02.02 - conceptverslag Commissie SOB 24 februari 2026
Tekst van het document
Dat is een totaal ander niveau van oplossen dan wanneer met verkeersmodellen wordt geprobeerd de grote vraagstukken elders in beeld te krijgen. Is de gemeente niet bijna verplicht ervoor te zorgen dat haar infrastructuur zo goed mogelijk gebruikt kan worden en dat, als nu blijkt dat het bij de Kralingseweg niet zo ingericht is om die optimaliteit te bereiken, juist daarin geïnvesteerd moet worden? Dat staat toch los van abstracte verkeersmodellen die over totaal andere zaken gaan? De heer VAN DER HEIDE is het daarmee gedeeltelijk eens. Het is altijd goed om aan optimalisatie te doen, maar de heer Van Buren zal ook weten dat een verkeersmodel uiteindelijk echt gaat helpen bij een structurele oplossing van dit probleem. Als nu het ene wordt opgelost en vervolgens doet zich een ontwikkeling voor in bijvoorbeeld Rivium, of een andere wijk, dan ziet het er weer heel anders uit. Dan is de opstelstrook net werd tien meter tekort, en zo blijf je telkens reageren. De heer OUDSHOORN begrijpt dat de heer Van der Heide het grote probleem als zodanig onderkent, maar liever een Capellebreed onderzoek zou willen.
Wat zou dan in zo’n toekomstig Capellebreed onderzoek moeten komen te staan dat ertoe kan leiden dat dit probleem niet opgelost moet worden? De heer VAN DER HEIDE doet dit bijna denken aan een stelling in een stemwijzer en hij weet niet zo goed of hij daarop nu ja of nee moet antwoorden. Het lijkt hem goed in zo’n onderzoek zoveel mogelijk toekomstige ontwikkelingen mee te nemen. Het is bekend dat er een aantal bouwprojecten gaan spelen, maar wat in het onderzoek bijvoorbeeld niet is terug te lezen, is wat de bouwprojecten zijn van de buren, of mogelijke bouwprojecten op Capelsebrug, dan wel elders in de stad. Dat zijn wel degelijk projecten die een enorme invloed hebben op het wegennetwerk. Als je die berekeningen laat maken, en dat doe je in een verkeerscirculatieplan, krijg je vanzelf inzicht in de mogelijke toekomstige toename op het onderliggende verkeersnetwerk, en dan zie je meteen ook wat de invloed daarvan is bij het kruispunt van Schenkel. Daarbij wordt rekening gehouden met intensiteiten, met zaken als hulpdiensten die er moeten komen, een eventuele uitbreiding van het metronetwerk, en aan de hand daarvan kan een goede beslissing worden genomen die duurzamer is dan even het vergroten van een opstelstrook, wat overigens heel erg kan helpen in het oplossen van een huidig knelpunt.
De heer OUDSHOORN neemt aan dat iedereen wel zal onderschrijven dat de huidige problematiek nog groter kan worden door toekomstige bouwontwikkelingen, maar is de heer Van der Heide het dan niet met hem eens dat nú opgelost zal moeten worden wat opgelost kán worden, waarna op de langere termijn de metro op pootjes, die wat hem betreft ook onder de grond zou mogen, aan bod kan komen? Het gaat nu niet over het maken van een keuze tussen het één of het ander. Hij pleit ervoor nu de kortetermijnmaatregelen te nemen, die volgens het onderzoek een effect zullen hebben voor vijftien jaar, zodat er enige adempauze ontstaat, waarna ook de langetermijnmaatregelen in gang moeten worden gezet. De heer VAN BUREN wil even reageren op de interactie tussen de heren Oudshoorn en Van der Heide. Zelf zit hij nog wat in een intellectuele spagaat waarin hij door de heer Van der Heide is gedrukt, die wil doen geloven dat in de abstracte doorstroomanalyse die steeds wordt aangevoerd ook
Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer dinsdag 24 februari 2026
Pagina:
15
het inzicht zal worden verschaft of de opstelstrook op de Schenkelsedreef tien meter langer of korter moet zijn. Ongetwijfeld heeft de heer Van der Heide veel beter inzicht in die modellen dan hij, maar kan ook niet een beetje vertrouwd worden op het verkeerskundig onderzoek dat nu al gedaan is vanuit de ambtelijke organisatie en op de stukken die zijn aangeleverd, om niet te hoeven wachten op die abstracte analyse voordat er ingegrepen wordt? De heer VAN DER HEIDE herhaalt dat hij halverwege het proces is ingevallen en alleen maar kan proberen zijn eigen mening hierover te geven, die hopelijk kan bijdragen aan een goede, structurele oplossing. De onderzoeken die hij heeft gezien geven hem onvoldoende comfort. Hij snapt heel goed dat men graag een oplossing wil bieden voor het probleem. Als dat voor de korte termijn al onderzocht is en bijvoorbeeld in de vorm van een opstelstrook een prima oplossing kan worden geboden voor tien tot vijftien jaar, is dat oké, maar hij wil wel graag weten of in de nabije toekomst wellicht nog ontwikkelingen kunnen plaatsvinden die er mogelijk voor zouden kunnen zorgen dat ook deze kortetermijnoplossingen ineens niet zo gunstig blijken te zijn. Dat heeft hij niet uit de stukken kunnen halen. De VOORZITTER zegt de commissie dank voor de geleverde bijdragen en geeft het woord aan het college.
