORN brengt daartegen in dat bij de huidige insteek, waarin een laadplaats niet direct wordt gezien als een parkeerplaats, elke elektrische auto garant zou staan voor meer dan één parkeerplek, om het zomaar te zeggen. Is de wethouder het niet met hem eens dat men met het huidige beleid een keer klem zal lopen als massaal wordt overgegaan naar elektrische auto’s? Wethouder GEISSLER erkent dat dat zou kunnen. Hij zegt toe het intern te laten uitzoeken en er dan in een collegebrief op terug te komen.
De technische vraag van de heer Oudshoorn over 1/8ste zal hij ook even meenemen, want op dit moment kan hij er geen antwoord op geven. Hetzelfde geldt voor het afstemmen van de huisstijl. Rest de vraag van GroenLinks hoe de gemeente kan bevorderen dat logistiek zoveel mogelijk geëlektrificeerd zal worden. Wat dat betreft wordt in Rotterdam een emissiezone afgekondigd, waardoor waarschijnlijk een heleboel logistiek vervoer dat op Rotterdam rijdt ook in Capelle komt, zodat daar een bepaalde laadvraag zal ontstaan, waarbij het onder andere om bestelbusjes zal gaan. Dat zal binnen deze publieke voorzieningen meegenomen kunnen worden. Een aantal van die mensen zal die bestelbusjes ongetwijfeld meenemen naar huis, in de wijk parkeren en daar ook opladen. In het beleid is in die toename voorzien. Wethouder VAN WOUDENBERG gaat in op de vraag over de relatie tussen elektrische auto’s en de parkeernota, die begin volgend jaar zal verschijnen. In de openbare ruimte verschijnen steeds meer elektrische auto’s. Vaak ruilen mensen tegenwoordig hun gewone auto in voor een elektrische auto. Er is dan altijd nog een stukje overloop, want vaak worden twee parkeerplaatsen aangelegd, waarvan er in eerste instantie maar één wordt gebruikt. Op dit moment is sprake van een soort transitiefase. Vroeger was een elektrische auto heel bijzonder en een laadplaats een extra plaats in de wijk.
Nu een elektrische auto steeds normaler wordt, worden die laadplaatsen gewoon parkeerplaatsen. Dat is ook de reden waarom in de parkeernota zal worden geformuleerd dat laadplaatsen uiteindelijk gewoon parkeerplaatsen worden die meegeteld worden in het totaal van de parkeerplaatsen in een wijk. De heer HARTOG herhaalt zijn vraag of de wethouder het niet met hem eens is dat het plaatsen van laadpalen op plaatsen waar minder aanvragen zijn ook stimulerend kan werken.
Behorende bij commissieverslag SOB, nummer: 684926/1040543
pagina: 5 van 17
Wethouder GEISSLER licht toe dat een belangrijke toevoeging van dit laadpalenbeleid is dat, waar het eerder alleen op aanvraag ging, waarbij ook gekeken werd naar de gebruikshoeveelheid op die laadpaal, om er eventueel een bij te plaatsen in de omgeving, nu ook datagestuurd te werk wordt gegaan. Op plekken waarvoor van nature weinig mensen een aanvrage indienen, bijvoorbeeld op P&R-locaties, wordt nagegaan of het daar echt nodig is. Er zijn ook locaties te bedenken waar bewoners wellicht minder elektrische auto’s hebben omdat die in een bepaalde prijscategorie vallen en de bewoners misschien wat minder te besteden hebben, en door dan laadpalen te realiseren worden misschien alleen problemen gecreëerd. Tweede termijn Mevrouw DEN ENGELSMAN spreekt de hoop uit dat individuele plekken op het netvlies van de wethouder blijven staan voor de toekomst. Mevrouw TIEMAN begrijpt nu hoe het zit met de verlengde private aansluitingen en wat in dat opzicht is veranderd vergeleken met wat in het stuk stond. Het enige waar ze nu nog mee zit is het volgende. In paragraaf 5.1 staat: “Door afspraken in onze concessie, zie paragraaf 5.3, zijn verlengd private aansluitingen niet toegestaan”. Zojuist is aangegeven dat dat niet klopt en dat het wel kan binnen die concessie. Wordt deze zin dan uit het stuk geschrapt? De rest van de argumentatie die zojuist is gegeven staat eigenlijk in deze alinea.
Blijft het verbod dat hierin staat dan gehandhaafd op basis van de rest van de argumentatie? De lijn in het stuk is dat iemand die zelf een stuk grond heeft waar de auto kan worden neergezet, daar zelf een laadfaciliteit moet aanleggen. Koopappartementen echter hebben vaak een gezamenlijke parkeergarage, ook private grond, maar in gedeeld eigendom. Als de VVE er om wat voor reden ook niet aan wil, wordt dan wel een publieke paal toegestaan voor deze mensen? De heer SAFAVI NIC merkt op dat bij het plaatsen van laadpalen twee plaatsen worden gereserveerd voor elektrische auto’s, wat impact heeft op de parkeerdruk. In Rotterdam is er, met name bij winkelcentrum Prinsenland, voor gekozen per paal slechts één parkeerplaats te reserveren, ook al zitten er twee aansluitingen op. Zou dat ook in Capelle toegepast kunnen worden, om de parkeerdruk laag te houden? Mevrouw FEUTH vraagt hoe het te rijmen valt met het verbieden van laadpaalkleven als de laadplaatsen gewone parkeerplaatsen worden. De heer OUDSHOORN waarschuwt ervoor dat het proactief neerzetten van laadpalen voorkomen dient te worden, want uiteindelijk zal de firma die de paal plaatst er ook wat voor terug moeten verdienen en hij ziet niet snel gebeuren dat iemand een elektrische auto zal gaan kopen omdat een laadpaal al acht weken stil staat.
De heer HARTOG meent dat het nog steeds nodig is om het gebruik van elektrische wagens te stimuleren. In dat kader lijkt het hem wel mooi om ook laadpalen beschikbaar te stellen op plaatsen waar nog minder elektrische wagens voorhanden zijn. Wethouder GEISSLER verzekert mevrouw Den Engelsman dat individuele plekken de aandacht zullen blijven houden. Mevrouw Tieman bevestigt hij dat de niet correcte zin in het stuk zal worden aangepast. Een verlengde private aansluiting mocht overigens al niet, dus daar verandert niets aan, ongeacht wat hier staat. Ten aanzien van publieke laadpalen is landelijke wetgeving in de maak waarmee een VVE in de toekomst wellicht gepasseerd zou kunnen worden, waarmee meer mogelijk zou zijn met een private parkeerplek binnen zo’n VVE. Tot mevrouw Feuth merkt hij op dat naar verwachting steeds meer auto’s een beroep zullen doen op de laadpalen die er zijn. Als een laadpaal in eerste instantie in een wijk wordt geplaatst, zal het gebruik ervan nog niet optimaal zijn, maar het neemt toe en op een gegeven moment zal er worden bijgeplaatst. Er kan dan een situatie ontstaan waarin het gebruik van dien aard is dat het problematisch wordt, zodat erop moet worden gehandhaafd, of met een beloningssysteem iets zal moeten worden gedaan. Desgevraagd bevestigt hij dat voorlopig niet gehandhaafd zal worden op het laadpaalkleven, totdat blijkt dat het nodig is.
