CConstaterende datCapelle Ad Ijssel
Koppel je AI →
Document · PDF

02.02 - conceptverslag Commissie SOB 24 februari 2026

Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer 11 mei 2026, gemeente Capelle Ad IjsselBij agendapunt: Vaststellen verslag commissie Stadsontwikkeling en -Beheer van 24 februari 202616.484 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

3 alinea's met “verslag”: 1 11 142

Verslag van de vergadering van de commissie Stadsontwikkeling en -Beheer, gehouden op dinsdag 24 februari 2026, in de raadzaal, aanvang 20.00 uur. Aanwezig zijn als: voorzitter:

de heer J.S. Kolster, MSc MA;

volksvertegenwoordigers: de heer G. Spruit, raadslid Leefbaar Capelle; mevrouw L. Feuth, raadslid D66; de heer J. Hooijkaas, raadslid D66; de heer drs. S. van Loef, raadslid VVD; mevrouw drs. C.T.F Penterman, raadslid VVD; de heer J. Frieser, raadslid fractie Van der Heide; de heer J. van der Heide MSc, raadslid fractie Van der Heide; de heer B.H.W. Oudshoorn, raadslid SGP; de heer E. Hartog, burgerraadslid GroenLinks; de heer ing. P. Eilander, raadslid ChristenUnie; de heer drs. P.C. Heerens RC, burgerraadslid ChristenUnie; de heer drs. N.H. van Buren MCD, burgerraadslid CDA; de heer M.W. Vlot, raadslid fractie Vlot; secretaris:

de heer drs. A.J.M.C. Schoenmakers;

portefeuillehouder:

de heer S. Geissler, wethouder; de heer C.A.J. Schaatsbergen, wethouder; de heer D.B. van Woudenberg, wethouder;

ambtelijke ondersteuning: de heer J. Kleinhaarhuis, senior adviseur mobiliteit; gasten:

de heer S.J. Keulen, directeur rekenkamer; mevrouw E. Bosch, rekenkamer

notulist:

de heer H. Veenstra (Notuleerservice Dictum)

Op de publieke tribune zijn bij aanvang van de vergadering 9 personen aanwezig. 1. Opening, mededelingen en vaststelling agenda. De VOORZITTER opent de vergadering en heet eenieder van harte welkom in de laatste vergadering van de commissie Stadsontwikkeling en -Beheer van deze raadsperiode. Hij deelt mede dat bericht van verhindering is ontvangen van mevrouw Monteiro da Veiga. De heer Hartog zal vanavond zowel de inbreng van GroenLinks als van de PvdA verzorgen. De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld, 2. Vaststellen verslag vergadering van de commissie Stadsontwikkeling en -Beheer van 20 januari 2026 Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld. 3. Spreekrecht inwoners De VOORZITTER deelt mee dat zich twee insprekers hebben gemeld voor agendapunt 6, Bestuursopdracht bereikbaarheid fase 1, mevrouw Spee en de heer Boom, die hij in die volgorde het woord verleent. Mevrouw SPEE: Geachte raadsleden. In de Bestuursopdracht bereikbaarheid fase 1 valt mij ogenblikkelijk op dat alle gelijkvloerse metro-overgangen zeer zorgvuldig nèt buiten de doorstromingsplaatjes gehouden zijn, overigens daardoor ook buiten de ongevallenstatistieken. Dit levert uiteraard geen realistisch beeld op van doorstromingsknelpunten Capelle uit en in. Het verkeersonderzoek Kralingseweg kijkt wél over de gemeentegrens heen.

Er ontbreekt echter een stukje in deze modellen, en dat betreft de terugslagen vanaf de metro-overgang net wat zuidelijker over de Prins Alexanderlaan. Vanuit mijn woonkamer 11-hoog heb ik prima zicht op wat daardoor in een drukke avondspits geregeld gebeurt op de kruisingen Kralingseweg-Prins Alexanderlaan-

Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer dinsdag 24 februari 2026

Pagina:

2

Dutilhweg: bij groen lukt het hooguit enkele auto's om zich in andere wachtrijen te proppen en daarmee wordt meer dan eens álle doorstroming geblokkeerd. Alles staat dan vol en vast zover mijn oog reikt, zowel op de hele Prins Alexanderlaan als zowat tot aan de A16 aan toe op de Dutilhweg. Heel veel mensen zitten in die files en het kan niet missen of daar zitten aardig wat Capellenaren bij. Onbegrijpelijk waarom dit zo zorgvuldig buiten de Bestuursopdracht bereikbaarheid gehouden is. Het rapport Kralingseweg biedt echter een beetje verlichting door de busbaan op de Prins Alexanderlaan in te zetten als rechtsaf-strook de Dutilhweg op. Het linksaf-verkeer uit de Kralingseweg dat net de metrobaan over is, heeft dan wat meer kans om in te kunnen voegen op de Prins Alexanderlaan. De notitie Mobiliteit Florabuurt beweert op pagina 5 dat zich geen geregistreerde ongevallen hebben voorgedaan. Deze conclusie is gebaseerd op gegevens van meer dan zeven jaar geleden én ze laat de Kralingseweg buiten beschouwing. Uit de verkeersongevallenstatistiek 2020 t/m 2025 blijkt dat op het stuk Kralingseweg vanaf de Dutilhkruising tot en met de Schenkelsedreef 33 geregistreerde ongevallen plaatsvonden. Op de Kralingseweg vanaf de metrobaan tot en met de Schenkelsedreef waren dat er 18, inclusief 4 gewonden en 2 doden.

Beide doden waren fietsers, gevallen in een drukke avondspits, de ene bij de metrobaan, de andere op de kruising Kralingseweg-Schenkelsedreef. Natuurlijk zijn die files een autoprobleem, maar ze blokkeren geregeld ook de hulpdiensten en het langzaam verkeer. En vooral: ze maken het fietsverkeer onveilig. Automobilisten verliezen hun geduld in die eindeloze terugslagen en zien te gemakkelijk iemand over het hoofd door alle gecompliceerdheid en verkeersstress. Daar komt bij dat de inrichting van de Kralingseweg níet voldoet aan het zogeheten 'duurzaam veilig principe'. Door de kortetermijnmaatregelen uit te voeren van het verkeersonderzoek Kralingseweg zou de weginrichting daar alsnog aan gaan voldoen. Dit zeg ik niet uit eigenbelang. Ik heb geen auto, niet eens een rijbewijs, ben bovendien pensioengerechtigd, en voor de noordwestelijke Akkerwinde is het verdwijnen van de oversteek in het midden van de Kralingseweg duidelijk ook een nadeel, voor de westelijke Florabuurt trouwens ook. Maar in een totaalplaatje als dit pleit ik niet zomaar toch voor het zo spoedig mogelijk realiseren van de kortetermijnmaatregelen. Het komt nogal absurd op mij over om zo’n notoir onveilige situatie te laten rotten tot eindelijk die metrobaan 'op pootjes' zou staan. Dit gaat om heel wat méér dan enkel doorstromingsproblematiek, die overigens hoe dan ook louter toenemen zal.

Tenslotte enkele kanttekeningen bij de kostenraming. De brug over de Wetering ligt er al decennia. De vernieuwde brug zou dus verrekend moeten worden met de al verstreken levensduur, afschrijvingstermijnen en onderhoudskosten van de huidige. Daarnaast kan de gemeente subsidie krijgen voor verbetering van fietsroutes. Ook kunt u de schade door de files mee doen wegen, zoals door productiviteitsverlies, uitstoot en energieverbruik. De doden en gewonden zijn echter niet in geld uit te drukken. Het zal jouw partner, familielid, collega, vriend, buurtgenoot, (vul maar in), maar wezen. . . Ik verzoek u dan ook dringend om álle maatregelen van het verkeersonderzoek Kralingseweg, zo spoedig mogelijk te doen uitvoeren. Dank u. De heer BOOM: Geachte commissie en andere toehoorders. Fijn te constateren dat u naar aanleiding van onze brief van begin januari alsnog de verkeersmaatregelen Kralingseweg op de agenda heeft gezet. Daarmee komt u tegemoet aan de eerder gedane toezegging dat voor de raadsverkiezingen de bewoners duidelijkheid zou worden verschaft. Ik verwacht dat dit nu in de komende raadsvergadering van 9 maart staat te gebeuren. Het verkeersrapport Kralingseweg is duidelijk. Het laat de toename van wachttijden zien bij ongewijzigd beleid. Het geeft ook aan wat het resultaat wordt bij de gekozen aanpassingen.