Wethouder VAN WOUDENBERG memoreert dat het vorig jaar, vlak voor de zomervakantie, bij de behandeling van het bestemmingsplan Florabuurt bleek dat er geen causaal verband bestond tussen de aanpassing op de Kralingseweg en de bouw van de woningen. Vervolgens is in een aparte discussie van gedachten gewisseld over de vraag wat te doen met de maatregelen die uitgezocht waren door de afdeling mobiliteit. Daarbij is de afspraak gemaakt dat hij voor de kerst een onderzoek zou presenteren naar de drukke punten die er op dit moment zijn in de stad en dat is ook opgeleverd. Al vlak na de zomervakantie ontstond ook discussie over de diverse grote woningbouwopgaven die Capelle te wachten stonden, vandaar dat door het college werd besloten niet slechts één probleem in beeld te brengen, maar de toekomstige ontwikkeling met alle woningbouwopgaven, opdat Capelle in de toekomst bereikbaar blijft. Begin oktober is in een collegebrief aangegeven dat conform de toezegging voor de kerst de eerste fase zou worden opgeleverd en einde Q1, begin Q2, een toekomstig mobiliteitssysteem, alsmede de gevolgen voor de leefbaarheid in de omgeving. In feite wil het college de raad een integrale visie voorleggen op de mobiliteitsvraagstukken die de komende jaren op Capelle af komen.
Het is hem bekend dat in de raad de wens bestaat om de Kralingseweg aan te pakken en op basis van fase 1 van het voorliggende rapport kan ook worden geconcludeerd dat de Kralingseweg op dit moment het grootste knelpunt is in de stad. In de collegebrief is de raad echter voorgesteld – en daarop is door de raad niet meer gereageerd – om in een drietrapsraket met de mobiliteits- en bereikbaarheidsproblematiek van de stad het totale integrale onderzoek uit te voeren en de uitkomsten daarvan in Q2 met de nieuwe gemeenteraad te bespreken. Dat is het proces dat nu gaande is. Het onderzoek naar de Kralingseweg is in de eerste helft van 2025 uitgevoerd en daarna zijn er geen verdere aanpassingen, berekeningen of doorrekeningen meer gemaakt. Als de raad hier iets zou willen doen, zou het college een ordentelijk voorstel moeten voorleggen met ordentelijke bedragen en een toereikend budget en op dit moment zijn te weinig gegevens voorhanden om daarover zomaar een besluit te kunnen nemen. In antwoord op de vraag van de heer Spruit over de planning deelt hij mede dat de doorlooptijd wordt ingeschat op drieënhalf tot vier jaar. In die tijd moet een voorlopig ontwerp worden gemaakt, moet op het gebied van flora en fauna van alles worden uitgewerkt, moet participatie plaatsvinden en moeten nutsbeheerders aan de slag met de kabels en leidingen in het gebied.
Vervolgens moet een definitief ontwerp tot stand komen, moeten definitieve afspraken met Rotterdam worden gemaakt en daarna moeten de wegen worden aangelegd en de brug gerealiseerd. De heer Spruit noemde een bedrag van 3,5 miljoen euro dat met de financiering gemoeid zou zijn. Het zou kunnen, maar daarbij moet wel worden bedacht dat de subsidies nog moeten worden aangevraagd en nog een ordentelijk voorstel zal moeten worden gemaakt. Het college gaat vooralsnog uit van het bedrag van 4,7 miljoen euro dat er nu voor staat, al zal er uiteraard hard aan gewerkt worden om dat bedrag naar beneden te krijgen. Even naar de eindoplossing kijkend, acht hij het denkbaar dat de raad het college in een motie vreemd aan de orde van de dag verzoekt iets uit te werken en met een ordentelijk voorstel te komen,
Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer dinsdag 24 februari 2026
Pagina:
16
met inbegrip van het benodigde budget, waaraan dan opvolging zou kunnen worden gegeven door de volgende raad. Het college blijft echter bij het standpunt dat vanuit het totaalbeeld van de stad de toekomstige ontwikkeling en de bereikbaarheid van de stad als centraal punt dienen te worden aangegeven en welke maatregelen daarvoor nodig zijn en dat op termijn ook een substantieel budget beschikbaar zal moeten worden gesteld om uiteindelijk al die maatregelen in de stad te nemen. De heer OUDSHOORN verzoekt de wethouder ook te reflecteren op zijn suggestie om in plaats van een motie vreemd aan de orde van de dag eventueel een initiatiefvoorstel in te dienen. Wethouder VAN WOUDENBERG beaamt dat ook dat een instrument is dat de raad zou kunnen gebruiken, zij het dat daarvoor bepaalde termijnen in acht dienen te worden genomen. Als wethouder voor financiën voegt hij eraan toe dat dan wel een ordentelijk voorstel zal moeten worden gedaan met een ordentelijk bedrag en om daarvoor de benodigde stukken op te stellen zal de organisatie minimaal drie of vier maanden nodig hebben. Het college adviseert om dan ook het toekomstige onderzoek mee te nemen naar de mobiliteit van de stad, de bestuursopdracht af te maken die er ligt en met dat totaalpakket naar de raad te komen.