Wethouder VAN WOUDENBERG deelt aan het adres van de heer Safavi Nic mede dat in straten en wijken met een hoge parkeerdruk voorzichtig wordt omgegaan met het plaatsen van laadpalen.
Behorende bij commissieverslag SOB, nummer: 684926/1040543
pagina: 6 van 17
In eerste instantie wordt dan nagegaan of binnen een straal van 200 meter plaatsen te vinden zijn waar die parkeerdruk lager is. In andere gemeenten is wel een verkeersbesluit genomen waarmee eerst één vak wordt afgekruist, om het tweede vak, waar eigenlijk al een aansluiting voor is, pas af te kruisen als het gebruik toeneemt. De suggestie om na te gaan of dat ook in Capelle kan worden toegepast neemt hij graag ter harte. De VOORZITTER stelt voor het voorstel voorlopig als hamerstuk te agenderen, tenzij de toegezegde aanpassing van het stuk aanleiding geeft voor een andere opstelling. Daarmee wordt ingestemd. 6. Verordening nadeelcompensatie Omgevingswet Capelle aan den IJssel 2022 De heer HARTOG geeft te kennen dat GroenLinks altijd moeite heeft gehad met een belangrijk deel van de compensatieregeling, het feit namelijk dat die maar één kant op gaat: alleen als er nadeel is bij genomen besluiten door de gemeente. Er zijn echter ook besluiten van de gemeente die voordelig kunnen uitpakken voor bijvoorbeeld de eigenaren en dan zou het logisch zijn wanneer de eigenaren daarvoor een compensatie aan de gemeente zouden betalen. Het is hem bekend dat in Zwitserland zo’n tweezijdige compensatie wel bestaat.
Mevrouw LAUW-SCHOUTEN begrijpt dat GroenLinks het normaal zou vinden dat een eigenaar een compensatie aan de gemeente geeft als de gemeente iets doet wat in het voordeel van die eigenaar is. Maar als de eigenaar er niet om gevraagd heeft, zou hij dan ook ongevraagd aan de gemeente moeten betalen voor dat voordeel? De heer HARTOG erkent dat dat een nuance is. In de gemeente worden overigens veel wijzigingen op verzoek van eigenaren doorgevoerd, bijvoorbeeld met aanpassing van hoogtes of functies in bestemmingsplannen en gebiedspaspoorten, en hij wil graag weten hoe de wethouder aankijkt tegen het toepassen van de compensatieregeling voor beide zijden. In de verordening wordt aangegeven dat binnen zestien weken advies van de adviescommissie beschikbaar moet zijn en binnen acht weken een beslissing van het bestuursorgaan, met een maximale verdaging van vier weken. Bij andere verordeningen worden die termijnen niet altijd gehaald, onder andere wegens personeelstekorten. Hoe denkt de wethouder deze termijnen te kunnen garanderen? Wat zou overigens de consequentie zijn als deze termijnen niet gehaald worden? Is het niet een goed idee om hierover iets toe te voegen aan de verordening? Mevrouw DEN ENGELSMAN stelt vast dat de mogelijkheid om een voorschot uit te keren niet in de verordening is opgenomen.
Wel kan een aanvrager die meent recht te hebben op een voorschot daartoe een verzoek indienen op grond van artikel 4.95 Awb. De wethouder verzoekt zij toe te lichten waarom ervoor is gekozen geen voorschot uit te keren. Mevrouw TIEMAN deelt mede dat de PvdA zich geheel kan vinden in de keuzes die zijn gemaakt bij gebruikmaking van het VNG-model. De heer HEERENS merkt de verordening als alleszins redelijk aan. Mevrouw LAUW-SCHOUTEN vraagt of het juist is dat de oude verordening vijf jaar lang blijft gelden voor planschades die al zijn ingediend en dat daarnaast de nieuwe verordening komt als de Omgevingswet in werking treedt. De heer SAFAVI NIC zegt blij te zijn dat het vandaag gaat over een nadeelcompensatie. Aan een voordeelcompensatie zou zijn fractie zeker geen steun verlenen. Voor het overige betuigt hij instemming met de logische keuzes die zijn gemaakt. De enige vraag die hij nog heeft is of de wethouder voornemens is na een redelijke tijd een evaluatie uit te voeren, om te bezien of eventueel aanscherpingen nodig zijn. Mevrouw FEUTH betuigt instemming met het voorstel. De heer OUDSHOORN geeft aan dat ook de SGP-fractie geen op- of aanmerkingen heeft.
Behorende bij commissieverslag SOB, nummer: 684926/1040543
pagina: 7 van 17
Wethouder FAASSEN moet zeggen dat hij de suggestie van de heer Hartog voor een compensatie aan de gemeente wel aardig vond, al voegt hij er meteen aan toe dat dat niet in de nieuwe Omgevingswet staat, zo die al doorgaat natuurlijk! Deze verordening is een uitvloeisel van de Omgevingswet en beleidsneutraal overgenomen van de oude verordening. Gevraagd is of de zestien weken-termijn altijd zal worden gehaald. Gezien het aantal aanvragen dat de gemeente ontvangt, gemiddeld één per jaar, lijkt hem dat geen probleem. Tot dusverre is de termijn in ieder geval altijd gehaald en dat is ook de reden waarom niet echt is nagedacht over de consequenties van het niét halen ervan. Ook voor het niet bevoorschotten geldt dat beleidsneutraal wordt overgegaan van de oude naar de nieuwe verordening. Aan het adres van mevrouw Lauw merkt hij op dat een aanvrage die wordt gedaan binnen de vigerende verordening behandeld wordt op basis van die vigerende verordening; daarvoor geldt de vijf-jaarstermijn. Mevrouw BUIJZE verduidelijkt nader dat vanaf het moment dat een besluit is genomen mensen gedurende vijf jaar de tijd hebben om een claim in te dienen, vandaar dat die verordening nog vijf jaar geldt. Mevrouw LAUW-SCHOUTEN concludeert dat het dus nog langer kan uitlopen dan die vijf jaar. Wethouder FAASSEN bevestigt dat, maar herhaalt dat het gemiddeld slechts één aanvrage per jaar betreft.
