CConstaterende datCapelle Ad Ijssel
Koppel je AI →
Document · PDF

02.02 - Conceptverslag cieSOB 21 juni 2021 - besloten (vertrouwelijkheid opgeheven dd 12-02-2024)

Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer 13 september 2021, gemeente Capelle Ad IjsselBij agendapunt: Vaststellen verslagen commissie Stadsontwikkeling en -Beheer3.166 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verslag van de besloten vergadering van de commissie Stadsontwikkeling en -Beheer, gehouden op maandag 21 juni 2021, in de raadzaal van het gemeentehuis van Capelle aan den IJssel, aanvang 23.21 uur. Aanwezig zijn als: voorzitter

:

mevrouw mr. A.S. van der Klauw-Cornet;

volksvertegenwoordigers :

mevrouw V. King-de Hoog, raadslid Leefbaar Capelle; mevrouw J.W. Lauw-Schouten, raadslid Leefbaar Capelle; de heer drs. S. van Loef, raadslid VVD; de heer H.E. Tiesma, burgerraadslid D66; de heer B.H.W. Oudshoorn, burgerraadslid SGP; mevrouw C.W.J. Weemhoff MA, raadslid PvdA; de heer M.W. Vlot, raadslid SP; de heer E. Harinck, burgerraadslid CDA; de heer ing. P. Eilander, raadslid ChristenUnie; de heer E.C. Raadsen, raadslid GroenLinks

secretaris

:

de heer drs. A.J.M.C. Schoenmakers;

portefeuillehouder

:

de heer M.J.W. Struijvenberg, wethouder;

ambtelijke ondersteuning :

de heer Van der Graaf;

notulist

de heer D.J. van Eck (Notuleerservice Dictum).

:

1. Opening De VOORZITTER opent de besloten vergadering en heet een ieder van harte welkom. 2. Nota Kansrijke Oplossingen MIRT Oeverbindingen Regio Rotterdam. De VOORZITTER zet uiteen dat in deze consulterende vergadering aan de fracties wordt gevraagd hun opvattingen te geven over de conceptnota Kansrijke Oplossingen betreffende de Algeracorridor, de concept-beslispunten BO MIRT Oeververbindingen betreffende de Algeracorridor, de eindrapportage Verkenning Algeracorridor en de Participatieaanpak Verkenningsfase 7.1 betreffende de Algeracorridor. De heer EILANDER deelt mede dat de ChristenUnie ermee kan instemmen dat de voorliggende vier varianten verder worden uitgewerkt. Voorts beveelt hij aan het fietstunneltje onder de Algeraweg door goed mee te nemen, want dat is echt een rotpunt, zeker ook met de doorgaande fietsverbinding die wellicht nog naar ’s-Gravenland komt. De heer VAN LOEF geeft te kennen dat ook de VVD in principe met het voorstel kan instemmen, maar wel prijs stelt op enige scherpte met betrekking tot Capelle aan den IJssel. Kijkend naar wat aan de kant van Krimpen allemaal uit de kast wordt gehaald, kan verwacht worden dat hetzelfde profiel wellicht ook aan de kant van Capelle zal ontstaan.

Een ketting is zo sterk als de zwakste schakel en waar gaat het dan ophopen? Daar zit wat hem betreft een zorgpunt en hij vraagt zich af of dat voldoende terugkomt in de stukken. De heer HARINCK betuigt namens het CDA instemming met het voorliggende voorstel. De volgende aandachtspunten wil hij graag delen: het Kralingseplein, met name de uitrit vanuit de wijk Fascinatio, investeringen die in Capelsebrug gedaan moeten worden, met name voor parkeren en fietsen, en de aanleg van extra fietsbruggen, waaronder aan de Schönberglaan. Voorts vraagt de fractie zich af of er aandacht blijft voor het verleiden van mensen om anders te reizen dan met de auto. De heer OUDSHOORN geeft aan dat ook de SGP het eens is met de voorgestelde varianten. In aanvulling op wat de heer Van Loef zojuist aangaf, geeft hij voor de vervolgproblemen een mogelijke oplossing mee als denkrichting. Voor de vierbaansvarianten op de Algerabrug wordt op de Algeraweg een OV-strook opgeofferd, waar hij dan een OV-opstopping voorziet, terwijl dat juist altijd een beetje

Commissie Stadsontwikkeling en -beheer maandag 21 juni 2021 (besloten)

Pagina:

