02.02 - conceptverslag cie SOB 02-12-2025
Tekst van het document
Verslag van de vergadering van de commissie Stadsontwikkeling en -Beheer, gehouden op dinsdag 2 december 2025, in de raadzaal, aanvang 21.56 uur. Aanwezig zijn als: voorzitter:
de heer ing. P. Eilander;
volksvertegenwoordigers: mevrouw J.W. Lauw-Schouten, raadslid Leefbaar Capelle; de heer A.N. Molengraaf, raadslid Leefbaar Capelle; mevrouw L. Feuth, raadslid D66; de heer drs. S. van Loef, raadslid VVD; de heer B.H.W. Oudshoorn, raadslid SGP; de heer E. Hartog, burgerraadslid GroenLinks; de heer drs. P.C. Heerens RC, burgerraadslid ChristenUnie; de heer drs. N.H. van Buren MCD, burgerraadslid CDA; secretaris:
mevrouw drs. C.M.J. van Adrichem;
portefeuillehouder:
de heer S. Geissler, wethouder;
ambtelijke ondersteuning: de heer J. van der Want, beleidsadviseur Wonen; notulist
de heer H. Veenstra (Notuleerservice Dictum)
Op de publieke tribune zijn bij aanvang van de vergadering 5 personen aanwezig.
1. Opening, mededelingen en vaststelling agenda. De VOORZITTER opent de vergadering en heet eenieder van harte welkom. Hij deelt mede dat bericht van verhindering is ontvangen van de heer Vlot. Omdat het van het grootste belang is de agendapunten 6 en 7 deze avond te behandelen – het college moet namelijk nog een definitief standpunt bepalen voordat getekend kan worden met onder andere Havensteder en Woonzorg –, stelt hij voor die na agendapunt 4 als eerste in behandeling te nemen en daarna te bezien of nog voldoende tijd rest voor de behandeling van agendapunt 5, dan wel of die kan worden verschoven naar morgenavond, of naar de reservedatum van 8 december a.s. Aldus wordt besloten. 2. Vaststellen verslagen van de vergaderingen van de: –
commissies Samenleving en Economie en Stadsontwikkeling en -Beheer van 14 oktober 2025 – besloten raadsbrede commissie van 7 oktober 2025 – besloten raadsbrede commissie van 27 oktober 2025 – besloten raadsbrede commissie van 4 november 2025 De verslagen worden ongewijzigd vastgesteld. 3. Spreekrecht inwoners Van het spreekrecht wordt geen gebruik gemaakt. 4. Gemeenschappelijke regelingen Geen opmerkingen. 6. Prestatieafspraken Huurdersraad Capelle, Havensteder en gemeente Capelle aan den IJssel 2026-2027 De VOORZITTER attendeert erop dat voorliggend stuk ter consultatie wordt voorgelegd. De wethouder verzoekt hij de aftrap te verzorgen.
Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer dinsdag 2 december 2025
Pagina:
2
Wethouder GEISSLER zegt allereerst de partners dank voor hun inzet bij het opstellen van de concept-prestatieafspraken, zijnde in dit geval Havensteder, de medewerkers van de gemeente en vooral de vrijwilligers van de Huurdersraad, van wie altijd veel wordt gevraagd om actief mee te denken en zich in te zetten voor dit belangrijke werk, waar uiteindelijk alle huurders in Capelle profijt van hebben. Zelf beschouwt hij de afspraken die zijn gemaakt rondom de aanpak van de schimmelproblematiek als een hoogtepuntje in het geheel. Het komt erop neer dat, als Havensteder twee jaar lang de meldingen heeft opgevolgd en desondanks nog altijd een bepaald probleem bestaat waarvoor geen oplossing kan worden gevonden, een onafhankelijk expert zal worden ingeschakeld, waarvoor de kosten zullen worden gedeeld tussen de gemeente en Havensteder. De adviezen van deze expert zullen vervolgens worden opgevolgd, waarmee zijns inziens een mooie en belangrijke extra stap wordt gezet om de huurders in Capelle behulpzaam te kunnen zijn. De VOORZITTER opent de beraadslagingen voor de commissie. Mevrouw FEUTH toont zich namens D66 tevreden met het voorliggende stuk en de gemaakte afspraken. Alle zaken die de afgelopen twee, drie jaar zijn besproken en van belang worden geacht in het woningbouwprogramma, alsmede de rol die de gemeente en Havensteder moeten pakken, zijn in de afspraken terug te vinden.
Daarbij merkt ze op dat ze de monitor zeer verhelderend vond. Ze zal het bijzonder op prijs stellen als zo’n monitor voortaan jaarlijks met de raad kan worden gedeeld, zodat iedereen het juiste inzicht krijgt in een en ander en waar nodig kan worden bijgestuurd. De heer VAN LOEF complimenteert de wethouder met het voorliggende stuk. Namens de VVD heeft hij nog een drietal vragen te stellen. 1. Wat is precies de rol van de schimmelexpert en waarom worden deze kosten door de gemeente betaald? 2. Is er nu zicht op scheefwonen en wordt daar actie op ondernomen? 3. Hoe gaat Havensteder om met het gebrek aan stallingsruimte voor scootmobielen? Mevrouw LAUW-SCHOUTEN zegt de Huurdersraad Capelle, Havensteder en de mensen van de gemeente die hard aan dit stuk hebben gewerkt, hiervoor dank. Helaas is het nog niet gelukt de compensatie voor de Hoven II af te ronden, veroorzaakt door onder andere het niet doorgaan van het project aan de Poortmolen en vertragingen bij het middenblok in de Florabuurt, waar nog 63 woningen zijn te gaan. Havensteder houdt zich bij nieuwe ontwikkellocaties aan de gemeentelijke duurzaamheidsleidraad, voor zover dit past binnen de financiële kaders voor sociale woningbouw.
In hoeverre mag dan afgeweken worden van de leidraad in verband met de financiën? Voorts vraagt de fractie zich af hoe ingezet zal worden op betere begeleiding van ouderen met een verhuiswens en waar die begeleiding uit bestaat. Het is goed te lezen dat de schimmelproblemen in Capelle serieus worden aangepakt via het inzetten van een schimmelexpert, waar nodig, waarbij de kosten 50/50 door de gemeente en Havensteder worden gedeeld. Kan worden toegelicht hoe deze verdeling tot stand komt? De heer VAN BUREN sluit zich namens het CDA aan bij de dankwoorden die zijn gesproken. Zijn collega, mevrouw Den Engelsman, heeft zich samen met mevrouw Lauw-Schouten ingezet voor de aanpak van de schimmelproblematiek en het is goed dat dat ook hierin kan worden teruggevonden. Op een geheel ander vlak heeft mevrouw Den Engelsman aandacht gevraagd voor de relatie tussen huurverhogingen en eventueel het kwijtraken van bepaalde vergoedingen. Daarover is ook contact geweest met de wethouder. Hij vraagt zich af of het gestelde onder punt 4.1.2 op pagina 21 ook zo gelezen kan worden dat de discussie over inkomensafhankelijke huurverhoging niet alleen gaat over scheefwonen, maar ook over die gevallen waarin een huurverhoging onoverkomelijke gevolgen heeft voor gezinnen waar het gesprek eerder over is gegaan en wat onder andere door mevrouw Den Engelsman is aangejaagd.