Gezien het aantal aanvragen is hij wel bereid na twee jaar een evaluatie uit te voeren. De heer OUDSHOORN werpt tegen dat wat hem betreft niet overal een evaluatie aan gehangen hoeft te worden; het is ook zonde van de capaciteit van het gemeentelijk apparaat. Tweede termijn Mevrouw DEN ENGELSMAN geeft aan dat, nu het kennelijk maar om één aanvrage per jaar gaat, ook het CDA geen voorstander is van een evaluatie. Wel verzoekt zij de wethouder er bij de raad op terug te komen als het een grotere hoeveelheid blijkt te worden. Mevrouw TIEMAN merkt op dat de PvdA-fractie in het algemeen een groot voorstander is van evaluaties, maar in dit geval is zij het ermee eens dat daarvan kan worden afgezien, gezien het lage aantal casussen én omdat deze verordening eigenlijk beleidsarm is vergeleken met de vorige, zodat in die zin geen wijziging van het beleid wordt doorgevoerd. Mocht er later aanleiding voor zijn, dan kan er altijd nog toe besloten worden. De heer HEERENS sluit zich daarbij aan De heer SAFAVI NIC uit zich in soortgelijke bewoordingen.
De VOORZITTER concludeert dat het voorstel als hamerstuk kan worden geagendeerd. 7. Najaarsnota 2022 Programma 2: Verkeer, Vervoer en Waterstaat. De VOORZITTER verzoekt de leden van de commissie zich zoveel mogelijk te beperken tot de wijzigingsvoorstellen. De heer OUDSHOORN deelt mede geen vragen te hebben bij de wijzigingsvoorstellen voor dit programma. Wel toont hij zich getriggerd door de tekst over het parkeerbeleid, dat in conflict is met wat zojuist is afgesproken. Hij is benieuwd of de wethouder dat ook beseft. De heer KOLSTER vraagt aandacht voor punt 2.3: IBOR. Er vallen een aantal posten vrij door langere levertijden, druk op personele capaciteit en stijgende prijzen, waardoor geld overblijft. Dat lijkt positief, maar er gebeuren ook dingen niét en de VVD vreest dat het daardoor in de toekomst alleen maar duurder wordt. Deelt het college die zorg en hoe wil het daarmee in de toekomst omgaan? Zijn tweede vraag betreft de Ketensezoom, het fietspad dat daar aanloopt en waar de fietsers moeten oversteken. Tijdens de begrotingsbehandeling heeft hij het ook genoemd en hij had verwacht dat het terug zou komen in de najaarsnota, maar dat is niet het geval. De VVD ziet graag dat dat binnen afzienbare tijd wordt opgepakt.
Behorende bij commissieverslag SOB, nummer: 684926/1040543
pagina: 8 van 17
De heer SPRUIT memoreert dat het bij verkeer heel vaak gaat over de route vanaf het Kralingseplein tot en met Krimpenerwaard. Ook vandaag wil hij daarover nog het een en ander kwijt. In de teksten komt hij de brug over de Schönberglaan tegen, die parallel zou lopen aan de Algeraweg. Bij de najaarsnota 2019 werd een voorbereidingskrediet gevraagd voor het realiseren van deze brug en werd duidelijkheid gegeven over de subsidie die van de MRDH zou worden ontvangen. Het is nu drie jaar verder en toen de brug bij de behandeling van de voorjaarsnota weer even ter sprake kwam, werd gezegd dat even de beslissingen rond de MIRT zouden worden afgewacht, om dan te beoordelen wat er met de brug moet gebeuren. Voor hetzelfde geld zou anders de brug op de verkeerde plek worden neergelegd, wat zonde van het geld zou zijn. In november is een extra raadsvergadering gewijd aan de Algeracorridor en de maatregelen aldaar. Inmiddels is daarover een besluit genomen en is een motie ter zake bijna raadsbreed – op één partij na – aangenomen. Een van de opmerkingen daarbij was dat er geen extra asfalt bij mocht komen. Zo zou de conclusie kunnen worden getrokken dat de hoeveelheid asfalt gelijk blijft en dan is er wat Leefbaar Capelle betreft geen enkele belemmering meer om werk te gaan maken van die brug over de Schönberglaan, parallel aan de Algeracorridor.
Op pagina 26 staat dat de fietsbrug in relatie tot de aanpassingen van het Capelseplein op de langetermijnplanning staat, op pagina 32 staat ze bij de quickwins en wordt verwezen naar de voorkeurbeslissing MIRT, met de mededeling dat deze beslissing van invloed is op het al dan niet realiseren van de fietsbrug op korte termijn. Wat Leefbaar Capelle betreft zal nu gewoon werk moet worden gemaakt van die brug. Misschien moet hij het niet in de openbaarheid zeggen, maar hij doet het toch: dan maakt hij maar gelijk een belemmering dat er ooit nog asfalt bij kan komen. De heer OUDSHOORN zegt hierin de lijn van de heer Spruit wel enigszins te kunnen volgen, al wijst hij erop dat in november is besloten te onderzoeken of het mogelijk is daar geen extra asfalt neer te leggen. Zijn vraag is dan ook of de heer Spruit het met hem eens is dat de verkeerde keuze zou worden gemaakt als nu die brug wordt neergelegd en toch besloten zou worden dat er extra asfalt komt. De heer SPRUIT is het daarmee volstrekt oneens. De raad heeft een motie aangenomen waarin luid en duidelijk staat dat de raad geen extra asfalt wil en hij neemt dan ook aan dat daaraan gevolg zal worden gegeven. Wat Leefbaar Capelle betreft komt er dus geen extra asfalt.
De heer OUDSHOORN vraagt of Leefbaar Capelle dan van mening is dat hier wel het risico mag worden gelopen dat de gemeente een of anderhalve ton gaat weggooien, als de brug toch verkeerd blijkt te liggen. De heer SPRUIT bevestigt dat zo’n risico dat wat hem betreft wel gelopen mag worden als iets bijna ongelooflijk onaannemelijk is. In dezelfde raadsvergadering is geïnformeerd naar de snelheid van de bus op de busbaan, waarop is uitgelegd dat de bus op de busbaan harder mag rijden. Leefbaar Capelle legt de wethouder nu de vraag voor of deze er werk van wil maken om bussen ook gewoon 50 te laten rijden op die weg. Eerder is al een motie ingediend over de snelheidsdisplays. Zullen die nu ook snel worden geplaatst langs de Algeracorridor? De bromfietsen worden binnenkort kennelijk op een aantal locaties naar de rijbaan verwezen. Wordt de raad nog betrokken bij de vraag waar dat wel of niet gaat gebeuren? De heer HEERENS geeft het college namens de ChristenUnie het idee mee om bij de verkeersregelinstallaties op de kruisingen Schaardijk fietsvriendelijke tellers aan te brengen die aangeven wanneer een stoplicht groen wordt. Op internet kwam hij er zelfs eentje tegen met ledverlichting en zonnepanelen, wat helemaal mooi is in het kader van duurzaamheid.
