02.03 - conceptverslag Commissie SOB 09032021 - openbaar
Tekst van het document
Commissie Stadsontwikkeling en -beheer dinsdag 9 maart 2021
Pagina:
1
Verslag van de voortgezette digitale vergadering van de commissie Stadsontwikkeling en Beheer, gehouden op dinsdag 9 maart 2021, aanvang 20.30 uur. Aanwezig zijn als: voorzitter
:
mevrouw mr. A.S. van der Klauw-Cornet;
volksvertegenwoordigers : `
mevrouw V. King-de Hoog, raadslid Leefbaar Capelle J.W. Lauw-Schouten, raadslid Leefbaar Capelle; de heer drs. S. van Loef, raadslid VVD; de heer H.E. Tiesma, burgerraadslid D66; de heer B.H.W. Oudshoorn, burgerraadslid SGP; de heer S. Geissler, raadslid PvdA; de heer M.W. Vlot, raadslid SP; de heer E. Harinck, burgerraadslid CDA; de heer ing. P. Eilander, raadslid ChristenUnie; de heer E.C. Raadsen, raadslid GroenLinks;
secretaris
:
de heer drs. T. Schoenmakers;
portefeuillehouder
:
de heer M.J.W. Struijvenberg, wethouder;
notulist
:
de heer D.J. van Eck (Notuleerservice Dictum).
De VOORZITTER heropent de vergadering en heet een ieder van harte welkom. 9. Startdocument MER – Notitie van Reikwijdte en Detailniveau Het Nieuwe Rivium (principebesluit). Mevrouw KING-DE HOOG attendeert erop dat in het staartje van het stuk, bij ‘Thema, te beschrijven effecten en werkwijze’, wordt gesproken over slagschaduw, lichthinder, windhinder en bezonning, met effect op nieuwe woningen. Zij vraagt zich af of dat niet voor beide kanten geldt. Hoe staat dat dan bij de bestaande bebouwing in bijvoorbeeld Kralingseveer en Fascinatio? [… haperende verbinding… ] Voor het overige maakt zij een compliment voor het stuk, waarmee nu kan worden doorgepakt. De heer VAN LOEF constateert dat de notitie hoge ambities bevat, met name met betrekking tot openbaar vervoer: er moet een omslag komen in de mobiliteit, met meer gebruik van fietsverbindingen en deelauto’s, wat een behoorlijke gedragsverandering impliceert. Hij hoopt dat die hoge ambitie zal kunnen worden waargemaakt. Het is goed te lezen dat een klankbordgroep in het leven is geroepen die heeft meegedacht bij de totstandkoming van deze notitie. In hoeverre heeft deze klankbordgroep ook meegedacht over risico’s aangaande het Rivium? De heer TIESMA zegt de ambtelijke staf dank voor de uitgebreide voorlichting over de MER en de MER-procedure in de afgelopen periode.
Het heeft D66 geholpen om hier een goed beeld van te krijgen en het geeft ook vertrouwen in het onderzoek. Van de zojuist door de heer Van Loef genoemde klankbordgroep maken vertegenwoordigers deel uit van de omliggende wijken. Hoe is zeker gesteld dat deze mensen hun wijk vertegenwoordigen? Een vraag is bij de fractie ook gerezen over de mobiliteit, een cruciaal thema voor deze nieuwe wijk, waarin op veel minder auto’s wordt gerekend. Op welke wijze worden de ontwikkelingen rondom de Algeracorridor meegewogen? In punt 4.4.2. op pagina 20, het ‘Scenario mobiliteitsstrategie’, staat dat één scenario wordt onderzocht waarbij niet alle mobiliteitsmaatregelen voldoende opleveren. Is het dan de bedoeling aan verschillende knoppen te draaien met betrekking tot de mobiliteitsmaatregelen? Zo ja, aan welke knoppen wordt dan gedraaid en, heel specifiek: is de knip daar ook een knop in? Naar mobiliteit zijn natuurlijk al vele onderzoeken uitgevoerd. Worden die eerdere uitkomsten ook meegenomen, ‘overgeschreven’ zo men wil, of komt er nog een nieuw onderzoek? In de thema- en effectentabel ten aanzien van parkeren op pagina 24 is sprake van een parkeerbalans, maar juist de omliggende wijken zijn bang voor de effecten, met name de effecten van een lage parkeernorm. Is het niet de bedoeling om zo’n aspect daarin specifiek mee te nemen?