2

de kracht is geweest van die brug. Misschien moet daarom de mogelijkheid worden bekeken van het verbreden van de Algeraweg aan de Capelse zijde, waardoor je drie banen krijgt inclusief OV-strook heen en terug. Mevrouw KING-DE HOOG brengt naar voren dat ook Leefbaar Capelle kan meegaan in het voorstel dat gedaan wordt. Aangezien de doorstroming zwaar weegt, lijkt het haar voor de hand liggend dat dit gaat leiden tot uitbreiding van het aantal rijstroken, hoewel er ook twee varianten zijn waarbij de capaciteit van de Algerabrug gelijk blijft. Als van het eerste wordt uitgegaan, is de prangende vraag wat dit betekent voor het fietsverkeer. Komt er dan direct ook een nieuwe fietsbrug, al dan niet vrijliggend van de huidige brug? Leefbaar Capelle aan den IJssel vindt het van groot belang dat het verkeer op het Kralingseplein kan blijven doorstromen en dat het voor Capelle niet allemaal nadelig uitpakt. Verder zit ze echt niet te wachten op meer verkeer van en naar de Krimpenerwaard, waardoor het vervolgens vast komt te staan in Capelle, met alle overlast van dien voor de inwoners. Ten slotte merkt zij op dat nu wel even gefocust wordt op de Algeracorridor, maar dat de MIRTverkenning natuurlijk verder gaat. Wat nu als straks dat City Rotterdam helemaal niet doorgaat? Gaat die brug dan ook niet door? De heer TIESMA spreekt waardering uit voor het vele werk dat hierin is gestoken.

Er is dan ook een grote uitdaging op te lossen op de Algeracorridor, namelijk minder lawaai, minder fijnstof, minder files, een goede ontsluiting van ’s-Gravenland, de Rondelen, Fascinatio, Kralingseveer, Capelle-west en Rivium. Deze wijken zitten in het putje van de ontsluiting van Krimpen aan den IJssel en Krimpenerwaard. D66 vraagt zich af wat al die ideeën en uitwerkingen betekenen voor Capelle. De fractie is nog niet uitgedacht over dit voor Capelle zo belangrijke onderwerp. In de stukken valt te lezen dat de doorstroming de belangrijkste opgave is en dat de leefomgeving ook belangrijk is. D66 zou dat om willen draaien: de leefomgeving in de omliggende wijken is het belangrijkste en als dat een goede doorstroming bevordert, chapeau. Dat is een andere manier van benaderen. Is de wethouder het met D66 eens dat de gezondheid het belangrijkste is? En betekent dit dan ook dat een gezonde leefomgeving bovenaan de prioriteitenlijst wordt gezet en niet pas op de tweede of derde plaats? Op basis van alle onderzoeken tot nu toe kan niet worden vastgesteld welke van de vier uit te werken alternatieven het meest profijtelijk is voor Capelle; dat komt later. Een aantal zaken is voor D66 echter cruciaal, zoals participatie van de omwonenden. Wat de fractie daarbij vooral zeker wil stellen is dat die mensen ook serieus worden genomen.

Er hebben haar namelijk berichten bereikt dat lastige vragen soms niet beantwoord zijn door de mensen die de zaak hebben uitgewerkt. Als doelstelling wil de fractie ook extra gewicht toekennen aan het belang van het fietsverkeer. Betekent een andere fietsbrug bijvoorbeeld daadwerkelijk tijdwinst voor de fietser, of faciliteert dit alleen het autoverkeer? Voorts wil D66 meegeven, ook in de zienswijze: ga uit van de bestaande hoeveelheid asfalt, of benut het anders. Te denken valt ook aan doorstromingsstoplichten voor het verkeer naar Krimpen: als het niet doorstroomt tot de Algeracorridor, kun je de brug niet over. De volgende keer zullen wellicht keuzes worden gemaakt die afwijken van de voorkeursrichting die uit de studies naar voren komt. Daarom pleit hij ervoor een en ander niet in beton te gieten. De raad moet de mogelijkheid hebben om alsnog andere keuzes te maken of af te wijken. Ten slotte verneemt hij graag van de wethouder hoe de raad zal worden meegenomen in het vervolgproces. De heer RAADSEN spreekt zich uit tegen een verdere toename van het autoverkeer. Naar de mening van GroenLinks moeten de oplossingen in een andere richting worden gezocht. De bereikbaarheid van Krimpen is niet in eerste instantie een belang van Capelle. Dergelijke problemen moeten met andere middelen worden opgelost dan met autoverkeer. De gezondheid dient voorop te staan.