Mevrouw TIEMAN moet het van het hart dat in programma 2, maar overigens ook verder in de najaarsnota, ontzettend veel oranje voorkomt. De toelichting daarop snapt de PvdA wel, maar tegelijkertijd wil ze haar zorgen uiten op dit punt. Met terugwerkende kracht heeft het bij de fractie de vraag doen rijzen of in de begroting voor het komend jaar doelen zijn gesteld die ook realiseerbaar zijn met alle beperkingen waarmee de gemeente te maken heeft.
Behorende bij commissieverslag SOB, nummer: 684926/1040543
pagina: 9 van 17
Mevrouw DEN ENGELSMAN heeft zojuist bij de behandeling van het laadpalenbeleid de opmerking van de wethouder genoteerd dat het parkeerbeleid en de pareernormen volgend jaar tegemoet kunnen worden gezien. Een kwartaal is daarbij niet genoemd, kan dat alsnog worden aangegeven? Aandacht vraagt zij voorts voor de investeringen van IBOR onder punt 2.3. met een negental nieuwe projecten. Zijn die ook haalbaar? Op de pagina’s 123 en 124 is te zien dat in totaal 48 miljoen aan kredieten is gevoteerd, die lopen over de jaren 2012 tot 2022. Dit jaar zijn slechts twee kredieten afgesloten. De 40 kredieten die nog openstaan worden met deze najaarsnota weer doorgeschoven. Zij verzoekt de wethouder deze kredieten te voorzien van een uitvoeringsjaar. De heer HARTOG sluit zich aan bij de zorgen die mevrouw Tieman heeft geuit over de oranje punten. Aansluitend daarop stelt hij de vraag hoe de keuze wordt gemaakt om capaciteit voor bepaalde taken in te zetten en anderzijds om andere taken uit te stellen en hoe de raad daarbij wordt betrokken. In de paragraaf over straatreiniging wordt eigenlijk alleen maar gesproken over meer onkruid. Wat hij van mensen op de straat hoort, is dat er vooral sprake is van meer zwerfvuil. Welke maatregelen worden daartegen genomen? Wethouder VAN WOUDENBERG merkt voor wat betreft de parkeernota op dat de wens soms de vader is van de gedachte.
Hij had gehoopt dat ze in deze vergadering zou zitten, maar dat is net niet gelukt. De verwachting is nu dat ze in januari in het college ligt en daarna doorgaat naar de raad. De heer Kolster heeft terecht zorgen uitgesproken over de IBOR-projecten. Ze worden naar achteren geschoven, de prijzen worden hoger en wat zal dat betekenen voor de projecten? Op het moment dat zich een project aandient, zal een aanbesteding plaatsvinden en dat zal op termijn zeker een consequentie hebben. Op dit moment kan dat echter niet worden ingeschat. Het is een zorg die meer in het algemeen bestaat en eigenlijk ook wel geldt voor de oranje activiteiten. De ambitie was om ze in 2022 uit te voeren, maar dat wordt 2023. Uiteindelijk krijgt de gemeente ook een aantal taken naar zich toe – de opvang, nu de armoede en de energiecrisis – die ongelooflijk veel capaciteit vergen van de organisatie. Mogelijk zal in de loop van het volgend jaar een moment aanbreken waarop geconcludeerd moet worden dat een aantal ambities te hoog zijn. In dat geval zal daarop bij de raad worden teruggekomen, om gezamenlijk na te gaan, waarschijnlijk bij de najaarsnota, welke activiteiten naar de lange termijn moeten worden verschoven en welke wel kunnen worden aangepakt. De activiteiten die worden doorgeschoven zullen in de toekomst ook weer duurder worden, wat op termijn ook invloed zal hebben op de begroting.
Mevrouw DEN ENGELSMAN haakt in op de opmerking van de wethouder dat bij de najaarsnota zal worden nagegaan welke projecten moeten worden doorgeschoven. Dat is dan weer aan het einde van het jaar. Kan dat niet vervroegd worden naar bijvoorbeeld de voorjaarsnota? Wethouder FAASSEN weet dat de algemeen directeur recent een presentatie heeft gegeven aan de raad over de krapte en de organisatiesturing en hij stelt voor deze te vragen dat in het voorjaar nog eens te doen op basis van de dan geldende cijfers. Wethouder VAN WOUDENBERG zegt collega Faassen dank voor deze aanvulling. Het voorstel voor het fietspad Slotlaan-Ketensezoom, waarin participatie wordt voorgesteld met de omgeving en met de gemeenteraad, zal nog dit jaar in het college worden behandeld, waarna begin volgend jaar de correspondentie volgt naar de inwoners in de omgeving. Dat met de brug over de Schönberglaan snel aan de slag moet worden gegaan, is hij geheel met de heer Spruit eens. Anderzijds is hij het met de heer Oudshoorn eens dat de uitwerkingsfase van de MIRT moet worden afgewacht om exact te weten hoeveel weg er nodig is. Hiermee is niet gezegd dat er extra asfalt nodig is, maar het zou kunnen dat de tunnelbak in het Capelseplein een bocht krijgt waardoor er een uitloop komt die mogelijk net effect heeft op de brug.
Hij zegt toe dat zodra die uitwerkingsfase er is en bekend is hoe de weginrichting wordt, de brug meteen zal worden aangepakt. De snelheid op de busbaan zal worden meegenomen in de uitwerkingsfase, zoals naar hij meent al eerder is toegezegd in het debat daarover. De snelheidsdisplays zijn besteld en als ze er zijn worden ze geplaatst. De suggestie van de heer Heerens voor een fietsvriendelijke oplossing zal worden meegenomen.