Een aanmerkelijk verschil, al staat er ook een duidelijke kanttekening bij: het ene doen en het andere niet laten. Oftewel: deze ingrepen lossen de ellende tijdelijk voor een beperkt deel op. Een metro in de grond of op paaltjes moet het einddoel zijn. Dit einddoel vraagt continu aandacht van uw raad en gemeentebestuur om te voorkomen dat dit een stip aan de horizon wordt. De gewenste verbeteringen bij deze metro-overgang zijn natuurlijk fijn voor de aangrenzende buurten; maar dat is klein denken. Veel meer inwoners uit Capelle maken gebruik van deze overgang. Het beruchte oponthoud leeft ook onder hen. Ik zou haast zeggen: neem het mee in deze verkiezingstijd en pols daarover de Capellenaar. Het verkeersrapport Kralingseweg was als onderdeel opgenomen in de besluitvorming bestemmingsplan Florabuurt-zuid, een gebied waar voorzien is in stedelijke vernieuwing met woningen, zorg en maatschappelijke voorzieningen. Ook verderop in dit gebied vindt te zijner tijd

Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer dinsdag 24 februari 2026

Pagina:

3

woningbouw plaats. Maar ook uitbreiding van functies ziekenhuis en het nieuwe verpleeghuis zorgen voor verkeerstoename. Zelfs aan de Bermweg is nog ruimte gevonden voor een woningproject. Ik spreek dan over Bermhof. Bij al deze oud- en (toekomstige) nieuwbouw is het autoverkeer, qua ontsluiting, uitsluitend aangewezen op de Kralingseweg. Tegen het hiervoor genoemde bestemmingsplan is bezwaar aangetekend bij de Raad van State. Ik herken een en ander min of meer in een bericht dat ik las over het Alexanderpark met realisatie van 350 nieuwe woningen (70 m hoog), gezondheidscentrum en horeca. Ook hier lag een bezwaar bij de Raad van State. Op vrijwel alle fronten werd de gemeente in het gelijk gesteld. De raad oordeelde wel dat de bewoners op het gebied van verkeer een punt hadden. De gemeente moest in dit geval haar huiswerk overdoen. U kunt, door nu een juist besluit te nemen, dit voorkomen. Daarbij wens ik u veel wijsheid toe. 4. Gemeenschappelijke regelingen (DCMR en MRDH Verkeer) Geen opmerkingen. 5. DoeMee-onderzoek Rekenkamer ‘energiebesparingsplicht en informatieplicht energiebesparing in Capelle aan den IJssel’ De VOORZITTER geeft voor een presentatie het woord aan de heer Keulen. De heer KEULEN licht het onderzoek naar de energiebesparingsplicht toe.

Sinds 2013 zijn bedrijven en organisaties die meer dan 50.000 kW stroom of 25.000 m³ gas per jaar verbruiken verplicht maatregelen te nemen die binnen vijf jaar zijn terug te verdienen. Daarnaast hebben zij een informatieplicht, inhoudende dat deze organisaties iedere vier jaar hun omgevingsdienst actief moeten informeren over de genomen maatregelen die volgen uit die plicht. De controle hiervoor ligt bij de gemeentes en die hebben dat vaak gemandateerd aan de zogenaamde omgevingsdiensten. Wat bespaard kan worden hoeft niet te worden opgewekt en zeker in tijden van netcongestie is dat een belangrijk iets. Aandacht hiervoor helpt om het stroomnet uiteindelijk te ontlasten en daarmee meer aansluitingen mogelijk te maken. Bovendien is het iets wat zich binnen vijf jaar terugverdient en daarmee is het ook economisch heel interessant. Het onderzoek is uitgevoerd samen met 110 andere gemeentes en 12 provincies in het zogenaamde DoeMee-onderzoek, gecoördineerd door de Vereniging van rekenkamers, zeg maar de koepelorganisatie voor alle rekenkamers in Nederland, en daarnaast was het input voor de Algemene Rekenkamer die verantwoordelijk is voor de controle van de middelen bij het rijk. In Capelle is een en ander besproken met twee gemeenteambtenaren en een DCMR-functionaris, die de vragenlijst hebben ingevuld.

In de zomer van 2026 is op basis van de eerste resultaten van het landelijk onderzoek een verdiepingsslag gemaakt met een interview van een medewerker van de DCMR en uiteindelijk is op 26 september de brief aan de raad gestuurd. Bevindingen. De bekostiging van de controle door DCMR wordt voor 55% bekostigd door de gemeente Capelle en voor 45% uit rijksmiddelen, de zogenaamde specifieke uitkering (SPUK). Daarmee neemt de gemeente een beetje een uitzonderingspositie in binnen DCMR. Gemiddeld ligt de verhouding tussen gemeenten en rijk op 70:30, oftewel: andere gemeentes geven extra middelen om deze controle te kunnen doen. Capelle aan den IJssel stuurt op de uitvoering van de omgevingsdienst via periodiek overleg, zowel ambtelijk als bestuurlijk. Dat doen de meeste andere gemeentes ook en tijdens deze gesprekken zijn afspraken gemaakt over kpi’s voor zowel monitorings- als verantwoordingsinformatie. Daarnaast voert de gemeente nog een deel eigen beleid, met name op de communicatie richting bedrijven en instellingen en in voorlichting, dus niet zozeer controle, maar meer verleiding van bedrijven en organisaties om toch deze energiebesparingsplicht in te voeren. Bevindingen controles door DCMR. De omgevingsdiensten in Nederland hebben voor de start van controle geen inzicht in het verbruik van de organisatie die ze controleren.

DCMR kent wel het aantal bedrijven, maar kan ze niet precies aanwijzen. Dat komt doordat DCMR gebruikmaakt van een zogenaamd voorspelmodel. Op basis van indicatoren en aan de hand van cijfers van onder andere de RVO maakt zij een voorspelling van bedrijven die waarschijnlijk in aanmerking komen voor deze besparingsplicht. Het zijn dus geen verbruikservaringen. De controles in Capelle zelf zijn toegenomen. Van voor 2000 zijn geen cijfers bekend, maar sinds 2001 neem de ureninzet toe. Volledigheidshalve zij daarbij opgemerkt dat dit waarschijnlijk geen

Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer dinsdag 24 februari 2026

Pagina:

4

complete registratie is, omdat een deel ook vanuit rijksgeld gebeurt. Het is eigenlijk een ondervertegenwoordiging van de daadwerkelijke inzet in uren. DCMR heeft geen inzicht heeft in het energiebesparingspotentieel. Ze weet niet wat er wordt gebruikt en evenmin wat het potentieel tot verbetering is. Daardoor heeft DCMR ook na de controles geen zicht op de bereikte energiebesparing door de bedrijven die zijn gecontroleerd. Dat is niet alleen hier zo, dat geldt ook landelijk. Op basis van de huidige hoogte van het budget voor energietoezicht zal het vermoedelijk nog vijf tot tien jaar duren om alle Capelse bedrijven te controleren, dit in tegenstelling tot andere gemeenten. 70% van alle gemeentes schat in dat het één tot vijf jaar zal duren voordat alle controles gedaan zullen zijn. Vijf tot tien jaar is helaas niet in lijn met de doelstelling van het rijk, die uitgaat van vier jaar. Daarnaast heeft DCMR geen eigen cijfers over de repressieve handhaving die ze uitvoert. Het gaat dan om hersteltermijnen, het aanschrijven voor een dwangsom, of het echt daadwerkelijk opleggen van een dwangsom. Ze heeft geen inzicht in die aantallen. Voor Capelle relevante conclusies op basis van het onderzoek: 1. gebrekkig zicht op zowel energiebesparingspotentieel als gerealiseerde energiebesparing; 2.

landelijke en provinciale middelen hebben intensivering van controle en handhaving op de energiebesparingsplicht mogelijk gemaakt; 3. door het tijdelijke karakter van intensiveringen is er gebrek aan continuïteit bij de omgevingsdiensten, dit uit zich bijvoorbeeld in het niet in kunnen zetten van vast personeel; 4. complexe regelgeving vereist specialistische toezichthouders bij omgevingsdiensten. De rekenkamer raadt het college aan: 1. met DCMR afspraken te maken over de inrichting van haar administratiesysteem over type controle en sancties; 2. DCMR’s periodieke voortgangsverslagen over de energiebesparingsplicht met de raad te bespreken; 3. DCMR een inschatting te laten maken van de gerealiseerde energiebesparing. Daarnaast wordt de raad geadviseerd actief te debatteren over de hoogte van de gemeentelijke bijdrage aan DCMR ten behoeve van de controle op de energiebesparingsplicht. Het college heeft hierop als volgt gereageerd: • de aanbevelingen 1 en 3 kunnen worden overgenomen; • aanbeveling 2 kan worden overgenomen als de raad dit wenst. Met daarbij de volgende kanttekening: “Wij verwachten dat extra budget voor de omgevingsdienst niet direct zal bijdragen aan beter of sneller toezicht. Dit omdat het een specialistische taak betreft, waar weinig personeel voor beschikbaar is.