Commissie Stadsontwikkeling en -beheer dinsdag 9 maart 2021
Pagina:
2
Tot slot een punt van orde. Zijn er bepaalde zienswijzen ingebracht en, zo ja, kunnen die nog met de raad gedeeld worden? De heer GEISSLER vindt het jammer dat het college bij het opstellen van de notitie geen gebruikmaakt van de mogelijkheid om zich te laten adviseren door de commissie MER in het voorstadium, een commissie die als onafhankelijke organisatie adviseert over wat in een milieueffectrapportage zoal beschreven zou moeten worden. Hij roept het college op dat standpunt te heroverwegen en die commissie alsnog in te schakelen. De commissie toetst ook achteraf, zo valt in de stukken te lezen. Welke risico’s loopt de gemeente als niet vooraf input wordt gevraagd aan die commissie? Zou die commissie achteraf nog bepaalde dingen extra kunnen laten onderzoeken? De DCMR wordt ook betrokken bij de MER, dat is niet echt duidelijk terug te vinden in het stappenplan en in de stukken. Graag nog aandacht voor verduidelijken van de positie van de DCMR.. Bij de zienswijzeprocedure, bij stap 4, lijken een aantal dingen door elkaar te lopen, de zienswijzeprocedure voor de NRD, die vanavond voorligt, en de zienswijze voor het opstellen van de MER. Misschien moet daar ook nog even naar gekeken worden. Voor de referentiesituatie wordt uitgegaan van de huidige situatie en de autonome ontwikkelingen.
De autonome ontwikkelingen zijn ontwikkelingen die doorgang vinden, ook als de beoogde ontwikkeling van het Rivium niet wordt uitgevoerd, met als uitgangspunt een maximale invulling van het vigerend bestemmingsplan. De PvdA vraagt zich af of dat helemaal scherp is geformuleerd en wat er dan precies valt onder een maximale invulling van het vigerend bestemmingsplan. De vraag van Leefbaar Capelle over de invloed op de omgeving van voorgenomen gebiedsontwikkelingen onderschrijft hij. De locatie voor de derde oeververbinding over de Nieuwe Maas is nog niet geheel duidelijk. Geeft een globale robuustheidsanalyse straks voldoende inzicht om een besluit te nemen? De heer VLOT sluit zich aan bij de woorden van mevrouw King, in die zin dat het begrip ‘reikwijdte’ in dit geval vrij letterlijk moet worden genomen. Hij komt dan al snel bij de heer Van Loef, die aangaf dat het goed is dat die klankbordgroep er is, waarna hij meteen doorgaat naar de heer Tiesma, die het had over het vertegenwoordigende gehalte daarvan. Nu is natuurlijk bekend dat destijds uit de aanpalende wijken nogal wat minder enthousiaste reacties zijn gekomen, ‘kritische geluiden’ zou hij ze willen noemen, over de mogelijke ontwikkelingen op Rivium.
Het zou daarom heel goed zijn dat het vertegenwoordigend gehalte binnen de klankbordgroep ook een afspiegeling te zien geeft van de geluiden die destijds uit de wijken werden vernomen. Met de heer Geissler is hij het eens dat de gemeente er goed aan doet gebruik te maken van de commissie MER, die een adviserende en zelfs corrigerende rol op zo’n proces kan hebben. Daarnaast vindt hij het mooi te zien dat binnen zo’n procedure die vergrote vorm van onderzoek er ook is en dat het, zeker gezien de toekomstbestendigheid van de wijk en ook de problematiek die er is met mobiliteit, maar ook wel milieutechnisch met de waterzuivering en eventueel de effecten op de omringende wijken, goed is om te kijken wat die maximalisatie, of dat grotere plan – de juiste term is hij even kwijt – dat het onderzoek ook op die vorm plaatsvindt. De heer HARINCK zegt de staf hartelijk dank voor de beantwoording van enkele vragen die het CDA vooraf had gesteld. Het verheugt de fractie dat in het hele stuk ook de RWZI wordt meegenomen. Naar aanleiding van wat mevrouw King en de heer Vlot opmerkten over de vertegenwoordiging van Kralingseveer wijst hij erop dat zij in de klankbordgroep twee vertegenwoordigers heeft en dat er daarnaast nogal wat wijken in de klankbordgroep zitten waar allerlei Capelse wijken toe behoren.