De heer HEERENS stelt vast dat alle prestatieafspraken, en ook de voortgang daarop, goed inzichtelijk zijn gemaakt. Veel prestatieafspraken zijn gerealiseerd en daarnaast is het mooi te zien dat ze overwegend heel ‘smart’ gemaakt zijn. Complimenten daarvoor. Een vraag rest hem over de taakstelling betreffende de huisvesting van statushouders. In 2024 is die niet gehaald en het ziet ernaar uit dat dat ook in 2025 waarschijnlijk niet zal gebeuren. Voor 2026 is een nieuwe taakstelling gesteld. Worden de tekorten uit 2024 en mogelijk 2025 dan nog gecompenseerd, of niet?
Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer dinsdag 2 december 2025
Pagina:
3
Het afgelopen jaar heeft hij de wethouder herhaaldelijk vragen gesteld over de zorgwekkende houtrot van woningen. Het doet hem deugd dat de prestatieafspraken voor 2026 voorzien in een uitvoerig onderzoek naar houten palen. De heer HARTOG zegt dank voor het informatieve stuk. Aandacht vraagt hij namens GroenLinks nog voor het volgende. In 2023 werd aangegeven dat 11 woningen die deel uitmaakten van gemengde VvE’s de laatste zouden zijn die afkomstig waren uit de zogenaamde versnipperde voorraad en conform de destijds gemaakte prestatieafspraken verkocht zouden worden. Blijkens het huidige document staan er weer 26 woningen op de nominatie om verkocht te worden: 15 in 2026 en 11 in 2027, wat ten koste gaat van de sociale-woningvoorraad, terwijl juist aan deze woningen grote behoefte bestaat. Hij verzoekt de wethouder in overleg te treden met Havensteder over het aantal versnipperde woningen dat nog resteert en hoe men voornemens is te voorkomen dat deze voorraad toeneemt. Het baart GroenLinks zorgen dat de vroegsignalering ter voorkoming van huisuitzettingen gedurende langere tijd niet goed heeft gefunctioneerd vanwege personele onderbezetting. Kennelijk zijn in het verleden de prioriteiten verkeerd gesteld. Hij hoopt dat daardoor geen huishoudens benadeeld zijn.
Inmiddels is de vroegsignalering hervat en hij verzoekt de wethouder in dezen de vinger scherp aan de pols te houden. De OUDSHOORN haakt in op het laatste punt. In de evaluatie wordt expliciet vermeld dat voor vroegsignalering het komend jaar geen middelen beschikbaar zijn. Hij vraagt zich dan ook af hoe dit precies geregeld zal worden. In algemene zin valt op dat van de vier punten die als zorgpunt zijn bestempeld in de afronding slechts in beperkte mate in nieuwe afspraken is terug te vinden hoe dat in de komende periode geborgd zal worden. Overigens staat de SGP positief tegenover de gemaakte afspraken. Wethouder GEISSLER kondigt aan de vragen per fractie te zullen afgaan in de volgorde waarin ze zijn gesteld. De prestatieafspraken van Havensteder gelden voor twee jaar, de andere afspraken voor vier jaar. Naar hij zich meent te herinneren, is eerder afgesproken dat de tussenevaluatie zal worden meegestuurd met de monitor van het programma Wonen, en is dat ook gebeurd. Dat is echter alweer enige tijd geleden en hij zegt toe dat de tussenevaluaties weer zullen worden meegestuurd bij de volgende prestatieafspraken, waaraan dan ook een evaluatie vooraf zal zijn gegaan. Mevrouw FEUTH haakt in op de opmerking van de wethouder dat de prestatieafspraken voor twee jaar zullen gelden.
Daaruit leidt zij af dat één keer geen tussentijdse rapportage zal worden verstrekt en dat dat pas weer zal gebeuren als er nieuwe afspraken voorliggen. Wethouder GEISSLER repliceert dat het de bedoeling is de prestatieafspraken tussentijds te evalueren, waarschijnlijk halverwege de periode. Als het zo ver is, zal in de monitor Wonen van volgend voorjaar waarschijnlijk de tussenevaluatie worden meegestuurd. De externe schimmelexpert waarnaar de VVD informeerde zal pas worden ingeschakeld als na een periode van twee jaar waarin Havensteder daarmee aan de slag is geweest, en daarvoor ook externen heeft ingehuurd, nog steeds geen oplossing voor het probleem is gevonden, terwijl de desbetreffende bewoner van mening is dat de verhuurder daarvoor aan de lat behoort te staan en zich daarvoor meldt bij het meldpunt ‘Goed verhuurderschap’ van de gemeente. Het is goed dat de gemeente dan mee kan doen en het lijkt hem logisch dat de kosten dan gezamenlijk worden gedragen.
Hij verwacht niet dat zoiets zich heel vaak zal voordoen, want dat zou betekenen dat de aanpak niet werkt die met elkaar is afgesproken Op scheefwonen is wel enig zicht verkregen na de onderzoeken die zijn uitgevoerd door het RIGO, maar voor de gemeente is het lastig daarop beleid te voeren, want iemand die scheef wil wonen krijgt elk jaar een inkomensafhankelijke huurverhoging en kan daar gewoon blijven wonen, beschermd als bewoner van een huurwoning. Ook iemand die te veel verdient om voor zo’n woning in aanmerking te komen geniet die huurbescherming. Wat betreft de stallingsruimte voor scootmobielen, merkt hij op dat Havensteder in verschillende complexen ruimten heeft gerealiseerd voor dat doel, bijvoorbeeld in het complex Bermensteyn. De problematiek doet zich ook voor bij Woonzorg Nederland. De prestatieafspraken ter zake volgen nog.
Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer dinsdag 2 december 2025
Pagina:
4
Als vier/vijf bewoners allemaal een scootmobiel hebben, kan samen met de corporaties worden bezien hoe daarvan zo efficiënt mogelijk gebruik kan worden gemaakt, waarbij bijvoorbeeld ook naar deelscootmobielen zou kunnen worden gekeken. Leefbaar Capelle vroeg zich af in hoeverre kan worden afgeweken van de duurzaamheidsleidraad om uiteindelijk toch sociale-huurwoningen te kunnen bouwen. De leidraad is zo opgebouwd, dat er op een heleboel onderdelen verschillende ambitieniveaus in zitten en naar gelang de financiële middelen die voorhanden zijn, kan een ambitieniveau ook naar boven worden bijgesteld. Het basisniveau in de leidraad is vaak gestoeld op wetgeving die van kracht is en gewoon gevolgd moet worden. Vervolgens is de vraag gesteld waaruit de begeleiding bestaat voor ouderen die willen doorstromen. De gemeente heeft daarvoor een stimuleringspremie in het leven geroepen, die inmiddels ook is gelanceerd; mensen kunnen daarvoor een aanvrage indienen. Ook het programma ‘Van groot naar beter’ van Havensteder, dat eveneens voorziet in een begeleidingstraject, gaat gewoon door en de gemeente gaat er eveneens extra begeleiding op zetten. De problematiek van de casuïstiek met de huurtoeslag, waarnaar de heer Van Buren informeerde, zal door de veranderde wetgeving met ingang van 1 januari zijn opgelost.