Dat u de Capelse gemeenteraad aanraadt om de gemeentelijke bijdrage voor de omgevingsdienst te verhogen, vinden wij op basis van bovenstaande argumenten niet doelmatig.” De VOORZITTER opent de eerste termijn van de beraadslagingen. De heer HARTOG verwoordt de inbreng van de PvdA als volgt. Het voorstel gaat over het rekenkameronderzoek naar de energiebesparingsplicht bij bedrijven. Het is positief dat Capelle goed zicht heeft op welke bedrijven onder deze verplichting vallen. Tegelijkertijd laat het onderzoek zien dat nog verbetering mogelijk is in monitoring en rapportage van de resultaten. Het is goed dat het college de aanbevelingen van de rekenkamer overneemt. Dit zorgt voor een betere informatievoorziening aan de raad en versterkt diens controlerende rol. Het draagt bij aan een betere handhaving en aan de gezamenlijke duurzaamheidsdoelen. De fractie staat daarom positief tegenover het voorstel. GroenLinks ziet in deze termijn af van een bijdrage. De heer VLOT sluit zich aan bij de inbreng van de PvdA. Het zal hem benieuwen wanneer in de volgende raadsperiode, die hij als raadslid niet meer zal meemaken, het hele net zelf weer aan de orde zal komen bij alle plannen die er zijn. Vraagtekens plaatst hij vooralsnog bij de inschattingen die gemaakt worden over besparingen en dat soort zaken. Wat is daar de marge in? Het gaat natuurlijk om het net.

Zou het niet om duurzaamheid gaan, dan zou hij zich laten afsluiten en twee grote aggregaten neerzetten op een flinke diesel, dan heeft hij ook de stroom die hij nodig heeft, maar dat is natuurlijk niet waarnaar men met z’n allen op zoek is. Hij wenst het college veel wijsheid. De heer OUDSHOORN stelt vast dat van de raad drie dingen worden gevraagd, allereerst om van de uitkomsten van het onderzoek en de bevindingen kennis te nemen. Dat heeft de SGP gedaan en de

Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer dinsdag 24 februari 2026

Pagina:

5

uitleg die daarbij is gegeven is helder. Het is ook mooi dat het onderzoek zo breed is uitgevoerd. Vaak beperkt het zich tot een vergelijking met de naastliggende gemeenten, maar nu kan een soort vergelijk worden gemaakt met de manier waarop het in den lande gebeurt en dat waardeert hij. Gevraagd wordt voorts de vier conclusies die van toepassing zijn op Capelle te onderschrijven – geen probleem wat de SGP betreft – en om drie aanbevelingen over te nemen. In tegenstelling tot wat het college misschien geantwoord heeft, wordt in het raadsvoorstel al wel voorgesteld alle aanbevelingen over te nemen. Daarbij heeft hij de rekenkamer nog wel een vraag te stellen over aanbeveling 2 betreffende de periodieke voortgangsverslagen van DCMR inzake de energiebesparingsplicht. Het college heeft zich bereid verklaard de cijfers in de jaarlijkse monitor duurzaamheid op te nemen zodra die door DCMR geleverd kunnen worden. Hoewel niet direct om meer geld wordt gevraagd, zal er, op het moment dat de verhoudingen gaan verschuiven, toch meer geld richting DCMR gaan, of men moet de rijksbijdrage die naar DCMR gaat verminderen, dus het is één of het ander. Maar wat zou die extra inzet de gemeente nu daadwerkelijk kunnen opleveren? De heer HEERENS verklaart zich namens de ChristenUnie akkoord met de gedane aanbevelingen en de bestuurlijke reactie daarop.

Wel vraagt de fractie zich af wat die aanbevelingen de gemeente precies zullen opleveren: vooral meer inzicht in de cijfers, of is het meer dan dat? De heer HOOIJKAAS benadrukt het belang van een energiebesparingsplicht, want wat niet wordt verbruikt, hoeft ook niet te worden opgewerkt. De rekenkamer laat zien dat er wel meer gecontroleerd wordt, maar dat er nog steeds onvoldoende zicht is op het daadwerkelijke energiebesparingspotentieel en de gerealiseerde besparing. Voor Capelle geldt dat DCMR redelijk inzicht heeft in de bedrijven die onder de plicht vallen. Het duurt naar verwachting echter vijf tot tien jaar om alle bedrijven te controleren, en dat is langer dan de ambitie van eens per vier jaar. De aanbevelingen zijn helder: beter registreren, periodieke besprekingen met de raad en inzicht in de daadwerkelijk te realiseren besparingen. Het college neemt deze over en dat is positief. D66 kan instemmen met het voorstel, mits de voortgang concreet en periodiek met de raad wordt gedeeld. De heer VAN LOEF zegt de rekenkamer dank voor de toelichting op het rapport. De ook heldere reactie van het college roept wel een aantal vragen op, met name rondom de effectiviteit. Hoe zal gehandhaafd worden zonder nulmeting? Daarnaast is ook wel duidelijk dat, zelfs als de bereidheid zou bestaan om meer geld beschikbaar te stellen, daarvoor te weinig personeel beschikbaar is.

Het roept bij hem de vraag op of de gemeente zou kunnen volstaan met het nemen van steekproeven. Verder zegt ook DCMR vaak dat bedrijven die zich goed gedragen zouden moeten worden beloond. In dat perspectief vraagt hij zich af of daarmee iets gedaan zou kunnen worden. Daarmee wordt dan misschien wat meer in de richting gegaan van een stukje verleiding en vrijwillige naleving in plaats van weer het opleggen van verplichtingen. De heer SPRUIT dankt de vertegenwoordigers van de rekenkamer voor de heldere presentatie. Als die van tevoren was gedeeld, had dat een hoop leesvoer kunnen schelen. Leefbaar Capelle kan zich prima vinden in de conclusies die getrokken worden en ook in de uitwerking van de aanbevelingen van het college. Leefbaar Capelle heeft niet zoveel behoefte aan een tweemaandelijkse rapportage over de vorderingen. Als dat één keer per jaar gebeurt, of via de reguliere agendapunten van gemeenschappelijke regelingen, vindt zij dat ook best. De oproep van de rekenkamer om met het college in debat te gaan over de gemeentelijke bijdrage aan DCMR is alleszins begrijpelijk, maar ook daarin vindt hij de reactie van het college heel plausibel. In een periode van bezuinigingen wordt nu eenmaal niet zo gemakkelijk extra geld uitgegeven voor dergelijke controles van DCMR. Ook hierin volgt de fractie de reactie van het college.

De heer FRIESER zegt eveneens dank voor de toelichting van de rekenkamer. In principe is het heel mooi binnen vijf jaar maatregelen te kunnen treffen die ook terugverdiend kunnen worden. zo mooi zelfs dat daarvoor eigenlijk niet eens sancties nodig zouden zijn. Hij vraagt zich dan ook af waarom zo’n sanctie erachter moet. Immers, als het echt zo mooi is, zullen ondernemers het vanzelf wel gaan doen. Het is ook best wel onbetrouwbaar om hierop te steunen, want je kunt nu wel investeren, maar je weet niet waar je over vijf jaar aan toe bent. Als voorbeeld noemt hij de zonnepanelen. Het leek aanvankelijk misschien wel een goed idee om een heel dak vol te leggen met zonnepanelen, maar als je straks niet meer kunt salderen, kun je alle stroom tijdens de zomer de Maas in laten lopen.

Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer dinsdag 24 februari 2026

Pagina:

6

Daarover maakt hij zich zorgen. Het plan op zichzelf is goed, maar hij zou graag minder sancties willen hebben en net als de VVD meer op verleiding willen sturen. De heer VAN BUREN deelt mede dat het CDA in beginsel de boodschap omarmt die de rekenkamer met dit rapport wil afgeven. De aanbevelingen zijn helder, al zijn er in groter verband, maar ook voor Capelle, wel wat kanttekeningen te plaatsen bij de systematiek die de rekenkamer heeft onderzocht. Met de heer Frieser is hij het eens dat het instabiele beleid op energiebesparing geen aanrader is voor ondernemers om zulke investeringen altijd zomaar op te pakken. Anders dan de heer Frieser is hij overigens wel van mening dat ook ondernemers soms wel een aansporing nodig hebben om hun eigen bedrijfsvoering eens tegen het licht te houden waar ook verdiensten zitten. Niet iedere ondernemer is zo scherp op alle aspecten van bedrijfsvoering. Ook het rijk lijkt niet altijd even behept te zijn met het praktisch doorgronden van hoe de wereld in elkaar zit, zeker niet van gemeenten, door ervan uit te gaan dat dit een keer in de vier jaar gecontroleerd zou moeten worden. Ook de gemeenten en de regionale omgevingsdiensten hebben niet de capaciteit in huis en waarom zou je één keer in de vier jaar controleren als de gevraagde terugverdientijd één keer in de vijf jaar is? Het college geeft in diens reactie bij nr.

3 aan dat Capelle wel zicht heeft op een en ander, maar de afgelopen jaren hebben toch uitgewezen dat cijfermatige modellen niet noodzakelijkerwijs ook accuraat zijn en dat er altijd wel een bepaalde kwetsbaarheid in zit. Hij vraag zich dan ook af of echt zicht bestaat op het aantal bedrijven dat in aanmerking zou komen voor de toch redelijk hoge grens die door de rekenkamer in dit rapport is aangegeven. Wat voor de raad ook interessant kan zijn, zeker gelet op de structuur van de economie, zonder al te veel supergrote bedrijven, is te weten hoeveel ruimte kan worden gewonnen door ook kleinere bedrijven aan te sporen naar die energiebezuiniging te handelen. Voor kleine kantoren, al vanaf 100 m², bestaat al de verplichting om aan minimaal label C te voldoen. Misschien is ook daar nog een enorm potentieel te vinden in het Capelse, zeker gelet op de terechte boodschap van de rekenkamer dat dit relevante informatie is voor de raad, omdat met de woningbouwopgave keihard wordt aangelopen tegen de grenzen van het energiesysteem en de bezuiniging die bedrijven weten te realiseren ook de gemeente meer kans geeft om de doelstellingen te halen. Met de heer Spruit is hij het geheel eens dat een tweemaandelijkse rapportage overdreven is. Eén keer per jaar lijkt hem voldoende.

Het voorstel van de heer Spruit om dat of via de verbonden partijen te doen, of op een andere manier, lijkt hem alleszins realistisch. Het college doet er goed aan niet gelijk achter de opmerkingen van de directeur van de rekenkamer aan te lopen waar het gaat over de verhouding van gemeentelijke en rijksbijdragen ten aanzien van omgevingsdiensten. Niet iedere omgevingsdienst is namelijk op dezelfde wijze ingericht. Wat betreft de activiteiten op het gebied van vergunningtoezicht en - handhaving zijn vooral omgevingsdiensten buiten de Randstad behept met veel gemeentelijke diensten, die Capelle gewoon in huis heeft. Dat zou ook een verklaring kunnen zijn voor het verschil van financiering van de omgevingsdiensten. De heer KEULEN gaat allereerst in op de vraag van de SGP wat het de gemeente kan opleveren als met het college in debat zou worden gegaan over de verhouding tussen rijksmiddelen en de eigen bijdrage van Capelle. De werkelijkheid is dat de meeste maatschappelijke waarde dan zal liggen buiten de gemeente, maar wel ten goede komt aan burgers en bedrijven. Het idee is dat bij extra controles sneller tot energiebesparingsmaatregelen zal worden besloten, waardoor uiteindelijk hopelijk het energienet verder ontlast zal worden. Daar hangt natuurlijk wel een prijskaartje aan, vandaar de oproep om dat debat een keer expliciet te voeren.

De heer Van Buren merkte weliswaar op dat de verhouding anders in elkaar zit, maar de verhouding die de rekenkamer heeft laten zien is de verhouding binnen DCMR zelf en de meest gebruikelijke verhouding daarin is 70:30. Door die verhouding aan te houden in een stabiele meerjarige financiering, ontstaat de mogelijkheid om het specialistische personeel aan te trekken dat niet kan worden aangetrokken als alles met ‘potjesgeld’ aan elkaar hangt. Aan het adres van de VVD merkt hij op dat dit ook zou kunnen bijdragen aan het stukje verleiding dat nodig is om de ondernemers te kunnen helpen inzien hoe op een effectieve manier bespaard kan worden. Eerder heeft hij aangegeven dat DCMR eigenlijk geen inzicht heeft in wat ze aan de repressieve kant doet. Dat komt ook doordat het niet voor op het netvlies zit, waardoor men in de werkelijkheid waarschijnlijk nooit aan de repressieve kant toe komt. Zo komt het meer op de verleiding aan en het meehelpen van ondernemers om de kans te zien hoe energie bespaard kan worden. Hij weet ook wel dat het rijk daarin niet altijd een heel stabiele koers vaart, maar het is ook niet altijd de oplossing om alleen maar zonnepanelen op het dak te gooien en daarmee een besparing

Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer dinsdag 24 februari 2026

Pagina:

7

te realiseren. Vaak zijn er ook dingen in de bedrijfsvoering zelf die efficiënter kunnen, waardoor uiteindelijk minder stroom verbruikt behoeft te worden De VOORZITTER geeft hierna voor een reactie het woord aan het college. Wethouder GEISSLER zegt de rekenkamer dank voor het onderzoek en het rapport met de conclusies en aanbevelingen. Door de heer Heerens is gevraagd wat de extra cijfers de gemeente zullen opleveren. Allereerst zal dat inzicht zijn en op basis van dat inzicht kan in de raad gedebatteerd worden over de stand van zaken ten aanzien van het naleven van de verplichting, maar ook over de vraag of de gemeente meer zal moeten doen. De heer Van Loef vroeg zich af hoe gehandhaafd zal worden zonder nulmeting. Die nulmeting zal niet helemaal gereconstrueerd kunnen worden, omdat bij overname van aanbeveling 3 het model aan de orde komt dat nu nog in ontwikkeling is en naar hij heeft begrepen pas in 2028 klaar zal zijn. Pas vanaf dan zal het inzicht worden verkregen als het gaat om aanbeveling 3. Vrijwillige naleving in plaats van het opleggen van verplichtingen wil ook het college zoveel mogelijk nastreven. Het college en DCMR zijn echter verplicht om de wet uit te voeren en dan is soms aan sancties niet te ontkomen.

Zoals aangegeven in de bestuurlijke reactie van het college, zal evenwel worden ingezet op goede verhoudingen met de organisaties en bedrijven in Capelle en op het stimuleren en verleiden van instellingen. Hopelijk zullen op die manier uiteindelijk minder sancties behoeven te worden opgelegd. Hiermee is naar hij aanneemt ook de vraag van de heer Frieser beantwoord. De gemeente bepaalt niet de regeldruk, maar voert iets uit wat haar door het rijk is opgedragen en probeert dat op een zo goed mogelijke, menselijke manier te doen. De heer Van Buren had een vraag over onder andere de label C-verplichting. 86% van de kantoorgebouwen waarvoor label C geldt, voldoet al aan die verplichting, dus dat gaat sowieso niet om de productie, en het is in ieder geval goed om dat te realiseren. De vraag over de verhouding tussen kleine en grote bedrijven is wat te technisch van aard om nu te kunnen beantwoorden. Wordt die informatie op prijs gesteld, dan adviseert hij die vraag nogmaals technisch te dienen. De suggestie dat netcongestie hiermee kan worden verminderd, is inderdaad een goede, maar hij wil de commissie wel meegeven dat netcongestie met name gaat over de piekmomenten, dus niet over de totale stroomvraag, en dat juist op de piekmomenten de stroomvraag zoveel mogelijk moet worden gedrukt en verlegd naar andere momenten.