De heer EILANDER brengt te berde dat dit nu precies is waar hij zo bang voor was, namelijk dat elke keer onderzoek op onderzoek op onderzoek wordt gestapeld, met als gevolg dat er niets tot stand komt. Van de wethouder wil hij graag weten of deze het ermee eens is dat dit knelpunt nr. 1 is in Capelle en ook niet zomaar zal veranderen waardoor heel andere keuzen gemaakt zouden moeten worden. Wethouder VAN WOUDENBERG bevestigt dat en voegt eraan toe dat dat ook in het onderzoek met zoveel woorden wordt erkend. Anderzijds vraagt hij zich net als de heer Van der Heide af of dit ook op langere termijn nog steeds het belangrijkste knelpunt zal zijn en of dit de oplossing is voor de vraagstukken van de komende vijftien jaar. Misschien zal wel een extra strook moeten worden gemaakt met een nog bredere brug. De heer SPRUIT constateert net als de heer Eilander dat er wel heel veel belemmeringen worden opgeworpen om een besluit te nemen. Als een onderzoek wordt uitgevoerd waarvan de uitkomst je niet bevalt, kun je altijd weer om een vervolgonderzoek vragen, zodat er geen besluit hoeft te worden genomen, en dat bespeurt hij nu ook. Waar de wethouder heeft opgemerkt dat het wel heel lastig wordt om besluiten te nemen zolang er geen exact bedrag bekend is, werpt hij tegen dat ook een bedrag van 3 of 4 miljoen euro ten laste van de kapitaallastenreserve 2 zou kunnen worden gebracht.
Als de raad daarmee akkoord zou gaan, is er toch geen sprake van een financieel probleem in de begroting? Wethouder VAN WOUDENBERG antwoordt dat die reserve door de gemeenteraad als instrument is ingezet om 1,2 miljoen euro per jaar niet ten laste van de begroting te brengen, maar ten laste van de kapitaallastenreserve. Voor de komende jaren is die al ingepland, dus een investering die wordt gedaan in nieuwe aanleg komt gewoon bovenop de investeringen die al gedaan zijn. De jaarlijkse afboeking van de kapitaallastenreserve is al meegenomen in de begroting, dus een investering die nu extra wordt gedaan zal niet leiden tot een begrotingsverzwaring, maar zal wel één op één in de begroting terugkomen. De heer Oudshoorn stelde de vraag hoe de wethouder ervoor wil zorgen dat een belofte niet tot schuld zal leiden. Volgens hem heeft hij de belofte gedaan dat hij voor het einde van het jaar een onderzoek zou opleveren, en dat heeft hij gedaan. Mevrouw Penterman heeft een aantal vragen gesteld over de situatie en de doorstroming in Rotterdam. Capelle onderhoudt continu contact met Rotterdam over allerlei verkeerssituaties op de grens tussen Rotterdam en Capelle op verschillende plaatsen. Dit onderwerp is intensief met Rotterdam besproken in de eerste helft van vorig jaar en is daarna even tot rust gekomen.
Als definitief besloten wordt hier aanpassingen te doen, zullen ook met Rotterdam afspraken moeten worden gemaakt over de busbaan, de verkeerslichten en de doorstroming over het metronet. Ook met de MRDH kunnen afspraken worden gemaakt over het gelijktijdig kruisen van metro’s op hetzelfde moment. Dat alles is onderdeel van het vervolgproces. Aan het adres van mevrouw Feuth merkt hij op dat wat hem betreft nog steeds sprake is van een financiering van 4,7 miljoen euro, waarbij uiteraard wel geprobeerd zal worden zoveel mogelijk subsidies bij verschillende partijen binnen te halen en ook met Rotterdam gesproken zal worden over
Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer dinsdag 24 februari 2026
Pagina:
17
een bijdrage van die zijde. Desgevraagd voegt hij eraan toe dat het benodigde bedrag pas gevoteerd zal worden op het moment dat de raad heeft besloten dit geld beschikbaar te stellen. De heer KLEINHAARHUIS gaat in op de vraag met welk percentage de doorstroming zal verbeteren. De rapportage heeft duidelijk gemaakt dat het probleem zich eigenlijk voordoet op het kruispunt bij de overweg van de metro en de verkeerskundige analyses laten zien dat de voorgestelde maatregel best een goeie maatregel is voor de middellange termijn, maar dat het grote probleem in de praktijk bij de metro-overgang zit. Uitdrukken in percentages blijft daarom altijd heel moeilijk. De VOORZITTER deelt mede dat hij inmiddels contact heeft gehad met de griffie over het mogelijke vervolg van deze behandeling in de aanstaande raadsvergadering. Technisch gezien staan daarvoor twee mogelijkheden open. De eerste is het indienen van een initiatiefvoorstel. Het college heeft weliswaar vier weken de tijd om daarop te reageren, maar dat mag natuurlijk ook veel sneller. Of dat mogelijk is, is de vraag, gehoord het antwoord van het college, maar het is een optie. De andere mogelijkheid is het indienen van een motie vreemd aan de orde van de dag.
Tweede termijn De heer SPRUIT verwijst naar wat de heer Eilander in eerste termijn heeft toegelicht over de bedoeling van het voorliggende agendaverzoek: hoe kan ervoor worden gezorgd dat hierover nog in deze raadsperiode een besluit kan worden genomen, zodat het niet vooruitgeschoven hoeft te worden, met het risico dat onder de nieuwe politieke verhoudingen bij het vaststellen van de kadernota weer anders zal worden besloten? Mevrouw Penterman heeft eerder verwezen naar een nog niet ingediende motie van de VVD en gevraagd hoe daarover wordt gedacht. Ook de initiatiefnemers van dit agendaverzoek hebben een motie voorbereid. In overleg met de griffie is daarvoor de methode gekozen om de raad een aantal uitspraken te laten doen en dat is toch net even wat zwaarder dan alleen een verzoek aan het college, waaruit dan vervolgens een voorstel rolt aan het college. De wethouder legt hij nu de volgende vraag voor. Als in de raadsvergadering een motie vreemd aan de orde van de dag wordt ingediend, is het dan haalbaar om het voorstel tot beschikbaarstelling van het krediet voor te leggen bij de behandeling van de Kadernota 2026 en dat ten laste te brengen van de kapitaallastenreserve 2? De motie van de VVD is gedeeld onder de raadsleden en daarover kan best nog eens gepraat worden, maar dan zou hij ook wel willen delen wat de initiatiefnemers aan tekststrofen hebben.