Behorende bij commissieverslag SOB, nummer: 684926/1040543
pagina: 10 van 17
Wethouder WILSON verzekert de VVD dat de zorgen over IBOR door het college worden gedeeld. De markt is van dien aard dat men niet meer weet waar men aan toe is met de inflatie, wereldcrisis en stijgende prijzen. Op het moment dat dat soort zaken weer voorkomt, zal de raad op de hoogte worden gesteld hoe het ervoor staat. Aan het adres van het CDA merkt hij op dat hij bij het stellen van dit soort vragen liever heeft dat meteen de eindvraag wordt gesteld in plaats van daaraan een inleiding over kredieten vooraf te laten gaan, die zo technisch was dat hij vooraf is afgehaakt. Mevrouw DEN ENGELSMAN verduidelijkt dat zij heeft verzocht de door te schuiven kredieten die vermeld staan op de pagina’s 123 en 124 die betrekking hebben op programma 2.1, 5.7 en 7.2 te voorzien van een uitvoeringsjaar. Wethouder VAN WOUDENBERG zegt toe dat bij het volgende kredietvoorstel keurig te zullen aangeven. Mevrouw DEN ENGELSMAN gaat ermee akkoord als dat bij de voorjaarsnota kan gebeuren. Wethouder WILSON besluit zijn beantwoording met de mededeling dat de negen nieuwe projecten waarnaar werd geïnformeerd in de voorbereiding gaan, maar nog niet meteen in de uitvoering. De heer HARTOG herinnert aan zijn vraag welke maatregelen worden genomen tegen het toenemende zwerfvuil.
Wethouder GEISSLER deelt mede dat hij toevallig deze week heeft verzocht inzicht te verschaffen in bepaalde gegevens ter zake, zoals het kwaliteitsniveau dat ook bij zwerfvuil wordt gehanteerd, in de zin van een bepaalde hoeveelheid per vierkante meter. Als die gegevens er zijn, kan worden nagegaan of er meer nodig is, en anders zal moeten worden bekeken of het wellicht iets is dat de gemeente zou willen uitwerken. Desgevraagd zegt hij toe de nadere informatie ter zake, zodra die beschikbaar is, ook aan de raad te zullen doen toekomen. De heer SPRUIT herhaalt zijn vraag over het voornemen om scooters binnenkort op een aantal locaties naar de rijbaan te verwijzen. Op plekken waar scooters van het fietspad de rijbaan op gaan, of omgekeerd van de rijbaan op het fietspad, kunnen gevaarlijke verkeerssituaties ontstaan en het zou jammer zijn wanneer in een volgende begrotingscyclus weer extra kosten moeten worden gemaakt om allerlei dingen te gaan herstellen. Hij verzoekt daaraan aandacht te besteden. Wethouder VAN WOUDENBERG repliceert dat al wordt onderzocht waar in Capelle de scooters het beste op de rijbaan, c.q. het fietspad, kunnen. Aan de ‘weefbewegingen’ die op dat moment ontstaan zal zeker aandacht worden geschonken, om voor een veilige inrichting zorg te dragen.
Programma 5B – onderdeel openbaar groen De heer MOLENGRAAF herinnert eraan dat de waterbushalte eigenlijk al in januari in gebruik genomen had moeten worden. In april kreeg hij te horen dat de halte vlak voor, of vlak na de zomer in gebruik zou worden genomen. Nu leest hij dat het aanlandingspunt is gerealiseerd en dat de ponton binnenkort zal worden afgemeerd. Is daarvoor al een datum bekend en verwacht het college dat de halte in het eerste kwartaal van 2023 kan worden gebruikt? Mevrouw DEN ENGELSMAN vraagt aandacht voor punt 5B.2: vervangen bomen door weersextremen. Zij verzoekt de wethouder bij het herplanten van die 300 bomen niet alleen naar het aantal, maar ook naar het volume van de teloor gegane bomen te kijken. Het baggeren is al vele jaren uitgesteld, maar binnenkort kan het baggerplan worden verwacht. De wethouder verzoekt zij er bij de HHSK op aan te dringen in 2024 daadwerkelijk te beginnen met de uitvoering ervan. De heer HARTOG begrijpt dat inmiddels een deel van de 300 gerooide bomen als gevolg van weersextremen herplant is, maar nog niet alle, en dat bevreemdt hem, aangezien ze al in het voorjaar zijn verwijderd. Hij hoopt dat de wethouder een en ander kan toelichten.
Behorende bij commissieverslag SOB, nummer: 684926/1040543
pagina: 11 van 17
Ten slotte een tip. In programma 5.B is iets opgenomen over een kwaliteitsimpuls buitenruimte en in programma 2 iets over een werkgroep buitenruimte. Misschien kunnen die twee gewoon samengevoegd worden. Wethouder mevrouw WESTERDIJK licht toe dat ten behoeve van de waterbus voor het stormseizoen een aantal aanpassingen aan de dijk zijn gedaan, zodat het ponton vanaf januari ingevaren kan worden. Verwacht wordt dat de waterbus voor het eerst gaat afmeren en varen in het eerste kwartaal. Een exacte datum is nog niet bekend. Wethouder WILSON zegt toe met betrekking tot het baggerplan poeslief te zullen proberen druk uit te oefenen op HHSK, ‘poeslief’ omdat het een gevoelig punt is. De opmerking over het volume van de bomen kan hij volgen, maar hij moet erbij zeggen dat het niet altijd zal lukken. Het waren hele grote bomen en het zou niet te betalen zijn om die allemaal terug te zetten. Tot GroenLinks merkt hij op dat het niet haalbaar is alle bomen in één keer te herplanten. Naar aanleiding van de tip die GroenLinks mee wilde geven moet hij zeggen dat de kwaliteitsimpuls buitenruimte en de werkgroep buitenruimte niets met elkaar te maken hebben. Programma 7: onderdeel Milieu Mevrouw FEUTH brengt naar voren dat op de daken van de woningen van de woningbouwcorporaties en de VVE’s en de bedrijfspanden nog heel veel kansen liggen voor het aanleggen van grote aantallen zonnepanelen.
Van de wethouder wil zij graag weten hoe dit van gemeentewege gestimuleerd kan worden, opdat ook daar een versnelling in kan worden aangebracht. Met het restafval zit men inmiddels op 168 kg per bewoner, terwijl het streefgetal 160 kg is. Is ook te zeggen waarop men ongeveer zal uitkomen als alle maatregelen die nu nog in uitvoering zijn getroffen zijn en zijn er nog mogelijkheden om het verder te verlagen? Landelijk ligt het streven namelijk op 100 kg en daar is Capelle nog wel heel ver van verwijderd. De heer MOLENGRAAF memoreert dat minister Jetten op 21 oktober via een Kamerbrief de Tweede Kamer heeft geïnformeerd over de Wet collectieve warmtevoorziening, die per 1 juli 2024 in werking zou moeten treden. In het wetsvoorstel wordt bepaald dat gemeenten alleen warmtebedrijven voor een nieuw warmtekavel kunnen aanwijzen wanneer de infrastructuur in handen is van publieke partijen, of waarbij publieke partijen een meerderheidsaandeel hebben. Na een ingroeiperiode van zeven jaar mogen alleen bedrijven die voor minstens de helft in publieke handen zijn collectieve warmtevoorzieningen aanleggen. In de overgangsperiode mogen gemeenten wel infrastructuur laten aanleggen door private warmtebedrijven, mits ze geen publieke partij kunnen vinden.