Als iemand een hoge huur betaalt, een huurprijs die bijvoorbeeld geïndexeerd is doordat een aantal jaren een inkomensafhankelijke huurverhoging is toegepast, en opeens terugvalt in inkomen, kan er altijd een verzoek worden gedaan om de huur opnieuw te laten berekenen. Het is dus niet zo dat betrokkene dan tot in de eeuwigheid in een huurwoning blijft zitten die deze niet meer kan betalen. De heer Heerens stelde een vraag over de huisvesting van statushouders. Dit jaar moeten er nog 22 worden gehuisvest en hij heeft nog steeds goede hoop dat die taakstelling zal worden gehaald. Er wordt hard aan gewerkt door de gemeentelijke organisatie, maar ook door Havensteder. De signalen zijn in ieder geval positief. De provincie ziet dat ook en denkt positief mee, om te zorgen dat er al huurcontracten kunnen worden aangeleverd zonder allerlei bureaucratische systemen te moeten afwachten en dat ook alle cijfers gewoon meteen verwerkt worden, zodat die, als het wordt gehaald, ook meteen ingeboekt zijn. Zou de taakstelling onverhoopt toch niet worden gehaald, dan wordt de achterstand gewoon weer opgeteld bij de taakstelling voor volgend jaar. GroenLinks attendeerde op de woningen die in 2023 op de verkooplijst stonden uit versnipperd bezit. Daarvan is niet alles gerealiseerd, zodat er wellicht woningen zijn die nog steeds op die lijst staan.
Hoeveel versnipperde woningvoorraad er nog is, is een technische vraag die hij nu niet kan beantwoorden. Het gaat om zo’n beperkt aantal woningen dat het op dit moment eigenlijk geen aandachtspunt is. Uitgangspunt van de gemeente is zo min mogelijk sociale-huurwoningen te verkopen en dat is ook waarvoor ze aan de lat staat. De vroegsignalering heeft inderdaad een tijdje wat minder gelopen, maar dat wil niet zeggen dat Havensteder en de gemeente andere dingen hebben uitgezet. Warm Incasseren is een van de aandachtspunten die Havensteder toepast in haar incassobeleid; dat zijn ook zaken die eraan bijdragen dat mensen niet in de knel komen en uiteindelijk toch geholpen worden. Vroegsignalering werkt natuurlijk ook. Dat iets een tijdje wat minder goed gelopen heeft, wil nog niet zeggen dat huurders compleet in de knel zijn gekomen, want er zijn altijd nog allerlei andere zaken die dat voorkomen. Ten slotte de vraag over de beschikbare middelen in het kader van de vroegsignalering. Bij een aanpak achter de voordeur komt de gemeente wel eens dingen tegen die ze niet zou kunnen weigeren. Iemand die iets nodig heeft vanuit de Wmo, of te maken heeft met een schuldenproblematiek, heeft ook gewoon bepaalde rechten bijvoorbeeld. Afgesproken is wel dat goed geregistreerd zal moeten worden en wie daarvoor aan de lat staat.
Blijkt er dan te weinig budget voor te zijn, dan zal ook moeten worden onderzocht of daarvoor meer budget kan worden vrijgemaakt. 7. Prestatieafspraken met Woonzorg Nederland 2026-2029 Mevrouw FEUTH merkt op dat op zichzelf een goed document voorligt, zij het dat op bepaalde vlakken wat beperkt is en veel korter dan alle afspraken met Havensteder. Ze kan zich, gezien de doelgroep en de hoeveelheid woningen, voorstellen dat het daarmee in verhouding staat, maar het verschil tussen de twee prestatieafspraken vindt ze wel vrij groot. Aandacht vraagt ze voorts voor het volgende. Melding wordt wel gemaakt van ‘Nieuwe oplossingen wonen met intensieve zorg’, maar zoals iedereen weet, is de dubbele vergrijzing aanstaande en is wonen voor ouderen straks ook gewoon verbonden aan minder intensieve zorg. Het is niet
Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer dinsdag 2 december 2025
Pagina:
5
voorstelbaar dat de wijkverpleegkundige straks met haar autootje of fietsje nog altijd veertig verschillende complexen bezoekt en tussendoor steeds moet verhuizen. Je ziet ook samenwoningsverbanden met mensen die geen intensieve zorg nodig hebben, maar waarbij wel in een buurt gemeenschappelijke regelingen getroffen worden, omdat de individuele zorg zoals die nu georganiseerd is gewoon spaak gaat lopen. Dat mist ze hier een beetje en ze is benieuwd hoe de wethouder daartegen aankijkt. Verder valt haar op dat in de tabel ‘wat we gaan doen’ in ‘26 en ‘27 geen projecten genoemd zijn, terwijl ze zich meent te herinneren dat Woonzorg een bepaalde hoeveelheid woningen wilde opkopen om daarmee iets te gaan doen in Capelle. Ze is benieuwd wat de wethouder ervan vindt dat er afspraken worden gemaakt en dat er eigenlijk in twee jaar niks gaat gebeuren. De heer VAN LOEF wil ook hier even stilstaan bij de deelscootmobielen. Hij begrijpt dat dit puur vastzit op een budgettaire vraag. Klopt dat? Mevrouw LAUW-SCHOUTEN stelt vast dat de woningen van Woonzorg Nederland in Capelle, 750 stuks in totaal, voor honderd procent huurwoningen zijn, waarvan 69% een streefhuur heeft van onder de eerste aftoppingsgrens. Dit percentage wordt echter niet gehaald. Wat is daarvan de reden? Leefbaar Capelle vindt de lokale bindingseis heel belangrijk.
Woonzorg Nederland maakt hier geen gebruik van en de gemeente gaat hierover in gesprek. Zij gaat ervan uit dat alles in het werk zal worden gesteld om dit zeer belangrijke punt voor elkaar te krijgen. De heer VAN BUREN merkt op dat bij punt 6.2 iets wordt gezegd over de streefhuren, ook over het subsidiabel zijn daarvan, maar daarbij wordt alleen melding gemaakt van nieuwe huurders. Is de wetwijziging die eerder door de wethouder werd genoemd ook hier van toepassing op de huurders, zodat daar ook een val in eventuele subsidies ondervangen wordt? De heer HEERENS vraagt zich af in hoeverre de nieuwe afspraak van 66% onder de eerste aftoppingsgrens toewijzen realistisch is, gezien de huidige stand van zaken, waarin waarschijnlijk wordt uitgekomen op 60%. In het verlengde daarvan vraagt hij zich af waarom geen gebruik wordt gemaakt van de lokale toewijzingseis. Eerlijk gezegd vindt hij het nogal zwak dat bij de financiën wordt gemeld dat de financiële consequenties afgewogen zullen worden bij toekomstige financiële documenten en dat dan zal worden gekeken in hoeverre er financiële ruimte voor is. Gelet op de ombuigingen de komende tijd en de besparingen die optreden, acht hij het aannemelijk dat die financiële ruimte er niet zal zijn.