Mevrouw PENTERMAN zou het op prijs hebben gesteld wanneer die motie was gedeeld, zoals ook de VVD met haar motie heeft gedaan, want dan had hier een ander overleg gevoerd kunnen worden De heer SPRUIT noemt dat een raar voorstel. Het is namelijk heel ongebruikelijk om voorafgaande aan beraadslagingen in commissieverband al met conceptmoties te komen, omdat dan al heel veel vooringenomen standpunten zijn verwoord. Zo zit in ieder geval Leefbaar Capelle niet in elkaar. Dit overleg is bedoeld om gezamenlijk na te gaan hoe dit verkeersprobleem kan worden aangepakt, zodanig dat voldaan wordt aan de verwachting die gewekt is bij de inwoners dat dat nog in deze raadsperiode zal gebeuren. Mevrouw PENTERMAN vindt het een nogal vreemde redenering van de heer Spruit dat door voorafgaande aan beraadslagingen in de commissie met een motie te komen blijk zou worden gegeven van heel veel vooringenomen standpunten. Zelf heeft zij vanavond heel wat vooringenomen standpunten gehoord die misschien niet zozeer in haar motie stonden. Zij meent dat het juist goed is te proberen met elkaar tot overeenstemming te komen. De VVD meende daarvoor een voorzet te kunnen geven waardoor het wat gemakkelijker zou worden door deze avond heen te komen en misschien al een voorstelletje tot stand zou kunnen komen waarmee men aan de slag zou kunnen.
Maar blijkbaar wordt dat gezien als vooringenomenheid en dat vindt zij uitermate vreemd. De heer SPRUIT stelt de wedervraag of het niet een beetje vreemd is dat, wanneer een aantal partijen een agendaverzoek indient, daarop door een partij die niet aan dat agendaverzoek meedoet wordt gereageerd met het opstellen van een conceptmotie voordat überhaupt over het onderwerp gesproken is. Mevrouw PENTERMAN zegt dat absoluut niet vreemd te vinden. Om te beginnen is de VVD helemaal niet gekend in het voornemen van een aantal partijen om dit agendaverzoek in te dienen, zodat de
Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer dinsdag 24 februari 2026
Pagina:
18
fractie daaraan helemaal niet kón deelnemen. Bovendien was vooraf met elkaar afgesproken dat de VVD een motie zo voorbereiden en bij die afspraak was ook de heer Spruit aanwezig. De heer OUDSHOORN toont zich teleurgesteld, en ook wel enigszins boos, over het gebeurde en haalt als voorbeeld de volgende uitspraken aan: “vanwege de woningbouwontwikkelingen wordt nu niet één punt aangepakt, maar wordt gewacht op nieuwe knelpunten”, “de Kralingseweg is momenteel bewezen het grootste knelpunt, maar toch wordt nog even afgewacht”, “er zijn te weinig gegevens om al op korte termijn een besluit te nemen”. Waarom zou je dan als politiek überhaupt nog een probleem willen oplossen, van geen enkel probleem is immers bekend of dat er over vijftien jaar nog zal zijn? Waarom wordt een bewezen probleem, dat in een onderzoek nogmaals is aangetoond en waarvoor een oplossing voorhanden is, niet gewoon aangepakt? Het benodigde bedrag is weliswaar prijspeil 2024, maar doe er dan 15% bovenop en zet het gas erop! Het indienen van een motie vreemd aan de orde van de dag kan hiervoor als middel worden aangewend, maar het is ook een optie om een initiatiefvoorstel in te dienen, wat een zwaarder middel is dan een motie.
Hij dringt erop aan hierin samen op te trekken als raad en college en gewoon nog in deze raadsperiode een besluit te nemen, zoals al vorig jaar zomer het streven was, en niet alles op de lange baan te schuiven. De heer EILANDER geeft eveneens blijk van teleurstelling en legt uit hoe een en ander bij hem overkomt: de wethouder is klaar, maar schrijft vlak voor de kerstdagen nog even een collegebrief en wacht dan af of de raad het erover wil hebben. Het zou de wethouder hebben gesierd als deze in januari het gesprek was aangegaan met de commissie, om zelf de consultatie te zoeken, omdat er iets te melden was en het belangrijk was te weten hoe de commissie erin stond. Dat zou deze discussie gemakkelijker hebben gemaakt. Nu moet de raad het zelf agenderen en dat vindt hij jammer. Verder moet het hem van het hart dat een SSK-raming binnen twee weken te updaten is. Hij gelooft er helemaal niets van dat de ambtelijke organisatie daarvoor drie, vier maanden nodig zou hebben. Dat kan dus het probleem niet zijn voor de kosten. Dat er ook andere vraagstukken liggen, zoals de busbaan, is bekend, maar dat hoort bij het vervolg. Hij sluit zich aan bij de suggestie van de heer Spruit, die het mogelijk maakt nu aan de slag te gaan en niet nog een keer te wachten. Wat het precies gaat worden in de financiën, zal dan later wel blijken.