Als het besparen van elektriciteit daarin een rol kan spelen, is dat positief, maar dat is niet zonder meer het geval. Als je al bespaart, moet dat nog op het juiste moment zijn. De VOORZITTER constateert dat geen behoefte bestaat aan een tweede termijn en dat het voorstel als hamerstuk naar de raad kan worden geleid. De vertegenwoordigers van de rekenkamer zegt hij dank voor hun komst. 6. Bestuursopdracht Bereikbaarheid fase 1 (aanpak van het verkeersknelpunt Kralingseweg/Schenkelsedreef) De VOORZITTER memoreert dat door diverse fracties het agendaverzoek is gedaan om de aanpak van het verkeersknelpunt Kralingseweg-Schenkelsedreef te bespreken om beter inzicht te krijgen in de mogelijkheden en onmogelijkheden om zo spoedig mogelijk te kunnen komen tot besluitvorming over dit onderwerp. De heer SPRUIT licht toe dat de aanleiding voor het verzoek om deze kwestie te bespreken was gelegen in de collegebrief van 16 december 2025, waarin het bereikbaarheidsonderzoek fase 1 is opgenomen. De raad was een mobiliteitsonderzoek toegezegd bij de behandeling van de bestemmingsplannen Florabuurt op 10 juli vorig jaar. De geleverde documenten zouden beschouwd kunnen worden als dat mobiliteitsonderzoek, hoewel het ook als een tussenproduct zou kunnen worden aangemerkt, omdat er ook nog vervolgfases worden aangekondigd.

Wat Leefbaar Capelle betreft is deze eerste fase voldoende om een besluit te gaan nemen over de verkeersproblematiek die nu aan de orde is. Het onderwerp speelt al sinds november 2021, uit de vorige raadsperiode dus, en kwam behoorlijk naar boven bij de besprekingen van de gebiedsvisie Florabuurt en de mobiliteit uit die wijk. Vraag was

Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer dinsdag 24 februari 2026

Pagina:

8

toen of de bebouwing, de verdichting die daar gepleegd zou worden, een substantiële bijdrage zou leveren aan de verkeersdrukte. De conclusie was dat dat zeer waarschijnlijk niet het geval zou zijn, maar dat het als gevolg van autonome factoren alleen maar drukker zou worden en zeker niet rustiger. In de loop der tijd zijn er collegebrieven over dit onderwerp verschenen, er is in minimaal twee raadsvergaderingen over gesproken, zeker in twee commissievergaderingen en dit zou dan de derde zijn. De conclusies uit het onderzoek dat nu gepresenteerd is, zijn volstrekt helder. Er zijn een aantal knelpunten, die waarschijnlijk iedere Capellenaar kan opsommen, en wel de Abram van Rijckevorselweg, in het in het bijzonder, vanaf Nieuwerkerk gezien, richting Capelseplein en Kralingseplein. De negatieve uitschieter die daarbij genoemd wordt in de ochtendspits is dan de doorstroming op de Kralingseweg via de Schenkelsedreef richting de metro. In de avondspits wordt eveneens die doorstroming op de Abram van Rijckevorselweg genoemd, maar dan in twee richtingen, en ook nog op de Algeraweg richting Krimpen. Ook dan komt als negatieve uitschieter dezelfde kruising Kralingseweg-Schenkelsedreef-metro-overgang naar boven.

Je zou kunnen zeggen dat met de voorgenomen aanpassing op de Algeracorridor, waarbij ook het Capelseplein wordt aangepakt en de doorstroming op de Abram van Rijckevorselweg anders zou gaan, die knelpunten worden aangepakt en dat dan nog één knelpunt overblijft dat nog niet wordt aangepakt, en wel het knelpunt dat nu ter discussie staat. Is de wethouder dat met hem eens? Iedereen weet, het staat ook in de rapporten, wat de langetermijnoplossing is voor de Kralingseweg, namelijk een ongelijkvloerse kruising bij de metro-overgang, maar het is ook duidelijk geworden dat dat echt een project is van de lange adem en dat daarvoor ook andere gemeenten en andere partners nodig zijn. Daarmee kan wel een periode van 30, 40 jaar gemoeid zijn, en misschien nog wel langer. Met een knelpunt als dit is dat geen optie. Hij kan zich niet voorstellen dat er straks in het mobiliteitsonderzoek bij fase 2 ineens nog knelpunten naar voren komen die nog belemmerender zijn voor de doorstroming in Capelle dan dit kruispunt. Het is daarom onbestaanbaar om nog 30 jaar te wachten om iets te gaan doen aan dat kruispunt. In het rapport worden keurige kortetermijn- en middellangetermijnoplossingen aangedragen om de doorstroming te verbeteren, t.w. het verlengen van de opstelstroken in combinatie met het verbreden van de brug. Dat kost geld en in die kosten is inmiddels ook al inzicht gegeven.

Volgens de presentatie van januari 2025 gaat het om een bedrag van ongeveer 5 miljoen euro. Er was nog wat geld over in de grex van de Florabuurt en ingeschat werd dat misschien nog 1,5 miljoen euro binnengehaald zou kunnen worden uit verschillende potjes en subsidies die ervoor zijn. Restte zo'n 3 miljoen, prijspeil begin 2025. Het zal inmiddels wat duurder geworden zijn, dus zeg 3,5 miljoen. Uitgesmeerd over een periode van 40 jaar is dat een bedrag dat de gemeente jaarlijks toch zou moeten kunnen trekken. Het zou ten laste kunnen worden gebracht van de kapitaallasten reserve 2 die nog beschikbaar is. Hoe denkt de wethouder daarover? De collegebrief van 16 december was hem in eerste instantie ontgaan. Idealiter had die in januari besproken kunnen worden, zodat er nog iets geregeld had kunnen worden voor de raadsvergadering van 9 maart. Maar toevallig had hij twee dagen voor die collegebrief zijn bovenarm gebroken, dus hij had op dat moment wat andere prioriteiten. In de raadsvergadering van 10 juli is tijdens een schorsing beraadslaagd over de vraag of hierover nog in deze raadsperiode een besluit zou kunnen worden genomen. De planning was toen dat de verkeersproblematiek eind 2025 zou worden besproken. Dat is echter niet gehaald.

Ook het voornemen om het via een raadsvoorstel te doen en dan de financiële consequenties via een begrotingswijziging mee te nemen naar de eerste bestuursrapportage van 2026 en vervolgens te verwerken in de begroting 2026 is niet uit te voeren. Stel nu dat de raad op heel korte termijn, vandaag of uiterlijk in de raadsvergadering van 9 maart, een besluit zou willen nemen om 3 tot 3,5 miljoen euro in de begroting te verwerken, is het dan denkbaar dat via de Kadernota 2026 te doen, te verwerken in de begroting 2027 en latere jaren en zo de financiering rond te maken? En mocht op 9 maart dat besluit vallen, kan de wethouder dan eens aangeven hoe lang de aanbesteding, het uitvoeren van de werkzaamheden en de oplevering van de werkzaamheden in beslag zouden nemen? De heer OUDSHOORN acht het niet nodig nog eens te gaan herhalen hoe nodig deze maatregel is, want dat staat gewoon vast; hij verwijst naar de discussie die hierover de afgelopen zomer is gevoerd. De collegebrief die daarover is verschenen noemt het het zwaarste knooppunt van de gemeente en hij kan dat alleen maar onderschrijven. Vraag is alleen hoe hiermee verder te gaan. De wethouder heeft eerder toegezegd dat dit jaar een onderzoek zou worden uitgevoerd en dat vóór de verkiezingen een besluit zou worden genomen. Hoe wil de wethouder er nu voor zorgen dat deze belofte niet tot schuld

Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer dinsdag 24 februari 2026

Pagina:

9

zal leiden en wat is daarvoor nodig? Zelf had hij overwogen nog snel een initiatiefvoorstel in te dienen, maar toen werd hij eraan herinnerd dat dan de officiële termijnen niet meer gehaald zouden kunnen worden, omdat het college normaal gesproken een aantal weken de tijd moet hebben om een stuk te beoordelen. In dit geval zou echter geredeneerd kunnen worden dat dat niet nodig is, omdat de problematiek inmiddels al vier, vijf jaar bekend en onderzocht is. Wellicht kan de wethouder er daarom toch mee instemmen dat voor de raadsvergadering een initiatiefvoorstel ter zake wordt ingediend. Overigens staat hij ook open voor andere suggesties die ertoe kunnen leiden dat nog voor de verkiezingen een besluit genomen kan worden. Ten slotte een korte reactie op de opmerking van de heer Spruit over de kapitaallastenreserve. Het standpunt van de SGP over kapitaallastenreserves acht hij bekend, maar als die er dan toch is en er wordt er zomaar nog eentje opgeschreven met een blanco cheque van 10 miljoen in de begroting, dan adviseert hij die dan ook nuttig te gebruiken en hiervoor in te zetten. De heer EILANDER zegt de heer Spruit dank voor het verrichte voorwerk; ook de woorden van de heer Oudshoorn waren duidelijk en daaraan heeft hij niets toe te voegen.