Is het college bekend met dit besluit van minister Jetten? Zo ja, hoe wordt hierop geanticipeerd? Is er al een beeld van mogelijke financiële gevolgen van het verplichten van publiek eigenaarschap van de infrastructuur? In 2018 sloot de gemeente Capelle zich aan bij de Statiegeldalliantie en sinds juli vorig jaar wordt ook daadwerkelijk statiegeld geheven op plastic flesjes. Toch eindigen nog altijd veel flesjes in vuilnisbakken in plaats van dat ze worden ingeleverd en gerecycled. Meer recycling van deze flesjes helpen de grote ambities op het gebied van de circulaire economie beter mogelijk te maken. In Duitsland maken inmiddels meer dan honderd gemeenten gebruik van doneerringen, zijnde ringen die bij vuilnisbakken aangebracht worden waarin plastic flessen gedaan worden die er door anderen weer kunnen worden uitgehaald om te worden ingeleverd. Ook in Nederland zijn er steeds meer gemeenten die doneerringen plaatsen. Deze ringen voorzien de mensen die de flesjes inleveren van een extra zakcentje en zo worden meer flesjes gerecycled. Dat lijkt Leefbaar Capelle een win-winsituatie. Daarom hoort ze graag hoe de wethouder denkt over doneerringen en of deze bereid is een pilot te starten waar op strategische plekken in de gemeente doneerringen worden geplaatst.
De heer HEERENS deelt mede dat door de ChristenUnie de technische vraag was gesteld hoeveel zonnepanelen tot op heden zijn geplaatst door Havensteder. Tot zijn grote verbazing is daarop geantwoord dat het er, voor zover bekend, maar liefst 48 zouden zijn! Hoe is dat mogelijk in een gemeente waarin tot nu toe ruim 54.000 zonnepalen zijn geplaatst? Klopt dat aantal echt?
Behorende bij commissieverslag SOB, nummer: 684926/1040543
pagina: 12 van 17
Mevrouw TIEMAN leest in het stuk dat het Actieplan Circulair Capelle gepland stond voor het derde kwartaal 2022. Bij de behandeling van de begroting heeft zij erop gewezen dat al bij de najaarsnota 2020 werd aangegeven dat het actieplan eraan zou komen, terwijl er eerder al een paar keer uitstel was geweest. Haar vraag is of het ook mogelijk is wat transparanter te zijn in hoe lang zoiets al loopt, zodat de raad er wat meer zicht op krijgt. Ook bij het afwegen van prioriteiten die je wilt maken is het informatief te weten hoe lang iets al op de rol staat. Ten slotte deelt zij mede dat de PvdA het een goed idee vindt een pilot te starten met doneerringen, die ze toevallig zelf onlangs in Zwolle is tegengekomen. Mevrouw DEN ENGELSMAN uit haar blijdschap over het voornemen bijplaatsingen bij vuilopstelplaatsen zoveel mogelijk te voorkomen, waarmee men waarschijnlijk ook veel ongedierte zal kwijtraken. Ten aanzien van zonnepanelen is de doelstelling voor 2022 op gemeentelijke daken niet gehaald. Wel wordt daarop het volgend jaar weer ingezet en het verheugt haar dat ook ZonKracht daarbij betrokken wordt. De heer Heerens kan zij verzekeren dat het aantal van 48 zonnepanelen dat hij noemde juist is. Het zijn twee pilots geweest, alleen doen ze het niet meer na acht jaar.
Dat is ook haar punt in deze commissie: als je iets plaatst, moet je er ook voor zorgen dat er een stukje onderhoudstermijn aan zit. Van een bewoner in Middelwatering heeft zij teruggekregen dat die dingen het gewoon niet meer doen na acht jaar. Eigen ervaring in haar buurt is dat de zonneboilers die destijds zijn geplaatst door Havensteder het ook niet meer doen. Zij dringt erop aan Havensteder mee te geven dat er ook een stuk onderhoud aan moet zitten als je dit soort dingen gaat doen. De Huurdersraad Capelle heeft op 8 december overigens laten weten dat Havensteder tot en met 2027 10.000 zonnepanelen gaat plaatsen, te beginnen met eengezinswoningen in 2023 en 2024. De heer HARTOG zegt dat zijn oog bij de oranje vierkantjes is gevallen op de ongediertebestrijding. Naar zijn mening is dat iets wat je niet moet willen uitstellen, zelfs niet een kwartaal of een halfjaar. Zo zijn er wel meer dingen. Circulaire economie is bijvoorbeeld al een paar jaar uitgesteld. Positief is dat hard gewerkt wordt aan de aanleg van zonnepanelen. Er is een suggestie om eigenaren van eengezinswoningen veel meer te ondersteunen in de vorm van een collectieve aanpak van hele blokken, bijvoorbeeld in samenwerking met ECC en het Regionaal Energieloket. De gemeente kan daarin veel sterker ondersteunen door het leveren van organisatie- of coördinatiecapaciteit.
Ook in de communicatie zou de gemeente veel sterker de urgentie kunnen benadrukken van het nemen van maatregelen, met name op het gebied van klimaatmaatregelen, waaronder bijvoorbeeld zonnepanelen e.d. Van harte ondersteunt hij ten slotte het idee van de heer Molengraaf om een pilot te starten met doneerringen voor plastic flesjes. Wethouder GEISSLER verzekert mevrouw Feuth dat de gemeente het aanleggen van zonnepanelen op daken van woningen van VVE’s en corporaties en bedrijfspanden wil stimuleren. Anderen vroegen wat er met de corporaties gaat gebeuren, want de 48 zonnepanelen van Havensteder waren natuurlijk wel heel weinig. Zoals mevrouw Den Engelsman al aangaf, is het de ambitie om 10.000 zonnepanelen te leggen. Uit een van zijn stukken haalt hij dat het de ambitie van Havensteder is om binnen vijf jaar op circa 750 woningen zonnepanelen te leggen, een forse stijging dus. Blijkens de samenwerkingsafspraken die met Havensteder zijn gemaakt is het streven erop gericht de eerste panelen in 2023 te leggen. Bij bedrijfspanden is het vanaf 1 januari wettelijk verplicht te voldoen aan een bepaalde isolatiestandaard. Daaraan zou het stimuleren van zonnepanelen eventueel gekoppeld kunnen worden. Bij VVE’s zijn in het Actieplan Energiearmoede een aantal quickscans beschikbaar. Dat zijn dingen die wellicht via die quickscans opgenomen kunnen worden in het meerjarenonderhoudsplan.