Hij hoopt van harte dat de andere partijen bereid zullen zijn de hand uit te steken, om in gezamenlijkheid te bekijken hoe dit op een ordentelijke manier geregeld kan worden. De heer VAN BUREN prijst zich gelukkig dat hij iets meer een binnenvetter is dan de heren Oudshoorn en Eilander, wat echter niet wil zeggen dat de teleurstelling die net uitgesproken werd niet door hem wordt gevoeld. Soms had hij ook wat moeite met de manier waarop het debat in eerste termijn werd gevoerd, omdat zaken van serieuze aard die uit de analyse blijken en waarvoor de gemeente aan de bak staat om iets te doen, weer gekoppeld werden aan grote mobiliteitsvragen waarmee deze gemeente zeker ook te maken heeft, maar die uiteindelijk om een heel andere agenda vragen die nog meer dan deze optimalisering afhankelijk is van potten die van totaal andere aard zijn. Hier ligt een concreet vraagstuk voor dat, gekoppeld aan een bouwproject dat in dit deel van Schenkel nog wat woningen gaat veroorzaken – met de onderliggende analyse die vorig jaar al werd gegeven dat met de autonome groei de druk op dit punt ook alleen maar zal toenemen –, voor de voorlopige toekomst gedeeltelijk kan worden opgelost en tot iets meer doorstroming kan leiden. En zoals de heer Oudshoorn zo mooi zei: ieder probleem kan over 15 jaar weer anders zijn.
Natuurlijk siert het een wethouder als die bovenop dit dossier zit, maar diens houding zou ook repercussies kunnen hebben, want de volgende keer zal de raad misschien oordelen dat het helemaal niet zo verstandig is om nog meer onderzoek te doen, omdat gebleken is dat men zich daarmee in de vingers kan snijden. Mevrouw PENTERMAN zegt hieraan weinig meer toe te voegen te hebben. De VVD is heel benieuwd met welk voorstel de partijen voor 9 maart zullen komen. Mevrouw FEUTH wacht eveneens met belangstelling af waarmee de vier partijen zullen komen en wat technisch mogelijk en haalbaar zal zijn. De heer HARTOG stelt vast dat in de commissie brede consensus bestaat over de wens om het voorliggende probleem zo snel mogelijk op te lossen, zonder eerst nog een onnodig onderzoek uit te voeren. Welk instrument daarvoor wordt ingezet, een initiatiefvoorstel of een motie, interesseert hem minder. Hij hoopt dat de raad hieraan op constructieve wijze gevolg zal geven.
Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer dinsdag 24 februari 2026
Pagina:
19
De heer VAN DER HEIDE begrijpt dat er grote behoefte is aan een kortetermijnoplossing. Hij is het er geheel mee eens dat iets aan het probleem gedaan zal moeten worden, maar ziet nog steeds meerwaarde in een Capellebreed onderzoek, waarna een en ander zo spoedig mogelijk kan worden opgepakt. Wethouder VAN WOUDENBERG merkt om te beginnen op dat ook hij geen behoefte heeft aan een vervolgonderzoek. Op dit moment loopt echter al een onderzoek, gestart in september, over de behoefte van de bereikbaarheid van de stad van de toekomst. De rapportages zullen binnen nu en twee maanden beschikbaar zijn en daarin zal een totaalbeeld worden geschetst van de vraagstukken die er zijn in de stad, met alle punten die spelen qua leefbaarheid en bereikbaarheid en de maatregelen die daarvoor genomen zouden moeten worden. Verder wordt een lichte doorrekening gemaakt van de kosten daarvan. Ondertussen heeft het college conform de toezegging die daarover was gedaan in december de eerste fase opgeleverd, waaruit blijkt dat de Kralingseweg op dit moment het meest heikele knelpunt is in de stad. Dat bevestigt hij hier ook, maar hij pleit er wel voor met elkaar een ordentelijk besluit te nemen, dat ook past binnen de regels van deze gemeente, waarbij een bedrag beschikbaar zal worden gesteld dat nodig is om dit te realiseren, als de raad dat in meerderheid zou willen.
De heer Spruit heeft de suggestie gedaan om dit aan de orde te stellen via een motie vreemd aan de orde van de dag, met een aantal opdrachten die in de kadernota hun beslag zouden moeten krijgen. Die kadernota zal uiteindelijk door de nieuwe gemeenteraad moeten worden vastgesteld en hij voegt er eerlijkheidshalve aan toe dat die altijd nog een ander besluit kan nemen. Hem lijkt dit op dit moment de meest ordentelijke weg, die ertoe zal leiden dat voor de zomervakantie een gedragen besluit kan worden genomen. Aan het adres van de heer Eilander merkt hij op dat het hierbij niet alleen gaat om een SSK-berekening, maar dat ook de subsidiemogelijkheden in beeld zullen moeten worden gebracht en het bedrag dat uiteindelijk nodig zal zijn. De heer EILANDER vraagt of dan pas met de kortetermijnaanpak aan de slag zal worden gegaan als in mei of juni genoemd besluit is genomen. Hij pleit ervoor een weg te vinden om nu alvast te kunnen beginnen. Wethouder VAN WOUDENBERG geeft aan een en ander a.s. dinsdag nog in het college te willen bespreken. Het is natuurlijk mogelijk ambtelijke capaciteit beschikbaar te maken om de komende vier maanden gewoon aan de slag te gaan, met het risico vandien, maar hij wil eerst in het college bespreken of dit een acceptabele weg is.
