02.02 - conceptverslag cie SOB 250624 (22.40 uur)
Tekst van het document
Verslag van de vergadering van de commissie Stadsontwikkeling en -Beheer, gehouden op dinsdag 24 juni 2025, in de raadzaal, aanvang 22.40 uur. Aanwezig zijn als:
voorzitter:
de heer ing. P. Eilander;
volksvertegenwoordigers: mevrouw L. Feuth, raadslid D66; de heer drs. S. van Loef, raadslid VVD; de heer B.H.W. Oudshoorn, raadslid SGP; de heer E. Hartog, burgerraadslid GroenLinks; de heer drs. P. Heerens RC, burgerraadslid ChristenUnie; de heer drs. N.H. van Buren MCD, burgerraadslid CDA; secretaris:
de heer drs. A.J.M.C. Schoenmakers;
portefeuillehouders:
de heer S. Geissler, wethouder; de heer M.E. Wilson, wethouder;
notulist
de heer H. Veenstra (Notuleerservice Dictum)
Op de publieke tribune zijn bij aanvang van de vergadering geen personen aanwezig. 1. Opening, mededelingen en vaststelling agenda De VOORZITTER opent de vergadering en heet eenieder van harte welkom. Hij stelt in verband met het late tijdstip van de avond voor om in elk geval agendapunt 5 te behandelen en de overige agendapunten door te schuiven naar de vergadering van 25 juni. Aldus wordt besloten en vervolgens wordt de agenda gewijzigd vastgesteld. Wethouder GEISSLER deelt mede dat de pilot met minicontainers is gestart in de Amerikaanse buurt. Circa vier weken geleden is een bewonersbijeenkomst georganiseerd die door ongeveer 60 bewoners werd bijgewoond. De zorgen die zij hadden konden tijdens die bijeenkomst grotendeels worden weggenomen. Anderhalve week geleden zijn de minicontainers uitgerold, die door 99% van de bewoners netjes zijn geaccepteerd. Momenteel is de tweede ophaalronde aan de gang en die lijkt voorspoedig te verlopen. Ergens in het eerste kwartaal van het volgend jaar zal de kwalitatieve analyse hopelijk gecombineerd kunnen worden met de kwantitatieve analyse, waarna een en ander geëvalueerd kan worden. 2.
Vaststellen verslagen vergadering commissie Stadsontwikkeling en -Beheer van 20 mei 2025 vergadering van de besloten raadsbrede commissie van 26 mei 2025 vergadering van de besloten raadsbrede commissie van 3 juni 2025 De verslagen worden ongewijzigd vastgesteld.
3. Spreekrecht inwoners Er zijn geen insprekers. 4. Gemeenschappelijke regelingen (DCMR Milieudienst Rijnmond De VOORZITTER meldt dat MEN ambtelijk/bestuurlijk is vergeten de raad de jaarrekening van DCMR en de begroting ter besluitvorming aan te bieden. Daarbij zitten ook zienswijzen, zeker bij de begroting. De stukken zullen nu aan de orde worden gesteld in de SOB-vergadering van 1 juli a.s. Omdat wethouder Geissler dan verhinderd is, wordt verzocht eventuele vragen schriftelijk in te dienen bij de griffie, waarna gepoogd zal worden die dan af te handelen, opdat een en ander voor de raadsvergadering van 10 juli kan worden geagendeerd.