Het vervelende is dat Capelle in een proces zit dat verkeerd begonnen is, van waaruit geen weg terug is, en waarin vragen opkomen die niet in de oorspronkelijke opgave zaten. Ook qua besluitvorming is de gemeente zo in een heel raar wespennest terechtgekomen. In de huidige situatie kan hij alleen maar zeggen: hoe minder autoverkeer een oplossing oplevert, hoe beter.

Commissie Stadsontwikkeling en -beheer maandag 21 juni 2021 (besloten)

Pagina:

3

De heer VLOT meent dat de complexiteit van het MIRT-vraagstuk, met de preferente oeververbinding en de mogelijkheden met betrekking tot de Algeracorridor, inmiddels voldoende duidelijk is gemaakt. Vraag is nu of het autoverkeer naar de Krimpenerwaard gefaciliteerd moet worden, of dat de leefbaarheid binnen de eigen gemeente voorop dient te staan. Gezien de woningbouwopgave die de gemeente zichzelf heeft gesteld, waardoor een aantal wijken mogelijk met een aanzienlijke toename van het aantal inwoners te maken zal krijgen, de duurzaamheidsopgave, het terugdringen van het autoverkeer, de toegankelijkheid en de doorstroming van het openbaar vervoer, park and ride–plaatsen of parkeerplaatsen en noem maar op, zal mogelijk verder gekeken moeten worden als hierop nog een zienswijze kan worden losgelaten. Te denken valt aan een overkapping van de Van Rijckevorselweg met een groen bovendek en een ongelijkvloerse kruising tussen de wijken en dat soort zaken, zonder zich alleen blind te staren op de manier waarop de Algeracorridor kan worden ingericht met de fondsen die daarvoor zijn. Er moet meer kunnen, want het gaat over iets dat veel langer van toegevoegde waarde kan zijn voor de gemeente en de inwoners, maar ook de omliggende gemeenten en de doorstroming vanuit een ander gebied.

Wethouder STRUIJVENBERG verzekert dat ook hem er veel aan gelegen is dat in de varianten die uitgewerkt gaan worden het Capelse belang op een goede manier vertegenwoordigd is. Er zal dan ook een doorrekening worden gemaakt over het hele traject, inclusief het Kralingseplein, want als je bij de Algerabrug goed kunt doorrijden, maar vervolgens op de Abram van Rijckevorselweg langer stilstaat, is dat natuurlijk geen oplossing; het wordt dan zelfs voor Capelle alleen maar slechter. Gelukkig worden al dat soort berekeningen ook op die manier gemaakt. Op de uitkomsten daarvan kan hij niet vooruitlopen, maar de oproep die is gedaan is helder en die deelt hij ook. De insteek van de MIRT is het bevorderen van de doorstroming; dat staat op de eerste plaats en kan hij niet zomaar even wijzigen. Dat wil echter niet zeggen dat dat het enige is, allerminst. Alle leefbaarheidsaspecten zijn met nadruk op tafel gelegd en daarvoor zullen robuustheidsanalyses worden uitgevoerd, et cetera. Met de bewoners heeft hij hierover gesprekken gevoerd en in een fietstocht met hen langs een heel stuk van de corridor ervaren welke beleving zij hierbij hebben. Ook al kan hij de hoofddoelstelling van het MIRT-traject niet eigenstandig veranderen in leefbaarheid of gezondheid, hij kan het wel als zeer belangrijk onderwerp op de tafel neerleggen.

Ook de vraag of een verbreding van de Algeraweg al dan niet wenselijk wordt geacht zou op zo’n manier moeten terugkomen, evenals de vraag over een extra fietsbrug op die locatie of ergens anders. Over het verkeer naar de Krimpenerwaard is hij voornemens gesprekken te voeren met bedrijven die daar zitten, uiteraard in samenspraak met Krimpen en Krimpenerwaard, om te kijken of een verlichting te realiseren is in het aantal bedrijfswagens en vrachtwagens, maar misschien ook in het werknemersverkeer, zowel qua tijden als qua spreiding, maar ook in de autokilometers elf. De heer OUDSHOORN oppert dat in die gesprekken wellicht ook de OV-verbindingen ter sprake zouden kunnen worden gebracht, en dan doelt hij met name op het doortrekken van de metro. Uiteindelijk zal een echte oplossing volgens hem namelijk in die hoek moeten worden gevonden. Wethouder STRUIJVENBERG kan het onderwerp inbrengen, al weet hij niet wat hij daarmee overhoop zal halen en hij heeft zich laten vertellen dat dat veel zou kunnen zijn. Binnen deze MIRT past het in ieder geval niet, laat men daar ook eerlijk over zijn. De heer OUDSHOORN nuanceert het laatste. Het bevorderen van de doorstroming, hoofddoelstelling van de MIRT, is immers ook mogelijk door het aantal vervoersbewegingen omlaag te brengen en met een metro naar Krimpen zal dat zeker lukken. De heer RAADSEN ondersteunt de oproep van de heer Oudshoorn.