De VOORZITTER constateert na enig overleg met de secretaris dat in de commissie grote behoefte bestaat aan een besluit in deze raadsperiode. Het staat de raad vrij daarvoor een initiatiefvoorstel op te stellen dat zich beperkt tot de financiële dekking, de doorrekening van de nieuwe getallen. Op 9 maart kan dan een bedrag worden gevoteerd waarmee het college aan de slag kan. De raad kan ook het instrument kiezen van een motie vreemd aan de orde van de dag, maar dan zou daarop een onderzoek moeten volgen dat weer enige tijd in beslag zou nemen. Met een initiatiefvoorstel dat zich beperkt tot de financiën kan de raad op 9 maart wel een besluit nemen, mits het college in staat is voor die tijd dat onderdeel door te rekenen. De heer OUDSHOORN zegt dank voor het meedenken hierin, maar vreest dat het nu een kant opgaat die geen recht doet aan de zuiverheid in de begroting. Het voelt beter om nu eerst het besluit te nemen om het te gaan doen en het geld pas te voteren op het moment dat duidelijk is wat het bedrag is. Bij het nu te nemen besluit zou dan wel een richting moeten worden aangegeven, bijvoorbeeld dat het geïndexeerde prijspeil 2024 als uitgangspunt moet worden genomen. De VOORZITTER repliceert dat ook dat in het initiatiefvoorstel zou kunnen worden opgenomen, al weet hij niet of dat breed door de raad zal worden gedeeld.
Mevrouw FEUTH vraagt of het haalbaar is op zo korte termijn een initiatiefvoorstel voor te bereiden. De heer EILANDER geeft aan dat de vier partijen dat met het college zullen bekijken. Als het niet mogelijk is, zal een andere oplossing worden gezocht. De VOORZITTER sluit hierna de beraadslagingen, met dank voor de geleverde bijdragen. Alvorens het volgende agendapunt aan de orde te stellen, geeft hij voor het stellen van een rondvraag aan wethouder Van Woudenberg het woord aan de heer Spruit.
Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer dinsdag 24 februari 2026
Pagina:
20
De heer SPRUIT memoreert dat de bewoners van de wijk Fascinatio op 5 februari een wijkwandeling hebben georganiseerd waarvoor ook de raadsleden waren uitgenodigd, om met hen de dingen die goed gaan, maar ook de verbeteringen die nog aangebracht kunnen worden, te bespreken. Hij zou dit goed gedrag willen noemen, beter gedrag in ieder geval dan spandoeken aan balkons hangen. De bewoners hebben een verslag gemaakt van de speerpunten die tijdens de wandeling besproken zijn, waaronder twee die de verkeersveiligheid beïnvloeden. Heeft de wethouder kennisgenomen van dat verslag en ziet deze mogelijkheden om op korte termijn de geconstateerde verkeersproblematieken op te pakken? Wethouder VAN WOUDENBERG zet uiteen dat hij als wijkwethouder iedere twee maanden een wijkspreekuur houdt in Fascinatio. In dat spreekuur zijn een aantal punten op de lijst al aan de orde geweest. In Fascinatio opereert ook een OT (Opgaventeam) Mobiliteit dat zes of zeven keer per jaar bijeenkomt en daarin worden alle mobiliteitsvraagstukken doorgesproken. Hij heeft kennis genomen van het mailtje van Leefbaar Capelle, dat wat hem betreft één op één door kan naar het OT Mobiliteit. Het lijkt hem ook het beste het onderwerp te bespreken met de desbetreffende ambtenaren en de mensen in de wijk die met mobiliteit bezig zijn.
De heer VAN BUREN beseft dat hij met het volgende de orde van de vergadering doorkruist, maar nu de heer Geissler nog aanwezig blijkt te zijn, zou hij ook deze nog graag een rondvraag willen stellen. De VOORZITTER biedt de heer Van Buren die gelegenheid. De heer VAN BUREN vraagt of de wethouder in het kader van het laadpalenbeleid en in de aanloop naar de herziening, bereid is te onderzoeken of kabelgoottegels in Capelle ook kunnen worden ingevoerd, wat de kosten zijn voor de inwoners en de keuze voor te leggen aan de raad. Wethouder GEISSLER verwacht dat het laadpalenbeleid, dat elke twee jaar opnieuw wordt vastgesteld, in de loop van dit jaar opnieuw aan de raad zal worden voorgelegd. Bij het vaststellen van dat beleid zal ook de vraag aan de orde komen wát precies kan worden gedaan, gegeven het netcongestieprobleem dat zich voordoet en het feit dat openbare laadpalen waarschijnlijk in de tweede helft van dit jaar niet meer gerealiseerd kunnen worden. De vraag die de heer Van Buren nu heeft gesteld, kan hij niet beantwoorden, maar zal worden meegenomen in de totale beleidsafweging die wordt gemaakt. De VOORZITTER schorst hierna voor enige ogenblikken de vergadering (22.39 uur) SCHORSING De VOORZITTER heropent te 22.43 uur de vergadering.