1728035/2045527
Behorende bij commissieverslag SOB, nummer: 1728035/2045527
pagina: 2 van 4
5. Jaarstukken 2024 (Jaarverslag en Jaarrekening) Programma 2: IBOR / Programma 5B, onderdeel Openbaar groen De heer VAN BUREN merkt op dat het deelprogramma 5B opent met de vraag ‘Wat willen we bereiken?’. Het betreft de ervaringen die in 2024 opgedaan zijn met het betrekken van Capellenaren bij het onderhoud. Is daarin al rekening gehouden met de mogelijkheid dat straks onder de nieuwe participatieverordening de Right to challenge veel uitgebreider wordt, waarbij bewoners misschien wel een beroep zouden kunnen doen om een deel van de uitvoering gewoon naar zich toe te trekken, met eventueel ook financiële gevolgen? Is de beleidslijn die nu is opgesteld, en waarmee ook ervaring in 2024 is opgedaan, alleen op basis van vrijwilligheid en geen kosten voor de gemeente, of zitten daar ook vrijwilligersvergoedingen in, of wat dan ook, waarbij bewoners in bijvoorbeeld bewonersbedrijven een deel van de uitvoering gaan doen in het groenbeheer? En welke ruimte voorziet de wethouder nu al dat hij eventueel zou willen geven om dit soort zaken voor de Right to challenge open te stellen? Wethouder WILSON weet dat men ooit wel eens bezig is geweest met de Right to challenge, dat er weliswaar wat haken en ogen aan vastzaten, maar dat de gemeente er zeker voor open stond.
Op het moment dat er zo'n vraag zou komen vanuit de samenleving zal er op geacteerd moeten worden, maar hoe het precies zit en of er iets in het beleid staat, zal hij eens moeten uitzoeken. Programma 7: Duurzaamheid en Milieu De heer HARTOG concludeert dat de zonnepanelen op gemeentelijk panden op oranje staan. Bij het lezen van die passage vroeg hij zich af hoeveel meer er nog moet gebeuren en wanneer dat programma eindigt. Mevrouw FEUTH verwijst naar pagina 80, waarop is aangegeven dat voor energiearmoede, fasering projectgelden milieubeheer en energietransitie minder is uitgegeven dan begroot. Kan de wethouder aangeven waarom op al deze punten minder is uitgegeven? Ligt dat aan capaciteit of aan onuitvoerbaarheid? De heer VAN LOEF citeert op pagina 74/75 dat op ‘Waarstaatjegemeente’ de Capelse en landelijke indicatoren over 2023 en 2024 ten aanzien van hernieuwbare elektriciteit nog niet beschikbaar zijn. Beschikt de gemeente niet zelf over deze cijfers voor Capelle? De streefwaarde voor 2026 bedraagt 23,5%. Het is inmiddels 2025 en de laatst beschikbare cijfers stammen uit 2022 en bedroegen 14,8%. Hoe weet de gemeente nu of ze op koers ligt, dan wel dient bij te sturen? De VOORZITTER wijst erop dat de antwoorden hierop zijn te vinden op NotuBiz. De heer VAN LOEF zegt de ambtenaar dank voor de beantwoording van alle vragen.
De heer OUDSHOORN merkt op dat de getallen ten aanzien van fijn huishoudelijk restafval op de landelijke site al jarenplan niet kloppen met die op de gemeentelijke site, met alle verwarring van dien. Voor de gemeenteraad is het natuurlijk van belang over de juiste cijfers te beschikken, waarbij het helemaal niet zo belangrijk is wat de bron is. Verdient het daarom geen aanbeveling af te stappen van de tabelletje die steeds leeg of foutief blijken te zijn van het CBS en gewoon de cijfers van de gemeente te hanteren? Wethouder GEISSLER bevestigt dat de zonnepanelen op gemeentelijke daken nog op oranje staan, en wel omdat een en ander nog niet is afgehandeld. De verwachting is dat het eind 2025 allemaal geregeld zal zijn; op dit moment worden ook gewoon daken aangepakt. Mevrouw Feuth vroeg waarom voor energiearmoede en energietransitie minder wordt uitgegeven dan begroot. Bij energiearmoede heeft het onder andere te maken met het convenant dat de gemeente is aangegaan met de corporaties. Waar dan tegenaan wordt gelopen is dat zich wijzigingen kunnen voordoen in de mate van aantrekkelijkheid bij het uitrollen van zonnepanelen. Na het uitwerken van een projectplan of gedachte kun je dan achterhaald worden door wetgeving, waardoor het stil komt te liggen en opnieuw naar de tekentafel moet worden gegaan.