Tegen het doortrekken van de metrolijn is, naar hij heeft begrepen, altijd als argument aangevoerd dat Krimpen te klein zou zijn om het rendabel te maken. Dat kan hij zich voorstellen, maar er was ook nog een beter idee, dat hij even terug in herinnering wil roepen, namelijk het doortrekken van de Lingelijn, wat wellicht ook ruimte zou bieden voor de nieuwe woningbouw die nodig is in deze regio. De heer VAN DER GRAAF brengt te berde dat zelfs de metroverbinding binnen Rotterdam die in de MIRT zit nog een vraagteken is. De metro is in principe afgevallen op basis van het onderzoek dat is gedaan in het kader van de nota Kansrijke Oplossingen, zodat die optie in ieder geval vanuit de MIRT niet meer kan worden ingebracht.

Commissie Stadsontwikkeling en -beheer maandag 21 juni 2021 (besloten)

Pagina:

4

De heer VAN LOEF merkt op dat er heel veel vrachtverkeer over de Algerabrug heen dendert. Hij vraagt zich af of dat straks allemaal naar de Stormpolder gaat, of nog verder weg. Het zou mooi zijn als de Algerabrug uiteindelijk alleen voor bestemmingsverkeer beschikbaar blijft en dat het vrachtverkeer een andere route gaat nemen. Daarbij komt dat hem door techneuten is uitgelegd dat de grootste slijtage aan bruggen wordt veroorzaakt door vrachtverkeer. De heer VAN DER GRAAF deelt mede dat uit een onderzoek van de Verkeersonderneming is gebleken dat ongeveer 25% van het verkeer vrachtverkeer is, wat best veel is voor een provinciale weg. Een paar weken geleden heeft het college toegezegd samen met de WOP’s en een aantal bewoners uit de omgeving een onderzoek te zullen uitvoeren naar de maatregelen die op korte termijn kunnen worden genomen voor onder andere het vrachtverkeer, maar ook de geluidhinder, en wel vooruitlopend op de MIRT, omdat dat te lang duurt. De heer TIESMA meent begrepen te hebben dat de wethouder voornemens is iets te gaan toevoegen waaruit moet blijken hoe belangrijk gezondheid wordt gevonden, waarvoor dank. De opmerkingen die hij naar voren heeft gebracht waren erop gericht om bepaalde denkrichtingen aan te geven. Dat gold bijvoorbeeld ook voor zijn oproep om te proberen het asfalt niet uit te breiden en de bestaande banen beter te benutten.

De ambtenaar heeft zojuist toegelicht dat met de WOP’s en bewoners in de omgeving gesproken wordt over mogelijkheden om het vrachtverkeer en de geluidhinder te bedwingen. Hem hebben echter signalen bereikt dat zij vinden dat hun inbreng niet altijd serieus wordt genomen. Ten aanzien van de fietsbrug geeft hij ook een andere denkrichting mee. Hij heeft het idee dat de genoemde fietsbrugvarianten bedoeld zijn om het autoverkeer te faciliteren. De allereerste prioriteit zou echter moeten zijn ervoor te zorgen dat het goed loopt voor de fiets. Wethouder STRUIJVENBERG verzekert dat hij ook graag meer mensen op de fiets zou willen hebben, maar dat alleen door dat te doen het doel zal worden gehaald gelooft hij niet. Als mensen zich niet serieus genomen voelen, hoort hij graag wie dat zijn en waarover, maar hij zou zich kunnen voorstellen dat dat signaal niet van de afgelopen week is, maar misschien van net iets daarvóór, want hij heeft mensen gesproken die dat tegen hem hebben gezegd. Met hen heeft hij ook een goed gesprek gehad, waarin hij hopelijk duidelijk heeft kunnen maken dat hij hun zorgen wel degelijk serieus neemt. De VOORZITTER biedt hierna de heer Eilander de gelegenheid terug te komen op iets uit de voorgaande openbare vergadering.