7. Omgevingsplan Oeverrijk Mevrouw FEUTH zegt dank voor de beantwoording van de technische vragen, ook voor de korte termijn waarin dat is gebeurd en het publiceren ervan, zodat het voor iedereen zichtbaar was. Met het voorstel kan D66 uiteraard instemmen, want het is eigenlijk de uitvoering van een eerder door D66 ingediende en aangenomen motie. De heer VAN LOEF deelt mede dat ook de VVD met het voorstel kan instemmen, zij het dat de fractie nog enkele vragen heeft te stellen, die onder andere te maken hebben met onderhoud en beheer. Ooit, zelfs nog voordat überhaupt de discussie over woningbouw losbarstte, is de vraag gerezen of de bewoners van de woningen die om het gebied heen staan niet beheerder van het gebied gemaakt zouden kunnen worden. Als hij goed is ingelicht, zijn er beslist wel bewoners die geïnteresseerd zijn in een lapje grond. Kan op deze manier niet ook opbrengst gegenereerd worden, temeer daar hij uit de stukken heeft begrepen dat de panden nrs. 55 tot 59 gesloopt zullen worden, zodat die opbrengst niet meer wordt gegenereerd? Kortom, de VVD is op zoek naar een kostendrager. De heer SPRUIT merkt op dat voorliggend voorstel de uitwerking is van een raadsbreed aangenomen motie.
Er wordt wel eens beweerd dat een motie met financiële consequenties eigenlijk niet kan als er geen dekking voor is, maar toch was dit echt een motie zonder dekking, hoewel die ook geld kostte, want als gevolg daarvan kunnen er geen woningen meer gebouwd worden, en dan krijg je natuurlijk
Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer dinsdag 24 februari 2026
Pagina:
21
ook onderhoudskosten erbij. Dat was ‘all-in the game’. Leefbaar Capelle kan zich geheel vinden in het voorstel. Ten slotte een reactie op de inbreng van de heer Van Loef. Het moet een openbaar terrein worden en misschien kun je het er nog wel over hebben met bewoners die nu een stukje grond huren, maar nóg meer grond in huur uitgeven, terwijl het een openbaar terrein moet zijn, lijkt hem niet zo verstandig. De heer VAN DER HEIDE vraagt of de wethouder kan aangeven wat de meerwaarde in urgentie is van het tijdelijk parkeren op locatie. De heer VAN BUREN toont zich ingenomen met het feit dat met deze uitwerking gevolg wordt gegeven aan een discussie die al enkele jaren geleden, ook in alle heftigheid, is gevoerd. Fijn dat deze aanpassing straks ook komt vast te liggen in het omgevingsplan. Met de heer Spruit is hij het geheel eens over de eigendom van deze grond, want als op termijn mogelijk nog aan herstructurering van de Kanaalweg wordt toegekomen, dan is het wel goed om gewoon nog eigenaar te zijn van de grond en te kunnen beoordelen hoe dat groene stuk grond nog beter toegankelijk wordt voor een breder publiek. De heer HARTOG wijst erop dat Oeverrijk een belangrijke schakel is in het verbinden van natuurgebieden in Capelle. Daarom wordt gepleit voor extensief beheer, waarbij de natuur z’n gang kan gaan, zoals in het plan beschreven staat.
Bovendien blijft met dit plan een stuk slagenlandschap behouden dat voor Capelle historische waarde heeft. GroenLinks staat positief tegenover het idee om het gebied open te stellen voor beperkte recreatie. Wellicht kan dan ook worden gedacht aan het creëren van fietsparkeerplekken. Aldus de bijdrage van GroenLinks. De PvdA vindt het belangrijk dat natuur beschermd wordt en dat groen toegankelijk is voor alle inwoners. In die zin is de voorgestelde wijziging van woningbouw naar natuur en landschap begrijpelijk. Tegelijkertijd is de fractie zich bewust van de grote woningnood in deze tijd. Iedere potentiële woningbouwlocatie verdient daarom zeer zorgvuldige afweging. In dit voorstel wordt een diepgaande onderbouwing gemist waarom woningbouw hier niet mogelijk zou zijn en wat dit betekent voor de gemeentelijke woningbouwopgave, met name voor betaalbare woningen. Belangrijk is voorts dat publieke grond daadwerkelijk publiek blijft en toegankelijk wordt voor alle Capellearen. De PvdA heeft daarom nog enkele vragen aan het college, met name over de woningbouwafweging, de financiële gevolgen en de langetermijnvisie op dit gebied.
Wat zijn de toekomstige beren en onderhoudskosten van dit natuurgebied en hoe past deze wijziging binnen de bredere ontwikkelvisie voor de Kanaalwegzone en Landelijk Capelle? De heer VLOT noemt het prettig dat wat enkele jaren geleden een aanzet heeft gekregen nu in een vastere vorm kan worden gegoten. Hij heeft nog naarstig gezocht naar addertjes onder het gras, juist om dat soort ideeën van de PvdA te ondervangen, maar die bleken er niet te zijn! Het parkeerterrein op de plek van dan te slopen panden kon hij niet helemaal plaatsen. Daarbij bedacht hij dat, als later langs dat stukje een concentratie ontstaat, misschien wel weer een nieuw mobiliteitsknooppunt kan worden besproken. De heer OUDSHOORN zegt namens de SGP allereerst dank voor de zorgvuldige uitwerking van de motie. Er wordt gedegen werk gemaakt van het onmogelijk maken van bebouwing in Oeverrijk, dus dat is goed gelukt. Drie vragen resten de fractie nog. Ooit was het fietsbruggetje vanaf de Bermweg naar het terrein bedoeld om fietsgelegenheid te ontsluiten. Het lijkt erop dat dat er nu niet meer in zit. Is het besluit ten aanzien van de fietsbrug hiermee dan ook weg, of moet daarvoor de komende tijd nog aandacht worden gevraagd? De raad heeft eerder raadsbreed een motie aangenomen om de achterzijde van de Kanaalweg netter te maken.