Gelukkig zijn de SPUK-gelden onlangs weer verlengd tot 2027, zodat er nog voldoende tijd is om het goed te doen. Van de gelden voor energietransitie is inderdaad ook wat overgebleven, maar dat loopt wel volgens planning tot 2029. De vraag van de heer Oudshoorn over de onduidelijke tabellen ten aanzien van fijn huishoudelijke restafval zal hij mee terugnemen, om te bezien wat daarmee mogelijk is. Mevrouw FEUTH attendeert erop dat de wethouder nog niet is ingegaan op haar vraag over de minder uitgegeven gelden bij de fasering projectgelden milieubeheer.
Behorende bij commissieverslag SOB, nummer: 1728035/2045527
pagina: 3 van 4
Wethouder GEISSLER antwoordt dat daarvoor hetzelfde geldt als voor de energietransitiegelden. Programma 8: Stadsontwikkeling, onderdeel wonen. Mevrouw FEUTH citeert op pagina 8 van de Aanbiedingsbrief en op pagina 84 van het stuk dat er minder woningen gerealiseerd zijn doordat enkele projecten vertragen, bijvoorbeeld door aansluiting op de elektriciteit. Verder staat in het programma Wonen: “Ook netcongestie is een steeds groter wordend knelpunt voor een aantal woningbouwprojecten. Dit is ook het geval voor het project Florabuurt.” Tot op heden is met de raad steeds gecommuniceerd dat de netcongestie geen invloed had op de woningbouw en nu wordt zowel in de jaarstukken als in het programma Wonen toch gesuggereerd dat netcongestie ook voor de woningbouw een probleem is. Dat verbaast haar een beetje, want onlangs is een avond belegd over de netcongestie en daarop werd nadrukkelijk verzekerd dat het geen invloed had op de woningbouw, en met name op de grootverbruikers, dus wel op de extra voorzieningen. Toch staat dit hier nu tot twee keer toe in de jaarstukken en ook in het programma Wonen.
Ze begrijpt dat het in de jaarstukken eigenlijk ging om de nutsvoorzieningen van de Blinkert voor de sociale huur, maar is de vertraging daar te wijten aan het feit dat de aansluiting niet kon omdat de bedrijven geen tijd hadden om het aan te leggen, of was het probleem de netcongestie? In het laatste geval is de raad onjuist voorgelicht, ook op de thema-avond. Als het komt doordat leveranciers niet kunnen leveren, is dat ook heel vervelend, maar dat is wel een ander soort probleem en dan verwacht ze eigenlijk ook net een wat andere formulering, om deze verwarming te voorkomen. De heer VAN LOEF deelt mede dat zijn bijdrage enigszins in het verlengde ligt van die van mevrouw Feuth. Hij heeft in dit geval ook weer de CBS-cijfers ter zake geraadpleegd. In hoeverre zijn deze plannen eigenlijk nog realistisch? Zoals mevrouw Feuth al zei, zijn er blijkbaar toch factoren die een enorme invloed hebben. Heeft de gemeente die echt in beeld? Het is sowieso nogal een zoekplaatje wat betreft de getallen die moeten worden aangehouden en de manier waarop precies gerekend wordt. Blijkbaar kunnen in het eerste kwartaal van dit jaar nog maar 61 woningen worden toegevoegd en kennelijk nog een staartje uit ’24. Helemaal helder vindt hij dit niet.