Hij vraagt zich af of de representativiteit van Kralingseveer daarmee voldoende is: twee tegenover misschien wel tien in totaal van Capelle. Kan nog eens naar die verhouding gekeken worden? De heer EILANDER toont zich namens ChristenUnie en SGP ingenomen met de voorliggende startnotitie. Het lijkt bijna op een uitgebreide MER, kijkend naar de vele onderwerpen, onderzoeken en thema’s die opgepakt worden. Er is een referentiesituatie, een basisalternatief en een plus-alternatief. Zou het niet raadzaam zijn om tussen het referentie- en basisalternatief nog een tussenvariant te maken voor het geval bijvoorbeeld de helft van de basis wordt gerealiseerd, om welke reden dan ook? Die suggestie geeft hij graag mee namens zijn collega van de SGP. Een thema dat vrij minimaal is beschreven is groen. Het komt terug bij het thema Ruimtelijke kwaliteit en daarbij Ruimtegebruik, en dan alleen kwalitatief: recreatieve routes & groen. Zou het niet goed zijn
Commissie Stadsontwikkeling en -beheer dinsdag 9 maart 2021
Pagina:
3
om ook kwantitatief groen, dus aantallen, net als bij watercompensatie bijvoorbeeld, mee te nemen in deze MER? De heer RAADSEN meent dat het voorliggende startdocument er goed en compleet uitziet. Goed is ook dat er een klankbordgroep is ingesteld met mensen van Kralingseveer. Een kleine vraag heeft GroenLinks nog bij de onderzoeksmethode, met name de verkeersafwikkeling, omdat dat nogal een cruciaal risico-element is in dit project. De verkeersafwikkeling zelf wordt alleen kwantitatief beschreven. De bereikbaarheid op zichzelf wordt wel kwalitatief beschreven, maar hij kan zich voorstellen dat hier toch nog wel enig onderzoek gedaan zou kunnen worden naar de beleving van die bereikbaarheid, met name als je bijvoorbeeld op de fiets van Rivium naar het centrum van Capelle gaat. Wethouder STRUIJVENBERG zegt dank voor de vragen en zeker ook voor de vele positieve opmerkingen over de voorliggende notitie. Positief is ook geoordeeld over het instellen van de klankbordgroep, met twee leden per wijk, die door de wijk zelf zijn gekozen en niet door de gemeente. In totaal zijn acht leden uit Capelle afkomstig en twee uit Kralingseveer. Hij zou niet weten hoe dit anders vormgegeven zou moeten worden. Als er een aparte klankbordgroep voor Kralingseveer zou zijn en een eentje met de Capelse bewonersvertegenwoordiging, moeten die toch op enig moment samen worden gebracht.
Het lijkt hem eerlijk gezegd niet zo’n probleem dat ze met z’n allen erbij zitten. Ook al hoort één wijk tot het grondgebied van Rotterdam, het betreft evengoed bewoners die in de buurt van Rivium wonen en daaraan graag een bijdrage willen leveren. Wat in de notitie staat over slagschaduw, bezonning en het effect op nieuwe woningen geldt ook voor bestaande woningen. Voor bijvoorbeeld de slagschaduw op reeds bestaande woningen, zoals in een deel van Kralingseveer, is de huidige wet- en regelgeving van toepassing. Voor kantoren is dat echter iets anders. Externe risico’s en dat soort zaken worden natuurlijk meegenomen. Als daarover verder moet worden gepraat, zou hij dat graag in het volgende deel van deze vergadering willen doen. De risicoanalyse waarnaar de heer Van Loef informeerde is vertrouwelijk, alleen voor leden van de raad en het college en uiteraard de ambtenaren. Met de vraag over de ontwikkelingen op de Algeracorridor heeft de heer Tiesma, naar hij aanneemt, bedoeld dat gekeken moet worden naar wat de ontwikkelingen daar zouden zijn, gegeven het MIRTtraject dat wordt voorzien, met de effecten daarvan op de doorstroming. Die vraag zet hij even ambtelijk uit, en daar zal hij later op terugkomen. In de mobiliteitsscenario’s wordt inderdaad aan verschillende knoppen gedraaid, waarvan de knip er één is. Ook eerdere onderzoeken die zijn gedaan worden meegewogen.