De insprekers hebben naar zijn mening uitstekend verwoord waarom vier partijen uit de raad het initiatief hebben genomen om dit onderwerp te agenderen. Mevrouw Spee had volgens hem de grafieken weliswaar niet helemaal goed begrepen, en hij zal proberen dat recht te zetten, maar het punt dat zij maakte was wel volslagen duidelijk en daar gaat het om. ‘Bezint eer ge begint’ heeft hij boven zijn aantekeningen gezet. Zoals de heer Oudshoorn al aangaf, waren de initiatiefnemers al in juni klaar met hun bezinning op dit punt. Het was dan ook teleurstellend deze collegebrief te moeten ontvangen, en dat vlak voor kerst, al zal daar geen bedoeling achter hebben gezeten, maar jammer is wel dat dat de afdronk moet zijn voor een knelpunt dat helder is. In haar bijdrage heeft mevrouw Spee volgens hem wat dingen door elkaar gehaald. De heer Spruit zei het al: of de Algeracorridor alles gaat oplossen onder de AvR is maar de vraag, maar laat hij daar eens van uitgaan. Mocht dat niet zo zijn, dan is het nog duidelijk dat er één knelpunt daarboven overblijft, en dat wordt dan nog een keer gestaafd. De initiatiefnemende partijen waren in juli al zover, hij hoopt dat nu meer partijen het voorbeeld van Leefbaar Capelle zullen volgen om daarin mee te gaan. Genoemd knelpunt staat eigenlijk helemaal op zichzelf, wat ook wel blijkt figuur 6 en ook figuur 7: het is gewoon één grote blauwe ster.

Het heeft ook niet met alternatieve routes te maken, het is gewoon een knelpunt. Dat is bekend en herbevestigd en daarom moet daarmee nu ook aan de slag worden gegaan, zoals was beloofd. Er zijn prima onderzoeken voor en kortetermijnoplossingen. Nee, die gaan niet alles weghalen, maar het is volgens hem een hele goede pleister op de wonde, omdat met de extra woningen die de gemeente wil toevoegen daar ook echt extra verkeer zal komen. Duidelijk is ook geworden dat een tweede ontsluiting daarin geen verlichting zal brengen. Er zal dus aan de slag moeten worden gegaan, en dat kan ook. Hij hoopt echt dat nog in deze raadsperiode een besluit zal kunnen worden genomen dat recht doet aan de toezeggingen die eerder zijn gedaan. De heer VAN BUREN constateert dat er voor de vierde in de rij van vier samenwerkende fracties, met zulke goede bijdragen van de collega’s, weinig anders overblijft dan zich geheel aan te sluiten bij de punten die naar voren zijn gebracht en vast te stellen dat er alle reden is om nu tot besluitvorming te komen en iets te doen aan de teleurstelling over het feit dat het college hier niet zelf mee is gekomen na de analyse die toch duidelijk uitwees dat dit een zeer sterk knooppunt in het systeem is. Het is een stukje infrastructuur dat hij al enige tijd kent.

Toen hij ooit net met zijn kopje boven de box uitkwam, zag hij op deze plek van de Akkerwinde nog koeien lopen. Dat is door de jaren heen wel veranderd. Dus als geboren inwoner van de Wingerd, die precies uitkeek op het knooppunt en het kruispunt van de Kralingseweg en de Schenkelsedreef kan hij zich levendig voorstellen dat hier na al die jaren echt wel iets nodig is. Het verheugt hem dat de analyse van het college dat ook bovenmatig bevestigt. Er is dus alle reden om aan de oproep van de vier partijen gevolg te geven en te zorgen dat dit knooppunt in ieder geval voor de komende tijd iets lichter wordt gemaakt. Hopelijk zal uiteindelijk ook de lobbykracht gevonden worden om de grote oplossingen te vinden. Mevrouw PENTERMAN dankt mevrouw Spee en de heer Boom voor hun bijdragen, die bevestigen wat er speelt in de Schenkelsedreef en omstreken. De VVD heeft een conceptmotie ingediend waarin de urgentie van dit verkeersknelpunt wordt benadrukt en het college wordt opgeroepen daarmee met prioriteit aan de slag te gaan. Zij is heel benieuwd naar de mening van de andere commissieleden

Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer dinsdag 24 februari 2026

Pagina:

10

hierover. Los hiervan dient er uiteraard voor te worden gewaakt dat er geen geld over de balk wordt gesmeten. De VVD resten nog een aantal vragen. De belangrijkste betreft de wegverbreding / verlenging van de opstelstroken. Met welk percentage wordt de doorstroming dan verbeterd? Nog steeds heeft men dan te maken met de frequentie van de metro en Capelle blijft afhankelijk van het afstellen van de verkeerslichten door Rotterdam. Capelle kan van alles willen, maar als de buurgemeente niet enthousiast meewerkt, schiet het niet erg op. Wat is de status van het overleg met Rotterdam over de afstelling van de verkeerslichten en over de aanpassing van de Prins Alexanderlaan? Er wordt nu namelijk wel een oplossing gezocht voor Capelle-uit, maar men wil Capelle ook wel graag weer ín. Ook zou de busbaan aangepast moeten worden voor rechtsaf de Jacques Dutilhweg en moet Capelle daaraan bijdragen, of niet? Gaat het de gemeente geld kosten als het op Rotterdams grondgebied moet gebeuren en, zo niet, wat is dan de prioriteit van Rotterdam in dezen? Ten slotte is zij erg benieuwd naar de betrokkenheid van de MRDH, met name om dit punt niet alleen te beperken tot een Capels probleem.

Hoe wordt ervoor gezorgd dat ook de buurgemeente hieraan prioriteit geeft en de noodzakelijke stappen neemt om de problemen verder op te lossen? De heer OUDSHOORN haakt in op de opmerking van mevrouw Penterman over een door de VVD ingediende motie, die inmiddels wel is toegezonden aan de leden van de raad, maar de toehoorders niet bekend zal zijn, wat het een beetje lastig maakt. In de motie wordt gevraagd om een extra Capellebreed onderzoek en later met voorstellen naar de raad te komen om tot besluitvorming over te gaan. Dat suggereert dat er nog maanden vertraging op zit, terwijl toch ook de VVD dit probleem snel zal willen oplossen. Mevrouw PENTERMAN bevestigt dat ook wat de VVD betreft zo snel mogelijk beslist mag worden. Punt is echter dat het college wordt gevraagd om de problematiek structureel en met prioriteit ter hand te nemen en in het Capellebrede mobiliteitsonderzoek expliciet te betrekken welke maatregelen de bereikbaarheid van Schenkel structureel verbeteren. Het verlengen van de opstelstroken zal niet het hele probleem oplossen.

Als op 9 maart al een besluit genomen zou kunnen worden, wat maar zeer de vraag is, want volgens haar kan niet per motie nog gauw even 5 miljoen euro worden uitgegeven, dan wil dat nog niet zeggen dat niet ook breder gekeken zal moeten worden naar de bereikbaarheid van Schenkel, de Jaques Duthilweg en de Prins Alexanderlaan en de problemen die daaruit voortkomen. Dat moet ook meegenomen worden en dat probeert de VVD voor te stellen. Desgevraagd bevestigt zij overigens dat de VVD de voorgestelde maatregelen onderschrijft. De VOORZITTER brengt een nuance aan in de mededeling van mevrouw Penterman dat zij een motie zou hebben ingediend. Er is inderdaad een motie van de VVD verspreid, maar niet ingediend, want dat is in een commissie niet mogelijk. Voorts attendeert hij erop dat vanavond geen raadsvoorstel wordt besproken en dat zijnerzijds dan ook niet zal worden gevraagd of dit als hamerstuk of als bespreekstuk zal moeten worden geagendeerd. Wil de VVD tijdens de raadsvergadering een motie indienen, dan zal dat dus een motie vreemd aan de orde van de dag moeten zijn. Mevrouw FEUTH zegt de insprekers dank voor hun bijdragen en de heer Boom ook specifiek voor diens mail, waarover zij meteen een vraag heeft te stellen aan de wethouder. Daarin staat namelijk dat de toezegging gedaan zou zijn om de oplossing te borgen.