Is dit daarom wel een realistisch scenario? De heer OUDSHOORN memoreert dat in de oude afspraken een grens van 70% voor socialehuurwoningen was genoemd, die uiteindelijk op 60% is uitgekomen. In de nieuwe afspraken wordt het percentage nu op 66 gesteld, met daarbij overigens de kanttekening dat, als het dreigt uit te komen onder de 70% die in het programma Wonen is genoemd, overleg nodig zal zijn. Een nogal wazige afspraak, die niet lijkt te voldoen aan de eigen richtlijnen van de gemeente, nog los van de vraag die door Leefbaar Capelle werd gesteld hoe het komt dat het zo’n laag percentage is. Het lijkt niet logisch. Hetzelfde geldt voor de zojuist genoemde lokale toewijzingseis. In 2022 werd ook nog verhuurd volgens de Wens- en wachtmodule, waarbij werd aangegeven dat de gemeente in gesprek zou gaan om ook de lokale bindingseisen toe te passen. Het resultaat nu is dat beide niet meer gedaan worden in de evaluatie: noch de Wens- en wachtmodule. noch de lokale toewijzingseis wordt toegepast. Hoe komt het dat het nu juist achteruit gaat? Zo voelt het althans. Aangegeven wordt ten slotte dat de komende drie jaar een vooruitblik zal worden gegeven van verwachte bouw- of renovatiezaken. Daarbij staat dat er op dit moment geen plannen zijn om te renoveren, terwijl nog wel 29 woningen in de energielabelcategorie C zitten.
Je zou verwachten dat van dat relatief overzichtelijk aantal nog wel een aantal woningen geïsoleerd zou kunnen worden om dat energielabel hoger te krijgen. Is daar voldoende aandacht voor? Wethouder GEISSLER concludeert dat er heel wat technische vragen zijn gesteld. Het zou fijn zijn geweest als die vooraf waren ingediend; dat zou de snelheid van het traject ten goede zijn gekomen. Hij zal echter zijn best doen om de commissie zo goed mogelijk van repliek te dienen.
Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer dinsdag 2 december 2025
Pagina:
6
Mevrouw Feuth stelde vast dat in de prestatieafspraken iets is opgenomen over intensieve zorg en vroeg zich af hoe zal worden omgegaan met niet-intensieve zorg. Daarbij wordt bijvoorbeeld onderzocht hoe ontmoeting daarin een rol kan spelen. Afgelopen week was hij bij de provincie om onder andere te pleiten voor de subsidieregeling voor ontmoetingsruimten voor geclusterde ouderenwoningen. Zo’n subsidieregeling is nu alleen maar beschikbaar voor bijvoorbeeld nieuwbouw die gerealiseerd wordt. Capelle beschikt over een heleboel bestaand bezit en daar zou een ontmoetingsruimte kunnen bijdragen aan een vorm van laagdrempelige zorg, waar mensen bijvoorbeeld samen koffie kunnen drinken, voor de buren soms een keer de boodschappen kunnen halen, enz. Het is de bedoeling daar meer naar te kijken met elkaar. Samen met Havensteder en Woonzorg zullen de uitgangspunten worden vastgesteld voor een lokale woonzorgvisie voor de komende jaren. Voor ’26 en ’27 zijn allerlei zaken terug te vinden in deze prestatieafspraken die eigenlijk de hele periode worden uitgevoerd. Alleen als het om de projecten gaat, en volgens hem doelde mevrouw Feuth daarop, wordt de periode 2027-2029 genoemd, en dat heeft ook te maken met het feit dat Woonzorg Nederland voor een groot deel van het bezit op dit moment niet heel veel te doen heeft.
De labels zijn allemaal op een goed niveau, waardoor daarvoor nu geen investeringen nodig zijn. De heer Van Loef bevestigt hij dat de kwestie van de scootmobielen voor een deel een financieel vraagstuk is. Het is iets wat in de panden van de corporaties moet worden opgelost met ruimtes die daarvoor gereed moeten worden gemaakt. Soms zijn die ruimtes er, soms ook niet en dan moet worden nagegaan of en hoe wellicht nog iets aan de buitenzijde van een pand geregeld kan worden. Dat kost allemaal geld en de corporatie, in dit geval Woonzorg, heeft aangegeven dat er wel een limiet zit aan wat zij kan doen. De streefhuurgrens, waarvoor mevrouw Lauw-Schouten aandacht vroeg, wordt niet gehaald. Ze was op 70% afgesproken en het resultaat was 60%. Momenteel is 66% afgesproken en dat heeft er bij Woonzorg Nederland onder meer mee te maken dat er bepaalde specifieke extra eisen zijn om de woningen bestemd te houden voor de doelgroep. Onderdeel daarvan is de scootmobielruimte, waarmee eigenlijk in elk complex rekening moet worden gehouden. Dat leidt ertoe dat zij daarin veel moet investeren, wat weer tot gevolg heeft gehad dat er wel sociale huur wordt gevraagd, maar dat die in sommige gevallen wat meer naar boven is geschroefd, waardoor die lage streefhuurgrens niet meer in voldoende mate bereikt wordt. 66% hoopt men nu wel te kunnen bereiken, maar dat zal goed gemonitord moeten worden.
Uitgangspunt voor de hele gemeente is 70%, maar dat betreft dan het totale corporatiebezit, waarvan maar een klein gedeelte van Woonzorg is. Dan de vraag waarom door Woonzorg niet wordt meegedaan aan de lokale bindingseis. De reden daarvoor is ook dat de gemeente nog niet concreet met Woonzorg bezig is geweest. Volgens de wet mag maximaal 50% met lokale binding worden toegewezen. Op dit moment zit men op 42% en ook dat moet eigenlijk worden bekeken vanuit de totale corporatievoorraad. Wat hem betreft hoeft het streven niet 50% te zijn. De gemeente kijkt vooral naar het effect dat ermee wordt bereikt. Soms gaat het om de huisvesting van jongeren, soms om het laten doorstromen van ouderen in een bepaalde wijk of buurt. De heer Van Buren bevestigt hij dat de door deze genoemde wetswijziging geldt voor alle socialehuurwoningen. Tweede termijn Mevrouw FEUTH geeft te kennen dat de door de wethouder genoemde ontmoetingsplaatsen in de wijk of bij geconglomereerde woningen waar ouderen wonen misschien wel de laagdrempeligste zorg is die mogelijk is, maar dat het haar gaat om dat ene stapje méér. Juist een woningbouwcorporatie die zo gericht is op ouderen en een aantal complexen bezit, zou niet alleen op hoog intensieve zorg moeten inzetten, maar ook op laag intensieve zorg. Dat mist zij nu een beetje in de afspraken. Wethouder GEISSLER meent te weten dat dit nog aan bod zal komen.