Is daarvan enige voortgang te melden? Ten slotte lijkt er nu wat stelliger op te worden gestuurd om het huren van een stukje grond door de bewoners niet meer mogelijk te maken. Op het moment dat een en ander in stand kan worden gehouden, zodat de mensen het goed kunnen beheren en er ook welbevinden van hebben, zou het de voorkeur van de SGP hebben om het eventuele toekomstige kronkelpad er langs te laten lopen. Oppervlaktemaximalisatie hoeft in dit geval niet per se het doel te zijn. De heer HEERENS juicht het toe dat groen weer eens boven woningbouw gaat en kwaliteit van de leefomgeving boven de kwantiteit.
Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer dinsdag 24 februari 2026
Pagina:
22
Wethouder SCHAATSBERGEN zegt de leden van de commissie dank voor hun positieve bijdragen. Inderdaad betreft het hier de uitwerking van een raadsbreed aangenomen motie van een aantal jaren geleden, die eigenlijk de opvolging was van een tweede motie die in de vorige periode is aangenomen. Daarmee werd de wens uitgesproken om woningbouw op Oeverrijk niet meer mogelijk te maken. Dat voorstel ligt nu voor en impliceert een omgevingsplanwijziging, waarbij de bouwbestemming van Oeverrijk, die er nu wel op ligt, daarvan afgehaald wordt. Een aantal opmerkingen, die gedeeltelijk te maken hebben met Oeverrijk, zijn gemaakt over beheer en onderhoud. Aan de ’s-Gravenweg woont een aantal bewoners die op dit moment een perceel van Oeverrijk in huur hebben. In de afgelopen jaren is door deze bewoners al enkele keren gevraagd of ze dat stukje perceel ook konden kopen en dat is tot op heden altijd afgewezen omdat er nog geen nieuwe bestemming was voor Oeverrijk en evenmin een daadwerkelijk invulling, behoudens de situatie zoals die nu is. Dat betekent dat de status quo van verhuur aan deze bewoners, met een jaarlijkse verlenging, gewoon in stand wordt gehouden, totdat de raad hieraan een definitieve invulling gaat geven en daarvoor ook de nodige kredieten beschikbaar stelt.
Of dan sprake zal kunnen zijn van een stukje zelfonderhoud met een toegang als door de heer Oudshoorn geschetst van een kronkelpad of iets dergelijks, kan hij nu niet zeggen. De heer Spruit merkte terecht op dat met het aannemen van de motie impliciet is aangegeven dat, als hiervan een natuurgebied wordt gemaakt, toch ook een vorm van onderhoud zal moeten plaatsvinden. Het college wil dat tot het minimale beperken. De heer Hartog heeft een aantal technische vragen gesteld over de biodiversiteit. Er is nu sprake van een vrij unieke biodiversiteit op Oeverrijk en dat is in ieder geval iets wat het college niet zou willen verstoren, want het is een heel dankbaar stuk groen geworden in Capelle met een unieke biodiversiteit. Twee opmerkingen zijn gemaakt over de meerwaarde van parkeren met Oeverrijk aan de Kanaalweg. Met alle respect, maar het parkeren aan de Kanaalweg staat los van dit stuk Oeverrijk. Hij snapt dat de connectie gemaakt is omdat ook sprake is geweest van het herontwikkelen van de achterzijde van de Kanaalweg, maar onder meer vanwege de financiën is dat voorlopig even getemporiseerd. Het heeft geen prioriteit meer om de Kanaalweg op die manier aan te pakken. Via de heer Hartog is door de PvdA geïnformeerd naar de onderbouwing voor geen woningbouw.
Dat is iets waar hij nu absoluut niet naar gekeken heeft, want waarom zou hij dat doen, nu de raad in 2021 unaniem een motie heeft aangenomen om die woningbouw eraf te halen? De fietsbrug richting Oeverrijk waaraan de heer Oudshoorn refereerde is niet in het gebiedspaspoort Oeverrijk opgenomen. Wel is er op de plaats van de oude Betty Boop op de Bermweg een ruimte waar dat mogelijkerwijs zou kunnen komen, maar in de herziening van het bestemmingsplan voor Oeverijken is daarin nu nog niet voorzien. Geïnformeerd is naar de mogelijkheid van openstelling voor recreanten. Er is inderdaad een toegang tot Oeverrijk, maar in 2024 is in een collegebrief aangegeven dat de herinrichting van Oeverrijk tot een volledig recreatief park getemporiseerd wordt, ook omdat daarmee een bedrag van ongeveer 4 à 5 miljoen euro zou zijn gemoeid. Tweede termijn De heer HARTOG deelt mede dat hem inmiddels door de PvdA is verteld dat in haar bijdrage een vergissing was gemaakt. Ook de PvdA vindt dit een goed plan en is gewoon voor. De VOORZITTER concludeert dat het voorstel als hamerstuk kan worden geagendeerd voor de raadsvergadering van 9 maart a.s. 8. Rondvraag Van de rondvraag wordt geen gebruik gemaakt. 9. Sluiting De VOORZITTER sluit te 23.01 uur de vergadering, Aldus vastgesteld in de vergadering van de commissie Stadsontwikkeling en -Beheer van 11 mei 2026 de secretaris,
de voorzitter,