Zij heeft alle vergaderingen hierover bijgewoond en kan zich niet herinneren dat zo hard is afgesproken dat dit nog in deze raadsperiode zou worden opgelost en ze is benieuwd hoe de wethouder daartegen aankijkt. Voor het overige kan zij zich aansluiten bij de vragen van de VVD, want het is wel een Capels probleem, maar niet alléén een Capels probleem. Het is ook niet alleen een probleem van de Florabuurt of van Schenkel, maar een breder Capels probleem. D66 wil graag dat al dit soort verkeersproblematiek steeds in het grotere kader wordt gezien. Het is inderdaad een belangrijk knelpunt, en ze heeft ook alle begrip voor de urgentie, maar in het rapport staan nog wel meer punten en niet alles zal zijn opgelost met de Algeracorridor. De Capelseweg/Kanaalweg wordt haars inziens wel heel makkelijk als opgelost probleem neergezet. Gedeeltelijk is dat wel terecht, maar gedeeltelijk ook niet. Het gaat haar te ver om de Schenkelsedreef als het enige échte knelpunt in Capelle te benoemen. Er zal oog moeten blijven voor ook andere problemen in Capelle wat betreft ontsluiting en bereikbaarheid.

Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer dinsdag 24 februari 2026

Pagina:

11

Ten slotte verzoekt zij de wethouder ook iets te vertellen over de financiering van dit geheel. Ooit is eens een bedrag genoemd van 4,7 miljoen euro, prijspeil 2024, daarnaast is ook nog wat geroepen over subsidies e.d. en bij Rotterdam zou worden gepeild wat van die zijde mee zou kunnen worden betaald voor de opstelstrook aan Rotterdamse kant. Hoe ziet de wethouder de financiering van dit geheel en de mogelijkheden om dat eventueel nog door deze raad te kunnen laten oppakken? Desgevraagd benadrukt zij dat D66 geen afwachtende houding wil aannemen, maar alleen betoogt dat er ook oog moet zijn voor de bredere problematiek. Na de beantwoording van de vragen, en met name ook afhankelijk van de oplossing van het financieringsverhaal, zal D66 afwegen hoe stellig zij vindt dat dit nu opgelost moet worden, of dat het misschien niet meer aan deze raad is, omdat het gewoon niet tot de mogelijkheden behoort. De heer VAN BUREN leidt hieruit af dat D66 het voorstel niet meteen omarmt, terwijl die indruk eerder wel werd gewekt. Mevrouw FEUTH vraagt wat de heer Van Buren bedoelt met ‘het voorstel’. Volgens haar ligt er namelijk geen enkel voorstel voor, behalve een motie van de VVD. De heer VAN BUREN erkent dat dat een goed punt is. Waar hij op doelde was het voorstel van de heer Spruit om dit punt nu voor besluitvorming voor te leggen, zodat het uitgevoerd zou kunnen worden.

Mevrouw FEUTH werpt tegen dat nu geen concreet voorstel voorligt waarmee de raad zou kunnen instemmen of aan de slag zou kunnen gaan. De VOORZITTER moet mevrouw Feuth daarin gelijk geven. Er ligt een agendaverzoek voor in deze commissie, naar aanleiding daarvan wordt dit agendapunt behandeld en daaraan ligt inderdaad geen besluitvorming ten grondslag. Het staat overigens alle raadsleden vrij om daarvan wel besluitvorming te maken in de aanstaande raadsvergadering. De heer VAN BUREN zegt dank voor deze procedurele correctie. Het CDA zal nader bezien wat richting besluitvorming gedaan kan worden. Mevrouw FEUTH sluit haar bijdrage af met de vraag aan het college wat de mogelijkheden zijn om dit überhaupt nog tot een voorstel of iets wat daarop lijkt te maken. Van de problematiek op dit kruispunt is D66 zich heel goed bewust, maar daar hangt nog wel een aantal vragen aan, met name ook een financieel vraagstuk en een besluitvormingsvraagstuk. Zij wil ervoor waken dat nu de indruk wordt gewekt alsof de raad dit nog wel even gaan regelen. Zij vreest namelijk dat het technisch niet goed mogelijk is. De heer VLOT wacht met belangstelling de reactie van het college af op de vragen en voorstellen die naar voren zijn gebracht en hoopt dan in tweede termijn een nadere conclusie te kunnen trekken.

De heer HARTOG toont zich ingenomen met het feit dat dit punt door vier partijen op de agenda is geplaatst. Daarmee wordt invulling gegeven aan een eerder gedane toezegging en bovendien wordt een grote zorg tot uitdrukking gebracht. Uit het verkeersonderzoek is voor wat betreft de metroovergang Schenkel een resultaat naar voren gekomen dat negen maanden geleden eigenlijk ook al bekend was: de omgeving loopt volledig vast. Het verheugt hem dat ook de VVD en Leefbaar Capelle nu tot dit inzicht zijn gekomen. Negen maanden geleden al was door SGP en ChristenUnie een motie ingediend voor het oplossen van de verkeersproblematiek, die helaas werd verworpen, waardoor kostbare tijd voor de bewoners van Schenkel verloren is gegaan, en dat heeft hem zeer teleurgesteld. In het eerdere verkeersonderzoek naar de Kralingseweg staan enkele korte- en middellangetermijnmaatregelen. Uiteraard wil de raad de mensen in Schenkel zo snel mogelijk kunnen helpen en het zou daarom goed zijn die maatregelen te onderzoeken en te implementeren, maar daarbij zal ook rekening moeten worden gehouden met fietsers en ook de bus. Het blind schrappen van de busbaan vindt hij echt te kort door de bocht; daar kan creatiever mee worden omgegaan. Deze overgang heeft, zoals de inspreekster terecht opmerkte, ook impact op de gehele omgeving, inclusief Rotterdam.

Van de wethouder wil hij graag vernemen hoe Rotterdam betrokken is bij het oplossen van dit verkeersprobleem, zeker ook gelet op de geplande woningbouw op Rotterdams grondgebied.

Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer dinsdag 24 februari 2026

Pagina:

12

Door meerdere sprekers is al benadrukt dat nu vaart zal moeten worden gemaakt om de maatregelen te implementeren. De mensen in Schenkel hebben hier gewoon recht op. In het eerdere onderzoek was sprake van korte- en middellangetermijnmaatregelen. Hij stelt voor daar in ieder geval nog een knoop over door te hakken. Voor de kortetermijnmaatregelen zal, schat hij in, slechts een beperkt budget nodig zijn, veel minder dan het genoemde bedrag van 5 miljoen euro, zodat sneller begonnen kan worden met het implementeren daarvan. De heer EILANDER attendeert erop dat onder de kortetermijnmaatregelen in ieder geval de rechtsafstrook en het verbreden van het viaduct vallen, alsmede overleg met Rotterdam over de busbaan en wat enkele kleinere aanpassingen op de Schenkelsedreef. Hij is heel benieuwd hoe de heer Hartog heeft kunnen concluderen dat daarvoor slechts een beperkt budget nodig is. De heer HARTOG zegt ervan te zijn uitgegaan dat het budget van 5 miljoen euro bestemd was voor de korte én middellangetermijnmaatregelen, maar uit het hoofdschudden links en rechts leidt hij af dat dat een verkeerde aanname was. Mevrouw FEUTH herinnert eraan dat in eerdere commissievergaderingen aan de verkeersdeskundigen al was gevraagd of het plan ook opgesplitst kon worden in deelplannen, of dat er onderdelen weggelaten konden worden, om een en ander goedkoper te maken.

Het overduidelijke antwoord daarop was dat dat niet mogelijk was en dat minimaal 4,7 miljoen euro, prijspeil 2024, nodig zou zijn voor de kortetermijnoplossing. De heer HARTOG heeft geprobeerd constructief na te denken over een manier om een en ander zo snel mogelijk op te lossen, zonder in allerlei procedurele vangnetten verstrikt te raken, maar misschien zal hij dat nog eens moeten doen. Wat hij in ieder geval specifiek wil onderstrepen is dat de langetermijnoplossing echt nodig is om de ontsluiting van Schenkel te verbeteren. In het verkeersonderzoek zijn hem ook wat andere knelpunten opgevallen, die gelukkig wat minder dramatisch zijn. Zo staat er bijvoorbeeld dat in Capelle-Oostgaarde op rotondes veel ongelukken gebeuren. Blijkbaar zijn rotondes toch minder veilig dan aangenomen werd. Hij verneemt graag van de wethouder hoe het aantal ongelukken naar beneden gebracht kan worden. Mevrouw PENTERMAN zegt ervan te zijn uitgegaan dat het agendaverzoek zich zou beperken tot de Schenkelsedreef en zich niet zou uitstrekken tot het volledige verkeersonderzoek, want dat lijkt haar op dit moment niet echt aan de orde, of heeft ze dat verkeerd begrepen? De VOORZITTER bevestigt de juistheid van mevrouw Pentermans veronderstelling.