In ieder geval heeft hij het in een van de prestatieafspraken teruggezien, maar hij weet niet zeker of het in allebei staat. Als dat niet zo is, zal hij graag bezien of daaraan nog iets te doen valt. De VOORZITTER hoopt dat het college hiermee voldoende input is gegeven om een definitief besluit te kunnen nemen en op tijd te kunnen tekenen. De commissie legt hij vervolgens de vraag voor of ook agendapunt 5 vanavond nog in behandeling kan worden genomen. Hij concludeert dat dat het geval is.
Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer dinsdag 2 december 2025
Pagina:
7
5. Woningbouwprogramma Najaar 2025 Mevrouw FEUTH zegt de wethouder, de ambtenaren en ook wel een beetje de raad zelf van harte dank voor het ontzettend fijne stuk dat nu voorligt. Zij is er heel tevreden mee, zeker als ze in aanmerking neemt waar men vandaan komt met het rekenkamerrapport, waarbij iedereen zich had voorgenomen definities scherp te stellen om bepaalde categorieën toe te voegen en inzichtelijk te krijgen in het woonprogramma. Dat is nu echt gelukt en ook de tabellen zijn, misschien op een kleurtje na, weer beter dan de vorige. Er is steeds meer informatie uit te halen op een overzichtelijke manier en D66 is heel tevreden met het resultaat. Zij hoopt dat hierop voortgeborduurd kan worden. Over de beleidsregels wil zij zich in deze termijn nog even niet uitspreken, in afwachting van wat anderen daarover te zeggen hebben. De heer VAN LOEF vraagt of het middengebied van de Florabuurt het enige gebied waar zich een netcongestieprobleem voordoet. Waar de doelstelling voor de woningbouwopgave is bijgesteld, is hij benieuwd wat er nu voor zorgt dat die nieuwe mijlpaal wel zal worden gehaald. Mevrouw LAUW-SCHOUTEN concludeert dat het aantal van 10.000 te bouwen woningen dat voor 2032 was beoogd niet zal worden gehaald, onder andere als gevolg van vertragingen met betrekking tot Rivium.
Wat de woningbouw echter ook tegenhoudt is de ambitie van minimaal 50 m² woonoppervlakte in het programma Wonen. Dit staat de haalbaarheid van sommige projecten in de weg. Er wordt nu dus gevraagd om flexibiliteit wat dat betreft. Vraag is wel aan welke oppervlakte dan wordt gedacht. Wat is de doelgroep, hoe groot is de vraag hiernaar en zal het geen leegstand veroorzaken? De heer VAN BUREN onderschrijft de lovende woorden van mevrouw Feuth. Het enige waarin nog niet is voorzien, is het volgende. In voorgaande vergaderingen was zowel door mevrouw Feuth als mevrouw Den Engelsman gevraagd om de tabelletjes aan het eind van de rapportage, vanaf pagina 14, ook nog even netjes te laten optellen in de aantallen, dus de totalen aan de onderkant van de tabellen te geven. Hij verzoekt daaraan nog aandacht te schenken. Een wat ingewikkelder vraagstuk betreft de oppervlakte van minimaal 50 m2, waarbij de vraag rijst welke deur in de onderhandelingen wordt opengezet. Er wordt natuurlijk altijd gezocht naar de hoeveelheid programma die men kwijt kan, ook met bepaalde investeringen die gedaan moeten worden, en hij kan zich voorstellen dat de druk vanuit ontwikkelaars zo nu en dan redelijk hoog is.
Wat kan dat op de lange termijn gaan betekenen voor de opbouw en de bezetting van het woningbestand en de diversiteit van gebruik? Als de deur volledig wordt opengezet en straks een complete voorraad dik onder de 50 m² ontstaat, is het de vraag of daarmee voor de lange termijn echt een duurzaam bruikbare woonvoorraad zal worden gecreëerd. Hij snapt dat enige coulance en maatwerk betracht moet worden als dat voor de haalbaarheid nodig is, maar waar ligt de grens? Mevrouw FEUTH vraagt hoe de heer Van Buren aankijkt tegen de flexibiliteit van die woningen. Hoe kunnen die ook op lange termijn ingezet worden en waar zou dan de ondergrens moeten liggen? Als ze namelijk echt heel klein worden, kunnen ze eigenlijk alleen nog maar als studentenwoning worden gebruikt. De heer VAN BUREN concludeert dat mevrouw Feuth hiermee zelf de spijker op de kop slaat. De flexibiliteit is dan natuurlijk nog minder qua doelgroepen. En dan nog de term “als dat gecompenseerd wordt door kwaliteit”. Ook dat is er eentje waar de flexibiliteit van hoe zo’n term wordt ingevuld bijna niet is aan te sturen vanuit deze gemeenteraad, om daarmee aan te geven waar het college dan in de afspraken over de grens gaat, of net binnen de grens blijft. Daarmee blijft hij enige moeite hebben. De heer HEERENS geeft te kennen dat de ChristenUnie zeer te spreken is over de manier waarop een en ander inzichtelijk is gemaakt.
De fractie resten nog enkele kanttekeningen. Om te beginnen voldoet het woningbouwprogramma niet aan de gestelde eis van 30% sociale woningbouw. Is het niet gewoon mogelijk om daaraan wél te voldoen? Die eis wordt tenslotte niet voor niks gesteld. Wat betreft de beleidsregel voor een minimale oppervlakte moet hij zeggen dat hij in het stuk heel wat steekhoudende, plausibele argumenten heeft gelezen om niet kleiner te bouwen dan 50 m2. Waarom wordt daarvan dan toch afgeweken? Hij begrijpt dat er wat speciale vormen worden genoemd, maar dan nog is hij van mening dat het niet helemaal vrij moet worden gegeven, en zelfs als hij erin mee zou gaan, zou hij willen weten hoeveel kleiner ze dan maximaal zouden worden, ook qua aantallen.
Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer dinsdag 2 december 2025
Pagina:
8
Nog niet zo lang geleden heeft Berenschot een presentatie verzorgd aangaande het aantal van tienduizend woningen. Daarbij werden vele mitsen en maren aangegeven, die hij misschien niet in dit document verwacht, maar hij neemt aan dat daarnaar in de toekomst wel serieus gekeken zal worden. De heer HARTOG juicht het toe dat meer gebouwd wordt waar behoefte aan is, t.w. sociale woningen en betaalbare koop- en huurwoningen. Dat neemt niet weg dat ook GroenLinks nog enkele kanttekeningen heeft te plaatsen. Blijkens de update van de planning, pagina 9, schuiven de projecten allemaal naar achteren. In hoeverre worden hier nu lessen uit geleerd om die projecten beter in te schatten? Bij verschillende projecten duurt het voortraject tussen projectontwikkelaar en gemeenten veel langer dan gepland. Ook lijkt het erop dat geïdentificeerde risico’s niet of niet voldoende worden meegenomen in de planning. Is hier sprake van een vaste projectmethode, of wordt er per project gekeken, zonder naar het verleden te kijken? Hoe denkt de wethouder erover om projecten voorspelbaarder maken, zodat de raad niet keer op keer wordt geconfronteerd met hogere kosten en langere doorlooptijden? Daarnaast is de aanpassing van de minimale gebruiksoppervlakte van 50 m² onderwerp van deze update.