Dat is een van de redenen waarom de commissie MER nu niet behoeft te worden ingeschakeld; er is namelijk al vrij veel onderzocht. Inderdaad bestaat het risico dat er dan een extra vraag komt van de commissie MER, maar dat wordt niet per se voorkomen door haar in deze fase al te betrekken. Volgens de heer Tiesma zou in omliggende wijken vrees bestaan voor de effecten van de lage parkeernorm. Als een en ander zou leiden tot een parkeerdisbalans in de omliggende wijken als gevolg van deze ontwikkeling, heeft de gemeente daar wat mee te stellen, maar dat is niet wat de verwachting is of wat de modellen aangeven. Dat het een punt van aandacht is moge overigens duidelijk zijn. Zienswijzen zijn inderdaad ingebracht en daarop moet nog een nota van beantwoording volgen. Zodra de nota gereed is, zal hij die aan de gemeenteraad doen toekomen. Van het betrekken van de DCMR zegt hij de heer Geissler een duidelijkere omschrijving toe in de notitie. Gevraagd is of de maximale invulling van het vigerend bestemmingsplan duidelijker kan worden beschreven. Als daaraan nog iets ontbreekt in de beschrijving in de notitie, hoort hij dat graag in tweede termijn, waarna hij zeker bereid is daaraan nog iets toe te voegen. Enige twijfel bekruipt hem bij de vraag van de heer Eilander of ook nog iets kan worden opgenomen over het kwantitatieve groen.
Misschien is het goed daarop in tweede termijn nog even terug te komen. In het gebiedspaspoort wordt de ambitie wel benoemd en daaraan zullen de bouwplannen moeten voldoen. De heer EILANDER zegt het toch op prijs te zullen stellen wanneer het groen ook kwantitatief een plek wordt gegeven. Wethouder STRUIJVENBERG zegt toe die suggestie te zullen meenemen.
Commissie Stadsontwikkeling en -beheer dinsdag 9 maart 2021
Pagina:
4
Dat het ook een aandachtspunt is om te kijken naar de verbinding van het Nieuwe Rivium met andere delen van Capelle, of misschien zelfs nog daarbuiten, en ook voor wat betreft fietsroutes, is hij geheel met de heer Raadsen eens. De heer EILANDER attendeert erop dat zijn vraag over een tussenvariant tussen het referentiealternatief en het basisalternatief nog niet is beantwoord. Wethouder STRUIJVENBERG gelooft niet dat die suggestie de gemeente veel zal bieden. Voorzien is juist in een robuuste analyse die een soort zekerheidsmarge kent, net zoals bij mobiliteit is gebeurd met plus 20%. Ten slotte komt hij, zoals toegezegd, terug op de vraag over de Algeracorridor. Het is niet bekend hoe de Algeracorridor er uiteindelijk uit zal komen te zien, dat hangt mede af van de keuzes in de MIRT en de analyses die daarin gemaakt worden op verschillende aspecten, alsook op de doorstroming. Daarom kan dit niet worden meegenomen in de MER op dit moment. Tweede termijn De heer GEISSLER verzoekt de wethouder nog een keer te kijken naar de beschrijvingen van de maximale invulling van het vigerend bestemmingsplan. Wethouder STRUIJVENBERG zegt dat toe. De VOORZITTER wenst de wethouder succes met de volgende ronde en sluit de beraadslagingen. 10. Rondvraag. De heer HARINCK vraagt waarom het pand van de ING aan de Kerklaan is verwijderd van de agenda voor de volgende week te houden vergadering.
Wethouder STRUIJVENBERG antwoordt dat door een groep bewoners een initiatief is ingediend voor een Right to challenge en dat het het college raadzaam leek dat te betrekken in het totaal. 11. Sluiting. De VOORZITTER sluit te 21.12 uur de vergadering. Aldus vastgesteld in de vergadering van de commissie Stadsontwikkeling en -Beheer van 6 april 2021 de secretaris,
de voorzitter,