Hij ziet die quickscans ook als een pilot voor de VVE’s. Het zijn er circa tien. Pakt dat goed uit, dan zouden ook andere VVE’s op die manier geholpen kunnen worden met de verduurzaming, en wel in de volle breedte, van isoleren tot en met duurzame energieopwek.
Behorende bij commissieverslag SOB, nummer: 684926/1040543
pagina: 13 van 17
Voor het verminderen van restafval bedraagt het streefgetal 165 kilo, vastgelegd in het Afvalactieplan. Het getal waarop men uitkomt als alle maatregelen volledig zijn verwerkt – het afsluiten van de containers is een aspect dat nog maar heel gering is uitgerold en wat echt tot een significante verlaging leidt van het aantal kilo’s, bijvoorbeeld in Vlaardingen, zo heeft men te horen gekregen van de collega’s daar – zou volgens de becijferingen circa 160 zijn. Afgesproken is dat het Afvalactieplan vanwege corona nog zal doorlopen in 2023 en als al die maatregelen zijn uitgevoerd, zou kunnen worden nagegaan wat de mogelijkheden zijn om nog meer te doen. Mevrouw FEUTH vraagt wat de wethouder bedoelt met het afsluiten van containers. Wethouder GEISSLER antwoordt dat in het Afvalactieplan als een van de maatregelen is opgenomen dat de bewoners in de buurten in Capelle voor de restafvalcontainer een pasje krijgen waarmee de container geopend kan worden. Op die manier wordt bedrijfsafval niet opgenomen in de reststroom en wordt ook het afvaltoerisme ingeperkt. Leefbaar Capelle heeft geïnformeerd naar de stand van zaken met de Wet collectieve warmtevoorziening. Het college is daarmee bekend. Ten aanzien van de ontwikkeling in de Florabuurt wordt momenteel een soort aanbestedingsprocedure doorlopen.
Dat zou een ontwikkeling zijn die wellicht nog vóór 2025 kan starten en op die manier in ieder geval niet geraakt wordt door die publieke wet. Maar het is natuurlijk wel een grote uitdaging, ook voor andere bestuurders. Vandaag zat hij bij het Bestuurlijk Netwerk Energie en daar is het een grote zorg of er wel voldoende publieke realisatiekracht is, want Stedin vraagt al een heleboel vermogen straks om investeringen te kunnen doen en als de gemeente ook nog een aandeel moet nemen, bijvoorbeeld via Stedin of anderszins, in die warmtenetten, is het de vraag hoe dat dan moet en of de gemeente daarvoor de middelen heeft. De heer MOLENGRAAF vraagt hoe de gemeente daarop wil anticiperen. Wordt gehoopt op een bijdrage van de Rijksoverheid, of gaat de gemeente geld oppotten? Wethouder GEISSLER repliceert dat dit niet iets is waarmee alleen Capelle te maken heeft. In Rotterdam heeft een aantal energiebedrijven aangekondigd nu even te willen pauzeren, omdat ze het te riskant vinden om hiermee door te gaan. Er zullen zeker gemeenten zijn die nog veel krapper bij kas zitten dan Capelle en ook de ambitie hebben om straks een warmtenet aan te leggen. Er zal dus iets moeten komen en hij denkt niet dat daarvoor alleen naar het vermogen van de gemeenten gekeken kan worden. Ook het Rijk zal in deze nadrukkelijk over de brug moeten komen.
De pilot die is bepleit om plastic flesjes uit de vuilnisbakken te houden, zodat ze netjes gerecycled kunnen worden en iemand er ook nog iets aan kan overhouden, kan wat hem betreft begin volgend jaar zeker worden toegezegd bij een aantal winkelcentra. Mevrouw Tieman heeft ten aanzien van het Actieplan Circulair Capelle gevraagd of ook kan worden aangegeven hoe lang iets al loopt. Eerlijk gezegd zou hij er naartoe willen dat dat überhaupt niet meer hoeft te worden aangegeven, omdat dit al veel te vaak uitgesteld is. Als het inderdaad voorkomt dat het zo vaak uitgesteld wordt, zal dat ook netjes moeten worden aangegeven. Dat het in het kader van ongediertebestrijding van belang is bijplaatsingen te voorkomen, is hij geheel met mevrouw Den Engelsman eens. Er zal op moeten worden toegezien dat de servicenormen die op het gebied van afval zijn afgesproken met Irado worden behaald. De vraag van GroenLinks over de coördinatie met betrekking tot de collectieve aanpak van blokken lijkt hem iets dat heel goed terug kan komen in de uitwerking van het Nationaal Isolatieprogramma. In de eerste helft van 2023 kan ter zake een voorstel tegemoet worden gezien. De gemeente heeft Rijksgeld gekregen voor het isoleren van woningen met de slechtste energielabels en het is dan ook handig te kijken hoe je die woningen op een goede manier kunt bereiken.
Wellicht zullen daar collectieve inkoopacties bijhoren die voortborduren op buurtgerichte acties. Mogelijk kan met collectieve inkoop en met de middelen vanuit het Nationaal Isolatieprogramma ook nog iets met de prijs worden gedaan. Tweede termijn De heer MOLENGRAAF zegt dank voor de positieve reacties op het idee ten aanzien van de doneerringen.