Hij heeft de heer Hartog de vrijheid gegeven om een aantal voorbeelden aan te halen, maar wel voor dit agendapunt en niet om de onderzoeken die voorliggen in de breedte te bespreken. De heer HARTOG deelt mede het dan hierbij te zullen laten. De heer VAN DER HEIDE dankt mevrouw Spee voor de ervaringsdeskundigheid die ze met de commissie heeft willen delen en de heer Boom voor diens bijdrage. Hij is het met de laatste eens dat de nieuw te bouwen voorzieningen elders in de wijk zorgen voor een toename in mobiliteit en dat deze goed zouden moeten worden meegenomen. Dank zegt hij voorts voor de update van deze interessante bestuursopdracht. Hij beseft dat hij halverwege de behandeling ervan ineens in een lopende discussie terechtkomt, dus wellicht haalt hij wat oude koeien uit de sloot, maar dat hoort hij dan graag. Hij leest dat gekoerst wordt op besluitvorming in de aankomende raadsvergadering, maar wat zijn fractie betreft is het stuk daar nog niet klaar voor. De heer HARTOG informeert welk stuk de heer Van der Heide hiermee bedoelt. De heer VAN DER HEIDE antwoordt dat hij doelt op het bespreekstuk dat mogelijk aan de raad zal worden aangeboden via een motie vreemd aan de orde van de dag. De VOORZITTER wijst erop dat dat ook het enige stuk is dat aan de raad kan worden aangeboden, want er ligt geen raadsvoorstel voor.

De heer EILANDER voegt eraan toe dat de vier partijen zich hadden voorgesteld aan de hand van de bespreking van dit agendaverzoek nader te bezien wat hen voor 9 maart nog te doen zou staan om de raad een uitspraak te laten doen en op welke manier, opdat althans de inwoners van Schenkel weten

Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer dinsdag 24 februari 2026

Pagina:

13

waar ze aan toe zijn. Een en ander is ook afhankelijk van de reactie van de wethouder. Een concreet voorstel is er nu nog niet. In tweede termijn zal nader worden bezien hoe hierop gereageerd kan worden, of men elkaar ergens in kan vinden en wat daarvoor nodig is. De VOORZITTER zegt alleen nog te kunnen meegeven dat voor de raad het raadsinstrument van een motie openstaat om een en ander in behandeling te kunnen nemen. De heer VAN DER HEIDE vervolgt dat het zijn fractie opvalt dat Capelle nu lijkt te focussen op één buurt, terwijl er veel meer zou moeten worden meegenomen. Hij ziet wel het beeld van de doorstroming in heel Capelle met bijvoorbeeld het knelpunt op de AvR, en wat stroommodellen Capellebreed, maar gezien de ambitie van dit college om 5000 woningen in Rivium te bouwen en nogmaals 5000 woningen in bestaande wijken, ziet hij ook graag de impact van deze projecten en de consequenties van eventueel andere verbeteringen aan de infrastructuur, voordat een besluit wordt genomen over deze bestuursopdracht. Hij begrijpt zeker de urgentie van een dergelijk onderzoek, maar als men dit goed wil doen, vergt het minstens een jaar. De heer OUDSHOORN haakt in op de verwijzing van de heer Van der Heide naar de woningtoename en de drukte elders in de stad.

Het voorliggende punt is specifiek geagendeerd, omdat in het onderzoek bewezen is dat de autonome toename van de verkeersdrukte al heeft geleid, en nog verder zal leiden, tot knelpunten daar. Dat staat los van de woningbouw, die er nog eens bovenop komt. Is de heer Van der Heide het ermee eens dat dit wel degelijk hét knelpunt van Capelle is, gezien het indexcijfer? De heer VAN DER HEIDE is het met de heer Oudshoorn eens dat dit een knelpunt is, maar voegt eraan toe dat er nog veel meer druk op dit knelpunt zal komen als elders andere ontwikkelingen plaatsvinden. De heer OUDSHOORN hoort vanavond in de ondertoon bij meerdere partijen een andere uitkomst dan hij had moeten horen, maar dat zal vast aan hem liggen. Hij wil dit graag helder hebben. Zegt meneer Van der Heide nu dat hij het eens is met de aanpak van dit probleem, maar dat er ook andere problemen moeten worden aangepakt, of dat het eerst breder bekeken zal moeten worden voordat hierover een besluit kan worden genomen? De heer VAN DER HEIDE antwoordt dat het laatste het geval is. Het vervolg van zijn bijdrage zal daarvoor hopelijk wat extra input geven. In de toekomstige modellen qua verkeersintensiteit mist hij bijvoorbeeld dat rekening wordt gehouden met de toename in verkeersdrukte, bijvoorbeeld op het Kralingseplein, wat indirect ook gevolgen heeft voor sluipwegen die richting Schenkel gaan.

De woningbouw op de oostflank, bijvoorbeeld in Rotterdam, leidt tot extra veel drukte en dagelijkse congestie van dit plein. Maar ook andere bouwopgaven in de nabijgelegen wijken hebben grote invloed op dit onderzoek. Hij mist ook de onlangs gepresenteerde investering ten behoeve van de toegenomen intensiteit op het metronetwerk van Rotterdam, waardoor de metro elke 5 minuten en 100 m lang gaat rijden, en die gaat logischerwijs twee kanten op. Hij is benieuwd hoe en of dit eventueel in fase 2 zal worden meegenomen. Een oplossing voor dit verkeersprobleem is zeer gewenst en hij is heel benieuwd hoe daarvoor in de komende raadsvergadering eventueel via een motie vreemd aan de orde van de dag een keuze kan worden gemaakt. Hij heeft bijvoorbeeld kennis genomen van het voorstel van de heer Spruit over de planning van de financiën, maar daar wil hij gewoon nog niet aan, omdat hij graag eerst het verkeersmodel beter uitgewerkt wil zien. En hij steunt de opmerking van mevrouw Feuth dat er aandacht moet zijn voor de bredere problematiek. Deze ziet hij zelf ook nog niet zo goed terug. Zijn gevoel zegt hem dat het te snel gaat en dat men over een aantal jaren weer aan de slag zal moeten met dit onderwerp. Hij doet het liever in één keer goed dan dat er over een aantal jaren weer moet worden bijgeschaafd, en dat lijkt hem nu het geval.

De heer EILANDER merkt op dat de 5 minuten die de heer Van der Heide noemde niet geldt voor een kleintje naar Rotterdam toe. Dat stopt bij Kralingsezoom of Capelsebrug. Het zou echter zomaar toekomstmuziek kunnen zijn, dus gaat ‘ie nog vaker dicht. Zou dat niet des te meer reden zijn om nu juist daarom wat te gaan doen, omdat het alleen nog maar erger wordt in de toekomst? De heer VAN DER HEIDE ziet een gepresenteerde oplossing van de metro op pootjes heel goed voor zich, maar dat lijkt hem een heel andere financiële uitdaging.

Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer dinsdag 24 februari 2026

Pagina:

14

De heer EILANDER repliceert dat dat zomaar 20 tot 30 jaar kan duren. Wil men daarop wachten, of besluit men nu in ieder geval iéts aan te pakken, zodat de pijn wat verlicht wordt? Zou de heer Van der Heide daarin mee kunnen gaan? De heer VAN DER HEIDE beaamt dat hij zeker wil onderzoeken wat op korte termijn gerealiseerd zou kunnen worden, maar volgens hem is een metro op pootjes de enige oplossing voor de toekomst. De heer SPRUIT vraagt of hij goed heeft begrepen dat de heer Van der Heide van mening is dat, als uit vervolgonderzoek zou blijken dat er nog andere knelpunten zijn, de aanpassingen bij de Schenkelsedreef als weggegooid geld kunnen worden beschouwd. De heer VAN DER HEIDE bevestigt dat dat zomaar het geval zou kunnen zijn. Daarom zou er volgens hem iets breder naar moeten worden gekeken, alvorens hierover een uitspraak te doen. De heer VAN BUREN hoopt dat de heer Van der Heide nog een poging kan wagen om het voor de eenvoudige personen hier uit te leggen. Verwezen wordt iedere keer naar verkeersmodellen, maar verkeersmodellen gaan over hele grote stromen verkeer, terwijl het voorstel dat hier wordt voorgelegd hele praktische ingrepen behelst in de ruimtelijke inrichting van de infrastructuur, waardoor blokkerende lijnen niet ander verkeer tegenhouden, dus optimalisering van het gebruik van een stukje infrastructuur.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16858158/1