Waarvan moet nu precies worden uitgegaan, wat is realistisch? En heeft de gemeente wel voldoende capaciteit om deze plannen allemaal vlot te trekken? Wethouder GEISSLER gaat allereerst in op de vraag van mevrouw Feuth of de vertraging in de oplevering van woningen te wijten is aan netcongestie of aan een te beperkte capaciteit bij Stedin om de aansluitingen in de woningen te realiseren. Hij verzekert dat het laatste het geval is. Op een wat hoger abstractieniveau zou netcongestie daarop wel van invloed kunnen zijn, maar meer omdat Stedin minder capaciteit heeft. Zij moet ook de capaciteit verdelen tussen netcongestie en aansluiting en is volop bezig om aan die netcongestie het hoofd te bieden, maar op dit moment zijn hem geen projecten bekend die vertraagd zijn als gevolg van netcongestie. Wat wel speelt, is dat in grootschaligere woningbouwprojecten, met ook plintvoorzieningen, mogelijkerwijs sprake zou kunnen zijn van vertraging, omdat beide samenhangen met elkaar. Mevrouw FEUTH vraagt of de wethouder het dan met haar eens is dat de in het stuk gekozen bewoordingen wat ongelukkig en dubbel te interpreteren zijn. De nu gegeven toelichting is duidelijk, maar in de tekst wordt iets anders gesuggereerd. Wethouder GEISSLER leest in het programma zelf dat het zou gaan om vertraging in de aansluiting op het elektriciteitsnet en niet om te weinig capaciteit.
Misschien had dat inderdaad wat duidelijker, of tussen haakjes, geformuleerd kunnen worden. Hoe het in de aanbiedingsbrief staat, zou hij even na moeten kijken. Mevrouw FEUTH repliceert dat in beide teksten hetzelfde staat. Ze adviseert nog wel even het programma Wonen te raadplegen, want daarin is echt de term ‘netcongestie’ vermeld en dat zou ze in ieder geval graag aangepast zien. Wethouder GEISSLER zegt toe dat te zullen nagaan. De heer Van Loef vroeg of de planning wel realistisch is, nu er eigenlijk veel te weinig woningen worden gerealiseerd. Zoals eerder al gedeeld, zijn er tal van factoren die van invloed zijn op de realisatie, variërend van juridische procedures, waardoor in Fascinatio een groot project in de vertraging schiet, tot ambtelijke capaciteit. Op het eerste heeft de gemeente geen invloed, op het tweede wel. Het helpt om daar focus in aan te brengen en de aandacht te richten op de projecten die de meeste impact hebben in de stad en het meest toevoegen aan de woningvoorraad.
Behorende bij commissieverslag SOB, nummer: 1728035/2045527
pagina: 4 van 4
De gemeente is ook heel veel tijd kwijt aan kleinere projecten. Verhoudingsgewijs is men ongeveer even lang bezig met een klein project als met een groot project, omdat er allerlei onderzoeken moeten worden uitgevoerd. Zodra daarover meer te zeggen is, zal hij dat ook met de raad delen. De heer VAN LOEF concludeert dat alles bij elkaar in Capelle eren gemiddelde jaarproductie van 160 woningen wordt gehaald en dat daarmee de stip op de horizon eenvoudigweg niet zal worden gehaald. Wethouder GEISSLER erkent dat de doelstelling op deze manier niet zal worden gehaald. Dat is ook de reden waarom naar mogelijkheden wordt gezocht om te versnellen. Er zal toegewerkt moeten worden naar ruim 1000 woningen per jaar om de achterstand in te lopen en een en ander vervolgens te kunnen bijbenen. De heer VAN LOEF doet het deugd dat de wethouder dit erkent. Tegelijkertijd moet worden vastgesteld dat het een enorm probleem is en dat deze verwachting daarom heel goed gemanaged zal moeten worden. Wethouder GEISSLER verwijst naar de kadernota, waarin een en ander is opgenomen over een versnelling. 6. Vereveningsreserve sociale woningbouw Het agendapunt wordt doorgeschoven naar de SOB-vergadering van 25 juni 2025. 7. Update Woningbouwprogramma voorjaar 2025 Het agendapunt wordt doorgeschoven naar de SOB-vergadering van 25 juni 2025. 8. Rondvraag Van de rondvraag wordt geen gebruik gemaakt. 9.
Sluiting De VOORZITTER sluit te 23.10 uur de vergadering. Aldus vastgesteld in de vergadering van de commissie Stadsontwikkeling en -Beheer van 23 september 2025, de secretaris, de voorzitter,