Behorende bij commissieverslag SOB, nummer: 684926/1040543
pagina: 14 van 17
Wat betreft het warmtenet, zal hij het op prijs stellen wanneer de wethouder de commissie in de komende tijd op de hoogte wil houden van de ontwikkelingen, voornamelijk met betrekking tot de financiële consequenties. Wethouder GEISSLER zegt dit toe. Programma 8:- Stadsontwikkeling De heer OUDSHOORN brengt te berde dat het doorschuiven van allerlei posten eerder vooral als negatief is geframed omdat het meer zal gaan kosten. Zijns inziens kan het echter ook wel enigszins positief worden bekeken. Een aantal jaren lang is namelijk steeds de vraag gesteld of de gemeente niet te veel hooi op de vork nam en niet wat zou moeten temporiseren, en daar hoort dan ook zo’n jaar bij waarin het een en ander wordt doorgeschoven. In verband met de Wet kwaliteitsborging bouw wordt vijf jaar lang geld gereserveerd voor opleidingen, trainingen, communicatie en adviezen. Het bevreemdt hem dat dit vijf jaar lang nodig zou zijn. Gaat dat dan goed, of wordt het ook voor andere dingen besteed? Mevrouw FEUTH vraagt of de wethouder het niet met haar eens is dat het een verkeerd signaal is naar de bewoners en de betrokkenen dat in de woningbouwmonitor reeds 140 woningen op Kerklaan 450 staan geboekt. Is dat ook niet wat voorbarig? De heer MOLENGRAAF vraagt aandacht voor wat onder punt 8.3 bij Landelijk Capelle is vermeld over een veilige fietsroute over de ’s-Gravenweg.
Hij vermoedt dat het gaat om de voorgenomen fietssnelweg tussen Gouda en Rotterdam. Onlangs las hij bij de Fietsersbond Capelle dat de wethouder voorstander is van een route langs de Hoofdweg in plaats van over de ’s-Gravenweg. Staat de veilige fietsroute die hier wordt genoemd los van het originele plan Fietssnelweg F20? Mevrouw TIEMAN sluit zich aan bij de vraag van mevrouw Feuth. Mevrouw DEN ENGELSMAN stelt vast dat in de Capelle bouwt aan de stad-monitor niet veel was gewijzigd ten opzichte van de voorjaarsnota. Wel waren daarin 342 studentenkamers opgenomen onder het kopje ‘Sociale woningen’, onder de 763. De vraag is: wanneer zal nu eens gepraat worden over de definitie van een woning? Want ook als je spreekt over een regionaal akkoord, moeten dan deze studentenkamers, waarvoor de raad uitdrukkelijk het raadsbesluit heeft genomen, wel worden geschaard onder die sociale-huurwoningen? Bij Capelle Barbizon op pagina 96 wordt gesproken over de leegstand en de teloorgang. Het streven is om na twee jaar het gebiedspaspoort weer te gaan oppakken. Ze hoopt dat de wethouder zich ook aan de termijn kan houden om dit in het tweede kwartaal te realiseren.
Is het overigens nog steeds de planning dat de nieuwbouw die stilgelegen heeft in verband met het faillissement van de aannemer, daadwerkelijk in het eerste kwartaal zal starten? Bij de kwetsbare woningvoorraad, met name de gebieden die van de binnenterreinen van Havensteder naar de gemeente overkomen, wordt aangegeven dat de gronden van Havensteder nog niet alle zijn overgedragen. Volgens haar informatie is het wel gekocht en is de hypotheekakte betekend. Wanneer gaat daar dan verder mee gestart worden? De onderhoudskosten vloeien terug en wie onderhoudt dadelijk die binnenterreinen, opdat de mensen straks niet weer een stukje teloorgang gaan zien op die binnenterreinen? In de begroting was onder punt 5B het onderzoek naar de kinderboerderij genoemd en dat ziet ze nu ineens in programma 8 terug. Hoe kan dat? Komt dat omdat het zorgdeel erbij is gekomen? De heer HARTOG vraagt aandacht voor wat op pagina 91 is vermeld over het uitwerken van de Stadsvisie. Eerder is hier gesproken over de betrokkenheid van de raad via de werkgroep omgevingswet. Van de wethouder verneemt hij graag hoe de raad hierbij nauwer en vooral ook eerder betrokken kan worden. Binnenkort is een actuele versie van het Regioakkoord te verwachten.
Om te voorkomen dat dit als een fait accompli over de schutting naar de raad wordt gegooid, wil hij weten hoe deze commissie betrokken zal worden bij het regio-overleg.
Behorende bij commissieverslag SOB, nummer: 684926/1040543
pagina: 15 van 17
Wethouder FAASSEN deelt aan het adres van de heer Oudshoorn mede dat de Wkb (Wet kwaliteitsborging bouw) naar verwachting vanaf 1 januari 2023 stapsgewijs zal worden ingevoerd, tot en met 2025 eerst voor eenvoudige bouwwerken, eengezinswoningen en kleinere bedrijfspanden en vanaf 2026 voor de andere bouwwerken. Stap voor stap zal dus ervaring worden opgedaan met het nieuwe toezicht op de bouw. Mevrouw Feuth geeft hij toe dat het wat voorbarig was in de woningbouwmonitor melding te maken van 140 woningen op de locatie Kerklaan 450. Dat had beter wat voorzichtiger geformuleerd kunnen worden. Tot mevrouw Den Engelsman merkt hij op dat zich voor wat betreft de nieuwbouw die stil ligt aan de Roer wat complicaties voordoen. Er is een nieuwe eigenaar en er was een probleem met een verzekering van de vorige. Het lijkt hem verstandig daarop in een collegebrief nader in te gaan. Overigens bevestigt hij dat het streven erop is gericht het gebiedspaspoort in het tweede kwartaal aan de raad voor te leggen, al moet hij erop wijzen dat het door het verkeersonderzoek dat met Rotterdam wordt gedaan langzamer zou kunnen gaan dan men zou willen. De heer Hartog deelt hij mede dat de werkgroep omgevingswet op 9 januari weer bijeenkomt om over alle zaken bij te praten.
Wethouder GEISSLER merkt in aanvulling op wat de heer Faassen heeft gezegd over de woningbouwmonitor op dat in de huidige woningbouwmonitor scherper is geformuleerd wat de status is van een woningbouwplan. Tevens wordt aangegeven wat harde en wat zachte plannen zijn, waarbij met het laatste wordt gedoeld op plannen waarover nog geen politieke besluitvorming heeft plaatsgevonden. Wellicht zal bijvoorbeeld bij het programma Wonen nog eens met elkaar van gedachten moeten worden gewisseld over wat men in de woningbouwmonitor terug zou willen zien. Hij kan zich namelijk voorstellen dat nu nog zaken worden gemist, zoals bijvoorbeeld percentages sociaal, middelduur en duur. De definitie van een woning is iets wat naar zijn mening besproken kan worden aan de hand van het rekenkamerrapport. De rekenkamer is bezig met een onderzoek ten aanzien van het woonbeleid dat al enige tijd op zich laat wachten en het zou mooi zijn als er daarin iets over zou worden opgenomen, zodat er op dat moment een verdergaande discussie over kan worden gevoerd. Nog mooier zou het zijn als dat rekenkamerrapport er zou liggen voordat het programma Wonen wordt vastgesteld, zodat er in dat traject integraal over gesproken kan worden.