Vanuit diverse andere gemeentes heeft hij begrepen dat het erg lastig is om deze businesscase kloppend te maken, dus hij begrijpt de worsteling. Tegelijkertijd hoort hij dat de nood zo hoog is bij woningzoekenden dat ze kleinere woningen accepteren. Er zijn ook woningzoekenden die simpelweg een kleine woning zoeken. Daarom is GroenLinks bereid constructief na te denken over de mogelijkheid om in specifieke gevallen af te wijken van de oppervlakte van 50 m². In het raadsvoorstel worden criteria genoemd wanneer woningen een kleine gebruiksoppervlak mogen hebben. Wat GroenLinks betreft zijn deze drie situaties goed en helder omschreven. In het voorstel is ook beschreven dat kleinere woningen in de toekomst eenvoudig samengevoegd moeten kunnen worden tot grotere woningen, mocht de woningbehoefte veranderen. Hoewel het enigszins verborgen staat, is dat een belangrijk uitgangspunt, om ervoor te zorgen dat men later niet opgescheept zit met een berg kleine woningen waaraan op dat moment geen behoefte meer bestaat. Mevrouw FEUTH vraagt hoe de heer Hartog het voor zich ziet als kleinere woningen later samengevoegd worden. Dan klopt de businesscase ook al niet meer en kan er net zo goed meteen groot gebouwd worden. De heer HARTOG zegt dank voor die goede vraag, die hij met permissie graag wil doorschuiven naar de wethouder.
De heer OUDSHOORN dankt het college namens de SGP voor het heldere document. Waar overigens bij de bouwopgave steeds gesproken wordt over tienduizend woningen, merkt hij op dat ze in dit stuk wel van 10.400 naar ongeveer 10.800 worden verhoogd, een toename dus, en dat baart wel enige zorgen. Voor de SGP zijn de leefbaarheid en het welzijn in de stad het doel en niet het aantal van 10.000 woningen, waarbij tegelijkertijd wel oog dient te zijn voor de woningnood. Instemming met dit document betekent voor de fractie dan ook niet automatisch dat zij ermee akkoord gaat om hier 10.800 woningen te bouwen. Gelukkig gaat het wel over een langere periode en dat is dan weer een soort voordeeltje: het moet zo lang mogelijk duren voordat zoveel woningen als verdichting worden toegepast. Het Rivium kent een toenemend aantal sociale woningen, maar daaruit trekt de SGP niet de conclusie dat het bij andere projecten wel wat minder kan. Er moet gewoon gestreefd worden naar een socialewoningvoorraad van 30% in de gemeente. Met alle plannen lijkt die nu op 29% uit te komen, dus zal eerder een tandje bij moeten worden gezet. De gedachte dat bij een project met 32% een speling van 2% ontstaat met de oorspronkelijke opdracht van 30% snapt hij wel, maar hij roept de wethouder op dat niet al aan de voorkant weg te spelen.
Een belangrijke beleidsregel is die van de oppervlakte van 50 m2 Ook hier dringt hij er bij de wethouder op aan dat niet al aan de voorkant weg te geven. Soms moeten bepaalde paden worden losgelaten om een probleem op te lossen. De woningproblematiek zal niet worden opgelost in Capelle, maar als men zich daarvoor zo hard mogelijk wil inzetten, kan dit een oplossingsrichting zijn. In die zin staat de SGP er wel voor open. Wethouder GEISSLER deelt de heer Van Loef in reactie op diens vraag over de netcongestie mede dat de problematiek breder speelt dan alleen in de Florabuurt, want voor de hele gemeente is die
Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer dinsdag 2 december 2025
Pagina:
9
netcongestie afgekondigd. Met name gebieden waarin ook andere voorzieningen worden ontwikkeld zijn daarvoor op dit moment wat meer in beeld. Dat hele prioriteringskader wordt het volgend jaar herzien en dan zal er ook bij de raad op worden teruggekomen. Dan de vraag wat ervoor zorgt dat de nieuwe mijlpaal wel zal worden gehaald. Wat de gemeente in ieder geval zal doen, is onderzoeken hoe de plancapaciteit de ze heeft beter benut kan worden: soms schuiven projecten wat naar achteren schuiven en hoe kan er dan voor worden gezorgd dat andere projecten naar voren kunnen worden gehaald? Mevrouw Lauw-Schouten vroeg of de ambitie van minimaal 50 m2 woonoppervlakte de haalbaarheid van sommige projecten niet in de weg zou kunnen staan. Er zijn nu signalen dat het soms nuttig is een iets lagere oppervlakte aan te houden voor een woning, maar wat dat precies zou moeten zijn kan pas worden beoordeeld als het plan voorligt. Meteen gaat hij ook maar in op de vragen die hierover door anderen zijn gesteld. In het stuk is opgenomen dat het maximaal gaat om 10% binnen een project van het aantal woningen waarvoor deze lagere norm gehanteerd zou kunnen worden. Tegelijkertijd is bepaald dat het gemiddelde gebruiksoppervlak van de woning in het project 60 m2 moet bedragen, wat er ook voor zorgt dat de woningen niet te klein zouden worden.
Woningen die te klein zijn en waar geen vraag naar is zullen sowieso niet door een ontwikkelaar gebouwd worden. Daarnaast is het zo dat in het programma dat nu voorligt de wijzigingen door de raad bekrachtigd dienen te worden. Derhalve kan de raad ook ‘nee’ zeggen als het bij een bepaald project niet wenselijk wordt gevonden. Op dit moment heeft het college helemaal geen vrijheid en ruimte om hiervan af te wijken. De heer VAN BUREN attendeert op een zekere kwetsbaarheid in de argumentatie van de wethouder. Waar deze namelijk claimde dat een ontwikkelaar geen woningen bouwt die niet verkocht kunnen worden, zodat er een grens aan zit, stelt hij dat het probleem met de tekorten op de huidige markt is dat door de zoekende groep ongeveer alles geaccepteerd wordt. Tegelijkertijd wordt gebouwd aan een gemeenschap, aan nieuwe wijken en nieuwe buurten, die de gemeente de komende 50 tot 100 jaar in beheer heeft en waar het dan ook nog duurzaam moet zijn. Dus of de markt van nu leidend moet zijn voor de grootte van appartementen, is de vraag. De ontwikkelaar verkoopt het op dit moment wel, dat is de zorg niet. De zorg richt zich op de komende 50 tot 100 jaar en het zou verstandig zijn om dat in ieder geval mee te nemen in de afwegingen. Wethouder GEISSLER herhaalt dat de afwijking maximaal mag gelden bij 10% van de woningen en dat het sowieso moet gaan om 60 m² gemiddeld per woning.