De heer EILANDER memoreert dat hij op zoek was naar een verband tussen de hoofdconclusies 3 en 5 in het rekenkamerrapport inzake Rivium over de risicobereidheid die in principe nihil is en het uitstellen van de SOK. Hij heeft het gevoel dat de marktpartijen meer zekerheid willen hebben voordat ze hun handtekening gaan zetten en dat dat gaat schuiven, waardoor de gemeente langzamerhand achter de feiten aan begint te lopen en de planning daarmee gaat opschuiven. Zijn vraag is of de raad daar eventueel nog op kan sturen. Wethouder STRUIJVENBERG betwijfelt eerlijk gezegd of er een relatie is tussen het langdurige, ingewikkelde traject om te komen tot een juridisch afdwingbare samenwerkingsovereenkomst en het uitgangspunt van het kostenverhaal. Ook als de gemeente zou besluiten 5 miljoen van de kosten voor haar rekening te nemen, gelooft hij niet dat het dan opeens heel snel zou gaan. De basale vraag blijft dan hetzelfde, want het blijft gaan over heel veel geld, 40 miljoen euro, waarvan partijen zullen willen weten wat ze ervoor terugkrijgen. Het zou wel een héél andere invulling moeten worden, waarbij de gemeente bijvoorbeeld de helft zou betalen, wil het misschien wat sneller gaan, omdat men die kans niet wil missen. Het uitgangspunt van het kostenverhaal wordt door de ontwikkelaars onderkend en daarover is men het helemaal niet oneens.

Uiteindelijk gaat het om vragen als: wat dan precies, wié dan precies, hoe zit het met de opdrachtverlening, kan dat ook samen met de ontwikkelaars worden gedaan, wie betaalt dan die factuur, wanneer wordt het dan betaald, hoeveel kosten voert de gemeente op en waarvoor dan precies? Zo wordt het uiteindelijk heel ingewikkeld, maar dat gaat niet om het principe.

Commissie Stadsontwikkeling en -beheer maandag 21 juni 2021 (besloten)

Pagina:

5

De heer RAADSEN zegt zich te kunnen voorstellen dat een ontwikkelaar best bereid is de kosten te betalen die door de gemeente moeten worden gemaakt in onder andere de buitenruimte, maar wel wil voorkomen dat de gemeente het zal beschouwen als een blanco cheque om, overdreven gezegd, miljarden uit te geven, in de wetenschap dat die toch wel door de ontwikkelaars zullen worden betaald. Hij beveelt aan te proberen de ontwikkelaars hierbij een beter gevoel te geven door hen bijvoorbeeld de gelegenheid te geven mee te kijken met de aanbestedingen die worden gedaan. Daarnaast moet worden bedacht dat voor het slagen van Rivium niet alleen investeringen binnen het gebied Rivium noodzakelijk zijn, maar ook daarbuiten, met name als het om verbindingen gaat voor de fiets. Hij zou zich kunnen voorstellen dat de gemeente daarin zelf wat meer risico neemt, om ervoor te zorgen dat de doelgroep die nu in de boeken staat inderdaad in Rivium gaat wonen. Wethouder STRUIJVENBERG is het ermee eens dat het goed is met elkaar mee te kijken naar de manier waarop de opdrachten worden verleend, wie er dan de zeggenschap over heeft, enz. Hij roept echter met klem op niet te gaan tornen aan het uitgangspunt van het kostenverhaal, omdat het de positie van de gemeente beslist niet beter zo maken.

De heer VLOT vindt het een buitengewoon interessante gedachtewisseling, maar vraagt af of dit echt in vertrouwelijkheid moet worden besproken. Wethouder STRUIJVENBERG beantwoordt die vraag bevestigend, omdat het te maken heeft met de onderhandelingspositie van de gemeente. In het openbare gedeelte van de vergadering heeft hij zich hierover wat omfloerster uitgelaten dan hij nu kan doen. De heer HARINCK informeert naar de reden waarom ontwikkelaar 5 is teruggetreden. Heeft dat te maken met deze financiële risico’s? Wethouder STRUIJVENBERG antwoordt dat deze ontwikkeling niet goed in de portefeuille van de betrokken ontwikkelaar paste. Andere ontwikkelaars hebben die positie weer overgenomen. De VOORZITTER zegt iedereen dank voor de inbreng. Zij stelt voor geheimhouding op te leggen op het besprokene aangaande het agendapunt waarvoor deze besloten vergadering was belegd en de geheimhouding op de documenten te laten voortduren tot na het openbaar maken van het besluit van het Bestuurlijk Overleg MIRT Oeververbindingen van 24 juni 2021. Aldus wordt besloten. 3. Sluiting De VOORZITTER sluit te 00.05 uur de besloten vergadering. Aldus vastgesteld in de vergadering van de commissie Stadsontwikkeling en -Beheer van 13 september 2021, de secretaris,

de voorzitter,

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10498262/2