Daarmee worden al heel veel beperkingen opgelegd. Inderdaad leggen woningzoekenden tegenwoordig een wat lagere lat aan bij het accepteren van een woning; men is al blij als men iets kan krijgen. Maar de gemeente toetst natuurlijk ook andere dingen en de raad krijgt halfjaarlijks de gelegenheid om daarin bij te sturen. De heer VAN BUREN dankt de wethouder voor de souplesse jegens de raad in dezen. Anderzijds leidt het tot zoveel onzekerheid in de relaties met degenen die willen investeren dat het de vraag oproept of het uiteindelijk zal meewerken aan het opleveren van woningen. Wethouder GEISSLER zegt het daarmee niet per se eens te zijn. Het jaarlijks vaststellen hiervan is al een flinke stap die met elkaar wordt gezet. Wetend hoe lang een project duurt voordat het daadwerkelijk gerealiseerd is vanaf het moment dat het in deze monitor terechtkomt, is dat al in een heel vroege fase, als het nog een zacht plan is. Daarnaast worden gaandeweg procedures bijvoorbeeld gebiedspaspoorten vastgesteld met ambities, waarin dit als een ambitie zou kunnen worden opgenomen, waarna het vervolgens wordt overgezet in deze monitor. Hij gelooft dan ook niet dat het direct op die manier uitwerkt. De tabellen worden bewust niet opgeteld omdat dat tot verschillen zou leiden in de grafieken en de tabellen.
Het heeft er soms ook mee te maken dat jaren van oplevering kunnen schuiven, waardoor het voor iedereen heel lastig wordt om het nog te begrijpen. De heer Heerens vroeg waarom niet voldaan wordt aan de 30%. Op dit moment zit men nog op 31%. Zoals de plannen voor het Rivium voorlagen, zou daar fors onder worden gedoken en daarvoor is de gemeente soort van tot de orde geroepen door de provincie. Een paar jaar geleden moesten plannen worden gemaakt, die ook in de kansenlocaties terugkomen, om te kijken hoe het meer in de richting van die 30% zou kunnen komen. Alles wat hier wordt vastgesteld zal eraan bijdragen dat uiteindelijk meer richting de 30% wordt bewogen dan voorheen.
Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer dinsdag 2 december 2025
Pagina:
10
Over het woonoppervlak van 50 m2 meent hij inmiddels voldoende te hebben gezegd . . . De heer HEERENS brengt daartegen in dat nog niet zo lang geleden bij het programma Wonen steekhoudende argumenten zijn aangevoerd om niet kleiner te bouwen dan 50 m2, waarmee hij toen volmondig kon instemmen. Zijn die argumenten dan nu ineens niet meer steekhoudend? Wethouder GEISSLER repliceert dat die argumenten er nog steeds zijn en dat, als het precies zou worden ingericht als wenselijk zou zijn, misschien ook wel op die 50 m² zou worden uitgekomen. Alleen is dan ook de vraag: wat is haalbaar? Tijdens een werkbezoek bij het IJsselland Ziekenhuis werd hem onlangs de vraag voorgelegd of in Capelle niet iets gerealiseerd zou kunnen worden voor mensen die daar werken en nog geen woning hebben. Je zit dan niet direct te denken aan hele grote woningen, maar ook wel aan mensen die uiteindelijk weer doorstromen. Dat zou dan precies zo’n voorbeeld kunnen zijn waarin het minder zou kunnen zijn dan die 50 m². Over het Berenschotrapport wil hij het vanavond niet uitgebreid gaan hebben. Het is meer iets voor een langere discussie die hierna nog loopt. GroenLinks vroeg aandacht voor de update van de planning. Er zijn inderdaad projecten die naar achteren schuiven. De gemeente wil daarbij rekening houden met planuitval.
Landelijk wordt 70 tot 80% van de projecten gerealiseerd, dus er is altijd planuitval. In de monitor is aangegeven dat ruim 85% van de plannen nog zacht is. 15% is hard en de kans is groot dat die harde plannen doorgang zullen vinden. Bij zachte plannen bestaat de kans, en dat is in de afgelopen jaren ook wel gebleken, dat plannen niet doorgaan. Het Goudenregenhofje bijvoorbeeld staat nog steeds in deze lijst, maar zal de volgende keer waarschijnlijk niet meer terugkomen. Bij de verschuiving van de Poortmolen naar achteren, omdat Parnassia, nu niet wil ontwikkelen, is het de vraag of dat uiteindelijk planuitval zal betekenen. Daarmee is nu geen rekening gehouden, maar het is wel zaak om dat te doen en dat ook te koppelen aan de uitspraak die hij net al deed over het zo optimaal mogelijk benutten van de plancapaciteit in Capelle. Daarnaast spelen ook allerlei externe factoren, die de commissieleden bekend zullen zijn, verband houdend met procedures bij de Raad van State over de netcongestie, waarbij de vraag gesteld kan worden hoe die verwerkt kunnen worden in een planning. Als je naar de Raad van State moet, kun je er zo al anderhalf jaar bij optellen, als je er niet naartoe hoeft niet.
Moet er dan vanaf nu bij elk project anderhalf jaar worden opgeteld? Dat kan, er kan heel conservatief gepland worden, maar geprobeerd wordt het zo realistisch mogelijk te doen, daarbij lerend van het verleden. De bezwaren van de heer Oudshoorn tegen de ophoging van 10.400 naar 10.800 woningen waren hem al bekend uit eerdere beraadslagingen. Het is inderdaad wel positief dat het woningbouwprogramma over een langere periode gaat: niet tot 2032, zoals eerder, maar echt een wat langere periode. Hiermee meent hij op alle vragen te zijn ingegaan. De heer HARTOG zegt nog een antwoord te hebben gemist over de ‘doorgepasste’ vraag van mevrouw Feuth. Als de businesscase voor 50 m²-woningen niet meer rond te krijgen is, waarom zou dan later voor het samenvoegen van twee van dergelijke woningen wel een businesscase te maken zijn? Wethouder GEISSLER verzoekt de heer Van der Want daarop in te gaan. De heer VAN DER WANT licht toe dat het ‘m voornamelijk zit in het feit dat kleinere woningen een betere businesscase hebben in het begin. De prijs per vierkante meter bij kleinere woningen ligt wat hoger dan wanneer de woning groter wordt. Dat komt omdat de vraag naar kleinere woningen groter is en naarmate de woning groter wordt de vraag afneemt, dus daarmee ook de prijs. Ook in de bouwkosten komt dat terug, vandaar dat kleinere woningen een haalbaarder businesscase hebben in het begin.
In een latere fase kan het samenvoegen van woningen aantrekkelijk zijn, maar dat is eigenlijk een toekomstscenario dat hiervan los moet worden gezien. Tweede termijn De VOORZITTER verzoekt in deze termijn ook aan te geven of kan worden ingestemd met de beleidsregel.
Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer dinsdag 2 december 2025
Pagina:
11
Mevrouw FEUTH legt uit nog wat moeite te hebben met de beleidsregel voor kleine woningen. Bij de parkeernormen is afgesproken dat maatwerk geleverd zal worden. Waarom wordt hier dan gekozen voor een beleidsregel, waarmee eigenlijk alle deuren worden opengezet om altijd maar 10% kleiner te kunnen bouwen dan eigenlijk was afgesproken? Waarom wordt hier niet voor maatwerk gekozen, waarbij iemand gewoon met een goede businesscase en een goede onderbouwing moet laten zien dat het anders echt niet haalbaar is? Op zichzelf kan D66 er wel mee instemmen, omdat de voorwaarden nog wel redelijk duidelijk opgeschreven zijn, maar ze vindt het wel een beetje een vrijbrief voor iedereen die kleiner wil gaan bouwen. De heer VAN LOEF geeft aan dat de VVD voorstander is van flexibiliteit en woonkwaliteit. Zoals het nu geformuleerd is, zit er naar zijn mening voldoende flexibiliteit in, zodat met het voorstel kan worden ingestemd. Mevrouw LAUW-SCHOUTEN verklaart zich ook namens Leefbaar Capelle akkoord met het voorstel. De heer VAN BUREN zegt nog te twijfelen en de zaak daarom nog een keer aan de fractie te willen voorleggen. De heer HEERENS merkt op dat 30% sociale-woningvoorraad voor de ChristenUnie echt hard is. Het kan niet zo zijn dat, omdat er in Rivium wat meer komt, in andere plannen wordt afgeschaald. Het andere item, kleiner bouwen dan 50 m2, wil hij nog even met de fractie bespreken.
Zelf is hij er niet enthousiast over, maar in zijn inleiding heeft hij daarin wel enige ruimte gegeven en dat wil hij ook met de fractie overleggen. De heer HARTOG deelt mede dat hij zelf positief staat tegenover het voorstel, maar het toch nog een keer in de fractie wil bespreken. De heer OUDSHOORN moet zeggen dat hem bij het lezen van de beleidsregel het gevoel bekruipt dat men het maar half over het goede heeft. Gesuggereerd wordt dat slechts 10% van een bouwproject die kleinere woning mag hebben, maar hij leest hier gewoon dat er nog twee andere opties zijn en dat een bouwproject ook voor 100% een kleinere woning kan hebben als die voor een bepaalde doelgroep is. Een doelgroep kan jongeren zijn, studenten, zorg, spoedzoekers of optoppen. Graag wil hij bevestigd hebben dat hij dit goed gelezen heeft en dat dus ook 100% van een bouwproject kleiner dan 50 m2 kan zijn. Benieuwd is hij ook of bij afwijkingen altijd zal worden teruggekoppeld naar de raad. Wat hem betreft kan niet automatisch akkoord worden gegaan met deze beleidsregel. Wethouder GEISSLER herinnert eraan dat hij eerder al heeft uitgelegd dat met de stap die nu wordt gezet meer wordt toegegroeid naar een sociale woningvoorraad van 30% dan bij het vorige monitoringsdocument dat door de raad is vastgesteld.
Hij snapt het gevoel van de heer Heerens dat, als ergens anders wat meer wordt gedaan, hier wat minder kan worden gedaan, maar daarbij moet men zich wel realiseren dat daarmee de woningbouwprojecten uiteindelijk mogelijk worden gemaakt en dat ze anders wellicht op de lange baan worden geschoven, of niet worden gerealiseerd. In reactie op de vraag van de heer Oudshoorn over de oppervlakte van 50 m2 bevestigt hij dat er drie categorieën zijn. De eerste categorie voor specifieke doelgroepen zou er inderdaad toe kunnen leiden dat een project ontstaat waarin 100% gerealiseerd wordt op een kleiner volume dan bij optoppen, maar dan alleen als het bouwkundig niet anders kan. Dat lijkt hem ook te verdedigen, want als daar woningen kunnen worden toegevoegd, ook al zijn het wat kleinere, kunnen daarmee toch mensen geholpen worden. Als niet voldaan wordt aan die casuïstiek, dus bij A en B, dan is er C en dan moet aan allerlei voorwaarden worden voldaan. Belangrijk hierbij is nog te vermelden dat het een kanbepaling is. Het is in zekere zin ook maatwerk, want er worden gesprekken aangegaan met projectleiders en het is geen vrijbrief om overal straks dit te realiseren en die kleinere woningen toe te passen per project.
Maar het kan in overleg met de gemeente, zo is het ook geformuleerd, en dat betekent ook dat daarover met elkaar afspraken kunnen worden gemaakt om tot een goed eindresultaat te komen. Elke keer zal een nieuwe woningbouwmonitor worden voorgelegd, zoals ook nu, en daarin is terug te vinden wat de oppervlakten zijn van de woningen per categorie. De VOORZITTER informeert of kan worden toegezegd dat bij afwijkingen zal worden teruggekoppeld naar de raad, zoals de heer Oudshoorn vroeg.
Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer dinsdag 2 december 2025
Pagina:
12
Wethouder GEISSLER antwoordt dat de raad iedere keer een nieuwe woningbouwmonitor krijgt, zoals ook nu, en daarin is terug te vinden wat de oppervlakten zijn van de woningen per categorie. Er zal dan een categorie aan toegevoegd worden en dan kan de raad dat vaststellen of amenderen. Maar ook bij projectdocumenten die voorbijkomen, zoals gebiedspaspoorten, is de raad natuurlijk aan zet. De VOORZITTER vat samen dat het niet specifiek terugkomt, maar dat het vanuit de monitor die de raad twee keer per jaar krijgt kan worden opgemaakt en dat het dan geamendeerd zou kunnen worden. De heer OUDSHOORN had op de harde toezegging gehoopt dat een specifieke afwijking van het normale altijd aan de raad zou worden voorgelegd, zodat hij het niet steeds zelf in de monitor zou hoeven op te zoeken. Ook dit zal hij nu nog even moeten terugnemen naar de fractie. Mevrouw LAUW-SCHOUTEN deelt mede dat de woorden van de heer Oudshoorn voor haar reden zijn om de zaak, anders dan zij eerder zei, toch nog even aan haar fractie voor te leggen. De VOORZITTER stelt vast dat dit voor meerdere fracties geldt en dat het dus een bespreekstuk zal moeten worden. Hij neemt althans aan dat deze discussie voor de wethouder geen aanleiding is om een en ander aan te passen. Wethouder GEISSLER beaamt dat.
Wel zegt hij toe dat in voorkomend geval in het collegevoorstel dat met de monitor wordt meegestuurd zal worden aangegeven dat er een 50 m²-afwijking in de monitor zit. De VOORZITTER hoopt dat dat iets meer comfort kan geven. 8. Rondvraag Van de rondvraag wordt geen gebruik gemaakt. 9. Sluiting De VOORZITTER sluit te 23.32 uur de vergadering. Aldus vastgesteld in de vergadering van de commissie Stadsontwikkeling en -Beheer van 20 januari 2026, de secretaris,
de voorzitter,